dieren - Musée du Louvre-Lens

advertisement
TENTOONSTELLING / 5 DEC. 2014 - 9 MAART 2015
DIEREN
EN PHARAO’S
Het dierenrijk in het Oude Egypte
Persdossier
2
1
3
INHOUDSOPGAVE
Persbericht
5
Introductie 7
Voorwoord door Hélène Guichard, curator van de tentoonstelling
8
Chronologie van het Oude Egypte
9
Algemene informatie over de wilde fauna van het Oude Egypte
10
Parcours van de tentoonstelling 13
Bonus 21
De 10 voornaamste dierlijke goden
22
Wist u dat…
23
Algemene informatie 25
Praktische informatie
26
Contacten
27
Persbeelden
32
4
2
5
PERSBERICHT
Tentoonstelling van 5 december 2014 t/m 9 maart 2015
DIEREN EN FARAO’S
Het dierenrijk in het Oude Egypte
In het Oude Egypte leefde de mens in harmonie met de natuur, die hij uiterst nauwkeurig observeerde. De
Egyptenaren waren voornamelijk bijzonder gesteld op dieren. Het Louvre-Lens onthult voor de eerste keer
alle facetten van deze hechte band tussen de Egyptenaren en het dierenrijk. Aan de hand van 430 werken
doet de tentoonstelling een fauna herleven die vandaag de dag voor het grootste deel verdwenen is en toont
aan hoe belangrijk dieren waren voor de faraonische beschaving.
Dieren zijn alomtegenwoordig in het dagelijkse leven van de oude Egyptenaren. Er wordt op ze gejaagd, ze worden gefokt
of getemd, maar ook geofferd of aanbeden. Ze dienen afwisselend als levensmiddelen, vervoersmiddelen, medische
hulpmiddelen, metgezellen en cultuurobjecten. Al snel gebruikten de Egyptenaren dieren ook om de symbolische
afbeeldingen die elk van hen uitdragen op verschillende manieren te exploiteren. Zo werd het dierenfiguur gebruikt om
ideeën te vertalen in een taal die gecreëerd of vertegenwoordigd kon worden. Dieren waren een pijler van de Egyptische
denkwereld, zowel in de rouwwereld als religieus en politiek.
De tentoonstelling is tweezijdig: pedagogisch en esthetisch.
Ten eerste wordt er kennis opgedaan aan de hand van een gestructureerd parcours onderverdeeld in negen thematische
secties. Dit is een logisch gevolg; van de eenvoudige materiële perceptie van echte wezens naar hun natuurlijke
leefomgeving en de omzetting ervan in de gecodeerde taal van de Egyptische denkwereld. Aan de hand van verschillende
opeenvolgingen van het centrale dierlijke onderwerp wordt er nader ingegaan op de verschillende aspecten van de
Egyptische beschaving zoals de veehouderij, het schrift, de godheden of begrafenisrituelen. Tevens wordt
de hele chronologie besproken, van het einde van de prehistorie tot de romanisering.
Tegelijkertijd onthult de tentoonstelling de rijkdom en de variëteit van de artistieke werken geïnspireerd op het dierenrijk,
een oneindige inspiratiebron. Van een amulet in de vorm van een kikker, de doodskist van een slang of de mummie van een
ibis tot een kolossaal beeldhouwwerk van de bavianen van de obelisk van Luxor, zijn er meer dan 430 werken verzameld.
Deze zijn allemaal, afgezien van de zoölogische proefexemplaren uit natuurhistorische musea, afkomstig uit de Egyptische
collectie van het Louvre, een van de grootste ter wereld. Een deel van de werken wordt bij wijze van uitzondering
uitgeleend door het Parijse museum, terwijl bepaalde stukken nog nooit of zelden tentoongesteld zijn. Bijna
twee derde is voor de gelegenheid gerestaureerd, vooral de werken in het zichtbare en bezoekbare gedeelte van het
Louvre-Lens.
De tentoonstelling wordt aangevuld met multimedia. Zo biedt een interactieve tafel bezoekers de kans om
dierenmummies in 3D te bewegen. Dankzij afbeeldingen van een medische scanner kan ook de binnenkant van de
mummies bekeken worden.
Evenementen rondom het Louvre-Lens: voorstellingen, conferenties en feestelijke evenementen zetten de tentoonstelling
extra kracht bij, zoals: een concert ter ere van Farid al-Atrache, traditionele verhalen, een literair banket, een gekostumeerd
dierenbal, de “Egyptische” choreografie van Olivier Dubois, een optreden van Jeff Mills op basis van in het Louvre
gemaakte beelden.
Curator van de tentoonstelling: Hélène Guichard, hoofdconservatrice van de afdeling Egyptische Oudheden in het
Louvre museum. Ze wordt bijgestaan door Catherine Bridonneau en Fanny Hamonic.
Scenografie: MAW – Maffre Architectural Workshop.
3
4
7
Introductie
8
VOORWOORD
Door Hélène Guichard, curator van de tentoonstelling
Egyptologen, liefhebbers, studenten of reizigers weten allemaal dat het dierenfiguur alomtegenwoordig is in de artistieke
werken die ontstaan zijn in het Oude Egypte. Deze eigenaardige godheden - een mensenlichaam met een dierenkop of
dierenlijf met een mensenhoofd - verrassen ons niet meer, hoe buitengewoon ze ook zijn. Ze vormen in de collectieve
verbeelding het kenmerk bij uitstek van de Egyptische beschaving. Hetzelfde geldt voor scènes van het dagelijkse leven
waartoe katten, apen en gazelles behoorden of landschapsscènes met de muren van mastaba’s, karakteristieke tombes
van het Oude Rijk. Deze zorgen ervoor dat het Oude Egypte dichter bij ons staat en vertrouwder is. Het dier is een
algemeen referentiepunt dat er gedurende de eeuwen en naargelang beschavingen voor zorgt dat mensen samenkomen
en elkaar terugvinden.
Echter, het verband dat de Egyptenaren hadden met de vertegenwoordigingen van het dierenrijk wordt niet altijd juist
begrepen en de oordelen die Griekse en Romeinse historici, Christelijke denkers en moderne Westerse observatoren
hierover hadden, en de heersende opvattingen en gewaagde interpretaties die ze als gevolg overbrachten, hebben de
Egyptische beschaving nooit eer aangedaan.
De wetenschap van de Egyptische oudheid heeft, met behulp van zoölogen, dit onderwerp natuurlijk in een ander daglicht
geplaatst sinds het begin van de 19e eeuw, maar de iconografie is zo uitgebreid dat ze vandaag de dag nog steeds een
ruim onderzoeksgebied vormt. Daarnaast zijn de Egyptische artistieke werken van een dergelijke esthetische kwaliteit en
beeldende kracht dat het plezier van de identificatie en egyptologisch onderzoek ervan zonder twijfel ook vergezeld gaat
met genot. Onze tentoonstelling wil de bezoeker uitnodigen dit plezier met ons te delen.
Welke antieke fauna observeerden de oude Egyptenaren? Hoe hebben ze deze dieren, lieflijk of geducht, getemd,
geëxploiteerd of gestroopt? Hoe hebben ze zich deze fascinerende manieren om meer dan alleen de dierlijke schoonheid
uit te drukken, meester gemaakt? Waarom beelden ze hun goden en koningen uit als dieren? Waarom hebben ze talrijke
dieren geofferd en gemummificeerd, van de meest onderdanige tot de meest spectaculaire? De tentoonstelling probeert
antwoord te geven op de zoveel terechte vragen die we ons kunnen stellen door de bezoeker simpelweg kennis te geven
maar ook door de bezoeker ontspannen de ranke gazelle en krachtige stier te laten bestuderen. De pracht van de fauna
is schitterend weergegeven door Egyptische artiesten.
