Opdracht 1: De mindmap

advertisement
Werkblad 1 - Thema 17
Statistische elektriciteit
(niveau Beta)
Inleiding
Jullie gaan als inleidende opdracht van dit thema een aantal experimenten uitvoeren.
Opdracht 1: De mindmap
Lees de tekst die onderaan dit document staat over statische elektriciteit en maak over die tekst een
mindmap. Op de mindmap geef je aan hoe de verschillende begrippen uit de tekst samenhangen.
Van elke van de begrippen geef je een korte uitleg. Gebruik ook tekeningen. De mindmap moet op
papier gemaakt worden als poster en worden ingeleverd voor het einde van dit thema. Je krijgt
hierover een beoordeling.
Opdracht 2: Experimenten
Jullie krijgen als benodigdheden:
2 staafjes van glas, 2 staafjes perspex, 2 staafjes pvc en een paar doekjes.
2 elektroscopen.
1. Opdracht met de opgehangen staafjes
A.
Hang één van de staafje op en wrijf vervolgens het andere staafjes op.
Gebruik de ……. doek voor ………………
Gebruik de ……. doek voor……………….
Wrijf vervolgens het staafje op dat je ophangt en houdt beide staafjes bij elkaar, kijk wat er
gebeurd.
Waarnemingen:
Tabel 2: Staafje in de hand en hangend staafje opgewreven.
Staafje in de hand
Glas Perspex PVC Glas
Glas Perspex
Staafje opgehangen
Glas Perspex PVC Perspex PVC PVC
Waarneming:
Bewegen naar elkaar toe
Bewegen van elkaar af
Geen beweging
Verklaringen:
2. Opdracht met het water
B.
Wrijf een glazen staafje op en houdt bij zacht stromend water, noteer welk staafje je hebt
opgewreven met welke doek en wat je waarneemt.
Waarnemingen:
Verklaringen:
3. Opdracht met elektroscoop
C.
D.
E.
Wrijf één van staafjes op en houdt dit in de buurt van de elektroscoop. Noteer welk staafje je
gebruikt hebt en wat je waarneemt.
Wrijf vervolgens een staafje op dat bij proefje A van het staafje af bewoog en houdt dit in de
buurt van de elektroscoop. Noteer welk staafje je gebruikt hebt en wat je waarneemt.
Wrijf één van de staafjes op en houdt deze kort tegen de bovenkant van de elektroscoop.
Noteer wat je waarneemt.
Waarnemingen:
Verklaringen:
Opdracht 4: De vragen
1.
Het meisje heeft haar handen op een bol die negatief geladen is. Haar haren zijn daardoor recht
overeind gaan staan. Leg uit hoe dit komt?
2.
Je hebt 5 staven, A, B, C, D en E elk door wrijving elektrisch geladen. Je leg A in een beugel die
aan een draad hangt, waarna je A nadert met B. Je ziet dan dat A door B wordt afgestoten.
a.
Leg uit welke conclusie je op grond van dit proefje kunt doen.
Uit verder onderzoek blijkt dat: A trekt D aan; D stoot C af en C trekt E aan.
b. Beredeneer of B door E wordt aangetrokken of afgestoten.
3.
Ellen houdt een negatief geladen staaf vlak bij de knop van een ongeladen
elektroscoop. Tot haar verrassing vertoont de elektroscoop een uitslag. Ook
merkt zij, dat bij het weghalen van de staaf de uitslag verdwijnt.
a. Leg uit zo precies mogelijk uit wat we bedoelen met een ongeladen
voorwerp.
b. Verklaar het resultaat van deze verschijnselen.
4.
De knop van een neutrale elektroscoop wordt met een positief geladen
staaf aangeraakt. De blaadjes van de elektroscoop slaan daardoor uit.
Leg uit hoe de blaadjes hun lading hebben gekregen.
5.
Je houdt een geladen staaf vlak bij de knop van een negatief geladen elektroscoop. De
elektroscoop blijkt daardoor een kleinere uitslag te krijgen. Wat voor soort lading heeft de staaf:
een positieve, of een negatieve? Licht je antwoord toe.
6.
Opnieuw houdt Ellen (uit vraag 3) de staaf vlak bij de knop van de elektroscoop. Bovendien raakt
ze daarvoor even met haar andere hand de stang en de blaadjes aan. De uitslag verdwijnt dan.
Haalt ze daarna de staaf weg dan slaan de blaadjes opnieuw uit. Geef een verklaring voor deze
verschijnselen.
Bijlage: Theorie Statische elektriciteit
Hoe weten we dat er lading is.
Zo'n 2600 jaar geleden werd door de Griekse filosoof Thales van Milete beweerd dat
alle stof 'bezield is'; Hij beriep zich daarbij op magnetische steen en op barnsteen.
