TiNT-dag 2011 - NL-TERM

advertisement
cover TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:32 Pagina 1
Dit boek bevat de lezingen van de TiNT-dag 2011. Het is een initiatief van
NL-Term (Vereniging voor Nederlandstalige Terminologie) en Steunpunt
Nederlandse Terminologie (SNT). De redactie van deze bundel berust bij Els
Ruijsendaal en Cornelia Wermuth.
Aan de bundel leverden de volgende auteurs een bijdrage: Joost Buysschaert,
Jan Bosmans, Joop Vanderheiden, Peter Goessens, Jan Convents.
TiNT-dag 2011
Een uitgave van de Vereniging NL-Term en Steunpunt Nederlandse
Terminologie (SNT)
NL-TERM Publicaties
TiNT-dag 2011
Redactie
Els Ruijsendaal, Cornelia Wermuth
Reeks: Terminologie in het Nederlandse Taalgebied - 3
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina I
TiNT-dag 2011
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina II
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina III
NL-TERM Publicaties
TiNT-dag 2011
Redactie:
Els Ruijsendaal, Cornelia Wermuth
Reeks: Terminologie in het Nederlandse Taalgebied - 3
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina IV
Reeks Terminologie in het Nederlandse Taalgebied, deel 3: TiNT-dag 2011
Een uitgave van de Vereniging NL-Term en Steunpunt Nederlandse Terminologie
(SNT)
©
Academia Press
Eekhout 2
9000 Gent
Tel. 09/233 80 88
[email protected]
Fax 09/233 14 09
www.academiapress.be
De uitgaven van Academia Press worden verdeeld door:
J. Story-Scientia NV Wetenschappelijke Boekhandel
Sint-Kwintensberg 87
B-9000 Gent
Tel. 09/225 57 57
Fax 09/233 14 09
[email protected]
www.story.be
Ef & Ef Media
Postbus 404
3500 AK Utrecht
[email protected]
www.efenefmedia.nl
Vormgeving & zetwerk: bvba Le Pur et l’Impur
Els Ruijsendaal, Cornelia Wermuth (red.)
TiNT-dag 2011
Gent, Academia Press, 2012, VIII + 61p.
ISBN 978 90 382 2065 9
D/2011/4804/261
NUR 620
U 1944
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of vermenigvuldigd door middel van
druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina V
Woord vooraf
Op 9 december 2011 vond de derde TiNT-dag plaats in de Hogeschool Gent.
De dag van de Terminologie in het Nederlandse Taalgebied is een traditie aan
het worden. Ruim zeventig belangstellenden hadden zich hiervoor aangemeld
– en niet voor niets, want het programma bood een reeks lezingen over terminologie op diverse domeinen. Zo werd in het eerste blok medische terminologie
nader bekeken, en in het tweede blok werd rondgekeken in verschillende maatschappelijke sectoren waar terminologie volop aanwezig is, zoals de bedrijfswereld, cultureel erfgoed en natuurlijk de digitale wereld, waarin ook vertalen
een belangrijke rol speelt. En Neoterm, dat als portaal op de weblocatie van
NL-Term staat, werd aanbevolen voor de vakmensen die, op zoek naar een
geschikte term in het Nederlands, daarop eens wat neologismen kunnen proeven.
Deze bundel bevat een selectie van de gepresenteerde lezingen en bedient zo
ook breder dan op zo’n dag mogelijk is, het terminologische veld. Zo biedt
NL-Term de onderzoekers en werkers in het terminologische veld op twee
manieren een platform voor dit specifieke onderdeel van hun vak.
De vierde TiNT-dag is alweer in aantocht. Deze keer is het Meertensinstituut
in Amsterdam het decor van een terminologisch evenement, waar experts uit
onderzoek en praktijk, zowel plenair als in de vorm van een interactieve sessie
met demo’s, powerpoints en posterpresentaties in de weer zullen zijn.
Ik hoop dan ook van harte u daar weer te treffen.
Willy Martin
voorzitter NL-TERM
najaar 2012
V
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina VI
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina VII
Inhoudsopgave
Joost Buysschaert
Projecten medische terminologie aan de Hogeschool Gent
1
Jan M.L. Bosmans
Eén radiologisch lexicon voor Nederland en Vlaanderen: zin of onzin?
11
Joop Vanderheiden
Woordenlijsten bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
27
Peter Goessens
Termias, de digitale vertaler van Ethias
Hoe de 1.785 medewerkers van een Belgische verzekeringsonderneming
op eenzelfde terminologische lijn te krijgen?
43
Jan Convents
Neoterm
57
Medewerkers aan deze bundel
61
VII
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina VIII
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 1
Joost Buysschaert
Projecten medische terminologie
aan de Hogeschool Gent
1 De Gentse vertaalopleiding
In deze bijdrage gebruik ik gemakshalve de omschrijving ‘de Gentse vertaalopleiding’. Hiermee bedoel ik de vertaalopleiding die in 1968 in Gent is opgestart, maar die naar aanleiding van fusies of andere wijzigingen diverse namen
heeft gekend: Hoger Instituut voor Vertalers en Tolken (HIVET), Provinciale
Hogeschool voor Vertalers en Tolken (PHVT), Departement Vertaalkunde van
de Mercator Hogeschool, Departement Vertaalkunde (later Faculteit
Toegepaste Taalkunde) van de Hogeschool Gent. Omdat dit artikel een historisch overzicht wil geven, is het van belang te weten dat het hierbij in wezen
altijd om dezelfde instelling en opleiding gaat.
De naam ‘vertaalopleiding’ is overigens te eng. Binnen de huidige
Faculteit Toegepaste Taalkunde bestaat er immers niet alleen een Master of
Arts in het vertalen, maar ook een Bachelor in de toegepaste taalkunde, een
Master of Arts in het tolken, een in de meertalige communicatie, en een drietal postgraduate opleidingen. In al die opleidingen speelt terminologie een
belangrijke rol en wat hierna beschreven wordt, heeft dus niet alleen betrekking op de opleiding van vertalers in strikte zin. Onderzoek en onderwijs met
betrekking tot terminologie zijn momenteel vooral geconcentreerd in het
Centrum voor Terminologie (CvT) enerzijds – dit is een samenwerkingsverband tussen de taalvakgroepen – en de Vakgroep Taaltechnologie (LT3) anderzijds.
Tot slot moet ik ook nog meegeven dat de genoemde opleidingen in het
najaar van 2013 zullen worden overgeheveld naar de Faculteit Letteren en
Wijsbegeerte van de Universiteit Gent en er zullen worden ondergebracht binnen een ‘Vakgroep vertaalkunde en meertalige communicatie’.
2 Het drietalig vocabularium
De Gentse vertaalopleiding heeft een lange traditie van medisch terminologisch onderzoek. Het startschot werd gegeven met het nu nog moeilijk te verkrijgen rode boekje met de lange titel Drietalig vocabularium van wetenschappe-
1
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 2
Joost Buysschaert
lijke en populaire medische termen Nederlands/Frans/Duits uit 1986.1 De uitgever
was het Belgische ministerie van Volksgezondheid en de redacteur was Paul
van Hauwermeiren, neerlandicus van het toenmalige HIVET (en later nog
Algemeen Directeur van de Mercator Hogeschool). Het werk bevatte ongeveer
1400 medische begrippen, geselecteerd uit bestaande geneesmiddelenbijsluiters, en gaf voor elk begrip zowel de technische term als een meer populaire
variant voor het Nederlands, Frans en Duits (de drie landstalen van België).
De bedoeling van het vocabularium was bij te dragen tot patiëntvriendelijke
bijsluiters. In de jaren ’80 kregen geneesmiddelen in België al bijsluiters mee,
maar het ging om ‘wetenschappelijke’ teksten in technische taal. In 1984 nam
minister Wivina Demeester het initiatief om de bijsluiters leesbaar te maken
voor wie tot zijn zestiende naar school was geweest. Het drietalige vocabularium moest dit mogelijk helpen maken.
Tussen 1988 en 1991 werden 6000 wetenschappelijke bijsluiters vervangen
door patiëntenbijsluiters. Het initiatief trok de aandacht van de Europese overheden en de kiem was gelegd voor een veel breder project.
3 Multilingual Glossary
In de jaren tachtig van de vorige eeuw was patiënteninformatie bij geneesmiddelen niet overal in Europa vanzelfsprekend. In 1992 vaardigde de Europese
Economische Gemeenschap een Richtlijn uit (92/27/EEG) die voorschreef dat
vanaf januari 1994 alle geneesmiddelen in de lidstaten bijsluiters moesten
bevatten in een taal die voor de patiënt “duidelijk en begrijpelijk” is (artikel 8
van de Richtlijn).
Medicus Robert Vander Stichele, die al een belangrijke rol had gespeeld
bij het tot stand komen van het Drietalig Vocabularium, nam naar aanleiding
van de nieuwe Europese regelgeving weer contact op met de Gentse vertaalopleiding, nu met een groter doel: een uitbreiding van het vocabularium naar de
9 talen die de EEG toen rijk was. Het project kreeg subsidie van de Europese
Commissie (DG III) en kreeg de naam “Multilingual Glossary of Technical
and Popular Medical Terms”. Er kwam ook steun vanuit het Heymans Instituut
voor Farmacologie van de Gentse Universiteit.
Vermeldenswaard hierbij is dat het project in oorsprong uitging van
Nederlandse termen, hoewel het Nederlands niet de belangrijkste taal van het
toenmalige Europa was. Een nieuwigheid in die tijd was echter dat er
Nederlandstalige bijsluiters beschikbaar waren gekomen op cd-rom. Met de
toen al bestaande software werden frequentielijsten gegenereerd op basis van
dit Geneesmiddelencompendium. Uit de frequentste medische vaktermen
2
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 3
Projecten medische terminologie aan de Hogeschool Gent
werden er 1830 geselecteerd die relevant werden geacht voor het project. Het
ging om technische termen die mogelijk de leesbaarheid in de weg stonden,
en waarvoor dus een tegenhanger in lekentaal wenselijk was.
De 1830 termen werden eerst vertaald naar het Engels, omdat die taal
de nieuwe brugtaal zou worden voor het project. Al gauw bleken er problemen te ontstaan met polysemie en daarom werd er voor elk begrip een Engelse
betekenisomschrijving opgezocht en genoteerd. De volgende stap was de vertaling van de Engelse termen naar het Frans, Duits, Spaans, Italiaans,
Portugees, Nieuwgrieks en het Deens. De laatste stap bestond uit het voorstellen van equivalente lekentermen in alle negen talen.
Het ging al met al om een omvangrijk project en aangezien de Gentse opleiding niet alle genoemde talen in eigen huis had, moesten er ook medewerkers
van buitenaf worden ingezet. Er stond grote druk op alle medewerkers om de
beloofde deadlines te halen. Alle werkzaamheden werden in niet veel meer
dan twee jaar tijd (van 1993 tot 1995) voltooid.
Wat de publicatie van het multilinguaal glossarium betreft, werd voor een
toen innovatieve vorm geopteerd, namelijk een publieke website. De site is
ondertussen nog steeds beschikbaar op http://users.ugent.be/~rvdstich/
eugloss/welcome.html en wordt nog druk geconsulteerd. De webstek wordt
ook op tal van andere sites vernoemd, en is overigens al een aantal keren
schaamteloos gekopieerd.
De site mag dan wegens haar rijkdom populair zijn, toch loopt ze op
een aantal punten mank. In de vroege dagen van het internet slaagden de webmasters er bijvoorbeeld niet in om het Nieuwgriekse materiaal te incorporeren. Wie het materiaal van naderbij onderzoekt, kan ook niet naast een aantal
fouten kijken die haastwerk verraden. De Engelse definities die voor eenduidigheid moesten zorgen, blijven in een aantal gevallen toch polyseem. Niet
alle medewerkers hebben overigens de definities secuur geraadpleegd toen ze
hun vertaling voorstelden, zodat de equivalentie in een aantal gevallen te wensen overlaat. Soms kan men ook kanttekeningen maken bij de voorgestelde
populaire varianten. Een beperking die te maken heeft met de gebruikte selectiemethode, is dat er uitsluitend is uitgegaan van eenwoordtermen; moderne
termextractie had ook meerwoordtermen opgeleverd. Verder is de site ook niet
meer bijgewerkt sinds het jaar 2000 en is de handige snelzoekfunctie ondertussen inactief. Ten slotte zou men nog kunnen aanvoeren dat er ondertussen
23 EU-talen zijn, zodat het project ook nog sterk in de breedte kan worden uitgebreid.
3
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 4
Joost Buysschaert
In de loop der jaren werd wel vaker het plan opgevat om de bestaande collectie bij te stellen. Het onderzoek naar leesbaarheid van bijsluiters, dat ondertussen op diverse fronten is gevoerd en ook aanleiding heeft gegeven tot een
gereviseerde Readability Guideline van de EU (ENTR/F/2/SF/jr (2009)D/869),
was daarbij zeker een stimulans. Alleen is het nu aanzienlijk moeilijker om
een Europese (of andere) subsidie te verkrijgen. In 2007 kwam er toch een
aanzet: met de hulp van een tijdelijke kracht, gefinancierd door de faculteit,
werd een nieuwe lijst met eenduidige Engelse definities opgesteld – een
belangrijke voorwaarde voor een revisie van de bestaande collectie. De definities werden – mét bronverwijzing – uit publiek toegankelijke standaarwerken
gehaald en geselecteerd op basis van duidelijkheid en eenduidigheid. Een aantal termen werd geschrapt, andere werden toegevoegd. Enkele opvallende fouten werden alvast weggewerkt. Het Nederlandse vertaalbedrijf Medilingua,
gespecialiseerd in medische vertaling, werd bereid gevonden om pro bono de
lijsten van enkele talen te reviseren aan de hand van de nieuwe definities. In
ruil zou het bedrijf een grote zichtbaarheid krijgen op de nieuwe site. Hier
ontstond echter al snel een probleem: de partner die – eveneens gratis – de
nieuwe site zou verzorgen, liet verstek gaan. Er kwam verder uitstel en de
bezigheden vielen andermaal stil. Er wordt nu gehoopt dat het werk in een
ander kader kan worden voortgezet (zie paragraaf 6).
4 MeSH Termbase Project
Een project van een andere orde, dat lang heeft kunnen overleven zonder noemenswaardige subsidiëring, is het MeSH Termbase Project. Het acroniem
MeSH staat voor “Medical Subject Headings”, een zeer uitgebreide systematische trefwoordenlijst van de National Library of Medicine in de Verenigde
Staten (http://www.nlm.nih.gov/mesh/MBrowser.html). Oorspronkelijk werden de MeSH-trefwoorden al gebruikt voor het indexeren van de jaarlijkse
medische bibliografie Index Medicus, maar ondertussen kennen ze een veel
ruimere toepassing: de MeSH-codes worden bijvoorbeeld ook geregeld
gebruikt om medische bibliotheken te ordenen.
