263

advertisement
1
Programmawet wijzigt fiscale regels met betrekking tot eigen woning
Het voorontwerp van de programmawet voorziet in een grondige hervorming van de
fiscaliteit van het woonkrediet en de hieraan gekoppelde levens- of schuldsaldoverzekeringen.
De aangekondigde programmawet schrapt de termen “bijkomende intrestaftrek” en het
“bouwsparen”. Ter vervanging hiervan komt de “aftrek enige woning”. Het nieuwe stelsel
geldt enkel voor hypothecaire leningen afgesloten vanaf 1 januari 2005, voor het behouden of
verwerven van een in België gelegen enige en eigen woning. Voor alle voordien afgesloten
leningen blijft het huidig regime gelden.
We staan even stil bij de concrete wijzigingen met betrekking tot de fiscale regels rond de
eigen woning.
De hervorming van de eigen woning is gesteund op twee pijlers. Enerzijds is er de vrijstelling
in de personenbelasting van het kadastraal inkomen van de eigen woning. In de toekomst
moet deze vrijstelling voor alle eigen woningen gelden. De tweede pijler betreft een
vereenvoudiging van de huidige stelsels van aftrek van intresten en van belastingvermindering
voor kapitaalsaflossingen en verzekeringspremies die in de regel zal gelden voor hypothecaire
leningen die zijn afgesloten vanaf 1 januari 2005.
Vrijstelling KI in plaats van woningaftrek
In de gevallen dat een belastingplichtige een woning betrekt waarvan hij eigenaar, bezitter,
erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is, dan kan hij genieten van een vermindering van
het kadastraal inkomen, de zogenaamde “woningaftrek”. Het KI van die woning wordt dan
verminderd met een bedrag van 3.000 EUR (niet geïndexeerd), eventueel verhoogd met 250
EUR (niet geïndexeerd) voor de echtgenoot en voor iedere andere persoon ten laste.
Vanaf aanslagjaar 2006 kan de woningaftrek vervangen worden door een vrijstelling in de
personenbelasting van het KI van de eigen woning. Het kadastraal inkomen moet dus niet
meer in de aangifte worden vermeld. Dit houdt dan ook in dat er geen verrekening van de
onroerende voorheffing in de personenbelasting meer mogelijk is. Ten gevolge van de
overgangsregeling (zie hieronder) kan het nog wel zijn dat de woningaftrek en de verrekening
van de onroerende voorheffing van toepassing blijft en dat het KI nog vermeld zal moeten
worden in de aangifte.
De vrijstelling in de personenbelasting heeft echter geen invloed op de onroerende
voorheffing zelf. Op deze manier wordt vermeden dat de federale regelgeving een invloed
heeft op de inkomsten van de gewesten.
De vrijstelling van het kadastraal inkomen van de eigen woning wordt ook toegekend
wanneer de woning om beroepsredenen of redenen van sociale aard niet persoonlijk door de
belastingplichtige kan worden betrokken.
De vrijstelling wordt niet toegekend voor het gedeelte van de woning dat wordt gebruikt voor
beroepsdoeleinden van de belastingplichtige of van één van de gezinsleden of dat wordt
betrokken door personen die geen deel uitmaken van het gezin.
Deze nieuwe regeling geldt vanaf aanslagjaar 2006. Maar er is nog een overgangsregeling
voorzien voor de eigen woning waarvoor nog “oude leningen” lopen. Met een “oude lening”
wordt een lening bedoeld die
2


vóór 1 januari 2005 is afgesloten; of
vanaf 1 januari 2005 is gesloten en die ofwel dient ter herfinanciering van de
bovenvermelde lening ofwel gesloten is terwijl er nog intresten in mindering van het
kadastraal inkomen van de woning worden gebracht voor de bovenvermelde lening of
herfinancieringslening.
Voor de woningen gefinancieerd met “oude” leningen blijft de huidige regeling inzake
woningaftrek en verrekenbare onroerende voorheffing van toepassing.
Eenvoudige aftrek enige woning
De tweede pijler betreft een drastische vereenvoudiging van de aftrek van intresten en de
belastingvermindering voor kapitaalsaflossingen en verzekeringspremies die betrekking
hebben tot de enige eigen woning. Zowel de gewone als de bijkomende intrestaftrek voor
“nieuwe leningen” (afgesloten vanaf 1 januari 2005) vervallen. Er is ook geen
belastingvermindering meer voor het bouwsparen of het lange termijnsparen met betrekking
tot de betaalde aflossingen of premies van “nieuwe leningen”. In de plaats daarvan komt een
“aftrek voor enige woning” tot beloop van 1.500 EUR (geïndexeerd 1.860 EUR). Dat bedrag
kan gedurende de eerste 10 jaar telkens verhoogd worden met 500 EUR (niet-geïndexeerd).
Voor grote gezinnen, d.w.z. als de belastingplichtige drie of meer kinderen ten laste heeft op 1
januari van het jaar na dat het leningcontract is afgesloten, wordt het bedrag van 500 EUR
verhoogd met 50 EUR.
De aftrek voor eigen woningen geldt als aan volgende voorwaarden voldaan is :
 De woning moet de enige woning zijn van de belastingplichtige op 31 december van het
jaar waarin het leningscontract is afgesloten.
 De hypothecaire lening moet afgesloten zijn bij een instelling die in de Europese
Economische Ruimte (EER) is gevestigd.