Magnetische steen kan 'uit zichzelf' ijzeren voorwerpjes aantrekken. Barnsteen kan,
nadat het met wol is gewreven, heel kleine voorwerpen zoals stofdeeltjes, kurkvijlsel
en papiersnippers aantrekken (zie figuur). Het Griekse woord voor barnsteen is
elektron.
Door een brokje barnsteen te wrijven, komt het in een toestand waarin het in staat is
krachten uit te oefenen (bijvoorbeeld op papiersnippers). We zeggen dan dat het
brokje barnsteen elektrisch geladen is. Door het te wrijven, heeft het een elektrische
lading gekregen.
Ook voorwerpen van ander materiaal dan barnsteen kunnen door wrijving elektrisch
geladen worden:
- een plastic balpen kan papiersnippers aantrekken nadat je hem stevig over de
mouw van je trui hebt gewreven;
- een ebonieten staaf kan een waterstraal aantrekken, nadat je hem met een
bontvelletje hebt gewreven;
Door de volgende proef uit te voeren, kun je al iets meer over elektrische lading te
weten komen.
Je hebt twee glazen staven en twee ebonieten staven nodig. De glazen staven wrijf
je stevig met een zijden lap, de ebonieten staven met een bontvelletje. Een van de
glazen staven leg je in een beugel die aan een draad is opgehangen (zie figuur).
Deze staaf nader je eerst met de andere glazen staaf, daarna met een van de
ebonieten staven. Vervolgens vervang je de glazen staaf in de beugel door een
ebonieten staaf waarna je de proef herhaalt. Je zult dan het volgende te zien krijgen:
- de twee glazen staven stoten elkaar af, evenals de twee ebonieten staven;
- een glazen staaf en een ebonieten staaf trekken elkaar aan.
Deze proef kun je uitbreiden door ook nog staven van ander materiaal dan glas of
eboniet een elektrische lading te geven. Dan blijkt het volgende: trekt zo'n staaf een
glazen staaf aan, dan stoot hij een ebonieten staaf af, óf andersom.
Uit deze proef volgt dat er twee soorten elektrische lading moeten bestaan. Deze
heeft men positieve en negatieve lading genoemd. (Daarbij is de afspraak gemaakt
de lading van een gewreven glazen staaf positief te noemen, zodat die van een
gewreven ebonieten staaf negatief is.)
Samenvatting:
1. Het 'elektrisch geladen zijn' van voorwerpen kun je “zien” doordat deze
voorwerpen elkaar dan gaan aantrekken of afstoten.
2. Er bestaan twee soorten elektrische lading: positieve en negatieve lading.
3. Dezelfde soort ladingen stoten elkaar af, verschillende soorten lading trekken
elkaar aan.
Verklaring van experimenten, soorten deeltjes
Het atoom
De experimenten kunnen verklaard worden door te kijken naar de deeltjes waaruit
een stof is opgebouwd. Je hebt als het goed is al geleerd dat het basisdeeltje waaruit
alle stoffen zijn opgebouwd het atoom is. Hieronder is een plaatje te zien van het
atoom.
In de kern van het atoom zitten de protonen, deze zijn positief geladen en rondom
de kern bewegen zich de elektronen, deze zijn negatief geladen. (In de kern zitten
ook de neutronen, maar omdat deze neutraal zijn, spelen ze geen rol in het verhaal
over ladingen).
Voor het atoom geldt dat het aantal elektronen en het aantal protonen gelijk zijn. Het
deeltje is als geheel neutraal.
Dat de elektronen bij de kern blijven komt dus omdat deze negatieve deeltjes worden
aangetrokken door de positieve kern.
Verklaring experimenten.
Op het moment dat je met een doek over een stof wrijft breng je de atomen van de
doek heel dicht bij de atomen van de stof. De heftige beweging die je maakt bij het
wrijven heeft als gevolg dat doek en stof op elkaar zullen gaan reageren. Er kunnen
daarbij 2 dingen gebeuren. Er springen elektronen van de doek naar de stof, of er
springen elektronen van de stof naar het
In het ene geval zal de doek positief geladen worden en de stof negatief. In het
tweede geval is dat net andersom. Als de glazen staaf positief is nadat hij
opgewreven is (zie boven), dan zijn er blijkbaar elektronen overgesprongen van de
staaf, naar de doek. Bij de ebonieten staaf gebeurd het omgekeerde. Houdt je nu de
glazen staaf bij de ebonieten staaf dan zal het positieve voorwerp het negatieve
voorwerp gaan aantrekken. Houdt je 2 gelijke voorwerpen bij elkaar dan zal de regel
gelden dat de 2 positieve, of 2 negatieve voorwerpen elkaar zullen afstoten.
