Ons creatieve brein. Hoe mens en wereld elkaar

advertisement
Swaab Dick (2016) Ons creatieve brein,
Hoe mens en wereld elkaar maken. Uitgeverij Atlas
Contact.
Ino persoonlijke oordeel over dit boek.
Dit boek gaat mi niet zo zeer over creativiteit maar over de
werking van de hersenen. De hersenen passen zich constant
aan de omstandigheden aan en zijn daarmee dus creatief. Ik
vind dit boek een aanrader voor wie in de werking van het
brein geïnteresseerd is; iemand die in creativiteit
geïnteresseerd is kan beter andere bronnen zoeken. Ik sluit mij
aan bij de recensie van T. ten Berg op www.bol.com.
Op www.bol.com over de inhoud:
In 'Wij zijn ons brein' vertelde Dick Swaab hoe de hersenen die we bij onze geboorte
meekrijgen ons leven bepalen. In het prachtig geïllustreerde 'Ons creatieve brein' worden
vragen besproken als: Hoe wordt ieder brein anders? Wat is creativiteit en hoe kunnen we
het stimuleren? Hoe wordt het werk van kunstenaars beïnvloed door hun hersenziekten?
Waarom vinden sommige mensen atonale muziek mooi? Hoe kan de omgeving als medicijn
werken?
'Ons creatieve brein' toont wat ons tot mensen maakt: de interactie van de hersenen met
onze omgeving. De omgeving draagt niet alleen bij aan de unieke ontwikkeling van ieder
brein, maar ook aan het ontstaan van hersenziekten en aan de genezing hiervan. Muziek
en beeldende kunst zijn niet alleen creatieve vormen van communicatie, maar blijken ook
van therapeutische waarde te kunnen zijn bij hersenziekten. De manier waarop onze
hersenen zich ontwikkelen, beïnvloedt onze beroepskeuze en ons beroep heeft ook een
effect op de structuur en functie van onze hersenen. Vele maatschappelijke consequenties
van het hersenonderzoek, zoals voor partnerkeuze, filosofie en strafrecht, worden
besproken.
Recensie T. ten Berge op bol.com
De opvolger van de neurohit 'Wij zijn ons brein' (2010)*. In dit rijk geïllustreerde werk
reikt Swaab naar de interactie van onze hersenen met onze fysieke, sociale en mentale
omgeving. Helaas is juist het gedeelte over kunst en muziek ronduit saai; een eindeloze
opsomming van hersenstructuren in de trant van 'subtiele droefheid (...) activeert de
rechteramygdala', die zonder context weinig betekenis hebben en slecht leesbaar zijn voor
de leek. Een andere zwakte is het ego van de auteur. Zijn mening over kunststromingen, de
regering, filosofie en prinsessejurkjes is niet relevant, niet onderbouwd en verzwakt zijn
positie als objectief wetenschapper. Zonde, Swaab is een zeer ervaren onderzoeker die op
zijn best is als hij de lezer duiding verschaft van de harde feiten in de neurologie. Het
laatste deel, over maatschappelijke consequenties, is dan ook het interessantste: wat
betekenen neurodeterminisme en afwezigheid van vrije wil voor ons als mens en
maatschappij? In die discussie kan de enorme vakkennis van de auteur werkelijk verschil
maken. Met literatuuroverzicht en register.
Samenvatting van Ino van die delen (fragmenten) van het boek dat over
creativiteit gaat. (daarmee doe ik het boek geen recht!)
Creativiteit is het maken van nieuwe combinaties uit de informatie die opgeslagen ligt
in ons brein en vanuit de buitenwereld. Deze nieuwe ideeën zijn de basis voor nieuwe
ontwikkelingen in de kunsten, wetenschap en techniek. Onder ‘kunst’ versta ik voor dit
boek: creatieve uitingen zonder praktisch nut die een esthetisch genoegen teweeg
brengen.
Voor het functioneren van onze complexe samenleving is effectieve communicatie
tussen mensen cruciaal. Tijdens de evolutie ontstonden er bijzondere vormen van
menselijke communicatie, namelijk taal en cultuur.
