8-Job

advertisement
Onschuldig bloed
1/ God heeft
alle touwtjes in
handen
2/ Iedereen
krijgt wat hij
verdient
Jobs godsbeeld
1. “Tegen God zal ik zeggen: Veroordeel mij niet, laat me weten
waarom u mij bestrijdt.” (10:2)
2. “Doet het u goed mij te verdrukken,
te verachten wat uw handen hebben
voortgebracht?” (10 3) “steeds erger
wordt uw boosheid jegens mij, vijand
na vijand overvalt me.” (10:17)
3. “Hebt u de ogen van een mens, ziet u zoals
mensenogen zien?...Zoals u naar mijn fouten
speurt, zoals u probeert te ontdekken wat ik
heb misdaan! (10:4,6) “Wanneer ik zondig,
dan merkt u het op, nooit laat u mij vrijuit
gaan”. (10:14)
Jobs godsbeeld
4. “U weet dat ik niet schuldig ben, maar
niets kan mij uit uw macht bevrijden.” (10:7)
“Als ik schuldig ben – wee mij! Maar
zelfs onschuldig kan ik mijn hoofd
niet oprichten, verdwaasd van schande,
dronken van ellende als ik ben. Als ik
het opricht, zult u mij bespringen als
een leeuw en u nogmaals oppermachtig tonen.” (10:15,16)
Jobs godsbeeld
5. “U schonk mij het leven en de liefde,
uw zorg heeft mij bewaard. Maar dit
houdt u in uw hart verborgen,
ik weet wat u met mij voorhebt:
wanneer ik zondig, dan merkt u het
op, nooit laat u mij vrijuit gaan.”
(10:15,12-14)
6. “Mij resten weinig dagen, laat dit ophouden.
Keer u af van mij, zodat ik nog wat vreugde
heb, voor ik vertrek, voorgoed, naar het land
van diepe donkerte, het land van het
donkerste duister, van de diepzwarte chaos,
van het nachtzwarte licht.” (10:20-22)
1. Hoe sta jij tegenover beide stellingen die nog eens
vermeld worden in de inleiding hierboven? Durf ook de
consequenties onder ogen te zien als je het er mee eens of
oneens bent. Spreek hierover met elkaar (zonder elkaar vast te
pinnen of te veroordelen!).
2. Hoe valt de idee dat gelovigen Gods naam verbinden met
allerlei gebeurtenissen te rijmen met wat God zegt in de Tien
Woorden: “Gij zult mijn naam niet ijdel gebruiken!” Opmerking:
‘ijdel’ – SHAV in het Hebreeuws komt van dezelfde stam als
‘shoah’ (cf. Jodenvernietiging): ravage aanrichten, vernietigen…
3. Hoe reageer je op het godsbeeld dat gesuggereerd wordt door
Jobs uitlatingen? Ga bij elk van die verzen na of er elementen bij
zitten die je zelf ook al gedacht (misschien zonder het te durven
uitspreken) of gehoord hebt?
Op zoek naar God
“Ik had slechts over U
gehoord” (42:5)
“Mijn oog richt zich
schreiend op God, opdat
Hij de mens recht doe
tegenover God,
en recht doe tussen
de mens en
zijn naaste.”
(16:20,21)
1 -2/ God…
een vijandige rechter?
rechter in Israël
= hersteller van
scheve situaties
en relaties
genade
geen onverdiende
gunst, wel:
goedgunstigheid,
voor iemand het
beste willen
3/ Lijkt God op mensen
die vooral het slechte zien?
“Mijn plannen zijn niet jullie plannen, en jullie wegen
zijn niet mijn wegen – spreekt de HEER. Want zo hoog
als de hemel is boven de aarde, zo ver gaan mijn
wegen jullie wegen te boven, en mijn plannen jullie
plannen. (Jes 55:8,9) => ruimhartigheid (v. 6-8)
1. In hoever speelt het beeld van God als rechter een rol in
je denken en je geloof? Ben je daar gelukkig mee? Gaat
het dan vooral om iemand die (ver)oordeelt of ervaar je
dit anders?
2. Het kwade of het goede zien… Wat voor iemand ben je
zelf? Wat leer je concreet uit Jezus’ voorbeeld?
3. Heb je zelf al het gevoel gehad dat voor God niets goed
genoeg is? Ligt dit aan God, aan onszelf, aan onze
omgeving..?
4/ God… vooral gefocust op schuld?
“Wanneer ik zondig, dan merkt u het op, nooit laat u mij
vrijuit gaan (lett.: rein of onschuldig verklaren).” – Job 10:14
ZONDE : Geen juridisch begrip (schuld),
wel praktisch (concrete gevolgen wanneer het doel wordt gemist)
God sluit niet op in het
