4. Verbetering van randvoorwaarden voor de deelname

advertisement
EUROPESE
COMMISSIE
Brussel, 13.10.2016
COM(2016) 657 final
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD,
HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN
DE REGIO'S
Uitvoering van de strategie voor internationale samenwerking op het gebied van
onderzoek en innovatie
{SWD(2016) 329 final}
NL
NL
1. ACHTERGROND
De Europese strategie voor internationale samenwerking op het gebied van onderzoek en
innovatie (O&I) die in 2012 werd gepubliceerd1, ondersteunt de doelstellingen om de
kwaliteit en aantrekkelijkheid van de EU op het gebied van onderzoek en innovatie evenals
haar economische en industriële concurrentievermogen te versterken, mondiale
maatschappelijke uitdagingen aan te pakken en steun te verlenen aan het externe beleid van de
EU. De strategie is een bouwsteen van de "Open voor de wereld"-prioriteit van het O&Ibeleid van de EU.
Deze doelstellingen zijn, naargelang het internationale partnerland of de regio, op
verschillende manieren van toepassing. Voor de EER, de EVA en de kandidaat-lidstaten van
de EU ligt het accent op het bevorderen van integratie in de Europese onderzoeksruimte
(EOR). Het doel voor de landen die onder het Europese nabuurschapsbeleid vallen, is het
ondersteunen van een gemeenschappelijke ruimte voor kennis en innovatie waarin
samenwerking op het gebied van O&I, mobiliteit van academici en capaciteitsopbouw worden
samengebracht. Voor de geïndustrialiseerde landen en opkomende economieën omvatten de
doelstellingen onder andere het vergroten van het concurrentievermogen, het gezamenlijk
aanpakken van mondiale uitdagingen en het toenemen van de participatie aan internationale
waardeketens. Voor ontwikkelingslanden ligt het accent op het bevorderen van hun duurzame
ontwikkeling en het aanpakken van mondiale maatschappelijke uitdagingen. In alle gevallen
worden de gebieden voor samenwerking geïdentificeerd op basis van de O&I-capaciteiten, de
markttoegang, de bijdrage aan de internationale verplichtingen en de ingevoerde
randvoorwaarden op het gebied van O&I.
De strategie is opgebouwd rond zes belangrijke werkterreinen: i) het openstellen van het
vlaggenschipprogramma van de EU inzake O&I, Horizon 2020, voor onderzoekers en
innovators in de hele wereld en het ondersteunen van gerichte activiteiten op basis van de
prioritaire gebieden voor samenwerking met internationale partnerlanden en regio's; ii) het
verbeteren van de randvoorwaarden die de grondslag vormen van de internationale
samenwerking; iii) het voortouw nemen in multilaterale fora en het samenwerken met
internationale organisaties; iv) het versterken van de samenwerking met de lidstaten; v) het
versterken van de synergieën met het externe beleid van de EU; en vi) het verbreden van de
communicatie en het versterken van de controle.
Dit document is het tweede tweejaarlijkse verslag over de uitvoering van de strategie en het
behoudt dezelfde structuur als de strategie zelf. De conclusies uit het eerste verslag2 waren de
volgende: internationale samenwerking moet beter worden geïntegreerd in de strategische
programmering van Horizon 2020 en in de ontwikkeling van werkprogramma's; er moet
verder worden gewerkt aan het wegnemen van belemmeringen voor samenwerking; er is een
globale aanpak nodig om de mondiale uitdagingen doeltreffender aan te pakken; er is
aanhoudende gerichtheid nodig op het verbeteren van de synergieën met de lidstaten en met
het externe beleid van de EU; de communicatiestrategie moet worden verfijnd; en
kwantitatieve indicatoren moeten het toezicht op de effectiviteit van de strategie
ondersteunen. Dit verslag beschrijft de maatregelen die zijn genomen naar aanleiding van
deze conclusies wat concrete resultaten betreft, zoals het nieuwe co-financieringsmechanisme
dat de EU en China hebben ingesteld om O&I-projecten op strategische gebieden van
gezamenlijk belang te ondersteunen.
1
2
COM(2012) 497 final.
COM(2014) 567 final.
2
2. PRIORITEITEN VOOR SAMENWERKING
In de afgelopen twee jaar werd er in de strategische planning van overheden en
ondernemingen een nieuwe impuls gegeven aan de wereldwijde samenwerking op het gebied
van O&I. Een van de topprioriteiten van de Europese Commissie (EC) is om van de EU "een
sterkere internationale medespeler" te maken en "Open voor de wereld" staat centraal in het
EU-beleid inzake wetenschap, onderzoek en innovatie. De EC heeft tot doel de sterke punten
van de Unie op het gebied van wetenschap en technologie te vertalen naar een belangrijke
stem in de mondiale debatten en meer betrokken te zijn in de wetenschapsdiplomatie om zo
het mondiale bereik van de EU te helpen verbeteren. Dit betekent dat de universele taal van de
wetenschap wordt gebruikt om communicatiekanalen open te houden en ervoor te zorgen dat
de EU gelijke tred houdt met de globalisering door het versterken van de internationale
samenwerking op het gebied van O&I om zo de mondiale uitdagingen op te kunnen lossen.