O. Fred Donaldson: Kinderen leren als ze spelen. En het belangrijkste is dat ze leren hoe ze
moeten spelen door te spelen!
Het schilderij is een werk waarin de kunstenaar zijn brein, zijn technisch kunnen en zijn
emoties heeft gelegd, om ons iets te vertellen en ook om in ons brein emoties op te
roepen. Daardoor wordt verf tot schoonheid, verwondering of verbijstering. De
kunstenaar heeft de verf tot leven geroepen en de ervaring komt tot stand door
communicatie met de waarnemer.
Prof. S. Zeki zei daarom: ‘ Een kunstenaar is in zekere zin een neurowetenschapper die
de mogelijkheden en de eigenschappen van de hersenen verkent, hoewel met andere
instrumenten.
80 tot 100 miljard hersencellen. Iedere hersencel maakt contact met tussen de 1000 en
100 000 andere hersencellen.
Het hersengewicht van een pasgeboren baby is 350 gram. Dat betekent dat 75% van het
netwerk nog moet worden aangelegd en dat de sociale en culturele omgeving daar een
belangrijke en blijvende invloed op kunnen hebben. Deze invloed betreft zover het
‘hogere functies’ aangaat vooral het maken van verbindingen, want de 17 miljard
hersencellen in de hersenschors die verantwoordelijk worden gehouden voor onze
typisch menselijke functies, inclusief onze cultuur, zijn voor het grootste deel al in de
baarmoeder gevormd: culturele aspecten worden onbewust geleerd en onthouden door
het cerebellum, in samenwerking met het hersenschors.
Vanwege de onvoorstelbaar grote aantallen hersencellen en te leggen contacten, spelen
tijdens de hersenontwikkeling zelforganiserende principes een belangrijke rol. Hierdoor
wordt ieder brein – ook als genetische achtergrond het zelfde is – tijdens de
ontwikkeling uniek.
Intelligentie: IQ punten boven de 120 geven je niet meer kans op maatschappelijk
succes. Einsteins IQ was 150. Een IQ van 180 maakt het niet waarschijnlijker dat je de
Nobelprijs wint dan een IQ van 130. Er spelen zoveel andere factoren mee: creativiteit,
praktische en sociale intelligentie, de manier waarop je tijdens je ontwikkeling met
andere hebt leren omgaan en voor jezelf hebt leren opkomen…
Oefening bepaalt veel minder het succes dan we tot voor kort dachten. Het uiteindelijke
resultaat en het uitblinken lijken voor een belangrijk deel bepaalt door talent en de
leeftijd waarop je met oefenen begint. Een kind dat talent heeft voor muziek speelt met
plezier en vlot die benodigde 10.000 uur vol, een kind zonder talent zal dat met
tegenzin oefent komt er wellicht nooit aan toe.
Onderzoek laat zien dat systematisch oefenen slechts voor een derde van de verschillen
in kwaliteit verantwoordelijk is. Langdurig intensief oefenen heeft slechts een matige
effectgrootte (0.61 op de schaal van 0 tot 1) aanleg is dus belangrijker.
Muziek heeft een sterke invloed op de ontwikkeling, de structuur en het functioneren
van onze hersenen. Hersenen van beroepsmusici zijn door hun muzikale aanleg en
training anders dan die van niet musici.
Apen kennen ook culturele kennisoverdracht. Ze leren bijvoorbeeld van elkaar hoe ze
gebruik moeten maken van gereedschappen om voedsel te vergaren. Ook kinderen leren
door ‘na-apen’ met hersensystemen die honderden miljoenen jaren in de evolutie
teruggaan.
Er wordt verondersteld dat spiegelneuronen het ook mogelijk maken om onmiddellijk
en automatisch intenties en emoties van anderen te begrijpen. Via het empatisch
systeem kun je ook de stemming aanvoelen waarmee een kunstenaar zijn werk heeft
gemaakt.
Er zijn verschillen tussen culturen waarin men opgroeit die invloed hebben op de
persoonlijkheid.
 Sommige culturen zijn meer individualistisch ingericht en andere meer
collectivistisch. In grote lijnen ziet de westerling zichzelf als meer onafhankelijk,
en focust op zichzelf. De oosterling ziet zichzelf meer in de sociale context.