De taak van een archeoloog is om door middel van een zorgvuldig en volhardend onderzoek de aspecten van een voorbije
wereld te reconstrueren en te onthullen. De antieke fauna van de Nijl geeft ons deze prachtige kans om een essentieel
licht te werpen op talrijke delen van de faraonische beschaving. Het bewijs is ontelbaar – beeldhouwwerken, reliëfs,
schilderijen, geschriften, mummies, dierlijke resten – en de disciplines meervoudig – geschiedenis en kunstgeschiedenis,
epigrafie, archeozoölogie. We hebben hier dus te maken met een onderzoeksgebied en een weelde aan aanwijzingen die
we kunnen onderzoeken. Daarom leek het ons relevant om deze kennis in ere te stellen en via het dierenrijk een beeld te
geven van het oude, profane en heilige Egypte.
In het kader hiervan zijn meer dan 430 werken en documenten geselecteerd. De meerderheid is afkomstig van de collecties
van de afdeling Egyptische Oudheden van het Louvre museum, maar de opgezette proefexemplaren zijn uitgeleend door
het natuurhistorisch museum van Lille (Rijsel), een boekdeel van het boek Description de l’Égypte (Beschrijving van
Egypte) door de centrale bibliotheek van de Franse Nationale Musea en enkele werken of objecten zijn afkomstig van
het nationaal natuurhistorisch museum, van de afdeling Oosterse Oudheden van het Louvre of van het museum Petit
Palais (Parijs).
Gedurende de periode dat de tentoonstelling in Spanje te zien is (Caixa Forum in Madrid vanaf april 2015, vervolgens
in Barcelona tot januari 2016) zal de tentoonstelling gebruikmaken van enkele werken en proefexemplaren uit musea in
Madrid en Barcelona, zoals het Museu de Montserrat en het Museu Egipci in Barcelona.
De zalen van het Louvre vertonen permanent talrijke werken die ook bij deze tentoonstelling gebruikt zijn, meer dan 150
ervan zijn speciaal overgeplaatst, enkele hiervan zijn tot heden nog nooit tentoongesteld aan het publiek. Dit is tevens een
gelegenheid om restauratiewerken uit te voeren, evenals bepaalde materiaalanalyses (voornamelijk xylologische analyses
om de houtsoort –inheems of geïmporteerd – te bepalen die gebruikt is om het beeldwerk te vervaardigen), maar ook
om werken voor de eerste keer tentoon te stellen.
Daarnaast is onder leiding van een radioloog en met medewerking van een dierenartsenpraktijk aan de hand van een
scanner een botdensitometrie uitgevoerd op 14 van de tentoongestelde dierenmummies. De verkregen medische scans
die onderzocht zijn door experts, hebben geleid tot de verwerving van nieuwe wetenschappelijke informatie over deze
mummies (aard van het gemummificeerde dier, soort offerande, gebruikte technieken voor de mummificering, enz.).
Deze gegevens zijn bovendien gebruikt om een multimediascherm te ontwikkelen waarmee bezoekers zelf een virtuele
autopsie op enkele proefexemplaren kunnen uitvoeren.
We hopen dat de bestudering van het dierenrijk, de opgezette proefexemplaren en gemummificeerde dieren, artistieke
producties, objecten uit het dagelijkse leven en getuigenissen van geloofs- en rouwovertuigingen het publiek bewust zal
maken van het belang en de charmes van dit dierenrijk dat de oude Egyptenaren hebben gekend en kundig en zorgvuldig
hebben vereeuwigd.
9
chronologie van het oude egypte
Rond 3900-3100 v.Chr.: pre-dynastieke periode
(Naqada)
Nederzettingen in de Nijlvallei, opbouw van dorpen,
ontwikkeling van landbouw en veeteelt.
1069-664 v.Chr.: Derde Tussenperiode
21e tot 25e dynastie
Overheersing door dynastieën met Libische oorsprong,
vervolgens door vorsten uit Soedan.
Rond 3100-2700 v.Chr.: vroeg-dynastieke periode
1e en 2e dynastie
Stichting van de faraonische staat.
Begin van het hiëroglifisch schrift.
664-332 v.Chr.: Late Periode
26e tot 30e dynastie
Begin van de periode onder heerschappij van
Psammetichus I, II en III, die de indringers verjaagden.
Uitmuntende artistieke periode gekenmerkt door een
terugkeer naar het archaïsme en opleving van de
beeldhouwkunst.
Steeds meer overheersing door de Perzen.
Aankomst van Alexander de Grote in Egypte in 332 v.Chr.
2700-2200 v.Chr.: Oude Rijk
3e tot 6e dynastie
Hoofdstad: Memphis.
Macht bij centrale overheid en gezag door farao.
Belang van de verering van de god Ra.
Eerste piramide van steen in Saqqara en bouw van de
drie grote piramides van Cheops, Chefren en Menkaura in
Giza.
2200-2033 v.Chr.: Eerste tussenperiode
7e tot 11e dynastie
Verzwakking van de centrale macht, politieke en sociale
onrust.
332-30 v.Chr.: Ptolemaeïsche periode
Egypte wordt geleid door de dynastie van de Ptolemaeën,
uit Griekenland afkomstige farao’s.
48-30 v.Chr.: macht onder leiding van Cleopatra VII,
laatste koningin van het faraonische Egypte.
Verovering door Augustus.
30 v.Chr.-395 na Chr.: Romeinse periode
Egypte is een Romeinse provincie.
2033-1710 v.Chr.: Middenrijk
11e tot 13e dynastie
Hoofdstad: El-Lisht
Kolonisatie van Nubië (ten zuiden van het koninkrijk).
Aandacht voor de Fajoem-regio (ten zuidwesten van
Cairo).
Senoeserets voornamelijk aan de macht.
1710-1550 v.Chr.: Tweede Tussenperiode
14e tot 17e dynastie
Hoofdstad: Avaris.
Invasie en overheersing door de Hyksos afkomstig uit
West-Azië.
1550-1069 v.Chr.: Nieuwe Rijk
18e tot 20e dynastie
Hoofdstad: Thebe.
Hoogtepunt van de faraonische beschaving.
Belang van de verering van de god Amon.
Bouw van de grootse tempels van Karnak, Luxor en Aboe
Simbel, stichting van de necropolen van de Koningsvallei
en de Koninginnevallei.
Hatsjepsoet, Thoetmosis, Amenhotep, Achnaton (en
zijn vrouw Nefertiti), Toetanchamon en Ramses waren
voornamelijk aan de macht.
5
10
ALGEMENE INFORMATIE OVER DE WILDE FAUNA VAN HET OUDE EGYPTE
Het milieu van het huidige Egypte is verschillend van dat uit de Oudheid. In de loop van de tijd hebben de klimaatverandering
en de opkomst van de mens het ecosysteem ernstig veranderd. Echter, de teksten en vooral de afbeeldingen die
we hebben van het Oude Egypte, getuigen van het bestaan van een uiterst diverse flora en fauna. De werken die
gepresenteerd worden in de tentoonstelling van het Louvre-Lens vormen een rijk bestiarium van een zestigtal diersoorten
die vandaag de dag gedeeltelijk verdwenen zijn.