Uitdagingen op het gebied van gezondheid, voedsel, energie, water, klimaatverandering en de
circulaire economie zijn wereldwijd van aard en de EC neemt het voortouw in een reeks
multilaterale partnerschappen op het gebied van O&I om deze kwesties op de meest effectieve
manier aan te pakken. De EC moedigt de internationale samenwerking sterk aan, omdat dit de
productie van nieuwe kennis bevordert, de wetenschappelijke kwaliteit verhoogt en de
concurrentiepositie van de O&I-systemen verbetert3. Tegelijkertijd verhoogt de
internationalisering de productiviteit van de investeringen in O&O door ondernemingen in
staat te stellen meer kennis op te doen van de internationale markten, te participeren in nieuwe
waardeketens en grotere voordelen te halen uit de groeiende markten buiten de EU.
De opgedane ervaring bij de uitvoering van het beleid voor het creëren van de EOR wordt
gebruikt om vorm te geven aan de dialogen en de interacties in een internationale context, en
stelt de EC in staat om een beeld te vormen van een "Globale Onderzoeksruimte", waar
onderzoekers en innovators in staat zijn om probleemloos over de grenzen heen samen te
werken en waar onderzoekers, wetenschappelijke kennis en technologie zo vrij mogelijk
circuleren.
De EC is regelmatig samenwerkingsdialogen op het gebied van wetenschap en technologie
(W&T) met haar belangrijkste internationale partners en beleidsdialogen op hoog niveau met
de voornaamste wereldregio's blijven houden. Deze dialogen leveren een belangrijke bijdrage
aan het systematisch identificeren van mogelijkheden voor samenwerking die, in combinatie
met een differentiatie per land/regio, het stellen van prioriteiten ondersteunen. De prioriteiten
worden weerspiegeld in de actualisering van de meerjarige stappenplannen voor gerichte
internationale samenwerking met twaalf landen en zes regio's, zoals beschreven in het
begeleidend werkdocument van de diensten van de Commissie4.
3. VERSTERKEN VAN DE INTERNATIONALE DIMENSIE VAN HORIZON 2020
De actualisering van de stappenplannen voor internationale samenwerking is afgestemd op de
strategische programmeringscyclus van Horizon 2020. Als gevolg daarvan moedigen de
Horizon 2020-werkprogramma's sterk de internationale participatie in consortia aan en is het
aantal onderwerpen dat als bijzonder relevant voor internationale samenwerking wordt
aangemerkt, toegenomen van 12 % van de onderwerpen in KP7 tot meer dan 27 % in de
werkprogramma's van 2014-2017.
3
4
Europese Commissie: Science, Research and Innovation Performance of the EU 2016.
Meer gedetailleerde stappenplannen zijn beschikbaar op: http://ec.europa.eu/research/iscp
3
De meeste internationale samenwerking wordt uitgevoerd door deelname aan projecten van
Horizon 2020, maar ook door gezamenlijke oproepen5 en jumelages bij projecten die worden
gefinancierd door internationale partners om kennis uit te wisselen en synergieën te benutten.
Daarnaast dragen veel onderwerpen van de werkprogramma's bij aan de uitvoering van de
multilaterale programmeringsinitiatieven om maatschappelijke uitdagingen samen met de EC
en nationale en regionale financieringsagentschappen aan te pakken.
Ondanks de toename van het aantal onderwerpen dat voor internationale samenwerking wordt
aangemerkt, blijkt uit de resultaten van de eerste twee jaren van Horizon 2020 dat het aandeel
van de participaties van entiteiten uit niet-geassocieerde internationale partnerlanden in
subsidieovereenkomsten voor gezamenlijke acties is gedaald van 4,9 % in het kader van KP7
tot slechts 2,4 % in het kader van Horizon 20206. Slechts 11,7 % van de
subsidieovereenkomsten van Horizon 2020 bevatten een of meer partners van buiten de
EU-lidstaten en landen die geassocieerd zijn aan Horizon 2020, vergeleken met 20,5 % in het
kader van KP7. De EU-bijdrage aan entiteiten van niet-lidstaten/niet-geassocieerde landen is
gedaald van 2,0 % van de begroting in het kader van KP7 tot 0,7 % in het kader van
Horizon 2020. Ook is het totale budget dat werd geïnvesteerd door entiteiten van
internationale, niet-geassocieerde partnerlanden in samenwerking met projecten van
Horizon 2020, gedaald van 60 miljoen EUR tot 29 miljoen EUR per jaar.
De daling van de internationale deelname aan subsidieovereenkomsten die wordt
waargenomen tussen KP7 en Horizon 2020, kan deels worden verklaard als een combinatie
van: de wijziging van de financieringsregels voor Brazilië, Rusland, India, China en Mexico;
recente conflicten en sociaal-politieke ontwikkelingen in de buurtlanden van de EU; en
Oekraïne dat zich heeft geassocieerd aan Horizon 2020 terwijl het dat niet was in KP7. Een
andere belangrijkste verschil ten opzichte van KP7 is dat, ondanks de toename van het aantal
onderwerpen dat voor internationale samenwerking wordt aangemerkt, er slechts zeer weinig
zijn waarvoor internationale deelname verplicht is. Tot slot vereiste de verhoogde nadruk van
het programma op activiteiten die zich dichter bij de markt bevinden dat een passend
evenwicht werd gevonden tussen de deelname aan de internationale samenwerking en de
bescherming van de belangen van de EU-ondernemingen.
