Voorlopig voorstel Dagbestedingsvervoer 1. Inleiding Op 20 mei is de WOG/overlegtafel akkoord gegaan met het verder uitwerken van de opties m.b.t. Vervoer Dagbesteding. E.e.a. moet uitmonden in een voorlopig voorstel. Het eerdere voorstel wat er al lag moet verder uitgewerkt worden, zodat op basis daarvan een gemotiveerde keuze gemaakt kan worden. 2. Advies Werkgroep Dagbestedingsvervoer: De werkgroep heeft van drie varianten in beeld gebracht wat de voor en nadelen zijn. Aan de hand van deze inventarisatie, adviseert de werkgroep als volgt: - Kies voor een korte- én lange termijn strategie: o Korte termijn: betrek dagbestedingsvervoer in de inhoudelijke discussie omtrent tarieven (afgesproken aan vorige overlegtafel). o Korte termijn: bekijk daarbij het financiële plaatje in z’n totaliteit. Wellicht kun je financiële ruimte bij het ene product benutten om te voorkomen dat je toelegt op het andere product. Dit geldt zowel voor gemeenten als zorgaanbieders. o Korte termijn: de meeste zorgaanbieders hebben afspraken met dezelfde vervoerder, maar vaak nog verschillend van aard. Trek gezamenlijk op richting de vervoerder om gunstigere afspraken te bedingen. o Lange termijn: werk toe naar optie 3, mengvorm waarbij de keuze gelaten wordt aan de zorgaanbieder: zelf blijven organiseren, zo mogelijk m.b.v. vrijwilligers of gemeente organiseert het via GVC. o Lange termijn: onderzoek daarbij wel zorgvuldig alle voor- en nadelen en consequenties (zie bijlage) die met deze optie samenhangen. We kunnen leren van de ervaringen van andere regio’s, maar besef dat het uitwerken hiervan tijd kost. - Er is behoefte aan vervoer met begeleiding. Onderzoek of het huidige tarief voor rolstoelvervoer daarvoor ingezet kan worden. 3. Planning: 20 mei: Akkoord WOG 6 op procesvoorstel Juni: uitwerking voorlopig voorstel (zo mogelijk incl. voorlopige voorkeur) werkgroep 15 juli: Akkoord WOG 7 op voorlopig voorstel en uitwerking richting Juli-sept: uitwerking definitief voorstel inclusief planning en bespreking met wethouders en Wmo-adviesraden 16 sept.: akkoord WOG 8 op definitief voorstel Sept. – juli 2017: implementatie (onder voorbehoud en sterk afhankelijk van de te kiezen optie). Bijlage: 4. Beschrijving huidige situatie - De gemeente is vanuit de Wmo 2015 formeel verantwoordelijk voor het voorzien in een maatwerkvoorzieningen ten behoeve van zelfredzaamheid en participatie , daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer. Hierin heeft de gemeente de keuze om het zelf te organiseren of te faciliteren/de voorwaarden te scheppen.. - In het verleden was er al een plan vanuit zorgaanbieders om dit gezamenlijk te organiseren in samenwerking met TCR. Belangrijkste reden voor dit initiatief was bedrijfseconomisch, namelijk het verlies op de vervoerskosten. Dit plan is echter niet doorgevoerd. - De niet kostendekkende tarieven waren al aan de orde in de AWBZ. In 2013 werd het vervoer gekort en werd d e nacalculatie afgeschaft, per saldo ongeveer een halvering. . Op basis hiervan zijn budgetten bij de overheveling naar de WMO in 2015 overgegaan naar de gemeenten. Voor gemeenten geldt dat zij het beperkte budget overkregen bij 2016. Bij de Wmo inkoop 2015 zijn de AWBZ tarieven gehanteerd met daarboven op een generieke korting van 15%). - De organisatie van het dagbestedingsvervoer ligt in 2016, net als in 2015 bij de zorgaanbieders. Dit is in overleggen benoemd als een tijdelijke situatie. - Vanuit de Pentekening zijn er kaderstellende uitspraken gedaan rondom het vervoer. Het vervoer volgt de uitgangspunten van het sociaal domein en het vertrekpunt is het doelgroepenvervoer en het openbaar vervoer zo te combineren dat de som meer is dan het geheel der delen. In de Pentekening staat dat “het vervoer naar dagbestedingslocaties vooralsnog onder regie van aanbieders van dagbesteding blijft, zodat een combinatie kan worden gemaakt met het vervoer van intramurale cliënten.” - Zorgaanbieders hebben nu ieder afzonderlijk afspraken gemaakt met vervoerders, waaronder TCR (SVRZ, Arduin, WVO Zorg) en Connexxion (Gors). - Afgesproken in de Deelovereenkomst Dagbesteding is wel dat vervoer onderdeel uitmaakt van de ontwikkelagenda 2016 om te komen tot verdere ‘doorontwikkeling van de meest efficiënte werkwijze rondom vervoer’. Doelstelling is om te komen tot een doelmatige en kwalitatief goede keuze. Of vervoer via de vervoercentrale of vervoer via de zorgaanbieders. Hieronder worden de huidige tarieven vermeld van de situatie ingekochte zorg met vervoer: Producten en tarieven Raamovereenkomst 2015 Code 2015 Omschrijving H803 Vervoer dagbesteding/dagbehandeling V&V H990 Vervoer dagbesteding/dagbehandeling GGZ H894 Vervoer dagbesteding/dagbehandeling GHZ extramuraal H895 Vervoer dagbesteding/dagbehandeling GHZ rolstoel extramuraal Producten en tarieven deelovereenkomst 2016 Code Code Omschrijving 2015 nieuw H803 08A01 Vervoer basis H990 H894 H895 08A02 Vervoer rolstoel eenheid eenheid Aanw. Dag Aanw. Dag Aanw. Dag Tarief € 5,58 € 5,59 € 6,77 Aanw. Dag € 16,15 4 weken Tarief per 4 weken € 63,51 Tarief per dag(deel)* € 6,50 4 weken € 146,55 € 15 * niet in overeenkomst, maar gebaseerd op doorrekening Budget 2016 vervoer Totaal Middelburg Vervoer € 95.666 Veere € 23.187 Vlissingen € 99.007 € 217.860 5. Voor- en nadelen in de huidige situatie Voordelen: - De uitvoering in de huidige praktijk verloopt goed (kwaliteit, op tijd, communicatie) - Intramurale en extramurale cliënten worden indien mogelijk gebundeld door de zorgaanbieder - Voordelen kunnen worden behaald door het inzetten van vrijwilligers (of wellicht mensen vanuit Orionis), dit gebeurt momenteel op een beperkte schaal. Nadelen: - Het vervoer kan met de huidige vergoeding niet kostendekkend georganiseerd worden. Het vervoer is in de meeste gevallen volledig uitbesteed aan een externe vervoerder en de tekorten variëren van 25% tot 70%. ) De gemiddelde kosten per dag (heen en weer) berekend, bedragen ca. € 20. - Efficiënt is de huidige situatie niet, omdat er geen optimale benutting is van de bussen. - Daarnaast zorgt het gebrek aan samenwerking tussen organisaties ervoor dat niet iedereen naar de dichtstbijzijnde dagbesteding gaat, al zijn er al wel voorbeelden van onderlinge afspraken hierover. - Het is lastig om voldoende, geschikte vrijwilligers te vinden. In de huidige situatie wordt niet altijd gebruik gemaakt van een combinatie van verschillende doelgroepen, al is dat ook niet altijd mogelijk. 6. Optie 1: Gemeenten organiseren vervoer via de Gemeentelijke Vervoerscentrale Al het extramurale vervoer valt onder één vervoerder die ook leerlingenvervoer en Wmo-vervoer rijdt. Voor een goede planning is afstemming van openingstijden noodzakelijk. Verder wordt er (net als bij het Wmo-vervoer) een ritbijdrage gevraagd. Om de kosten te beperken moet de afstand van de woning tot de dagbesteding geminimaliseerd worden. Zorgaanbieder blijven zelf verantwoordelijk voor het intramurale vervoer. Voordelen - Sluit aan bij ontwikkelingen in Zeeland waarbij gemeenten zelf het vervoer inkopen. - Gemeente kan zelf aanbesteden en een combinatie zoeken met andere, reeds bestaande, vormen, van sociaal vervoer. - Één grote Europese aanbesteding bij professionele vervoerders geeft betere onderhandelingspositie en een marktconforme prijs- kwaliteitsverhouding. - Het regelen van vervoer vanuit één regiecentrale in Zeeland is in 2013 in het rapport van het Kennisplatform Verkeer en Vervoer al benoemd als een veelbelovende aanpak en innovatie in gemeentelijk vervoer. - Er wordt aangehaakt bij deze al bestaande vervoerscentrale. Deze regiecentrale vervult naast de operationele regiefunctie ook een rol in afstemming in verschillende vervoersvormen. Dit kan door uitbreiding met dagbestedingsvervoer nog tactischer afgestemd. Nadelen - - - De eigen bijdrage op vervoer (OV eigen bijdrage, niet via CAK). Dit kan variëren van € 8,60 tot € 30 per week (voorbeeld Terneuzen). Door een te hoge eigen bijdrage kunnen cliënten afhaken met alle gevolgen van dien. Minder ruimte voor maatwerk, vernieuwing of