Het landschap van het Oude Egypte is grotendeels ontstaan door de Nijl en zijn uitzonderlijke hoogwater. Sinds de
constructie van de grote stuwdam van Aswan in 1971 is deze hoogwaterstand echter niet meer voorgekomen.
Elk jaar overstroomden de oevers van de rivier tijdens de vier zomermaanden. Dankzij het kostbare leem dat achterbleef
na de hoogwaterstand, waren de randen van de Nijl en de regio van de Delta bezaaid met papyrusplanten en riet. Deze
moerassige gebieden werden bewoond door insecten, waaronder sprinkhanen en verscheidene watervogels: eenden,
aalscholvers, reigers, hoppen, ibissen, wilde ganzen en waterhoenen. In de rivier zelf bevonden zich vele vissen: palingen,
hardervissen, rivierbaarzen, meervallen, tilapia’s, maar ook krokodillen, kikkers, nijlpaarden, otters en schildpadden. De
Nijl was dus een belangrijke bron van voedsel; de Egyptenaren visten in het water en jaagden op de oevers waar ook
wild en vee leefde. De dieren waren ook gewild voor het organisch materiaal dat ze bevatten en dat gebruikt werd in de
kunstnijverheid en farmacopee: leer, huid, hoorns, botten, ivoor, pluimen, enz.
Aan weerskanten van de Nijl bevonden zich immens grote uitgestrekte, dorre velden: de Libische woestijn in het westen,
de Arabische woestijn en de Sinaï in het oosten. Deze vijandige en onontgonnen vlaktes krioelden van de jakhalzen, wilde
honden, hyena’s, mangoesten, schorpioenen en slangen. Er leefden ook struisvogels, waar de Egyptenaren op jaagden
vanwege hun pluimen die ze voornamelijk gebruikten voor de creatie van grote prachtige waaiers voor de farao’s. Tijdens
de oudste tijden bedekten grote delen vochtige savannes (nu verdwenen) een deel van wat hedendaags woestijngrond
is. Deze savannes waren bebost met acacia’s en Egyptische vijgenbomen en overvloedig bevolkt door roofdieren en wild
die vervolgens schaarser zijn geworden: antilopes, steenbokken, buffelantilopes, gazelles, hyena’s en oryxen. In de predynastieke periode waren hier zelfs olifanten, giraffen en neushoorns te vinden, maar de toenemende droogte dreef hen
naar het zuiden. Ten tijde van de IIIe et IIe millennia vóór ons tijdperk was dit gebied het rijk van leeuwen en luipaarden.
Maar ook zij verlieten dit gebied naarmate hun prooien verdwenen.
Ten slotte moet men zich een lucht vol met vogelsoorten voorstellen, zowel sedentaire als migrerende: buizerds, uilen,
sperwers, valken, hoppen, wielewalen, mussen, duiven en gieren.
11
6
7
13
parcours van de tentoonstelling
14
Sectie 1
EEN BEETJE VAN ZOÖLOGIE
Men hoeft geen egyptoloog te zijn om te begrijpen hoe dieren schitteren in de
Egyptische kunst, naar vorm en in allerlei contexten. Deze overvloed en het
spektakel van de cultus gewijd aan de heilige dieren in de meest recente periodes
van faraonisch Egypte hebben filosofen en geschiedkundigen ertoe aangezet
de Egyptenaren te beschouwen als vulgaire en simplistische dierenaanbidders.
Onder andere Clemens van Alexandrië trekt deze praktijken met minachting in
het belachelijke.
8
Deze reputatie van dierenaanbidders was verankerd in het Westerse denken
tot het moderne tijdperk, totdat de wetenschappelijke egyptologie van de 19de
eeuw de complexiteit van het religieuze sentiment aan het licht bracht en met
meer juistheid zijn relatie tot de dierenwereld interpreteerde. De Egyptenaren
aanbaden geen wilde dieren: ze kozen zorgvuldig dierlijke vormen om er een
manifestatie van de goddelijke essentie van te maken die toegankelijk was
voor de mens. Hun voorstelling bevat een religieuze, symbolische of politieke
betekenis, gebaseerd op de minutieuze, onuitputtelijke observatie van de natuur.
Onder de geleerden die meegingen op de militaire expeditie van Napoleon in
Egypte (1798-1801) hebben de naturalisten aandeel gehad in de rehabilitatie
van de Egyptische beschaving. De weergegeven dieren zijn niet toevallig: ze
zijn opzettelijk, weloverwogen. Om het te begrijpen moet men zich beroepen
op de zoölogie en ethologie1, om de verschillende soorten te identificeren, maar
ook om de redenen te begrijpen die er modellen van maken en ten slotte ook de
tekens van een echte taal.
«De Egyptische tempels [...] zijn prachtig gebouwd; de binnenhoven zijn
omgeven door zuilen [...]; de naos2 fonkelen van de schittering van het goud,
zilver, elektrum en de edelstenen uit Indië en Ethiopië, de heiligdommen zijn
beschaduwd door met goud doorweven zeilen, maar als u verder gaat naar het
binnenste van de tempel, en op zoek bent naar een standbeeld van de god aan
wie hij gewijd is [...], wat ziet u dan? Een kat, een krokodil, een inheemse slang
of een soortgelijk dier! De God van de Egyptenaren verschijnt… Het is een wild
beest dat over een paars tapijt kruipt!»
Clemens van Alexandrië (rond 150-215 na Chr.), De Pedagoog, boek 3,
hoofdstuk 2
In dit deel van de tentoonstelling worden de belangrijkste diersoorten van het
Oude Egypte besproken, van beeldhouwwerken, beeldjes, reliëfs en andere
archeologische objecten tot aquarellen, een boekdeel van zoölogische leistenen
evenals twaalf opgezette proefexemplaren, waaronder een aap, een hyena, een
egel en een gier. Korte filmfragmenten van dierdocumentaires geven uitleg over
bepaalde dieren en hun natuurlijke leefomgeving.
1
2
Ethologie: de studie van het dierlijk gedrag.
Naos: heiligdom in Egyptische tempels, de naos betekent ook het stenen of houten kapelletje, dat
in de tempel werd geplaatst om het standbeeld van de godheid te ontvangen.
15
Sectie 2
GEOBSERVEERD, BEWONDERD, GEVREESD
Voor het schouwspel van het wilde leven, in de zanderige of bergachtige
woestijnen, de oevers van de Nijl en zijn moerassen, de landbouwvlaktes en de
tuinen of bosjes, gaven de Egyptenaren hun scherpe observatievermogen de
vrije loop. De Nijlfauna en zijn natuurlijke omgeving bieden een onuitputtelijke
inspiratiebron voor de tekenaars en beeldhouwers. Vertrekkend van de
schematische en zuivere vormen van het predynastisch tijdperk (ca. 3900-3100
voor Chr.) proberen de artiesten de morfologie en anatomie van hun modellen
weer te geven, net als hun vacht, gekleurde pluimen, huid en blinkende schubben.
De dieren dwongen hun bewondering af, maar er worden ook wilde dieren die
een bijna heilige angst teweegbrachten, in meerdere vormen afgebeeld. In deze
oefening schommelt de artistieke creatie voortdurend tussen de naturalistische
neiging en de conventionele interpretatie met het doel het model met precisie
te beschrijven en ondubbelzinnig de belangrijkste kenmerken ervan weer te
geven.
9
Naast de tentoongestelde werken geven twee diavertoningen de landschappen
en de natuurlijke context van het oude Egypte weer. De eerste vertelt over
de drie grote Egyptische biotopen, namelijk de rivier, de woestijn en de
landbouwakkers. De tweede gaat over scènes in begrafenismonumenten en
laat dieren in hun natuurlijke omgeving zien.
