The Three Principles, van Kyabje Gelek Rimpoche

advertisement
De ideale levenskunst
leven met een doel
DE IDEALE LEVENSKUNST
leven met een doel
2
INHOUD
VOORWOORD
5
INLEIDING
7
THE THREE PRINCIPLES, VAN KYABJE GELEK RIMPOCHE
9
SAMENVATTING
9
MIJN LEVENKUNST, GEÏNSPIREERD DOOR HET BOEDDHISME
14
VOORKOMEN VAN LIJDEN, ALS DOEL
VERSCHILLEN
HET BELANG VAN VERTROUWEN
STREVEN EN HECHTING: VERTROUWENS EN ANGSTEN
14
20
22
24
SAMENVATTING BOEDDHISME
30
FILOSOFEN OVER LEVENSKUNST
31
PETER BIERI
CHARLES TAYLOR
FRIEDRICH NIETZSCHE
FJODOR DOSTOJEVSKI
ROBERT MUSIL
31
33
36
38
40
VERGELIJKING
43
AUTHENTICITEIT
SAMEN OF ALLEEN
DE ALGEMENE MENING VAN DE DENKERS
HET BOEDDHISME TEGENOVER DE DENKERS
43
44
45
46
EEN KLEIN ONDERZOEKJE NAAR LEVENSKUNST
50
HET ONDERZOEK
50
3
DE RESULTATEN
SOORTGELIJK ONDERZOEK DOOR EEN HUMANISTIEK STUDENTE
CONCLUSIE VAN MIJN ONDERZOEK
52
56
57
EIGEN MENING OVER LEVENSKUNST
59
OMGAAN MET VRIJHEID
GELD ALS STREVEN
WAT IK NOG KAN LEREN VAN DE DENKERS
59
60
62
CONCLUSIE
64
DE RICHTING AANWIJZERS
HET MYSTERIE BLIJFT BESTAAN
64
64
NAWOORD
65
DANKWOORD
65
BRONNENLIJST
66
4
VOORWOORD
Ik ging nadenken over mijn onderwerp. Het moest een onderwerp zijn dat mij erg
boeide en waar ik veel mee bezig was. Ik ben een denker dus in mijn hoofd was ik met
genoeg dingen bezig. Sterker nog ik had heel veel dingen die mij boeiden. Geluk vooral,
een van de meest voorkomende vragen die ik mezelf stelde was: Hoe wordt ik gelukkig?
Maar ik was ook veel bezig met de vraag: Waarom zijn anderen anders dan ik?
Ik kom net uit mijn puberteit en ik ontdek steeds meer verschillen tussen mij en
anderen. Ik denk heel veel na, terwijl anderen bijvoorbeeld veel bezig zijn met school of
met sociale dingen. Dit zorgt voor veel botsingen. Soms vraag ik me af: “De belangrijkste
vraag die je jezelf kan stellen is toch: Hoe wordt ik Gelukkig? Waarom denken anderen
daar niet zo veel over na? Waarom houden zij zich zo weinig bezig met denken?”
Mensen die ik slecht begreep, waren mensen die zich veel met bezit en geld bezig
hielden. Ik weet nog een aantal discussies die ik met mijn vrienden hield over
kapitalisme en socialisme. M’n vrienden waren het niet eens met de hoge belastingen en
uitkeringen in Nederland. Ik dacht: “Wat is het probleem, is het zo belangrijk om veel
geld te hebben? Waarom willen jullie niet wat geld geven aan mensen die het moeilijker
hebben dan jullie?” De discussie is nog steeds niet afgerond. Binnen dit onderwerp
bleek een fundamenteel verschil tussen mij en sommige vrienden. Maar des te meer
werd mijn interesse opgewekt. “Waarom zijn zei zo anders?”
Ik had een aantal keren een onderwerp bedacht dat mij wel geschikt leek. Een van die
onderwerpen was: “de dwaasheid van het eigenbelang.” Een onderwerp wat mijn
vrienden erg bevooroordeeld vonden. Dat was het ook, daarom leek het mij beter om
opener te beginnen en niet met een conclusie. Daarbij kwam nog dat dit onderwerp niet
rechtstreeks met geluk te maken had. Als ik wat minder bevooroordeeld wilde zijn
moest ik mezelf afvragen: “Waarom zijn anderen anders dan ik?” Dan zou ik het ook
5
kunnen hebben over het eigenbelang, maar dan zonder vooroordelen. Dus dit ging ik
doen.
Ik had een gevoel dat alle mensen op de een of andere manier naar hetzelfde streven.
Mensen waren dus volgens mij wel allemaal verschillend, maar ze streefden naar
hetzelfde. Er kwam dus een vraag bij: “Waar streven we naar?”
Maar wat je doet als je ergens naar streeft is proberen iets te bereiken. Dus als je vraagt:
“Waar streven we naar?” stel je de vraag: “Wat willen we bereiken?”, oftewel: “Wat is
ons doel?” Maar waar ik eigenlijk ook geïnteresseerd in was, was de weg naar dat doel.
Dus niet: “Wat is ons doel?”, maar ook: “Hoe bereiken we ons doel?” Want we kunnen
het over het doel eens zijn, maar toch in de weg ernaartoe erg verschillen. Omdat
verschillen tussen mensen een belangrijk thema van mijn werkstuk moest worden
wilde ik ruimte voor dit thema houden in mijn hoofdvraag.
Toen ik eindelijk doorhad dat dit de vragen waren die ik mezelf wilde stellen, omdat ik
inzag dat deze vragen al mijn andere vragen omvatte, kon ik ze nog wat opleuken met
mooie woorden en bundelen en is het uiteindelijk geworden: “Wat is de ideale
levenskunst?” Want een levenskunst bevat een doel en een weg ernaartoe. Omdat ik
opzoek ben naar de ideale levenskunst zal ik ook verschillende levenskunsten moeten
behandelen en daardoor ontdekken waar verschillen tussen mensen ontstaan.
6
INLEIDING
Het leven heeft geen duidelijke zin. Geluk vinden is wat iedereen wil en waar je veel
houvast aan kan hebben. Maar waar je geluk vindt is niet voor iedereen gegeven. Soms
is het alsof je in een hele grote berg zand opzoek gaat naar je verloren knikkers. Je weet
totaal niet waar je moet beginnen en je graaft gewoon wat tot je iets op het spoor komt.
Ik denk dat het eerste wezentje op aarde in zo’n situatie was. Maar mensen kunnen zich
ook zo voelen, als het leven hun in de steek laat.
Maar als je op een goede manier leeft wordt het leven toch geen blinde zoektocht. Om
het leven zin te geven is het belangrijk een bepaalt doel na te streven. Met een doel voor
ogen weet je of wat je doet wel zin heeft. Maar de vraag is hoe we dat doel het beste
kunnen bepalen en hoe we met het doel moeten omgaan. Deze zoektocht noem ik de
zoektocht naar een ideale levenskunst. Met andere woorden, een zoektocht naar een
manier van leven die de hoofdpersoon van dat leven het beste staat.
Mijn doel is niet om de ideale levenskunst te vinden. Mijn doel is om daar naar te zoeken
en een overzicht te maken van wat ik en de wereld daar over hebben te vertellen. In
mijn werkstuk zal het volgende duidelijk worden. Als ik zeker zou zijn over een
antwoord op deze vraag, zou ik mijn levens doel al hebben bereikt.
In mijn zoektocht zal ik het hebben over mijn grootste inspiratiebron op het gebied van
levenskunst, het boeddhisme. Verder behandel ik vijf filosofen die iets te vertellen
hebben over levenskunst. Dan vergelijk ik deze filosofen met elkaar en met het
boeddhisme. Als laatste ga ik de levenskunst van mijn sociale omgeving onderzoeken
doormiddel van één interessante vraag. Door de inzichten die ik krijg door het stellen
van die vraag zal ik dan kijken of ik gelijkenissen met de eerder behandelde
levenskunsten kan vinden.
7
Als ik die zoektocht heb voltooit ga ik kijken op wat voor manier die zoektocht mij dan
weer kan inspireren in mijn leven. Ik hoop dat ik mij en mijn lezers zal helpen het juiste
pad van het leven te vinden.
8
THE THREE PRINCIPLES, VAN KYABJE GELEK RIMPOCHE
Sinds september ben ik me aan het verdiepen in het boeddhisme. Ik lees een boek: The
Three Principles, van Kyabje Gelek Rimpoche. Het boek is eigenlijk een serie lezingen
die deze Rimpoche heeft gegeven en die letterlijk zijn opgeschreven vanuit een opname.
Het boek behandeld de drie hoofdzaken van het pad naar de verlichting. De verlichting
is een staat waar de mens volgens het boeddhisme geen lijden meer zal ondervinden.
Het ultieme doel van alle mensen.
SAMENVATTING
W AT IS DE OPDRACHT
Het boek begint met uit te leggen wat spirituele ontwikkeling volgens het boeddhisme is.
Spirituele ontwikkeling betekent met aandacht naar je geest kijken. Dat is de
belangrijkste opdracht voor een boeddhist. Je kijkt daarbij naar hoe je geest reageert op
dingen. Waarom heb je die of die motivatie? Waarom die of die gedachte? Door hier op
te letten ontwikkelt je geest een grotere mate van alertheid. Volgens het boeddhisme is
het ontwikkelen van je geest het voornaamste dat telt in het leven. Je wordt geboren en
je sterft met lege handen. Wat je overhoudt is je geest, die daarna reïncarneert. Je geest
is dus alles wat door gaat na je leven. Het enige waardevolle in dit leven is dus je geest
W IE LEIDT ONS DE WEG
Boeddha heeft de weg naar de volmaakte geest gevonden. Hij kan dus ook ons de weg
daar naartoe wijzen. Boeddha heeft met aandacht naar zijn geest gekeken, daarbij
probeerde hij in het hier in nu te leven. Door in het hier en nu te leven werd zijn geest
niet afgeleid door het verleden en het heden en de emoties die daardoor loskomen. Hij
vertelt dat ieder mens zonder er zich van bewust te zijn negativiteit heeft opgebouwd
die zijn geest verstoord. Negativiteit betekent alles wat schade berokkend met
betrekking tot jezelf en tot anderen. Een persoon kan die negativiteit omzetten in
positiviteit door liefde en compassie op te bouwen voor zichzelf en voor anderen.
9
Z OEK JE JUISTE TOEVLUCHT
Door de aandacht voor je geest, kan je de werkelijke oorzaken van je problemen
ontdekken. Je zal beter gebruik maken van je levenspad. Je zal onderscheid maken
tussen wat je echt nodig hebt in je leven en wat niet. De voornaamste belemmeringen in
ons leven zijn gehechtheid en afkeer, dat zal later in het boek duidelijk worden. Het ik
erg wenselijk dat je een levensvorm kiest waarin het voor jou mogelijk wordt om je
manier van leven te veranderen. In de maatschappij worden we vaak belemmerd door
afkeer, gehechtheid en onwetendheid. Dat we belemmerd worden betekent dat we
lijden. Als je je regelmatig terugtrekt uit de maatschappij, is het makkelijker om je eigen
lijden te observeren en dus je afkeer, gehechtheid en onwetendheid te verminderen. Als
boeddhist ga je op zoek naar de werkelijke oorzaken van je belemmeringen en je lijden.
Je zal tijd moeten besteden aan denken en mediteren, want oorzaken van lijden kunnen
heel diep zitten.
V ERDWAALD DOOR VERLEIDINGEN
In de westerse maatschappij lopen we steeds achter onze korte termijn behoeftes en
verplichtingen aan. Daardoor nemen we geen tijd voor spirituele ontwikkeling. Maar
door spirituele ontwikkeling komen we van ons echte lijden af. Dat is de enige manier
om te bereiken wat boeddha behaalde.
I EDEREEN KAN ZICHZELF ONTWIKKELEN TOT BOEDDHA
We moeten naar binnen kijken omdat de potentie van het boeddhaschap al in ons is. We
hoeven dus niet te luisteren naar wat een of andere grote meester ons vertelt, we
hoeven alleen maar onze potentiele boeddha de ruimte te geven. Het is dus belangrijk
om vaak in de spiegel te kijken en aan jezelf te werken. De ware strijd die we moeten
voeren is de strijd met onszelf. We gaan zelf op pad, een leraar is slechts een gids die
adviezen geeft
O VERTUIG JEZELF
10
Om op weg te kunnen gaan volgens het pad dat het boeddhisme ons wijst moeten we
onszelf eerst overtuigen dat dit echt is wat we willen. We moeten beseffen dat we echt
bevrijd willen worden van alle lijden. Dat is het doel van alle mensen, dat doel zit al in je.
Je moet jezelf verzekeren dat dat doel het enige is wat je wilt. Als je jezelf hebt overtuigd
dan weet je ook waarom je het wilt, dan heb je de juiste moraal.
D E WARE AANPAK IS DE AANPAK VAN DE OORZAAK
Het boeddhapad lijkt lang en onhandig, maar je zult zien dat het de juiste aanpak is
want het doet niet aan symptoombestrijding, het pakt de dingen fundamenteel aan. Hoe
moeilijk het ook lijkt, om lijden echt te laten verdwijnen, moet je de fundamenten
aanpakken, de diepste oorzaken. Zie de Boeddha als gids, maar wees altijd op je hoede,
want je kan boeddha ook verkeerd interpreteren, denk daarom goed na bij wat je doet,
het is jouw leerweg dus jij moet het doen.
K ARMA IS DE OORZAAK VAN HET ONOPHOUDELIJKE LIJDEN
Als er een oorzaak voor een probleem is dan zal die oorzaak niet verdwijnen tot dat jij
er iets aan doet. Je bent dus zelf verantwoordelijk voor de dingen die je pad kruisen.
Geloven in het lot daar doen boeddhisten niet aan. Niks is er zomaar, alles heeft een
oorzaak. Boeddhisten noemen oorzaak-gevolg karma. Karma dat problemen
veroorzaakt noemen ze negatief karma. Je kan negatief karma omzetten in positief
karma door je problemen te bespieden en ze dan bij de oorzaak te bestrijden.
H ET LIJDEN VOORKOMEN OP TERMIJN IS NIET DE WEG OM VAN LIJDEN VERLOST TE WORDEN
Lijden is een belangrijk begrip in het boeddhisme. Het wordt heel ruim geïnterpreteerd.
Lijden is het fysieke en het mentale lijden. Maar lijden is ook lijden doordat alles
verandert. Je kan gelukkig zijn en dus niet lijden terwijl je toch niet verlost bent van al je
lijden. Materiële zaken kunnen ons op een bepaalde manier bevredigen, maar dat
betekent niet dat die bevrediging eeuwig zal duren, want materie is vergankelijk. Dit
noemen boeddhisten ook wel lucky karma. Dat betekent dat je positieve oorzaken hebt
gecreëerd, zonder de motivatie te hebben om uit de “samsarische cirkelgang” te komen.
11
Samsara is je toestand waar je bent als je nog niet bevrijd bent van al je lijden. Zolang je
niet bevrijd bent zal je blijven lijden en ook binnen samsara reïncarneren. De
samsarische cirkelgang is dus het herhalende lijden dat we ervaren door ons negatieve
karma.
