ZVT AB groep 7-1.QXD - Gebruikers

advertisement
Zwijsen
7
geschiedenis
werkboek 1
antwoorden
¡
1
䊴
lesboek
pagina 2 3 4
De middeleeuwse steden
Trek een lijn van elke tekening naar de goede plaats op de tijdbalk.
50 v. Chr.
500
1500
1800
䊲
䊲
䊲
䊲
Prehistorie
2
Oudheid
4
Moderne
tijd
Kleur de rondjes bij de goede antwoorden.
Is de persoon vrij of onvrij?
horige
lijfeigene
edele
monnik
3
Vroegmoderne
tijd
Middeleeuwen
vrij
❍
❍
✘
❍
✘
❍
onvrij
✘
❍
✘
❍
❍
❍
In de Middeleeuwen waren de mensen verdeeld in standen. Iedere stand
moest zijn eigen werk doen. Streep de foute woorden door.
De taak van de eerste stand was: vechten / werken / bidden.
De taak van de tweede stand was: vechten / werken / bidden.
De taak van de derde stand was: vechten / werken / bidden.
Maak de zin af.
In de Middeleeuwen verdienden de meeste mensen hun brood met
de landbouw.
5
Kleur de rondjes bij de goede antwoorden.
Welke steden waren er al in de Romeinse tijd?
❍ Lelystad
6
✘ Nijmegen
❍
✘ Utrecht
❍
❍ Den Briel
Kleur de rondjes bij de goede antwoorden.
Wie woonden er rond 1400 allemaal in ons land?
✘ ridders
❍
❍ Romeinen
✘ monniken
❍
❍ vikingen
✘ boeren
❍
Steden
1
De middeleeuwse steden
7
Lees de tekst. Maak de opdrachten.
bouwvak
huizenblok
markt
badhuis
amfitheater
Het is het jaar 50. In ieder huizenblok wonen 100 mensen.
Hoeveel mensen wonen er in de stad? 2000
25 jaar later wordt het amfitheater gebouwd. Het is even groot als twee
huizenblokken. Teken het amfitheater op de plattegrond.
Er komen arbeiders met hun gezinnen (100 mensen) naar de stad om
het amfitheater te bouwen. Teken de huizenblokken.
Hoeveel mensen wonen er nu in de stad? 2100
¡
Eén badhuis is te weinig voor zoveel mensen. In het jaar 100 laat het
stadsbestuur nog een badhuis bouwen. Er komen weer arbeiders met hun
gezinnen bij (100 mensen). Teken het badhuis en de huizen.
Hoeveel mensen wonen er nu? 2200
We zijn in het jaar 200. De helft van het leger vlakbij de stad trekt weg.
500 mensen hebben geen werk meer. Zij gaan met het leger mee.
Welke huizen komen leeg te staan? Maak die zwart.
Hoeveel mensen wonen er nu? 1700
In 300 gaat het leger helemaal weg. 700 mensen uit de stad gaan mee.
Welke huizen komen leeg te staan? Maak die zwart.
Hoeveel mensen wonen er nu? 1000
De stad heeft niet genoeg geld om alles open te houden. Blijven alle
markten, badhuizen en het amfitheater open, denk je? Waarom?
Maak alles wat verdwijnt zwart.
Wat gebeurt er in het niet bewoonde deel van de stad?
Huizen raken in verval en zwervers zoeken een onderkomen.
2
Steden
Als je tijd over hebt, maak dan de opdrachten op deze bladzijde.
1
2
De middeleeuwse steden
Kijk in je lesboek op pagina 4.
Woon jij in een van de steden op de kaart?
Ja? In welke stad?
Nee? Schrijf dan op bij welke stad je in de buurt woont.
Waaraan kun je zien dat een stad oud is? Schrijf drie dingen op.
Bijvoorbeeld: oude huizen, een oud stadhuis, een oude kerk,
straatnamen, smalle straatjes in het centrum, een oude stadspoort,
een stukje van een stadsmuur.
3
䊴
¡
De mensen onder de tijdbalk kwam je tegen in het Boek van de Tijd.
Zet de cijfers van vroeger naar nu. Schrijf erbij wie het zijn.
50 v. Chr.
500
1500
1800
䊲
䊲
䊲
䊲
Prehistorie
Oudheid
1
2
vroeger
Vroegmoderne
tijd
Middeleeuwen
3
4
Moderne
tijd
5
3: een jager uit de prehistorie
1: een Romeinse vrouw
2: een viking
4: een Arabier
nu
5: een pelgrim
Trek een lijn van de tekening naar de goede plaats op de tijdbalk.
Steden
3
™
1
Van dorp tot stad
lesboek
pagina 5 6 7
Waar kan volgens jou het best een stad ontstaan? Teken daar de stadsmuren.
Teken binnen de stadsmuren een plein met huizen en een kerk.
Leg uit waarom je in opdracht 1 die plaats voor de stad hebt gekozen.
2
Bijvoorbeeld: steden ontstonden bij een kasteel, een riviermonding of
op hoger gelegen plaatsen.
3
4
Bedenk een naam voor de stad van opdracht 1.
Kleur het rondje bij het goede antwoord.
Zijn deze steden in de Middeleeuwen
of later gebouwd?
Deventer
Tiel
Lelystad
Almere
Groningen
Dronten
4
Steden
Middeleeuwen
✘
❍
✘
❍
❍
❍
✘
❍
❍
later
❍
❍
✘
❍
✘
❍
❍
✘
❍
6
7
Waar of niet waar? Streep het foute antwoord door.
Omdat steden bij een burcht werden gebouwd
heetten de inwoners burgers.
Stadsbewoners werkten meestal in de landbouw.
Omdat elke stad een stadspoort had werden
de inwoners poorters genoemd.
Stadsbewoners waren vaak handwerkslieden,
zoals bakker, kleermaker of schoenmaker.
waar / niet waar
waar / niet waar
waar / niet waar
waar / niet waar
Kleur het rondje bij het goede antwoord.
In een middeleeuwse stad hielpen
rakkers de schout.
Hoe noemen we rakkers nu?
❍ brandweerlieden
❍ soldaten
❍ ziekenverzorgers
✘ politieagenten
❍
™
Maak de zin af.
Elke middeleeuwse stad had een bestuur.
De belangrijkste man in het bestuur was de schout.
Hij werd geholpen door
8
Van dorp tot stad
5
schepenen.
Soms werd een stad in de buurt van een castellum gebouwd.
Wat weet je dan over het ontstaan van die stad?
Die stad is in de Romeinse tijd bij een legerplaats ontstaan.
9
Zet onder de tijdbalk drie jaartallen die te maken hebben met de stad in
deze les. Schrijf onder de tijdbalk kort op wat er toen gebeurde.
1
500
1000
1500
䊲
䊲
䊲
䊲
1250 1300 1400
1250: bij het kasteel wonen boeren.
1300: het dorp groeit, de kooplui blijven er wonen.
1400: een stad met een muur.
Steden
5
Als je tijd over hebt, maak dan de opdrachten op deze bladzijde.
Van dorp tot stad
Kijk nog eens naar opdracht 1, 2 en 3 op pagina 4.
Opdracht 1 en 2 hieronder gaan over dezelfde middeleeuwse stad.
1
2
™
3
Teken het stadswapen van
jouw middeleeuwse stad. Ω
Hoe vind je de naam van jouw
stad terug in het wapen?
Zoek drie uitdrukkingen die met een middeleeuwse stad te maken hebben.
De zinnen helpen je op weg. Onder elke zin staat een lange rij letters.
Als je letters doorstreept, vind je de goede uitdrukking.
Als je iets verkeerds had gedaan, werd je daar op de markt in gezet.
faanhdeejkaasakgstelnlemn
aan de kaak stellen
Maar één man wist hoe dit slot gemaakt was.
grhetdegeheiimbvanfdepusnmidb
het geheim van de smid
Een leerling die niet zijn best deed.
klermethudeudpetuttsnaarhgooityen
er met de pet naar gooien
4
Schrijf twee overeenkomsten tussen Utrecht en Maastricht op.
1: Utrecht en Maastricht zijn gebouwd in de Romeinse tijd.
2: Het woord ‘tricht’ zegt iets over de ligging: de steden zijn
ontstaan bij een plaats in een rivier die zo ondiep was dat je
erdoorheen kon lopen.
6
Steden
£
Een marktdag
lesboek
pagina 8 9 10
Kijk in je lesboek op pagina 8 en 9. Maak dan opdracht 1, 2, 3 en 4.
1
Wat kun je op deze markt allemaal kopen?
stoffen, broden, pannen (in de drie kramen), eieren, aardappelen, graan
(in zakken), kippen en eenden
2
Vergelijk de middeleeuwse markt met een moderne markt.
Wat zie je niet op een markt van nu?
acrobaten, een poppenkast, muzikanten
3
Wie zijn deze mensen? Wat doen ze op de markt?
Schrijf het onder de tekening.
3
1
2
1
Twee rijke mannen: zij doen zaken met elkaar.
2
Een bedelaar: hij vraagt geld aan mensen om eten te kunnen kopen.
3
Een zakkenroller: hij steelt geld uit de zakken van mensen.
Steden
7
Een marktdag
4
Bij welke gebouwen horen deze dingen?
bij het waaggebouw
5
bij de herberg
Kijk in je lesboek op pagina 4 naar de kaart.
Welke steden liggen nu in België?
Brugge, Antwerpen, Gent en Brussel
£
6
Waarom gingen middeleeuwse mensen naar de markt? Noem drie dingen.
Bijvoorbeeld: om spullen te kopen, om plezier te maken, om nieuws te
horen, om vrienden te zien.