Sectie 3
GEJAAGD, GETEELD, GENUTTIGD
De jacht en de visvangst, maar ook de vangst en het fokken maken van dieren,
wild of getemd, een belangrijk bestaansmiddel. Het gaat om talrijke soorten,
zelfs de meest onwaarschijnlijke en de iconografische bronnen zijn rijk aan
taferelen die de jacht met de lans of boog detailleren, het vangen met een net, de
visvangst met een harpoen en de bereiding van vissen of ook het dwangvoeren
van ganzen (en zelfs hyena’s!) en het slachten van vee. Niettemin tonen de
tekstbronnen en archeozoölogische3 gegevens, die verzameld zijn op de
opgravingssites, aan dat bepaalde vleeswaren in het algemeen voorbehouden
waren aan de meest gegoede klassen. Hoe dan ook, de consumptie gaat na
het aardse leven door en dieren vormen een van de essentiële onderdelen van
voedseloffers, zowel aan de doden als aan de goden. Het is daarom dat ze,
versneden of ontbeend, gepluimd en klaar om te koken, vaak verschijnen op
offertafels en in offerandelijsten.
10
De consumptie en het offeren van voedsel
Net als de levenden in de benedenwereld moesten ook de doden en de goden
zich dagelijks voeden en laven. Daarom is er een overvloed van offertafels vol
met levensmiddelen en in het bijzonder dierlijk voedsel op de tempelmuren te
zien, geplaatst voor de godheden of in de graftombes, voor de overledenen.
Als weerspiegelingen van de werkelijkheid en de verse voedingswaren die door
de priesters en familieleden gebracht werden, aangezien de voorstelling als
werkelijkheid gold, garandeerden deze afbeeldingen een eeuwige voorziening,
tussen de handen van de dragers die volgeladen waren met stukken vlees of
levende dieren of ook in de vorm van «modellen», houten of stenen weergaves
van offerandes.
Deze sectie wordt aangevuld met een diavertoning van jacht-, vis- en
veeteelttaferelen en de bereiding van voedsel uitgebeeld op de muren van
tempels en tombes. Bepaalde taferelen zijn door middel van een grafische
opmeting in enorme groottes gekopieerd op kroonlijsten van lambriseringen.
Archeozoölogie: de wetenschappelijke discipline die ernaar streeft de natuurlijke en culturele relaties tussen de mens en het dier te reconstrueren door middel van de studie van dierenresten op
archeologische sites.
3
16
Sectie 4
GEBRUIKT, GEBEZIGD, GEËXPLOITEERD
De Egyptenaren hadden geleerd om dieren te gebruiken voor hun fysieke
kracht, hun weerstand, en zelfs hun beweeglijkheid, in die mate dat ze er echte
economische en militaire hulpmiddelen van maakten. Door dieren te temmen
en te dresseren konden ze ook gebruik maken van vee, ezels en paarden en in bepaalde gevallen apen - in de landbouw (arbeid, verplanting, irrigatie,
oogst) en als transportmiddel, of het nu ging over burgertransport, vooral
landbouwproducten en koopwaar, of oorlogshandelingen met de introductie in
Egypte van het paard en de strijdwagen in het Nieuwe Rijk (1550-1069 voor
Chr.). Het dier en zijn producten werden ook gebruikt bij de ambachten, als
grondstof (leer, huid, ivoor, botten, horens, schelpen, pluimen, enz.) om dagelijkse
gebruiksvoorwerpen, kledingsaccessoires en ceremoniële ornamenten te
vervaardigen. Ten slotte deed ook de farmacopee - als aanvulling op planten
en plantaardige stoffen - een beroep op ingrediënten van dierlijke oorsprong:
uitwerpselen, vet of bloed.
11
Ook hier presenteert een diavertoning taferelen uit monumenten waarbij de
landbouw, transport en militaire activiteiten worden getoond.
Sectie 5
12
GEADOPTEERD, GEPERSONIFIEERD, GEKARIKATURISEERD
Getuigend van kwaliteiten en gewoontes die dicht bij die van mensen liggen
wordt het dier vrijwillig getemd en wordt het een vriend aan huis. In die zin
wordt het gezelschapsdier vertroeteld en behandeld als een familielid: het heeft
soms een naam en als het sterft, rouwen zijn baasjes, zoals de geschiedkundige
Herodotus bericht (ca. 484-420 voor Chr.). De overledenen houden er ook van
in hun graftombes vergezeld te worden door hun vertrouwde kat, hond, gazelle
of aap, en laten ze zelfs balsemen zodat ze delen in hun eeuwigheid. Door
deze dagelijkse intimiteit met de dierenwereld konden de Egyptenaren in twee
richtingen de gelijkenissen en de mimicry waarnemen tussen dieren en mensen.
Gepersonifieerd in zulke mate dat het een motief van het antropomorfisme4
wordt en, meer nog, als menselijke karikatuur, wordt het dier een parodiemiddel
in satirische taferelen, vol van absurditeit en vaak in een ongewone rol, waar
de dieren de plaats van de mensen innemen. Dit is de eerste stap naar de toeeigening van de dierlijke figuur die, met toedoen van de kunstenaren, een middel
wordt van de parallelle uitdrukking.
Kapel van mastaba van Akhethetep (Oude Rijk, 5de dynastie, ca. 2400
voor Chr.)
De kapel van de graftombe van Akhethetep - een hoogwaardigheidsbekleder
die begraven was in Saqqara - werd in 1903 gekocht en opnieuw opgebouwd
in het Louvre. In deze kleine rechthoekige ruimte kwamen de familie en
begrafenispriesters hulde brengen aan de overledene en voedingsoffers leggen
voor de dubbele valse deur die de doorgang vormde tussen de wereld der
levenden en die der doden. Dit facsimile leent zich ertoe om de iconografische
rijkdom van het decor en het bas-reliëf te waarderen: de weelderige maaltijden
die opgediend werden aan de overledene, de stoet van offerdragers, de
landbouw-, jacht-, visvangst-, teelt- en slachttaferelen, die bedoeld waren als
voorraad voor Akhethetep in het Hiernamaals.
Antropomorfisme: de neiging om een dier of een god het aanzicht, het gedrag, de gevoelens, de
passies, de ideeën of het gedrag van de mens toe te kennen.
4
17
Sectie 6
VERSCHOVEN, GEWIJZIGD, GECODIFICEERD
Parallel aan het materiële en huislijke gebruik van de fauna, worden de
dierlijke figuren uit hun gebruikelijke context gehaald en op diverse manieren
verplaatst, naargelang de betekenissen die de Egyptenaren hun toeschrijven.
In het dagelijkse leven ontstaan er voorwerpen met een dierlijke vorm, waarbij
naargelang de situatie de functie zich aanpast aan het dier en het dier zich
aanpast aan de functie. Het dierlijke arsenaal wordt ook gebruikt, op een
symbolische of magische manier, om de levenden en de doden te beschermen: het
profylactische5 principe, bedoeld om noodlottige gebeurtenissen te voorkomen,
wordt geïllustreerd door een heel gamma zoömorfen6 met meerdere krachten,
gebaseerd op de criteria in verband met de observatie van het dierlijke gedrag.
Wat het hiëroglyfisch schrift betreft, het berust gedeeltelijk op de codering
van deze vormen en is voor meer dan twintig percent van de hiëroglyfen ideogrammen of fonetische tekens - geput uit het dierlijke repertoire. In al deze
gevallen krijgen het dier en zijn voorstelling een betekenisdragende waarde die
concepten uitdrukt.
