3. Bedreiging door een beroepsziekte tijdens de

advertisement
Bevallingsverlof
Bedreigd door een beroepsziekte tijdens
de zwangerschap en moederschapbescherming
Borstvoedingsverlof
Departement Onderwijs - Opleiding Schoolsecretariaten
versie mei 2005
INDEX
2. BEVALLINGSVERLOF................................................................................................................................................. 3
2.1. Volledig leerplan .................................................................................................................................... 3
2.1.1. Tijdelijke personeelsleden in hoofdambt .............................................................................................................3
2.1.1.1. Algemeen principe ....................................................................................................................................3
2.1.1.2. Overschrijding prenataal en postnataal bevallingsverlof...........................................................5
2.1.1.3. Bevallingsverlof versus ziekteverlof of arbeidsongeval ..............................................................5
2.1.1.4. Miskraam, langdurige hospitalisatie en overlijden .......................................................................6
2.1.1.5. Bezoldiging en administratieve toestand .........................................................................................7
2.1.2. Vast benoemde personeelsleden in hoofdambt .................................................................................................7
2.1.2.1. Algemeen principe ....................................................................................................................................8
2.1.2.2. Overschrijding prenataal en postnataal bevallingsverlof...........................................................8
2.1.2.3. Bevallingsverlof versus ziekteverlof of arbeidsongeval ..............................................................8
2.1.2.4. Miskraam, overlijden en langdurige hospitalisatie .......................................................................8
2.1.2.5. Bezoldiging en administratieve toestand .........................................................................................8
2.1.3. Formaliteiten ...........................................................................................................................................................9
2.1.3.1. Verplichtingen van de personeelsleden ............................................................................................9
2.1.3.2. Communicatie naar het departement ................................................................................................9
3. BEDREIGING DOOR EEN BEROEPSZIEKTE TIJDENS DE ZWANGERSCHAP EN MOEDERSCHAPBESCHERMING ..................... 10
3.1. Volledig leerplan .............................................................................................................................. 10
3.1.1. Tijdelijke personeelsleden in hoofdambt ...........................................................................................................10
3.1.1.1. Definitie ......................................................................................................................................................10
3.1.1.2. Procedure...................................................................................................................................................10
3.1.1.3. BZ of MB versus bevallingsverlof ......................................................................................................11
3.1.1.4. Bezoldiging en administratieve toestand .......................................................................................12
3.1.2. Vaste personeelsleden in hoofdambt .................................................................................................................14
3.1.2.1. Definitie ......................................................................................................................................................14
3.1.2.2. Procedure...................................................................................................................................................14
3.1.2.3. BZ of MB versus bevallingsverlof ......................................................................................................14
3.1.2.4. Bezoldiging en administratieve toestand .......................................................................................15
4. BORSTVOEDINGSVERLOF ....................................................................................................................................... 16
4.1. Volledig leerplan .................................................................................................................................. 16
4.1.1. Tijdelijke personeelsleden in hoofdambt ...........................................................................................................16
4.1.1.1. Regelgeving ..............................................................................................................................................16
4.1.1.2. Bezoldiging en administratieve toestand .......................................................................................17
4.1.2. Vaste personeelsleden in hoofdambt .................................................................................................................17
4.1.2.1. Regelgeving ..............................................................................................................................................17
4.1.2.2. Bezoldiging en administratieve toestand .......................................................................................17
4.1.3. Formaliteiten .........................................................................................................................................................17
Bevallings- Borstvoedingsverlof , Bedreigd door een beroepsziekte tijdens de zwangerschap en
Moederschapsbescherming
2
Departement Onderwijs - Opleiding Schoolsecretariaten
versie mei 2005
2. Bevallingsverlof
2.1. Volledig leerplan
2.1.1. Tijdelijke personeelsleden in hoofdambt
Bronvermelding:
Arbeidswet van 16.03.1971, zoals gewijzigd
Programmawet van 2004-07-09 (publicatie BS van 2004-07-15) Art. 184
BVR van 22.07.19931
Omzendbrief van 14 januari 2005
BVR betreffende sommige verloven voor de personeelsleden v/h
onderwijs (in ontwerp)
Toepassingsgebied: Het voormeld besluit is van toepassing op de tijdelijk aangestelde personeelsleden van
-
het
het
het
het
bestuurs- en onderwijzend personeel,met inbegrip van de godsdienstleerkrachten
opvoedend hulppersoneel – opvoeders van het ondersteunend personeel
paramedisch personeel
[ psychologisch, orthopedagogisch,] sociaal en medisch personeel;
zoals vermeld in de decreten betreffende de rechtspositie.
2.1.1.1. Algemeen principe
Het personeelslid heeft recht op maximum 15 weken (= 105 dagen) bevallingsverlof. Dit aantal
wordt op maximum 17 weken (= 119 dagen) gebracht wanneer de geboorte van een meerling
wordt verwacht (artikel 39 Arbeidswet van 16 maart 1971).
Wijzigingen aan artikel 39 van de arbeidswet van 16 maart 1971 met ingangsdatum 1 juli
2004.