7
8
Waar of niet waar? Streep het foute antwoord door.
Kooplieden reisden vooral samen naar de markt,
omdat het gezelliger was.
De schout was blij met de markt,
omdat hij dan veel werk had.
Keurmeesters controleerden de kwaliteit
van producten op de markt.
Brugge was een belangrijke marktstad.
Steden
✘ de jaarmarkt
❍
❍ de eiermarkt
❍ de botermarkt
❍ Nederland
✘ Nederland en België
❍
Kleur het rondje bij het goede antwoord.
Hoeveel inwoners had een grote middeleeuwse stad in de Nederlanden?
❍ 2500
8
waar / niet waar
waar / niet waar
Kleur het rondje bij het goede antwoord.
Het gebied dat rond 1400 de Nederlanden heette, heet nu:
❍ België
10
waar / niet waar
Kleur het rondje bij het goede antwoord.
Wat was de belangrijkste markt in de Middeleeuwen?
❍ de vismarkt
9
waar / niet waar
✘ 10.000
❍
❍ 20.000
❍ 30.000
Als je tijd over hebt, maak dan de opdrachten op deze bladzijde.
1
Een marktdag
Wie ontbreekt op deze tekening? Teken hem of haar.
£
2
䊴
Welke gebouwen zou je kunnen vinden op de middeleeuwse markt?
50 v. Chr.
500
1500
1800
䊲
䊲
䊲
䊲
Prehistorie
Oudheid
1
Vroegmoderne
tijd
Middeleeuwen
2
4
Moderne
tijd
3
5
Het vakwerkhuis (2) en de waag (3)
3
Trek een lijn van de gebouwen naar de goede periode op de tijdbalk.
Steden
9
¢
1
2
3
4
Kleur het rondje bij het goede antwoord.
Een gilde was een vereniging van mensen met hetzelfde beroep.
Wie mochten er lid worden van een gilde?
✘ alleen meesters
❍
❍ alleen gezellen
❍ alleen leerlingen
Waar of niet waar? Streep het foute antwoord door.
Een gildenmeester moest de deur van zijn winkel
altijd dichthouden.
Al het werk moest in de etalage van de winkel gebeuren.
Als een gildenmeester op de markt stond,
moest hij zijn winkel sluiten.
Een gildenmeester mocht ook ’s avonds werken.
Een gildenmeester mocht maar één winkel hebben.
Steden
waar / niet waar
waar / niet waar
waar / niet waar
waar / niet waar
waar / niet waar
Van welke gilden zijn deze tekens?
bakkersgilde
vleeshouwersgilde
molenaarsgilde
schippersgilde
Maak de zin af.
Veel gezellen wilden graag trouwen met de weduwe van een gildenmeester,
omdat
10
lesboek
pagina 11 12 13
Gilden
ze dan meester konden worden.
6
7
Waar of niet waar? Streep het foute antwoord door.
Ongetrouwde vrouwen in de steden
werkten vaak in een winkel.
Getrouwde vrouwen werkten niet.
In bijna alle beroepen vond je vrouwen.
Vrouwen verdienden meestal minder dan mannen.
Gilden
5
waar / niet waar
waar / niet waar
waar / niet waar
waar / niet waar
Kleur het rondje bij het goede antwoord.
Gilden waren heel belangrijk in de Middeleeuwen.
Dat kun je nu nog zien aan:
✘ straatnamen
❍
✘ overgebleven gildenhuizen
❍
❍ het bestuur van een gemeente
❍ kerken
¢
Wij gebruiken nog steeds veel uitdrukkingen uit
de Middeleeuwen, zoals: ‘er met je pet naar gooien’.
Wat betekent dat?
je best niet doen
8
Een gilde had strenge regels. Bij welke beroepen horen deze regels?
regels over hoe wol moest worden geverfd
verver
regels over het gieten van lood
tinnegieter
regels over de vorm en het gewicht van het brood
bakker
9
Op welke manier had het gilde invloed op het dagelijkse leven?
Schrijf twee voorbeelden op.
Bijvoorbeeld: Het gilde zorgde voor oude en zieke leden. Het gilde hielp
leden die problemen hadden. Het gilde zorgde voor de weduwe van een
gestorven gildenmeester.
Steden
11
Als je tijd over hebt, maak dan de opdrachten op deze bladzijde.
Gilden
1
Je ziet drie gildenhuizen. Één huis is af, de andere twee nog niet.
Maak de twee gildenhuizen af. Laat zien van welke gilden de huizen zijn.
¢
2
Lees van achter naar voren. In elke rij zitten drie of vier beroepen verstopt.
Schrijf op welke beroepen het zijn.
namremmitendimshilstranvrekkab
bakker, arts, smid, timmerman
credlihcsytrrekkedkadorepokrevleppa
appelverkoper, dakdekker, schilder
rewuohseelvbnrevewffrareppak
kapper, wever, vleeshouwer
3
Teken twee gildentekens. Een voor het gilde van popsterren en één voor
een ander beroep. Schrijf naast het tweede teken bij welk beroep het hoort.
Ω
12
Steden
∞
groen
lesboek
pagina 14 15
De pest
50 v. Chr.
500
1000
1500
1800
䊲
䊲
䊲
䊲
䊲
rood
1
2
blauw
de pest: circa 1350
Gebruik de tijdbalk hierboven.
Ω Kleur de prehistorie groen.
Ω Kleur de tijd van de Grieken en Romeinen rood.
Ω Kleur de periode van de middeleeuwse steden blauw.
Ω Wanneer was de pest in Europa? Schrijf het onder de tijdbalk.
Waarom waren de mensen zo bang voor de pest? Schrijf twee dingen op.
Bijvoorbeeld: Omdat er heel veel mensen dood gingen.
Omdat iemand soms binnen een paar uur dood kon zijn.
3
4
Over welke dokter gaat het? Zet het goede woord achter de zin.
Kies uit: geneesheer (2x), chirurgijn, barbier, kwakzalver.
Deze man droeg dure kleren.
geneesheer
Deze dokter verzorgde wonden met pleisters en papjes.
chirurgijn
Hij bekeek de urine van een zieke.
geneesheer
Voor aderlatingen ging je naar deze man.
barbier
Deze man was bijvoorbeeld keisnijder.
kwakzalver
Kleur het rondje bij het goede antwoord.
Wie werkte als dokter en ook als kapper?
❍ de geneesheer
5
❍ de chirurgijn
❍ de kwakzalver
✘ de barbier
❍
Wat was volgens middeleeuwse mensen de oorzaak van de pest?
De mensen dachten dat de pest een straf van God was.
6
Zet een streep onder het goede antwoord.
Wat was de echte oorzaak van de pest?
de slechte hygiëne / een besmette vlo / vieze straten / een zieke rat
Steden
13
De pest
7
8
Waar of niet waar? Streep het foute antwoord door.
De pest kwam via Italië in Europa.
Om de ziekte vast te stellen keken geneesheren
naar de kleur van de urine.
De heilige Cornelius was de pestheilige.
waar / niet waar
waar / niet waar
waar / niet waar
De mensen in de Middeleeuwen deden van alles om de pest niet te krijgen.
Wat doen de mensen op deze tekeningen? Schrijf dat op.
∞
2
1
3
4
1: De monnik gaat tussen twee vuren zitten.
2: De jongeman is aan het feesten. Hij is dronken.
3: De vrouw laat het medaillon zien dat zij om haar hals draagt.
Zij bidt tot een heilige.
4: De man gaat weg uit de stad.
9
Wie heeft de minste kans om ziek te worden?
De monnik, omdat de pestbacil niet tegen hoge temperaturen kan.
14
Steden
Als je tijd over hebt, maak dan de opdrachten op deze bladzijde.
2
3
Een dokter zag er indrukwekkend uit.
Teken zijn kleren.
De pest
1
∞
Stel je voor dat jij een dokter (kwakzalver) in de Middeleeuwen bent.
Dit is je doktersdiploma. Laat het diploma er zo geleerd mogelijk uitzien.
Los de raadsels op! De laatste letter van het vorige woord is de eerste letter
van het volgende woord.
1 kapper Ω 2 helpers van de schout Ω 3 hielpen de schout bij het rechtspreken
1
2
b a r b
i
3
e r a k
k e
r s c h e p e n e n
4 bezit van zijn heer Ω 5 eerste stand Ω 6 oude naam voor Nederland en België
4
5
6
l ij f e i g e n e d e l e n e d e r l a n d e n
4
Welk woord kun je achter gilden…, keur… en burge… zetten?
meester
Steden
15
*
Samenvatting Ω Steden
Waar gingen de vijf lessen over?
Deze lessen gingen over de steden in de Middeleeuwen. Je leerde hoe de
steden ontstonden en groeiden. Je zag welk werk mensen deden. Je leerde
over de meest gevreesde ziekte uit de Middeleeuwen: de pest.
Met deze lessen sloten we de Middeleeuwen af. Die periode duurde
van 500 tot 1500. De oudheid, of de tijd van de Grieken en Romeinen,
ging aan de Middeleeuwen vooraf. De tijd vóór de oudheid noemen we
prehistorie of de tijd van de jagers en boeren.
䊴
50 v. Chr.
500
1000
1500
1800
䊲
䊲
䊲
䊲
䊲
Prehistorie
Oudheid
Vroegmoderne
tijd
Middeleeuwen
Moderne
tijd
Opkomst steden
les
1
De middeleeuwse steden
In de Middeleeuwen waren de mensen verdeeld in drie groepen. Die
groepen noemen we standen: de adel (eerste stand), de geestelijkheid
(tweede stand) en het volk (derde stand). Sommige mensen uit de derde
stand waren niet vrij. Horigen hoorden bij de grond waarop ze werkten.