13
De onderdelen van het individu
Voor de Egyptenaren bestaat het individu uit meerdere verscheidene, maar
onscheidbare entiteiten, waarvan het vleselijk lichaam de recipiënt is en die
men tot elke prijs moet bewaren met het oog op de eeuwigheid. De materiële
voorstelling van sommige van die spirituele principes gaat terug op de dierlijke
vorm. Dat is het geval bij de ba, het dynamisch element van de persoonlijkheid,
dat zich bij het individu voegt tijdens zijn geboorte en het na de dood verlaat in
de vorm van een vogel met een menselijk hoofd. Op dezelfde manier wordt de
akh, de onsterfelijke en verlichte geest, belichaamd door een witte reiger. Het
hart ib, de zetel van het denken en de vrije wil, wordt dan weer vaak voorgesteld
in de vorm van een scarabee.
Sectie 7
GESPIRITUALISEERD, VERHEILIGD, GETRANSFORMEERD
Sinds het dier waargenomen wordt als een middel om abstracte concepten
uit te drukken, wordt zijn associatie met de spirituele en goddelijke wereld
voor de hand liggend: welk ander repertoire, zo vertrouwd met het gewone
van de sterfelijken, zou een dergelijke voorraad aan concrete vormen kunnen
verstrekken om de complexe aspecten van het goddelijke principe te formuleren
en te onthullen? Elk dier vertoont in zijn gedrag trekken die het mogelijk maken
het karakter van de ene of de andere god beter te belichamen. Als emblematisch
dier vertegenwoordigt hij de god en drukt zich als hem uit en wordt ten slotte
diens voertuig van incarnatie. Door de spiritualisatie van de dierlijke vorm wordt
een gesofisticeerd theologisch systeem duidelijk, dat gebaseerd is op het
polymorfisme7, het syncretisme8 en de ambivalentie. Om een tastbare materie
aan de goddelijkheid te geven, aarzelen theologen en kunstenaren niet om er,
naargelang het geval, een puur zoömorfe dierlijke vorm of gemengde en hybride
vormen aan toe te wijzen, waardoor bijgevolg een echte metafysieke dialectiek
wordt gecreëerd die ze manipuleren en met gemak beheersen.
De gemengde vormen
De heilige context introduceert de notie van de intellectualisatie van de dierlijke
vorm, in tegenstelling tot de puur beschrijvende profane context. Deze idee
autoriseert en rechtvaardigt een grote figuratievrijheid, waardoor in eenzelfde
personage tegelijkertijd antropomorfe en zoömorfe eigenschappen en
houdingen geassocieerd kunnen worden. Uit dit principe ontstaan de mensen
met dierenkoppen of dieren met mensenhoofden, die zo kenmerkend zijn voor
de Egyptische religie. En als de natuurwetten soms geschonden lijken te worden
Profylaxie: het geheel van magische en rituele praktijken die aangewend worden om zich te wapenen tegen natuurrampen of noodlottige gebeurtenissen.
6
Zoömorfisme: het feit iets of iemand weer te geven in de vorm van een dier.
7
Polymorfisme: de diversiteit van de aspecten en veelvuldigheid van de vormen.
8
Syncretisme: de samensmelting van meerdere doctrines en/of verschillende culturele vormen.
5
14
18
door de kunstenaar en de theoloog, is dat omdat het Egyptische «waanidee»
de didactische samenvatting is van de verschillende aspecten van een godheid.
De hybride vormen
Als varianten op de eenvoudige zoömorfe beelden combineren de hybriden het
aanzicht of de morfologische kenmerken van verschillende dieren en voegen
er soms menselijke attributen aan toe (rechtopstaande houding, armen, een
vrouwenborst...). Ze kunnen in één enkele syncretische entiteit twee godheden
onthullen, zoals Sobek-Ra, de zonnegod met het lichaam van een krokodil
en de kop van een valk, of kunnen de kenmerkende aspecten van meerdere
ontzagwekkende dieren combineren om hun beschermend vermogen te
versterken, zoals de godin Taweret, de beschermster van kinderen en zwangere
vrouwen, die het lichaam van een nijlpaard heeft met de poten van een leeuw
en de staart van een krokodil.
Osirische en solaire beschouwingen
Het Egyptische geloof is voornamelijk gebaseerd op twee grote principiële
systemen, gebonden aan twee essentiële godheden: Osiris, god van de doden
en de onderwereld, en Ra, zonnegod in meerdere vormen. Als goddelijke
principes die het aardse, hemelse leven en dat van het hiernamaals regelen,
komen hun tegengestelde maar elkaar aanvullende karakters vaak samen, in
het bijzonder in het kader van de wedergeboorte en wederopleving. Het echte
dierlijke aspect dat hen omringt - incarnaties, beschermers of tegenstanders
- duidt op diverse manieren op de complexiteit van hun kruisende universa en
maakt het mogelijk ze toegankelijker te maken voor het begripsvermogen van
de gelovigen.
In dit deel van de tentoonstelling kunnen bezoekers aan de hand van
een interactief spel hun kennis testen. Er moeten drie afbeeldingen
geassocieerd worden met hetzelfde gegeven dier: een foto van het echte
dier, een kunstwerk uit de tentoonstelling dat het dier uitbeeldt en de
overeenkomstige godheid. Als de associatie goed is, verschijnt er een korte
animatie op het scherm: een jonge schrijver legt op een ludieke wijze de
link uit tussen de karaktereigenschappen van het dier en zijn religieuze
symboliek.
Section 8
15
VEREERD, GEOFFERD, GEMUMMIFICEERD
Sommige unieke dieren zoals stieren, rammen of krokodillen worden tijdens hun leven
beschouwd als de aardse incarnatie van de godheid waarmee ze geassocieerd zijn.
Bij hun dood krijgen ze het voorrecht van een prinselijke mummificatie en begrafenis.
Daarop gaan de priesters op zoek naar de nieuwe incarnatie van de god. Dat is
bijvoorbeeld het geval bij de heilige stieren die Apis, Buchis of Mnevis belichamen,
alsook bij de rammen van het eiland Elefantine, die de levende voorstellingen van
Chnoem waren. Op een parallelle wijze kent de dierencultus vanaf de Late Periode
(664-332 voor Chr.) een aanzienlijke ontwikkeling en de vertegenwoordigers van
bepaalde soorten worden, met duizenden, geteeld, geslacht en gemummificeerd
in de omgeving van de tempels om geofferd worden als ex-voto’s9 aan de goden
van wie ze de manifestatie zijn. Begraven in specifieke necropolissen nemen onder
andere dieren als ibissen, valken, katten, honden, vissen, krokodillen, slangen,
spitsmuizen of sluipwespen deel aan een persoonlijke aanbiddingpraktijk waarbij ze
het medium worden tussen de god en zijn gelovigen.
9
Ex-voto: symbolisch object dat op een heilige plek geplaatst wordt, volgend op een wens of bedanking voor een verkregen gunst
19
Vlakbij de tentoongestelde gemummificeerde dieren kan er met een
interactief scherm virtueel in de mummies gekeken worden om te zien hoe
ze er aan de binnenkant uitzien. Een 3D-animatie gecreëerd door middel
van beelden van een medische scanner kan de mummies langzaamaan
“uitkleden” en hun cartonnage, windels en biologische weefsels verwijderen
zodat het skelet van een kat, ibis of vis tevoorschijn komt.