Het bevallingsverlof mag ten vroegste ingaan vanaf de 6de week (= 42 dagen prenataal)
vóór de vermoedelijke bevallingsdatum. Vanaf de 8de week (= 56 dagen) indien het een
meerling betreft.
Het personeelslid mag geen arbeid verrichten vanaf de 7de dag die aan de vermoedelijke
bevallingsdatum voorafgaat. Daartoe bezorgt het personeelslid ten laatste 7 weken (9
weken in geval van een meerling), vóór de vermoedelijke bevallingsdatum een medisch
getuigschrift aan de werkgever. Naderhand stuurt zij een medisch attest naar het controleorgaan en een formulier PERS 16 naar het instellingshoofd met melding ingangsdatum bevallingsverlof.
Vanaf de dag van bevalling mag het personeelslid gedurende 9 weken (= 63 dagen
postnataal2) geen arbeid verrichten. Het recht op bevallingsrust wordt steeds herberekend op basis van de werkelijke bevallingsdatum.
Op verzoek van het personeelslid wordt de postnatale periode van 9 weken verlengd
met de periode waarin het personeelslid verder gewerkt heeft vanaf de 6de week( 8de
week bij een meerling) tot en met de 2de week vóór de werkelijke bevallingsdatum.
1
Besluit van de Vlaamse regering van 22 juli 1993 betreffende het ziekte-, bevallings- en borstvoedingsverlof
toegestaan aan tijdelijk aangestelde personeelsleden van de onderwijsinstellingen, georganiseerd of gesubsidieerd
door de Vlaamse Gemeenschap.
2
De effectieve bevallingsdatum behoort bij het postnataal verlof
Bevallings- Borstvoedingsverlof , Bedreigd door een beroepsziekte tijdens de zwangerschap en
Moederschapsbescherming
3
Departement Onderwijs - Opleiding Schoolsecretariaten
versie mei 2005
Het aantal dagen dat het personeelslid gewerkt heeft in de zeven dagen voorafgaand
aan de werkelijke bevallingsdatum mogen niet worden overgedragen en worden in mindering gebracht van het recht op 105 dagen (of 119 dagen) bevallingsrust.
Bij de geboorte van een meerling kan op verzoek van de moeder het totale bevallingsverlof van 17 weken (119 dagen) verlengd worden met maximaal twee weken (14 dagen) bijkomend postnataal verlof.
Bijgevolg kan de totale duur van het bevallingsverlof bij de geboorte van een meerling in
totaal 19 weken (133 dagen) bedragen.
Mevrouw De Backer stuurt in september 04 naar het instellingshoofd een medisch attest waarin vermeld
staat dat ze vermoedelijk zal bevallen van één kind op 20/11/04.
- Het personeelslid kan ten vroegste met bevallingsrust vanaf 09/10/04 (42 dagen vóór).
- Het personeelslid moet verplicht op bevallingsrust vanaf 13/11/04 (7 dagen vóór).
Op 03/10/04 stuurt Mevr. De Backer naar het controleorgaan een medisch attest en naar het instellingshoofd een formulier PERS 16 met melding ingangsdatum bevallingsverlof vanaf 09/10/04 en zij bevalt op
20/11/04.
- Het personeelslid kon met bevallingsrust vanaf 09/10/04 (42 dagen vóór)
- Het personeelslid moet ten laatste met bevallingsrust vanaf 13/11/04 (7dagen vóór).
- Het personeelslid is verplicht met bevallingsrust tot en met 21/01/05 (63 dagen na).
Betrokkene gaat met bevallingsverlof van:
09/10/04 tot en met 19/11/04= 42 dagen prenataal verlof
20/11/04 tot en met 21/01/05= 63 dagen verplichte postnatale bevallingsrust
Het personeelslid neemt een totale bevallingsrust van 09/10/04 tot en met 21/01/05= 105 dagen
Schematische voorstelling van de toe te passen reglementering vanaf 1juli 2004.
1 kind: 15 weken (105 dagen)
Prenataal verlof:
Postnataal verlof
Maximum
Minimum
6 weken
9 weken
(42 dagen).
(63dagen)
Facultatief:
Maximum
5weken
(35 dagen)
Verplicht:
Verplicht
Facultatief
1week
(7dagen)
9 weken
(63dagen,)
Overdracht tegoed prenataal verlof
Meerling:19 weken (133 dagen)
Prenataal verlof:
Postnataal verlof
Maximum
Minimum
8 weken
9 weken
(56 dagen).
(63dagen)
Bevallings- Borstvoedingsverlof , Bedreigd door een beroepsziekte tijdens de zwangerschap en
Moederschapsbescherming
4
Departement Onderwijs - Opleiding Schoolsecretariaten
Facultatief:
Maximum
7weken
(49 dagen)
versie mei 2005
Verplicht:
Verplicht
Facultatief
1week
(7dagen)
9 weken
(63dagen,)
Overdracht tegoed prenataal verlof
+ maximum 2 weken (14 dagen) op verzoek
Wanneer de bevallingsdatum zich situeert tijdens de zomervakantie, kunnen tijdelijke personeelsleden, net als de vastbenoemden, een maximaal gedeelte van het prenataal verlof uitstellen tot na de verplichte 9 weken postnatale rust, uitgezonderd de verplichte 7 dagen prenatale
rust.