experimenten. Ontneemt prikkel en kansen om het anders te organiseren. Combinatie met andere vervoersvormen, maakt de druk op de vervoerscapaciteit groter. Het mixen/combineren van vervoersstromen en klantgroepen is beperkt mogelijk en ook niet altijd wenselijk. Er zal eerder sprake zijn van volgtijdelijkheid, bijvoorbeeld eerst leerlingenvervoer en daarna dagbestedingsvervoer. Aanpassen van de openingstijden kan dus noodzakelijk zijn i.v.m. volgtijdelijkheid. Mogelijk extra personeel bij zorgaanbieder nodig om langer open te zijn. Risico dat klanten langer onderweg zijn . Voor bepaalde doelgroepen is begeleiding tijdens het vervoer noodzakelijk. Dit kan onder druk komen te staan. Op Walcheren is de constructie via de vervoerscentrale nog relatief nieuw. Er waren opstart- en uitvoeringsproblemen met de organisatie van het doelgroepenvervoer. Op dit moment is er nog weinig managementinformatie beschikbaar waardoor er moeilijk conclusies getrokken kunnen worden over de effectiviteit. Overige consequenties (financieel en juridisch) - Vergt de oprichting van een vervoerscentrale. Vervoerscentrale is al bestaand. - Vergt Europese aanbesteding. Deze is bekend en onder andere toegepast op sociaal vervoer. - Uitgezocht zal moeten worden of er een nieuwe aanbesteding nodig is of dat het huidige contract uitgebreid kan worden met een nieuwe vervoersstroom van en naar dagbesteding (extern juridisch advies nodig). - Er zal uitgezocht moeten worden of dit geen nadelige gevolgen kan hebben voor de lopende juridische procedure m.b.t. de aanbesteding doelgroepenvervoer (extern juridisch advies nodig). - De gemeente heeft een contractuele relatie met de vervoerder en is verantwoordelijk (opstellen beheercriteria). - Besproken zal moeten worden met de GVC en de gemeentelijk vervoerder wanneer het mogelijk zou zijn om het dagbestedingsvervoer onder te brengen. Dit zal naar verwachting niet op korte termijn mogelijk zijn, omdat de Walcherse gemeenten nog maar kortgeleden het doelgroepenvervoer ondergebracht hebben bij GVC. Het inbedden van deze werkwijze heeft tijd nodig. - Onderbrengen van het totale dagbestedingsvervoer onder één gemeentelijke vervoerder is een complexe operatie die niet onderschat moet worden (zo blijkt ook uit ervaringen van de Oosterschelderegio). Een zorgvuldige voorbereiding is hiervoor belangrijk. 7. Optie 2: Zorgaanbieders zijn zelf verantwoordelijk voor de organisatie van het dagbestedingsvervoer. De gemeente koopt zorg in met vervoer. Zorgaanbieders organiseren het vervoer zelf. De budgetten blijven bij de gemeente. (huidige situatie). Zorgaanbieders zoeken actief samenwerking met elkaar om waar mogelijk het vervoer binnen Walcheren gezamenlijk te organiseren (nieuw). Dit wel binnen de wettelijke verantwoordelijkheid van de gemeente. Een combinatie met intramuraal vervoer blijft mogelijk, waardoor een kostenvoordeel ontstaat. Op deze manier wordt slim(mer) omgegaan met de beschikbare budgetten vanuit d e gemeenten. Voordelen - - Een inkoopconstructie per zorgaanbieder geeft een goede kwaliteitsrelatie met de vervoerder en een betere binding met de klant. Dit is mede van belang bij kwetsbare doelgroepen. Zaken als reisduur, begeleiding kunnen beter geborgd worden. Samenwerking tussen zorgaanbieders helpt de vervoerskosten te verlagen door efficiënter het vervoer in te zetten. Stimuleert het zoeken naar een dagbestedingslocatie dichtbij in de wijk/kern. Door samenwerking sterkere onderhandelingspositie richting eventuele gezamenlijke vervoerder. Ruimte voor vernieuwing. Anders organiseren kan belemmeringen voor cliënten om niet deel te nemen aan de dagbesteding wegnemen. Denk bijvoorbeeld aan het inzetten van huidige cliënten of Wajongers met rijbewijs voor het vervoer DB. Of het organiseren van trainingen zodat cliënten zelfstandig (of onder begeleiding van vrijwilliger) met fiets, lopend of openbaar vervoer kunnen. Tenslotte ook ICT oplossingen om mensen tijdens vervoer te ondersteunen. Nadelen - Het betreft alleen dagbestedingsvervoer. Dit