verleden (schuld), maar
kijkt vooruit!
“U hebt al mijn zonden
achter uw rug gewor-pen.”
(Jesaja 38:17)
1. In hoever speelt ‘schuld’ een rol in je denken, je voelen
en je geloof? Moet het een belangrijke rol spelen?
2. Bespreek samen de citaten van de rabbijn H. Kushner
“Kinderen met alle mogelijke achtergronden verdienen beter dan te
worden geconfronteerd met het beeld van een God die allerlei
schuldgevoelens oproept een God die hun gedachten leest en
klaarstaat om straf uit te delen zodra er boze dingen bij hen opkomen. Kinderen zouden God moeten leren zien als de Bron van hun
vermogen om te groeien en als Degene die vergeeft wanneer ze hun
best doen zich te verbeteren, maar daarin tekort schieten”,
“Er is iets mis met een religie of godsbeeld waarbij de nadruk wordt
gelegd op angst en schuld. Menselijke wezens zijn niet gemaakt om
terneergedrukt te worden door angst of zich gedwee te
onderwerpen. Ze kunnen niet volledig mens zijn als ze voortdurend in
de greep zijn van de bezorgdheid dat ze een of andere regel overtreden hebben en daarmee de liefde van hun ouders, hun religieuze
leiders of God hebben verspeeld.”
(…) Zo’n godsdienst maakt van de wereld een duister, streng, wreed
en vreugdeloos oord waarin de geobsedeerdheid met de zonde de
droom om iets tot stand te brengen verdrijft en de angst voor de straf
de hoop op een beloning overschaduwt.
“Ik zou willen dat dit boek een bevrijdend effect heeft, want
ik geloof dat de wezenlijke boodschap van godsdienst een
bevrijdende boodschap is en niet een die beperkingen of
straffen oplegt. Ik geloof dat de fundamentele boodschap van
godsdienst niet is dat we zondaars zijn omdat we niet
volmaakt zijn, maar dat de uitdaging van het menszijn zo
complex is, dat God wel beter weet dan volmaaktheid van ons
te verwachten. Godsdienst wil ons schoonwassen van ons
gevoel van onwaardigheid en ons er van verzekeren dat we,
als we geprobeerd hebben goed te leven, zonder zo goed te
zijn geweest als we wel hadden gewild, Gos liefde niet
hebben verspeeld. (…) Misschien is dat wel het waardevolste
wat Godsdienst ooit kan doen.”
5/ Een zorgende God: schone schijn?
“ U schonk mij het leven
en de liefde, uw zorg
heeft mij bewaard. Maar
dit houdt u in uw hart
verborgen, ik weet wat u
met mij voorhebt:
wanneer ik zondig, dan
merkt u het op, nooit laat
u mij vrijuit gaan.”
“Mijn plan met jullie staat vast – spreekt de HEER.
Ik heb jullie geluk voor ogen, niet jullie ongeluk:
ik zal je een hoopvolle toekomst geven.” (Jer 29:11)
6/
“Keer u af
van mij,
zodat ik nog wat
vreugde heb…”
‘TOV’ (Gen 1)
= goed, mooi
+ aangenaam
wat gelukkig maakt
=> genieten
1. Zou het kunnen dat ‘heidense’ ideeën over God
sommige gelovigen nog steeds parten spelen?
Voorbeelden?
2. Nogal wat jongeren denken dat God (geloof en
godsdienst) plezier en geluk bederven… Hoe
zou dat komen? Wat kan hieraan gedaan
worden?
”Wie heeft
gezondigd, hij of
zijn ouders?...
Noch hij noch zijn
ouders", …Gods
werk moet in hem
openbaar worden”
Johannes 9
"Denkt u echt dat die mensen
meer schuldig waren dan anderen? Zeker niet, zeg ik jullie!" … kom tot inkeer! (Lucas 13)
Bespreek samen wat we
kunnen leren uit deze twee
evangelieverhalen.
Het leven is niet eerlijk…
Er zijn niet altijd bevredigende antwoorden
“Het kromme kan niet recht
zijn, en wat ontbreekt kan niet
worden geteld.” (Pred 1:15)
Zoeken naar levenszin
(ook) in het lijden…
Wissel ideeën uit die kunnen helpen om anders (beter) om te
gaan met tegenslagen en lijden. Zijn er ook bijbelse uitspraken
die hierbij nuttig kunnen zijn? Kunnen we elkaar hierin helpen?
Download
Random flashcards
fff

2 Cards Rick Jimenez

Create flashcards