2.1.1.2. Overschrijding prenataal en postnataal bevallingsverlof
Indien de bevalling plaats heeft na de door de geneesheer voorziene datum en daardoor de 6
weken (8 weken bij een meerling) prenataal verlof overschreden worden, wordt het verlof tot
de werkelijke datum van de bevalling verlengd. In dit geval kan het bevallingsverlof langer duren dan 15 weken (105 dagen) of 19 weken (133 dagen) bij een meerling. .
De vermoedelijke bevallingsdatum (1 kind) is voorzien voor 18/11/04.
Het personeelslid gaat met bevallingsverlof vanaf 07/10/04 (= 6 weken vóór de vermoedelijke bevallingdatum).
De effectieve bevallingsdatum is 20/11/04.
Vanaf 07/10/04 tot08/10/04 = 2 dagen verlenging prenataal verlof.
vanaf 09/10/04 tot 19/11/04 = 42 dagen prenataal verlof (max.)
vanaf 20/11/04 tot 14/01/04 = 63 dagen postnataal verlof (verplicht)
De totale duur van het bevallingsverlof is 107 dagen.
Bij een vroeggeboorte wordt de periode van 6 weken ( 8 weken bij een meerling) verminderd
met de dagen waarop werd gewerkt tijdens de 7 dagen die aan de werkelijke bevalling voorafgaat.
Indien vóór de werkelijke bevallingsdatum geen bevallingsverlof werd genomen kan het
bevallingsverlof maar maximaal 98 dagen (112+ 14 = 126 dagen bij een meerling) bedragen. Wanneer betrokkene niet hervat na deze 98 dagen (126 dagen bij een meerling) maar de volle 105 dagen (133 dagen bij een meerling) thuis blijft overschrijdt zij
het postnataal verlof met 7 dagen.
De vermoedelijke bevallingsdatum (1 kind) is voorzien voor 18/11/04.
Het personeelslid gaat met bevallingsverlof vanaf 11/11/04 (= 7 verplichte dagen vóór de vermoedelijke
bevallingdatum).
De effectieve bevallingsdatum is 14/11/04.
In dit geval bedraagt de bevallingsrust 101 dagen:
vanaf 11/11/04 tot 13/11/04 = 03 dagen prenataal verlof
vanaf 14/11/04 tot 15/01/05 = 63 dagen postnataal verlof (verplicht)
vanaf 16/01/05 tot 19/02/05 = 35 dagen overdracht postnataal verlof 3
2.1.1.3. Bevallingsverlof versus ziekteverlof of arbeidsongeval
3
De 4 dagen arbeid tijdens de verplichte arbeidsrust van 7 dagen voorafgaand aan de werkelijke bevallingsdatum
mogen niet overgedragen worden.
Bevallings- Borstvoedingsverlof , Bedreigd door een beroepsziekte tijdens de zwangerschap en
Moederschapsbescherming
5
Departement Onderwijs - Opleiding Schoolsecretariaten
versie mei 2005
Vanaf 01/07/2004 wordt het verlof wegens ziekte of gebrekkigheid gedurende de 6 weken (8
weken bij een meerling) die de werkelijke bevallingsdatum voorafgaan omgezet in bevallingsverlof. Deze omzetting gebeurt enkel voor zover er geen onderbreking van arbeidsongeschiktheid door werkhervatting is geweest.
Periodes van ziekteverlof in de 6 weken (8 weken bij een meerling) vóór de werkelijke
bevallingsdatum kunnen niet overgedragen worden naar het postnataal verlof aangezien
het geen periodes van tewerkstelling betreft4.
Mevrouw Deridder was met ziekteverlof van 12/11/04 tot en met 17/12/04 en hervatte het werk op
18/12/04 en gaat met bevallingsverlof vanaf 06/01/2005 (bevalt op 19/01/2005).
Van deze ziekteperiode valt 08/12/04 tot 17/12/04 (= 10 dagen) in de 6 weken vóór de werkelijke bevallingsdatum (19/01/05).
Aangezien zij op 18/12/04 het werk heeft hervat wordt de periode van 08/12/04 tot 17/12/04 niet omgezet naar bevallingsverlof.
Deze 10 dagen ziekteverlof kunnen echter niet overgedragen worden naar het postnataal verlof. Enkel de
periode van 18/12/04 tot 05/01/05 =19 dagen kan worden omgezet in postnataal verlof.
