2.3 | Imperium Romanum De klassieke vormentaal

advertisement
Tijd van de Grieken en Romeinen
2.1 | De Griekse wereld
-
De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in
de Griekse stadstaat.
- De klassieke vormentaal van de Griekse-Romeinse cultuur.
Rond 2000 v. Chr. waren er op Kreta al steden, havens etc. Maar rond 1200 v. Chr. verdwenen de
meeste stedelijke centra door volksverhuizingen in het oostelijke Middellandse Zeegebied. De vier
eeuwen hierna leefden de bevolking in kleine boerengemeenschappen. Wel gingen de Grieken
steeds meer een culturele eenheid vormen. Rond 850 v. Chr. ontstond er in Griekenland opnieuw
een stedelijke cultuur. De nieuwe stadstaten (polis – poleis) waren niet meer dan stadjes met
omringend platteland. Bijna nergens waren koningen: edelen vervulden de belangrijkste functies.
Door bevolkingsgroei met daarbij horende voedseltekorten trok een deel van de bevolking weg om
ergens anders een kolonie te stichten. Deze nieuwe koloniën hielden contact met hun moederstad.
Door al deze vruchtbare koloniën was verdere kolonisatie niet meer mogelijk.
De Griekse poleis in Ionië – tegenwoordig de Turkse westkust – vielen al sinds 547 v. Chr. onder
Perzisch bestuur. Ze kwamen in opstand maar deze mislukte en de Perzische koning besloot de
Grieken te straffen. Maar hij werd in 490 zowel als in 480-479 v. Chr. verslagen door de Grieken. Dit
gaf de Grieken natuurlijk heel veel zelfvertrouwen. Onder deze twee oorlogen had Athene zwaar
geleden. De stad was ingenomen en geplunderd. Ze bouwden ook weer de agora op, het
economische en politieke centrum van Athene. Door de Atheense burcht die door Perikles werd
ontworpen en gebouwd, konden de Atheners de welvaart en de macht van hun stad laten zien.
Athene werd het culturele centrum van de wereld. Ook toen het al haar politieke macht kwijt was,
bleven de bouwkunst en beeldende kunst van de vijfde en vierde eeuw v. Chr. een voorbeeld voor
latere architecten en kunstenaars, onder meer voor de Romeinse. We noemen deze kunst daarom
klassiek: van blijvende waarde. Deze periode heet daarom ook de Klassieke Oudheid. De stad was
niet alleen het centrum van kunst en architectuur, maar ook van filosofie en wetenschap. Voor
verschijnselen die men niet kon verklaren, zocht men aanvankelijk de oorzaak bij de goden. Maar
meer mensen gingen natuurlijke oorzaken te zoeken. Op dezelfde manier ontwikkelde zich in de
vijfde eeuw v. Chr. het denken over gezondheid. Er waren zelfs artsenscholen. Het nieuwe van deze
scholen was dat de artsen niet de goden beschouwden als veroorzakers van de ziekten, maar naar
natuurlijke oorzaken zochten voor een kwaal. Volgens de geneeskundige Hippokrates hing
gezondheid samen tussen de juiste verhouding van mening van de vier lichaamsvochten: bloed, slijm,
gele gal en zwarte gal. De Atheense filosoof Sokrates ondervroeg voortdurend mensen om erachter
te komen hoe zij dachten. Hij vond ook dat een filosoof het beste een polis kon besturen, omdat een
filosoof het begrip rechtvaardigheid zo goed begreep. Als je in Athene burgerschap had, kon je
meedoen in de politiek. Burgerschap betekend: politiek actief zijn. Het begrip politiek betekende
oorspronkelijk dan ook: het functioneren als burger in de polis. Vrijheid en gelijkheid waren in de
Atheense democratie de belangrijkste woorden. Vrijheid was de mogelijkheid om politiek actief te
zijn en om vrij te kunnen spreken in het openbaar, gelijkheid hield in dat iedereen voor de wet gelijk
was en politiek actief kon zijn. Maar deze vrijheid en gelijkheid golden alleen voor
mannen met burgerrecht. Niet voor vrouwen, niet-Atheners en slaven. In Athene
was er sprake van directe democratie, dit wil zeggen: als je mee wilde beslissen,
moest je persoonlijk aanwezig zijn bij een volksvergadering. Andere Atheners die
tegen de democratie waren, trokken naar Sparta want daar werd het nog altijd
bestuurd door een aristocratie. Hierdoor kwam er een onderlinge strijd tussen de
twee poleis. De hoplieten (Spartaanse zwaarbewapende soldaten) overwonnen
uiteindelijk Athene. De democratie werd daar opgeheven en er kwam een
Spartaansgezinde oligarchie, een regering van een kleine groep rijken. In 403 werd
de democratie weer hersteld nadat de kleine groep rijken verdreven was.
