Nieuwsbrief The Hamlet Study Fabry or not Fabry

advertisement
Nieuwsbrief
april 2013
The Hamlet Study
Fabry or not Fabry:
Valorization of clinical and laboratory assessments for improved diagnosis of Fabry disease
Meer informatie:
www.amc.nl/sphinx
In deze nieuwsbrief
•Eerste orgaan-specifieke algoritme (cardio) is in een afrondende fase
•Reeds aantal families met een onzekere Fabry diagnose geïncludeerd en bestudeerd
•Review over screeningsstudies in hoog risico groepen en neonatale populaties
Linda van der Tol, arts-onderzoeker
[email protected] of 020 566 6642
Hoofdonderzoeker:
Prof. dr. Carla E.M. Hollak
In herinnering: korte achtergrond
Een toenemend aantal patiënten met
alleen linker ventrikel hypertrofie,
nierinsufficiëntie of een CVA, wordt
getest op de ziekte van Fabry. Dit leidt
tot de identificatie van individuen met
een genetische variant in het GLA
(Fabry) gen met onduidelijke klinische
betekenis. Hebben deze individuen
Fabry of niet? In de Hamlet studie
worden klinische en biochemische
parameters in samenhang met elkaar
geëvalueerd om de diagnostiek van
de ziekte van Fabry te verbeteren bij
deze groep. Het uiteindelijke doel is
te komen tot orgaan specifieke
algoritmes.
Naar verwachting heeft een groot aantal
gescreende individuen een genvariatie van
onbekende klinische betekenis of een neutrale
variant
Fig 1: Aantal studies waarin groepen werden gescreend op de
ziekte van Fabry sinds 1995.
HCM = hypertrophic cardiomyopathy
ESRD = end stage renal disease
SFN = small fiber neuropathy
Review over Fabry screeningsstudies
Alle Fabry screeningsstudies in hoog risico populaties (o.a. LVH, CVA, nierinsufficiëntie)
zijn nauwkeurig bestudeerd. Ook de tot nu toe gerapporteerde neonatale
screeningsstudies zijn bekeken. Met behulp van dit overzicht van studies wordt in kaart
gebracht hoe vaak een onzekere Fabry diagnose voorkomt.
Een consensus meeting heeft plaatsgevonden waar de criteria voor een
definitieve diagnose, de op dit moment beste diagnostische procedure bij een
onzekere diagnose, en mogelijke entry en exit criteria werden bediscussieerd
Eerste consensus meeting
Op 24 januari 2013 vond een internationale consensus meeting plaats in het AMC met
experts uit verschillende Europese landen. Hier werd bediscussieerd wanneer
gesproken kan worden van een zekere diagnose en wat op dit moment de meest
waardevolle diagnostische test als er onzekerheid is over de diagnose ziekte van Fabry.
Verder werd gekeken of er bepaalde diagnostische criteria zijn die de diagnose Fabry
kunnen bevestigen of uitsluiten in patiënten die zich presenteren met LVH en een GLA
variant van onduidelijke betekenis. Mogelijke entry en exit criteria werden m.b.v. de
literatuur geselecteerd.
•entry criterium = kenmerk waarvan de aanwezigheid de ziekte van Fabry bevestigt
•exit criterium = kenmerk waarvan de aanwezigheid de ziekte van Fabry uitsluit
Consensus over deze diagnostische parameters werd verkregen volgens een aangepaste
Delphi methode m.b.v. 2 online surveys en de consensus meeting.
Voor het entry criterium verkort PR-interval en de exit criteria LVH<25 jaar en
microvoltages, worden de Fabry-cohorten van panelleden geraadpleegd om voldoende
bewijs te verkrijgen om in het algoritme te verwerken.
Work package ‘Laboratory’
Onderzoek liet zien dat
immunohistochemie op biopsie
materiaal Gb3 kwalitatief kan
detecteren. Het is echter niet
mogelijk om hiermee niet
klassieke patiënten van gezonde
individuen te onderscheiden.
De rol van electronen
microscopie is bediscussieerd.
Lyso-Gb3 kan patiënten met
klassieke ziekte van Fabry
onderscheiden van gezonde
individuen en patiënten met
niet klassieke ziekte.
Planning
De komende maanden zullen
de overige work packages
‘Kidney’ en ‘Pain en Brain’
verder uitgewerkt worden.
De volgende consensus
bijeenkomst wordt
binnenkort gepland.
Subsidizing partner
Download