Het personeelslid neemt een bevallingsverlof van 06/01/05 tot en met 10/04/05 = 95 dagen
De vakantieperiode vanaf 01 juli tot de werkelijke bevallingsdatum in de loop van de
zomervakantie wordt nooit omgezet in bevallingsverlof maar wordt gelijkgesteld met een
periode van dienstactiviteit en kan worden overgedragen naar het postnataal verlof. Dit
geldt zowel voor tijdelijke als vast benoemde personeelsleden en voor zover er geen
dokterattest is dat ziekteverlof vermeld
Een personeelslid is met ziekteverlof vanaf 21/6 tot en met 30/6 en gaat met bevallingverlof vanaf 5/7 en
bevalt op 12/7.
Noch het ziekteverlof van 21/6 tot 30/6 (periode binnen de 6 weken vóór de effectieve bevallingsdatum)
noch de periode van 1/7 tot 4/7 (periode gelijkgesteld met dienstactiviteit) worden omgezet in bevallingsverlof.
Het prenataal verlof loopt vanaf 5/7 tot en met 11/7 (= 7 dagen).
Het verplichte postnataal verlof vanaf 12/7 tot en met 12/09 (= 63 dagen)
De periode vanaf 31/5 tot 20/6 en vanaf 1/7 tot 4/7 (= 25 dagen) kunnen facultatief overgedragen worden naar het postnataal verlof.
Een arbeidsongeval is niet cumuleerbaar met bevallingsverlof en heeft steeds voorrang.
Een afwezigheid wegens arbeidsongeval wordt niet opgeschort door bevallingsverlof,
wordt niet omgezet in bevallingsverlof en komt niet in aanmerking voor verlenging van
het postnataal verlof.
2.1.1.4. Miskraam, langdurige hospitalisatie en overlijden
Het recht op bevallingsverlof blijft behouden indien er zich een miskraam zou voordoen vanaf
de 181ste dag zwangerschap. Bij overgang, in geval van miskraam vanaf 181ste dag, naar bevallingsverlof gelden alle rechten voor betrokkene inzake bevallingsverlof met inbegrip van een
verplichte bevallingsrust van 63 dagen vanaf dag miskraam.
4
Sommige periodes worden wel gelijkgesteld met een periode van tewerkstelling: o.a. de dagen tijdens dewelke de
gerechtigde het recht heeft om van het werk afwezig te zijn met behoud van haar normaal loon ter gelegenheid van
familiegebeurtenissen, voor de vervulling van staatsburgerlijke verplichtingen of van burgerlijke opdrachten en in
geval van verschijning voor het gerecht en die wettelijk, reglementair of bij collectieve arbeidsovereenkomst zijn
geregeld.
Bevallings- Borstvoedingsverlof , Bedreigd door een beroepsziekte tijdens de zwangerschap en
Moederschapsbescherming
6
Departement Onderwijs - Opleiding Schoolsecretariaten
versie mei 2005
Bij een miskraam vóór de 181ste dag wordt de afwezigheid aangeduid als ziekteverlof.
Wanneer het pasgeboren kind na de eerste 7 dagen, te rekenen vanaf zijn geboorte, in de verplegingsinrichting moet verblijven, kan op verzoek van het personeelslid, het bevallingsverlof
verlengd worden met de duur gelijk aan de periode dat haar kind na de eerste 7 dagen in de
verplegingsinrichting opgenomen werd. De duur van de verlenging mag 24 weken niet overschrijden en start aansluitend bij het einde van het bevallingsverlof.
In geval van overlijden of bij langdurige hospitalisatie van de moeder kan de moederschaprust
(het bevallingsverlof) omgezet worden in een vaderschapsverlof indien de vader dit wenst .
2.1.1.5. Bezoldiging en administratieve toestand
Het tijdelijke personeelslid ontvangt tijdens haar bevallingsverlof geen wedde(ntoelage) van het
Departement Onderwijs doch een integrale moederschapuitkering van het ziekenfonds. Daartoe
moet het personeelslid vóór de aanvang van het bevallingsverlof, contact opnemen met haar
ziekenfonds5.
Het personeelslid behoud haar recht op moederschapuitkering ook indien het bevallingsverlof langer duurt dan de aanstellingsperiode.
Ook wanneer de 6 weken (8 weken bij een meerling) prenataal verlof overschreden
wordt, betaalt het ziekenfonds hiervoor een vergoeding uit.
De door het departement niet bezoldigde periodes van bevallingsverlof worden wel mee
in aanmerking genomen voor de berekening van de uitgestelde bezoldiging.
Het bevallingsverlof (inbegrepen de eventuele periode van overschrijding van het prenataal
verlof en het bijkomend verlof bij hospitalisatie van het kind) wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit en telt dus mee voor de berekening van de ambts -, dienst, geldelijke en sociale anciënniteit6.
Ook een personeelslid aangesteld op 1 september maar dat de dienst niet kon opnemen
wegens bevallingsverlof, bevindt zich in de stand dienstactiviteit.
2.1.2. Vast benoemde personeelsleden in hoofdambt
Bronvermelding:
Arbeidswet van 16.03.1971, zoals gewijzigd
BVR van 22.07.1993 7
Programmawet van 9 juli 2004 ( BS van15 juli 2004)
Omzendbrief van 14 januari 2005
Toepassingsgebied: het voormeld besluit is van toepassing op de vast benoemde en tot de
proeftijd toegelaten personeelsleden van:
-
het bestuurs- en onderwijzend personeel,met inbegrip van de godsdienstleerkrachten
het opvoedend hulppersoneel – opvoeders van het ondersteunend personeel
5
Zij bezorgt aan haar ziekenfonds een medisch attest met vermelding van de vermoedelijke bevallingsdatum.