D E VERVORMDE ZIENSWIJZE
De grote veroorzaker van ons lijden is onze vervormde zienswijze op de dingen. We
hebben allerlei emoties, zoals angst, woede, verdriet enz., die ons veel stress geven in
ons leven. We nemen te weinig afstand van ons leven. Door de stress van onze emoties
creëren we schijnzekerheden, waar we ons aan vastklampen. We streven dus naar
dingen die niet het echte ding zijn waar we naar moeten streven en verspillen onze
energie aan die dingen. Als we ons niet af gaan vragen wat nou echt het doel is waar we
naar streven komen we ook nooit bij dat doel. Om te ontdekken wat we nou echt willen
en wat gekleurd is en vervormd door emoties, moeten we de manier waarop we naar
dingen kijken observeren en analyseren. Wat is projectie van jezelf? Wat is
werkelijkheid?
J E BENT NIET ALLEEN OP DEZE WERELD
Het voorgaande was allemaal gericht op je eigen ontwikkeling. Volgens deze
boeddhistische stroming is het het belangrijkste om eerst jezelf goed te ontwikkelen
voordat je anderen goed kan helpen. Toch richt dit beginnersboek niet al zijn aandacht
op de ontwikkeling van jezelf. Het leert ons ook dat het tegelijkertijd ook belangrijk is
dat we beseffen dat we de ander ook willen helpen. Dit kan onszelf namelijk ook enorm
helpen in onze spirituele ontwikkeling. We moeten onszelf kunnen zien te redden in de
maatschappij anders zullen we dat nooit kunnen in de spirituele wereld. We moeten dus
ook tijd besteden aan omgang met anderen. De tweede hoofdzaak, naast je streven om
zelf vrij te worden van lijden, is het ontwikkelen van de altruïstische houding. Dat
bekent dat je anderen wezens net zo veel zorg gunt als jezelf.
D E WEG NAAR DE ALTRUÏSTISCHE HOUDING
12
Waar je mee kan beginnen als je de altruïstische houding wilt bereiken is het zorgen
voor je naasten waar je van houdt. Wees betrokken in hun leven en zorg voor hen zoals
je voor jezelf zorgt. Breidt deze betrokkenheid geleidelijk uit naar mensen die verder
van je vandaan staan, totdat je liefde en compassie voelt voor ieder levend wezen.
Uiteindelijk zal je willen dat iedereen minder lijdt en dat zal je altijd willen. Om de
altruïstische houding te kunnen ontwikkelen, zal je eerst onder ogen moeten zien dat je
vrienden en je vijanden creaties van je geest zijn. Ze zijn je vriend of je vijand
afhankelijk van de mate waarin ze voldoen aan de normen die jij op een bepaalt
moment stelt. Maar die normen zijn tijdelijk door jou gesteld. Dus je zal in moeten zien
dat er geen vrienden of vijanden voor altijd zijn, het is allemaal maar aan tijd gebonden.
Een houding waarin je inziet dat niemand vriend of vijand is noemen we
gelijkmoedigheid.
D E GROTE VEROORZAKER
De grote veroorzaker van alle lijden is de big boss in jezelf, oftewel je ego. Hij is degene
die je emoties aan stuurt en je een filter voor de wereld houd. Hij zorgt ervoor dat je
jezelf los van de wereld en je medemens ziet. Daardoor zie je niet dat je in werkelijkheid
één bent met alles. Als het je lukt om in te zien dat je ego een illusie is, dan zal je dat een
hele hoop helpen om van samsara verlost te kunnen worden. Het is een stap in de
richting van de wijsheid die de wortel van samsara kan bestrijden. Om deze wijsheid te
verkrijgen zal je in moeten zien dat alle leeg is. Leegte is een heel abstract begrip dat je
vooral niet verkeerd moet interpreteren. Het inzicht van de leegte is een van de
moeilijkst verkrijgbare inzichten.
De samenvatting van dit boek is gecontroleerd door de leraar van wie ik een cursus
krijg over dit boek, Peter van Wanrooij.
13
MIJN LEVENKUNST, GEÏNSPIREERD DOOR HET BOEDDHISME
Wat ik in dit hoofdstuk schrijf heb ik niet uit een boek, het is mijn eigen theorie. Het is
wel geïnspireerd door het boeddhisme, maar ik kan niet zeggen dat wat hier staat in een
boek is geschreven. Ik wil hiermee laten zien wat er volgens mij goed is aan de
boeddhistische levenskunst. Ik noem het mijn eigen levenskunst omdat ik dingen die ik
hier beschrijf probeer toe te passen in mijn leven. Het is nog niet zo dat ik me kan
identificeren met de manier van leven die ik hier omschrijf, maar ik zie het wel als een
potentiële levenskunst.
VOORKOMEN VAN LIJDEN, ALS DOEL
HET ONEINDIGE GELUK
Als we een doel hebben dan is dat altijd omdat we na het bereiken van dat doel minder
lijden ervaren dan zonder dat we dat hebben bereikt. Op weg naar dat doel nemen we
leed, pijn, moeite en stress op de koop toe omdat we verwachten erna minder te lijden.
We streven dus uiteindelijk allemaal naar de afwezigheid van lijden en dat noem ik het
oneindige geluk.
WAT IS DAN LIJDEN IN DEZE CONTEXT ?
Lijden in het westerse denken betekent dat iemand pijn heeft. Dat kan fysiek zijn, zoals
pijn, vermoeidheid en ziekte, maar ook mentaal, zoals stress, angst, moeite en wanhoop.
Beide vormen van lijden hebben de eigenschap dat een persoon ze alleen wil ondergaan
met het doel erna minder te lijden. Dat betekent dus ook dat de persoon als doel heeft
het lijden te stoppen. Het zal nooit voorkomen dat een persoon meer wil lijden als dat
niet is om in een hoger doel minder te lijden. Een mens heeft als doel het lijden te
vermijden en te laten verdwijnen. Het belangrijkste doel van het leven is steeds hiertoe
te herleiden. Simpelweg omdat een mens altijd liever minder lijden heeft. Ik zal dit
duidelijker maken door een voorbeeld te geven. Ik neem een ding waar ik momenteel in
14
mijn leven het meeste mee bezig ben. En dat is school. Ik stel me de vraag: Waarom ben
ik hier mee bezig?
Ik ga elke dag naar school om te leren over wat de mens over de wereld heeft ontdekt.
Dit wil ik leren zodat ik later andere mensen kan vertellen over wat ik heb geleerd. Dit
zal ik hoofdzakelijk in mijn beroep doen. Dat ik een beroep heb betekent dat ik ergens
gespecialiseerd in ben. Ik ben daarin gespecialiseerd omdat daarin mijn kwaliteiten het
beste naar voren komen. Doordat mijn kwaliteiten het beste naar voren komen, zal de
wereld meer aan mij hebben. De wereld zal dus veel van mij kunnen vragen, omdat ik
mijn waarde efficiënt naar voren kan brengen.
Als de wereld meer aan mij kan vragen, kan ik de wereld beter helpen. Daardoor kan ik
meer van de wereld krijgen, want voor wat hoort wat. Als ik meer van de wereld kan
krijgen betekent dat dat ik beter in bepaalde behoeftes kan voorzien. Behoeftes zoals
eten, huisje boompje beestje, vakantie enz. Al deze dingen zullen uiteindelijk leiden tot
minder lijden. Eten zal het lijden aan honger laten verdwijnen. Huisje boompje beestje
zal een vertrouwde omgeving geven. Vertrouwen geeft je houvast, dus minder lijden
aan onzekerheid en angst. Vakantie geeft je variatie in je omgeving dus minder lijden
aan verveeldheid.
Ik zit nu dus eigenlijk op school om later beter lijden te kunnen voorkomen. Hierbij is
het dus belangrijk om te beseffen dat preventief lijden voorkomen, ook hoort bij lijden
voorkomen.
Ik hoop dat ik hiermee aannemelijk heb gemaakt dat alles wat ik doe, en dus
waarschijnlijk alles wat een mens doet, bedoeld is om minder te lijden.
Nu wil ik duidelijk maken dat alles wat een mens doet niet bedoeld is om onmiddellijk
minder te lijden, maar om ooit minder te lijden.
Het is namelijk wel zo dat ik ook lijd aan school. Ik moet veel huiswerk maken en
daarbij vaak denken over dingen die is niet bijzonder interessant vind. Als ik nu zo snel
15
mogelijk minder zou willen lijden, zou ik stoppen met school en van het leven genieten
door dingen te doen waar ik minder aan lijd. Maar er is een kans dat als ik nu stop met
school, dat ik dan later meer zal lijden. Omdat ik dan dus minder in mijn behoeftes kan
voorzien doordat ik mijn kwaliteiten niet naar voren kan laten komen in een beroep. Ik
heb dus een soort overweging gemaakt, tussen nu meteen minder lijden en straks
minder lijden met de mogelijkheid mijn lijden nog meer te beperken dankzij mijn
specialisatie. Van school kom ik toch wel af, met of zonder diploma. Maar mijn streven is
om ooit minder te lijden en met diploma heb ik meer mogelijkheden om minder te
lijden. Ook al kost de diploma meer lijden dat school met zich mee brengt, ik wil toch te
moeite doen om hem te krijgen, omdat door de extra investering uiteindelijk minder zal
lijden.
Ik moet dus nog concluderen dat bij het streven naar minder lijden tijd geen rol speelt.
Alles wat we doen is om ooit minder te lijden.
HOE WE LIJDEN VOORKOMEN: LEREN
Lijden is er door onwetendheid. Zonder onwetendheid zal lijden niet meer bestaan. Dat
wil ik in dit hoofdstuk beargumenteren.
Als je weet dat iets jou uiteindelijk meer laat lijden zal je het niet doen. We moeten
hierbij wel rekening houden met het feit dat je soms een pad kiest dat je tijdelijk meer
lijden zal bezorgen en dat het toch het juiste pad kan zijn, omdat dit pad jouw
uiteindelijk minder lijden zal bezorgen. Denk hierbij aan het voorbeeld dat ik het laatst
gegeven heb, ik heb ervoor gekozen om mijn school af te maken, terwijl ik onder school
lijd. Omdat een diploma er uiteindelijk voor zal zorgen dat ik minder lijd wil ik school
afmaken.
Voorbeeld: Ooit is het ook bij mij begonnen: Drinken. Mede dankzij onwetendheid. Ik
was benieuwd hoe het voelde om wat losser te worden door alcohol. En het gaf me ook
een goed gevoel. Dus na de eerste keer kwam een tweede. Na de tweede keer een derde.
Na een aantal keer bleef het niet bij één drankje, ik wilde deze ervaring nog intensiever
16
ervaren. Het voelde nog goed, tot ik door begon te krijgen dat dat slome gevoel, van de
dag erna écht door de drank kwam. Brakheid bestond dus ook voor mij, besefte ik. En ik
leed er onder. Ik had dus de ervaring van brakheid nodig om minder te gaan drinken.
Het lijden aan de brakheid bestond dus dankzij mijn onwetendheid ervan. Als ik het
gevoel van brakheid al kende was ik niet zoveel gaan drinken dat ik er onder ging lijden.
Het is dus zo dat een oorzaak van lijden onwetendheid is.
Maar onwetendheid kan juist ook de oorzaak van minder lijden zijn. Toen ik de
brakheid nog negeerde. Toen dacht ik nog: O ik ben gewoon wat slomer daar kan ik niet
zo veel aan doen. Ik leed toen minder, omdat ik nog niet wist dat mijn keuze voor drank
voor die sloomheid had gezorgd. Toen ik doorkreeg dat ikzelf verantwoordelijk was
voor die sloomheid begon ik meer te lijden. Ik was zo stom geweest om te veel te
drinken. En niet te luisteren naar de mensen die al eerder hadden verteld over hun
brakheid. Ik leed onder de wetenschap dat ik al een aantal keren de onverstandige
keuze had gemaakt om te gaan drinken. Dankzij de onwetendheid over brakheid leed ik
minder aan het feit dat ik niet goed voor mij zelf kon zorgen.
Onwetendheid kan zorgen voor meer lijden, maar het kan er ook voor zorgen dat lijden
tijdelijk wordt voorkomen.
Het boeddhisme vertelt dat lijden alleen bestaat dankzij onwetendheid. Het feit is dat ik
zelf verantwoordelijk was voor mijn sloomheid. Alleen dat ik dat nog niet doorhad. Het
feit is ook dat ik leed onder die sloomheid en dat ik er dus vanaf wilde. Ik kon niks aan
het lijden doen zolang ik niet wist waar de sloomheid vandaan kwam. Omdat ik van het
lijden af wilde moest ik de oorzaak ervan vinden. De oorzaak was ikzelf. Ik moest dus
wel ontdekken dat ik niet goed voor mezelf zorgde. Het lijden aan mijn slechtheid was
de enige weg om van mijn sloomheid af te komen. Want de enige oorzaak van mijn
slechtheid was ikzelf. Onwetendheid kan het beetje lijden dus wel voorkomen. Maar
omdat onwetendheid de oorzaak van al het lijden is, heeft de verdwijning van
17
onwetendheid toch de prioriteit. Dat beetje lijden kan dus de prijs zijn om achter de
oorzaak van lijden te komen.
Nadat we achter die oorzaak zijn, kunnen we ons aanpassen zodat de oorzaak van lijden
verdwijnt. De ontkenning van niet weten (onwetendheid) is weten. Als je niet weten dus
omzet naar weten, verdwijnt de onwetendheid en daarmee wordt er een mogelijkheid
geschept om het lijden ook te laten verdwijnen. Het omzetten van niet weten naar
weten heet leren.
EEN NADEEL VAN LEREN
Een gesprek met mijn vader leidde ertoe dat ik onzeker werd dat leren altijd goed voor
je is. Wat als er een oorzaak van lijden is die niet te vermijden of te veranderen is? Wat
heb je er dan aan om achter te waarheid te komen en dus je niet weten om te zetten in
weten? Dit is een probleem bij veel dokters als ze erachter komen dat een patiënt een
ongeneeslijke ziekte hebben. Dit is een moeilijke kwestie. Aangezien je bij deze kwestie
na moet gaan denken over wat je na je dood nog aan je leven hebt. Wat maakt het nou
uit of je voor je dood leert omgaan met de dood of dat je niets vermoedend verder leeft
tot je dood. Leren omgaan met de dood kan een grote invloed op je dagelijks leven
krijgen. Een invloed die niet altijd minder lijden met zich mee brengt. Wie kan ons dan
vertellen wat voor voor- of nadelen dat leren omgaan met de dood met zich mee brengt
na de dood. Ik kan daar helaas moeilijk een antwoord op geven. Ik kan het alleen
beschouwen.
Het boeddhisme zegt dat een mens na de dood reïncarneert en dat hij verder leeft op
aarde. Dat betekent dus dat een persoon alles wat hij of zij heeft geleerd of heeft ervaren
kan bewaren tot zijn of haar volgende leven. Dit is een theorie die ik steeds
aannemelijker vind. Ik kan helaas niet helemaal rationeel verklaren waarom. Maar
omdat lijden ons dwingt tot leren, omdat lijden nou eenmaal iets is wat we willen
voorkomen, lijkt het dat leren bij het doel van het leven hoort. Een theorie die mij
vertelt dat we een soort geheugen houden na de dood, geef ik daarom veel vertrouwen.
18
Dan is het leren niet voor niets geweest. Reïncarnatie betekent dus ook dat leren
omgaan met de dood een goed streven is, terwijl je weet dat je binnen een korte tijd
dood gaat. In een leven volgens het boeddhisme heeft leren volgens mij geen nadelen,
de realiteit onder ogen zien zou dus geen kwaad kunnen. Als leren betekent dat je moet
lijden, is dat lijden volgens het boeddhisme niet te voorkomen. Als je nu niet leert
omgaan met de dood dan zal je in een volgend leven moeten leren omgaan met de dood.