Wat het mobiliteitsniveau van de individuele onderzoekers betreft, zijn 2,6 % van alle
hoofdonderzoekers van de Europese Onderzoeksraad (EOR) naar lidstaten/geassocieerde
landen van de EU gekomen vanuit niet-geassocieerde internationale partnerlanden. Een aantal
beginnende
onderzoekers
zijn
door
financieringsagentschappen
van
nietlidstaten/geassocieerde landen ondersteund om zich tijdelijk aan te sluiten bij de
onderzoeksteams die worden beheerd door EOR-bursalen door middel van
uitvoeringsregelingen die nu in zeven landen7 zijn ingevoerd. Als onderdeel van de
individuele beurzen van de Marie Skłodowska-Curie-acties (MSCA), hebben internationale
niet-geassocieerde partnerlanden 280 onderzoekers uit EU-lidstaten/geassocieerde landen
ontvangen, terwijl 521 onderzoekers uit deze landen beurzen hebben verkregen in Europa,
wat overeenkomt met 20 % van alle ontvangers van individuele beurzen. Entiteiten uit
internationale niet-geassocieerde partnerlanden nemen bovendien 459 keer deel in RISE
(internationale en intersectorale samenwerking via uitwisseling van personeel voor O&I ) en
5
Tot nu toe werden tien gezamenlijke en elf jumelage-oproepen gelanceerd.
Omvat alle acties van Horizon 2020, met uitzondering van acties in het kader van EOR, MSCA, toegang tot
risicokapitaal, EIT, JRC en onderwerpen die het kmo-instrument benutten.
7
Verenigde Staten, Zuid-Korea, Argentinië, Japan, China, Zuid-Afrika, Mexico.
6
4
209 keer in ITN (innovatieve opleidingsnetwerken), wat overeenkomt met 29 % van alle
RISE-deelnames en 5 % van alle ITN-deelnames.
Internationale samenwerking blijft een belangrijk aspect van alle Euratom-activiteiten en
wordt verder uitgevoerd binnen de diverse multilaterale kaders (bv. OESO/NEA, IEA, IAEA,
GIF) en via de bilaterale Euratom-samenwerkingsovereenkomsten met derde landen (DL).
Een nieuwe benadering in het kernfusieonderzoek bevordert verhoogde integratie in de EUlidstaten/geassocieerde landen met het oog op het verzekeren van het succes van ITER.
4. VERBETERING VAN RANDVOORWAARDEN VOOR DE DEELNAME AAN
INTERNATIONALE SAMENWERKING
De EC stelt zich nog steeds proactief op in de aanpak van de belemmeringen voor de
wereldwijde samenwerking op het gebied van O&I.
Er werd prioriteit gegeven aan het aanmoedigen en helpen van geïndustrialiseerde landen en
opkomende economieën bij het opzetten van mechanismen voor het financieren van de
deelname van hun onderzoekers aan acties van Horizon 2020. Er bestaan momenteel
mechanismen in verschillende landen, waaronder Zuid-Korea, Mexico, China, Rusland,
Japan, Australië, India, regio's van Brazilië en de provincie Québec (Canada), en het werk
wordt voortgezet om hun toepassingsgebied te verruimen.
In sommige gevallen zijn wederzijdse toegang tot financieringsprogramma's voor onderzoek
en innovatie, wederzijdse toegang tot middelen en de samenwerking in prenormatief
onderzoek en normalisatie in dialogen aan de orde gesteld. Zo kwamen de partijen in juni
2015 tijdens de dialoog inzake samenwerking op het gebied van innovatie tussen de EU en
China overeen om wederzijdse toegang tot de respectieve financieringsprogramma's voor
onderzoek en innovatie te waarborgen via regels voor deelname op basis van gelijke
behandeling, tijdige en duidelijke informatie aan deelnemers en de regelmatige uitwisseling
van gegevens.
De EC is ook bezig met een herziening van de regelgeving inzake immigratie met het oog op
het effectiever aantrekken van talent naar de EU. De EC bekijkt met name de ondersteuning
voor hoogopgeleide ondernemers die geïnteresseerd zijn in het oprichten van ondernemingen
in de EU.
Bovendien werden op de wereldwijde multilaterale fora in de verschillende thematische
gebieden de randvoorwaarden, zoals de open toegang tot onderzoeksgegevens en
infrastructuur in hun respectieve gebieden, aan de orde gesteld. Zo heeft het Forum Belmont,
momenteel onder het medevoorzitterschap van de EC, in 2015 de beginselen aangenomen om
ervoor te zorgen dat de gegevens afkomstig van onderzoek over de mondiale
klimaatverandering zichtbaar, toegankelijk en begrijpelijk zijn en goed worden beheerd en
bewaard. Een dergelijk beleid van openheid maakt de weg vrij voor
financieringsagentschappen die op internationaal niveau samenwerken om de kwaliteit en de
integriteit van de wetenschap te verhogen en de innovatie te bevorderen.