 De hypothecaire lening moet aangegaan zijn om een in België gelegen woning te
verwerven of te behouden.
 De hypothecaire lening moet een looptijd hebben van ten minste 10 jaar.
 Het levensverzekeringscontract is aangegaan
a) door de belastingplichtige die daarbij enkel zichzelf heeft verzekerd.
b) vóór de leeftijd van 65 jaar; contracten die tot na de oorspronkelijk bepaalde termijn
worden verlengd, opnieuw van kracht gemaakt, veranderd of verhoogd wanneer de
verzekerde de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt, worden geacht niet vóór die leeftijd te
zijn aangegaan.
c) Voor een minimumlooptijd van 10 jaar wanneer het in voordelen bij leven voorziet.
De voordelen zijn bedongen:
a) bij leven, ten gunste van de belastingplichtige vanaf de leeftijd van 65 jaar.
b) bij overlijden, ten gunste van de personen die volgens het erfrecht de volle eigendom
of het vruchtgebruik van die woning verwerven.
 Het totaal aftrekbare bedrag mag per belastingplichtige en per belastbaar tijdperk niet
meer bedragen dan 1.500 EUR (niet geïndexeerd).
De woningen waarvan de belastingplichtige ingevolge een erfenis mede-eigenaar, naakte
eigenaar of vruchtgebruiker is, worden buiten beschouwing gelaten voor de bepaling “enige
woning”.
3
De termen “verwerven” en “behouden” moeten zeer ruim bekeken worden. Met verwerven
wordt zowel de aankoop van een woning bedoeld als de nieuwbouw. Behouden betekent dat
de lening moet dienen ofwel om de woning in bezit te houden ofwel om de waarde van het
onroerend goed te verhogen of op peil te houden door het uitvoeren van verbouwings-,
verbeterings-, aanpassings-, moderniserings- of onderhoudswerken.
Bij overlijden van de verzekerde moet de begunstigde die persoon zijn die de volle eigendom
of het vruchtgebruik van de woning kan bekomen. Op deze manier wordt vermeden dat
iemand wordt belast op een onroerend goed dat hij zelf niet verkrijgt, zoals wel eens het geval
was in het verleden.
Het totale bedrag aan intresten, kapitaalsaflossingen en premies dat in aanmerking komt voor
de aftrek enige woning zal per belastingplichtige en per belastbaar tijdperk maximaal 1.500
EUR bedragen. Dus de aftrek is niet meer afhankelijk van het belastbaar inkomen.
Dit bedrag van 1.500 EUR wordt verhoogd met 500 EUR (niet geïndexeerd) gedurende de
eerste tien jaar vanaf het belastbaar tijdperk waarin het leningscontract is afgesloten. Voor de
bepaling van de enige woning voor de verhoging met 500 EUR wordt gekeken naar de
toestand op 31 december van het belastbaar tijdperk. Concreet wil dit zeggen indien de
belastingplichtige twee woningen bezit op 31 december van het belastbaar tijdperk, het recht
op de verhoging van 500 EUR vervallen. Bovendien is dit verlies op de verhoging van het
basisbedrag definitief. Indien de belastingplichtige in een later belastbaar tijdperk terug
opnieuw eigenaar is van één enkele woning, dan maakt hij toch geen aanspraak meer op de
verhoging aangezien die definitief verloren is.
De vermeerdering met 500 EUR kan bovendien ook nog eens verhoogd worden met 50 EUR
wanneer de belastingplichtige drie of meer kinderen ten laste heeft op 1 januari van het jaar na
dat waarin het leningscontract is gesloten. Het bedrag van de verhoging wegens kinderen ten
laste is een vast bedrag ongeacht het werkelijk aantal kinderen de belastingplichtige boven het
tweede kind ten laste heeft en het geldt voor dezelfde periode gedurende de verhoging van
500 EUR wordt toegepast.
Voor de leningen en levensverzekeringen die niet aan de bovenvermelde voorwaarden
voldoen, blijft de huidige regeling inzake intrestaftrek en lange termijnsparen gelden. Dit is
bijvoorbeeld het geval als er een lening wordt aangegaan voor een ander gebouw dan de eigen
woning.
Inzake het lange termijnsparen worden er twee wijzigingen doorgevoerd :
 Lening of verzekering moet afgesloten worden bij een instelling in de Europese
Economische Ruimte in plaats van de E.U.
 De bijdragen en kapitaalsaflossingen die voor de vermindering in aanmerking komen,
mogen niet meer bedragen dan het positieve verschil tussen:
- 15 % van de eerste schijf van 1.250 EUR van het totale beroepsinkomen en 6
% van het overige, met een maximum van 1.500 EUR
- het bedrag van de “aftrek enige woning”
Inwerkingtreding
De “aftrek enige woning” treedt in werking vanaf aanslagjaar 2006. Verzekeringen en
leningen die afgesloten zijn vanaf 1 januari 2005 en die aan de voorwaarden voldoen, de
4
zogenaamde “nieuwe leningen”, komen hiervoor in aanmerking. Voor de eigen woning
waarvoor nog “oude leningen” en daarmee verbonden levensverzekeringscontracten lopen,
blijft nog de huidige regeling gelden met de gewone en bijkomende intrestaftrek, bouwsparen
en lange termijnsparen.
Download