Leren moet je toch.
WAARVAN KUNNEN WE LEREN
De wereld is waar we leven. Met de wereld bedoel ik alles wat ons kan beïnvloeden
binnen een aards bestaan. Alle oorzaken van lijden liggen dus in deze wereld. Als iets
ons niet kan beïnvloeden kunnen we er ook niet aan lijden. Dus de onwetendheid die ik
in de vorige alinea heb behandeld is onwetendheid over deze wereld. Dus als we iets
leren, leren we over deze wereld. En als we de oorzaken van lijden zoeken, moeten we
die zoeken in deze wereld.
Leren = De wereld ontdekken = Een doel
Leren bestaat uit kennis en ervaring opdoen. Als wij willen leren over deze wereld,
moeten we kennis en ervaring opdoen over deze wereld. Daar kunnen we aan komen
door gewoon op verkenning te gaan en doormiddel van vallen en opstaan wijs te
worden. Dat is hoe de eerste mens op aarde te werk zou zijn gegaan. Maar er zijn nog
meer dingen waar we als individu van kunnen leren. Dat zijn onze medemensen en zelfs
onze mede aardbewoners. Want zij hebben dankzij hun levenservaring ook geleerd van
de wereld en door hun te observeren kunnen wij ook leren. Eigenlijk is dat hetzelfde als
hoe de hersencellen van een individu samen werken. Die geven informatie over door
dat de een de ander observeert. Alleen wordt het vaak niet observeren genoemd als het
over hersencellen gaat. Omdat wij zoveel leren van onze mede aardbewoners is het
interessant om in te gaan op hoe dat leer proces plaats vindt.
19
Daarom gaan we eerst in op onze verschillen en hoe de mens daarmee omgaat.
VERSCHILLEN
Hier behandel ik een probleem waar veel mensen last van hebben. Het is dus een grote
veroorzaker van lijden. Ik vertel eerst hoe deze vorm van lijden volgens mij in elkaar zit.
Dan laat ik zien hoe we er het beste mee om kunnen gaan.
HOE ONTSTAAN VERSCHILLEN?
Om erachter te komen waarom anderen anders zijn, wil ik weten hoe de verschillen
tussen mensen zijn ontstaan.
Voorbeeld: Pieter en Jan zijn gelijk, ze hebben geen verschillen. Ze komen op de wereld
en ze moeten een andere positie innemen. Ze kunnen niet op dezelfde plaats staan want
ze zijn niet één. Dus ze zijn op een andere plaats en worden op een andere manier
beïnvloed, want geen plaats is identiek aan een andere. Pieter en Jan kunnen niet meer
hetzelfde blijven, ze worden anders beïnvloed.
Dit voorbeeld laat duidelijk zien dat verschillen niet te voorkomen zijn. Onze opdracht is
dus niet om verschillen te voorkomen, maar om te leren omgaan met verschillen.
WAT BETEKENEN VERSCHILLEN VOOR ONS ?
We streven allemaal naar geluk en we zijn allemaal verschillend. We streven dus
allemaal vanuit een andere positie naar hetzelfde. We moeten dus andere handelingen
verrichten om dit geluk te bereiken, zo ontstaan verschillen in handelingen.
Levens zijn heel complex, verschillen zijn veel groter dan ik hier omschrijf. Zo kan elk
persoon een heel spectrum maken van personen die op hem/haar lijken en die veel van
hem/haar verschillen. Er zijn hele groepen mensen die op elkaar lijken en dus dezelfde
handelingen kunnen verrichten om gelukkiger te worden. Zo kunnen er groeperingen
ontstaan van mensen die elkaar kunnen helpen omdat ze bepaalde dingen gemeen
hebben.
20
In deze groepen is er altijd een leider en een volger. De een heeft ervaring met iets en de
ander moet die ervaring nog opdoen. Het kan zijn dat er een groep is met altijd dezelfde
leider, de leider is dan een stuk verder ontwikkeld dan de rest. Denk aan de leraar
leerling verhouding. Het kan ook zijn dat er een groep is waar de leider en volger rollen
voortdurend wisselen, denk aan een vrienden groep.
WAAROM BLIJVEN VERSCHILLEN STAND HOUDEN ?
Je zou denken: als twee personen een andere positie innemen dan kunnen ze toch
gewoon aan elkaar vertellen hoe het is om in hun positie te staan. Zo komen we bij het
volgende punt. Mensen beschikken niet over een oneindig groot bewustzijn. Als
verschillen klein zijn kunnen mensen die verschillen wel overbruggen met
communicatie. Maar hoe groter verschillen worden hoe meer problemen er komen met
de capaciteit van ons bewustzijn
WAT IS HET ONDERBEWUSTE?
Een mens is zich niet volledig bewust van alles. Er zit een filter tussen een mens en de
reële wereld. Wat we door het filter zien is waar we bewust van zijn. Wat we door het
filter niet kunnen zien is het onderbewuste. We worden steeds beïnvloed door van alles
in de wereld. Voor een deel kunnen we met ons bewustzijn waarnemen wat ons
beïnvloedt, maar voor een deel ook niet.
VERSCHILLEN IN HET ONDERBEWUSTE
Tussen mensen kunnen verschillen in het bewuste zijn. Maar er kunnen ook verschillen
in het onderbewuste zijn. Verschillen die in het bewuste zitten zijn helder. Maar om een
verschil te begrijpen moet men de oorzaak van het verschil ontdekken, dan kan men
beslissen of men zich moet aanpassen. Doordat het bewuste op een gegeven moment
overgaat in het onderbewuste zijn veel oorzaken van verschillen tussen mensen niet
helder. Dit is de oorzaak als mensen elkaar niet begrijpen.
21
V OORBEELD
Pieter gaat op een paal zitten en kijkt
naar de horizon. Hij ervaart hoe
groot de wereld is. Jan loopt weg
en begint de dichtstbijzijnde heuvel
te beklimmen. Jan doet een grote
inspanning en voelt de pijn ervan. Pieter
ervaart de weidsheid van het landschap en
ziet alle mogelijkheden die voor hem liggen.
Als Pieter en Jan elkaar later weer tegenkomen zegt Jan:
“Poeh ik ben moe, ik wil uitrusten.”
“Maar waarom,” zegt pieter, “de hele wereld ligt voor ons en jij wilt uitrusten.”
Pieter kan Jan niet begrijpen, want Jan kan zijn inspanning niet in woorden uitdrukken.
Maar andersom begrijpt Jan niet waarom pieter zo optimistisch is over de wereld.
HET BELANG VAN VERTROUWEN
Mensen vinden het belangrijk dat ze kunnen vertrouwen op hun medemens. Waarom?
Mensen hechten het meest aan hun eigen mening. Want dat is de enige mening die zij
hebben doorgrond en waar ze het mee eens zijn, ze hebben hem tenslotte zelf gevormd.
Als er een andere mening zou zijn die zij zouden doorgronden en als ze daarmee dan
nog mee eens zijn, dan zou die mening veranderen in hun eigen mening. Dus hieruit
volgt dat de eigen mening de mening is waar een persoon het meest op vertrouwt. Een
persoon die het dus eens is met die mening krijgt vertrouwen van jou.
GEVOLG VAN VERSCHILLEN
Mensen die op elkaar lijken begrijpen elkaar meer. Maar mensen die minder op elkaar
lijken hebben meer verschillen en ook grotere verschillen, met oorzaken die dieper in
22
het bewustzijn liggen. Door de diepte van de oorzaken kan het zijn dat deze in het
onderbewuste liggen. Dit zorgt dan voor onbegrip. Want dat de oorzaken van de
verschillen in het onderbewuste liggen betekent dat mensen niet begrijpen waarom die
verschillen er zijn.
Onbegrip zorgt voor het wegblijven van vertrouwen. Dat mensen elkaar niet begrijpen
betekent dat ze de moraal van elkaars handelen niet snappen. Dat zorgt ervoor dat ze
minder gaan vertrouwen op elkaars handelen. Want personen vertrouwen elkaar omdat
ze weten dat ze allebei hetzelfde doel voor ogen hebben. Doordat ze hetzelfde doel voor
ogen hebben kunnen ze elkaar van dienst zijn anders zullen ze elkaar alleen maar
tegenwerken. Onbegrip zorg er dus voor dat personen elkaar niet vertrouwen.
WAAR HEBBEN WE VERTROUWEN VOOR NODIG?
Met het vertrouwen van Pieter kan Jan sneller hulp krijgen van Pieter. Pieter moet
namelijk vertrouwen in Jan krijgen om hem te willen helpen. Door wederzijdse hulp kan
respect ontstaan. Deze respect kan uiteindelijk zorgen voor een goede samenwerking
tussen twee mensen, ook wel vriendschap genoemd.
WAT IS HET VOORDEEL VAN VRIENDSCHAP ?
Vertrouwen zorgt voor vriendschap en vriendschap zorgt ook weer voor vertrouwen.
Mensen hebben vertrouwen in elkaar omdat ze denken dat ze dezelfde moraal hebben.
Dat betekent dat ze denken dat ze naar het zelfde doel streven. En dat betekent dat ze
elkaar kunnen helpen om dat doel te bereiken en elkaar niet tegen zullen werken. De
grootte van het vertrouwen is gelijk aan de grootte van de vriendschap. Vertrouwen
zorgt er ook voor dat mensen elkaar gaan indelen in een spectrum van vriend tot vijand.
Nu wil ik graag weer terug komen op ons doel, dat was om de wereld te ontdekken. De
vraag is of we door die indeling van mensen in het spectrum van vriend tot vijand het
doel om de wereld te ontdekken wel zo efficiënt mogelijk na streven. Deze indeling is
een kwestie van hechting en afstoting. De vraag is wat brengt hechting en afstoting ons?
23
STREVEN EN HECHTING: VERTROUWENS EN ANGSTEN
HET GEVAAR VAN VRIENDSCHAP
We vertrouwen op onze vrienden. Als mensen vrienden worden en elkaar dus gaan
vertrouwen, gaan ze ook meer hechten aan het moraal dat ze delen. Want hoe meer
personen dat hetzelfde moraal hebben hoe zekerder het is dat dat moraal juist is. Als
personen zich gaan hechten aan een moraal willen ze ook handelen met dat moraal. Ze
keuren alle handelingen met dat moraal goed, omdat die handelingen leiden naar het
doel dat zij nastreven. Alle handelingen die een andere moraal hebben keuren ze af.
Omdat die handelingen niet naar het doel lijden dat zij nastreven. Hechting aan een
bepaalt moraal leidt dus naar selectie van juiste handelingen en onjuiste handelingen.
Een persoon die die selectie heeft gemaakt gaat andere personen ook selecteren door
hun handelen waar te nemen. Als die handelingen leiden tot een ander doel dan de
selecterende persoon voor ogen heeft wordt de waargenomen persoon beoordeeld als
vijand. De waargenomen persoon is belemmerend voor de selecterende persoon, omdat
hij een ander doel nastreeft en dus de handelingen van de selecterende persoon kan
tegenwerken.
Zolang wij de wereld niet volledig kennen kunnen wij niet weten wat en goed of slecht
moraal is. We leren dat een bepaalt moraal goed is omdat dat ons minder lijden geeft.
Maar we weten nooit of dat minder lijden tijdelijk is of dat het definitief is. Het kan ook
zo zijn dat het lijden weer terug komt omdat je de ware oorzaak nog niet hebt
veranderd. Dan heb je alleen tijdelijk een appeltje voor de dorst terwijl je de oase nog
niet hebt gevonden. Het zoeken van een appel lijkt dan een goede handeling, omdat het
leidt naar minder lijden. De moraal van het zoeken wordt goedgekeurd, omdat de
persoon die de appel zoekt niet weet dat het zoeken naar de oase tot een betere
oplossing leidt. Daarom mogen wij niet oordelen over de kwaliteit van een moraal. We
mogen ons dus ook niet te veel hechten aan een moraal of een vriendschap, zolang wij
24
de hele wereld nog niet kennen. Het kan altijd zo zijn dat die moraal of die vriend niet
de juiste is. Iemand die zich bind aan een bepaalt moraal verliest zijn objectiviteit.
Hechting aan vrienden en aan een bepaalt doel heeft veel te maken met emoties. Door
angst kunnen mensen zich bijvoorbeeld vast gaan grijpen aan een bepaalt moraal omdat
ze het andere moraal te eng vinden omdat dat meer risico’s met zich mee breng. Door
woede willen mensen een bepaalt moraal niet aannemen omdat de persoon waar ze
boos op zijn dat zelfde moraal heeft. Om van zulke emoties af te komen moeten we de
oorzaak van die emotie zien te vinden. Daarom is het belangrijk om onszelf goed te
observeren en om afstand te kunnen nemen van jezelf. Op die manier kunnen we de
wereld goed verkennen. Ik zal daar later nog op terug komen bij de filosofen die ik
behandel.
Ik geef nu een fictief voorbeeld om mijn theorie duidelijk te maken. Daarna geef ik nog
een voorbeeld uit de praktijk wat niet helemaal aansluit bij de theorie, het gaat niet echt
over vriendschap, maar wel over hechting aan een bepaalde rol binnen een relatie. Het
is een verkeerd beeld van de werkelijkheid dat door emoties wordt veroorzaakt
V OORBEELD 1, FICTIEF , EEN GEVAAR VAN VRIENDSCHAP
Pieter en Jan vertrouwen elkaar, omdat ze allebei van uitgaan houden, maar dan komt
Lies die tegen Pieter beweerd dat uitgaan slecht voor je slaap ritme is en dat daardoor
mensen die minder uitgaan, gelukkiger zijn. Pieter gelooft Lies niet en zegt dat ze dom is.
Hij kan niet geloven dat wat zij zegt waar kan zijn, terwijl Jan en hij al jaren gelukkig zijn
omdat ze uitgaan.
De vriendschap van Pieter en Jan heeft ervoor gezorgd dat ze hun mening stand konden
laten houden tegenover de mening van anderen, want samen stonden ze sterker. Ze
wisten zekerder dat ze gelijk hadden omdat ze elkaars mening bevestigde. Daardoor
hoefde ze niet toe te geven aan meningen van anderen. Doordat die mening stand heeft
25
gehouden konden ze jaren lang uitgaan, zonder zich te bedenken dat dit misschien niet
goed voor hun geluk was.
De bewering van Lies werd nu niet gehoord omdat Pieter het niet geloofde. En als hij het
zou geloven zou hij moeten toegeven dat ij en Jan jaren lang fout hebben gezeten, in al
die waren hebben Pieter en Jan misschien wel een dagelijks leven opgebouwd wat
gericht was op uitgaan. Als Pieter nu toe zou geven aan Lies, dan zou dat diepgaande
gevolgen hebben. Kortom de mening van Pieter was zo geworteld in zijn leven en zijn
gedachten dat hij het niet kon geloven. Hij verzon zelfs een theorie om het feit dat Lies
dit zei te verklaren. Lies was dom. Pieter en Jan bleven uitgaan.
Het ging erom dat Pieter een Jan de wereld zouden leren kennen. Maar nu Pieter de
mening van Lies uitsluit kijkt hij niet meer objectief naar de wereld. Hij moet zijn eer
beschermen en is bang die los de laten. Daarom wordt hij door emoties geleid naar een
verdraait oordeel.