De meerjarige stappenplannen voor samenwerking bevatten meer gedetailleerde informatie
over de randvoorwaarden per land/regio en de prioriteiten voor toekomstige verbeteringen.
5
5.
TOONAANGEVENDE
MULTILATERALE
INITIATIEVEN
SAMENWERKING MET INTERNATIONALE ORGANISATIES OM
MONDIALE MAATSCHAPPELIJKE UITDAGINGEN AAN TE PAKKEN
EN
DE
De toenemende omvang en interconnectiviteit van maatschappelijke uitdagingen vereisen
meer dan ooit internationale samenwerking in verschillende disciplines en sectoren en dwingt
tot meer programmatische samenwerking rond gemeenschappelijke agenda's voor onderzoek
en innovatie.
Voor O&I op het gebied van gezondheid zijn wereldwijde multilaterale initiatieven
belangrijke instrumenten om internationaal samen te werken. Zo brengt de wereldwijde
samenwerking inzake onderzoek naar de paraatheid voor besmettelijke ziekten, GLOPID-R
financieringsorganisaties wereldwijd bij elkaar om ervoor te zorgen dat een doeltreffend
onderzoek op gang wordt gebracht bij grote uitbraken van besmettelijke ziekten die tot een
pandemie kunnen leiden. Bij de eerste berichten over het uitbreken van het zikavirus in
november 2015 zette GloPID-R zijn leden in om financieringstekorten op te sporen,
synergieën te faciliteren en de investeringen in onderzoek te optimaliseren om aan de
behoeften van de volksgezondheid tegemoet te komen. Tegelijkertijd heeft de EC oproepen
gelanceerd om een onderzoeksnetwerk in de regio Latijns-Amerika op te zetten om dringend
onderzoek tegen de uitbraak van het zikavirus te faciliteren, te coördineren en uit te voeren, en
de basis te leggen voor de paraatheid van het onderzoeksnetwerk bij eventuele toekomstige
ernstige besmettelijke bedreigingen.
In het kader van de eerste Horizon 2020-werkprogramma's heeft de EC bijna
250 miljoen EUR geïnvesteerd in onderwerpen die direct bijdragen aan de doelstellingen van
een reeks mondiale gezondheidspartnerschappen8. Er wordt geschat dat voor dezelfde periode
de totale niet-EC-investering dicht bij 850 miljoen EUR ligt, wat leidt tot een aanzienlijke
wereldwijde impact. De EU verstrekt ook maximaal 683 miljoen EUR voor het tweede
Partnerschap voor klinische proeven tussen Europese en ontwikkelingslanden (EDCTP)
waarin 14 Europese en 14 Afrikaanse landen gezamenlijk onderzoek ondersteunen dat de
klinische ontwikkeling versnelt van nieuwe of verbeterde interventies ter voorkoming of
behandeling van hiv/aids, tuberculose, malaria en verwaarloosde besmettelijke ziekten in
Afrika bezuiden de Sahara.
Wat O&I voor klimaatactie en milieu betreft, bevatten de eerste Horizon 2020werkprogramma's verschillende onderwerpen die moeten bijdragen aan het vervullen van de
verbintenissen in het kader van het Forum Belmont en de Groep voor aardobservatie (GEO)
en die een bijdrage leveren aan de intergouvernementele werkgroep voor klimaatverandering
(IPCC). In veel gevallen worden deze internationale activiteiten door middel van ERA-NETregelingen ondersteund door Horizon 2020. De totale begrotingsmiddelen van Horizon 2020
voor deze onderwerpen bedragen bijna 200 miljoen EUR en de totale investering in deze
initiatieven door alle partners wordt voor dezelfde periode drie tot vier keer zo hoog geraamd.
Deze zijn van belang om effectieve oplossingen te bieden voor de uitdagingen van de
mondiale klimaatverandering en om de middelen voor aardobservatie wereldwijd en over
meerdere gebieden, zoals rampbestendigheid en duurzame stedelijke ontwikkeling, te
koppelen.
Op het gebied van de bio-economie is de nadruk gelegd op internationale samenwerking voor
duurzame voedselzekerheid. Dit betrof onder meer initiatieven met China, Oost-Azië en
8
IRDiRC, IHEC, IHMC, IKMC, ICGC, InTBIR, GACD, GloPID-R, GTBVP.
6
Afrika, en blauwe groei die de uitvoering van de trans-Atlantische onderzoeksalliantie en het
BLUE MED-initiatief voor marien en maritiem O&I voor het Middellandse Zeegebied
ondersteunt. Er wordt ook een internationaal forum voor bio-economie georganiseerd met de
medewerking van de O&I-partners wereldwijd. Tot op heden hebben de onderwerpen van de
Horizon 2020-werkprogramma's ter waarde van meer dan 180 miljoen EUR deze initiatieven
gesteund en de eerste resultaten van deze investering worden nu zichtbaar. Zo zijn er nieuwe
kaarten opgesteld met kenmerken van de zeebodem die belangrijk zijn voor het definiëren van
gunstige habitats voor visserijactiviteiten, gebieden die kritiek zijn voor de instandhouding, en
de veilige navigatie voor de scheepvaart.