Sectie 9
VEREERD, GEOFFERD, GEMUMMIFICEERD
Als een soort van afsluiting en apotheose probeert deze sectie het gehele
gedachtegoed dat bepaalde diervertegenwoordigingen uitdragen, over te
brengen op de bezoeker.
De conceptualisering van de dierlijke vorm bereikt waarschijnlijk haar
hoogtepunt met de uitdrukking van de almacht van de farao en de goden
aan wie hij zijn macht ontleent. De farao wordt opzettelijk geassocieerd met
het wilde dier dankzij wiens onoverwinnelijke kracht hij zijn buitengewone
macht kan bevestigen alsook zijn vermogen om Egypte te verdedigen tegen
zijn vijanden. Als «krachtige stier» of bezitter van de ongelooflijke snelheid
van de valk, beschermd zoals Ra door de vernietigende cobra die rond zijn
borst kronkelt, wordt hij geloofd, gerespecteerd en is hij in staat de maät te
verzekeren, de kosmische orde en het evenwicht van de wereld. In de loop
van de eeuwen blijft deze opmerkelijke manier om het dier te concipiëren als
de algemene bewaker, de beschermer van het koningschap maar ook als de
belichaming van de goddelijke essentie van de koning, één van de zuilen van de
Egyptische beschaving. Zo etaleert zich een subtiele alchemie, waarbij het dier,
bij uitbreiding, afwisselend verheerlijkt wordt en verheerlijkingmiddel is.
Als een soort van afsluiting en apotheose probeert deze sectie het gehele
gedachtegoed dat bepaalde diervertegenwoordigingen uitdragen, over te
brengen op de bezoeker.
16
48
21
Bonus
22
DE 10 VOORNAAMSTE DIERLIJKE GODEN
Amon
Koning van de goden, heerser van de tempels van Karnak
en Luxor. Hij kan verschillende vormen aannemen, maar
wordt meestal uitgebeeld als een man die gekroond is
met twee hoge en rechte struisvogelpluimen. Wanneer hij
geassocieerd wordt met de zonnegod, wordt hij Amon-Ra
genoemd, de zon die leven schenkt in het land. Onder zijn
naam Amon-Min is hij een stierverwekker en belichaamt
hij de vruchtbaarheid. Hij wordt ook afgebeeld in de vorm
van een ram of slang en kan ook geassocieerd worden met
een gans.
van de vreugde, het feest en de wijn. Daarnaast is ze de
beschermvrouw van de necropolis van Thebe.
Horus
De zoon van Isis en Osiris wordt uitgebeeld in de vorm van
een valk die de dubbele kroon van Egypte draagt, of in de
vorm van een man met een valkenkop. Hij volgt zijn vader
op in de wereld van de levenden en is dus de beschermer
van de kroon. Zijn incarnatie op aarde is de vorst zelf.
Ra
Ra is de zonnegod die leven geeft aan alle mensen. Hij
wordt vertegenwoordigd als man met een valkenkop,
gekroond met een zonneschijf en uraeus of “oog van Ra”,
de beschermende cobragodin. Hij neemt soms de vorm
aan van de scarabee Chepri en symboliseert de zon die
herleeft door tijdens de dageraad op te duiken aan de
horizon.
Anubis
Hij is de beschermheer van het koninkrijk van de
overledenen en uitvinder van de mummificatie. Anubis
wordt afgebeeld in de vorm van een hondachtige (hond
of jakhals) of als een man met een hondenkop.
Apis
De heilige stier was op aarde de belichaming van de god
Ptah, de schepper. Hij werd aanbeden in Memphis waar
hij het onderwerp is van een erg belangrijke verering.
Het is een uniek dier tussen alle andere stieren van het
land, herkenbaar aan verschillende vlekken op zijn vacht
waaronder een witte driehoek op zijn kop. Toen hij overleed,
werd hij gemummificeerd en begraven in de Serapeum van
Saqqara (ontdekt door Auguste Mariette in 1851).
Sekhmet
Ze is een geduchte godin, uitgebeeld in de vorm van
een leeuwin of een vrouw met een leeuwinnenkop. Ze
kan heftige woede-uitbarstingen krijgen, epidemieën
verspreiden en dood en verderf zaaien onder de vijanden
van de koning. Haar priesters blinken uit in de geneeskunde,
dus als men haar voor zich kon winnen, was ze een
kostbare bondgenoot tegen ziektes.
Bastet
Bastet kan uitgebeeld worden als een kat of een vrouw
met een kattenkop. Ze is de godin van de muziek, dans en
de bevalling. Maar soms was ze, in de vorm van een vrouw
met een leeuwinnenkop, net als Sekhmet, een geduchte
godin.
Sobek
Sobek is de heerser van het water, gesymboliseerd door
een krokodil of een man met een krokodillenkop.
Thoth
Als uitvinder van het schrift is hij de god van de schrijfkunst.
Hij belichaamt wijsheid en intelligentie en kent magische
formules. Hij wordt geassocieerd met de kalender en
draagt een zonneschijf bij wijze van kapsel. Thoth wordt
ook aangeduid in de vorm van een ibis met een witte en
zwarte vacht en een man met een ibiskop of een baviaan.
Hathor
Hathor wordt in diverse vormen vereerd: slang, boom of
leeuwin. Meestal is ze echter een koe of een vrouw die
de zonneschijf tussen haar hoorns draagt. Ze is de godin
Anubis
Ra
thoth
23
wist u dat...
•D
e dood van een Apis-stier leidde tot een rouwperiode
van 70 dagen, wat overeenkwam met de benodigde duur
van zijn mummificering.
•O
p het moment van de zonsopgang schreeuwden
bavianen en maakten ze drukke gebaren. De
Egyptenaren zagen dit als eerbetoon van de apen aan de
ochtendster. Ze hebben dus een belangrijke plaats in de
zonnetheologie.
• In de aanbiddingskapel van de tombe biedt het
“offerplakkaat” de overledene verschillende stukken
vlees, zoals boutjes en runderribben maar ook lever,
nieren… en zelfs milt!
•D
e Egyptenaren probeerden ongebruikelijke diersoorten
te fokken; zo bestaan er op de muren van de mastaba’s in
het Oude Rijk taferelen waarbij hyena’s gedwangvoederd
werden. Deze praktijken bleken echter niet succesvol en
werden al snel opgegeven.
49
•M
eer dan 20% van de hiëroglifische tekens (ideogrammen
of fonetische tekens) zijn ontleend aan dieren.
• In hiërogliefen staat het teken van een kikkervisje voor
het getal 100.000 en, bij uitbreiding, de honderdduizenden
levensjaren die men de koning wenste.
• In de Egyptische denkwereld staat de gazelle over het
algemeen voor de wilde dieren die geofferd worden aan de
godheid als bewijs van onderwerping van de chaotische
woestijnwereld aan de kosmos. Maar de gazelle is tevens
niet zelden te zien als huisdier, voornamelijk bij vrouwen
en kinderen van hogere klassen, net als honden, katten
en apen.
•H
et monumentale bas-reliëf bestaande uit vier bavianen
dat bewaard is in het Louvre en tentoongesteld in Lens, is
afkomstig van de sokkel van een van de twee obelisken
van de tempel van Luxor (de “broer” van de obelisk op
de Place de la Concorde in Parijs). Toen het vervoerd
werd naar Parijs was de bedoeling dat het de onderkant
van de obelisk op de Place de la Concorde zou versieren.
Echter de positionering van de apen, rechtopstaand
op de achterpoten met gestrekte armen waarbij hun
mannelijke geslachtsdelen onthuld werden, werd als
onzedig bestempeld. Het granieten beeldhouwwerk (5,7
ton) werd dus naar het Louvre gestuurd, waar het tot
heden altijd is gebleven!