Robert Vander Stichele, bezieler van de andere medische projecten,
kwam in 1987 met het voorstel om de MeSH-termenlijst ten minste gedeeltelijk te voorzien van Nederlandse equivalenten. Nederlandstalige onderzoekers
uit de medische sector zouden dan ook via Nederlandse trefwoorden
Engelstalige publicaties kunnen opzoeken.
Twee medewerkers van de Gentse vertaalopleiding, Paul Robberecht en
Joost Buysschaert, voelden zich door het voorstel aangetrokken. Er werd beslo-
4
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 5
Projecten medische terminologie aan de Hogeschool Gent
ten om de uitgebreide lijst op te delen in onderwerpen voor afstudeerscripties
(eerst heetten die licentiaatsverhandeling, nu heten ze masterproef). De terminologie bleek een ideaal oefenterrein voor aankomende vertalers, maar ook
voor tolken en studenten in de meertalige communicatie. Door mee te doen
aan het project, zouden zij zich niet alleen bekwamen in de praktijk van het
terminologisch onderzoek, ze zouden ook leren bij te dragen tot een grote,
door vele terminologen samen gemaakte termenbank.
Vanaf 1992 werd voor het project gewerkt met het GenTerm invulfiche,
in huis ontwikkeld door neerlandicus Paul Callewaert. Het fiche respecteert in
grote mate de principes van de zogenaamde Vienna School (die voortbouwt
op de ideeën van de grondlegger van de terminologieleer, de Oostenrijker
Eugen Wüster) en van ISO 1087. Het terminologiewerk is conceptgestuurd,
m.a.w. termen die verwijzen naar eenzelfde concept, worden binnen één fiche
behandeld. Toch heeft GenTerm de nodige aandacht voor synoniemen (die in
de Wüsteriaanse traditie ongewenst waren) en voor het expliciet aangeven van
de subtiele nuances tussen synoniemen en equivalenten. Voor medische terminologie is dit erg belangrijk: niet-ingewijden staan vaak versteld over het
grote aantal termen dat bestaat voor eenzelfde medisch concept2: ziektenamen bijvoorbeeld hebben vaak een beschrijvende naam naast een eponiem,
of een Latijnse naam naast een echt Engelse, respectievelijk Nederlandse benaming; bovendien zijn er zeker in het Nederlands veel medische concepten die
naast een technische naam ook nog een lekenterm hebben.
Het GenTerm-fiche is bijzonder gedetailleerd en dwingt de student dan
ook om aandacht te hebben voor zowel betekenisnuances als spellingvarianten, grammaticale kenmerken, uitspraak, collocaties, elkaar tegensprekende
definities en veel meer. Een ingevuld fiche kan worden bekeken op
http://cvt.hogent.be/mesh.htm. Het fiche is zo gemaakt dat het kan worden
omgezet naar Multiterm en van daaruit ook naar andere formaten, zoals TBX.
De volledige termenbank kan enkel door personeel en studenten worden
geraadpleegd, maar een (heel) beperkte smaakmaker (beperkt zowel in het
aantal concepten als in het aantal gegevens per concept) is voor een breder
publiek raadpleegbaar op http://gtt.hogent.be/mesh.
Scriptiestudenten verwachten geen subsidie. Het MeSH Termbase Project heeft hierdoor kunnen genieten van een bijzonder lange adem en heeft
ondertussen al meer dan 150 scripties opgeleverd. Het scriptieonderwerp
wordt nog elk academiejaar aangeboden, want de MeSH-thesaurus is erg
omvangrijk: de versie 2013 omvat 26.853 ‘descriptoren’ (voorkeurtermen) en
bijna 200.000 ‘entry terms’ (te vergelijken met synoniemen). Dezelfde
descriptor komt wel op meer dan één plaats in de thesaurus voor en het aantal unieke descriptoren ligt dus een stuk lager. Eind 2010 waren 4.819 van de
5
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 6
Joost Buysschaert
descriptoren aan bod gekomen in het MeSH Termbase Project, goed voor
6.198 Engelse termen, 4.827 Nederlandse equivalenten en 1004 Latijnse equivalenten. Minder voorkomende synoniemen die in een veld “ExtraSyn” worden opgenomen, zijn hier niet meegerekend.
Eén bedrijf heeft een betalende licentie op het materiaal genomen, een
tweede toont belangstelling. Beide bedrijven willen de termenbank gebruiken
binnen hun systemen van federated search.
Naar aanleiding van een opmerking van een medisch vertaalster dat de
MeSH-terminologie weliswaar medisch is, maar dat er toch heel wat farmaceutische termen in ontbreken die voor medische vertalers belangrijk zijn, is ook
een aanvullend project ‘Farma’ opgestart. Dit deelproject gebruikt hetzelfde
stramien als het MeSH Termbase Project, maar gaat uit van bijkomende termen, geselecteerd uit referentiewerken over farmacie en uit documenten die
worden gebruikt voor registratie van geneesmiddelen.
Het MeSH Termbase Project heeft ook aanleiding gegeven tot een aantal
onderzoekspublicaties en een nog lopend doctoraatsproject (Buysschaert &
Robberecht 2001, Buysschaert 2006a, Buysschaert 2006b, Vanopstal et al.
2011, Vanopstal et al. 2012).
5 ABOP en OptiPIL
Voor descriptief onderzoek – zoals de aanmaak van termenbanken – is het
(ten onrechte) heel moeilijk geworden om subsidies te verkrijgen. Voor de
ontwikkeling van softwarematige toepassingen echter kan er met enig geluk
wel nog financiële steun worden verkregen. Binnen de faculteit is sinds een
aantal jaren een aparte Vakgroep Taaltechnologie actief die zich naar buiten
profileert als ‘LT3’ (Language and Translation Technology Team) en die op dit
terrein werkzaam is. Ook het LT3-team heeft zich in zijn projecten al een aantal keren toegelegd op medisch taalgebruik en medische terminologie, al gaat
het in hun geval niet om terminografisch werk maar om ontwikkeling van
software.
Met hun project Automatic Leaflet Optimizer (ABOP), gesubsidieerd
door het IWT-TETRA-Fonds, deden LT3-medewerkers van 2007 tot 2010
onderzoek naar de haalbaarheid van een softwarematige redactieomgeving
waarmee de leesbaarheid, begrijpelijkheid en gebruiksvriendelijkheid van
patiëntenbijsluiters kan worden gecontroleerd en waarbij het systeem correcties kan suggereren. Naast het suggereren van alternatieven voor moeilijke
medische termen (helemaal volgens het stramien van de Multilingual Glossary,
vgl. punt 3) moest het systeem ook kunnen wijzen op onnodige herhaling of
6
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 7
Projecten medische terminologie aan de Hogeschool Gent
andere redundantie, en op onduidelijkheden over risico’s bij het gebruik van
geneesmiddelen. Waar ABOP de grondslagen legde, moest het vervolgproject
OptiPIL (Optimizer for Patient Information Leaflets) in 2010 de concrete redigeeromgeving uitwerken. Meer details over beide projecten vallen na te lezen
op http://lt3.hogent.be.
6 Verdere plannen
Zoals eerder al is aangeklaagd, is het momenteel moeilijk om voor descriptief
onderzoek fondsen te werven. Toch zijn er bij het CvT en LT3 plannen om in
samenwerking met externe partners nieuwe gesubsidieerde initiatieven op te
starten waarin medische terminologie een cruciale rol zal spelen. Het zal hierbij de bedoeling zijn om gegevens uit verschillende projecten te bundelen –
onder meer gegevens uit het MeSH Termbase Project en uit de verbeterde versie van het Multilingual Glossary – met TMF (Terminology MarkUp Framework) als gemeenschappelijke onderliggende structuur. In dit syntheseproject
zou er ook telkens een verband kunnen worden gelegd met andere gezaghebbende medische classificatiesystemen dan MeSH (zoals Snomed-CT, ICD en
ICPC). Het project is extern opgestart onder de naam MERITERM en er zijn
ook plannen voor een afgeleide, dat voor de Belgische markt zou zijn
bestemd. Dit “Belgisch terminologisch referentiesysteem” zou, net als het historische Drietalig Vocabularium, de talen Frans, Nederlands en Duits omvatten.
In hetzelfde kader komt er hopelijk ook ruimte om eindelijk een nieuwe versie van de Multilingual Glossary online te zetten.
De verdere evolutie kan worden gevolgd op de sites http://cvt.hogent.be en
http://lt3.hogent.be. Na de integratie in de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte
van de Universiteit Gent (najaar 2013) zullen deze sites migreren naar een
ander adres. Vermoedelijk worden de URL’s dan www.cvt.ugent.be respectievelijk www.lt3.ugent.be.
Literatuur
Bowker, Lynne & Shane Hawkins (2006). “Variation in the organization of medical
terms: exploring some motivations for term choice”. In: Terminology 12: 79-110.
Buysschaert, Joost & Paul Robberecht (2001). “Enkele informatiseringsaspecten van
het MeSH-Vertaalproject”. In: Willy Vandeweghe et al. (red.), Polyfonie. Opstellen
voor Paul van Hauwermeiren, 55-64. Gent: Mercator Hogeschool.
7
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 8
Joost Buysschaert
Buysschaert, Joost (2006a). “The development of a MeSH-based biomedical termbase
at Hogeschool Gent”. In: P. Zweigenbaum et al., eds. LREC 2006 Satellite Workshop
W08. Acquiring and representing multilingual, specialized lexicons: the case of biomedicine. 39-43. Genoa.
Buysschaert, Joost (2006b). “Exploiting an English-and-Dutch biomedical termbase:
the search for an ideal format”. In: Equivalences 33: 33-42.
Guideline on the readability of the labelling and package leaflet of medicinal products
for human use. Revision 1, 12 January 2009. ENTR/F/2/SF/jr (2009)D/869.
http://ec.europa.eu/health/files/eudralex/vol-2/c/2009_01_12_readability_guideline_final_en.pdf
Hauwermeiren, P. van (red.) (1986). Drietalig vocabularium van wetenschappelijke en
populaire medische termen Nederlands/Frans/Duits. Brussel: Ministerie van
Volksgezondheid en het gezin.
ISO 1087 (1990). Terminology – Vocabulary = Terminologie – Vocabulaire. Genève:
Organisation internationale de normalisation (ISO/TC 37).
Richtlijn 92/27/EEG van de Raad van 31 maart 1992 betreffende de etikettering en de
bijsluiter van geneesmiddelen voor menselijk gebruik. http://eur-lex.europa.eu/
LexUriServ/LexUriServ.do?uri=CELEX:31992L0027: nl:NOT
Vanopstal, Klaar, Robert Vander Stichele, Godelieve Laureys & Joost Buysschaert
(2011). “Vocabularies and Retrieval Tools in Biomedicine: Disentangling the
Terminological Knot”. In: Journal of Medical Systems Volume 35, Number 4 (2011),
527-543. (http://www.springerlink.com/openurl.asp?genre=article&id=doi:
10.1007/s10916-009-9389-z)
Vanopstal, Klaar, Robert Vander Stichele, Godelieve Laureys & Joost Buysschaert
(2012). “PubMed searches by Dutch-speaking nursing students: the impact of language and system experience”. In: Journal of the American Society for Information
Science and Technology 63 (2012): 1538–1552. (http://onlinelibrary.wiley.com/doi/
10.1002/asi.22694/pd)
Websites
http://cvt.hogent.be/mesh.htm *
http://gtt.hogent.be/mesh *
http://lt3.hogent.be_*
http://users.ugent.be/~rvdstich/eugloss/welcome.html
http://www.nlm.nih.gov/mesh/MBrowser.html
* De hogent-sites zullen in het najaar van 2013 migreren naar equivalenten op de
servers van de Universiteit Gent.
8
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 9
Projecten medische terminologie aan de Hogeschool Gent
Noten
1
²
Er bestond ook een Franstalige tegenhanger van het werk onder de titel Vocabulaire
trilingue de termes médicaux scientifiques et populaires. Français-Néerlandais-Allemand.
Over variatie binnen medische terminologie: zie ook Bowker & Hawkins (2006).
9
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 10
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 11
Jan M.L. Bosmans
Eén radiologisch lexicon voor Nederland en
Vlaanderen: zin of onzin?
1 Inleiding
Enkele jaren geleden was ik op een receptie naar aanleiding van de uitreiking
van de Nederlandse Galenusprijs voor innoverend geneesmiddelenonderzoek. Met een goed glas wijn in de hand volgde ik de conversatie van een
groepje Nederlandse farmaceuten die zich verzameld hadden rond een jonge
vrouw. Ze was een productmanager uit Vlaanderen, die net gemuteerd was
naar Nederland. Met veel vuur had ze het over haar ervaringen met de
Belgische geneeskunde. De omstanders knikten beleefd maar begrepen niet
waar ze het over had. Toch sprak ze gewoon Nederlands – BelgischNederlands. Klaarblijkelijk was ze zich er niet van bewust dat sommige termen die zij veelvuldig gebruikte, in Nederland onbekend waren of een andere, beperktere betekenis hadden. Haar toehoorders zouden haar beslist beter
hebben begrepen als ze Frans hadden gekend: veel termen uit het Belgisch
medisch Nederlands zijn immers letterlijke vertalingen van Franse woorden;
en zelfs wanneer datzelfde woord ook in Nederland gangbaar is, krijgt het de
Franse betekenis mee.
Afbeelding 1: Een Vlaamse productmanager vertelt anekdotes waarin het woord
‘consultatie’ btekenissen heeft die in Nederland onbekend zijn.
11
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 12
Jan M.L. Bosmans
Een verwarrende situatie
Een mooi voorbeeld is het woord ‘consultatie’ (Frans: ‘la consultation’). In
Nederland wordt daarmee de handeling van het consulteren bedoeld. In de
geneeskunde in België heeft ‘consultatie’ een veel bredere betekenis. Zoals de
cartoon in afbeelding 1 aangeeft, kan het onder andere betekenen: ‘spreekuur’,
‘praktijk(ruimte)’, het ‘tarief voor een consult’ (medische handelingen worden
in België nog veelal de patiënt apart in rekening gebracht en achteraf via een
ziekenfonds terugbetaald). Het woord ‘consult’ daarentegen wordt in de
Belgische gezondheidszorg nauwelijks gebruikt, want dat bestaat niet in het
Frans! In een poging tot vernederlandsing werd vele jaren geleden ‘raadpleging’ ingevoerd als alternatief voor het ‘Franse’ consultatie. Maar ook daarvoor
geldt dat de betekenis veel breder is dan ‘de handeling van het raadplegen’:
‘raadpleging’ staat eveneens voor ‘spreekuur’, ‘tarief van een consult’ etc.