Monne Govers | Lyceum aan Zee | LVW4C
2.2 | Het hellenisme
-
De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in
de Griekse stadstaat.
- De Klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur.
- De ontwikkeling van het jodendom en christendom als de
eerste monotheïstische godsdiensten.
Nadat koning Philippos van Macedonië de Grieken had verslagen,
ging hij een oorlog beginnen tegen Perzië, als wraak. Tijdens de
voorbereidingen werd hij vermoord en zijn zoon Alexander volgde
hem op. Hij versloeg de Perzen en veroverde gebieden tot in Egypte
en Mesopotamië, maar hij ging door. Hij veroverde ook Iran,
Afghanistan en Pakistan. In 323 v. Chr. stierf Alexander de Grote al,
33 jaar oud. Na Alexanders dood werd zijn rijk verdeeld in drie
koninkrijken: Egypte, Azië en Macedonië & Griekenland. De Grieken
bleven vasthouden aan hun eigen cultuur en ook niet-Grieken namen
deze over. De verspreiding van deze Griekse cultuur noemen we
hellenisme (Hellas = Griekenland in het Grieks). Wilde je in deze
maatschappij iets bereiken, dan moest je wel Grieks leren praten en
schrijven. De hellenistische koninkrijken waren welvarend en veel
steden groeiden enorm. Het eiland Alexandrië, dat Alexander de
Grote had laten maken, nam ook zijn opvolger Ptolemaios I zijn
voordelen in mee. Hij liet op het eiland ernaast, Pharos, een hele
grote vuurtoren bouwen, zodat de schepen wisten waar ze waren als
ze naar de haven voerden. De Pharos is een goed voorbeeld van de
manier waarop in de hellenistische wereld wetenschappelijke kennis
werd toegepast. Athene werd al snel op wetenschappelijk gebied
door Alexandrië overvleugeld. Het Museion, een tempelcomplex
voor de wetenschap met een enorme bibliotheek, zorgde ervoor dat
wetenschappers uit allerlei gebieden naar Alexandrië kwamen om er
te wonen en te werken. Herophilos ontdekte bijvoorbeeld dat de
intelligentie zich in de hersenen bevindt, en niet in het hart.
Hellenisering vinden we ook terug bij de joden. Het jodendom, de
oudste monotheïstische godsdienst, vormde in de Oudheid een
uitzondering voor alle polytheïstische
religies. Al vanaf het begin werd er
gehaat op de joden. Zij werden
vanuit hun moederland Palestina
naar Babylonië gebracht als slaven.
Vanaf dat moment leefde ze in
diaspora: een volk verdeeld over vele
landen. Joden bleven altijd een
aparte groep en ze waren vaak ook
slim en welvarend. Dit leidde tot
ruzies en zelfs vervolgingen. Deze
ruzies bleven aanhouden, tot ver in
de Romeinse tijd.
Alexandrië op de kaart
Monne Govers | Lyceum aan Zee | LVW4C
2.3 | Imperium Romanum
-
De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur.
De groei van het Romeinse imperium, waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa
verspreidde.
- De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van NoordwestEuropa.
- De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische
godsdiensten.
De laatste koning van Rome werd in 509 v. Chr. door de bevolking verjaagd en sindsdien is Rome een
republiek. Om een nieuwe koning te voorkomen, werd voortaan de macht verdeeld. In een paar
eeuwen ontwikkelde Rome zich van een kleine stadstaat tot de belangrijkste macht op het Italische
schiereiland. Toen de Romeinen de Griekse steden in Zuid-Italië veroverden, hadden ze heel Italië in
hun macht. Ze kwamen twee keer in oorlog tegen de Noord-Afrikaanse grootmacht Carthago,
uiteindelijk wonnen ze en ze hadden nu veel land in bezit. Hierna veroverde ze ook de hellenistische
rijken, Spanje en Noord-Afrika. Vanaf dit
moment spreken we van een Imperium
Romanum: een Romeins Rijk. Na al deze
overwinningen kwam ook Griekse kunst naar
Rome. De Romeinen lieten alle Griekse beelden
in grote hoeveelheden namaken. Een deel
(waaronder artsen, geleerden, etc.) van de
overwonnen volken werden als slaven gebruikt.