• In Tusculanes schrijft Cicero (106-43 v.Chr.): “Wie
kent er niet de gebruiken van de Egyptenaren? Deze
mensen met gedachtes vol rare bijgeloven trotseren
liever de ergste martelingen dan heiligschennis te plegen
bij een ibis, aspis, kat, hond of krokodil en zelfs als het
hun per ongeluk overkwam zich aan iets dergelijks te
bezondigen, bestond er geen straf die ze als niet legitiem
beschouwden.”
•V
olgens Herodotus scheerde de meester van een huiskat
zijn wenkbrauwen als het dier een natuurlijke dood stierf,
als teken van band met het overleden dier. In het geval
van een hond scheerde de meester zijn hoofd en zijn
hele lichaam.
50
52
25
algemene informatie
26
praktische informatie
Tentoonstellingsdata
5 december 2014 - 9 maart 2015
Openingstijden
Dagelijks geopend van 10.00 tot 18.00 uur.
Dinsdag, 25 december en 1 januari gesloten.
Avondopenstelling tot 22.00 uur op vrijdag 5 december, 6 februari en 6 maart.
Het park is dagelijks geopend van 8.00 tot 19.00 uur. Gratis toegang.
Entree voor de tentoonstelling
Volle prijs: €9,00.
Gratis entree voor jongeren onder de 18, schoolgroepen, personen met een
sociale uitkering of ontvanger van maatschappelijke hulp, werkzoekenden,
burgergehandicapten of oorlogsslachtoffers, leden van het ICOM of ICOMOS,
houders van de Louvre-Lens kaartjes.
Gratis multimedia gids in het Nederlands, voor de collectie en de tentoonstelling.
Combiticketen
• met de tentoonstelling « 100 meesterwerken uit Versailles » aan het Museum
voor Schone Kunsten van Arras: €10,00
• met de tentoonstelling « Senoeseret III, legendarische farao » aan het Paleis
voor Schone Kunsten van Lille: €14,00.
Adres
Louvre-Lens Museum
99 rue Paul Bert
62300 Lens (Frankrijk)
Inlichtingen
T: +33 (0)3 21 18 62 62
www.louvrelens.fr
Tentoonstelling georganiseerd door het museum Louvre-Lens en de Fundación
“la Caixa”, met de uitzonderlijke medewerking van het Louvre museum.
Lens
Na Lens is de tentoonstelling te zien in het CaixaForum in Madrid van 31 maart
tot 23 augustus 2015, vervolgens in het CaixaForum in Barcelona van 22
september 2015 tot 10 januari 2016.
De tentoonstelling in Lens geniet van de uitzonderlijke steun van de Fondation
Total.
27
Contacten
Regionale en Belgische pers
Louvre-Lens museum
Bruno Cappelle
T: +33 (0)3 21 18 62 13 / [email protected]
Nationale en internationale pers
Claudine Colin Communication
Diane Junqua
T: +33 (0)1 42 72 60 01 / +33 (0)6 45 03 16 89 / [email protected]
Communicatie
Louvre-Lens museum
Raphaël Wolff
T: +33 (0)3 21 18 62 11 / [email protected]
PERSBEELDEN
Alle visuele elementen die dit dossier illustreren zijn vrij van persrechten.
De verplichte credits zijn vermeld op pagina 32
ALGEMENE GEBRUIKSVOORWAARDEN:
• Deze afbeeldingen hebben tot exclusief doel de promotie van de tentoonstelling
van het museum Louvre-Lens van 5 december 2014 t/m 9 maart 2015.
• Het artikel moet minstens de naam van het museum, de titel en de data van
de tentoonstelling bevatten.
• Alle gebruikte afbeeldingen moeten naast de fotoverantwoordingen de
vermelding “Service de presse/Musée du Louvre-Lens” bevatten.
• De credits en verplichte vermeldingen moeten dicht bij de weergave staan.
• Gelieve een bewijsstuk te leveren aan [email protected].
SPECIALE VOORWAARDEN MET BETREKKING TOT VISUELE
ELEMENTEN RMN :
•E
lke medium mag gratis maximaal 4 afbeeldingen herproduceren.
Indien er meer gewenst worden, gelieve contact op te nemen met
[email protected].
• Elke reproductie mag het formaat van ¼ van de pagina niet
overschrijden. Voor groter reproductie, gelieve contact op te nemen met
[email protected].
Voor het downloaden van deze afbeeldingen, gelieve contact op te
nemen met Bruno Cappelle (regionale en Belgische pers) of Diane
Junqua (nationale en internationale pers).
28
21
25
17
18
22
23
19
26
24
20
29
27
30
33
28
32
34
29
31
35
30
41
38
36
39
42
37
40
43
31
44
47
45
51
46
32
Bijschriften en fotocredits
1. S
tele van Padibastet die het standbeeld van de
stier Apis aanbidt
Late periode (664-332 v.Chr.), Saqqara
Polychroom kalksteen
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais / Georges
Poncet
9. B
eeldhouwwerk: kop van een brullende leeuw
Late Periode, 27e dynastie (399-300 v.Chr.) of 30e
dynastie (379-341 v.Chr.)
Kalksteen
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Christian Decamps
2. B
eeldje van gehurkte leeuwinnengodin
Late Periode (664-332 v.Chr.)
Tamariskhout en hout van Egyptische vijgenboom
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Christian Decamps
10. Beeldje van een offerdraagster
Middenrijk, 12e dynastie (1963-1786 v.Chr.), Assioet,
tombe van Oupouaoutemhat
Bepleisterd en geschilderd hout van Egyptische
vijgenboom
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Raphaël Chipault
3. D
oos in de vorm van een vastgebonden gazelle
met een draaiend deksel
Nieuwe Rijk, eind 18e - begin 19e dynastie
(rond 1350-1300 v.Chr.)
Hout
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais / Hervé
Lewandowski
4. Ronde stele van Renpetmaa
Derde Tussenperiode, 22e dynastie
(rond 945-715 v.Chr.)?
Geschilderd hout
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Benjamin Soligny / Raphaël Chipault
5. N
abootsingen van canopen
Derde Tussenperiode (1069-664 v.Chr.)
Bepleisterd en geschilderd hout
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Christian Decamps
6. M
odel van een opgezette wilde gier
Organisch materiaal
© Musée du Louvre-Lens (musée d’histoire naturelle
de Lille) / Jean-Cristophe Hecquet
7. Beeldje van een vrouwelijke meerkat met jong
Nieuwe Rijk (1550-1069 v.Chr.) uiterlijk
Steatiet
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Christian Decamps
8. Model van een opgezette hyena
Organisch materiaal
© Musée du Louvre-Lens (musée d’histoire naturelle
de Lille) / Jean-Cristophe Hecquet
11. Hippolyte Boussac (1846-1942) : wagen met twee
paarden die te voet geleid worden
Begin 20e eeuw
Aquarel op papier
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Georges Poncet
12. V
ersierde plaquette van een dierenfabel: een
stier die danst voor een harpspelende ezel
Eind van het Nieuwe Rijk of Derde Tussenperiode,
voor de 25e dynastie (rond 1200-800 v.Chr.)
Steatiet
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Christian Decamps
13. M
eubelonderdeel in de vorm van een leeuwenkop
Late Periode (664-332 v.Chr.)
Tamariskhout
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Benjamin Soligny / Raphaël Chipault
14. A
mulet: godin met leeuwinnenkop
Derde Tussenperiode, 22e dynastie
(rond 945-713 v.Chr.)