Dit is maar één voorbeeld van de spraakverwarring die het gevolg is van
de verschillende medische termen en bewoordingen in Nederland en
Vlaanderen, die telkens een andere specifieke betekenis hebben. Ook in de
radiologie bestaan dergelijke verschillen. Naar aanleiding van mijn proefschrift The Radiology Report: from Prose to Structured Reporting and Back Again
(‘Het radiologieverslag: van vrije tekst naar gestructureerde verslaglegging:
enkele reis of retourtje?’ [1], afbeelding 2) kreeg ik de volgende reactie van een
collega uit Maastricht: “Met name het verschil tussen de Belgen en de
Nederlanders is iets dat wij ook in de praktijk tegenkomen in onze grensstreek... De nomenclatuur van de Belgische en Nederlandse radiologen komt
niet altijd overeen, en werkt soms zelfs verwarrend.”
Afbeelding 2: Op mijn proefschrift over het radiologieverslag kreeg ik ook uit
Nederland reacties.
12
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 13
Eén radiologisch lexicon voor Nederland en Vlaanderen: zin of onzin?
Helaas moet ik haar gelijk geven. Eén voorbeeld. Onder invloed van het Franse
‘retenir’ lees je in een groot aantal verslagen uit Vlaanderen dat bepaalde letsels
werden ‘weerhouden’. Wat de radioloog bedoelt, is dat die letsels werden ‘opgemerkt’, ‘gezien’, ‘waargenomen’, desnoods ‘genoteerd’. De Nederlandse arts die
zo’n verslag leest, wordt op het verkeerde been gezet, want hij kent ‘weerhouden’ als synoniem van ‘tegenhouden’: níét zien dus! Dit is slechts één illustratie van mogelijke misverstanden tussen Vlaamse en Nederlandse artsen als
gevolg van het ontbreken van een gezamenlijke termenlijst.
De medische misverstanden die het gallicisme ‘weerhouden’ kunnen oproepen, passen uiteraard in een veel breder plaatje. Zodra je vanuit Vlaanderen
Nederland binnenrijdt, veranderen de huizen, het dorpsbeeld. Het ziet er allemaal een stuk keuriger uit, witter, eenvormiger, meer geconcentreerd ook. Het
frietkraam (in België: ‘de’) wordt een ‘friettent’, waar ze geen frieten serveren
maar ‘patat’, liefst met ‘fritessaus’ in plaats van mayonaise, of kortweg: ‘patat
mét’.
Ook de radiologische terminologie ondergaat bij de grensovergang tussen Meer en Zundert een transformatie. Als praktiserend radioloog bekijk je
een verslag van ‘ginder’ met kinderlijke verwondering. Zo kan het dus ook! Ze
zeggen precies hetzelfde en het is allebei Nederlands maar het staat er wel
anders. Een kort, willekeurig lijstje van termen uit enkele CT-verslagen, die in
Vlaanderen veelvuldig gebruikt worden, maar die je nooit in een verslag uit
Nederland zult aantreffen, en vice versa.
Typisch ‘Vlaams’
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
1
RX thorax.
Radiografie face en profiel van de dorsale wervelzuil.
Normale aanpalende structuren.
Geen deviatie van hersenmiddenplanstructuren.
Gave corticale belijning van het bot.
Peritonealisatie van het contrast.
Geen pleuradécollage meer in de linker longtop.
Patiënt met gekend hypernefroom.
Genepen aspect van de gewrichtsruimte.
Langsheen de rechter a. iliaca weerhoudt men enkele vergrote lymfeklieren.
Indicatie: oppuntstelling koorts van onbekende oorsprong.
De middenste sushepatische vene is niet doorgankelijk.
Mogelijk gaat het om een beginnende hydrocefalie.
Besluit: geen afwijkingen.
13
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 14
Jan M.L. Bosmans
Typisch ‘Hollands’
• Geen aanwijzingen voor buikwandbreuk.
• X-thorax.
• De schorslaag van de rechternier ligt dun uitgespannen over het gedilateerde verzamelsysteem.
• De urineblaas toont een catheter a demeure in situ.
• Geen haardvormige afwijkingen in de lever.
• Anus praeter links.
• Grote, bolvormige laesie gezien met randaankleuring.
• Normaal beeld van de tractus digestivus.
• Patiënt bekend met prostaatcarcinoom.
• De nieren tonen enige lobbing.
• Het darmpakket toont verder geen afwijkingen.
• Onderzoek volgens standaard buikprotocol.
• In botsetting zien we kalkarmoede en degeneratieve veranderingen.
• Multiple cysteuze ruimtes gescheiden door dunwandige schotjes.
Noteer dat in het ‘Hollandse’ lijstje ‘catheter a demeure’ staat, niet ‘cathéter à
demeure’ zoals dat in correct Frans wordt geschreven. Het valt mij overigens
op dat diakritische tekens in Nederlandse verslagen bijna volledig ontbreken.
Vermoedelijk komt dit door het gebruik van het (Amerikaanse) QWERTY-toetsenbord, waarop diakritische tekens moeten worden gevormd via een combinatie die niet op de toetsen zelf aangegeven wordt. In België werken zowel
Nederlands- als Franstaligen met het Franse AZERTY-toetsenbord en daar
staan de é, de è, de à, de trema en het accent circonflexe gewoon op. Vlaamse
artsen hebben dan ook patiënten, hun Nederlandse confraters patienten. Een
mens mag hopen dat spraakherkenning dit probleem oplost, maar over dergelijke kleine ergernissen ben ik meestal weinig hoopvol gestemd. Vlamingen
houden het trouwens op de term ‘verblijfkatheter’ en in dezen staan zowel
Pinkhof [2] als ikzelf geheel aan hun zijde. Gewone dingen op een ingewikkelde of exotische manier omschrijven is pedant en zeker niet bevorderlijk
voor een goed begrip.
Dissociatie en overlapping
In 2011 hing er een tijdlang een opvallende affiche in de Vlaamse treinstations
(afbeelding 3). Bedoeld werd dat je door de combinatie van trein en huurfiets
heel snel bij het ‘station van de leuke koopjes’ kon komen. Maar ‘ongelooflijk
toffe botten’? Werden hier leuke skeletten aangeboden aan studenten medicijnen? Opnieuw brengt het Franse woordenboek uitkomst: deze winkel ver-
14
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 15
Eén radiologisch lexicon voor Nederland en Vlaanderen: zin of onzin?
Afbeelding 3: Bij het station van de leuke skeletten?
koopt ‘des bottes’. De woorden ‘botten’ en ‘laarzen’ strijden om de eerste
plaats in het spraakcentrum van de Vlaamse taalgebruiker, en hoewel elke
Vlaming de ‘laars’ kent, wint de ‘bot’ het pleit.
De geschiedenis van een taal en van contextgebonden deelverzamelingen daarvan, is vervlochten met de politieke, sociale en economische geschiedenis. Ook de taal van de radioloog in Nederland en Vlaanderen draagt de
sporen van eeuwen van tumultueuze machtswisselingen. Radiologisch
Nederlands is natuurlijk gewoon een soort Nederlands, maar daar begint het
al: die taal heeft zich onder invloed van divergerende politieke dominantie
eeuwenlang apart ontwikkeld in Nederland en België. Zolang artsen Latijn
spraken, maakte dat weinig uit, maar het werd wel een kwestie van enig belang
toen het Latijn plaats moest maken voor de volkstaal: in Nederland het
Nederlands, in België... het Frans!
Omdat volkstalen niet bij toverslag rijke wetenschapstalen worden, is
het Latijn tot op heden een factor van betekenis gebleven in de geneeskunde
in alle westerse landen – denk aan de anatomische nomenclatuur. Voor het
Grieks geldt tot op zekere hoogte hetzelfde, al zijn de meeste termen die we
aan de taal van Hippokrates ontlenen, tot ons gekomen via het Frans – en dat
geldt zowel voor Nederland als voor Vlaanderen. De Nederlandse spellingcontrole van de tekstverwerker waarmee ik dit typ bijvoorbeeld, zet een gekarteld
rood lijntje onder skoliosis, maar bespeurt geen kwaad in scoliose. Nochtans
kenden de Grieken de letter c niet en was de uitgang -ose de Vader van de
Geneeskunde vermoedelijk evenmin bekend.
15
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 16
Jan M.L. Bosmans
Afbeelding 4: Tot halfweg de twintigste eeuw gebruikte haast niemand in
Vlaanderen de Nederlandse termen voor auto-onderdelen.
Terwijl het medische Nederlands, verrijkt met de erfenis van de klassieke talen,
zich gestaag ontwikkelde in het Koninkrijk der Nederlanden, communiceerden artsen en andere wetenschappers in België met elkaar uitsluitend in het
Frans. Hun patiënten hadden eigen, bloemrijke uitdrukkingen voor courante
ziekten en syndromen: ‘de seskens’ (stuipen), ‘het vliegend flissijn’ (reuma) ...
De Belgische artsen hadden de Franse termen in hun ‘trousse’: ‘appendicite’,
‘phlébite’, ‘sciatique’, ‘attaque’... Veel patiënten hebben die Franse termen
geleidelijk van hun huisdokter overgenomen en ouderen gebruiken ze ook nu
nog. In een verkeerd begrepen poging om ‘de taal van de patiënten’ te spreken,
gaan sommige Vlaamse huisartsen daarin mee, waardoor ze die patiënten
eigenlijk kennis van de juiste termen ontzeggen. Zonder het te beseffen maken
ze de vicieuze cirkel rond waar hun Franstalige voorgangers de aanzet toe hebben gegeven.
Terwijl (en ook voor een deel omdat) het Frans de cultuurtaal was, bleef het
Nederlands in Vlaanderen lange tijd het arme broertje. Over de koe, de kippen
of de aardappelen kon je wel redekavelen in het ‘Vlaams’ maar als het gesprek
wat technischer werd, schoten woorden te kort. Als je omstreeks 1950 aan een
monteur had gezegd dat er een probleem was met de versnellingsbak van je
cabriolet, had hij je eerst enigszins vragend aangekeken, om vervolgens uit te
roepen: “Ha, ge bedoelt de boîte van uwen décapotable!” Afbeelding 4 toont
hoe auto-onderdelen in die tijd in Vlaanderen werden genoemd. Anno 2012
zijn er nog steeds garagehouders en automobilisten die zich op die wijze uit-
16
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 17
Eén radiologisch lexicon voor Nederland en Vlaanderen: zin of onzin?
drukken. Je kunt de problematiek vergelijken met de geneeskunde, maar bijvoorbeeld ook met de restaurantsector. Tot diep in de jaren zeventig waren de
menu’s in Vlaamse restaurants in het Frans. Een Franstalige collega uit Brussel,
die overigens voortreffelijk Nederlands sprak, vroeg me een jaar of tien geleden of dat nog steeds het geval was. Toen ik haar zei dat onze menu’s tegenwoordig bijna overal gewoon in het Nederlands waren, was ze erg verwonderd: voor de culinaire nuances die het Frans kende was dat soort taal toch
volledig ongeschikt?
2 De vernederlandsing van de Vlaamse geneeskunde
Ik zal het hier niet hebben over de Vlaamse Beweging, die er sinds de negentiende eeuw onverdroten voor ijvert dat het Nederlands de rol krijgt die het
toekomt als moedertaal van de meerderheid van de Belgische bevolking. De
vaak hortende en aarzelende erkenning als volwaardige bestuurstaal werd op
geruime afstand gevolgd door een vergelijkbare evolutie in de wetenschappen.
De vernederlandsing van de Universiteit (toen nog Rijksuniversiteit) Gent,
eerst onder de Duitse bezetter in 1917, na een terugval uiteindelijk definitief
in 1930, luidde de ommekeer in.
Voor de professoren moet die omschakeling een zwaar karwei zijn
geweest. Opeens moesten ze les geven in een taal waarvan ze het vakspecifieke lexicon niet beheersten! Ongetwijfeld heeft men daarbij over de grens gekeken; maar anderen zijn op eigen houtje aan het vertalen geslagen, wat een
interessante verzameling gallicismen heeft opgeleverd. De puristen zochten
hun inspiratie dan weer zo ver mogelijk van de taal van Molière en Descartes,
en kwamen terecht bij andere, in hun ogen meer verwante talen. Zo werd ‘la
colonne vertébrale’ in Vlaanderen niet ‘de wervelkolom’ maar ‘de wervelzuil’.
Want ‘une colonne’, dat is zo’n ding dat het dak van het Parthenon schraagt,
een zuil dus; en de Duitsers hebben toch ook hun ‘Wirbelsäule’?
In de radiologie ging het allemaal nog een stapje trager. De Société belge
de Radiologie (SBR) zag het levenslicht in 1906 maar werd pas in 1938 officieel tweetalig. Aan de Gentse universiteit gaf professor Jules De Nobele (18651946) in het kader van de ‘medische elektrologie’ een kleine facultatieve cursus radiologie. Hoewel hij al zijn wetenschappelijke publicaties in het Frans
schreef, doceerde hij vanaf 1930 ook in het Nederlands. Na zijn emeritaat in
1934 werd in 1936 de eerste volwaardige hoogleraar radiologie benoemd,
Frédéric De Witte. Samen met Paul De Backer, hoogleraar radiotherapie,
publiceerde De Witte in 1938 een boek in het Nederlands, Beginselen
van de Röntgendiagnose en van de Röntgen- en Curietherapie [3]. Een bespreking
17
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 18
Jan M.L. Bosmans
door niemand minder dan Daniel den Hoed verscheen op 7 mei 1938 in het
Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde [4]. Den Hoed mist in het boek een
stuk over actinomycose – “en dat voor een landbouwend volk als de
Vlamingen!” (sic) Ook vindt hij het jammer dat de auteurs ‘diverticulitis’ en
‘diverticulose’ op één hoop gooien. Over belgicismen rept hij niet, het
Nederlands van de Gentenaars valt hem blijkbaar nog mee.
Ik zei eerder al dat de Vlamingen niet routinematig leentjebuur speelden op het moment dat ze verplicht werden in het Nederlands te doceren.