beperkt de mogelijkheden om het te koppelen met andere vormen en doelgroepen van vervoer - Een inkoopconstructie per zorgaanbieder geeft, door de beperkte omvang, geen aanbestedingspositie met bijbehorende marktconforme tarieven. - Als iedere zorgaanbieder inkoopt bij een eigen vervoerder is combineren van vervoer ingewikkeld. - Verplicht samenwerken met alle zorgaanbieders is niet perse kostenbesparend. Zeker bij langere rittijden en het niet aansluiten op werktijden van medewerkers. Dat genereert aan die kant weer onkosten. Het zou met lijnbussen wel mogelijk zijn met aantal aanbieders, maar met alle dagbestedingsaanbieders lijkt dit een te hoge inzet. Overige consequenties (financieel en juridisch) - Kunnen zorgaanbieders wel gezamenlijk inkopen? - Dient hier een samenwerkingsverband voor aangegaan te worden? Welke rechtsvorm heeft dit samenwerkingsverband? - Dient er ingekocht of aanbesteed te worden? - Welke zorgaanbieder heeft er capaciteit en tijd beschikbaar om dit te sturen? - Hoeveel zorgaanbieders kunnen er gecombineerd worden en welke doelgroepen kunnen bij elkaar? - 8. Optie 3: Mengvorm. Zorgaanbieders kunnen zelf het vervoer blijven organiseren (evt. met vrijwilligers) of ervoor kiezen om dit via de GVC te laten organiseren. Een combinatie dus van optie 1 en 2. De gemeente koopt zorg in zonder vervoer. Als vervoer nodig is, wordt dit geregeld via de GVC/gemeentelijke vervoerder. De andere mogelijkheid is dat de zorgaanbieder het zelf blijft organiseren. Dat laatste kan op twee manieren: de gemeente koopt het (indirect) in bij de zorgaanbieder en/of de zorgaanbieder regelt het vervoer, eventueel m.b.v. vrijwilligers. Het vervoer door vrijwilligers is aanvullend op het aanbestede vervoer. De gemeente geeft subsidie voor dit vervoer en de cliënten betalen via de zorgaanbieder aan de vrijwilliger een eigen bijdrage. Voordelen - Zie voordelen optie 1 en 2 (afhankelijk van te maken keuze per zorgaanbieder). - Keuzevrijheid voor de zorgaanbieder om het op een zo efficient mogelijke wijze in te richten. - Daarom kostentechnisch interessant. - Zorgaanbieders kunnen indien gewenst de huidige inzet van vrijwilligers behouden - - Betrokkenheid met de cliënten blijft in stand (mits de zorgaanbieder de keuze maakt om het zelf te blijven organiseren) Ruimte voor vernieuwing, maatwerk en experimenten blijft mogelijk, met participatie van kwetsbare burgers als uitgangspunt. Nadelen: Zie nadelen optie 1 en 2 (afhankelijk van te maken keuze per zorgaanbieder). Efficiencywinst voor gemeente kan beperkt zijn in deze optie, afhankelijk van de keuzes die de zorgaanbieders maken. Wellicht extra druk op vervoerscapaciteit, waardoor er per saldo meer voertuigen nodig kunnen zijn. Bij de inzet van vrijwilligers kunnen professionaliteit, continuïteit en veiligheid zorgpunten zijn. Het UWV kan vrijwilligerswerk van grote omvang niet goedkeuren, zodat het lastig kan zijn vrijwilligers te vinden Eigen vervoersmiddelen van de zorgaanbieder hebben geen taxivergunning en kunnen daardoor beperkt ingezet worden. Zorgaanbieders willen/kunnen mogelijk geen partij zijn om bij cliënten een eigen bijdrage te innen. Juridische haken en ogen (zie onder consequenties). Financiële en juridische consequenties vrijwilligersvervoer - Diverse juridische haken en ogen om uit te zoeken waaronder: o Er loopt momenteel nog een juridische procedure. o Gemeente koopt feitelijk in bij meerdere vervoerders o Kan en mag de combinatie van subsidie en inkoop wel? o Probleem in ongelijkheid tussen cliënten i.v.m. verschillende wijzen van innen van eigen bijdrage. - Haalbaarheid voor gemeente hangt af van keuzes zorgaanbieders. In het geval dat slechts één of enkele zorgaanbieders ervoor kiezen om vervoer via GVC te laten lopen is deze optie niet realistisch. Dat geldt andersom ook voor samenwerking tussen zorgaanbieders onderling. - Wie heeft de verantwoordelijkheid en hoe zijn de verzekeringen geregeld? - Wie stelt het vervoersmiddel ter beschikking en wat kost dit vervoersmiddel in eigen beheer?