Dit geldt evenwel niet voor de periode van overschrijding van het postnataal verlof.
7
Besluit van de Vlaamse regering van 22 juli 1993 betreffende het bevallings- en borstvoedingsverlof voor de
personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medische-sociale centra.
6
Bevallings- Borstvoedingsverlof , Bedreigd door een beroepsziekte tijdens de zwangerschap en
Moederschapsbescherming
7
Departement Onderwijs - Opleiding Schoolsecretariaten
-
versie mei 2005
het paramedisch personeel
het [ psychologisch, orthopedagogisch,] sociaal en medisch personeel;
zoals vermeld in de decreten betreffende de rechtspositie
2.1.2.1. Algemeen principe
 Zie tijdelijke personeelsleden
2.1.2.2. Overschrijding prenataal en postnataal bevallingsverlof
 Zie tijdelijke personeelsleden
2.1.2.3. Bevallingsverlof versus ziekteverlof of arbeidsongeval
 Zie tijdelijke personeelsleden
2.1.2.4. Miskraam, overlijden en langdurige hospitalisatie
 Zie tijdelijke personeelsleden
2.1.2.5. Bezoldiging en administratieve toestand
Het vastbenoemde personeelslid wordt tijdens het bevallingsverlof maximaal bezoldigd
gedurende 15 weken (17 weken plus facultatief maximaal twee weken wanneer een meerling
wordt verwacht).
Indien de bevalling eerst plaats heeft na de door de geneesheer voorziene datum en
daardoor het prenataal verlof van 6 weken ( 8 weken bij een meerling) overschreden
wordt, dan wordt het bevallingsverlof tot de werkelijke datum van de bevalling verlengd.
Het gaat hier om een BEZOLDIGD verlof dat met een periode van dienstactiviteit gelijkgesteld is.
Een periode van overschrijding van het postnataal verlof is ONBEZOLDIGD.
Het bevallingsverlof, inbegrepen de eventuele periode van overschrijding van het prenataal verlof en het bijkomend verlof bij hospitalisatie van het kind, worden gelijkgesteld
met dienstactiviteit en tellen dus mee voor de berekening van de ambts-, dienst, geldelijke en sociale anciënniteit8.
De periode van terbeschikkingstelling wegens ziekte en/of terbeschikkingstelling wegens
ontstentenis van betrekking wordt onderbroken door bevallingsverlof. Gedurende het
bevallingsverlof ontvangen de personeelsleden hun normale wedde(ntoelage) en niet
het(de) wachtgeld(toelage) van de terbeschikkingstelling.
Een verlof of afwezigheid voor verminderde prestaties wordt opgeschort gedurende de
periode van bevallingsverlof. Het personeelslid ontvangt dus wedde(ntoelage) voor de
opdracht welke zij vóór aanvang van het verlof of de afwezigheid uitoefende9.
Het bevallingsverlof telt echter niet mee voor de berekening van de duur van de proeftijd in een selectie- of bevorderingsambt in het gemeenschapsonderwijs.
8
9
Dit geldt evenwel niet voor de periode van overschrijding van het postnataal verlof.
Dit is niet het geval bij loopbaanonderbreking.
Bevallings- Borstvoedingsverlof , Bedreigd door een beroepsziekte tijdens de zwangerschap en
Moederschapsbescherming
8
Departement Onderwijs - Opleiding Schoolsecretariaten
versie mei 2005
2.1.3. Formaliteiten
Bronvermelding:
BVR van 08-12-1993 zoals gewijzigd.
Omzendbrief van 20-01-1999 13AC/B.Ph./SH/js.
Omzendbrief van 01-07-1996 13AC/JDC/SH.
2.1.3.1. Verplichtingen van de personeelsleden
Personeelsleden die met bevallingsverlof gaan, sturen een afwezigheidattest (PERS 16) naar het
instellingshoofd en een medisch attest naar het controleorgaan. Op deze attesten moeten en de
ingangsdatum van het bevallingsverlof en de vermoedelijke bevallingsdatum vermeld worden.
Ingeval van verlenging bevallingsverlof bij hospitalisatie kind moeten de nodige getuigschriften
van opname voorgelegd worden door betrokkene aan het instellingshoofd.
2.1.3.2. Communicatie naar het departement
Melding
Het bevallingsverlof is een niet-opdracht gebonden dienstonderbreking en wordt gemeld met
een RL2 – gebeurteniscode 23003 met vermelding van de begindatum van het bevallingsverlof
en van de vermoedelijke bevallingsdatum.