Toch waren er in de eerste helft van de twintigste eeuw heel wat contacten tussen radiologen in de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden. Tegen het
midden van de eeuw bereikten die hun hoogtepunt. Een decennium lang
(1956-1966) werkten de Nederlandse Vereniging voor Radiologie en de (sinds
1981 Koninklijke) Belgische Vereniging voor Radiologie nauw samen. Zo waren er
gezamenlijke bijeenkomsten in Brussel in 1960, in Arnhem in 1961 en in
Nijmegen in 1964. Om redenen die mij onbekend zijn, verwaterde de samenwerking. In 1980 was er een voorlopig laatste opflakkering, met een gezamenlijk congres in Antwerpen. Ook die poging werd niet gecontinueerd, om redenen die ik niet heb kunnen achterhalen.
Nieuwe feiten
Vlaamse studenten en vooral assistenten-in-opleiding trekken tegenwoordig
geregeld naar Nederland en vice versa. Dat is niet nieuw: een emeritus hoogleraar dermatologie vertelde me ooit dat hij na zijn opleiding in Nijmegen
halfweg de jaren ’60 de eerste was die op een bijeenkomst van de Belgische
Vereniging voor Dermatologie Nederlands sprak. Verwarring, verontwaardiging
en ongeloof waren zijn deel. Maar andere dapperen volgden zijn voorbeeld,
waardoor het Nederlands langzaam maar zeker voet aan de grond kreeg in
België, ook in de contacten met Franstalige collega’s. Het idee was: laten we
allen het woord voeren in onze taal en naar de anderen luisteren in de hunne.
Het heeft niet mogen zijn: tegenwoordig is de voertaal op congressen, werkvergaderingen en zelfs informele bijeenkomsten onder Belgische artsen van
beide taalgroepen vrijwel onveranderlijk Engels. Het lijkt een natuurlijke evolutie in het licht van de internationalisering, maar eigenlijk is het diep triest
dat Belgische wetenschappers thuis hun eigen taal niet kunnen gebruiken
omdat hun anderstalige collega’s zelfs de passieve kennis ontberen die nodig
is om een gesprek te volgen of een presentatie te begrijpen.
In de jaren ’70 kwam er iets bij dat enig belang kan hebben voor de harmonisering van het medische Nederlands. Door de numerus fixus in Nederland
vluchtten duizenden studenten naar buitenlandse universiteiten, de Vlaamse
voorop. Toen ik in 1974 in Gent mijn eerste kandidaatsjaar geneeskunde
18
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 19
Eén radiologisch lexicon voor Nederland en Vlaanderen: zin of onzin?
deed, bestond een derde van mijn circa 520 jaargenoten uit Nederlanders; een
zesde kwam uit Duitsland. Bijna alle Duiters gingen terug naar het moederland zodra daar een plaats vrijkwam, maar de meeste Nederlanders maakten
hun studie in België af en bleven niet zelden als arts in Vlaanderen ‘hangen’.
Recent is door het driemaal hogere collegegeld in Nederland een nieuwe
migratiegolf naar Vlaanderen ontstaan, wat overigens tot een felle discussie
heeft geleid over de vraag wie de opleiding van die ‘buitenlandse’ studenten
moet betalen.
Was het in de jaren ’70 nog een heel karwei om diploma’s en bevoegdheden
onderling erkend te krijgen, dankzij de Europese Unie en de BaMa-structuur
is dat allemaal fel vereenvoudigd. Voor artsen bestaat de grens nog nauwelijks.
Een nieuw gegeven is echter dat ook patiënten de weg naar het bovenste-bestebuitenland hebben gevonden, getuige bijgaand artikel van 25 november 2011
op de website van de Vlaamse krant De Standaard (afbeelding 5).
De vaststellingen in dit artikel sporen volledig met mijn persoonlijke ervaring.
In het jaar 2009-2010 werkte ik in het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Niet
minder dan zes procent van de patiëntenpopulatie kwam uit Nederland. Ze
waren afkomstig uit het hele zuiden van het land, van Breda en Roosendaal
tot voorbij Rotterdam. Zes procent lijkt niet veel, maar in de praktijk viel het
wel op. Omdat naast die patiënten ook heel wat artsen en verpleegkundigen
uit het noorden afkomstig waren, hoorde je op sommige afdelingen meer
Hollandse stemmetjes dan Vlaamse. Bewust ga ik voorbij aan het bekende feit
dat de extraverte Nederlander ook in andere omstandigheden nadrukkelijker
aanwezig is dan de op zichzelf betrokken Vlaming.
Afbeelding 5: De grens wordt virtueel voor artsen én patiënten.
19
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 20
Jan M.L. Bosmans
Nederlandse patiënten die in Vlaamse ziekenhuizen zorg ontvangen,
gaan na de opname weer netjes naar huis toe, lees: naar hun huisarts in
Nederland. In het slechtste geval krijgt zo’n dokter vervolgens uit Vlaanderen
een brief vol vreemde woorden waar noch Van Dale, noch het onvolprezen
Pinkhof Geneeskundig Woordenboek enig lemma aan wijdt. Een ongewenste
situatie. En zo komen we tot de kern van de zaak. Uit een grootschalig onderzoek in Nederland en Vlaanderen waaraan ik heb meegewerkt, is gebleken dat
zowel radiologen als verwijzende artsen gewonnen zijn voor eenduidige terminologie in de radiologie [5]. Zonder standaardisering ligt het pad immers
breed open voor dubbelzinnige interpretaties van radiologische bevindingen.
Geen verwijzer, laat staan patiënt, is ermee geholpen dat een uitpuilende tussenwervelschijf door de ene radioloog ‘hernia’ wordt genoemd, door een tweede ‘protrusie’, door een derde ‘bulging’ en door een vierde ‘extrusie’, tenzij
deze termen helder gedefinieerd zijn. Als een radioloog een ‘indichting’ in een
long beschrijft, bedoelt hij dan een ‘pneumonie’? Is een ‘infiltraat’ hetzelfde
als een ‘consolidatie’? Voor beeldvorming van de thorax ontwikkelde de
Fleischner Society in de VS een lexicon dat wereldwijd erkenning geniet [6].
Een goed doordachte terminologie voorkomt dubbelzinnigheid, helpt artsen
om de geijkte descriptieve termen te gebruiken, slecht taalbarrières en overstijgt de beperkingen van welbepaalde informatiesystemen. Voor de terminologie in deelgebieden van de radiologie wordt meestal gekeken naar richtlijnen van gezaghebbende wetenschappelijke verenigingen in de VS of Europa.
Maar men moet het er natuurlijk ook over eens worden wélke richtlijnen worden gevolgd; en is de keuze gemaakt, dan moet iedereen ze exclusief toepassen én de verwijzende artsen duidelijkheid verschaffen over de inhoud van die
terminologie. Alle radiologen op één lijn krijgen is overigens aartsmoeilijk.
Ons eigen onderzoek heeft uitgewezen dat een substantieel deel van de radiologen zijn eigen verslagen beter vindt dan die van collega’s [5]. Bovendien
krijgt de manier van uitdrukken van elke radioloog al heel vroeg in de opleiding vorm en bestaat er veel weerstand tegen pogingen tot bijsturing in latere
jaren.
3 Internationale standaardisering
Intussen heeft de wereld buiten de radiologie niet stilgestaan. Het steunpunt
NedTerm werd opgericht door de Nederlandse Taalunie als centraal punt voor
het verzamelen en ontsluiten van alle gegevens over terminologie. NedTerm
bevordert normalisatie en de ontwikkeling van gemeenschappelijke termino-
20
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 21
Eén radiologisch lexicon voor Nederland en Vlaanderen: zin of onzin?
logie voor Nederland en Vlaanderen op het gebied van wetenschap, technologie en andere interessegebieden. NL-Term, de Vereniging voor Nederlandse
Terminologie, organiseert hierover jaarlijks een congres.
Sinds kort probeert de radiologische gemeenschap in Nederland en
Vlaanderen haar wagonnetje te haken aan een Amerikaanse trein. De
Radiological Society of North America (RSNA) heeft een eigen lexicon ontwikkeld voor de radiologie, RadLex [7]. Dit initiatief vindt een plaats in the
Integrated Health Enterprise (IHE), een landelijk samenwerkingsverband tussen
de overheid, de industrie en de meest uiteenlopende actoren in de
Amerikaanse gezondheidszorg.
RadLex is een overkoepelend, hiëarchisch gestructureerd lexicon voor de
radiologie. Door zijn boomstructuur maakt RadLex het mogelijk om elk
begrip dat kan voorkomen in een radiologieverslag eenduidig te coderen
(afbeelding 6).
Afbeelding 6: RadLex, een allesomvattend lexicon voor de radiologie,
is hiërarchisch gestructureerd.
RadLex is gekoppeld aan andere veelgebruikte coderingssystemen in de
geneeskunde, zoals SNOMED en ICD-10. Daardoor is het gemakkelijk om termen die volgens RadLex gedefinieerd zijn, te vertalen naar systemen uit andere deelgebieden van de geneeskunde. De grote voordelen van RadLex kunnen
slechts ten volle tot hun recht komen in een zogenaamd ‘gestructureerd ver-
21
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 22
Jan M.L. Bosmans
slag’. In een dergelijk verslag dicteert de radioloog zijn bevindingen niet onder
de vorm van vrije tekst, maar vult hij een vooraf bestaande mal (‘template’)
aan met gegevens die beantwoorden aan de definitie van het lexicon, in casu
RadLex. Medio 2012 had de RSNA al 211 mallen ontwikkeld voor een grote
verscheidenheid aan situaties.
Ik zal hier niet dieper ingaan op de problemen die gepaard gaan met de
omschakeling van dicteren in vrije tekst naar gestructureerd verslaan: die zijn
verscheiden en erg talrijk, en er bestaat nog niet voor alles een oplossing. Wel
is de richting duidelijk: de instrumenten die nodig zijn om gestructureerd verslaan mogelijk te maken worden op dit ogenblik wereldwijd ontwikkeld. Van
RadLex bestaan al versies in het Duits, het Spaans, het Portugees en het
Italiaans. De Nederlandse Vereniging voor Radiologie onderneemt stappen om
een Nederlandse vertaling tot stand te brengen.
Afbeelding 7: Iedereen begrijpt Engels?
De vraag daarbij is natuurlijk: waarom vertalen, iedereen spreekt toch
Engels? Hoewel Nederlanders en Vlamingen zichzelf buitengewoon beslagen
vinden in allerlei vreemde talen, valt het in de praktijk toch behoorlijk tegen
met die kennis. Zo bleek in 1999 uit onderzoek door Gerritsen dat Nederlanders hun eigen goede begrip van gesproken en geschreven Engels ongeveer
met een factor twee overschatten [8]. Mijn eigen ervaringen met assistentenin-opleiding heeft me geleerd dat zij een radiologisch teken met een Engelse
naam meestal wel correct in verband brengen met een aandoening, maar geregeld niet begrijpen wat de Engelse benaming precies betekent.
22
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 23
Eén radiologisch lexicon voor Nederland en Vlaanderen: zin of onzin?
Bovendien is er een groep mensen die wij overwegend in het
Nederlands te woord moeten staan en dat zijn niet de minsten: onze patiënten! Het idee dat hele medische communicatie in het Engels kan verlopen met
uitzondering van het contact tussen artsen en patiënten is te gek voor woorden. Hoe goed een arts ook Engels spreekt, tijdens een consult telkens
opnieuw de rol van vertaler op zich moeten nemen is vermoeiend, contraproductief en een bron van misverstanden, zoals de cartoon illustreert (afbeelding 7).
4 Samenwerking ligt voor de hand, maar wordt niet gemakkelijk
Het initiatief om een Nederlandse bewerking van RadLex te ontwikkelen,
biedt de radiologie in Nederland en Vlaanderen een prachtige kans om dichter bij elkaar te komen. Je mag er niet aan denken dat er ooit een ‘Hollandse’
en een ‘Vlaamse’ RadLex tot stand komt. Individuele radiologen in beide landen hebben dan ook al te kennen gegeven dat ze willen samenwerken. Toch
wordt dat geen eenvoudige klus. De radiologie is ingebed in de gezondheidszorg en die is nationaal georganiseerd. Terminologie is nauw verweven met de
nomenclatuur – zeg maar het systeem van vergoedingen achter de gezondheidszorg – en dat laatste is heel verschillend in Nederland en België.
Een andere niet te onderschatten hinderpaal is dat de wetenschappelijke en professionele verenigingen van Belgische radiologen nog steeds federaal
georganiseerd zijn, wat impliceert dat Franstaligen en Nederlandstaligen het
onder elkaar eens moeten worden over de te volgen weg; en die weg heeft nog
maar zelden geleid naar grotere integratie van Vlaanderen en Nederland.
Tenzij de situatie drastisch omslaat, bestaat de kans dat er in België een lexicon ontwikkeld wordt waarvan de Franse en de ‘Vlaamse’ versies perfecte
doorslagjes zijn van elkaar, terwijl de kloof tussen de lexicons van de Vlaamse
en de Nederlandse radiologen op den duur onoverbrugbaar wordt.
Dergelijke ontwikkelingen verergeren de spagaat tussen twee kleine maar
belangrijke gebieden in Europa die ondanks plaatselijke verschillen dezelfde
middelgrote Europese taal delen. Nieuwe, intensieve en vooral ook op langere termijn geplande wetenschappelijke ontmoetingen tussen Vlaamse en
Nederlandse radiologen zouden een mooi opstapje kunnen betekenen.
NedTerm en NL-Term kunnen een rol hebben bij het actief aansporen van
beide groepen tot samenwerking rond terminologie. Op dit moment kent niemand in de Vlaamse radiologie deze verenigingen en dat moet wellicht
anders. Individuele medewerkers en sympathisanten die geloven in grensover-
23
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 24
Jan M.L. Bosmans
schrijdende samenwerking, kunnen daar een rol bij spelen. De weg is lang en
de uitkomst onzeker, maar zoals Willem de Zwijger zei: “Point n’est besoin
d’espérer pour entreprendre, ni de réussir pour persévérer.” Als Franstalige
Belg wist de Grootste Nederlander perfect waarover hij sprak.
5 Conclusie
Nederlandse en Vlaamse radiologen spreken dezelfde taal, maar hanteren om
historische redenen een verschillend medisch-wetenschappelijk lexicon. Nu
de grens tussen Nederland en België vervaagt, voor artsen zowel als patiënten,
wordt de behoefte aan een gemeenschappelijk lexicon groter. De gezamenlijke ontwikkeling van een Nederlandse versie van de Amerikaanse RadLex zou
hiertoe de aanzet kunnen vormen, als de federaal georganiseerde Belgische
gezondheidszorg een dergelijk initatief niet duurzaam in de weg staat.
Literatuur
1. Bosmans, J.M.L. (2011). The radiology report, from prose to structured reporting and
back again? [dissertatie] Antwerpen: Universiteit Antwerpen.