Als buitenstaanders weten we dat we wat Lies zei niet kunnen uitsluiten. Het kan zijn
dat Lies een heel betrouwbaar onderzoek heeft gelezen en dat Pieter en Jan zichzelf
voor de gek hielden. Lies had dan gewoon een ander deel van de wereld gezien dan
Pieter en Jan. Omdat ze zag dat Pieter en Jan dat deel niet hadden gezien, kwam ze op
het idee om het ze te vertellen. Maar Lies was niet bij machte om wat Pieter en Jan
hadden opgebouwd om ver te duwen. Ze duwde maar en duwde maar, ze liet het artikel
zien aan Pieter en googlede naar het onderzoek. Maar Pieter was niet omver te krijgen.
Pieter begon afkeer te krijgen van Lies, omdat zij hem steeds tegen probeerde te werken.
Na een tijdje begon hij haar zelf uit te schelden: “Je oprotten met je gelijk”.
Door kwaadheid van Pieter begon zijn belang bij zijn gelijk te groeien. Als hij niet gelijk
zou hebben zou hij ook nog moeten toegeven dat hij onvoorzichtig was geweest met
deze uitbasting. Dan zou hij misschien in een slecht daglicht komen te staan bij sommige
mensen. Lies kreeg een medestander, Karel, en andere vriend van Pieter. Hij bleek ook
erg te hebben geworsteld met het fijt dat Pieter en Jan zo vaak samen uitgingen als hij
26
de volgende ochtend had afgesproken met Pieter. Pieter was dan altijd chagrijnig omdat
hij te laat naar bed was gegaan.
Karel ging meedoen aan de discussie tussen Pieter en Lies. Pieter zag toen de ernst van
de zaak in besloot te luisteren naar Lies. Hij las het onderzoek nog eens en hij bekende
dat uitgaan niet gelukkig maakte. Hij besloot het minder te doen en zijn dagelijks leven
wat meer in te richten op overdag leven in plaats van ’s nachts.
Dit voorbeeld laat zien dat hechting veel moeilijkheden met zich mee kan brengen.
Pieter had een sterke mening opgebouwd en hij was ook nog bang om in een slecht
daglicht te komen te staan. Twee redenen om zich te blijven hechten aan zijn mening.
De ruzie die tussen Lies en Pieter ontstond kan ook veel heftiger. Het kan zijn dat Pieter
zich nog meer hecht aan Jan. Dat er nog meer van zijn leven is ingesteld op dingen
waarvan Lies vind dat ze slecht zijn. Het kan ertoe leiden dat zo’n conflict mensen
levens lang uit elkaar drijft.
Het verdraaide beeld dat Pieter over Lies krijgt noem ik een begin van demonisering.
Pieter vind Lies dom omdat ze dingen zegt die volgens hem niet waar zijn. Deze mening
heeft hij niet gevormd omdat hij Lies objectief heeft bekeken. Maar omdat hij door zijn
angst emotie een beeld van Lies krijgt wat niet op de werkelijkheid is gebaseerd. Lies is
niet gezien zoals ze is. Dat noem ik demonisering omdat Lies niet wordt gezien als
volwaardig mens, maar wordt vervormd door de waarnemer
Als gevolg van de hechting aan Jan heeft Pieter dus zijn objectiviteit verloren. Als hij die
objectiviteit had behouden, dan had hij naar Lies geluisterd en had hij over haar
woorden nagedacht. Dan had Pieter Lies dus als het ware als boodschapper beschouwd.
Een boodschapper van het deel van de wereld dat Lies kende, in dit geval het onderzoek
over uitgaan.
V OORBEELD 2, DEMONISERING IN DE PRAKTIJK
27
Mijn vader heeft over dit voorbeeld verteld, hij heeft het zelf meegemaakt.
Drie personen in een bedrijf hebben een relatie die is vastgelopen in een patroon. Een
patroon dat regelmatig de oorzaak is van demonisering.
Persoon 1. Heeft de rol van agressor
Persoon 2. Heeft de rol van slachtoffer
Persoon 3. Heeft de rol van redder
Het slachtoffer heeft vaak weinig geld en moet erg haar best doen om geld te verdienen.
De redder heeft geen last van geldtekort maar heeft medelijden met het lot van het
slachtoffer. De agressor heeft geen geld problemen en voelt zich ook niet
verantwoordelijk voor de geldproblemen van het slachtoffer
Het slachtoffer klaagt dat de agressor te veel geld voor zichzelf houdt. Dat geld zou meer
aan de organisatie kunnen worden besteed. De redder heeft door het medelijden een
band met het slachtoffer en vormt daarom samen met het slachtoffer een offensief tegen
de agressor. De agressor kan zich niet vinden in de beschuldiging, maar wordt wel in de
rol van agressor gedrukt. De agressor gaat zichzelf demoniseren, omdat hij twijfelt aan
zijn eigen gelijk.
De drie personen bleken hun rol moeilijk te kunnen loslaten. De oplossing kwam omdat
ze alle drie besloten uit hun rol te stappen. Dat betekende dat het slachtoffer het
geldtekort ging accepteren. De redder bond zich minder aan het slachtoffer vast. De
agressor laat zich niet meer beschuldigen en stelt zich open op, zodat iedereen kan zien
dat hij geen agressor moraal heeft.
Dit laat zien dat gehechtheid een veroorzaker kan zijn van demonisering, oftewel
verdraaiing van de werkelijkheid. Dit kan wordt doorbroken door vaste patronen los te
laten.
EEN BEELD OM OBJECTIEF TE BLIJVEN
28
Als ik me dit beeld voorstel kan ik objectief naar mijn medemens
kijken. Elk persoon heeft zijn eigen beeld van de wereld. Dat
is het enige beeld dat een persoon kan zien. Daarom kan de
persoon ook niet verweten worden dat hij dit beeld heeft.
Het beeld kan zelf als een les gezien worden door andere
personen.
Om de wereld te leren kennen moeten mensen elkaar als
boodschapper gaan zien. Ieder mens ziet zijn eigen beeld. Het
bestaat uit een deel dat uniek is en een deel dat hij met één of
meerdere mensen deelt (zie afbeelding). Als mensen elkaar als boodschapper gaan zien,
zien ze niet alleen hun eigen gebied, maar het hele roze vlak dat door de mens is
ontdekt. Zo leert een persoon de wereld een stuk vollediger kennen. En daarmee de
oorzaken van lijden.
29
SAMENVATTING BOEDDHISME
We moeten ons zelf observeren en op die manier de werkelijkheid ontdekken. We
moeten de oorzaken van het lijden bij de wortel aanpakken. Ons niet laten lijden dor
korte termijn behoeftes. We moeten onze mede mens de ruimte geven om zijn eigen
leven te leiden en zijn eigen doel na te streven, zolang we nog in samsara zijn. Want zo
lang weten we nog niet wat echt juist is om na te streven. Zo lang kan het zijn dat we
worden geleid door emoties en dat we niet objectief zijn. We moeten onze medemens
helpen, omdat onze mede mens net als wij de wereld wil leren kennen om lijden te
verminderen. Iemand die iets anders na streeft doet dat omdat hij de wereld van een
andere kant bekijkt. Dat betekent dus dat hij ook een deel van de realiteit kent. De
realiteit is wat we moeten accepteren en dat is niet alleen het deel van de realiteit dat
wij kennen. De gehele realiteit is ook de realiteit van mensen die qua moraal veel van
ons verschillen. Dus vijanden bestaan niet, als er een vijand is betekent dat dat er een
deel van de realiteit is dat je niet wil kennen.
30
FILOSOFEN OVER LEVENSKUNST
UIT HET BOEK: DE PRIJS VAN VRIJHEID – JOEP DOHMEN & MAARTEN VAN BUUREN
Er is een bepaalde manier van leven die de mijne is. Ik ben geroepen om mijn leven op deze
manier te leven en niet als nabootsing van iemand anders. Maar dat verleent een nieuw
belang aan trouw aan mij zelf. Als ik dat niet ben, mis ik het doel van mijn leven. Ik mis
wat mens zijn voor mij betekent.
Johann Gottfried Herder
PETER BIERI
Peter Bieri is ook wel bekend als romanschrijven met de naam Pascal Mercier
Peter Bieri heeft veel nagedacht over hoe een mens vrij kan worden. Daarbij stelde hij
zich eerst de vraag: Wat betekent het om vrij te zijn? Hij zegt dat dat wordt bepaald
door:




Gelegenheid; mogelijkheden die de wereld biedt
Middelen; dingen waar je over beschikt
Je vaardigheden
Speelruimte van de wil; vermogen om afstand van jezelf te nemen
Een vrije handeling is een handeling die je echt wil en die je helemaal als jouw
handeling kan zien. Bieri maakt onderscheid tussen een wil en een wens. Een wens is
een onuitgedachte wil en een wens wordt een wil als je verschillende wensen gaat
overwegen, de winnende wens wordt wil. De mate van vrijheid is de mate waarin de wil
kan worden toegepast.
31
Een echt vrij persoon heeft een open toekomst, want hij heeft veel verschillende
mogelijkheden om zijn wil in te uiten. De wereld bepaalt je vrijheid. De wereld is buiten
je, maar ook binnen in je, in de vorm van je innerlijk profiel. Een bijzondere theorie van
Bieri, om vrijheid te scheppen in je innerlijk profiel, is zijn theorie over verbeelding. Hij
zegt dat verbeelding kan helpen bij je besluitproces. Door je dingen in te beelden ga je je
verplaatsen in het concept. Je verbeeldt je gevoel dat je krijgt als je wens is vervuld. Zo
kan je je inzien of deze wens een wil is. Je wensen zijn niet altijd even duidelijk voor
jezelf, je verbeelding kan je helpen om je verborgen wensen te ontdekken. Bij
verbeelding is het heel belangrijk dat je de afstand tussen jou en het beeld bewaart.
Door de afstand kan je objectief beoordelen of je wens een wil is of niet.
Bieri heeft verschillende karakters die onvrij zijn beschreven, veel van deze karakters
zijn erg herkenbaar:
D E WINDVAAN
Iemand zonder wil die zich laat meevoeren zonder er zelf sturing aan te geven of iets
vast te grijpen. Een windvaan heeft geen invloed op zichzelf, hij neemt geen afstand tot
zichzelf en kan zijn toekomst niet bepalen.
I EMAND DIE HET NADENKEN OMZEILT
Zo’n persoon heeft wel een wil maar die wil die is bepaald door een ander persoon.
Omdat de persoon niet zelf nadenkt over de zijn wil heeft hij ook geen afstand tot
zichzelf. Dat zorgt ervoor dat de persoon niet weet waarom hij het wil, maar het gewoon
wil.
D E VREEMDE WIL
Een persoon denkt wel, maar zijn overwegingen zijn niet van hem. Hij heeft de
overwegingen al een keer overgenomen van een ander en denkt daardoor dat het zijn
eigen overwegingen zijn. Een persoon raakt gewend aan de denkpatronen van een
ander.
32
D E DWANGMATIGE WIL
De verslaafde die wordt geleid door zijn gewoonte. Zijn overwegingen zijn te zwak om
er echt zijn wil van te maken.
D E ONBEHEERSTE WIL
Een persoon met een enorm sterke wil. Hij wordt geleid door zijn gevoel. Zijn gevoel is
niet te stoppen. De persoon is het wel eens met de inhoud van zijn wil, maar de kracht
van de wil zorgt ervoor dat de persoon handelingen verricht die niet passen in de wil
van de persoon.
CHARLES TAYLOR
DE BRONNEN VAN HET ZELF 1989
De hele wereld wordt gemoderniseerd, alles verandert door technologie. “De bronnen
van het zelf” gaat over de discussie tussen vrijheid en verbondenheid. Het gaat om de
maakbaarheid van de moderne identiteit en over vrijheid en zingeving. Met wie zijn we
verbonden?
Een belangrijk onderscheid dat Taylor maakt is het onderscheid tussen liberalen en de
communitaristen. De liberalen zeggen, de politieke gemeenschap is een gemeenschap
van vrije individuen. Deze mensen plaatsen het juiste boven het goede. De
communitaristen zeggen, liberaal is te atomistisch. De maatschappij moet zorgen voor
de gemeenschap. Mensen moeten geïnteresseerd zijn in de gemeenschap. Deze mensen
plaatsen het goede boven juiste.
Taylor lijkt een communitarist te zijn, liberalisme is onmogelijk, zegt hij, omdat je niet
kan voldoen aan de wensen van alle individuen en dus toch niet liberale regels moet
maken. De liberaal zaagt de poten onder zijn eigen stoel vandaan. Maar toch is Taylor
ook niet helemaal communitarist, want hij gelooft in de creativiteit van individuen. Hij
33
vindt dat di creativiteit ook de ruimte mag krijgen. Daarom hoeft niet alles alleen
volgens het belang van de gemeenschap. Taylor ziet mogelijkheden om vrijheid en
verbondenheid te combineren. Hoe? Door persoonlijke resonantie, een persoon
beweegt hierbij met de ander mee terwijl hij ook bewegingsruimte voor zichzelf houdt.
Zo heeft iedereen bewegingsruimte in de groep en invloed op de groep.
Taylor vindt dat we de wereld in zijn geheel moeten zien, dus dat we onder anderen
verkrachters en de criminelen ook moeten meenemen in onze ontwikkeling. Het
probleem van de verkrachters is ook een probleem van ons. Dat is de uitdaging die we
aan moeten gaan.
Mensen hebben wel morele overtuigingen, maar veel daarvan zijn te aarzelend. Dat is
een probleem, daardoor laten veel personen zich niet genoeg zien. We moeten beter
articuleren, een duidelijk moraal hebben. Door ons moraal niet goed te articuleren
weten we niet meer waarom we hier zijn. Hoe kan je een moreel leven leiden? Mensen
moeten hun moraal niet buiten zichzelf zoeken, maar een eigen moraal zoeken. Vrijheid
moet de nieuwe inspiratie voor moraal zijn. Dat betekent dat we opzoek gaan naar hoe
wij die vrijheid in willen vullen. In die zoektocht vinden we onze eigen moraal, de
moraal die we willen articuleren.
In zijn boek gaat Taylor opzoek naar de bronnen van de verschillende maatschappelijke
moralen. Hij kijkt daarbij ver in de geschiedenis. Zijn vraag: Waar komen de angsten en
de verlangens die wij kennen uit de moderne maatschappij vandaan? Taylor zegt dat er
altijd al mensen zijn geweest die respect hadden voor autonomie, voor het ontwikkelen
van een persoonlijke moralen. Het verlangen naar autonomie is dus een grote bron van
moralen. Dat is voor Taylor ook een bewijs voor het belang van autonomie. Dus vindt hij
dat mensen recht hebben om fouten te maken als ze maar autonoom handelen.
Condities voor een zinvol leven zijn voor Taylor: Dat mensen begrip geven aan elkaar en
ruimte geven aan elkaar en dat mensen de zin zien in de dingen die ze doen.
34
Omdat zinvolheid een belangrijke conditie is, is de dood van god bij Taylor een
belangrijk thema, net als bij Nietzsche. Door het verlies van god is de mens in het
westen gaan tollen en dwalen. Het geloof bepaalde heel veel over de moraal van de
mens. Maar zonder god moest de mens zelf op zoek gaan naar zijn moraal. De laat
moderne mens is daardoor richtingloos. Mensen die niet in staat zijn zichzelf te sturen
kunnen geen zinvol leven leiden. Dit is een identiteitscrisis, mensen weten niet meer
wat hun opdracht is. Ze kunnen zich niet meer oriënteren in de morele ruimte. De
uitweg voor Nietzsche en Taylor is authenticiteit. Daarvoor moeten we een morele
smaak ontwikkelen. Een eigen idee van wat goed en slecht is.