Lijfeigenen behoorden met lijf en goed toe aan hun heer.
De eerste steden in ons gebied ontstonden in de
Romeinse tijd. Toen de Romeinen vertrokken
waren, bleef er weinig van de steden over.
In de eerste helft van de Middeleeuwen leefden
de meeste mensen op het platteland. Vanaf
ongeveer 1200 ontstonden er opnieuw steden
Stad uit de Romeinse tijd
in ons gebied.
Eerste stand: 1; tweede stand: 2; derde stand: 3
1
16
1
Steden
2
3
3
3
3
3
S a m e n v a t t i n g Ω Steden
In het Boek van de Tijd zag je dat een stad werd gebouwd in de buurt van een
kasteel. Zo ontstonden veel steden in de Middeleeuwen.
les
2
les
3
*
Van dorp tot stad
Steden ontstonden op verschillende manieren, bijvoorbeeld door een goede
ligging bij een water- of verkeersweg. Ook bij belangrijke kerken, bij een
handelsplaats en natuurlijk bij een kasteel werden steden gebouwd.
Als een stad stadsrechten kreeg, werd de stad zelfstandig. Een stad was dan
niet meer afhankelijk van het omliggende platteland. De muur om een
stad is daarvan het zichtbare bewijs. De inwoners van een stad werden
burgers of poorters genoemd. De orde in de stad werd bewaard door de
schout en zijn rakkers. Burgemeesters en schepenen bestuurden de stad.
Een marktdag
Iedere stad had verschillende markten. Je kunt dat in
oude steden nog zien aan de straatnamen. Je vindt
er namen als: Eiermarkt, Botermarkt, Vleesmarkt,
Vismarkt en Beestenmarkt. De belangrijkste markt
lag midden in de stad: de Grote Markt. Rond de
Grote Markt werden gildenhuizen en de waag
gebouwd. In de waag werd de handelswaar gewogen.
In een belangrijke stad als Brugge stond aan de
Grote Markt een lakenhal met een toren: het belfort.
Een bijzondere markt was de jaarmarkt. Van heinde en verre kwamen
kooplieden, artiesten, maar ook bedelaars en zakkenrollers op de jaarmarkt
af. De schout en zijn rakkers beschermden de mensen tegen dieven.
Keurmeesters gingen rond om de kwaliteit van de koopwaar te controleren.
Kooplieden reisden in groepen naar de jaarmarkt. Dat was veiliger. Omdat
ze hun geld in kisten droegen, loerden er altijd struikrovers op hen.
Wat nu Nederland en België is, werd rond 1400 de Nederlanden of de
Lage Landen genoemd.
Steden
17
S a m e n v a t t i n g Ω Steden
*
Gildenhuizen
18
les
4
les
5
Steden
Gilden
Als je in de stad een beroep wilde hebben, moest je lid zijn van een gilde.
Voor het zover was, werd je eerst leerling bij een gildenmeester. Na verloop
van tijd werd je gezel. Als je je meesterstuk had gemaakt, kon je zelf meester
worden. Een gilde was streng voor zijn leden. De leden van een gilde
moesten zich aan veel regels houden. De regels van een gilde gingen over
de plek waar je mocht wonen of werken. Maar ook over het gereedschap
dat je mocht gebruiken en de tijden dat je winkel open mocht zijn.
Over politiek en het leger hadden vrouwen in de Middeleeuwen weinig te
zeggen. Maar op de handel had de vrouw meer invloed. Vrouwen hielpen
hun mannen meestal. Wanneer een man overleed, nam de weduwe vaak
de zaak over. Ongetrouwde vrouwen waren diensters of winkeliers. Er was
bijna geen beroep waar vrouwen niet in werkten. Maar ze verdienden veel
minder dan mannen.
De pest
De meest gevreesde ziekte in de Middeleeuwen was
de pest. Later noemde men dit de zwarte dood.
De eerste grote pestplaag kwam in 1347 naar
Europa. De ziekte was te herkennen aan builen en
grote puisten. De middeleeuwse mensen dachten
dat de pest een straf van god was. Geneesheren
hadden er geen medicijn tegen. Ook barbiers
(kappers), chirurgijns en kwakzalvers werkten als
dokter. De beul wist ook veel over het menselijke lichaam.
De belangrijkste oorzaak voor het verdwijnen van de pest was waarschijnlijk
de komst van een nieuwe ziekte: de pokken. Wie als kind pokken had
gehad, kon later niet besmet worden met de pest.
lesboek
pagina 16 17
Hoe de wereld eruitzag
¡
Gebruik de kaart om opdracht 1 en 2 te maken.
Je hebt ook een atlas nodig.
1
10
2
5
6
8
3
9
11
7
4
12
1
2
Welk gebied kenden de mensen aan het einde van de Middeleeuwen?
Kleur dat gebied op de kaart groen. groen
Op de kaart staan twaalf cijfers. Die gebieden
kenden de mensen aan het einde van de
Middeleeuwen nog niet. Gebruik een atlas.
Zoek daarin op welke landen er nu liggen
op de plaats van de cijfers.
1
Canada
7
Zuid-Afrika
2
Verenigde Staten
8
Zaïre
3
Brazilië
9
Madagaskar
4
Argentinië
10
Mongolië
5
Mexico
11
Australië
6
Cuba
12
Nieuw-Zeeland
Vele wegen naar India
19
Hoe de wereld eruitzag
3
Bij opdracht 2 heb je de namen van twaalf landen opgeschreven.
Zoek zelf nog drie landen die in het ‘onbekende gebied’ liggen.
Je mag de atlas gebruiken.
Bijvoorbeeld: Indonesië, Senegal, Chili.
4
In de veertiende eeuw schreef een Engelsman reisverhalen. Daarin vertelde
hij over vreemde dieren. De mensen uit zijn tijd kenden die dieren niet,
maar jij wel!
Over welke dieren gaat het?
Kies uit: giraffen, kameleons, papegaaien.
¡
5
䊴
Camions zijn
kameleons
.
Popagaayen zijn
papegaaien
.
Gerfaunten zijn
giraffen
.
Zet de personen op de goede plaats onder de tijdbalk:
monniken, ontdekkers, jagers.
50 v. Chr.
500
1500
1800
䊲
䊲
䊲
䊲
Prehistorie
Oudheid
jagers
6
Middeleeuwen
monniken
Vroegmoderne
tijd
ontdekkers
Wat gebeurde er volgens veel mensen als je via het westen naar India voer?
Dan viel je van de aarde af.
7
8
Waar of niet waar? Streep het foute antwoord door.
Dat de aarde rond was, wist men door:
de volle maan
waar / niet waar
makers van zeekaarten
waar / niet waar
maansverduisteringen
waar / niet waar
oude mythen
waar / niet waar
Waren de vikingen ook ontdekkers?
Ja, zij waren de eerste mensen op IJsland en Groenland en ontdekten
Amerika als eerste Europeanen.
20
Vele wegen naar India
Moderne
tijd
Als je tijd over hebt, maak dan de opdrachten op deze bladzijde.
Lees eerst het gedicht.
Hoe de wereld eruitzag
1
Achtbaan
Vandaag kregen we op school
het draaien van de aarde.
Tien keer sneller
dan de snelste achtbaan
draait hij om zijn as.
In bed is zoiets tien keer enger
dan met z’n allen in de klas.
Stel nou
dat het mechaniekje stukgaat
en we in de looping blijven steken,
dat ik wakker word
met mijn kop op het plafond
dat de zon
niet opkomt morgen:
dan blijft het eeuwig nacht.
¡
Als ik de aarde had verzonnen
had ik hem plat bedacht.
Linda Vogelesang, Nijmegen, 2003.
Aan het eind van de Middeleeuwen dachten veel mensen dat de aarde plat
was. De persoon in het gedicht zou willen dat dat waar was.
Schrijf op een blaadje een brief aan hem of haar. Leg uit dat de aarde echt
rond is. Hoe weet jij dat zo zeker? Zou jij willen dat hij plat was?
2
Teken op deze platte aarde hoe de mensen zich de wereld voorstelden.
Vele wegen naar India
21
™
1
blauw
lesboek
pagina 18 19
Grote reizen
Kleur op de tijdbalk de eeuw van Marco Polo rood.
Kleur op de tijdbalk de tijd van de Grieken en Romeinen blauw.
50 v. Chr.
500
1000
1500
1800
䊲
䊲
䊲
䊲
䊲
blauw
2
3
4
Kleur het rondje bij het goede antwoord.
Marco Polo maakte een reis naar het rijk van:
❍ Ibn Battuta
❍ Djengis Kahn
✘ Koeblai Kahn
❍
❍ Cheng-Ho
rood
Marco Polo
Wat vond jij de meest bijzondere gebeurtenis uit de reis van Marco Polo?
Schrijf het op.
Koeblai Khan was een machtig man. Stel je voor dat jij zijn hof bezoekt.
Hoe zou jij je aan hem voorstellen?
Bijvoorbeeld: Ik zou knielen en met mijn voorhoofd de grond aanraken.
Pas als de Khan zou vragen hoe ik heette, zou ik mijn naam zeggen.
Ik zou veel respect voor de Khan tonen.
22
Vele wegen naar India
6
7
Kleur het rondje bij het goede antwoord.
Het oudste verhaal over een ontdekkingsreis is al:
❍ 1000 jaar oud
❍ 2000 jaar oud
✘ 4000 jaar oud
❍
❍ 5000 jaar oud
Grote reizen
5
Kleur het rondje bij het goede antwoord.