2. Everdingen, J.J.E. van, en Eerenbeemt, A.M.M. van den (red.) (2010). Pinkhof
medisch woordenboek. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
3. De Backer P. en De Witte F. (1938). Beginselen van de Röntgendiagnose en
van de Röntgen- en Curietherapie. Antwerpen: De Sikkel. H.E. Stenfert Kroese’s Uitg.
Mij. N.V. Leiden.
4. Hoed, D. den (1938). “Beginselen van de Röntgendiagnose en van de Röntgen- en
Curietherapie”. In: Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 82: 2305-6.
5. Bosmans, J.M.L. et al. (2011). “The radiology report as seen by radiologists and
referring clinicians: results of the COVER and ROVER surveys”. In: Radiology 259:
184-95.
6. Hansell, D.M. et al. (2008). “Fleischner Society: glossary of terms for thoracic
imaging”. In: Radiology 246: 697-722.
7. Radiological Society of North America. RadLex. URL: https://www.rsna.org/RadLex.
aspx.
8. Gerritsen, M. et al. (1999). “Engels in Nederlandse tv-reclame – Hoe denken consumenten erover en wat begrijpen ze ervan?” In: Onze Taal 68 (1): 18-20.
24
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 25
Eén radiologisch lexicon voor Nederland en Vlaanderen: zin of onzin?
Noot
1
Met ‘Vlaams’ en ‘Hollands’ bedoel ik de varianten van het Nederlands die in
Vlaanderen resp. Nederland worden gesproken. Daarmee zet ik mij bewust af tegen
de veel gehoorde opmerking dat bepaalde Vlaamse woorden of uitdrukkingen
‘geen Nederlands’ zijn, of dat je dat ‘in het Nederlands’ anders zegt. Een lovenswaardige uitleg over onze gemeenschappelijke taal (‘Netherlandic’) is te vinden op
de site van de Encyclopaedia Britannica: http://www.britannica.com/
EBchecked/topic/ 409930/Dutch-language.
25
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 26
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 27
Joop Vanderheiden
Woordenlijsten bij de Rijksdienst voor het
Cultureel Erfgoed
1 Inleiding
In de missie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE)1 wordt
nadrukkelijk gesteld “het erfgoedstelsel te ondersteunen en steeds beter te
laten functioneren”. De kerngedachte is dat de RCE faciliterend en ondersteunend is met kennis, beleid en (zeer ten dele) geld. Deze kerngedachte bepaalt
de strategische benadering.
Het gaat echter niet alleen om inbreng op lopende processen, ook aan
de fundamenten wordt gewerkt. De RCE werkt vanuit kennis en informatie,
brengt deze in en verbindt ze met initiatieven van andere (erfgoed)organisaties. Fundamenteel is de organisatie van een ondersteunende, webgebaseerde
kennisinfrastructuur. Een essentieel onderdeel van de kennisinfrastructuur is
het semantische netwerk, SemNet of Referentienetwerk genaamd.
Dit artikel illustreert de inhoud, ontwikkeling en het gebruik van het referentienetwerk binnen deze kennisinfrastructuur.
2 KiMoMo
In de Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg2 is vastgesteld dat er een
kennisinfrastructuur nodig is om de modernisering van de monumentenzorg
te ondersteunen. Kennisinfrastructuur Modernisering Monumentenzorg
(KIMOMO) is voor de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) synoniem
met een andere manier van omgaan met alle partijen die belanghebben bij en
belang stellen in het culturele erfgoed in Nederland.
Het programma zorgt ervoor dat:
• informatie over erfgoed, erfgoedzorg, erfgoedobjecten beschikbaar en
vindbaar is voor alle belanghebbenden en belangstellenden in de erfgoedzorg;
• niet alleen de RCE-informatie voor iedereen beter bereikbaar is, maar andere partners in het erfgoedveld ook hun informatie beschikbaar kunnen
gaan stellen.
27
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 28
Joop Vanderheiden
KIMOMO wil met de nieuwe kennisinfrastructuur bijdragen aan het verbeteren
van de kwaliteit van de monumentenzorg. Het doet dit door het realiseren van
een grotere betrokkenheid van belanghebbenden (gemeenteambtenaren en
monumenteigenaren) en belangstellenden. Hiertoe wordt gereedschap (handreikingen, widgets, websites) en kennis ontwikkeld en beschikbaar gesteld.
KIMOMO werkt aan een bundeling van krachten in het veld en wil de beschikbare kennis mobiliseren, gevarieerd presenteren en inzetten ter versterking van
het erfgoedbeleid en vergroting van de efficiëntie in de uitvoering.3
Het voorliggende architectuurconcept is gebaseerd op de architectuurprincipes zoals vastgelegd in de Nederlandse Overheid Referentie Architectuur
(NORA).4 Hierbij wordt uitgegaan van enkelvoudige opslag en meervoudig
gebruik van gegevens. Binnen de RCE is dit uitgewerkt en in het kader van
KIMOMO is het volgende architectuurconcept uitgedacht.
Figuur 1
Daarnaast geeft de afbeelding het uitgangspunt voor opslag en presentatie van
informatie in een driedeling van bronnen, (semantische) verbindingen en ediensten (applicatie/presentatielaag).
Bronnen bevatten gegevens en metadata (die gegevens beschrijven);
gegevens hebben per record (dataset) een unieke id. Dit record kan een artikel
zijn, een afbeelding of een item in een database. Niet-gestructureerde bronnen
28
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 29
Woordenlijsten bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
(bijvoorbeeld teksten) bevatten gegevens en metadata. Gestructureerde bronnen (databases) hebben naast gegevens per record ook een unieke id.
De presentatielaag is de laag waarmee de kennis wordt gedeeld, in alle
vormen van beschikbaarstelling van broninformatie en levering van broninformatie voor/door de eindgebruiker. Het betreft elektronische formulieren,
widgets, websites, apps en andere voorkomende vormen van user interfacing.
De RCE levert vooral halffabricaten. Derde partijen (commercieel en ideëel
gedreven) zijn betrokken bij de verwerking van deze halffabricaten in passende producten voor eindgebruikers.
De verbindingenlaag bevat een koppelstructuur in de vorm van trefwoordlijsten, geo-coördinaten en tijdsindelingen. Enerzijds zullen via de verbindingenlaag (in de toekomst) alle vakinhoudelijke vragen worden gesteld
(over bijvoorbeeld architecten, bouwstijlen, materiaalgebruik, aangetroffen
voorwerpen, gehanteerde technieken of abstracte concepten zoals herbestemming van gebouwen). Anderzijds worden trefwoordenlijsten en -concepten ter
selectie aangeboden aan velden in formulieren of databases. Door aanbieden
van vaste termenlijsten wordt de kwaliteit geborgd en is de bron id/uri verbonden met die van de trefwoordlijst en -concepten in de verbindingenlaag. De
hiertoe aangelegde index is een gescheiden onderdeel van de verbindingenlaag.
2.1 Vrijgeven van data
Een van de eerste stappen die de Rijksdienst gezet heeft in het kader van
KIMOMO, is het vrijgeven van haar eigen data, data die in de loop van de jaren
door de verschillende fusiediensten (Rijksdienst voor het Oudheidkundig
Bodemonderzoek en de Rijksdienst voor de Monumentenzorg) vergaard en
opgebouwd zijn.
Archis
Een van die datasets bestond uit de data uit het Archeologisch
Informatiesysteem (Archis). Archis is het geautomatiseerde Archeologisch
Informatiesysteem voor Nederland. Het is een databank waarin allerlei gegevens over archeologische vindplaatsen en terreinen vanaf de prehistorie tot de
Nieuwe tijd in Nederland zijn opgeslagen.
In Archis zijn onder meer vastgelegd:5
• de ligging en de aard van een vindplaats (bijvoorbeeld nederzetting of grafveld);
• de vondsten en grondsporen die zijn aangetroffen;
29
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 30
Joop Vanderheiden
• de status van een terrein (wettelijke bescherming);
• de gebieden waar archeologisch onderzoek heeft plaatsgevonden.
De data uit Archis zijn niet voor iedereen toegankelijk. Archis is bedoeld voor
het professionele archeologische veld, zoals gemeenten met een eigen archeologische dienst, archeologische bedrijven, provinciaal archeologen en universiteiten met een archeologieopleiding. Sinds 2004 is Archis opengesteld voor
gemeenten met een eigen archeologische dienst, archeologische bedrijven,
provinciaal archeologen, provinciale depots, en universiteiten met een archeologieopleiding.
Indien men geen toegang had, werden gegevens verstrekt op aanvraag
en need-to-know-basis. Een van de redenen dat er selectief met gegevensverspreiding werd omgegaan, is het feit dat men bang was dat de informatie een
eigen leven zou gaan leiden als zij zonder context verspreid werd. Daarnaast
was men ook bang voor ongecontroleerde schatgraverij.
Een van de e-diensten waarmee nu o.a. de gegevens van Archis gepubliceerd
worden, is ‘Archeologie in de gemeente’ (http://archeologie.erfgoedthesaurus.nl). Zie schermfoto (afb. 2). Gezocht kan worden op complextype, verwerving, artefacten, materialen, perioden, begin en eindjaar (ook in te stellen
via een tijdbalk) en uitvoerder.
Figuur 2. Scherm met zoekfuncties op complextype, verwerving, artefacttypen,
materialen, perioden, begin-/eindjaar, uitvoerder (schermfoto).
Met Archeologie in de gemeente kan men archeologische onderzoeken in
Nederland, inclusief onderzoeken naar dierlijke en plantaardige resten vin-
30
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 31
Woordenlijsten bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
den. De informatie in de kaartapplicatie komt van Archis. Aanvullende gegevens over dierlijke vondsten (vooral botresten) komen uit BoneInfo en data
over plantaardige vondsten (zaden, resten van planten en bomen) uit Radar.
Daarnaast biedt de applicatie ook verwijzingen naar het E-depot van DANS en
het register van Nederlandse soorten van NCB Naturalis.
Het Monumentenregister
Het Monumentenregister bevat gegevens van alle monumenten in Nederland
die door het Rijk zijn aangewezen als beschermd monument. Deze rijksmonumenten zijn van nationale betekenis.6 Het betreft de volgende gegevens:
monumentnummer, beschermingsstatus, omschrijving, plaatselijke
aanduiding (adres), kadastrale aanduiding (perceel), inschrijvingsgegevens en indien van toepassing complexnummer.
Ook deze gegevens zijn door de Rijksdienst jarenlang alleen op need-to-knowbasis vrijgegeven.
In de loop van 2011 zijn de gegevens beschikbaar gesteld. Ze zijn als verschillende datasets te downloaden. De dataset die de meest uitgebreide set van
gegevens van de rijksmonumenten bevat, is het ODB Extract. Dat is een database in Access-formaat, die maandelijks wordt geactualiseerd. Daarnaast is er
ook een webvoorziening (http://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/php
/main.php) gekomen, waarop iedereen de gegevens kan opzoeken en raadplegen (zie afbeelding 3).
Figuur 3: Een schermfoto van de webversie van een uittreksel van het
monumentenregister.
31
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 32
Joop Vanderheiden
Beeldbank
In 2011 heeft de Rijksdienst al zijn afbeeldingen via een beeldbank
(http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl) openbaar gemaakt. Daarin kan iedereen foto’s en tekeningen opzoeken en bekijken. Deze beeldbank ontsluit
ongeveer een half miljoen afbeeldingen van erfgoed die de afgelopen 150 jaar
zijn gemaakt. In de beeldbank staan nu vooral foto’s van gebouwde monumenten, afbeeldingen van archeologie en landschap. Op een later moment
zullen er ook foto’s van objecten uit de kunstcollectie te vinden zijn.
De foto’s op de beeldbank zijn bij niet-commercieel gebruik rechtenvrij.
De beelden worden aangeboden onder een CC-BY-SA-licentie, wat inhoudt
dat de beelden onder naamsvermeldingen en onder de zelfde voorwaarden
vrij te gebruiken zijn.
Figuur 4. Op de beeldbank van de Rijksdienst kan men foto’s
en tekeningen bekijken en bestellen.
Op de beeldbank is ook een OAI-repository ingericht en is een webservice
gebouwd. Via het OAI-repository zijn alle afbeeldingen te harvesten – te verzamelen en ordenen – en te hergebruiken. Via de webservice, een zogenaamde API, is de beeldbank te bevragen en te hergebruiken. Een van de eersten die
dit deed, was de firma ABC-Media7. Deze firma bouwde de app rijksmonumenten.info. Deze app zet alle 61.000 rijksmonumenten van Nederland op de
kaart en koppelt ze aan bijbehorende afbeeldingen uit de beeldbank.
32
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 33
Woordenlijsten bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Figuur 5. Op deze schermfoto is te zien hoe de applicatie foto’s uit
verschillende collecties samenvoegt bij één monument.
Bibliotheek
Op dezelfde wijze zijn ook de metadata van de bibliotheek aangeboden voor
hergebruik door derden. Een van de diensten die door derden gerealiseerd
zijn, is de Virtuelle Fachbibliothek (ViFa) Benelux. Dat is een vakportaal voor
de disciplines neerlandistiek, Nederland-, België- en Luxemburg-studies,
Afrikaans en Fries, die door de universiteitsbibliotheken in Münster en Keulen
zijn ontwikkeld. http://www.vifa-benelux.de/
Verbinden
Het semantisch verbinden geschiedt met en door het verbinden in de RNAstructuur.
RNA is een acroniem voor Referentie Netwerken Architectuur. Deze term werd
bedacht door de firma Trezorix in Delft bij een van hun projecten waarin men
zich bezighield met het ontwikkelen van best practices bij het werken met
dynamische kennissystemen.8
Een dynamisch kennissysteem is binnen het RNA-project omschreven
als een informatieomgeving waaraan nieuwe content heel gemakkelijk toegevoegd kan worden, waarbij die dan ook direct zo automatisch mogelijk onderdeel gemaakt wordt van het op semantische technologieën gebaseerde vindbaarheidssysteem. Die flexibiliteit wordt bereikt door content via metadata te
koppelen aan een referentienetwerk.
De RNA-architectuur is een webgebaseerde architectuur die is gericht op
het gemakkelijk kunnen koppelen van kennisbronnen op het web, en het op
33
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 34
Joop Vanderheiden
gemakkelijke en eenduidige manier vindbaar maken van alle verschillende
soorten content in die bronnen. Hieronder (figuur 7) is de afbeelding van
hoofdstuk (opzoeken) opengeknipt waarin de werking te zien is.
Figuur 6. De werking van het hoofdstuk ‘opzoeken’ volgens de RNA-architectuur.