Een grote inspirator van Taylor is Herder. Een citaat van Herder: “Er is een bepaalde
manier van leven die de mijne is. Ik ben geroepen om mijn leven op deze manier te
leven en niet als nabootsing van iemand anders. Maar dat verleent een nieuw belang
aan trouw aan mij zelf. Als ik dat niet ben, mis ik het doel van mijn leven. Ik mis wat
mens zijn voor mij betekent.” Wat hier wordt geschreven is wat authentiek zijn
betekent. Het bekent een reis naar de diepte en dat kost veel moeite. Maar het is de weg
die we moeten gaan.
Het gaan niet om alleen arrogantie en naar je zelf luisteren. Daardoor staat
authenticiteit vaak in een kwaad daglicht. We moeten niet onze ogen sluiten voor de
buitenwereld, we moeten ons niet afsluiten voor dialogen. We moeten in discussie gaan
met anderen en daarmee ons eigen ik vormen. Dialoog is niet alleen taal maar ook liefde
en muziek enz. Dingen worden pas van belang als ze worden vergeleken. Je moet dan
wel een ijkpunt hebben, een belang dat beide personen nastreven. Dan ontdekken we
wat er significant is ten opzichte van anderen.
Taylor maakt een onderscheid tussen zwakke en sterke waardering. Door dit
onderscheid worden we een persoon. Daardoor verdwaal je niet in je keuzes. Bij het
kiezen kunnen we heel oppervlakkig te werk gaan. Dan kiezen we eigenlijk bijna
willekeurig en zit er weinig verschil in wat je kiest. Maar als je diepgaander onderzoek
35
naar je zelf doet zal je uitvinden wat er werkelijk voor jou toe doet. Dan ben je zekerder
over je keuzes en wordt het minder willekeurig. Dat is meer authentiek leven.
Taylor geeft een voorbeeld van een dikke man. De man moet kiezen of hij meer eet of
zijn bord laat staan. Hij kan dit overwegen door naar het cholesterol gehalte van het
eten te kijken en dan te beslissen of hij niet te veel risico loopt door meer te eten. Maar
hij kan het ook overwegen door te kijken naar wat hij wil bereiken in zijn leven. Of hij
zo’n uiterlijk wil houden, dan behoudt hij ook zijn eet genot, of dat hij liever meer
gerespecteerd wil worden en wil afvallen. Bij de tweede overweging denkt de man veel
dieper na en reduceert zijn keuze niet tot de korte termijn. Hij denkt na over zijn
levenshouding.
Taylor vindt dat kiezen altijd een rationele reden kan hebben. Door je moraal duidelijk
voor ogen te hebben weet je altijd wat belangrijk en minder belangrijk is.
FRIEDRICH NIETZSCHE
LEVEN
Nietzsche was een goede schrijver. Hij was heel goed in spelen met taal, zodat zijn
filosofie het beste naar voren kwam. De laatste 11 jaar van zijn leven was hij
krankzinnig. Sommige denken dat dat kwam omdat hij bang was voor de aanstormende
massa cultuur. Hij hield ervan om alleen te zijn voor het filosoferen, maar daardoor
voelde Nietzsche zich wel erg eenzaam.
Overal ter wereld wordt het werk van Nietzsche nog besproken, terwijl hij tijdens zijn
leven weinig verdiende met zijn boeken. Pas na zijn dood werden zijn boeken populair.
Nietzsche had een slechte zus die erg antisemitisch was. Na de dood van Nietzsche heeft
ze verschillende werken van hem naar haar idee aangepast, omdat ze toegang had tot
deze boeken. Deze aanpassingen maakten de boeken geschikt voor Hitler, om er zijn
antisemitische theorieën mee te versterken. Later is het werk weer gezuiverd.
36
FILOSOFIE
Nietzsche vond dat mensen niet gelijkwaardig zijn. Mensen hebben verschillende
kwaliteiten om verschillende gebieden en dat maakt dat er verschil komt tussen de
waardes van de mens.
Nietzsche zag twee moralen. De heren moraal en de slaven moraal. Het criterium of iets
een heren of een slaven moraal is, is of de persoon “leeft” of “huilt”. Een slaaf huilt, het is
iemand die passief is, zich heen en weer laat gooien en die weinig onderneemt in zijn
leven. Een heer zit vol met leven en wil de uitdaging aan gaan om iets moois ervan te
maken. Omdat de slaaf toch niks doet met zijn leven kan hij zich beter laten leiden.
Nietzsche was bang dat de slavenmoraal de cultuur zou overnemen. Door de seculering
van de samenleving, “de dood van god”, weten mensen niet meer waar ze voor leven en
krijgen daardoor geen motivatie meer voor het leven. Dat zorgt er voor dat ze een
slaven moraal krijgen.
Nietzsche noemde de verlichting, die de wereld rationeel heeft gemaakt, een
verduistering. Doordat iedereen gelijke waarden kreeg kwam er chaos. Niemand kon
meer zeggen wat de mensen moesten doen. Door de vrijheid en gelijkheid wisten
mensen niet meer wat echte waarde heeft en wat niet. Door deze verduistering gingen
mensen zich zinloos voelen. Ze konden niet meer bedenken waar ze goed voor waren.
Dit noemde Nietzsche het nihilisme. Het moraal van streven naar vooruitgang verdween,
mensen konden geen antwoord meer geven op vragen die beginnen met, waartoe...?.
Nietzsche had gelijk, er kwam een golf van moedeloosheid door Europa. Deze
moedeloosheid kwam doordat het doel niet meer duidelijk was. Tegelijk kwamen en
allerlei nieuwe mogelijkheden en beelden. Door deze invloeden en door het ontbreken
van een doel, konden mensen volgens Nietzsche niet meer hun eigen moraal
ontwikkelen. Uiteindelijk mondde dit uit tot moraalloosheid. Mensen willen niet meer
naar anderen luisteren, maar ontwikkelden ook geen eigen moraal. Zo verloren mensen
hun authenticiteit. Uiteindelijk schreef Nietzsche een boek over de laatste mensen die
geen moraal meer hadden en allemaal hetzelfde deden zonder er bij na te denken. De
boodschap was: De wereld gaat ten onder als we geen horizon vinden in onszelf.
37
FJODOR DOSTOJEVSKI
LEVEN
Wat Dostojevski’s karakter erg bepaald heeft, is naar zijn zeggen de schijnexecutie in
het begin van zijn leven, hij werd naar de voor het executiepeloton gebracht om een of
ander misdrijf en vlak voor de vuren werden aangestoken werd de straf ingetrokken en
moest hij voor vier jaar naar Siberië. Door zijn intellectueel karakter viel hij niet in de
smaak bij het gajes dat daar rond liep. Het was geen prettige tijd voor Dostojevski. Toch
vond hij het niet vervelend. Hij leerde zo hoe het was om in het volk te leven, het lijden
onder de zware omstandigheden vond hij zeer leerzaam. Hij zei dat lijden uiteindelijk
tot verlossing leidde. Later in zijn leven bleef hij aan dit motto vasthouden want hij
trouwde met verschillende vrouwen die helemaal niet van hem hielden. Hij leerde van
ze door de moeilijkheden die deze huwelijken met zich mee brachten.
MISDAAD EN STRAF
De eerste roman van Dostojevski die wordt besproken in de prijs van vrijheid heet:
Misdaad en straf. Het gaat over een man, Raskolnikov, die een theorie bedenkt over een
indeling van de mensheid. Je heb gewone mensen, buitengewone mensen, zelfstandig
denkende mensen, groot zelfstandig denkende mensen, genieën en groot genieën. Hij
zegt dat hoe hoger je op deze lijst staat hoe meer recht je hebt om eigen rechter te zijn.
Hij zegt namelijk ook dat god niet bestaat en dat de mens dus zijn eigen regels moet
bedenken. Hij stelt een interessante juridische vraag: “Heeft een groot genie het recht
om iemand te vermoorden die in de weg staat bij de uitvoering van de ideeën van de
genie?” Want zo’n genie is een genie omdat hij goed doet voor de mens . Dus als een
genie goede dingen doet voor de mens dan zou hij waarschijnlijk ook levens redden.
Dan zou hij ook het recht hebben om mensen die zijn ideeën tegenwerken te mogen
vermoorden.
38
Om zijn theorie te onderzoeken en om te onderzoeken of hij eigen rechter is, gaat
Raskolnikov iemand vermoorden. Hij kiest natuurlijk iemand uit die volgens hem slecht
is voor de mensheid. Het is een oude woekeraarster met heel veel sieraden, die volgens
hem weinig goed voor de wereld kan doen. Hij pleegt de moord en moet daarbij, om
anoniem te blijven, ook nog de zuster van de oude dame vermoorden. Als hij dat gedaan
heeft, heeft hij het er erg moeilijk mee. Denken heeft geen zin meer, hij komt er niet uit
of het nou goed of slecht is wat hij gedaan heeft. Uiteindelijk kan hij het niet laten om
het te vertellen aan een vrouw die Sonja heet. Deze vrouw vindt dat hij naar de politie
moet gaan en daar de moord moet bekennen. Raskolnikov houdt veel van deze vrouw
en luistert naar haar. Hij moet acht jaar naar Siberië en Sonja gaat mee.
Wat Dostojevski in dit verhaal doet is het criminaliseren van mensen die hun eigen
regels bedenken. Dostojevski schrijft eigenlijk altijd boeken die een soort distopie zijn.
Ze beschrijven een leven dat slecht afloop zodat de lezer kan concluderen dat die
manier van leven niet goed is. Dostojevski heeft hiermee laten zien hoe groot het risico
is als je je eigen regels bedenkt.
Dostojevski noemt twee manieren van leven in zijn boeken:
De “übermensch” theorie, zoals Maarten van Buuren, geïnspireerd door Nietzsche,
die noemt: Hierbij gaat het om je eigen ontwikkeling. Een persoon moet zichzelf
boven het volk uit ontwikkelen. En beter worden dan alle mensen, dan leeft hij op de
goede manier.
De gemeenschap theorie: Het gaat erom dat je met het volk meebeweegt, door mee
te bewegen bereik je je doel. Hier gaat het dus om samenleven.
CHRISTUS EN DE GROOT INQUISITEUR
Maarten van Buuren zegt: “Wat Dostojevski doet is de übermensch theorie bekritiseren,
omdat de hoofdpersoon die übermensch wordt, uiteindelijk als crimineel wordt gezien.
Hij bekritiseert daarom ook de übermensch in hemzelf.”
39
Omdat hij denkt dat mensen geen eigen regels kunnen maken stelt hij zichzelf de vraag
of we eigenlijk wel vrijheid willen. Zo komt hij op het verhaal van Christus en de groot
inquisiteur:
Christus en de groot inquisiteur gaat over de terugkomst van Christus op aarde. Dat
gebeurt in een klein plaatsje waar de katholieke inquisitie hoogtij viert. Die dag zijn er
honderden ketters verbrand, omdat ze niet gehoorzaamden aan de kerk. Christus komt
op aarde en hij vertelt de mensen dat ze vrij mogen zijn en dat ze niet maar naar de kerk
hoeven te luisteren. De mensen zijn hem dankbaar en dat versterkt Christus door een
dood meisje weer tot leven te wekken. Hij wordt op handen gedragen, totdat de groot
inquisiteur het plein op komt. De mensen schrikken en gaan voor hem op zij. De
inquisiteur beveelt zijn mannen om Christus in de kerker te gooien en zo gebeurt het.
Christus zit in de kerker, de inquisiteur komt binnen en begint zijn monoloog. Hij zegt
dat de boodschap van Christus al compleet was en dat alles wat hij er nog aan toe zou
voegen alleen maar verwarring zou zaaien. De kerk was nu degene die de regels aan de
mens gaf. Christus had niets meer te zeggen. De vrijheid die Christus aan de mensen toe
had vertrouwd op het plein zou de mensen alleen onzekerheid geven, want ze wisten
niet wat ze met die vrijheid zouden moeten. Daarom verbood de inquisiteur Christus
om te leven. Christus kuste hem op de mond en verdween.
Maarten van Buuren vertelt dan nog van Dostojevski: Vrijheid betekent het loslaten van
eten, van geloof en van autoriteit. De prijs daarvan is angst, onzekerheid en schuld.
Dostojevski laat ons afvragen: Willen wij wel vrijheid? Kunnen wij dat wel aan?
ROBERT MUSIL
DE MAN ZONDER EIGENSCHAPPEN
KARAKTER
40
Musil was een arrogante man. Wilde niet luisteren naar andere mensen en hij las bijna
geen boeken. Musil was koffie en rook verslaafd. Zijn nauwkeurige onderzoek naar de
ziel typeert hem. Hij wist kwaliteiten van de ziel nauwkeurig vast te leggen, aldus
Maarten van Buuren.
WERK
Musil bracht zijn theorieën naar voren doormiddel van fictieve verhalen over een
jongen die Ulrich heette. Ulrich had de zelfde mening als Musil en Musil bracht zijn
levenskunst naar voren als het leven van Ulrich. In het verhaal krijgt Ulrich veel te
maken met mensen die heel veel goede eigenschappen hebben, waardoor ze heel veel
kunnen. Van Buuren noemt zo’n persoon een Homo Universalis. Dit zijn mensen waar
Ulrich zich erg aan ergert omdat ze zoveel eigenschappen hebben. Ulrich vindt dat
eigenschappen de authenticiteit van een persoon ontnemen. Eigenschappen zijn dingen
die de mens verbindt met de rest van de wereld. Volgens Ulrich zijn eigenschappen
losstaande dingen die een persoon niet authentiek maken, maar de persoon
generaliseert. Het beeld dat Musil erbij maakt: Een persoon wordt uitgehold door de
stroompjes van eigenschappen die over hem heen komen en weer verder stromen over
andere personen.
De vorming van een persoon wordt gedaan door de ziel. De ziel is de oorsprong van de
eigenschappen maar bindt zichzelf niet aan eigenschappen. Als een persoon getrouwd
is heeft hij die eigenschap. Dat is een soort rol die hij inneemt. Deze eigenschap is
ontstaan door liefde, liefde die uit de ziel kwam. De ziel is het geen wat een persoon
authentiek maakt. De eigenschappen zijn de middelen om de ziel met de maatschappij
te verbinden. Een persoon kan nooit de ziel van een ander persoon beschrijven, hij kan
alleen de eigenschappen van de persoon beschrijven.
De eigenschappen ontnemen de mens zijn authenticiteit omdat eigenschappen
gepredestineerd zijn. Eigenschappen zorgen ervoor dat een persoon een richting heeft.
41
Maar het geen dat die richting geeft is de ziel, de ziel is dus het gebied waar de richting
wordt gevormd. Dat is dus waar de authenticiteit ontstaat.
Het probleem dat ontstaat als mensen te veel in hun eigenschappen gaan zitten, is dat ze
hun authenticiteit verliezen. Mensen moeten de macht over het stuur behouden. Musil
noemt een eigenschap ook wel de rol die een persoon inneemt in de maatschappij.
Teveel in een eigenschap gaan zitten betekent dus te veel in een rol in de maatschappij
gaan zitten. Dat kan een beroep zijn of een positie in een gezin. Musil en Ulrich vinden
dat een persoon zich goed moet beseffen dat een eigenschap een rol is, het is dus niet de
persoon zelf. Daarom vinden ze dat je de ziel en dus de authenticiteit bewegingsruimte
moeten krijgen.