Aanvulling
Na de geboorte wordt er een aanvulling opgezonden door middel van een RL2 – gebeurteniscode 24003 met melding van dezelfde begindatum van het bevallingsverlof zoals opgegeven in
de RL-2 melding bevallingsverlof, en met de correcte gegevens inzake de effectieve bevallingsdatum (bij miskraam, de datum miskraam plus aantal dagen dat de werkneemster zwanger
was) en met de einddatum van het bevallingsverlof.
Annulatie
Bij annulatie van een bevallingsverlof wordt het eerst gemelde bevallingsverlof geannuleerd met
een RL2 - gebeurteniscode 25003, gevolgd door een correcte zending van het bevallingsverlof
met een RL2 - gebeurteniscode 23003.
Verwerking
Het bevallingsverlof wordt door het departement op basis van de effectieve bevallingsdatum
berekend. De omzetting van ziekteverlof naar bevallingsverlof gebeurt automatisch. Hiervoor is
geen elektronische zending nodig.
Het overschrijden van de prenatale periode en de twee weken facultatief postnataal verlof bij
een meerling vallen onder het bevallingsverlof en hoeven niet afzonderlijk opgegeven te worden.
Evenmin is er een elektronische zending nodig wanneer het bevallingsverlof verder doorloopt na
het beëindigen van de tijdelijke aanstelling.
Wanneer de postnatale periode overschreden wordt, wordt de school door het werkstation
verwittigd.
De periode van verlengd verblijf van het pasgeboren kind in de verplegingsinrichting wordt gemeld met een RL-2 gebeurteniscode 23118 ‘verlenging bevallingsverlof’.
Bevallings- Borstvoedingsverlof , Bedreigd door een beroepsziekte tijdens de zwangerschap en
Moederschapsbescherming
9
Departement Onderwijs - Opleiding Schoolsecretariaten
versie mei 2005
3. Bedreiging door een beroepsziekte tijdens de zwangerschap en moederschapbescherming
3.1. Volledig leerplan
Bronvermelding:
wet van 3 juli 1967 artikel 3bis
K.B. van 02 mei 1995 inzake moederschapsbescherming
BVR van 21 februari 2003 betreffende het verlof wegens moederschapsbescherming voor de personeelsleden van het onderwijs
Omzendbrief van 24 september 2002
Toepassingsgebied: alle personeelsleden die genieten van een wedde(ntoelage) ten laste van
het departement Onderwijs.
3.1.1. Tijdelijke personeelsleden in hoofdambt
3.1.1.1. Definitie
1. Bedreiging door een beroepsziekte tijdens de zwangerschap (afgekort BZ)
Wanneer een zwangere vrouw blootgesteld is aan infectieziekten of chemische stoffen wordt zij,
ter bescherming van moeder en ongeboren kind, verwijderd uit het risico10 en krijgt zij vrijstelling van arbeid.
De vrijstelling van arbeid gebeurt pas nadat de werkgever voor het personeelslid de
mogelijkheid onderzocht heeft naar een aanpassing van de werkomstandigheden of naar
een andere betrekking.
2. Moederschapsbescherming (afgekort MB)
Moederschapsbescherming is van toepassing op zwangere vrouwen, die niet bedreigd zijn door
een beroepsziekte tijdens de zwangerschap, doch die bloot staan aan ondermeer agressief gedrag van jongeren of tillen van lasten en op vrouwen die borstvoeding geven.
De vrijstelling van arbeid gebeurt pas nadat de werkgever voor het personeelslid de
mogelijkheid onderzocht heeft naar een aanpassing van de werkomstandigheden of naar
een andere betrekking.
3.1.1.2. Procedure
Als uit een voorafgaandelijk risico-evaluatie (opgemaakt door de werkgever samen met de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer) blijkt dat er in de betrokken onderwijsinstelling risico’s aanwezig zijn voor zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven in bepaalde functies of
in alle functies, dan moeten er beschermende maatregelen toegepast worden.
Het vrouwelijk personeelslid deelt de werkgever mee dat zij zwanger is of borstvoeding geeft en
wanneer blijkt dat zij een risicofunctie uitoefent moet de werkgever die maatregelen nemen die
10
als opgesomd in de Belgische lijst van de erkende beroepsziekten (KB 02 mei 1995)
Bevallings- Borstvoedingsverlof , Bedreigd door een beroepsziekte tijdens de zwangerschap en
Moederschapsbescherming
10
Departement Onderwijs - Opleiding Schoolsecretariaten
versie mei 2005
afgesproken zijn in de risico-evaluatie en haar doorverwijzen naar de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer.
Conform het door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer gegeven advies worden de vereiste
formulieren opgemaakt:
1. Bij bedreiging door een beroepsziekte tijdens de zwangerschap worden volgende formulieren naar de AGD11 gestuurd via het werkstation:
-
BZ/MB2 – Een medisch getuigschrift bedreigd door een beroepsziekte, ingevuld
door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer als de zwangere vrouw moet verwijderd worden uit een risico dat voorkomt op de lijst van de erkende beroepsziekten.
De labotesten worden eveneens meegestuurd naar de AGD via het werkstation.