Datalaag
Aan de onderkant bevindt zich, zoals gezegd, de datalaag. Hierin zitten de
bronnen: databases, filesystemen, webpagina’s enzovoort. Deze bronnen zijn
bereikbaar via het internet. Deze laag vertegenwoordigt het aanbod van informatie.
Applicatielaag
Aan de bovenkant bevindt zich een laag met applicaties die gebruik willen
maken van het informatieaanbod uit de onderste laag. In deze applicatielaag
wordt de vraag bepaald.
Referentielaag
In de tussenliggende laag bevindt zich een netwerk van referenties. Deze referentielaag dient als een soort makelaar tussen de vraag- en de aanbodzijde,
door hoogwaardige ontsluitingsfunctionaliteit te koppelen aan een gedetailleerd overzicht van de beschikbare data.
34
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 35
Woordenlijsten bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Voor vindbaarheid van belangrijke data uit de bronnen worden als metadata
records via connectoren naar de referentielaag gebracht. Deze metadatarecords worden vanwege hun afkomst ook wel bronrecords genoemd. Ze worden gekoppeld aan thesaurusstructuren, die als het ware de landkaart vormen
van het kennisdomein waaraan het netwerk gerelateerd is. Applicaties kan
men raadplegen via API’s (application programmers interfaces), het referentienetwerk om heel gericht informatie uit de bronnen te kunnen halen.
Modellering
In de RNA-omgeving wordt gebruik gemaakt van de RDF-principes voor het
linken van data. Het zogenaamde Resource Description Framework (RDF) is een
W3C-standaard, die de basis vormt van het semantische web. RDF-statements
bestaan steeds uit drie delen: een onderwerp (subject), een eigenschap (predicaat) en een voorwerp (object), samen een triple genoemd.9
De twee entiteiten, subject en object, worden door een eigenschap, het predicaat, aan elkaar gekoppeld. Een voorbeeld:
Subject: Theo Thijssen | predicate: isAuthorOf | object: Kees de Jongen
Subject: Theo Thijssen | predicate: isItemType | object: person
Subject: Kees de Jongen | predicate: isItemType | object: book
Hier wordt gezegd dat Thijssen de auteur is van Kees de Jongen, dat Thijssen van
het type persoon is en ‘Kees de Jongen’ van het type boek, en dus dat de persoon Thijssen de schrijver is van het boek Kees de Jongen.
Een predicaat heeft daarnaast twee belangrijke eigenschappen, namelijk
een domein en een range. In het domein wordt aangegeven welke soorten
entiteiten van het predicaat gebruik mogen maken, in de range wordt bepaald
naar welke soorten entiteiten het predicaat mag verwijzen. In de RNA-omgeving worden ‘entiteitsoorten’ itemtypes genoemd. Terugkijkend naar bovenstaand voorbeeld ziet dit er als volgt uit.
predicate: isAuthorOf
domain: person
range: book, article
Hier is dus vastgelegd dat het predicaat isAuthorOf gebruikt mag worden door
de itemtypes ‘persoon’, en dat het mag verwijzen naar de itemtypes ‘boek’ of
‘artikel’.
Anders gezegd: het predicaat isAuthorOf kan een persoon aan een boek of artikel linken. Een subject (boek) krijgt een predicaat: hasAuthor.
35
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 36
Joop Vanderheiden
Verschillende predicaten kunnen hetzelfde itemtype in hun domein opgenomen hebben. Vanuit dat itemtype gezien zijn er dus meerdere predicaten
waarmee er een link gelegd kan worden naar andere itemtypes. In het voorbeeld twee nieuwe predicaten: hasPublisher en hasLanguage.
Subject: Kees de Jongen | predicaat: hasPublisher | object: Van Dishoeck
Subject: Kees de Jongen | predicate: hasLanguage | object: dutch
We hebben al vastgesteld dat het predicaat isAuthorOf mag verwijzen naar de
domeinen book, article, en alleen een persoon kan zijn. De inverse van
isAuthorOf is hasAuthor. En inverse wil zeggen dat het object iets zegt van het
subject.
Bij het volgende predicaat HasPublisher leggen we vast dat het domein een book
of een journal mag zijn en dat de range een person of een organization kan
zijn.
predicate: isAuthorOf
domain: book, article
range: person
predicate: hasPublisher
domain: book, journal
range: person, organization
Hiermee kan uiteindelijk een metadatarecord van een boek samengesteld worden:
Subject: Kees de Jongen
isItemType: book
hasAuthor: Theo Thijssen
hasPublisher: van Dishoeck
hasLanguage: dutch
Enzovoort…
Op deze wijze ontsloten data kunnen vervolgens verbonden worden.
Bijvoorbeeld met andere metadatarecords, andere boeken van de auteur Theo
Thijssen, andere uitgaven van Van Dishoeck en met andere uitgaven van Kees
de Jongen enz.
Als we nu nog een stap verder gaan en ook de inhoud van de boeken op
deze wijze ontsluiten, ontstaat het volgende (versimpelde) beeld.
36
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 37
Woordenlijsten bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Voorbeeld:
Subject: Kees de Jongen | predicate: hasMainCharacter | object: Rosa
Overbeek
Subject: Kees de Jongen | predicate: hasMainCharacter | object: Kees
Bakels
Subject: Kees de Jongen | predicate: hasPlaceAction | object:
Amsterdam
Subject: Kees de Jongen | predicate: hasAction | object: zwembadpas
Subject: Kees de Jongen | predicate: hasMonument | object: De
Hollandse Maagd
In een andere modellering (bijvoorbeeld een beeldbank van het Amsterdams
Archief) van metadata staan de volgende voorbeelden:
Subject: Amsterdam | predicate: hasStreet | object: De Dam
Subject: De Dam | predicate: hasMonument | object: de Hollandse
Maagd
Subject: De Hollandse Maagd | predicate: hasAltName | object: Naatje
Subject: De Hollandse Maagd | predicate: hasAltName | object de
Nederlandse Maagd
Subject: de Hollandse Maagd | predicate: hasDate | object: 1856-1914
Op deze wijze kan een foto van de
Hollandse maagd van Jacob Olie
(1898) of de uitdrukking “het is
weer naatje” aan het boek Kees de
Jongen gekoppeld worden.
De modellering is veelal mensenwerk, maar indien eenmaal een
goede modellering is opgezet, kunnen computers zelfstandig deze
verbanden vinden en ontstaat er
een referentienetwerk.
Figuur 7. Ons Erfdeel.
Jaargang 44. p. 192.
37
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 38
Joop Vanderheiden
Woordenlijsten
Zoals in het voorgaande reeds is gezegd, wil de Rijksdienst haar eigen woordenlijsten en thesauri gaan gebruiken, maar ook woordenlijsten en thesauri
van anderen om kennis te verbinden.
Woordenlijsten, woordsystemen, thesauri enz. zijn er in vele vormen en
maten. De RCE hanteert de volgende typeringen.
Woordenlijst: een lijst termen, vaak een of twee onderwerpen, soms ook
rijp en groen door elkaar.
Classificatie: systematische ordening van ‘objecten’ in een boomstructuur (elk object kan in principe maar op één plaats staan). Zie figuur 8
van een gedeelte uit het Archeologisch Basisregister.
Taxonomie: een taxonomie brengt een strikte hiërarchie aan in een verzameling van begrippen, op basis van hun betekenis. Er zijn twee mogelijkheden: een begrip is generieker (Broader Term) of specifieker
(Narrower Term) dan een ander begrip.
Bijvoorbeeld: voertuig-tweewieler-fiets. In een taxonomie komt elk
begrip maar één keer voor en kan elk begrip maar één generieker begrip
hebben.
Thesaurus: een thesaurus is een gestructureerde termenlijst van concepten.10 De opbouw is hiërarchisch.
38
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 39
Woordenlijsten bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Figuur 8. Schermfoto van webpagina met een gedeelte uit het Archeologisch
Basisregister.
Drie soorten relaties komen in vrijwel alle thesauri voor.
Hiërarchische relaties. Dit zijn relaties tussen begrippen waarbij het ene
begrip een onderdeel vormt van het andere begrip. In thesaurusjargon:
BT-NT (broader term-narrower term). Het verdeelt termen in categorieën en subcategorieën.
Equivalente of gelijkwaardige relaties. Dit zijn relaties tussen woorden die
(ongeveer) hetzelfde betekenen. Zoals fietsen en rijwielen. In thesaurusjargon is dit de Use-Used for-relatie. Het verbindt termen met hun varianten.
39
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 40
Joop Vanderheiden
Associatieve relaties, waarbij het om allemogelijke soorten relaties kan
gaan, zoals causale, instrumentele enz.. Deze relaties liggen tussen concepten die wél met elkaar te maken hebben en waar geen van de ándere twee relaties tussen ligt. Bijvoorbeeld: doping en sport, diefstal en
heling, abolitionisme en slavernij, vogels en vogelgriep, monumentenbeleid en Wet behoud cultuurbezit, kunst en kitsch, concurrentie en
handelsrecht. Deze relatie heet de RT (related term).
Inventarisatie
Als eerste is in 2010 ten behoeve van het project “LV-Semantisch netwerk” een
inventarisatie van de bij de RCE aanwezige bronnen en thesauri gemaakt. In
het kader van de inventarisatie zijn de woordenlijsten en thesauri woordsystemen genoemd en de bronnen datasystemen. Het verschil is de toepassing en de
opbouw. Woordsystemen zijn lijsten met woorden en eventueel begrippen die
in aanmerking komen om in de datasets, objecten, gebeurtenissen of events te
kunnen beschrijven.11 Zo worden de vondsten in het datasysteem Archis
beschreven met behulp van het Archeologisch Basisregister (ABR), een archeologisch woordsysteem.
Een aantal van die bronnen zal, op korte of langere termijn, gekoppeld
worden aan de semantische netwerkvoorziening met behulp van de geïnventariseerde thesauri. De inventarisatie van termenlijsten en datasets was een
belangrijk begin om daarmee een eerste overzicht te krijgen van de grote hoeveelheid van en diversiteit in beschikbare termenlijsten en datasets binnen de
RCE. Onder meer via de inventarisatie kwamen we tot de keuze voor de archeologiepilot. Het resultaat van de pilot is te zien in “Archeologie in de
Gemeente”, in een eerdere paragraaf reeds beschreven.
De pilot zelf maakte ons duidelijk dat de getoonde resultaten bestaan
bij de gratie van de (kwaliteit van de) beschikbare bronnen, de kwaliteit, diepgang en onderlinge relaties binnen de verbindingslaag en van de beschikbare
interfaces.“Data van de bronnen op orde” is dus een eerste vereiste. Hoe goed
de woordsystemen ook zijn, informatievervuiling moet buiten de deur worden gehouden. In het kader van dit artikel voert het echter te ver nader in te
gaan op de stappen die de RCE onderneemt om de data op orde te krijgen.
Bij de inventarisatie werd ook duidelijker naar welke thesauri en bronnen de
RCE, extern, op zoek moet gaan en welke thesauri en bronnen de RCE moet
opbouwen en beheren.
Vervolgens ligt de kern in de verbindingslaag. Welke thesauri en de kwaliteit van
de thesauri.
40
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 41
Woordenlijsten bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
3 Op weg naar één virtuele erfgoedthesaurus
De inventarisatie leerde ons dat er al een behoorlijk aantal woordsystemen
bekend en aanwezig waren. Het bleek echter dat ze óf niet consequent doorgevoerd waren in de datasystemen (intern), óf dat ze vooralsnog niet geschikt
zijn voor het beoogde doel (extern).
Zo zijn soms de thesauri (veel) te algemeen. De Art and Architect Thesaurus
(AAT), de Nederlandse standaard van de Getty Foundation, in beheer bij de
RKD, heeft bijvoorbeeld 30.000 concepten. Sommige zijn onbruikbaar, andere concepten zijn zéér bruikbaar.
Een tweede probleem kan zijn dat een beschikbare thesaurus te beperkt is. Of
dat op een bepaald gebied nog geen goede thesaurus bestaat. Dezelfde AAT
heeft enkele tientallen molentermen,12 terwijl de RCE de beschikking heeft
over een lijst van circa 4.000 termen.
Ten slotte kan het probleem zijn dat de huidige thesauri van andere partijen vaak nog niet bruikbaar zijn in de verbindingslaag van de RCE. Om daarin opgenomen te worden moet de informatie omgezet worden naar het
SKOS13-datamodel. Dit laatste houdt in dat de RCE, samen met de derde partij, tijd zal moeten steken in het ver-SKOSsen van thesauri.
De consequentie van probleem twee is dat de RCE op bepaalde gebieden eigen thesauri gaat ontwikkelen. Dit zelf ontwikkelen gebeurt echter met
terughoudendheid. De uitgangspunten zijn de volgende.
Er wordt uitgegaan van bestaande, gepubliceerde woordenlijsten. Een voorbeeld is “de Haslinghuis”. Met “de Haslinghuis” wordt binnen de RCE
bedoeld het boek Bouwkundige termen: verklarend woordenboek van de westerse
architectuur- en bouwhistorie. In dit boek worden zo’n 6.000 trefwoorden
beschreven op het gebied van (bouw)materialen, technieken, onderdelen van
gebouwen, gereedschappen en beroepen van hen die bij de bouw van een
gebouw betrokken zijn. Tevens zijn er historische, dus oude bouwkundige termen en citaten opgenomen. Ook aan regionale bijzonderheden in terminologie en bouwhistorie is aandacht besteed. Na afspraken met de uitgever zijn de
termen en de omschrijvingen in de verbindingslaag gezet. Echter, het is nog
geen thesaurus met relaties. En we zoeken naar samenwerking waar mogelijk
met de organisaties die thesauri hebben gemaakt, en met organisaties die
overzichten beheren, zoals de Nederlandse Taalunie.
Ten slotte nog dit: thesauri worden gebouwd door experts. Dat kunnen
professionals zijn binnen de RCE en haar partnerorganisaties, maar ook
(organisaties van) amateurs, die vaak zeer veel kennis hebben. Voor het bouwen van thesauri zijn goede gereedschappen nodig. Een voorbeeld van het
bouwen van thesauri door experts is de molenthesaurus. Op de website
41
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 42
Joop Vanderheiden
http://molens.erfgoedthesaurus.nl kunnen aangewezen experts toegang krijgen om hiërarchische relaties in de lijsten aan te brengen en omschrijvingen
bij termen in te voeren.