De internationale groep van hoge ambtenaren inzake mondiale onderzoeksinfrastructuur heeft
verdere mogelijkheden voor praktische samenwerking ontwikkeld en heeft een aantal
casestudies laten verrichten om de beste praktijken te identificeren in de verschillende
processen voor de internationalisering van onderzoeksinfrastructuur. De groep wil ook op
zoek gaan naar een gemeenschappelijk draagvlak voor het ontwikkelen van een beleid op
internationaal niveau met betrekking tot de toegang tot onderzoeksinfrastructuur,
gegevensbeheer en het innovatiepotentieel van onderzoeksinfrastructuur.
De resultaten van O&I in de EU hebben bijgedragen aan de ontwikkeling en de uitvoering
van een aantal internationale verplichtingen zoals het Raamverdrag van de Verenigde Naties
inzake klimaatverandering, het Verdrag inzake biologische diversiteit, de agenda voor
duurzame ontwikkeling van 2030, het kader van Sendai voor rampenrisicovermindering, de
Habitat III-conferentie over duurzame stedelijke ontwikkeling, een aantal milieuovereenkomsten en verschillende resoluties van de Wereldgezondheidsorganisatie. Zo hebben
meer dan duizend publicaties van KP7-projecten bijgedragen aan het vijfde
beoordelingsverslag van het IPCC dat de bewijsbasis verschafte voor de onderhandelingen op
de Klimaatconferentie van de Verenigde Naties in 2015 in Parijs. Voorts hebben systemen en
diensten die door de EC werden opgericht, zoals het kenniscentrum voor rampenrisicobeheer
en de dienst voor het beheer van noodsituaties Copernicus, de realisatie van een aantal van
deze verplichtingen ondersteund.
De EC blijft haar actieve rol spelen in een aantal internationale organisaties die zich
bezighouden met het O&I-beleid, met name in verschillende OESO-organen en in de
bijeenkomsten van de G7/G20. Zo woonde de EC in oktober 2015 en mei 2016 vergaderingen
bij van de ministers van wetenschap van de G7, die het erover eens waren de samenwerking
op het vlak van onderzoek op het gebied van wereldgezondheid, de toekomst van de zeeën en
de oceanen, onderzoeksinfrastructuur, met inbegrip van innovatie, gender en open wetenschap
te intensiveren en samen te werken op het vlak van schone energie in het kader van "Mission
Innovation".
Voor veel van deze internationale fora blijft het lidmaatschap groeien, wat cruciaal is voor
hun succes. Zo heeft het GloPID-R nu 23 leden uit 16 landen, en het Forum Belmont bevat nu
21 financieringsinstanties en vier internationale fora.
6. VERSTERKEN VAN HET PARTNERSCHAP MET DE LIDSTATEN
Het verdiepen en versterken van het partnerschap tussen de EC en de lidstaten is een
belangrijk onderdeel van de strategie.
Samenwerking met de lidstaten vindt plaats via verschillende fora. Het gebeurt vaak dat
zowel de EC als verschillende afzonderlijke lidstaten deelnemen aan wereldwijde
7
multilaterale initiatieven. Een ander voorbeeld van samenwerking is wanneer de EU
deelneemt aan de gezamenlijke O&I-programma's en oproepen, bijvoorbeeld door middel van
initiatieven in het kader van artikel 185, VWEU. Het "partnerschap voor onderzoek en
innovatie in het Middellandse Zeegebied" (PRIMA) dat zich richt op innovatieve oplossingen
voor de uitdagingen op het gebied van voedsel en water, is een goed voorbeeld van het werk
dat verricht werd ter bevordering van het partnerschap tussen de EU en de lidstaten door
middel van artikel 185, VWEU. De EC moedigt ook de versterking aan van de
internationaliseringsactiviteiten van de gezamenlijke programmeringsinitiatieven onder meer
door middel van coördinatie- en ondersteuningsacties. Bovendien werken de EC en de
lidstaten samen in thematische platforms zoals het strategische plan voor energietechnologie
om een coherente EU-strategie ten aanzien van internationale partners te waarborgen.