Wat Ulrich deed toen hij door kreeg dat hij te veel in zijn eigenschappen verdwaalde,
was uit de maatschappij stappen. Hij vertrok naar een plek waar hij weinig contact met
mensen hoefde te hebben en daar gaf hij zijn ziel de ruimte om te ontwikkelen.
Musil onderscheidt twee zintuigen: werkelijkheidszin en mogelijkheidszin. De
werkelijkheidszin heb je nodig als je je veel moet verplaatsen in een rol. Dat is dus iets
waar je aan gebonden bent. Met de werkelijkheidszin kan je overwegingen doen om
ervoor te zorgen dat jouw rol het beste tot uitdrukking komt. Met je mogelijkheidszin
kan je jouw verlangens uitwerken door te kijken of ze mogelijk zijn. Dat doe je door je te
verdiepen in concepten. Met een concept hoef je je niet te verbinden, een concept kan zo
verworpen worden. In je mogelijkheidszin is je ziel veel vrijer en kan hij zichzelf beter
sturen. Jouw authenticiteit is dan sterker aanwezig. Dus als je minder met de
werkelijkheid bezig hoeft te zijn, als je bijvoorbeeld even buiten de maatschappij stapt,
kan je meer aandacht geven aan de mogelijkheidszin en geeft je daardoor ruimte aan je
ziel. Dat is van belang omdat je dan authentieker wordt, het maakt je leven dus zinvoller.
42
VERGELIJKING
AUTHENTICITEIT
Een belangrijk thema bij de behandelde filosofen is authenticiteit. Ze hebben het alle vijf
over een eigen manier van leven. Daarom heb ik het citaat van Herder over een eigen
manier van leven in het begin van het voorgaande hoofdstuk gezet.
Bieri zegt dat we onszelf kunnen vinden in onze verbeelding. In onze verbeelding zijn
we volledig vrij, omdat je elk beeld dat je zelf heb gecreëerd ook weer kan verwerpen. Je
zit nergens aan vast, alles wat ontstaat komt uit jouzelf. Via die weg kan je tot een ideaal
komen en zo vind je wat voor jou belangrijk is in het leven. Op die manier krijg je dan
een authentiek leven.
Wat volgens Bieri tot uiting komt als we onze verbeelding gebruiken, komt bij Taylor tot
uiting als we onze moraal beter gaan articuleren. Ook voor Taylor betekent het dat we
binnen ons zelf moeten zoeken. Het belang van de verbeelding noemt hij niet, maar hij
zegt wel dat je op een of andere manier een zelfstandig doel in beeld moet krijgen zodat
je een eigen moraal kan vormen. Ook hij vindt dat belangrijk omdat we authentiek
moeten leven. Daarbij legt hij ook nog de nadruk om keuzes maken. Bij het maken van
keuzes is het belangrijk dat we een duidelijk moraal voor ogen hebben.
Nietzsche maakte onderscheid tussen heren en slaven. Heren zijn opzoek naar een
reden om te bestaan. Slaven zijn onzeker over het nut van het bestaan, maar ze dekken
deze bestaansonzekerheid toe. Ze proberen hun nihilisme te verbergen. Nietzsche vindt
het belangrijk dat we op zoek gaan naar de zin van het bestaan. Als we dat niet doen
worden we slaaf en geven we geen eigen invulling aan het leven. Het leven heeft dan
ook geen zin. Daarom was Nietzsche bang voor de aanstormende massacultuur. Die zou
ervoor zorgen dat we van alle kanten worden afgeleid van ons eigen moraal. Daardoor
zouden we allemaal gaan dolen en tollen, zonder een richting te geven aan ons leven.
Daarom vond ook Nietzsche het belangrijk dat we ons moraal sterk in de hand krijgen,
43
zodat we minder worden afgeleid. Dan zouden we ons leven in betere en authentiekere
banen kunnen leiden.
Dostojevski was voor mij niet heel duidelijk aan het zoeken naar authenticiteit. Hij zei
voornamelijk dat we er mee moeten uitkijken, want we kunnen het op de verkeerde
manier interpreteren. We moeten niet denken dat authenticiteit betekent dat we
volledig vrij zijn in onze handelingen. Dat is wat hij voornamelijk wil zeggen met schuld
en boete. In “Christus en de groot inquisiteur” wil hij laten zien dat we volledige vrijheid
niet aan kunnen. Wat de mens dan wel wil wordt niet duidelijk. Hij stelt hiermee dus
eerder een vraag dan dat hij iets duidelijk maakt.
Het belangrijkste thema dat ik bij Musil er uit haal is dat we niet te veel moeten
vasthouden aan onze eigenschappen. Dit is een thema dat ik bij Bieri ook een beetje
hoor. Eigenschappen zorgen ervoor dat we niet genoeg afstand van onszelf nemen.
Volgens Bieri nemen we afstand tot ons zelf door verbeelding. Verbeelding lijkt Musil te
duiden als mogelijkheidszin. Door afstand te nemen van de maatschappij kunnen we
onze mogelijkheidszin z’n gang laten gaan. Dat betekent eigenlijk dat we onze
verbeelding gaan gebruiken. Bieri en Musil versterken elkaar dus heel erg.
SAMEN OF ALLEEN
Bieri verdiepte zich in de ontwikkeling van het individu en dus niet aan de houding
tegenover de medemens. Die houding zou volgens hem denk ik vanzelf wel goed komen
met de juiste moraal.
Taylor had een duidelijke visie over de vraag of we samen moeten werken of juist
allemaal onze eigen weg moeten gaan. Hij was een tegenstander van het liberalisme. Om
alle belangen van mensen zo goed mogelijk te kunnen vervullen zal je regels moeten
maken die niet liberaal zijn. Daarom kan een liberale staat niet bestaan en zullen
mensen altijd rekening met elkaar moeten houden. Taylor vond ook dat alle problemen
van alle mensen problemen zijn van iedereen. Als een verkrachter verleidingen van
mooie meisjes niet goed kan weerstaan, is het aan de hele gemeenschap om daar
verandering in te brengen, niet alleen aan de verkrachter. Taylor wil dus dat we
44
iedereen meenemen in onze ontwikkeling. Het laatste punt waaruit blijkt dat Taylor de
gemeenschap belangrijk vindt is dat hij zegt dat je bij het ontwikkelen van je eigen
moraal in discussie moet gaan met je medemens. Doordat dingen getoetst worden op de
omgeving worden ze van belang.
Een groot verschil bij Nietzsche ten opzichte van andere filosofen is dat hij zegt dat niet
iedereen gelijkwaardig is. Hij zegt dat de één meer heer is en de ander meer slaaf, Dat
betekent dat de één beter moraal heeft dan de ander. Dan lijkt het er dus op dat een
persoon meer rekening dient te houden met een heren moraal dan met een slaven
moraal. Hiermee zegt Nietzsche dat de gemeenschap verdeeld is. Heren gaan meer zelf
op weg, slaven hebben geen sterk moraal dus passen zich steeds aan de situatie aan.
Verder zegt Nietzsche niet veel over leven in een gemeenschap. Bij hem gaat het ook erg
om de persoonlijke ontwikkeling.
Dostojevski liet blijken dat we niet te veel naar onszelf moeten luisteren. Als we te veel
naar onszelf luisteren, kunnen we in criminele handelingen vervallen. Dat bewijst hij in
“schuld en boete”. Hij geeft hiermee de risico’s van het alleen op pad gaan weer.
Dostojevski is vooral aan het onderzoeken of god bestaat. Niet of een individu zich moet
aanpassen aan de gemeenschap. Hij zegt wel dat meebewegen met de samenleving van
belang kan zijn om je doel te bereiken.
Ook bij Musil staat er niks over leven in een gemeenschap.
DE ALGEMENE MENING VAN DE DENKERS
Ik kom weer terug op het citaat van Herder van het begin van het vorige hoofdstuk,
want ik denk dat dit wel over een manier van leven gaat waar veel van de denkers het
mee eens zijn. Het is de belangrijkst boodschap die ik door het lezen over hun mee heb
gekregen.
”Er is een bepaalde manier van leven die de mijne is. Ik ben geroepen om mijn leven op
deze manier te leven en niet als nabootsing van iemand anders. Maar dat verleent een
45
nieuw belang aan trouw aan mij zelf. Als ik dat niet ben, mis ik het doel van mijn leven. Ik
mis wat mens zijn voor mij betekent.”
Bieri en Musil hebben de nadruk op onze verbeeldingskracht/mogelijkheidszin gelegd.
Die zou ons die eigen manier van leven kunnen geven. Verder zegt Taylor nog dat de
manier van kiezen de hoeveelheid authenticiteit bepaalt.
Verder is er nog een belangrijke boodschap over samen leven. Deze boodschap komt
vooral van Taylor en Dostojevski. Dostojevski waarschuwt voor de gevaren van het
leven als übermensch, dat je misschien wordt door je eigen doel na te streven. Taylor
zegt dat je door het dialoog met de ander je eigen moraal kan testen waardoor het van
belang wordt. Deze twee dingen versterken het belang van de gemeenschap voor het
individu.
HET BOEDDHISME TEGENOVER DE DENKERS
AUTHENTICITEIT
Ik ga nu proberen om de levenskunst van het boeddhisme te vergelijken met de
levenskunst zoals die volgens de beschreven filosofen zou moeten zijn. Ik probeer het
boeddhisme uit te leggen in de taal van de filosofen en andersom.
Het boeddhisme legt de nadruk op het leven in het hier en nu. Leven in het hier en nu is
volgens mij belangrijk, omdat je daardoor geen last hebt van de emoties die je kan
krijgen door gedachten over het verleden en de toekomst. Emoties vormen een grote
belemmering volgens boeddhisten, omdat die je een verdraaid beeld van de
werkelijkheid geven. Ze zorgen er dus voor dat je niet meer inziet wat je werkelijk wil.
Je krijgt een verkeerde motivatie. Waardoor je dingen gaat doen die je niet diep van
binnen wil. Taylor zou dat een zwakke motivatie noemen, omdat je dingen doet waar
een zwakke overweging aan vooraf is gegaan, zonder een diep moraal.
Als boeddhist is het dus belangrijk dat je je niet laat leiden door emoties. Als je dat doet
is dat hetzelfde als wat iemand met een slaven moraal doet, volgens Nietzsche. Je laat je
mee sleuren door van alles zonder zelf een duidelijk moraal te hebben. Je emoties
46
verduisteren je kijk op de wereld en je ziet niet meer waar je werkelijk voor leeft. Dat is
wat Nietzsche het nihilisme noemt.
Nu wil ik doorgaan op wat Musil zei over wat eigenschappen met ons doen. Hij zei dat
eigenschappen ons uithollen. Een eigenschap is een soort rol die je inneemt ten opzichte
van andere personen. Musil zei dat wij die eigenschap niet waren. Wij zijn de
veroorzaker van die eigenschap. Maar mensen kunnen in de fout schieten door zich te
verbinden met de eigenschap, omdat ze op die manier gezien willen worden door de
buitenwereld. Maar het doel van een eigenschap is, volgens Musil, om de ziel te laten
zien aan de buitenwereld. De ziel moet dus de veroorzaker blijven van de
eigenschappen, de eigenschappen moeten niet een eigen leven gaan leiden. Dat mensen
met een bepaalde eigenschap gezien willen worden wordt ook bepaald door emoties.
Dat is namelijk veroorzaakt door een verkeerde kijk op de wereld. Mensen moeten geen
voorkeur geven aan bepaalde eigenschappen, het enige waar mensen naar moeten
luisteren is volgens het boeddhisme hun geest en volgens Musil hun ziel. Die geest
vertelt ons wat we wel en niet willen. De ene eigenschap is dus niet beter dan de ander
als de geest dat niet heeft bepaald. Mensen met veel sterk ontwikkelde eigenschappen
waren mensen waar Musil een hekel aan had. Het zou kunnen dat hij daar een hekel aan
had, omdat mensen met sterk ontwikkelde eigenschappen zich te veel hadden laten
leiden door emoties.
Wat is dan de oplossing? Volgens de denkers ligt de oplossing in de authenticiteit, die
vind je volgens velen van hen door naar jezelf te kijken of naar je ziel te luisteren. In the
three principles wordt gezegd dat je naar je geest moet kijken om je ware, authentieke ik
te vinden. Dat is denk ik ook wat de filosofen bedoelen. Door naar je geest te kijken vind
je volgens het boeddhisme je ware moraal. Je gaat inzien waarom je een voorkeur hebt
voor iets en wat daar de oorzaak van is. Door te zien hoe je moraal tot stand is gekomen,
zie je ook of dat het goede moraal is wat jij echt wil hebben. Dat ik waarom naar je geest
kijken je naar je ware ik brengt.
Bieri en Musil zeggen dat verbeelding belangrijk is voor het stellen van je doelen. Deze
verbeelding komt uit jezelf, daarom geven veel mensen daar waarde aan. Dat het uit
47
jezelf komt betekent dat je geest het heeft gevormd. Als je dus je verbeelding gebruikt
ben je eigenlijk bezig met naar je eigen geest kijken. Je kijkt wat je geest wil, zo krijg je
een beeld van hoe je geest werkt. Alleen de waarde die Bieri aan verbeelding hecht,
hechten boeddhisten aan meditatie. Dat is ook een vorm van naar je geest kijken.
Tijdens meditatie is er altijd iets waar je je op concentreert. Je bent je dus eigenlijk ook
dingen aan het verbeelden tijdens meditatie.
Om dit eerste stuk samen te vatten. De denkers vinden authenticiteit belangrijk, het
boeddhisme vindt het belangrijk dat we ons niet laten leiden door emoties en dat we
kijken naar onze geest. Wat ik tot nu toe heb proberen te bewijzen is dat authenticiteit
alleen wordt belemmerd door emoties. Dat betekent dat de denkers en het boeddhisme
op dat gebied hetzelfde zeggen. Want als je authenticiteit wil bevorderen, wat de
denkers zeggen, moeten we ons niet laten leiden door emoties, wat het boeddhisme
zegt.
ALTRUÏSME
Het boeddhisme zegt: Om verlost te kunnen worden uit samsara moeten verlost worden
van het lijden. We moeten alle oorzaken vinden die tot lijden kunnen leiden. Als we dat
willen bereiken, is het dus een goede uitdaging om met mensen samen te leven. In het
samen leven met mensen kunnen we onszelf spiegelen. Zo kunnen we oorzaken van
lijden in onszelf ontdekken. Taylor zei zoiets als: “We moeten ons eigen ik vormen door
in dialoog te gaan met anderen.” Taylor vond de reflectie van anderen dus ook
belangrijk voor onze ontwikkeling. Ook had hij het over persoonlijke resonantie. Dat
betekent dat we een soort middenweg moeten zoeken, tussen ons eigen moraal en dat
van een ander. Dostojevski vindt het ook belangrijk dat we luisteren naar onze
medemens, dat bewijst hij in zijn stille kritiek tegen Raskolnikov die zijn eigen weg volgt
zonder veel te luisteren naar zijn medemens. Ook in andere verhalen laat Dostojevski
zien dat mensen die zelfstandig hun moraal vormen eigenlijk slecht zijn.
Een altruïstische houding betekent dat je betrokkenheid moet voelen voor een ander.