De Mongolen kwamen uit:
❍ Afrika
❍ Europa
❍ Arabië
✘ Azië
❍
Marco Polo vertelde de mensen uit zijn tijd over de avonturen die hij op
zijn reis had meegemaakt. Waarom geloofde niemand hem?
™
De mensen geloofden hem niet, omdat zijn verhalen heel bijzonder
waren. Ze dachten dat Marco fantaseerde.
8
9
10
Waar of niet waar? Streep het foute antwoord door.
Marco Polo kwam uit Venetië.
Hij reisde als vijftienjarige jongen met zijn vader mee.
Koeblai Khan nam hem gevangen.
Hij werkte bijna zeventien jaar voor de Grote Kahn.
Toen hij thuiskwam moest hij naar
de gevangenis van Venetië.
waar / niet waar
waar / niet waar
waar / niet waar
waar / niet waar
waar / niet waar
Kleur het rondje bij het goede antwoord.
Welk Europees volk maakte de eerste ontdekkingsreizen?
❍ de Spanjaarden
✘ de Portugezen
❍
❍ de Nederlanders
❍ de Italianen
Vertel kort iets over een niet-Europese ontdekkingsreiziger.
Ibn Battuta reisde meer dan 100.000 km. Hij reisde door Azië en
Afrika. Cheng-Ho was een Chinese admiraal. Hij verkende India, Ceylon,
Arabië en bereikte Afrika.
Vele wegen naar India
23
Grote reizen
Als je tijd over hebt, maak dan de opdrachten op deze bladzijde.
™
1
2
24
Zo zag de wereld eruit, dachten de geleerden in 1450.
Oude kaarten waren vaak mooi versierd. Op de plaats van een stad
tekenden kaartenmakers huizen of een kerk. In de zee tekenden ze
schepen en beesten en langs een karavaanroute paarden of kamelen.
Zelfs de wind was soms te zien, als hoofden die lucht bliezen.
Maak van deze tekening een echte oude kaart.
Maak bij de kaart van opdracht 1 een legenda. Dat is een lijst waarin je
uitlegt wat alle tekens en kleuren voorstellen.
Vele wegen naar India
£
1
lesboek
pagina 20 21 22 23
De reizen van Columbus
In welk jaar ontdekte Columbus Amerika?
in 1492
In welke periode is Amerika dus ontdekt?
in de Middeleeuwen
2
䊴
Columbus
Kijk naar je antwoord op de vorige vraag. Kleur deze periode rood.
50 v. Chr.
500
1500
1800
䊲
䊲
䊲
䊲
Prehistorie
3
Oudheid
Middeleeuwen
Vroegmoderne
tijd
rood
Moderne
tijd
Kijk naar de oude tekening in je lesboek op pagina 23.
Wat geven de indianen aan de Spanjaarden?
En wat doen de Spanjaarden?
De indianen geven geschenken.
De Spanjaarden nemen het land in bezit.
4
Streep het foute antwoord door. Maak de zin af.
Columbus had zich goed / niet goed voorbereid op zijn reis, want
hij had kaarten bestudeerd en met geleerden gesproken.
5
6
Teken de tocht van Columbus op de kaart op pagina 19 van dit werkboek.
Kleur het rondje bij het goede antwoord.
Waarin vergiste Columbus zich, toen hij plannen maakte voor zijn reis?
✘ de afstand
❍
❍ het weer
7
❍ hoeveel eten mee moest
❍ hoeveel water mee moest
Kleur het rondje bij het goede antwoord.
Het Portugese hof vond de ideeën van Columbus niet goed.
Welk land gaf Columbus wel opdracht om op reis te gaan?
❍ Engeland
❍ Frankrijk
✘ Spanje
❍
❍ Italië
Vele wegen naar India
25
De reizen van Columbus
8
Kleur het rondje bij het goede antwoord.
Amerika is genoemd naar:
❍ Columbus
9
✘ Vespucci
❍
❍ Ferdinand
❍ Santa Maria
Wat zijn dit voor dingen? En waarvoor gebruikte Columbus ze?
Een logboek: hierin schreef Columbus
een reisverslag.
Een zandloper: hiermee werd de tijd
gemeten.
£
10
Kleur het rondje bij het goede antwoord.
Wat gebruikte een stuurman om overdag de goede kant op te varen?
❍ passer
11
✘ kompas
❍
❍ verrekijker
❍ kwadrant
Maak de zin af.
Columbus noemde de bewoners van Amerika indianen, omdat
hij dacht dat hij in India was aangekomen.
Als je tijd over hebt, maak dan de opdracht op deze en de volgende bladzijde.
1
Columbus dacht India bereikt te hebben.Daarom noemde
hij de bewoners indianen. Hij zat er flink naast.
Er waren veel verschillende indianenstammen in Amerika.
Lees maar eens over de indianen in Noord-Amerika.
Toen Columbus Amerika ontdekte, woonden er in Noord-Amerika vier grote
groepen indianen.
Aan de noordwestkust woonden de kustindianen.
Zij woonden in houten hutten. Zij vingen vis op zee
in grote kano’s. Ze vingen zelfs walvissen! Daarnaast
leefden ze van de jacht. In de bossen was veel wild.
De krijgers droegen een helm en een soort harnas.
Net als ridders! Hun wapenuitrusting was helemaal
van hout gemaakt. De kustindianen waren de enige
indianen die totempalen maakten. Bekende stammen
waren de haida’s en de nootka’s.
26
Vele wegen naar India
De reizen van Columbus
In het zuiden woonden de pueblo-indianen. ‘Pueblo’ is Spaans
voor dorp. Ze bouwden hun dorpen op rotsplateaus van
stenen, klei en stro. De huizen werden meestal aan elkaar en
boven elkaar gebouwd. De pueblo-indianen leefden van de
landbouw (maïs). De grond was dor omdat het bijna nooit
regende. De indianen moesten hard werken voor hun oogst.
Zij waren bekend om hun dansen. Bekende stammen waren:
de apaches, de hopi’s en de navajo’s.
De navajo’s zijn nu de grootste stam in Noord-Amerika. Ze
wonen langs de grens met Mexico. Vroeger fokten ze vooral
schapen. De vrouwen maakten met de wol kleurige kleding.
In het oosten woonden woudindianen in lange houten huizen.
De indianen noemden deze huizen wigwams. De Engelsen
noemden ze ‘longhouses’ (lange huizen). In elke wigwam
woonden meerdere families. Ze leefden van landbouw (maïs,
pompoenen). Ook jaagden ze op meren en rivieren in kano’s.
Vooral irokezen waren gevaarlijke krijgers. Hun strijdknots was
gevreesd. Andere stammen waren de cherokee en mohikanen.
£
Op de grote grasvlakten in het midden van Noord-Amerika
leefden de prairie-indianen. Ze jaagden met speren en pijl en
boog op bizons. Om de kuddes te kunnen volgen, verplaatsten
ze hun woningen. Hun tenten heetten tipi’s. In de winter
woonden ze in houten huizen in de bossen. Bekende
stammen waren de sioux, de cheyenne en de comanche.
Schrijf onder de indianen bij welke groep ze horen. Trek daarna lijnen van elke
indiaan naar de dingen en dieren die bij hem of haar horen.
woudindiaan
prairie-indiaan
kustindiaan
pueblo-indiaan
Vele wegen naar India
27
¢
1
2
3
4
28
En velen volgden
Kleur het rondje bij het goede antwoord.
Wie bereikte Kaap de Goede Hoop het eerst?
✘ Bartolomeus Diaz
❍
❍ Vasco Da Gama
❍ Henry Hudson
❍ Barentsz
Kleur het rondje bij het goede antwoord.
Wie reisde als eerste rond Kaap de Goede Hoop?
❍ Bartolomeus Diaz
✘ Vasco Da Gama
❍
❍ Henry Hudson
❍ Barentsz
Kleur het rondje bij het goede antwoord.
Nova Zembla betekende het einde van de reis voor:
❍ Bartolomeus Diaz
❍ Vasco Da Gama
❍ Henry Hudson
✘ Barentsz
❍
Teken de tochten van Magelhanes met rood op de kaart.
Geef de route van Barentsz met een stippellijn aan.
Vele wegen naar India
lesboek
pagina 24 25 26
6
7
Waar of niet waar? Streep het foute antwoord door.
Producten uit het oosten waren heel populair in Europa.
Porselein, zijde, sieraden en specerijen kwamen
vóór 1500 per schip naar Europa.
De reis per schip naar het oosten was lang en gevaarlijk.
Door de tussenhandel waren de producten peperduur.
En velen volgden
5
waar / niet waar
waar / niet waar
waar / niet waar
waar / niet waar
Kleur het rondje bij het goede antwoord.
De grootste concurrent van de Portugezen waren de:
❍ Spanjaarden
❍ Fransen
✘ Engelsen
❍
❍ Nederlanders
Via welke route probeerden de Nederlanders India te bereiken?
Gebruik een atlas.
¢
Barentsz probeerde via Scandinavië en Rusland India te bereiken.
Henry Hudson reisde via Groenland en Canada.
8
Maak de zin af.
Bij storm aten de mannen op een schip alleen scheepsbeschuit, omdat
het te gevaarlijk was om in de kombuis te koken.
9
10
Kleur de rondjes bij de goede antwoorden.
Scheurbuik is een ziekte:
✘ die ontstaat door een tekort aan vitamine C.
❍
❍ waardoor je buik openscheurt.
✘ die je met verse vruchten en groenten kunt voorkomen.
❍
✘ waardoor je tanden uitvallen.
❍
Kleur de rondjes bij het goede antwoord.