-
BZ/MB1 – Een getuigschrift, bedreigd door een beroepsziekte tijdens de zwangerschap (tijdelijke verwijdering), ingevuld door de werkgever (of bij delegatie door de
schooldirecteur) op basis van de informatie verstrekt door het zwangere personeelslid en de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer.
-
Gelijktijdig stuurt de school een elektronische zending (RL1 code 109) voor een verlof bedreiging door een beroepsziekte op.
2. Bij moederschapsbescherming tijdens de zwangerschap en lactatieperiode worden de volgende formulieren naar het werkstation gestuurd:
-
MB2 – Een medisch getuigschrift, moederschapsbescherming tijdens de zwangerschap en de lactatieperiode, ingevuld door de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer
als hij beslist dat de zwangere vrouw of de vrouw die borstvoeding geeft verwijderd
moet worden uit een risico vermeld in de bijlagen bij het KB van 2 mei 1995 inzake
moederschapbescherming, en het risico valt niet onder “bedreiging door een beroepsziekte”.
-
MB1 – Een getuigschrift, moederschapsbescherming tijdens de zwangerschap en
lactatieperiode, ingevuld door de werkgever (of bij delegatie door de schooldirecteur) op basis van de informatie verstrekt door het zwangere personeelslid en de
preventieadviseur-geneesheer.
-
Gelijktijdig stuurt de school een elektronische zending (RL1 code 113) voor een verlof moederschapbescherming.
3.1.1.3. BZ of MB versus bevallingsverlof
Het verlof wegens BZ of het verlof wegens MB eindigt steeds bij het begin van de zes weken
die aan de vermoedelijke bevallingsdatum voorafgaan. Verplicht aansluitend op het einde van
het verlof BZ of MB start de periode van het bevallingsverlof in alle instellingen waar betrokken
fungeert.
Mevrouw Peeters deelt op 02/10/04 haar werkgever mee dat ze zwanger is en dat de vermoedelijke bevallingsdatum 22/03/05 is.
Zij oefent een risicofunctie uit die valt onder bedreiging door een beroepsziekte.
Er is geen mogelijkheid naar aanpassing van de werkomstandigheden of naar een andere betrekking.
11
De Administratieve Gezondheidsdienst (AGD) zal nagaan of er werkelijk een bedreiging door een beroepsziekte
is.
Bevallings- Borstvoedingsverlof , Bedreigd door een beroepsziekte tijdens de zwangerschap en
Moederschapsbescherming
11
Departement Onderwijs - Opleiding Schoolsecretariaten
versie mei 2005
Er wordt vrijstelling van arbeid verleend en zij bekomt een ‘verlof wegens bedreiging door een beroepsziekte’ vanaf 03/10/2004 tot en met 07/02/2005. Het verlof BZ is beëindigd vanaf 08/02/2005 (= vermoedelijke bevallingsdatum12 min 42 dagen prenataal verlof).
Als de bevalling niet gebeurt in de zes weken na stopzetting van verlof wegens BZ of
verlof wegens MB, dan wordt de periode van het prenataal verlof verlengd tot de werkelijke datum van de bevalling.
Mevrouw Peeters bevalt pas op 31/03/05. Zij krijgt verlenging van het maximaal toegestane prenataal
verlof met 9 dagen:
- Verlof wegens BZ van03/10/2004 t.e.m. 07/02/2005
- Verlenging van het max. toe te kennen prenataal verlof van 08/02/05 t.e.m.16/02/05 = 9 dagen
- Prenataal verlof van 17/02/05 t.e.m. 30/03/05 = 42 dagen (max)
- Postnataal verlof van 31/03/05 t.e.m.. 01/06/2005 = 63 dagen (verplicht)
Totaal bevallingsverlof = 114 dagen (i.p.v. het recht op 105 dagen)
Als tijdens het zomerverlof het personeelslid niet meer in contact komt met het risico
waaruit zij verwijderd werd, dan:
- eindigt het wegens BZ of verlof wegens MB op 30 juni
- is er geen verplichting meer om aansluitend het bevallingsverlof te laten ingaan
- mag het bevallingsverlof aanvangen op de eerste werkdag van het volgende
schooljaar (bv 1/9), afhankelijk van de bevallingsdatum.
- mag het nog tegoed aan prenataal verlof overgedragen worden (verlofdagen waarvoor uitgestelde bezoldiging, worden gelijkgesteld met dienstactiviteit)
Een leerkracht met vermoedelijk bevallingsdatum op 07/09/04 bekomt een verlof MB vanaf 01/03/04 tot
26/07/04 (= 6 weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum).
Aangezien er geen risico meer is tijdens het zomerverlof eindigt het verlofstelsel op 30/06/04.
Het bevallingsverlof kan ingaan op 01/09/04 (= geen omzetting naar bevallingsverlof in het zomerverlof 
zie bevallingsverlof).
