uitwerking_16_september_2016_ken_uw_wijk

advertisement
Uitwerking van 16 september
Doel: voorkomen van zorg
Door: kwetsbare groepen, potentiële zorgvragers, te definiëren en te lokaliseren
Startpunt: de 10 beleidsvragen die vanuit de pilot RKSD zijn opgehaald en in alle gemeenten spelen, te
weten:
Vraag 1.
Vraag 2.
Vraag 3.
Vraag 4.
Vraag 6.
Vraag 7.
Vraag 10.
Zijn er voldoende voorzieningen beschikbaar zodat mensen langer thuis kunnen wonen?
Waar zitten de ‘kwetsbare’ groepen in de stad?
Waar is de kans op eenzaamheid het grootst?
Waar is de kans op Schuldenproblematiek het grootst?
Zijn de jeugdvoorzieningen op de juiste wijze verdeeld?
Hoe is de zorgvraag verdeeld in de stad?
Hoe veilig is een wijk / buurt en hoe wordt het gevoeld?
Vraag 2 is leidend
We beginnen met het nader uitwerken van vraag 2: wat zijn kwetsbare groepen. Het antwoord op deze
vraag helpt bij de beantwoording van vraag 1 maar ook bij vraag 3, 4 en 6. Vraag 7 hangt weer af van hoe
we ‘zorgvraag’ definiëren en zal voor een groot deel ook volgen uit de uitwerking van vraag 2. Vraag 10 is
een element dat kwetsbaarheid vergroot maar is tegelijkertijd ook een lastig issue want wordt niet
gestructureerd en gestandaardiseerd geregistreerd. Of het lukt om deze vraag mee te nemen in de
beantwoording, moet blijken na afloop van dit traject.
Kwetsbaarheid is een optelsom van diverse zaken en niet altijd een status quo; kwetsbaarheid kan
zich ineens voordoen in geval van een life –event. Dat betekent dat niet alleen de stapeling van
individuele kenmerken in beeld moet komen maar dat ook een relatie gelegd moet worden met
omgevingsvariabelen.
Wat is er al
De inwoners die nu een vorm van zorg hebben / zich op enig moment hebben gemeld bij ‘een loket’,
zijn in beeld. Voor deze groepen is het van belang om na te gaan of de zorg structureel moet zijn, of
verbetering in de situatie mogelijk is of dat verdere verslechtering moet worden voorkomen. Het
definiëren van deze groepen is relatief makkelijker; hiervoor kunnen de ZRM-profielen worden gebruikt
zoals ontwikkeld door ‘Zorgprofielen op de kaart’. Anneke Groeneveld neemt het op zich om dit
rapport te vertalen naar profielbeschrijvingen.
Wat is er meer nodig
We willen potentiële zorgvragers kunnen definiëren, dus ook de inwoners die nu niet in beeld zijn. Dat
betekent nagaan welke variabelen het risico vergroten en welke factoren er zijn om deze risico’s te
neutraliseren of juist te versterken.
 Voorbeeld: baan verlies voor iemand met een lage opleiding en weinig capaciteiten betekent
het risico van langdurig in de uitkering omdat kans op omscholing en op eigen kracht ander
werk vinden e/o klein is. De uitzichtloosheid van het lage inkomen en het risico van het steeds
lager worden van het inkomen, is een stress verhogende factor die de overige beperkte
capaciteiten in de schaduw zet.
Zaken als ‘geen vaste verblijfplaats hebben’ en ‘lage opleiding’ e/o ‘psychische problemen’ vormen een
heel ander soort kwetsbaarheid dan ‘een woonhuis met hoge maandlasten’ en een ‘laagbetaalde baan
met fysiek zwaar werk’ e/o in scheiding liggen van een niet-werkende partner met nog thuiswonende
kinderen.
Werken met profielen
Om die verschillende soorten kwetsbaarheid te kunnen definiëren, willen we profielen gaan benoemen.
Profielen kunnen gerelateerd worden aan levensfases en life-events. Gebleken is dat de levensfase van
invloed is op het maken van keuzes, o.a. welke rekeningen je juist wel of liever niet betaald. Ruwweg
zijn de fases op te delen in:
Jong, opgroeiend in gezinsverband
Jongere, zelfstandig levend zonder verplichtingen voor anderen
Volwassene met kinderen e/o partner
Oudere, evt. met zelfstandige partner, zonder verplichtingen (meer) naar kinderen
(Alleenstaande) oudere met afnemende gezondheid
Een life-event is een ingrijpende gebeurtenis; de mate waarop het ingrijpt is niet alleen
persoonsafhankelijk maar hangt ook weer af van de levensfase waarin iemand zich bevindt.
 Bijvoorbeeld: het overlijden van meneer Jansen kan ingrijpend zijn voor de zoon, als deze een
goede band handen. Het kan ook ingrijpend zijn voor de kleinzoon, als deze oud genoeg is om
te begrijpen wat ‘dood’ is en oud genoeg is om met grootvader een band opgebouwd te
hebben. De impact op de kleinzoon is echter voor een groot deel ook afhankelijk van wat het
doet met zijn ouders. Als het gezin stabiel is, kan de zoon er even door uit evenwicht zijn maar
hoeft de kleinzoon er niet kwetsbaar door te worden. Als echter de grootvader een grote
zorgtaak verrichtte in het gezin, kan de impact van het wegvallen wel leiden tot een
kwetsbaarheid bij alle gezinsleden.
Als life-event wordt gezien het overlijden van een naaste, het verlies van een baan, het gaan scheiden
of een kind krijgen.
Naast de definities van levensfase en life-events, en welke, leidt dat ook tot de noodzaak van definities
van ‘jong’, gezinsverband etc. Elk van deze definities kan bestaan uit één of meerdere factoren (net
zoals het bepalen van gezondheid inmiddels uit 6 elementen bestaat) met elk hun eigen databron.
Een aantal van de definities willen we gelijk houden aan die van het CBS, voor een aantal andere zullen
we zelf een afbakening moeten vinden waarbij we bronnen gebruiken als GGD-monitors,
veiligheidsmonitor (van CBS) en de diverse rapportages die we inmiddels als theoretische
onderbouwing in de Pleio-groep hebben geupload.
Benodigde definities
Welke definities en data denken we nodig te hebben (nog aan te vullen op basis van latere inzichten)
Zuivere gezinssamenstelling, meer op basis van belastingaangifte dan op basis van BRP
Huurwoning, onderscheid naar sociale huur of vrije sector, met of zonder huurtoeslag (of
woontoeslag vanuit de WWB/P-wet)
Koopwoning, wel / niet onderwater, wel/niet afgelost (incl. % hypotheek t.o.v. WOZ-waarde)
Vorm van inkomen, werk (vast of tijdelijk, fulltime of parttime) of uitkering, structureel of
incidentele uitkering, waardevast of gestaag dalend,
Opleiding: wel / niet in Nederland opgeleid, hoogte afgeronde opleiding, basis- of moederstaal
Armoede (de 40 gecombineerde data waar VSO mee werkt?)
Eenzaamheid
Life-events
Levensfases
Fanda Buijs zal deze lijst vergelijken met de definities die het CBS hanteert (incl. de daaronder liggende
begrippen).
Benoemde risico’s, nog nader uit te werken naar profielen:
Risico op fysieke klachten (bijv. door zwaar fysiek werk, ongezonde leefstijl of mijden van
zorg)
Risico’s op problematische schulden (bijv. door baanverlies of scheiding)
Risico’s op onverzekerd zijn (onwetendheid van zinvolle of wettelijk verplichte verzekeringen
Download