Wat aten de mensen aan boord?
❍ friet
11
✘ bonen
❍
❍ sla
✘ grauwe erwten
❍
Kleur de rondjes bij de goede antwoorden.
Wat zijn specerijen?
✘ peper
❍
✘ kaneel
❍
❍ porselein
❍ zijde
✘ nootmuskaat
❍
Vele wegen naar India
29
Als je tijd over hebt, maak dan de opdrachten op deze bladzijde.
En velen volgden
1
Lees het verhaal. Vul in.
Zoek de vetgedrukte plaatsen op. Je mag je atlas gebruiken. Schrijf bij deze
plaatsen op de kaart wanneer de schepen er waren.
2 april 1595
14 augustus 1597
25 april
1595
¢
september
1595
4 juni
1596
2 augustus1595
De eerste Hollandse reis naar India
Op 2 april 1595 vertrokken bij Texel de
Amsterdam, het Duyfken, de Hollandia en
de Mauritius met 249 mannen aan boord
naar India. Het was moeilijk om bemanning
voor de schepen te krijgen. Niemand wilde
eigenlijk zo’n lange, gevaarlijke reis maken.
De schepen zeilden langs Frankrijk, Spanje
en Portugal. Op 25 april passeerden ze de
Kaapverdische eilanden en op 5 juni de
evenaar. Er brak scheurbuik uit. Op 2 augustus
ging de bemanning bij Kaap de Goede Hoop
aan land om vers water, groente en vlees in
te slaan. In september kwamen ze aan in
Madagaskar. Er stierven veel matrozen. Eind
oktober had de Mauritius 48 mannen verloren.
Van de Hollandia waren 35 mannen dood.
Hoeveel zijn er over?
166
Op Madagaskar maakten ze een kamp voor de
zieken. Op 13 december vertrokken ze weer.
37 mannen waren overleden. Twee mannen
waren voor straf op een eiland afgezet.
Hoeveel zijn er over?
30
127
Vele wegen naar India
De kapitein besloot rechtstreeks naar India
te varen. Door een storm raakten de schepen
elkaar kwijt. Na vijf dagen vonden ze elkaar
terug. De scheurbuik kwam terug. De kapitein
legde aan bij een eilandje bij Madagaskar.
Daar was voldoende vers voedsel.
De bemanning at citroenen en was na een
paar dagen genezen. Met vers water en eten
begonnen de schepen op 3 februari aan de
grote oversteek naar Java. Op 4 juni waren ze
bij Bantam. Het contact met de bewoners
daar was slecht. Er kwam oorlog. Op 13
oktober vertrokken de Hollanders. Ze zeilden
langs de noordkust van Java. Ook hier werd
gevochten. Toen de schepen bij Bali aankwamen, waren nog eens 35 mannen dood.
Hoeveel zijn er over?
92
Op 25 februari 1597 gingen ze naar huis.
Twee mannen bleven op het eiland. De terugreis was zwaar. Er overleed nog één man.
De Amsterdam was in zo’n slechte staat dat
men het schip achterliet en in brand stak.
Op 14 augustus 1597 bereikte het laatste van
de drie schepen Texel.
Hoeveel mensen kwamen terug?
89
∞
1
lesboek
pagina 27 28 29
Aardappelen
Hoe gebruiken we deze producten uit Amerika nu? Noem twee dingen.
maïs
Bijvoorbeeld: koken, de maïskolf eten, drogen en tot meel
vermalen en er koekjes van maken
aardbei
Bijvoorbeeld: vers eten, als jam, in toetjes, met een andere
vrucht als tweedrank
pinda
Bijvoorbeeld: gebrand eten, in pindakaas, in pindasaus
paprika
Bijvoorbeeld: vers eten, uit de oven met een vulling,
gedroogd vermalen tot paprikapoeder.
ananas
Bijvoorbeeld: vers eten, als drank, als jam, schijven op
siroop.
cacaoboon
Bijvoorbeeld: in chocolade, als warme of koude
chocolademelk.
2
tomaat
Bijvoorbeeld: voor sap, soep, saus (ketchup).
tabak
Bijvoorbeeld: voor sigaretten, sigaren, pijp.
Kleur het rondje bij het goede antwoord.
Waar komen de producten vandaan?
suiker
zijde
avocado
gember
aardappel
Amerika
✘
❍
❍
✘
❍
❍
✘
❍
Azië
❍
✘
❍
❍
✘
❍
❍
Vele wegen naar India
31
Aardappelen
3
Waarom gingen mensen op ontdekkingsreis?
Schrijf twee dingen op.
Bijvoorbeeld: Ze wilden rijk worden.
Om wetenschappelijk onderzoek te doen.
Voor het avontuur. Ze waren nieuwsgierig naar andere landen.
Ze wilden bekend worden en macht krijgen.
4
∞
5
Kleur het rondje bij het goede antwoord.
De indianen waren de eersten die aardappelen aten.
Hoe hielden ze de aardappelen lang goed?
❍ Door de aardappelen te koken.
❍ Door het vocht uit de aardappelen te persen.
✘ Door de aardappelen te bakken.
❍
❍ Door de schil eraf te halen.
Maak de zin af.
Europeanen wilden geen aardappelen eten, omdat
ze dachten dat je er
ziek van werd.
6
Wie ging er eerst op ontdekkingsreis?
Zet van vroeger naar nu.
Vasco Da Gama, Bartholomeus Diaz, Columbus
Bartholomeus Diaz, Vasco Da Gama, Columbus
Columbus, Marco Polo, Magelhaes
Marco Polo, Columbus, Magelhaes
Columbus, Barentsz, Magelhaes
Columbus, Magelhaes, Barentsz
7
32
Waar of niet waar? Streep het foute antwoord door.
Van aardappelen word je ziek.
Aardappelen komen uit Afrika.
Vroeger dachten mensen van aardappelen ziek te worden.
Door hongersnoden gingen mensen aardappelen eten.
Vanaf het begin was de aardappel volksvoedsel.
Vele wegen naar India
waar / niet waar
waar / niet waar
waar / niet waar
waar / niet waar
waar / niet waar
Als je tijd over hebt, maak dan de opdrachten op deze bladzijde.
Aardappelen
1
∞
Welke dingen en mensen horen bij dit hoofdstuk?
schip (Santa Maria), maïskolf, Mongoolse krijger, ananas
Uit welke tijd komen de andere dingen en mensen?
Kies uit: prehistorie, oudheid, Middeleeuwen.
rendier: uit de prehistorie, Griek: uit de oudheid,
mohammedaanse vrouw: uit de Middeleeuwen.
2
Welke drie ontdekkingsreizigers zitten verborgen in deze vreemde taal?
Cocoson dapohud mmaar gavaslo
Vasco Da Gama, Hudson, Marco Polo
3
Kleur het rondje bij het goede antwoord.
Welke staf is geen staf? Die van
❍ Jacob
4
❍ een herder
❍ een bisschop
✘ een chef
❍
Welke woorden kun je maken met de letters in de vakjes?
a
p
d
n
a
p
b
c
a
r
l
e
s
a
d
c
n
o
p
a
a
m
ï
i
o
o
a
aardappel
maïs, pinda
cacaoboon
Vele wegen naar India
33
*
Samenvatting Ω Vele wegen naar India
Waar gingen de vijf lessen over?
Deze lessen gingen over de tijd van de ontdekkingsreizen. Je leerde over
de reizen van Columbus en de gevolgen van die reizen. In deze lessen
kwam je in een nieuwe periode: de vroegmoderne tijd. Deze periode
duurde van ongeveer 1500 tot 1800. Voor deze periode waren de
Middeleeuwen, de oudheid en de prehistorie. De tijd van 1500 tot 1600
noemen we de tijd van ontdekkers en hervormers.
䊴
50 v. Chr.
500
1500
1800
䊲
䊲
䊲
䊲
Prehistorie
Oudheid
Middeleeuwen
Vroegmoderne
tijd
Ontdekkers en hervormers: 1500 -1600
les
1
Hoe de wereld eruitzag
In de Middeleeuwen kenden de meeste mensen alleen het gebied waar ze
woonden. Over andere gebieden hoorden ze alleen in verhalen of liederen.
Vaak fantaseerden ze er dan heel wat bij. Er waren verhalen over mensen
in India die blaften. Of over een volk met zulke grote lippen dat ze die over
hun gezicht konden trekken. Volgens andere verhalen kon je bij het
passeren van Kaap Bojador plotseling zwart worden.
Aan het einde van de Middeleeuwen kwamen er steeds meer ontdekkingsreizigers. In de nieuwe tijd volgden er nog meer. Aan het einde van de
Middeleeuwen waren alleen de werelddelen Europa, Azië en Afrika in
Europa bekend. Over Amerika en Australië wist men nog niets.
De mensen dachten dat de aarde plat was... en India in het westen lag.
les
34
2
Grote reizen
De eerste ontdekkingsreizen werden niet in de vijftiende en zestiende
eeuw gemaakt. De eerste mensen maakten waarschijnlijk al ontdekkings-
Vele wegen naar India
Moderne
tijd
les
3
*
De reizen van Columbus
In 1492 begon Columbus een zoektocht naar de zeeroute
naar India. De oude route liep via het oosten over land.
Columbus wilde via het westen varen. Hij bestudeerde
veel zee- en landkaarten en berekende hoe ver hij zou
moeten varen. Hij kwam uit op 4400 kilometer.
In werkelijkheid was de afstand 5600 kilometer.
Columbus schatte de aarde dus te klein. Door zijn rekenfout belandde
hij op een onbekend continent: Amerika. Hij dacht dat hij in India was
en noemde de bewoners indianen.