Het ion
Op het moment dat er lading overspringt van stof naar doek, zullen er deeltjes zijn in
de stof die niet langer neutraal zijn. Om het verschil aan te geven tussen deeltjes die
neutraal zijn in lading en tussen deeltjes die dat niet zijn, krijgen deze niet neutrale
deeltjes een aparte naam, ze worden ionen genoemd.
Een ion is een deeltje waarbij het aantal protonen en het aantal elektronen niet aan
elkaar gelijk is.
In de tekening hierboven staat aan de linker kant een atoom getekend met 12
protonen en 12 elektronen. Omdat er 12 protonen zijn noemen we dit deeltje het
magnesiumatoom.
Aan de linkerkant zijn er 2 elektronen van het atoom weggegaan, er is daardoor een
ion ontstaan. We noemen dit deeltje het magnesium-ion.
Metalen
In principe zijn al die proeven te verklaren door uit te gaan door gebruik te maken
van het gegeven dat een atoom elektronen kan afstaan in bepaalde
omstandigheden. Door de staaf stevig te wrijven, worden elektronen 'losgerukt' uit
atomen die zich aan het oppervlak van de staaf bevinden. Dit oppervlak krijgt dan
een tekort aan elektronen en wordt daardoor positief geladen.
De losgerukte elektronen worden opgenomen door atomen aan het oppervlak van de
doek. Dit oppervlak krijgt dan een overschot aan elektronen en wordt dus negatief
geladen.
Dit geldt echter niet voor alle stoffen. Op het moment dat over een metaal met de
doek over wreef gebeurde er helemaal niets. Hoe komt dat dan?
Nu de verklaring is dat bij verschillende atomen, de mate waarin de buitenste
elektronen gebonden zijn aan het deeltje verschillend is. Er zijn deeltjes waarbij de
binding zo sterk is dat wrijven er niet voor zorgt dat er elektronen gaan overspringen.
Er zijn echter ook deeltjes waarbij de elektronen zo zwak gebonden zijn in het atoom
dat ze door het minste of geringste losraken van het atoom. Omdat deze eigenschap
er toe leidt dat deze stoffen een aantal afwijkende stofeigenschappen hebben, heeft
deze groep van stoffen een aparte naam gekregen, deze stoffen noemen we de
metalen. Nu moet er hierbij wel een kanttekening gemaakt worden. Het zijn niet alle
elektronen die makkelijk weg kunnen van het atoom, het zijn alleen de buitenste
elektronen. Deze elektronen noemen we vrije elektronen
Stoffen waar de elektronen die aan de buitenkant van het atoom zitten gemakkelijk
van het atoom af kunnen, noemen we metalen. De elektronen die los raken noemen
we vrije elektronen.
In de praktijk is de aanwezigheid van een ander metaalatoom al genoeg “verstoring”
om de elektronen in de buitenste schil vrij te maken. In het plaatje hiernaast is te zien
dat een buitenste elektron overstapt van het ene atoom naar het andere, dit zal dan
weer tot gevolg hebben dan een ander elektron dat eerst “gebonden” zat aan dat
atoom vervolgens los zal raken. In de regel zeggen we dat de elektronen vrij kunnen
bewegen. Dit stellen we ons voor zoals hieronder is weergegeven. De getekende
baan is daarbij willekeurig.
Met deze theorie kunnen we verklaren waarom het wrijven van een metalen staaf er
niet toe zal leiden dat deze staaf geladen wordt. Stel dat op het moment van de
eerste wrijvingsbeweging er elektronen overspringen van doek naar staaf. Dan zal op
het moment van 2de contact deze elektronen direct weer terug gaan, ze kunnen
immers overal op de staaf opgenomen worden omdat ze daar direct weer vrij kunnen
bewegen.
De werking van de elektroscoop.
Jullie hebben ook het proefje gedaan met de elektroscoop. Ook deze resultaten
kunnen we verklaren met behulp van de eigenschap van metalen dat er vrije
elektronen aanwezig zijn.
Een elektroscoop is een apparaat waar een metalen buisje verbonden is met een
metalen staafje waarbij het metalen staafje kan bewegen rondom een as, zie ook de
onderstaande figuur.
Stel dat je nu een positief geladen voorwerp bij de bovenkant van het buisje houdt,
dan zullen de elektronen van het buisje door dit positief geladen voorwerp worden
aangetrokken. Hierdoor gaan er veel vrije elektronen op de bovenkant van het buisje
zitten. Dit heeft tot gevolg dat de onderkant van het buisje en het staafje negatief
geladen wordt. Hierdoor zal het staafje en het buisje elkaar gaan afstoten. Omdat het
staafje kan bewegen zal het weg bewegen van het buisje. We zeggen dan dat de
elektroscoop een uitslag geeft.
Met behulp van een elektroscoop kun je dus vaststellen of een voorwerp wel of niet
elektrisch geladen is.
Download