Het strategisch forum voor internationale W&T-samenwerking (SFIS) blijft als adviesorgaan
een actieve rol spelen als een uitwisselingsplatform en in de netwerkvorming met
belanghebbenden. Op deze manier heeft het bijgedragen tot de uitvoering van
W&T-samenwerkingsovereenkomsten en heeft het degelijk en tijdig advies verstrekt aan de
Raad en de EC. Tussen de EC en het SFIC heeft een gestructureerde beleidscoördinatie
plaatsgevonden in het licht van de vergaderingen van het Gemeenschappelijk Comité voor
wetenschappelijke en technologische samenwerking en beleidsdialogen op hoog niveau met
internationale partnerlanden en partnerregio's. Het SFIC heeft een bijdrage geleverd voor het
actualiseren van de meerjarige stappenplannen en de landenspecifieke werkgroepen (voor de
VS, China, Brazilië en Rusland) hebben bijgedragen aan het creëren van een meer coherente
strategie voor samenwerking met deze landen op het gebied van O&I. Bovendien ontwikkelt
een nieuwe werkgroep van het SFIC een overzicht van de instrumenten en de beste praktijken
voor internationale samenwerking die door de lidstaten, geassocieerde landen en de EC
gebruikt kunnen worden. Het forum heeft ook bijgedragen aan de prioriteit in het stappenplan
van de EOR op het gebied van internationale samenwerking die is gebaseerd op de
ontwikkeling van gezamenlijke strategische benaderingen en acties die zijn vastgesteld op
basis van de nationale prioriteiten van de lidstaten9.
De externe dimensie van de EOR dient als een paradigma voor de EC om geleidelijk een
beeld te vormen van een "Globale Onderzoeksruimte" met prioriteiten die variëren volgens de
specifieke EU-doelstellingen per regio of land. Zo werd de gemeenschappelijke
onderzoeksruimte van de EU-CELAC10 op de top van de twee regio's in juni 2015
uitgeroepen tot een gemeenschappelijke doelstelling met het oog op het verhogen van de
intensiteit van de samenwerking. Het bouwt voort op drie strategische pijlers: mobiliteit van
onderzoekers verbeteren; toegang tot onderzoeksinfrastructuur bevorderen; en het
gezamenlijk aanpakken van gemeenschappelijke uitdagingen zoals klimaatverandering,
duurzame verstedelijking, gezondheid, de bio-economie en ICT.
7. VERSTERKING VAN DE SYNERGIEËN MET HET EXTERNE BELEID VAN DE
EU
De externe en interne aspecten van de uitdagingen waarvoor de EU vandaag staat, zijn steeds
meer met elkaar verbonden en de urgentie en de omvang van deze uitdagingen vereisen snelle
politieke beslissingen en gemeenschappelijke internationale reacties. Het strategisch belang
van internationale samenwerking op het gebied van O&I is vaak een centrale kwestie in de
9
ERAC-SFIS 1354/16: "Advies van het SFIC over de "Open voor de wereld"-agenda van de Commissie".
De Gemeenschap van Latijns-Amerikaanse en Caribische landen.
10
8
algemene beleidsdialoog van de EU met haar belangrijkste internationale partners, zoals blijkt
uit de conclusies van de vele recente internationale topbijeenkomsten.
Wetenschapsdiplomatie vormt een belangrijk onderdeel van de strategie. Het heeft een
specifieke toegevoegde waarde in gebieden die worden geteisterd door conflicten en crisissen
en waar de wetenschappelijke samenwerking bruggen kan helpen bouwen tussen volkeren en
landen. De EC steunt bijvoorbeeld het project voor de synchrotronlichtbron voor
experimentele wetenschap en applicaties in het Midden-Oosten (SESAME) waarbij de
wetenschap een cultuur van vrede en samenwerking in het bredere Midden-Oosten bevordert.
De EU verkreeg in 2015 de status van waarnemer in het SESAME-project en heeft een
belangrijke bijdrage geleverd aan het project, met name door het verstrekken van een
geavanceerd magneetsysteem voor de belangrijkste opslagring en door de ondersteuning van
opleidingscapaciteiten. Een ander voorbeeld zijn de dialogen op hoog niveau die het
gezamenlijke alomvattende actieplan met Iran opvolgen en die de weg effenen voor nauwere
samenwerking tussen de EU en Iran, met inbegrip van O&I op gebieden zoals hernieuwbare
energie, klimaatverandering en bio-economie.
De strategie is ook nauw gecoördineerd met het uitbreidings- en nabuurschapsbeleid van de
EU. Het accent van de samenwerking op het gebied van O&I tussen de EU en kandidaatlidstaten (de westelijke Balkan en Turkije) ligt op het bevorderen van hun integratie in de
EOR, onder meer door hun deelname aan Horizon 2020. Recentelijk gesloten overeenkomsten
met Oekraïne, Tunesië, Georgië en Armenië brengen het totale aantal aan Horizon 2020
geassocieerde landen op zestien.
Een bijkomende factor van de wetenschappelijke diplomatie is dat wetenschappelijke
gegevens en adviezen kunnen worden gebruikt om de behoeften te anticiperen, conflicten en
rampen te voorkomen, en voor beleidsvorming in verband met de mondiale uitdagingen. Door
de EU-gesteunde projecten leveren een aanzienlijke bijdrage. De EU is bijvoorbeeld een van
de grootste donoren voor Arctisch onderzoek en speelt een cruciale rol in de prioritaire
gebieden van het geïntegreerde EU-Noordpoolbeleid van de EU11. De EC heeft ook een
mechanisme ingesteld voor het verstrekken van kwalitatief hoogstaand, tijdig en
onafhankelijk wetenschappelijk advies dat bijdraagt aan het voortdurende streven naar het
best mogelijke op bewijsmateriaal gebaseerde beleid.