Columbus zeilde in opdracht van Spanje. De Portugezen vonden dat hij de
grootte van de wereld niet goed inschatte en dat hij een te hoge beloning
voor zichzelf vroeg.
2
5
4
3
1
2
3
4
5
6
7
8
9
9
8
7
S a m e n v a t t i n g Ω Vele wegen naar India
reizen. Ze trokken rond op zoek naar voedsel.
Ook de vikingen ontdekten land. Vanaf de
tweede helft van de Middeleeuwen werden
tochten steeds beter beschreven. Daardoor
weten wij veel van de tochten van Marco Polo
en Ibn Battuta. In 1271 maakte Marco Polo een
reis naar het rijk van de Koeblai Khan. De Khan
was de heerser van het rijk van de Mongolen.
Weer thuis in Venetië vertelde Marco Polo
Marco Polo bij de Khan
over zijn reis. Veel mensen geloofden hem
niet want zijn verhalen waren heel bijzonder.
Een andere middeleeuwse ontdekkingsreiziger was de Noord-Afrikaan
Ibn Battuta. Hij reisde langs de kust van Afrika, door India, China en
Japan tot Java. De Portugese koning Hendrik zorgde ervoor dat de westkust
van Afrika in kaart werd gebracht. Hij kreeg de bijnaam de Zeevaarder.
passer
kompas
scheepslogboek
jacobsstaf
verrekijker
zandloper
astrolabium
kwadrant
ganzenveer
6
1
Vele wegen naar India
35
S a m e n v a t t i n g Ω Vele wegen naar India
les
4
les
5
*
36
En velen volgden
Eigenlijk was de tocht van
Columbus in 1492 een
mislukking. Hij kwam niet
bij India uit. Andere zeevaarders zochten een route
naar India in de andere
windrichtingen. Vooral de
Portugese prins Hendrik de
Zeevaarder moedigde zeevaarders aan nieuwe wegen
Rond 1550 was dit deel van de wereld in Europa bekend.
te vinden. Na zijn dood in
1460 bleven de Portugezen
zoeken naar een zeeweg naar India. In 1488 kwam Bartholomeus Diaz tot
de zuidpunt van Afrika. In 1497 zeilde Vasco Da Gama om Afrika heen.
Hij vond zo een zeeweg naar India.
Ook vanuit ons land probeerde men een andere weg naar India te vinden.
Willem Barentz zeilde naar het noordoosten. Hij liep vast in het ijs bij
Nova Zembla in 1596. De Engelsman Henry Hudson zeilde naar het
noordwesten. Hij kwam niet verder dan Noord-Amerika in 1610.
In 1519 begon de Portugees Fernando de Magelhaes aan een reis om de
wereld. Hij voer eerst in westelijke richting. Hij vond de doorgang aan de
zuidpunt van Zuid-Amerika. Hij zeilde door naar Azië en de zuidpunt van
Afrika en keerde terug naar Portugal. Veel van zijn bemanning overleefde
deze tocht niet.
De lange tochten waren gevaarlijk. Er was vaak niet genoeg vers voedsel.
Het drinkwater was slecht. Er waren ziekten aan boord. Door een tekort
aan vitamine C brak scheurbuik uit. Er waren ook opstanden aan boord,
omdat de bemanning naar huis wilde.
Aardappelen
Door de ontdekkingsreizen leerden de mensen in Europa heel wat nieuwe
producten kennen. Aardappelen, maïs, pinda’s, ananas, tomaat, aardbei,
paprika, cacao, tabak en avocado komen allemaal uit de Nieuwe Wereld.
Uit Azië kwamen specerijen zoals peper, nootmuskaat, saffraan, kaneel
en kruidnagelen, maar
ook papaver, wierook,
gember en producten als
porselein, sieraden en
zijde.
Vele wegen naar India
¡
1
2
3
Wie was Montezuma?
de keizer van de azteken
Kleur de rondjes bij de goede antwoorden.
Montezuma was bang voor de Spanjaarden, omdat:
✘ hij had gehoord van hun bijzondere wapens.
❍
❍ zij uit Europa kwamen.
✘ het einde van zijn rijk was voorspeld.
❍
✘ hij dacht dat er een god was teruggekeerd.
❍
Kleur het rondje bij het goede antwoord.
De leider van de Spanjaarden heette:
✘ Cortés
❍
4
lesboek
pagina 30 31
Cortés en de azteken
❍ Doña Marina
❍ Karel V
Maak de zin af.
De azteken dachten dat de Spanjaarden op
Ze dachten dit, omdat
Montezuma
❍ Montezuma
herten
reden.
ze nog nooit paarden hadden gezien.
De grootste dieren die zij kenden waren herten.
5
6
Kleur de rondjes bij de goede antwoorden.
Veel azteken stierven in het gevecht tegen de Spanjaarden. Hoe kwam dat?
✘ door de Spaanse wapens
❍
❍ door te weinig eten
❍ door zelfmoord
✘ door een pokkenepidemie
❍
Veel dingen van de azteken maakten diepe indruk op de Spanjaarden.
Schrijf twee dingen op die de Spanjaarden heel bijzonder vonden.
Bijvoorbeeld: de enorme steden en gebouwen, de architectuur, kennis
van sterren- en wiskunde, mooie beeldhouwwerken, de kunst en muziek.
7
Kleur de rondjes bij de goede antwoorden.
Bij wie hoort het?
azteken
Spanjaarden
✘
metalen wapens
❍
❍
✘
kannibalisme
❍
❍
✘
mensenoffers
❍
❍
✘
harnassen
❍
❍
✘
donkere huid
❍
❍
De Nieuwe Wereld
37
Cortés en de azteken
8
Montezuma stond ver boven zijn volk. Waaraan merk je dat?
Geef twee voorbeelden uit het verhaal in het lesboek.
Bijvoorbeeld: Montezuma werd gedragen. Dienaren hielden een
zonnescherm boven zijn hoofd. Ze veegden de straat voor hem schoon.
De mensen mochten hem niet in de ogen kijken.
9
Kleur de rondjes bij de goede antwoorden.
Cortés probeerde indruk op Montezuma te maken door:
❍ het Spaanse volkslied te zingen.
❍
✘ de paarden te laten steigeren.
❍
✘ geweren af te vuren.
❍ een toespraak te houden.
❍
✘ kanonnen af te schieten.
❍ de flamenco te dansen.
¡
Gebruik de tijdbalk om opdracht 10, 11 en 12 te maken.
䊴
50 v. Chr.
500
1500
1800
䊲
䊲
䊲
䊲
Prehistorie
Oudheid
Vroegmoderne tijd
Middeleeuwen
1519 Cortés
10
11
In de bovenste tijdbalk zijn twee perioden niet ingevuld. Welke?
Schrijf de namen in de tijdbalk.
In welke periode speelt het verhaal van Cortés?
in de vroegmoderne tijd
12
13
38
Geef op de onderste tijdbalk aan in welk jaar het verhaal van Cortés speelt.
Kleur het rondje bij het goede antwoord.
Cortés leefde in de vroegmoderne tijd.
Wat gebeurde er ook in die periode?
❍ de vikingtochten
❍ de tochten van Marco Polo
❍ de kruistochten
✘ de tocht van Magelhaes
❍
❍ de volksverhuizingen
De Nieuwe Wereld
Cortés
Moderne
tijd
Als je tijd over hebt, maak dan de opdrachten op deze bladzijde.
De azteken hebben veel van hun geschiedenis getekend.
Kijk nog eens naar pagina 30 en 31 in het lesboek. Zet de tekeningen op
de goede volgorde door een cijfer in de hokjes te zetten.
Cortés en de azteken
1
3
6
1
¡
5
2
4
2
Schrijf bij alle tekeningen van de vorige opdracht een zin.
Bijvoorbeeld:
1: De azteken krijgen een voorspelling over het einde van hun rijk.
2: Cortés wordt vriendelijk ontvangen door de azteken.
3: De indianen geven Cortés een vrouw cadeau. Cortés noemt haar
Doña Marina.
4: Als de Spanjaarden de hoofdstad van de azteken willen veroveren,
breekt er een pokkenepidemie uit. Veel mensen gaan dood.
5: Montezuma is vermoord.
6: De hoofdstad Tenochtitlan wordt vanaf de zee aangevallen.
De Nieuwe Wereld
39
™
1
2
lesboek
pagina 32 33 34 35
Soldaten en landbouwers
Maak de tekening van Tenochtitlan af.
Ω Verbind de stad met het vasteland.
Ω Geef met kleuren aan wat water en wat land is.
Ω Teken op het plein een tempelpiramide.
Schrijf op wat je weet over Tenochtitlan.
Bijvoorbeeld: iets over het aantal inwoners, de ligging, de dammen,
de aquaducten, de chinampa’s, de tempels.
3
4
Weet jij wat de volgende woorden uit de taal van de indianen
betekenen? Kies uit: vulkaan, stad, god, maïskoek.
Quetzalcoatl
god
Tortilla
maïskoek
Popocatepetl
vulkaan
Tenochtitlan
stad
Kleur de rondjes bij de goede antwoorden.
Als azteekse krijgers wilden aanvallen:
✘ maakten ze zoveel mogelijk lawaai.
❍
❍ slopen ze steeds dichterbij.
✘ bliezen ze op fluiten.
❍ zwaaiden ze met metalen wapens.
❍
✘ gaven ze elkaar tekens met trommels. ❍ sprongen ze op hun paard.
❍
40
De Nieuwe Wereld
Maak deze opdracht samen met een klasgenoot.