 Oost Aziaten kijken meer holistisch, westerlingen kijken meer analytisch en
focussen zich.
 Bepaalde culturen vermijden onzekerheid, duidelijke verschillen worden
gevonden in de Power Distance Index die aangeeft hoe sterk men hiërarchie en
autoriteit respecteert. Een hoge PDI remt de creativiteit.
Jacques-Yves Cousteau: Spelen is een bezigheid die men niet ernstig genoeg kan nemen.
In onze snel complexer wordende wereld worden creatieve vermogens steeds
belangrijker om je te kunnen aanpassen aan snelle veranderingen. Scholen zouden
creativiteit dan ook moeten cultiveren door leerlingen te leren zich kwetsbaar op te
stellen zodat ze nieuwe dingen durven uit te proberen en door ze met plezier te laten
werken aan zaken die hun interesse hebben. Ook moeten ze leren kritische vragen te
stellen.
Blijkbaar is een bepaalde hersengrootte nodig ten opzichte van de rest van het lichaam
voor het maken van kunst. Kunst ontstond min of meer gelijktijdig en onafhankelijk van
elkaar in verschillende delen van de wereld.
 kunst in relatie met de voortplanting
 kunst in relatie met voedsel
 kunst in relatie met spiritualiteit
De moderne mens maakt al 40000 jaar kunst en de vraag is of die activiteit een
evolutionair voordeel zou kunnen hebben. Ja: kunst is een vorm van communicatie en
daarmee belangrijk voor de maatschappij. Totalitaire machthebbers hebben dit belang
ook telkens weer duidelijk gemaakt door kunstuitingen te verbieden.
De perceptie van kunst is namelijk diepgeworteld in de biologie. Ongeacht hun cultuur
vinden kinderen en volwassenen dezelfde gezichten mooi. Binnen een week na de
geboorte kijken kinderen al langer naar aantrekkelijke dan naar onaantrekkelijke
gezichten. Het vermogen om aantrekkelijkheid van een gezicht te beoordelen lijkt dus
aangeboren. De verklaring is dat we graag karakteristieken zien die gezondheid
representeren. Daarom vinden wij symmetrische gezichten aantrekkelijk.
Kinderen van 9 maanden oud kunnen kleuren zien en op plaatjes reageren. Op die
leeftijd kijken ze liever naar abstracte schilderijen dan naar figuratieve.
Het doorbreken van bestaande patronen bevordert de creativiteit.
Creatieve muzikale vaardigheden zoals componeren, arrangeren en improviseren lijken
een genetische basis te hebben. Niet muzikale creativiteit heeft een andere genetische
basis dan muzikale creativiteit.
Oscar Wilde: De kunst begint eerst daar, waar de nabootsing eindigt.
Creatieve mensen hebben een betere mentale gezondheid dan de rest. Dit wordt wel de
‘mad genius-paradox’ genoemd en is te verklaren doordat de creatieve genieën die het
grootste risico lopen op psychiatrische ziekten lopen een uiterst klein aantal vormen.
Voor de individuele mens is identificatie met een groep de schakelaar die de menselijke
superorganisme – eigenschappen omzet van ‘ik’ naar ‘wij’ . Identificatie met een groep
kan plaatsvinden op basis van spiegelneutronen bij kuddegedrag. Identificatie met een
groep kan plaatsvinden op basis van een sociale identiteit zoals godsdienst, nationaliteit,
ras, sport of politieke partij. Eerst moet er een integratie tussen mensen plaatsvinden
met behulp van een gemeenschappelijke taal en symbolen van de club.
Integratie door synchrone beweging met behulp van iemands spiegelneutronen is zeer
effectief. Dit kan bijvoorbeeld zijn door collectief dansen, ritmisch drummen, militaire
exercities, waves, het zingen of schreeuwen van leuzen…
Voor een efficiënte werking van het superorganisme is het nastreven van een
gezamenlijk doel cruciaal. Wanneer een gezamenlijk doel wordt geformuleerd, kan
intentionaliteit worden gedeeld, wat kan leiden tot een effectieve samenwerking tussen
mensen.
Download