Het nieuwe partnerschapskader inzake migratie dat zorgt voor een nauwere samenwerking
met niet-EU-landen, wijst op de noodzaak voor de EU om haar inspanningen die de diepere
oorzaken van illegale migratie moeten aanpakken, op te voeren. Via onderzoek kunnen deze
uitdagingen worden aangepakt en kunnen beleidsmakers en de samenlevingen worden
ondersteund om zich aan de nieuwe trends in migratie aan te passen. Het maakt het mogelijk
een beter inzicht te krijgen in de diepere oorzaken, de doeltreffendheid van acties te evalueren
en strategieën te ontwikkelen die de integratie succesvoller zullen maken. Het PRIMAinitiatief zou ertoe bijdragen veel van de diepere oorzaken van migratie uit de landen van het
zuidelijke Middellandse Zeegebied aan te pakken.
De EU streeft naar volledige tenuitvoerlegging van de agenda voor duurzame ontwikkeling
van 2030. Dit omvat ook ondersteuning via Horizon 2020, dat naar verwachting ten minste
60 % van haar begroting zal bijdragen aan duurzame ontwikkeling en 35 % aan klimaatactie.
Zo versterken projecten van de oproep inzake watergerelateerde innovatie van de
werkprogramma's van 2014-2015 bijvoorbeeld de internationale samenwerking met
11
JOIN(2016) 21 final.
9
opkomende economieën, met name China en India, waar ze zorgen voor samenwerking in
initiatieven zoals het Chinees-Europees waterplatform en het Schone Ganges-initiatief, en
bijdragen tot het waterpartnerschap tussen India en de EU, dat in 2016 van start ging.
De EC heeft ook een duurzame en rechtvaardige ontwikkeling ondersteund via het
verstrekken van aanzienlijke middelen om de wetenschappelijke kloof aan te pakken en het
versterken van de W&T-capaciteiten van economieën met middellage inkomens. Dit heeft
regionale en internationale O&I-netwerken aangespoord om te zorgen voor een synergie
tussen de belangrijkste actoren in de innovatiewaardeketen in deze landen en om hun
institutionele O&I-capaciteiten te vergroten. Met name het Europees Ontwikkelingsfonds
heeft bijgedragen aan de drie opeenvolgende intra-ACS12 programma's voor
onderzoekscapaciteit met een totale waarde van 70 miljoen EUR. Met een indicatieve
toewijzing van 60 miljoen EUR heeft de EU haar verbintenis om de onderzoekscapaciteit van
de ACS-landen en de systemen voor de ontwikkeling van vaardigheden ter ondersteuning van
innovatie te verbeteren, verlengd tot 2020. Tegelijkertijd wordt O&I langs de gehele
voedselwaardeketen bevorderd door 17,5 miljoen EUR aan Afrikaanse onderzoekssubsidies.
Net zoals innovatieprocessen steeds vaker in mondiale netwerken worden georganiseerd, zijn
handels- en investeringsbeleid nu nauwer verweven met innovatie- en industrieel beleid. De
EC blijft verdere stappen ondernemen om ervoor te zorgen dat vrijhandelsovereenkomsten
nieuwe gebieden openstellen voor concurrentie en innovatie.
8. VERFIJNING VAN DE COMMUNICATIESTRATEGIE
Het waarborgen van de wereldwijde bekendheid van de sterke punten in W&T van de EU,
haar rol in de internationale samenwerking op het gebied van O&I en de internationale
openheid van haar initiatieven zijn cruciaal voor het welslagen van de strategie.
De EC blijft haar communicatiecampagne voor "Horizon 2020 – Open voor de wereld"
voortzetten om ervoor te zorgen dat het programma wereldwijde bekendheid geniet. Ze heeft
ook de zichtbaarheid en de begeleiding op het deelnemersportaal en de website van de
internationale samenwerking verbeterd, met name door per land informatie te verstrekken
over de lokale ondersteuning die voor deelnemers aan Horizon 2020 toegankelijk is, met
inbegrip
van
de
ingestelde
co-financieringsmechanismen,
de
huidige
samenwerkingsprioriteiten en de aanspreekpunten.
De EU-delegaties hebben bijgedragen aan de bevordering van de EU-strategie bij de relevante
ministeries en bij de O&I-actoren in het partnerland of de regio, en door de
beleidsmaatregelen en de programma's met betrekking tot O&I van de EU voor te stellen op
evenementen en in de media. De nationale aanspreekpunten en andere informatieverspreiders
van Horizon 2020 in de EU, de geassocieerde landen en de internationale partnerlanden
blijven begeleiding en advies aan de onderzoekers bieden, evenals ondersteuning bij de
zoektocht naar partners.
Bovendien blijft een reeks bilaterale beleidsondersteunende projecten met de partnerlanden en
regio's zorgen voor bewustmaking en opleidingsactiviteiten, partnerschapsevenementen en
bijeenkomsten ter ondersteuning van beleidsdialogen, en een analyse en controle van de
samenwerking. De EC zorgt momenteel voor het opzetten van een faciliteit die zal
voortbouwen op de netwerken die via deze projecten zijn ontstaan en diensten aanbieden ter
12
Staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan.