Uiteindelijk moet het totaal van thesauri in de verbindingslaag leiden tot de
erfgoedthesaurus. Deze thesauri beslaan de typische RCE-domeinen (archeologie, gebouwd erfgoed, roerend erfgoed en cultuurlandschappen). Per term
wordt gewerkt aan het vastleggen van de beschrijving, alternatieve termen,
schrijfwijzen, vreemde talen en archetypische afbeeldingen, evenals de bronnen van deze gegevens. Naast hiërarchische verbinding binnen de lijst (hyperoniem of hyponiem), worden ook tussen verschillende lijsten verbindingen
aangelegd.
In de Erfgoedthesaurus blijven in principe de originele thesauri als eigenstandige thesauri bestaan. Door verbindingen ontstaat er dan uiteindelijk een erfgoedthesaurus.
Noten
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
42
http://www.cultureelerfgoed.nl/organisatie/over-rijksdienst/missie
http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/monumenten-en-erfgoed-archeologie/documenten-en-publicaties/notas/2009/09/28/beleidsbrief-moderniseringmonumentenzorg.html
http://www.cultureelerfgoed.nl/monumenten/modernisering-monumentenzorg/
kennisinfrastructuur
http://www.e-overheid.nl/onderwerpen/e-overheid/architectuur
http://www.cultureelerfgoed.nl/archeologie/archeologie/archis
http://www.cultureelerfgoed.nl/monumentenregister
http://rijksmonumenten.info/
http://www.trezorix.nl/
http://www.w3.org/RDF/
Thesaurus: gestructureerde lijst van concepten (ISO 2788). Concepten zijn volgens
deze standaard ‘eenheden van begrip’.
Intern rapport Leon Bok en Joop Vanderheiden.
http://www.aat-ned.nl/toelichting-op-de-aat/zoeken-in-de-aat
Dit is datamodel om kennissytemen KOS (Knowledge Organization Systems) te
koppelen.
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 43
Peter Goessens
Termias, de digitale vertaler van Ethias
Hoe de 1.785 medewerkers van een Belgische verzekeringsonderneming op een zelfde terminologische lijn krijgen?
1 Inleiding
Kort samengevat is Termias een volledig in-house ontwikkelde termenbank
die is gekoppeld aan het bedrijfsintranet Oasis van de Belgische verzekeringsonderneming Ethias en die wordt beheerd door haar eigen vertaaldepartement, de Cel Vertaling. Vandaar een inleidend woordje over Ethias en haar Cel
Vertaling.
1.1 Ethias
Ethias is een Belgische, onafhankelijke en mutualistisch1 geïnspireerde verzekeringsgroep met duidelijke waarden (menselijkheid, ethiek, engagement en
nabijheid) en een maatschappelijke betrokkenheid. In 1919 ging een groep
gemeente- en provinciebesturen over tot de oprichting van de “Onderlinge
maatschappij der openbare besturen voor verzekering tegen brand, bliksem en
ontploffingen” (Omob).
Figuur 1 - Ethias: logo & baseline
Het was het begin van een rijke geschiedenis met vele wendingen en successen, met als resultaat een verzekeringsgroep die vandaag kan steunen op het
vertrouwen van meer dan een miljoen verzekerden. In 2003 veranderde
Omob van naam en werd ‘Ethias’. Ethias is de natuurlijke verzekeraar van de
openbare overheden. Die positie is gegroeid vanuit haar rijke knowhow, die
43
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 44
Peter Goessens
meer dan 90 jaar overspant. In de loop der jaren groeide het aantal aangeslotenen aanzienlijk. Vandaag verzekert zij onder meer de Federale Staat, de
Gewesten en Gemeenschappen, de gestelde lichamen (Kamer, Senaat en parlementen van Gewesten en Gemeenschappen), de 10 provincies, meer dan
540 steden en gemeenten, honderden OCMW’s en sociale huisvestingsmaatschappijen, duizenden intercommunales2, parastatalen, diensten van algemeen nut en allerhande verenigingen. Sinds meerdere jaren stelt Ethias haar
competenties en expertise ook ten dienste van de private ondernemingen en
dit via het exclusieve kanaal van de makelaardij. De onderneming geeft voorrang aan het rechtstreekse contact met haar verzekerden via het internetkanaal, verschillende contactcenters, een netwerk van inspecteurs, een netwerk
van regionale kantoren (41 verspreid over heel België). Verzekerden kunnen
ook een polis afsluiten door te schrijven of te bellen naar de interne diensten.
Ethias heeft een zetel in elk van de drie taalgemeenschappen van het land:
Luik (nationale zetel), Hasselt (zetel voor Vlaanderen) en Eupen (zetel voor
het Duitstalig Gewest). De drie officiële landstalen komen dus aan bod in
zowel de interne als externe communicatie van de onderneming.
1.2 Cel Vertaling
Om het vertaalwerk in goede banen te leiden beschikt Ethias over een eigen
vertaaldepartement. De Cel Vertaling behoort tot de stafdiensten van het
directiecomité en is binnen Ethias een ondersteunende dienst, een facilitator
voor schriftelijke communicatie, berichtgeving en correspondentie zowel
intern als naar buiten toe. De vier Ethias-vertalers beheren samen zes talen
(actief: Nederlands, Frans, Engels, Duits – passief: Spaans en Italiaans).
De vier vertalers zijn:
• Renée Jamaer: vertaalster / beëdigd tolk F-N-E
• Diane Bastin: vertaalster D-F-E
• Ann Maule: vertaalster N-F-E
• Peter Goessens: vertaler/tolk N-F-E
Zij verzorgen in de eerste plaats het vertaalpakket voor de leden van het directiecomité en de raden van bestuur (notulen, rapporteren, brieven, nota’s …),
maar staan, waar mogelijk, ook ten dienste van andere departementen en
afdelingen voor vertaal-, hertaal-, revisiewerk en taalkundig advies. Jaarlijks
vertaalt de Cel bijna 8000 pagina’s. In de loop der jaren heeft de Cel Vertaling
een aantal hulpmiddelen uitgewerkt voor medewerkers die met taal bezig zijn:
een taalhandvest (richtlijnen inzake taalgebruik, woordkeuze, grammatica,
44
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 45
Termias, de digitale vertaler van Ethias
uitspraak en stijl), een schrijfwijzer (tekstuele en redactionele huisstijlrichtlijnen), lexicons (verklarende woordenlijsten voor bijvoorbeeld financiële termen), taal- en schrijftips (aandacht voor veel voorkomende spelfouten) enz.
Om het vertaalwerk te vereenvoudigen, het opzoekwerk te versnellen en het
taalgebruik binnen de onderneming te uniformeren begon de Cel Vertaling in
september 2009 met het inventariseren van vaktermen, typische Ethias-woorden en afkortingen in het Nederlands en het Frans. De aanzet voor het project
‘Termias’ was gegeven.
2. Een terminologisch project in wording
Er waren in feite meerdere redenen en dus evenzovele doelen om een terminologisch project voor de onderneming in het leven te roepen:
• het vertaalwerk voor de vertalers binnen de Cel Vertaling vereenvoudigen;
• het taalkundige opzoekwerk voor alle medewerkers van de onderneming
versnellen;
• het professionele taalgebruik binnen de onderneming uniformeren en
standaardiseren;
• bijdragen tot de communicatie tussen de drie zetels van Ethias (Luik,
Hasselt en Eupen);
• de kennis van andere landstalen binnen de onderneming ondersteunen.
Het project werd officieel opgestart in september 2009, met de steun van een
lid van het directiecomité en met de enthousiaste betrokkenheid van verschillende diensten en departementen (Departement Communicatie, de Directie
Informatica en het eigen IT-filiaal NRB), die alle overtuigd waren van het nut
voor de gehele onderneming.
45
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 46
Peter Goessens
Initiatiefnemer
Peter Goessens (Cel Vertaling / Interne Communicatie)
Sponsors
Yolande Jans (Secretariaat Vice-CEO), Martine De Beul
(Secretariaat-Generaal), Alain Charlier (Departement
Communicatie)
Terminologisch advies
Ann Maule (Cel Vertaling / NL-FR-ENG), Renée Jamaer (Cel
Vertaling / FR-NL-ENG), Diane Bastin (Cel Vertaling / FR-DE)
Codering
Mirella Jeral (Economaat & Pre-press), Greet Daenen
(Directiesecretariaat), Mellory Vandermeulen (stagiaire)
Communicatieadvies
Fabienne Verlaine (Departement Communicatie),
Marc Rosius (Departement Communicatie), Benoit Rigo
(Persattaché Zuid), Dries Olemans (Persattaché Noord)
Demand Manager IT
Dimitry Bollen (Directie Informatica)
Technische ontwikkeling Robert Willem (NRB Project Manager), Pierre Doyen
(NRB Web Solutions), Peter Croughs (Application
Maintenace Competence Center)
Grafisch Design
Pascale Lambrechts (NRB Team Graphique)
2.1 Inventarisatieproces
De eerste stap bestond in het inventariseren van termen, uitdrukkingen en
afkortingen (Nederlands en Frans) die binnen de verschillende vakgebieden
van Ethias worden gebruikt. Vervolgens moest deze inventaris op een
gebruiksvriendelijke manier beschikbaar worden gesteld voor de gehele
onderneming. Tot slot was er een instrument nodig om deze inventaris permanent uit te breiden en te actualiseren (met nieuwe termen en andere talen).
Tijdens het inventarisatieproces (de eigenlijke aanmaak van een terminologische databank) werden meer dan 8000 termen (Nederlands en Frans) uit de
belangrijkste vakgebieden samen met een 300-tal veelgebruikte afkortingen en
algemene uitdrukkingen gebundeld in een Excel-tabel.
2.2 Technisch ontwikkelingsproces
In de zoektocht naar een instrument om de termenbank toegankelijk te
maken voor het voltallige personeel viel de keuze op het bedrijfsintranet,
‘Oasis’ genaamd. Het bedrijfsintranet, dat permanent toegankelijk is voor alle
46
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 47
Termias, de digitale vertaler van Ethias
Figuur 2 - Oasis, het bedrijfsintranet van Ethias,
september 2010 (indeling openingspagina).
personeelsleden, vormt een belangrijke bron van informatie binnen de onderneming. Naast dagelijkse nieuwsberichten, een handige telefoongids (met
foto’s van de personeelsleden ) en tal van rubrieken (interne vacatures, procedures, handleidingen, elektronische formulieren …) bevat het intranet van
Ethias ook een instrument voor persoonlijke administratie (beheer van verlofdagen, reserveringen voor het personeelsrestaurant …). Het was dan ook een
logische beslissing om de termenbank te huisvesten op het bedrijfsintranet.
Voor de technische ontwikkeling werd er nauw samengewerkt met de Directie
Informatica en het IT-filiaal NRB, dat ook zorgde voor de grafische vormgeving van het project. Er werd gekozen om de termenbank permanent raadpleegbaar te maken via een specifieke knop in de bovenste menubalk van
Oasis, naast de populaire zoekmotor en telefoongids.
Figuur 3 - Bovenmenu van Oasis met het opzoekingscherm voor Termias,
september 2011 (schermfoto).
47
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 48
Peter Goessens
2.3 Promotieproces
Om het project een eigen identiteit te geven ging de Cel Vertaling op zoek naar
een passende naam en een geschikt logo. De keuze viel uiteindelijk op het letterwoord ‘Termias’, een samentrekking van “TERminologische Meertalige en
Interactieve databank voor het Assurantiewezen”. Bovendien kon ‘Termias’
ook worden opgevat als een samentrekking van de woorden ‘TERM’ en ‘Ethias’.
In het logo kreeg de ‘i’ van Termias een wereldboleffect, als symbool voor het
grensoverschrijdende taalaspect, vergezeld van een gestileerd woordenboek.
Figuur 4 - Logo van Termias.
“Termias, de digitale vertaler van Ethias” werd officieel gelanceerd voor het
‘grote publiek’ op 2 september 2010 met behulp van een interne teasing- en
informatiecampagne: een mailing naar specifieke doelgroepen binnen de
onderneming met een preview van het project, een teasingbericht op de
homepage van het intranet, het eigenlijke kick-offbericht op het intranet, een
aparte Termiasrubriek (met een handleiding), de aanmaak van het e-mailadres [email protected] enz. Bij de lancering van Termias op het bedrijfsintranet werd ook het Oasis-logo in een aangepast kleedje gestoken.
De Cel Vertaling pakte ook uit met een externe informatiecampagne naar
onder meer Belgische en Nederlandse universiteiten en hogescholen, de
BKVTF (Belgische Kamer voor Vertalers, Tolken & Filologen), de Taalunie en
Assuralia (de beroepsvereniging van Belgische verzekeringsondernemingen).
Op die manier konden ook andere mogelijk geïnteresseerde partijen worden
ingelicht over de terminologische toepassing die Ethias had ontwikkeld.
3. Een termenbank voor verzekeringen en meer
3.1 Vakgebieden
Bij de lancering in september 2010 bevatte Termias om en bij de 8.000 termen
afkomstig uit diverse vakgebieden die binnen een verzekeringsonderneming
aanwezig zijn:
48
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 49
Termias, de digitale vertaler van Ethias
•
•
•
•
•
•
•
Verzekeringstechnisch (afstand van verhaal, BA, S/P-ratio, BOAR …)
Financiën (afgeleid product, risicoappetijt, ROE, LoCoM …)
Boekhouding (resultatenrekening, sociale balans, CN …)
Verslaglegging (notulen, onderzoek van de agenda, bijl. …)
Risk & Compliance (witwaswetgeving, integriteit, CFI …)
DHR (personeelsbestand, bruto jaarsalaris, VTE …)
Ethiastaalgebruik (Ethiasser, SCC, ECC …)3
In een volgende fase (2012-2013) zullen ook termen uit andere vakgebieden
worden toegevoegd, met name juridisch, informatica betreffend en culinair
(Ethias beschikt namelijk over een eigen personeelsrestaurant en directiekeuken).
3.2 Talen
In een eerste fase bevat Termias enkel Nederlandse en Franse termen (8.000),
alsook veelgebruikte afkortingen en uitdrukkingen (300). In een tweede fase
(vanaf eind 2012) worden ook de Engelse en Duitse vertalingen van deze termen toegevoegd. Het streefdoel voor 2013 omvat een pakket van 12.000 termen die beschikbaar zullen zijn in het Nederlands, Frans, Engels en Duits.
4 Werking
Termias is een gebruiksvriendelijk, intuïtief en interactief instrument.
Gebruikers kunnen een term snel opvragen via een apart menu op de homepage van het bedrijfsintranet. Gebruikers hebben ook de mogelijkheid om via
een apart menuutje (i) de vertaling van een nog niet opgenomen term aan te
vragen en (ii) een andere vertaling of nieuwe term voor te stellen. Het eigenlijke beheer van Termias is volledig in handen van de Cel Vertaling. De vier
medewerkers van de Cel kunnen via een aparte interface snel en overzichtelijk
termen/vertalingen toevoegen, wijzigen en/of schrappen.