Betrokkenheid betekent dat je het lijden van een ander serieus neemt. Dus dat je nier
alleen voor eigen ontwikkeling zorgt maar ook voor die van een ander. Hierin vond ik
48
en overeenkomt met Taylor. Hij zei dat we iedereen moeten meenemen in onze
ontwikkeling. Iedereen draagt verantwoordelijkheid bij aan de fouten van iedereen.
Op één punt vind ik dat twee filosofen eruit springen. Dat is op het gebied van
gelijkwaardigheid. Nietzsche en Dostojevski hebben het allebei over een soort
hiërarchie tussen mensen. Nietzsche doet dat in zijn theorie over slaven en heren,
Dostojevski doet dat in de vorm van Raskolnikov theorie over de graden van
zelfstandigheid in het begin van misdaad en straf: “Je heb gewone mensen,
buitengewone mensen, zelfstandig denkende mensen, groot zelfstandig denkende
mensen, genieën en groot genieën.” Deze ongelijkwaardigheid ben ik bij de andere
denkers niet tegen gekomen. Op deze theorieën probeer ik een boeddhistisch antwoord
te geven: Het boeddhisme vind ongelijkheden onbelangrijk. Ieder heeft zijn eigen
kwaliteit en kan die op zij eigen manier inzetten. Ongelijkheden zijn onbelangrijk,
omdat het er uiteindelijk om gaat dat iedereen uit samsara komt. Mensen kunnen een
leidende rol in nemen als ze over bepaalde kwaliteiten beschikken en als anderen die
kwaliteiten respecteren. Maar het is aan de leerling of hij of zij de leraar volgt en niet
aan de leraar zelf.
49
EEN KLEIN ONDERZOEKJE NAAR LEVENSKUNST
HET ONDERZOEK
Om me ook wat bezig te houden met mijn eigen medemens wil ik onderzoeken wat de
levenskunst van hen is. Daarvoor wil ik onderzoeken wat zij belangrijk vinden in het
leven. In het begin dacht ik, omdat elke handeling van een mens wel enige rede heeft,
kan ik gewoon vragen naar de rede van de handling die de proefpersoon op dat moment
verricht. Daarna zou ik door kunnen vragen naar een diepere rede en zo zou ik
misschien een kern moraal van die persoon kunnen ontdekken.
Het onderzoek bleek op deze manier onhandig, omdat er verschillende redes achter een
handeling kunnen zitten. Omdat de ene rede belangrijker is dan de andere kwam ik op
het idee om naar de belangrijkste oorzaak te vragen. Omdat ik ervan uit ga dat elke
bewuste handeling de motivatie heeft om gelukkig de worden, heb ik besloten om het
onderzoek te richten op waar de persoon het gelukkigs van wordt. Zo kwam ik op de
vraag: Waar verheug je je jet meeste op? Waarna ik door kan vragen naar wat de
persoon het belangrijkste vindt aan het geen waar hij of zij zich op verheugd. Dit leidde
ertoe dat ik het onderzoek als volgt aan mijn klasgenoten overhandigde:
Dit is een onderzoek voor mijn eindwerkstuk: Waar streven we naar?
Ik wil graag dat jullie dit onderzoek zo serieus mogelijk invullen. Denk goed na over wat
jullie schrijven. Het liefst heb ik dat jullie alles naar de waarheid vertellen, behalve als dat
te persoonlijk is. De vragen zullen erg open zijn dus je kan altijd een alternatief antwoord
verzinnen, als dat beter voelt. Daar zal ik alsnog genoeg aan hebben.
Succes.
Begin met jezelf de vraag te stellen:
50
Waar verheug ik me op dit moment het meeste op? (Staat er iets te gebeuren op korte of
lange termijn wat veel in je gedachte speelt? Iets wat veel voor je kan betekenen, wat jou
situatie op dit moment positief gaat veranderen. Het mag ook iets zijn waarvan je hoopt
dat het gaat gebeuren.)
Als je deze vraag hebt kunnen beantwoorden wil ik dat je daar nog wat dieper op in gaat.
Wat is voor jou het belangrijkst van datgene waar je je op verheug?
En wat vind je daar dan weer het belangrijkste van?
En wat vind je daar dan weer het belangrijkste van?
En wat… etc.
Het liefst heb ik dat je doorgaat tot je niet verder kan. Tot je echt het gevoel heb dat de je
essentie te pakken hebt. Naar mijn ervaring zal je dan minimaal 5 keer moeten
doorvragen voordat je dit bereikt hebt. Als het niet lukt dan maakt het niet uit. Lever het
dan gewoon in.
Als ik het gelezen heb zal ik misschien nog verder doorvragen, als je dat goed vindt. Ik zal
natuurlijk voorzichtig met jullie informatie omgaan en het niet delen met anderen. Ik zal
toestemming vragen als ik bepaalde informatie in mijn eindwerkstuk wil zetten.
Ik hoop dat jullie hier genoeg tijd voor willen maken. Maar vooral ook dat jullie er plezier
in hebben. Toen ik bij mezelf het onderzoek maakte werd ik er erg vrolijk van. Het kan je
goede inzichten geven.
Dankjewel!
Dit onderzoek heb ik tijdens een periode les in de klas uitgedeeld. 22 van mijn
klasgenoten hebben het gemaakt en terug gegeven. Met veel plezier heb ik de resultaten
gelezen en verwerkt.
51
DE RESULTATEN
Dit zijn de samenvattingen in steekwoorden van wat de proefpersonen hebben ingevuld.
Dit is dus waar de proefpersonen zich het meest op verheugden.
1. Het weekend omdat ik dan vrienden ontmoet en het daarmee gezellig heb. Drum
les met een leuke leraar. Israël voor nieuwe omgeving.
2. Reis naar Indonesië, om helemaal uit de gewone wereld te zijn. Kunstacademie,
om les te kunnen geven, om jezelf te laten zien op doek. Vrij blijven denken. Open
staan voor de wereld.
3. Dansen in op een feest met vriendin, om vrijheid en vrolijkheid van zo’n feest
4. Vrijheid van een diploma. Met vrijheid kan ik mezelf ontplooien. Helpen van
mensen en dieren. Voldoening van helpen.
5. Vrijheid door verlossing van de toets week. Gelukkiger worden door
vermindering van stress.
6. Vrijheid van diploma. Om eigenzeggenschap. De wereld ontdekken en mezelf.
Om mezelf te worden, minder afhankelijk
7. Oude vrienden ontmoeten. Vrolijk gevoel van gezelligheid om gelukkig te
worden
8. Vrijheid van diploma, studie en carrière. Sterkere identiteit, om de wereld
verbeten gezien te worden en gelukkig te zijn. Ook voor sociale erkenning, om
vrienden te maken en een levenspartner te vinden
9. De vrijheid van de wereld. Buenos Aires om de taal en de culturen en het
zelfstandige leven. De wereld ontdekken, contacten maken. Hiervan gelukkig
worden
10. Hockeywedstrijd coach van een goed team tegen een concurrent, om de vreugde
van de speelsters te kunnen zien en de trots dat het team dan krijgt.
11. Vrijheid van diploma om te kunnen reizen, vrije tijd te hebben en leuke studie te
kiezen. De uitdaging van iets nieuws.
52
12. Dansvoorstelling in het weekend, contact met zusje. De mensen en de dans
voorstelling. Daarnaast ook het eten met vriendinnen.
13. Rijles en vwo-diploma. Rijbewijs halen, makkelijk op veel plaatsen komen en de
vrijheid die dat geeft.
14. Vakantie in de natuur, afstand van de maatschappij. Jezelf leren kennen. Jezelf
zijn
15. Gelukkig worden, tevreden met mezelf. Het verleden achter me laten. Rustige
plek vinden om te leven.
16. Studie in Parijs. Vreemd land. Internationale contacten, vreemde talen, het
proeven van nieuwe culturen
17. Reis na school, vrijheid, goede vriendin en landschappen. Het avontuur en de
ander leren kennen. Filmacademie, bezig zijn met film, mooie dingen maken.
18. Reis naar Israël. Film academie, om mooie dingen te maken waar ik goed in ben.
Daar trots op te kunnen zijn.
19. Architect worden, creatief bezig zijn. Mezelf laten zien aan de wereld via een
gebouw.
20. Vrijheid krijgen om prioriteiten voor mezelf te stellen. Een verassing dat mij
leven beïnvloed. Vrienden maken met zelfde prioriteiten en daarvan leren. 100%
goed voelen bij mijn inrichting van het leven.
21. Naar Engeland gaan, oude en nieuwe vrienden ontmoeten. Inspiratie door
nieuwe mensen. Geluk dat ontstaat bij deze nieuwe mensen
22. Vakantie, de camping, niet weten wat ik kan verwachten. Mensen ontmoeten
oude/ nieuwe vrienden en sporten. De gezelligheid daarvan en daardoor
gelukkig worden.
De laatste twee proefpersonen komen niet uit mijn klas. Het zijn namelijk mijn ouders.
Ze zijn een stuk ouder en hebben daardoor meer levenservaring. Deze proefpersonen
hadden ook meer tijd om mijn vraag te beantwoorden.
23. Een tocht door een uitdagend landschap. Het gevoel van tijdloosheid, van
verbondenheid en de pracht van het landschap. De uitdaging die dat geeft. De
ruimte die dat alles geeft in mijzelf. Uit die ruimte nieuwe inspiratie putten. Met
53
die inspiratie meer transparantie creëren. De transparantie delen met andere
mensen in situatie die ik in het dagelijks leven tegen kom. Daardoor dichter tot
de essentie van het leven komen. Dat is het grootste geluk
24. In contact komen met wat wezenlijk is door een echt gesprek met iets of iemand
te voeren. De beweging die dat in mij los maakt. Door die beweging mezelf
verder te ontwikkelen tot een waarachtig mens. Door die ontwikkeling
behulpzaam te kunnen zijn voor anderen. Samen met die behulpzaamheid
liefdevoller te worden. Al het geluk dat dat met zich mee brengt.
Ik heb de resultaten verwerkt in een tabel. Ik heb bij elk persoon 5 punten verdeeld,
over drie onderwerpen. Ik heb ze uitgedeeld op basis van de mate van hun belang voor
de deze onderwerpen, dat uit hun resultaten bleek. Daarbij heb ik ook nog een cijfer
gegeven tussen de 1 en de 5 voor de mate waarin het duidelijk was waarom de
proefpersoon zich op iets verheugde.
54
Proefpersoon
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
Gezelligheid
en
vrolijkheid
3
1
2
1
0
0
3
1
1,5
4
1
2
1
0
0
1
1
0
0
1
2
4
1
2
Reflectie
door
omgeving
2
2
1
1
0
1
1
1
1,5
0
2
2
0
1
0
3
2
2
1
2
2
1
2
2
Eigenzeggenschap
Helderheid
moraal
0
2
2
3
5
4
1
3
2
1
2
1
4
4
5
1
2
2
4
2
1
0
2
1
2
4
3
4
2
4
3
3
3
3
3
3
2
4
4
3
3
3
3
5
3
3
5
5
55
Belangen verdeling
27%
Gezelligheid en vrolijkheid
46%
Reflectie door omgeving
Eigenzeggenschap
27%
SOORTGELIJK ONDERZOEK DOOR EEN HUMANISTIEK STUDENTE
Op internet vond ik een scriptie van een humanistiek studente. De scriptie heet: “Een
onderzoek naar zingeving en jongeren” Het is geschreven door A.M.J. Jansen aan de
Universiteit voor Humanistiek op 23 oktober 2009
In een gedeelte van haar scriptie probeert deze studente antwoord te vinden op de
volgende vraag: “Wat benoemen jongeren als écht belangrijk / zinvol in het leven?” Ze
heeft daarvoor onderzoek gedaan in de vierde klas van een middelbare school, waar
HAVO en VWO leerlingen in zaten.
In de volgende grafiek zijn de resultaten van het onderzoek van de studente verwerkt.
Hierin is procentueel aangegeven hoeveel van de proefpersonen (in totaal 68) een
bepaalt onderwerp belangrijk vonden in hun leven.
56
CONCLUSIE VAN MIJN ONDERZOEK
Wat in mijn onderzoek naar voren is gekomen, is dat het grootste deel van mijn
klasgenoten opzoek is naar eigenzeggenschap, oftewel naar authenticiteit. Wat de
omgeving over de proefpersonen te zeggen heeft is minder belangrijk, net als het vrolijk
samenzijn met vrienden. Dit zou kunnen komen door de leeftijd van de proefpersonen,
aangezien ze bijna allemaal over een jaar de wereld in kunnen trekken als jong
volwassenen die niet meer onder de verantwoordelijkheid van hun ouders vallen. Ik
hoop dat dit onderzoek voldoende betrouwbaar is dat ik deze conclusie kan trekken.
Het is namelijk wel vrij nieuw voor mij dat iedereen zo verlangd naar die vrijheid. Op
school hoor ik weinig mensen praten over reizen en de wereld ontdekken. Misschien
houd het dagelijks leven ons zo bezig dat we niet veel meer denken/praten over wat we
later nog allemaal wel niet willen.
Wat ik verder nog uit het onderzoek van de humanistiek studente kan concluderen, is
dat uit haar onderzoekresultaten blijkt dat vrijheid een veel minder grote rol lijkt te
spelen in het leven van de proefpersonen. Misschien komt dat wel door de vraagstelling.
57
Mijn vragen over waar een persoon zich het meest op verheugd gaan veel meer over de
toekomst. De mogelijkheidszin speelt daarin misschien een grotere rol. De vragen van
de studente gaan over het huidige leven van de proefpersonen. Dus veel meer het leven
dat ze dagelijkst meemaken. De proefpersonen lijken daardoor ook veel meer belang te
hechten aan oppervlakkige dagelijkse dingen, zoals omgang met familie en vrienden,
tussendoor genieten en school resultaten.
Na deze vergelijking te hebben gemaakt kan ik erop wijzen dat het waarschijnlijk is dat
kijken in de toekomst, en dus het gebruik maken van je mogelijkheidszin, je leid naar je
dieper liggende verlangens. Op deze manier kan ik wel een mooi verband leggen met de
theorie van Musil en Bieri over het belang van verbeelding/mogelijkheidszin, dat zijn
namelijk ‘de zintuigen’ die je gebruikt als je je richt op de toekomst. Zij zeiden dat je
door deze zintuigen te gebruiken, dichter bij je ware moraal kon komen. Je dieper
liggende verlangens liggen ook dichtbij je ware moraal, want ze naderen allebei de
essentie van jouw bestaan.
58
EIGEN MENING OVER LEVENSKUNST
Ik dit hoofdstuk wil ik nog een keer vanuit mijzelf ingaan op levenskunst. In het
hoofdstuk “Mijn levenskunst, geïnspireerd door het boeddhisme” geef ik al voor een
groot deel aan op welke gebieden ik het eens ben met de boeddhistische levenskunst,
zoals die is beschreven in The Three Principles. Nu wil ik vertellen hoe ik denk over de
grote thema’s die in mijn werkstuk zijn langs gekomen. Daarbij wil ik ook terug komen
op een aantal vragen die ik mezelf in het voorwoord heb gesteld.
OMGAAN MET VRIJHEID
Het grote thema in dit werkstuk is naar mijn mening de invulling van vrijheid. Niemand
heeft volledige vrijheid, iedereen wordt beïnvloed door de wereld. Dus pure vrijheid
hebben we niet. Maar het enige gebied waar wij in kunnen bewegen is het gebied waar
wij vrij zijn. De enige plek waar wij onze levenskunst dus in kunnen toepassen is in onze
vrijheid. Daarom is levenskunst de kunst van het omgaan met vrijheid. Je kan die
vrijheid invullen door een religie te volgen, maar je kan ook helemaal je eigen weg gaan.