Stel je eens voor dat jij een Spanjaard bent uit de vroegmoderne tijd.
Je kent geen mensen uit andere landen. Dan leer je de azteken kennen!
Het is voor jou een grote verrassing dat de azteken anders leven dan jij.
Daarom wil je alles van ze weten. Schrijf met een klasgenoot vijf vragen
op voor een azteekse soldaat. Schrijf ook vijf vragen op voor een azteekse
boer. De tekeningen op pagina 30 tot en met 35 in je lesboek kunnen je
daarbij helpen.
Soldaten en landbouwers
5
Als jullie klaar zijn, stellen jullie de vragen aan je juf of meester. Die speelt
de rol van azteekse soldaat en boer. Schrijf de antwoorden ook op.
™
De Nieuwe Wereld
41
Als je tijd over hebt, maak dan de opdrachten op deze bladzijde.
Soldaten en landbouwers
1
Hoe weten wij hoe de azteken leefden? Schrijf drie dingen op.
Bijvoorbeeld: door opgravingen, door Spaanse of Zuid-Amerikaanse
verhalen, door Spaanse of Zuid-Amerikaanse teksten.
2
Schrijf naast elke tekening het antwoord op de volgende vragen:
Dit is:
een kalender.
Het is gemaakt van:
™
Het leert ons:
Dit is:
steen.
hoe de azteken de tijd berekenden.
een beeldje van een moeder met kind.
Het is gemaakt van:
Het leert ons:
klei.
hoe azteekse vrouwen eruitzagen.
Ook leert het ons iets over de kunst van de azteken.
Dit is:
een fluit.
Het is gemaakt van:
Het leert ons:
Dit is:
dat de azteken muziek maakten.
een hoofdtooi van Montezuma.
Het is gemaakt van:
Het leert ons:
azteken.
42
De Nieuwe Wereld
hout of been.
veren.
iets over de kleding van belangrijke
£
1
Kleur de rondjes bij de goede antwoorden.
Bij wie hoort het?
Huitzilopochtli
✘
zon
❍
wind
❍
✘
oorlog
❍
regen
❍
vlinders
❍
sneeuw
❍
2
Quetzalcoatl
❍
✘
❍
❍
❍
✘
❍
❍
Tlaloc
❍
❍
❍
✘
❍
❍
✘
❍
Kleur het rondje bij het goede antwoord.
De azteken hadden een andere kalender dan wij.
Hoe lang duurde een eeuw bij de azteken?
❍ 12 maanden
3
lesboek
pagina 36 37
De azteekse goden
❍ 100 jaar
✘ 52 jaar
❍
❍ 52 weken
Welke twee goden zie je hier?
A Tlaloc
B Huitzilopochtli
A
4
B
Waaraan herken je de twee goden van vraag 3?
Bijvoorbeeld: Tlaloc heeft een neus die op een slang lijkt. Zijn snor
lijkt op een wolk. Huitzilopochtli draagt een verentooi, wapens en
een schild.
5
Wat was de taak van de twee goden van vraag 3?
Tlaloc was de god van de regen en vruchtbaarheid.
Huitzilopochtli was de god van de zon en de oorlog.
De Nieuwe Wereld
43
De azteekse goden
6
7
Kleur het rondje bij het goede antwoord.
Hoe was volgens de azteken de zon ontstaan?
❍ Een god had de zon gemaakt.
✘ Een god was in het vuur gesprongen en als de zon opgestegen.
❍
❍ Een god had zijn leven aan de zon gegeven.
❍ Een god bevrijdde de zon iedere dag van de nacht.
Kleur het rondje bij het goede antwoord.
Huitzilopochtli was de belangrijkste god. De azteken dachten dat hij de
zon was. Iedere dag brachten ze de zon een offer. Zo wisten ze zeker dat
hij iedere dag weer opkwam.
Wat offerden ze?
❍ licht
£
✘ bloed
❍
❍ voedsel
❍ warmte
8
Van welke goden zijn deze twee tempels?
van Huitzilopochtli en Tlaloc
9
44
De azteken offerden mensen aan de goden. Wat vind jij van deze mensenoffers? Denk je dat de azteken wreder waren dan de Spanjaarden?
De Nieuwe Wereld
Als je tijd over hebt, maak dan de opdrachten op deze bladzijde.
Een van de dingen die de Spanjaarden in Mexico vonden was het
cijferschrift.
De azteekse goden
1
Dit was een 9:
Verzin nu zelf de cijfers 1 tot en met 8 en 10.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
£
2
Schrijf naast elke tekening het antwoord op de volgende vragen:
Dit is:
een slang met twee koppen.
Het is gemaakt van:
Het leert ons:
edelstenen (turkoois).
over de kunst en symbolen van de
azteken.
Dit is:
een ring aan een muur.
Het is gemaakt van:
Het leert ons:
steen.
dat de azteken aan sport deden.
Door de ring moest een bal worden gegooid.
Dit is:
een godenmasker.
Het is gemaakt van:
edelstenen (turkoois) met
stukjes vulkanisch glas.
Het leert ons:
iets over de godsdienst van de azteken
en ook over de manier waarop ze kunst maakten.
De Nieuwe Wereld
45
¢
lesboek
pagina 38 39 40 41
Pizarro en de inca’s
lichtblauw
geel
rood
oranje
groen
groen
1
Welk gebied kenden de mensen aan het einde van de Middeleeuwen?
Kleur het lichtblauw. lichtblauw
Waar gingen de Portugezen aan het einde van de Middeleeuwen op
ontdekkingsreis? Kleur dat gebied rood. rood
Welk gebied leerden de mensen tussen 1492 en 1500 kennen? Kleur het geel. geel
Welk gebied leerden wij door Cortés kennen? Kleur het oranje. oranje
Welke nieuwe gebieden kwamen er door Magelhaes bij? Kleur ze groen. groen
Welk werelddeel was in 1525 (na Magelhaes) nog niet bekend?
Zet er met rood schuine strepen in.
2
Kleur het rondje bij het goede antwoord.
Het incarijk lag in:
❍ Mexico
3
✘ Peru
❍
❍ Argentinië
Kleur het rondje bij het goede antwoord.
De armste mensen uit het incarijk betaalden hun belasting met:
❍ een deel van hun werk
46
❍ Brazilië
De Nieuwe Wereld
❍ graan
❍ diensten
✘ luizen
❍
5
Waar of niet waar? Streep het foute antwoord door.
Door de ontdekking van Machu Picchu
weten wij veel over incasteden.
Veel inca’s gingen dood aan de griep; een nieuwe
ziekte die de Spanjaarden meebrachten uit Europa.
Pizarro was de aanvoerder van de Spanjaarden.
De inca’s verloren van de Spanjaarden,
omdat ze te weinig soldaten hadden.
waar / niet waar
waar / niet waar
waar / niet waar
waar / niet waar
Kleur het rondje bij het goede antwoord.
Door het hele incarijk lagen goede wegen. Bij welk volk waren wegen ook
belangrijk?
❍ de Grieken
6
Pizarro en de inca’s
4
✘ de Romeinen
❍
❍ de Franken
Maak de zinnen af.
Atahualpa gaf de Spanjaarden in ruil voor zijn vrijheid
❍ de vikingen
¢
een kamer vol met
goud en zilver.
De Spanjaarden zeiden dat ze Atahualpa zouden vrijlaten, maar
ze vermoordden hem.
7
Deze soldaat was met een gids op zoek naar
Vierhonderd jaar geleden vond een archeoloog
goud. Maar de mannen kwamen nooit terug.
hen in een grot. Teken hier wat hij terugvond.
8
Kijk naar de vorige vraag. Schrijf op wat de archeoloog niet terugvond.
De archeoloog vond geen kleding, schoenen of vlees terug, want dat is
na honderden jaren vergaan.
De Nieuwe Wereld
47
Als je tijd over hebt, maak dan de opdrachten op deze bladzijde.
Pizarro en de inca’s
1
Schrijf op hoe deze mensen zich verplaatsten. En het pakje?
De incavrouw liep.
De mensen liepen.
De boer liep.
Spaanse edelman reed op een paard.
De incakoning werd gedragen.
De soldaat liep.
Het kindje werd gedragen.
Door mensen of een lama gedragen.
¢
48
De Nieuwe Wereld
∞
1
Handwerk van de inca’s
Waarvan maakten de inca’s de volgende dingen? Schrijf het eronder.
veren
hout, steen
wol
of brons
leer
2
leer en
een veer
hout
goud
klei
Vroeger en nu. Kleur de rondjes bij de goede antwoorden.
Gebruikten de inca’s het materiaal vroeger of gebruiken wij het nu?
ijzer
wol
plastic
leer
goud
hout
3
lesboek
pagina 42 43
vroeger
❍
✘
❍
❍
✘
❍
✘
❍
✘
❍
nu
✘
❍
✘
❍
✘
❍
✘
❍
✘
❍
✘
❍
Kleur het rondje bij het goede antwoord.
Als belangrijke inca’s doodgingen, werd er van hun lichaam een mummie
gemaakt. Welk volk had ook mummies?
❍ de Franken
✘ de Egyptenaren
❍
❍ de Romeinen
❍ de vikingen
De Nieuwe Wereld
49
Handwerk van de inca’s
4
De inca’s kenden het wiel niet.
Wat moesten ze daardoor allemaal zelf doen?
Bijvoorbeeld: Ze moesten alles zelf dragen. Pottenbakkers hadden
geen draaischijf.
5
Welke voorwerpen ken je uit de vorige lessen?
∞
de verentooi en de hoge, ronde Spaanse helm
Uit welke tijd komen de andere dingen?