Het volgende voorbeeld illustreert de werking van Termias.
Een personeelslid is op zoek naar de Franse vertaling van de uitdrukking
“bescherming van de persoonlijke levenssfeer”.
Hij beschikt over twee opzoekingsmogelijkheden: de “basisopzoeking” en
“geavanceerd zoeken”.
49
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 50
Peter Goessens
4.1 Basisopzoeking in Termias
In het Termias-venster typt de gebruiker “bescherming van …”. Hij krijgt
onmiddellijk een keuzemenu te zien met woorden en zinswendingen die het
gezochte woord (of zelfs de gezochte letters) bevatten. Hij klikt vervolgens op
het gewenste woord in de lijst.
Figuur 5 - Basisopzoeking in Termias, met rolmenu (schermfoto).
De voorgestelde lijst van termen blijft slechts zichtbaar zolang de muisaanwijzer zich hierin bevindt. Is dit niet het geval, dan verdwijnt de lijst na 5 seconden. Er zijn nu twee mogelijkheden:
1. De gebruiker typt of schrapt letters in het zoekveld. De lijst zal dan worden
geactualiseerd.
2. Hij klikt op de knop ‘OK’ en krijgt een andere resultatenlijst te zien (ditmaal op basis van exacte, volledige termen en dus niet langer op letters of
woorddelen).
Wanneer de voorgestelde lijst van termen de lengte van het scherm overschrijdt, kan best het muiswiel worden gebruikt – in plaats van de verticale
schuifbalk – om de andere voorstellen te bekijken. Bij gebruik van de verticale schuifbalk zal de lijst namelijk al na 5 seconden verdwijnen.
De gebruiker komt nu terecht op een nieuwe Oasis-pagina met twee kolommen: de eerste kolom bevat steeds het ingegeven woord, de tweede kolom
geeft de gezochte vertaling. Via knippen/plakken kan de vertaling eenvoudig
in de doeltekst worden geplakt.
50
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 51
Termias, de digitale vertaler van Ethias
Figuur 6 – Indeling van het resultatenscherm in Termias (schermfoto): links de
Nederlandse versie, rechts de Franse vertaling.
4.2 Geavanceerd zoeken in Termias
Naast de basisopzoeking via de Termiaszoekmotor in de bovenste balk van
Oasis kan de gebruiker ook geavanceerd zoeken. Hij klikt dan op het icoontje
(in de vorm van een woordenboekje) naast het invulbalkje van Termias. Er
opent zich een nieuw menu met drie ingeefmogelijkheden:
1. “Alle volgende termen”
2. “Exacte woordcombinatie”
3. “Ten minste een van de volgende termen”
Figuur 7 - Scherm voor “Geavanceerd zoeken” in Termias (schermfoto).
Het veld “Alle volgende termen” houdt geen rekening met de volgorde van de
woorden (bijv. “levenssfeerbescherming” of “bescherming levenssfeer”).
51
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 52
Peter Goessens
Figuur 8 - Scherm voor “Geavanceerd zoeken” in Termias:
gebruik van het veld “Alle volgende termen” (schermfoto).
Verkiest de gebruiker een precieze volgorde, dan maakt hij gebruik van het veld
“Exacte woordcombinatie” (in dit geval: “bescherming van de persoonlijke
levenssfeer”). Bij twijfel zoekt de gebruiker dus best op “Alle volgende termen”.
Figuur 9 - Scherm voor “Geavanceerd zoeken” in Termias:
gebruik van het veld “Exacte woordcombinatie” (schermfoto).
Is een gebruiker niet zeker van de schrijfwijze (is het nu “levenssfeer” of
“levensfeer”?), dan kan hij de verschillende mogelijkheden benutten (bijv.
“bescherming levenssfeer levensfeer”) in het veld “Ten minste een van de volgende termen”.
Figuur 10 - Scherm voor “Geavanceerd zoeken” in Termias:
gebruik van het veld “Ten minste een van de volgende termen” (schermfoto).
4.3 Een vertaling voorstellen/aanvragen
De kans bestaat uiteraard dat Termias geen vertaling voor een specifieke term
oplevert of dat een personeelslid uit een specifiek vakgebied beschikt over een
meer accurate of een nieuwere vertaling/term in de andere taal.
52
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 53
Termias, de digitale vertaler van Ethias
Als oplossing voor dit probleem kan de gebruiker steeds een “Vertaling voorstellen / aanvragen” via een specifieke knop:
Figuur 11 - De knop “Een vertaling voorstellen/aanvragen” in Termias (schermfoto).
Na het klikken op de betreffende knop krijgt de gebruiker een invulscherm te
zien met meerdere kolommen en rijen.
Figuur 12 - Scherm om een term/vertaling aan te vragen/voor te stellen, met de
mogelijkheid om commentaar toe te voegen (schermfoto).
De gebruiker zoekt een vertaling voor een specifieke term die nog niet in
Termias staat? Dan kan hij de te vertalen term ingeven bij de taalkolom van
het betreffende woord.
Een personeelslid wil een (nieuwe) vertaling voorstellen? Dan kan hij
de term en de voorgestelde vertaling ingeven bij de respectieve taalkolommen.
Na een klik op “Verzenden” stuurt het systeem automatisch een bericht naar
de Cel Vertaling, die zal proberen hieraan zo snel mogelijk een gevolg te
geven. Zo zal de Cel steeds trachten om binnen de 1 à 2 werkdagen de door
gebruiker ingegeven term plus de vertaling ervan toe te voegen aan Termias.
Een gebruiker kan ook steeds een commentaartekst versturen naar de Cel
Vertaling. Zo kan hij de knop “Een vertaling voorstellen/aanvragen” ook
gebruiken om eventuele schoonheidsfoutjes (tikfoutjes, interpunctie e.d.) of
inconsistenties te signaleren.
53
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 54
Peter Goessens
5 Beheer van de termenbank
Via een apart onderdeel in de redactionele interface van het bedrijfsintranet
Oasis kan de Cel Vertaling de termenbank op een gebruiksvriendelijke, snelle
en efficiënte manier beheren: termen/vertalingen toevoegen, schrappen, corrigeren enz.
Zij beschikt hiervoor over verschillende menuschermen in de interface:
Figuur 13 - Interfacescherm om termen/vertalingen toe te voegen, te schrappen
en/of te vernieuwen – de velden voor de toevoeging van Engelse en Duitse vertalingen zijn reeds beschikbaar in het systeem (schermfoto).
Figuur 14 - Interfacescherm om vertaalaanvragen te beantwoorden, met al dan niet
een toevoeging van de ingegeven term plus vertaling (schermfoto).
54
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 55
Termias, de digitale vertaler van Ethias
Figuur 15 - Interfacescherm om ingegeven termen en de bijbehorende vertaling te
controleren en al dan niet te valideren (voor een uiteindelijke toevoeging aan de
termenbank) (schermfoto).
6. Verdere ontwikkeling van Termias
De 8.300 termen, uitdrukkingen en afkortingen zijn een vertrekpunt. In de
volgende maanden en jaren zal Termias een grote evolutie doormaken door
de toevoeging van de termen in het Duits en het Engels en door de toevoeging
van termen afkomstig uit andere domeinen/beroepen, zoals informatica,
public relations en sponsoring.
Deze interactieve uitbreiding van de gegevensbank zal op de volgende
manieren gebeuren: rechtstreeks via de Cel Vertaling, via de knop “Een vertaling voorstellen/aanvragen” in Termias en via een oproep tot de Ethias-medewerkers in andere domeinen/beroepen.
Tegen eind 2012 zou de databank om en bij de 12.000 termen moeten bevatten in het Nederlands, Frans, Engels en Duits.
Noten
1
2
3
Het woord ‘mutualistisch’ heeft betrekking op de juridische vorm van een onderlinge verzekeringsvereniging. Dat is m.a.w. een vereniging van personen die overeenkomen om zich onderling te verzekeren en de last van de geleden schade onder
elkaar te verdelen. Daartoe vormen ze een fonds dat wordt gespijsd door hun bijdragen.
Intergemeentelijke nutsvoorzieningen.
BA: burgerlijke aansprakelijkheid – S/P-ratio: verhouding schadegevallen/premies
– BOAR: Brand, Ongevallen & Andere Risico’s – ROE: Return On Equity – LoCoM:
Lower of Cost or Market – CN: creditnota – CFI: Cel voor Financiële
Informatieverwerking – VTE: Voltijds Equivalent – SCC: Strategisch
Coördinatiecomité – ECC: Ethias Competence Center.
55
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 56
Peter Goessens
56
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 57
Jan Convents
NEOTERM
NEOTERM is een project van NL-TERM om Nederlandse neologismen op het
web te zetten. Het wordt gesteund door de Taalunie. In de loop van bijna 10
jaar hebben we meer dan 1.000 neologismen opgenomen.
1 Wat verstaan wij onder ‘neologismen’?
In het GWNT van Van Dale (ed. ‘99) vinden we volgende definitie:
neologisme: nieuw gevormd woord, nieuwe zegswijze, gebruik van een
bestaand woord in een nieuwe betekenis, syn. taalnieuwigheid, nieuwvorming.
In Neoterm staat bovendien een pagina met uitgebreide achtergrondinformatie over neologismen, van de hand van H. D. van der Vliet.
Terwijl het INL (Instituut voor Nederlandse Lexicologie) (Leiden) onnoemelijk veel neologismen noteert (en op het web zet), maakt Neoterm de volgende selectie.
Wat komt wel in Neoterm?
Vakterminologie; voorstellen en vondsten; ‘sociolecten’ (turbotaal, jongerentaal, dialect enz.: zeer beperkt). In het algemeen termen die onze taal verrijken, nog niet in woordenboeken staan, en recenter zijn dan 2004.
Wat komt niet in Neoterm?
Samenstellingen die eenvoudig te begrijpen zijn uit de samenstellende delen
(bijv. Marsexpeditie; eendagsvlinder); metaforisch gebruikte termen uit een
ander vakgebied (bv. de bazooka of het paardenmiddel van de Europese
Centrale Bank); Engelse termen (behalve wanneer die na enige tijd ingeburgerd lijken te raken en er geen goed Nederlands alternatief is). Goede vertaalvoorstellen zijn dus altijd welkom.
57
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 58
Jan Convents
2 Geschiedenis van het project
-
NL-TERM besteedde speciale aandacht aan neologismen op haar studiedagen in Utrecht (26 november 1999) en Leiden (18 februari 2004). Daar
bleek de overduidelijke belangstelling voor neologismen in het algemeen
en voor het project Neoterm in het bijzonder.
-
NL-TERM liet eerst een databank ontwikkelen (in de database-applicatie
Access), die gedemonstreerd is op de viering van 20 jaar Taalunie in Gent
(mei 2000). Het bleek echter niet zo eenvoudig te zijn om die toepassing
ook op het web te zetten, zodat we andere wegen moesten zoeken.
-
Sinds begin 2003 staat Neoterm in de huidige vorm op het web.
Neologismen worden bijna dagelijks ingevoerd, zodat de teller nu boven
1.100 staat.
-
Ook op andere webstekken verschijnen meer en meer links naar Neoterm.
3 Hoe ziet NEOTERM er nu uit?
We hebben een PORTAAL op het web: http://www.nlterm.org/neoterm/index.htm
Van dit scherm kan doorgeklikt worden naar:
-
58
de alfabetische lijst neologismen;
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 59
NEOTERM
-
een ‘chronologische’ lijst van neologismen (in volgorde van invoer);
-
aparte lijsten per vakgebied;
-
één scherm per neologisme, met bron, definitie, citaat, context, commentaar, naam van de aanbrenger, vertaling in andere talen (alles voor zover
beschikbaar);
-
een lijst met ex-neologismen (termen die opgenomen werden in een groot
woordenboek);
-
een lijst met Engelse termen met vertalingsvoorstellen;
-
verwijzingen naar andere interessante webpagina’s;
-
o.m. neologismen in andere talen;
-
een model voor het indienen van voorstellen en commentaar.
59
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 60
Jan Convents
4 Wij streven naar een lage drempel voor de invoer van neologismevoorstellen op Neoterm:
-
ook bv. vertalingsvoorstellen van anderstalige neologismen;
commentaar is steeds mogelijk en gewenst.
5 Daarom vragen wij medewerking
-
aan webbeheerders, om links naar http://www.nlterm.org/neoterm/index.htm
op hun webstek te plaatsen;
aan alle taalgebruikers, om voorstellen en commentaar in te dienen.
Zo wordt Neoterm een nuttig hulpmiddel voor schrijvers, vertalers, taalontwikkelaars enz. Hierbij doen we ook een oproep aan professoren en docenten,
lesgevers in het algemeen, om onze taal in hun vakgebied te laten evolueren
door goede Nederlandse termen voor nieuwe begrippen voor te stellen! Hun
vondsten en andere voorstellen worden met graagte opgenomen, zodat de
hele taalgemeenschap (en niet het minst de collega’s uit hun vakgebied) er
kennis mee kan maken.
60
TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:35 Pagina 61
Medewerkers aan deze bundel
Auteurs
Prof. dr. Joost Buysschaert, Hogeschool Gent,
[email protected]
Dr. Jan M.L. Bosmans, MD, PhD, Universitair Ziekenhuis Gent,
[email protected]
Joop Vanderheiden, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed,
[email protected]
Lic. Peter Goessens, Vertaling & Interne Communicatie Ethias,
[email protected]
Lic. Jan Convents, bestuurslid NL-Term, [email protected]
Redactie
Prof. dr. Els Ruijsendaal, BeNeLux-Universitair Centrum,
[email protected]
Dr. Cornelia Wermuth, KU Leuven/Thomas More Antwerpen,
[email protected]
61
cover TiNT 2011_Opmaak 1 28/11/12 11:32 Pagina 1
Dit boek bevat de lezingen van de TiNT-dag 2011. Het is een initiatief van
NL-Term (Vereniging voor Nederlandstalige Terminologie) en Steunpunt
Nederlandse Terminologie (SNT). De redactie van deze bundel berust bij Els
Ruijsendaal en Cornelia Wermuth.
Aan de bundel leverden de volgende auteurs een bijdrage: Joost Buysschaert,
Jan Bosmans, Joop Vanderheiden, Peter Goessens, Jan Convents.
TiNT-dag 2011
Een uitgave van de Vereniging NL-Term en Steunpunt Nederlandse
Terminologie (SNT)
NL-TERM Publicaties
TiNT-dag 2011
Redactie
Els Ruijsendaal, Cornelia Wermuth
Reeks: Terminologie in het Nederlandse Taalgebied - 3
Download