Er zijn veel dingen die mij geraakt hebben over het thema invulling van vrijheid, in de
theorieën van de filosofen en ook in mijn eigen onderzoek. Laat ik beginnen bij
Nietzsche, hij zei dat mensen met een slaven moraal hun bestaansonzekerheid
toedekken en dat mensen met een heren moraal van die onzekerheid af proberen te
komen. Ik ben ervan overtuigd dat we daarom een heren moraal moeten aannemen. Om
met Taylors woorden te spreken, we moeten onszelf articuleren. Als we dat niet doen
blijven we dwalen met het risico om in een eindeloze depressie te raken. Ik vind het
daarom moeilijk om mensen te zien die totaal niet opzoek zijn naar enige vorm van
zingeving.
De ontdekking die ik deed tijdens het vergelijken van mijn onderzoek met die van de
humanistiek studente, vond ik ook erg mooi. De jongeren die naar hun huidige leven
keken vertelden dat ze veel waarde hechtten aan relaties, genot en succes. Jongeren uit
mijn onderzoek die naar de toekomst keken bleken veel meer waarde te hechten aan
59
eigenzeggenschap, oftewel vrijheid voor hun eigen moraal. Naar mijn idee ligt
eigenzeggenschap veel dichter bij de ware levenskunst dat de dingen die de jongeren
van de studente opnoemden. Dit idee wordt bevestigd door Musil en Bieri, die zeggen
dat verbeelding, en dus ook verbeelding over de toekomst, je dichter bij je ware moraal
brengt. Dat ik dus op drie verschillende wegen bij verbeelding of denken over de
toekomst ben gekomen heeft mij erg geraakt. Ik merk bij mezelf ook dat mij dit vaak
gelukkig maakt en dat zegt mij dat het me dichter bij een goed moraal brengt. Het is
voor mij dus duidelijk dat verbeelding een waardevolle invulling van vrijheid kan
brengen
Nog een ding wat me aansprak om voor mij het belang van de gemeenschap duidelijker
te maken, was een uitspraak van Taylor, die ongeveer zo klonk: “Doordat dingen
getoetst worden op de omgeving worden ze van belang.” Dat betekent dat je
handelingen moeten worden gezien door de wereld. Doordat ze worden gezien dragen
ze wat bij. Daardoor ontwikkeld de mens. Als je ongezien handelingen verricht
ontwikkel je zelf misschien wel, maar de wereld ontwikkeld niet. Dus het is belangrijk
om dingen voor de wereld en met de wereld te doen. Dan ben je nuttig bezig. Ik vind dit
een mooie wijsheid, omdat het duidelijk maakt dat je in dialoog moet gaan met je
medemens en dat het er uiteindelijk om gaat dat iedereen ontwikkeld. Ik denk dat dit
waar is, in mijn eigen ervaring wordt dit bewezen omdat ik gelukkig word van het
helpen van andere mensen. Ik wordt er gelukkig van als anderen mij dankbaar zijn. Dit
geeft voor mij meteen het belang van de altruïstische houding aan.
GELD ALS STREVEN
Ik wil nu even terugkomen op wat ik me in mijn voorwoord afvroeg vanwege mijn
vrienden: Is het zo belangrijk om veel geld te hebben? Ooit hoorde ik van mijn vader dat
hij ergens had gelezen over een onderzoek naar de gelukkigste mensen op aarde. Uit dat
onderzoek bleek dat het gelukkigste volk op een afgelegen eiland woonde, vrij
geïsoleerd van de rest van de wereld. Het was dus een volk dat niet deel heeft genomen
aan de globalisering en dus vrij arm moet zijn geweest ten opzichte van de rest van de
wereld. Door het isolement hadden ze ook weinig indrukken van de westerse
60
beschaving gekregen, waardoor ze zichzelf dus niet gingen vergelijken met het luxe
westen. De mensen konden daardoor tevredener zijn met wat ze hadden, misschien is
dat wel de voornaamste rede van geluk.
Helaas heb ik niet genoeg tijd om dit onderzoek op te zoeken en uit te diepen, maar de
mogelijkheid dat dit waar kan zijn inspireert me wel. Het zou een bewijs zijn dat streven
naar rijkdom onbelangrijk is. Rijkdom is dan maar een bijzaak. Het zou ook een bewijs
zijn dat mensen die hun leven in richten om rijk te kunnen worden een verkeerd beeld
van de werkelijkheid hebben.
Wat mij mede dankzij mijn eindwerkstuk duidelijk is geworden, is dat het zoeken naar
je eigen moraal, je echte ik, een grootste prioriteit is in je leven. Als je niet intensief
genoeg opzoek gaat naar authenticiteit verdwaal je. Je wordt een slaaf, je krijgt een
zwak moraal. Je gaat dwalen tussen allerlei schijnzekerheden. Dingen waar je je aan
bindt, omdat je bang bent om alles te verliezen of omdat je kwaad bent op het andere. Je
emoties zijn je leiders. Als iets anders dan wat jij echt diep van binnen wil jouw
voorkeur krijgt, dan is dat omdat je emoties jou aandacht afleiden. Je aandacht hoort
altijd ten diensten te staan voor jouw echte wil.
Als de zoektocht naar jezelf zo’n grote prioriteit heeft, hoe kan geld dan nog een grote
rol in je leven spelen. Helemaal als je genoeg geld hebt om te overleven. Als je kan
overleven is de volgende stap om je moraal te zoeken. Je moet een moraal hebben om
het leven dat je heb verworven in te vullen. Geld kan dan alleen nog maar een middel
zijn om je doel, dat je hebt gesteld met je moraal, te kunnen bereiken. Ik moet denken
aan een stukje dat ik in een boekje van een wijze man uit het oosten las.
De wijsheid van Yogananda 1:6: “Bezit van materiële rijkdom zonder innerlijke vrede is als
van dorst streven terwijl je in een meer zwemt. Als materiële armoede moet worden
vermeden, moet spirituele armoede worden verafschuwd! Want spirituele armoede en niet
materieel gebrek is de kern van alle lijden.”
Spirituele armoede kan je zien als een zwak moraal hebben.
61
WAT IK NOG KAN LEREN VAN DE DENKERS
Om weer terug te komen op mijn voorwoord, wat ik jammer vind is dat ik mezelf in dit
werkstuk vooral gelijk heb gegeven dat ik zo veel nadenk. Het lijkt er daardoor op dat ik
te veel naar mezelf heb geluisterd tijdens dit werkstuk. De filosofen hebben me
misschien niet genoeg uitgedaagd. Daarom vraag ik me nu af wat ik wel geleerd heb
voor mezelf. Ik voelde me wel aangesproken bij een karakter van Bieri:
D E VREEMDE WIL
Een persoon denkt wel, maar zijn overwegingen zijn niet van hem. Hij heeft de
overwegingen al een keer overgenomen van een ander en denkt daardoor dat het zijn
eigen overwegingen zijn. Een persoon raakt gewend aan de denkpatronen van een
ander.
Als dit over mij ging dan zou de ander het boeddhisme kunnen zijn, want ik merk dat ik
weinig tegen het boeddhisme in te brengen heb. Misschien verbindt ik me er te veel mee
en wil ik te graag geloven dat dit de waarheid is, uit angst de waarheid nooit te vinden.
Hier ben ik nog niet helemaal uit.
Wat ik wel als kritiek kan opvatten over het vele denken van mij, is te theorie van Taylor
over persoonlijk resonantie. Misschien beweeg ik te weinig met andere mensen mee en
wil ik te veel mijn eigen weg gaan. Een goede vriend van mij wees me er laatst op, erbij
zeggend dat ik het moest opvatten als een compliment. Het viel hem op omdat ik muziek
die ik zelf ontdekt had, vaak mooier vond dan muziek die ik van hem had gekregen. Dit
terwijl de muziek die ik ontdek vaak tot hetzelfde genre behoort, als muziek die hij me
tipt. Hij zei ook dat het zou kunnen komen doordat ik de jongste ben van mijn gezin, dat
ik daardoor niet dezelfde weg wil gaan als mijn broers en zus.
Ik zelf had dat niet helemaal zo voor ogen. Ik had wel door dat ik vaak mijn eigen weg
toe en de adviezen van anderen afsla en dus weinig aan persoonlijk resonantie doe (als
ik dat zo goed interpreteer). Maar ik heb een andere theorie over de oorzaak van dit
62
afstaan. Door mij vele denken, kan het zijn dat ik een beetje ga lijken op Raskolnikov.
Raskolnikov bedacht een theorie en ging uittesten of hij klopte, zonder dat hij enig
dialoog gevoerd had. Hij luisterde dus niet naar wat anderen te zeggen hadden, totdat
hij merkte dat hij wel iemand nodig had. Zo kwam hij bij Sonja. Ik kan mij in mindere
mate identificeren met dit gedrag. Door mijn vele denken merk ik dat ik theorieën van
een ander minder snel aanneem. Het denken heeft er al voor gezorgd dat ik mijn
theorieën voor mezelf heb gereflecteerd met mezelf. De theorieën hebben daardoor een
soort test begaan, waardoor ze dieper in mij zijn geworteld. Als iemand anders dan mijn
theorieën wil veranderen kan het zijn dat hij of zij de wortels er niet uit krijgt. Dat kan
ook een rede zijn dat de persoonlijk resonantie bij mij in mindere mate optreed. Dit
geldt niet alleen voor theorieën, maar ook voor andere invloeden die ik van andere krijg.
Het probleem kwam immers naar voren doordat ik minder gevoelig was voor invloeden
op het gebied van muziek.
63
CONCLUSIE
Zoals ik in het begin van mijn werkstuk al zei: Ik wil het antwoord op de vraag wat de
ideale levenskunst niet beantwoorden. Dat is maar goed ook, want ik heb in de loop van
mijn werkstuk gemerkt dat dit antwoord heel moeilijk te vinden is. Om de ideale
levenskunst te achterhalen moet je achter alle waardes van het leven komen. Je moet
precies kunnen aanduiden wat wel en wat niet goed is in het leven. Ik heb alleen wat
richting aanwijzers op weg naar de te ideale levenskunst kunnen geven.
DE RICHTING AANWIJZERS
Neem je leven serieus en neem de zoektocht naar je ware ik als hoogste prioriteit. Je
gaat opzoek door je zelf goed te observeren. Middelen om dat te doen zijn onder andere
meditatie en verbeelding. Neem ook je medemens serieus, door reflectie met je
medemens vind je de manier waarop je waardevol kan zijn, dat hoort ook bij de juiste
moraal. Ook betrokkenheid met je medemens heeft grote waarde, want zonder
betrokkenheid valt de gemeenschap uit elkaar. Als mens zijn we een gemeenschap,
ontwikkeling heeft alleen waarde als de hele mensheid er uit kan putten.
HET MYSTERIE BLIJFT BESTAAN
Ik denk dat je alle mysteries van de wereld moet oplossen om de echt de ideale
levenskunst te vinden. Pas als je een mysterie hebt opgelost weet hoe je hem het beste
kan oplossen. Zo is het ook met het doel van het leven, pas als ja dat hebt bereikt weet
de weg ernaartoe. Zolang het doel nog niet hebt bereikt blijft het een mysterie. Tot die
tijd weet je dus ook niet wat het beste pad is om het doel te bereiken. Want elk pad is
anders. Wie zegt er wat het goede pad is? Alleen jij kan jezelf overtuigen, dus alleen jij
kan zeggen welk pad het beste is. Dat kan je pas zeggen als je de hele wereld kent, pas
dan weet je zeker dat er geen pad is dat je nog niet kent. Dus wat het beste pad is en dus
de ideale levenskunst behoort tot een van de grootste mysteries.
64
NAWOORD
Ik ben blij dat ik klaar ben. Het was een zware strijd, waarin ik moest ontdekken dat ik
een levenswerk niet in een paar maanden kan schrijven. En dat ik af en toe niet meer
dan drie kantjes op een hele dag kan halen. Maar het was een strijd met een hoge
beloning. Dit werkstuk heeft me mijn gevoel van zelfstandigheid sterk vergroot. Ik weet
nu dat ik wél tien uur aan mijn school werk kan zitten in een weekend, als het niet meer
is. Ik weet ook dat ik ondanks mijn uitstel kwaliteiten, toch meer kan veertig kantjes heb
gehaald. Dat ik aan tientallen mensen uitleg heb kunnen geven over mijn enorm brede
en diepgaande onderwerp, als ik gewoon rustig op bijvoorbeeld een feestje met ze zat te
praten. Dat ik in mijn hele werkstuk mijn ware mening heb durven geven over
fundamentele onderwerpen in het leven. En dat ik in een week een creatief deel kan
maken waar ik trots om kan zijn. Ik hoop dat ik al deze trots kan bewaren tot na mijn
presentie, want dan pas zal hij veilig zijn.
DANKWOORD
Ik kan blij kan zijn met mijn ouders omdat ze allebei vol interesse mij hebben geholpen
met bijna elk hoofdstuk dat ik schreef. Ik kan ook blij zijn met de afspraken die ik heb
kunnen maken te maken met mijn begeleider, Jules Wehberg. Maar ook met Martijn
Simons, een humanistiek student, die mij het woord levenskunst heeft geleerd en ook
twee keer met mij heeft willen filosoferen over mijn onderwerp. Dit heeft mij erg
geholpen in mijn proces.
Verder was ik erg blij toen ik het kleine onderzoekje mocht doen in mijn klas, met dank
aan Danielle van Dijk, tevens mijn vakdeel begeleidster. Ook de proefpersonen wil ik
daarvoor bedanken, ze hebben mijn vraag goed beantwoord, vaan met meer diepgang
dan ik van ze had verwacht. Verder hebben gesprekken met mijn vrienden over mijn
onderwerp mij ook veel inzichten gegeven. Dan moet ik de leraar die mij de
boeddhistische cursus geeft over The Three Principles nog bedanken, dankzij hem komt
het boeddhisme zo nadrukkelijk naar voren in dit werkstuk. Hij heeft ook meegewerkt
aan de samenvatting van The Three Principles.
65
BRONNENLIJST
Hoofdstuk
The Three Principles
Filosofen over
levenskunst
Boek: The Three Principles - Kyabje Gelek Rimpoche
Geen ISBN
Boek: De prijs van vrijheid - Joep Dohmen & Maarten van
Buuren
ISBN: 9789026323362
Links van opnames van lezingen over levenskunst - Joep
Dohmen & Maarten van Buuren:
 Over Musil:
http://www.sg.uu.nl/2010/02/09/robert-musil/
 Over Taylor:
http://www.sg.uu.nl/2010/03/09/charles-taylor/
 Over Bieri:
http://www.sg.uu.nl/2010/05/11/peter-bieripascal-mercier/
 Over Nietzsche:
http://www.sg.uu.nl/2009/11/10/levenskunstnietzsche/
 Over Dostojevski:
http://www.sg.uu.nl/2009/12/08/levenskunstdostojevski/
Een klein onderzoekje
naar levenskunst
Spiegelen met mijn
omgeving
66
Scriptie humanistiek studente. Online gevonden:
http://igitur-archive.library.uu.nl/human/2010-0115200340/UUindex.html
Citaat over innerlijke en materiele rijkdom. Boek: De
wijsheid van Yogananda – Kriyananda ISBN: 9020255886
Download