Goud
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Christian Decamps
15. Kleine mummie in de vorm van een ram
Late periode (664-332 v.Chr.) of Ptolemaeische
periode (332-30 v.Chr.)
Linnen, organisch materiaal
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Christian Decamps
33
16. Valk die koning Nectanebo II beschermt
30e dynastie, rijk van Nectanbo II (385-341 v.Chr.)
Kalksteen
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Georges Poncet
24. Reliëf: slachtscène
Oude Rijk (2700-2200 v.Chr.)
Kalksteen
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Christian Decamps
17. Kam met een steenbok, één knie op de grond
Nieuwe Rijk, 18e dynastie (1550-1425 v.Chr.)
Hout
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Christian Decamps
25. “Modellen” van eenden gereed om te braden
Middenrijk (2033-1710 v.Chr.), Dara
Egyptisch albast
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Christian Decamps
18. Beeldje van een hondachtige
Derde Tussenperiode of Late Periode
(rond 1069-332 v.Chr.)
Geschilderd hout
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Georges Poncet
19. Standbeeld van een liggende ibis
Late periode (664-332 v.Chr.) of Ptolemaeische
periode (332-30 v.Chr.)
Wit acaciahout, koperlegering
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Benjamin Soligny / Raphaël Chipault
20. Beeldje van een nijlpaard
Middenrijk, midden 13de dynastie
(1750-1650 voor Chr.), West-Thebe
Egyptisch aardewerk
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Christian Decamps
21. Muurschildering uit de graftombe van Neferhotep
Nieuw Rijk, 18de dynastie (1550-1295 voor Chr.),
West-Thebe (TT A5)
Modderschildering
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Georges Poncet
22. Beeldje van een kikker
Onbekende periode
Hout
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Christian Decamps
23. Tafereel van vogelvangst met een net
Late Periode, Saïtische renaissance
(664-525 voor Chr.), Heliopolis
Kalksteen, bas-reliëf
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Georges Poncet
26. Beeld van een man gekleed in een panterhuid
Nieuwe Rijk, 18e dynastie, rijk van Amenhotep III
(1391-1353 v.Chr.)
Groenachtig steen
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Christian Decamps
27. “Model” van een ploegscène
Middenrijk (2033-1710 v.Chr.)
Polychroom hout
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Raphaël Chipault
28. O
strakon: oogsten van fruit door een meerkat
Nieuwe Rijk, Ramessidische periode
(rond 1295-1069 v.Chr.), Deir el-Medina
Geschilderd kalksteen
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Christian Decamps
29. Beeldje van een vrouwelijke meerkat met jong
Derde Tussenperiode, waarschijnlijk 22e-25e dynastie
(rond 950-700 v.Chr.)
Steatiet
© RMN-Grand Palais (musée du Louvre) / Benjamin
Soligny / Raphaël Chipault
30. Kholdoosje met een kleine apin
Nieuwe Rijk (rond 1550-1069 v.Chr.)
Hout
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Christian Decamps
31. K
opie van de Satirische papyrus van Turijn
Moderne periode (ca. 1825-1850)
Vellumpapier, grafiet, gouache
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Christian Decamps
34
32. Krukje met poten in de vorm van een leeuw
Late Periode (664-332 v.Chr.)?
Hout
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Georges Poncet
40. Mummie van een kat
Late Periode (664-332 v.Chr.)
Organisch materiaal, linnen, kartonwerk
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Christian Decamps
33. Beeldhouwwerk: vale gier
Late Periode (664-332 v.Chr.) of Ptolemaeische
periode (332-30 v.Chr.)
Kalksteen
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Christian Decamps
41. Afgewikkelde mummie van een ibis
Late periode (664-332 v.Chr.) of Grieks-Romeinse
periode (4e eeuw vóór - 4e eeuw na Chr.)
Organisch materiaal, goud
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Benjamin Soligny / Raphaël Chipault
34. Amulet: de ba in de vorm van een vogel
Ptolemaeische periode (332-30 v.Chr.)?
Goud
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Georges Poncet
42. Palet met stier
Predynastisch tijdperk, Nagada II
(3500-3200 voor. Chr.)
Grauwacke
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Christian Decamps
35. Kop van een koe Hathor
Nieuwe Rijk, 19e dynastie (1295-1186 v.Chr.),
Deir el-Médina
Geschilderd kalksteen
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Christian Decamps
43. D
eurpost met de naam Ramses II
19e dynastie, rijk van Ramses II (1279-1213 v.Chr.),
Abydos
Polychroom kalksteen
© Musée du Louvre, Dist. RMN-GP / Christian Larrieu
36. Beeld van een zittende Amon met een ramskop
Nieuwe Rijk, 18e dynastie, waarschijnlijk rijk van Amenhotep III (1391-1353 v.Chr.), regio van Thebe of Nubië?
Kwartsiet
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Christian Decamps
37. B
eeld van de godin Sekhmet
Nieuw Rijk, 18de dynastie, heerschappij van Amenhotep
III (1391-1353 voor Chr.), Karnak
Dioriet
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Christian Decamps
38. B
eeldje van de stier Apis gewijd aan Pekhemenou
Late periode (664-332 v.Chr.), Saqqara
Koperlegering
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Christian Decamps
39. Masker van een ramsmummie
Ptolemaeische periode (332-30 v.Chr.) of Romeinse
periode (eind 1e eeuw vóór - 4e eeuw na Chr.)
Verguld en polychroom kartonwerk, verguld hout
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Georges Poncet
44. Sfinx van Nectanebo I
Late Periode, 30e dynastie (378-341 v.Chr.)
Zandsteen, sporen van polychromie
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Georges Poncet
45. B
avianen op de sokkel van de oosterse obelisk
van Luxor
Nieuw Rijk, 19de dynastie, heerschappij van Ramses II
1279-1213 voor Chr.)
Roze graniet
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Christian Decamps
46. Mentoe, landsheer van Medamoed, met een
stierenkop
Ptolemaeische periode (332-30 v.Chr.)
Kalksteen
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Georges Poncet
47. Jeff Mills
© Shauna Regan
48. Doodskist van een kat
Ptolemaeische periode (332-30 v.Chr.)
Polychroom hout
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Christian Decamps
35
49. Onderdeel van een inlegsel: hiëroglief van een
valk
Ptolemaeische periode (332-30 v.Chr.)
Egyptisch aardewerk
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Christian Decamps
50. Applique van een Syrische offerdrager
Derde Tussenperiode (rond 1069 – 664 v.Chr.),
waarschijnlijk Memphis
Koperlegering
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Benjamin Soligny / Raphaël Chipault
51. Vignet van hoofdstuk 110 van het Boek der
Doden van dame Taperousir
Late Periode, Saïtische renaissance (664-525 voor
Chr.)
Papyrus
53
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Georges Poncet
52. Standbeeld van een gans
Late periode (664-332 v.Chr.) of Ptolemaeische
periode (332-30 v.Chr.)
Hout, koperlegering
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Benjamin Soligny / Raphaël Chipault
53. R
ing met paarden
Nieuw Rijk, 19de dynastie (13de eeuw voor Chr.)?
Goud en carneool
© Musée du Louvre, Dist. RMN-Grand Palais /
Christian Decamps
Co-organisateurs de l’exposition
Mécène principal
Partenaires médias
Statue d’Horus sous forme de faucon © Musée du Louvre, dist. RMN-GP / Georges Poncet - agencemixte.com
Partenaires institutionnels
Download