De gladiatorenhelm komt uit de Romeinse tijd.
De vikinghelm komt uit de Middeleeuwen.
6
Kleur het rondje bij het goede antwoord.
De inca’s knoopten veel dingen aan elkaar, omdat
❍ ze dat mooi vonden.
✘ ze geen spijkers hadden.
❍
7
Kleur het rondje bij het goede antwoord.
De meeste messen van de inca’s waren gemaakt van:
✘ steen
❍
8
❍ brons
❍ koper
❍ goud
Kleur het rondje bij het goede antwoord.
In welke periode maakten mensen in Europa messen van hetzelfde
materiaal als de inca’s?
✘ in de prehistorie
❍
❍ in de Middeleeuwen
50
❍ ze veel touw hadden.
❍ ze daar goed in waren.
De Nieuwe Wereld
❍ in de oudheid
❍ in de vroegmoderne tijd
Als je tijd over hebt, maak dan de opdrachten op deze bladzijde.
Handwerk van de inca’s
∞
1
De inca’s konden niet schrijven. Toch hadden ze een manier om
informatie vast te leggen. Dat was de ‘quipu’ (spreek uit: kwie-poe):
een draad waaraan andere draden werden geknoopt. De draden hadden
allemaal verschillende kleuren. Iedere kleur beeldde iets uit.
Bijvoorbeeld rood voor schapen. De inca’s maakten dan evenveel knopen
in de rode draad als er schapen waren in het dorp.
Maak nu zelf een ‘quipu’ van je klas. Kleur de draden en teken er knopen
in. De draden hebben de volgende kleuren:
1 jongens: rood
2 meisjes: groen
3 leerlingen: blauw
4 meester: rood-wit gestreept; juf: groen-wit gestreept
5 dieren: geel
Bedenk voor de draden 6, 7 en 8 zelf dingen.
6
7
8
De Nieuwe Wereld
51
*
Samenvatting Ω De Nieuwe Wereld
Waar gingen de vijf lessen over?
Deze lessen gingen over de verovering van Zuid-Amerika door de
Spanjaarden. Je leerde over het leven van de azteken in Mexico en van
de inca’s in Peru. Je leerde over hun dagelijks leven, hun godsdienst en
hun cultuur. In deze lessen was je in de vroegmoderne tijd, de periode
van 1500 tot 1800.
䊴
50 v. Chr.
500
1500
1800
䊲
䊲
䊲
䊲
Prehistorie
Oudheid
Middeleeuwen
Vroegmoderne
tijd
Ontdekkers en hervormers: 1500 -1600
In het Boek van de Tijd zag je het verhaal van de verovering van het incarijk
door Pizarro.
52
les
1
les
2
Cortés en de azteken
In 1519 kwam Cortés met 500 soldaten in Mexico aan. Daar woonden de
azteken, het machtigste indianenvolk. Hun koning was Montezuma.
De azteken kenden geen paarden, kanonnen en geweren. Toen ze
de Spanjaarden zagen, dachten ze dat hun god Quetzalcoatl was teruggekomen. Dat was voorspeld.
De Spanjaarden waren alleen nog maar indianen tegengekomen die in
hutten in kleine dorpen woonden. Toen ze aankwamen in Tenochtitlan, de
hoofdstad van de azteken, waren ze verbaasd over de grote rijkdom. Het goud
van de azteken maakte de Spanjaarden hebberig. De soldaten van Cortés
veroverden grote delen van het azteekse rijk en doodden veel azteken.
Soldaten en landbouwers
In Tenochtitlan woonden zeker 100.000 mensen, maar waarschijnlijk nog
veel meer. De Spanjaarden waren verbaasd. Nog nooit hadden ze een stad
gezien met zoveel tempels en inwoners. In Europa zou er in zo’n grote
De Nieuwe Wereld
Moderne
tijd
S a m e n v a t t i n g Ω De Nieuwe Wereld
*
Twee azteekse krijgers
les
3
stad nooit genoeg eten en drinken voor zoveel mensen zijn. De azteken
voerden water naar de stad via aquaducten, net als bij de Romeinen.
Op chinampa’s (drijvende eilanden) en kaalgebrande grond verbouwden
ze maïs.
De azteken waren landbouwers, maar ook krijgers. Als ze op oorlogspad
gingen, veroverden ze niet alleen producten (voedsel, sieraden
enzovoort), maar ook gevangenen voor hun mensenoffers.
Iedere volwassen man moest meevechten. Bij hun strijd
maakten de azteken zoveel mogelijk lawaai. Hun
wapens waren van steen of hout. Met trommels
werden tekens doorgegeven.
In de tijd van Cortés waren de azteken het machtigste
volk in Mexico. Ze lieten andere stammen in hun gebied
Verentooi van een
belasting betalen en maakten veel krijgsgevangenen.
belangrijke azteek
De azteekse goden
De Spanjaarden geloofden in één god. De azteken geloofden in veel goden,
net als de Egyptenaren, de Romeinen en de Friezen. De hoofdstad
Tenochtitlan had veel tempels voor hun goden. Op sommige tempels
werden mensenoffers gebracht, bijvoorbeeld aan de god Huitzilopochtli,
de god van de zon en de oorlog. Ook Tlaloc, de god van de regen en de
vruchtbaarheid kreeg offers. De azteken geloofden dat de zon was ontstaan
toen een god in het vuur was gesprongen. Hij veranderde in de zon.
De zon kon alleen met bloed bewegen. De aarde kon alleen blijven leven als
de zon bloed van mensenoffers kreeg. Meestal werden krijgsgevangenen
geofferd.
Quetzalcoatl was de windgod. De azteken geloofden dat hij ook de landbouw en het handwerk had uitgevonden.
De Nieuwe Wereld
53
S a m e n v a t t i n g Ω De Nieuwe Wereld
Azteekse goden: Quetzalcoatl (wind), Tlaloc (regen, vruchtbaarheid), Huitzilopochtli (zon, oorlog)
les
4
*
Incabeeldje
les
54
5
Pizarro en de inca’s
De Spanjaard Pizarro was op zoek naar El Dorado, het goudland. Dat was
het rijk van de inca’s. Nu heet dat land Peru. Het rijk van de inca’s was net
als het Romeinse Rijk en het rijk van Karel de Grote verdeeld in provincies.
De provincies werden bestuurd door edelen. Net als de Romeinen had het
incarijk goede wegen. Als de inca’s nieuwe gebieden veroverden, werden
de zonen van de overwonnen heersers naar de hoofdstad Cuzco gebracht.
Daar werden ze opnieuw opgevoed. Het bestuur en het grote leger waren
erg duur. De inwoners betaalden daarom belasting in de vorm van werk
of diensten. Ze bewerkten het land, gingen in het leger, legden wegen aan
of waren koerier. De armste
mensen betaalden met luizen.
Toen de Spanjaarden kwamen,
was de oude incakoning net
overleden. Zijn twee zoons
Atahualpa en Huascar vochten
om de macht. Atahualpa won,
maar was niet sterk genoeg
voor de Spanjaarden. Die
namen hem in 1532 gevangen.
Een beroemde stad was
Machu Picchu. De ruïnes
Rond 1550 was dit deel van de wereld in Europa bekend.
bestaan nog steeds.
Handwerk van de inca’s
Inca’s waren goede handwerkslieden. Ze hadden een bloeiende
nijverheid. Met eenvoudige gereedschappen maakten ze prachtige
dingen. Zo werd een steen door de inca’s als hamer gebruikt.
Voorwerpen maakten ze van hout, been, metaal, leer, klei en
touw. Kleding maakten ze van katoen en wol. Verf maakten
ze van sappen van wortels, stengels en bladeren. Net als
de Egyptenaren maakten ze mummies van hun gestorven
leiders. De azteken en inca’s konden niet schrijven. Ze
tekenden hun boodschappen. Ze kenden wel een cijfersysteem.
De Nieuwe Wereld
Colofon
Hoofdauteur
Ron de Bruin
Illustraties binnenwerk
Ruud Bruijn
Wim Euverman
Fred de Heij
Eric Heuvel
Gerard Vroon
Kelvin Wilson
Foto's binnenwerk
David van Duynhoven, Reflections fotografie, Den Haag (p. 36)
Els van der Kolk, Breda (p. 18)
Rijksmuseum voor Volkenkunde, Leiden (p. 54)
Illustratie omslag
Ruud Bruijn
Foto omslag
Nick White
Medewerking lay-out
De Vonk, Tilburg
Redactie
TRC, Marinell Bruys, Wouw
Projectgroep Zwijsen
Els van der Kolk (projectleiding)
Linda Vogelesang (bureauredactie)
Mirjam Faessen (beeldredactie)
Harriëtte van den Heuvel (vormgeving)
Tessa Sponselee (productiebegeleiding)
Christa Hage (marketingadvies)
Jan van Wonderen (uitgever)
0 1 2 3 4 5 / 08 07 06 05 04 03 03
ISBN 90.276.8300.x
© Uitgeverij Zwijsen Educatief B.V., Tilburg
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of
enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze
uitgave is toegestaan op grond van artikel 16b Auteurswet 1912 j˚ het Besluit van 20 juni 1974, St. b. 351, zoals gewijzigd bij het
Besluit van 23 augustus 1985, St. b. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen
te voldoen aan de Stichting Reprorecht (Postbus 882, 1180 AW Amstelveen). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave
in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet 1912) dient men zich tot de uitgever te wenden.
De uitgever heeft getracht alle rechthebbenden te achterhalen. Indien iemand meent als rechthebbende in aanmerking te
komen, kan hij of zij zich tot de uitgever wenden.
Zwijsen
Download