10
ondersteuning van de verdere
tenuitvoerlegging van de strategie.
beleidsontwikkeling,
de
prioriteitenstelling
en
de
9. CONCLUSIES
De doelstellingen van de strategie en de noodzaak van samenhangende maatregelen zijn
momenteel zelfs relevanter dan vier jaar geleden, toen de strategie werd gepubliceerd. Hoewel
de mondialisering van O&I geen nieuw verschijnsel is, is deze steeds zichtbaarder geworden,
met name op het gebied van gezamenlijk onderzoek, internationale technologische productie,
de internationale mobiliteit van onderzoekers en de verspreiding van kennis. Openheid naar
de wereld blijft voor de EU een strategische prioriteit, aangezien dit essentieel is om uit te
blinken in wetenschap en technologie, onderzoeksresultaten steeds sneller op de markt te
brengen en nieuwe handelsmogelijkheden voor O&O-intensieve industrieën te creëren. Het is
ook cruciaal om te kunnen bijdragen aan het oplossen van mondiale maatschappelijke
uitdagingen en om de EU een toonaangevende rol in de mondiale debatten en ontwikkelingen
te laten spelen.
De kwantitatieve indicatoren voor de controle van de effecten van de strategie tonen aan dat
er nog veel ruimte voor verbetering is, zowel met betrekking tot het gebruik van
Horizon 2020 als een instrument voor internationale samenwerking (met meer relevante
onderwerpen in de werkprogramma's; toenemende participatie in subsidieovereenkomsten;
hogere investering van internationale partners; en een verhoogde mobiliteit van onderzoekers)
als daarbuiten (met name door middel van multilaterale programmeringsinitiatieven)13.
Beleidsdialoog op het gebied van W&T en stappenplannen voor samenwerking zullen dienen
als basis voor het vaststellen van de prioriteiten in de programmering van Horizon 2020, en de
internationale dimensie van de werkprogramma's zal overeenkomen met de politieke ambitie
om het KP7-niveau van internationale samenwerkingsactiviteiten te bereiken. Bijkomende
acties zullen in de werkprogramma's onderwerpen voorzien van voldoende omvang en
reikwijdte die specifiek zijn gewijd aan internationale samenwerking en de versterking van de
internationale dimensie van innovatie, van publiek-private partnerschappen en van
onderzoeksinfrastructuur van mondiaal belang.
De EC blijft proactief in het waarborgen van goede randvoorwaarden voor internationale
samenwerking binnen een visie van een mondiale onderzoeksruimte, met inbegrip van cofinancieringsmechanismen voor een toenemend aantal landen, meer onderwerpen,
wederkerigheid van toegang en op O&I-gerichte visaregelingen.
Ook worden verdere maatregelen genomen om te zorgen voor het verbreden van de
internationale deelname en het versterken van de rol van de EU in wereldwijde multilaterale
fora en internationale organisaties om aan te dringen op meer investeringen in de
ontwikkeling van innovatieve oplossingen voor de wereldwijde uitdagingen die bovenaan de
prioriteitenlijst van de EU staan.
Er zal ook worden gestreefd naar sterkere synergieën met de maatregelen van de lidstaten,
onder meer door middel van een gestructureerde beleidscoördinatie, het openstellen van
13
In Horizon 2020, wat gezamenlijke acties betreft: aandeel van onderwerpen in de werkprogramma's waarin ten
minste één derde land of regio wordt vermeld; aandeel van deelnames en begrotingen van derde landen; aandeel
van subsidieovereenkomsten met ten minste één deelnemer van een derde land; door organisaties uit derde
landen geïnvesteerde budget; budget dat bijdraagt aan internationale multilaterale initiatieven en hun
hefboomwerking; en wat EOR en MSCA betreft: aandeel van onderzoekers uit subsidies van derde landen.
11
gezamenlijke programma's voor internationale deelname, analyses en wederzijds leren. SFIC
blijft een belangrijke rol spelen in het versterken van de samenwerking tussen de EU en de
lidstaten.
Wetenschapsdiplomatie moet op grotere schaal worden ingezet als krachtig instrument van
het buitenlandse beleid van de EU om bruggen te bouwen in tijden van conflict, crisissen en
rampen helpen te voorkomen, complexe kwesties beter te begrijpen en gedeelde strategieën te
ontwikkelen om duurzaam om te gaan met onze planeet. Wetenschapsdiplomatie wordt ook
gebruikt voor het ontwikkelen van gemeenschappelijke normen voor een betere toegang tot de
markt en het verbeteren van de handel. EU-diplomatie moet het opmerkelijke verenigende
vermogen dat uitgaat van de krachtige taal van de wetenschap benutten.
In de afgelopen twee jaar is derhalve duidelijke vooruitgang geboekt bij de verwezenlijking
van de strategische doelstellingen, maar er moet meer worden gedaan om het volledige
potentieel van de beleidsprioriteit "Open voor de wereld" aan te boren.
12
Download