Deze slaven brachten dus ook weer kennis met
zich mee. De Romeinen veranderden ook wat
aan de Griekse kunst. Marmeren beelden van
goden of keizers werden niet meer naakt
gemaakt. Ook vonden de Romeinen het beton uit en de boogconstructie. De
generaals werden door de oorlogen steeds machtiger. Hierdoor kwam er een
einde aan de Romeinse Republiek. De eerste eeuw v. Chr. werd ook wel de
eeuw van de burgeroorlogen genoemd omdat er zoveel generaals tegen elkaar
vochten voor meer macht. In de laatste periode van de republiek waren er
twee grootmachten: Pompeius en Caesar. Caesar won de strijd en omdat men
dacht dat hij koning wilde worden werd hij vermoord. Zijn adoptiefzoon
Augustus volgde hem op en tijdens zijn uitzonderlijk lange regering wist hij de
maatschappij weer op orde te brengen. Tijdens zijn regering werd in Palestina
Jezus geboren. Hij werd gezien als de Messias. Hij richtte het christendom op, terwijl hij joods was.
De christenen en joden
Julius Caesar
groeiden uit elkaar omdat de christenen anderen wel wilden bekeren, terwijl
joden dit niet wilden doen. De christenen kregen van veel de schuld en
werden vaak vervolgd. Vanaf het begin van de eerste eeuw waren de
Romeinen begonnen met het aanleggen van de limes, een
verdedigingssysteem van de legioenskampen, kleinere kamen (castella) en
wachttorens langs de Rijn en de Donau. De verspreiding van de GrieksRomeinse cultuur en kunst over de veroverde gebieden noemt men de
romanisering. Nieuwe steden in veroverde gebieden kregen een forum
(centraal plein), tempels, bestuursgebouwen en een handelsbeurs.
Romeinen en Germanen namen ook allemaal kennis van elkaar over.
Augustus
Monne Govers | Lyceum aan Zee | LVW4C
2.4 | De late Oudheid
-
De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van NoordwestEuropa.
- De ontwikkeling van het jodendom en het christendom als de eerste monotheïstische
godsdiensten.
Vanaf ongeveer 250 voerden de Romeinen oorlog met de Germanen in het westen, en met de Perzen
in het oosten. Hierdoor stonden alle grenzen onder druk en was er een grote crisis. De Romeinen
gaven de schuld aan de christenen. De een korte maar heftige tijd voor de christenen kwam er een
einde aan de vervolgingen. Het was nog wel verboden, maar toch gingen er steeds meer mensen
over naar het christendom omdat ze zoveel steun gaven. In 250 werden joden en dwongen aan de
Romeinse staatsgoden te offeren, wie dit niet deed, werd vermoord. Nadat dit werd afgeschaft
groeide het christendom enorm. Onder de leiding van keizer Diocletianus werden de christenen heel
zwaar vervolgd. Door van het Romeinse rijk een tetrarchie te maken (rijk verdeeld in 4 stukken),
kwam er een einde aan het voortdurende gevecht om de troon. Met al zijn veranderingen wist
Diocletianus echter de grootste problemen van de crisis op te lossen: het Romeinse leger was
verbeterd en door de belastinghervormingen kon het ook betaald worden. De opvolger, keizer
Justinianus kwam met een wetsverzameling waarin alle problemen van het oude Romeinse recht
waren opgelost. Het werd echter pas in de 11e eeuw herontdekt en toen werd pas ingezien hoe goed
het klopte.
Voor christenen is het jaar 313 het keerpunt in de geschiedenis. Toen had de Augustus Constantijn
(leider van ¼ v.h. Romeinse rijk) zijn soldaten kruisen laten schilderen op hun schilden en op de
legervaandels. Vanaf toen waren ze in de Romeinse maatschappij niet meer in gevaar. Het aantal
christenen groeide sneller dan ooit en ze waren al snel in de meerderheid hierna. Christelijke
schrijvers zien Constantijn de Grote als eerste christelijke keizer, en daarmee als de ideale keizer. In
391 verbood keizer Theodosius alle heidense bijeenkomsten en werd het christendom de
staatsgodsdienst. Als monotheïstische godsdienst en voorloper van het christendom, bleef het
jodendom officieel ook toegestaan. Het Romeinse Rijk kwam ten ondergang door alle volkeren die
het rijk binnendrongen. Daarom worden de vijfde en zesde eeuw ook wel de tijd van de
Volksverhuizingen genoemd.
Monne Govers | Lyceum aan Zee | LVW4C
Download