Zij
-
bevalt op 10/09/04. Hierdoor bekomt zij:
Verlof wegens MB van 01/03/043 t.e.m. 30/06/04
Prenataal verlof van 01/09/04 t.e.m. 09/09/04 = 9 dagen
Verplicht postnataal verlof van 10/09/04 t.e.m. 11/11/04 =63 dagen
Facultatief postnataal verlof van 12/11/04 t.e.m. 21/12/2004 = 33 dagen is overdracht verlof van
30/07/04 tot 31/08/04)
Totaal bevallingsverlof = 105 dagen.
Het verlof wegens BZ of verlof wegens MB eindigt steeds op het einde van de aanstelling.
Bij een miskraam tijdens het verlof wegens BZ of verlof wegens MB wordt het verlof beeindigd op de dag voorafgaand aan het miskraam.
Het verlof wegens moederschapsbescherming tijdens de lactatie mag een periode van
vijf maanden vanaf de dag van bevalling niet overschrijven.
3.1.1.4. Bezoldiging en administratieve toestand
1. Bezoldiging bij aanpassing van de werkomstandigheden of bij wijziging betrekking bij bedreiging door een beroepsziekte tijdens de zwangerschap en moederschapsbescherming:
12
De vermoedelijke bevallingsdatum behoort bij het postnataal verlof.
Bevallings- Borstvoedingsverlof , Bedreigd door een beroepsziekte tijdens de zwangerschap en
Moederschapsbescherming
12
Departement Onderwijs - Opleiding Schoolsecretariaten
versie mei 2005

Bij aanpassing van de werkomstandigheden worden de personeelsleden betaald volgens de uitgevoerde prestaties.

Bij wijziging van betrekking worden de zwangere vrouwen, die een andere betrekking aanvaarden en tewerkgesteld worden in organieke uren, bezoldigd volgens de
uitgevoerde prestaties.
2. Bezoldiging bij vrijstelling van arbeid:
Voor personeelsleden die volledig verwijderd worden moet er voor de betaling wel een onderscheid gemaakt worden tussen verlof wegens een bedreiging door een beroepsziekte tijdens de zwangerschap en verlof wegens moederschapsbescherming.
2.1. Bedreiging door een beroepsziekte tijdens de zwangerschap.

Tijdelijke personeelsleden die tijdens de duur van hun aanstelling verwijderd worden
hebben recht op de doorbetaling van hun wedde(ntoelage) (artikel 3 bis van de wet
van 3 juli 1967).

Tijdelijke personeelsleden die door de arbeidsgeneesheer tijdens de vorig aanstelling
verwijderd werden en een nieuwe aanstelling krijgen in een risico-functie in dezelfde
school hebben geen recht op de doorbetaling van hun wedde(ntoelage).
Zij hebben recht op een vergoeding gelijk aan 90% van het gemiddeld dagloon (art.
3bis van de wet van 3 juli 1967).

Tijdelijke personeelsleden die door de arbeidsgeneesheer tijdens vorige aanstelling
verwijderd werden en een nieuwe aanstelling krijgen in een risico-functie, in een andere functie of bij een nieuwe werkgever (andere school), hebben recht op de doorbetaling van hun wedde(ntoelage) op voorwaarde dat het personeelslid de eerste
dag gaat werken en de werkgever op de hoogte brengt van de zwangerschap. In
een dergelijke situatie kan, mits een nieuw advies van de arbeidsgeneesheer vanaf
de tweede dag het verlof wegens 'een bedreiging door een beroepsziekte' starten en
heeft zij recht op de doorbetaling van de wedde(ntoelage)13.

TADD’ers14 in dienst op 31 augustus en die door de arbeidsgeneesheer tijdens vorige
aanstelling verwijderd werden en op 1 september een nieuwe aanstelling krijgen in
een risico-functie in dezelfde school hebben recht op de doorbetaling van hun
wedde(ntoelage).

Contractuele hebben recht op doorbetaling van hun wedde zolang zij een arbeidsovereenkomst hebben (wet van 3 juli 1967).
2.2. Moederschapbescherming

Tijdelijke personeelsleden worden vanaf de verwijdering van het werk betaald door
hun ziekenfonds zolang zij een geldige aanstelling hebben (art. 219 bis en ter van
het koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen).

Tijdelijke personeelsleden die door de arbeidsgeneesheer tijdens de vorige aanstelling verwijderd werden en een nieuwe aanstelling krijgen in een risico-functie in de-
13
Bij niet indiensttreding op de 1ste dag of wanneer het personeelslid niet werd verwijderd tijdens vorige aanstelling,
dan heeft dit personeelslid geen recht op verlof en moet de periode beschouwd worden als onbezoldigd ziekteverlof.
14
Niet van toepassing bij TADD eerste aanstelling.
Bevallings- Borstvoedingsverlof , Bedreigd door een beroepsziekte tijdens de zwangerschap en
Moederschapsbescherming
13
Departement Onderwijs - Opleiding Schoolsecretariaten
versie mei 2005
zelfde school blijven vallen onder het verlof wegens moederschapbescherming (=
betaald door het ziekenfonds).

Tijdelijke personeelsleden die door de arbeidsgeneesheer tijdens de vorige aanstelling verwijderd werden en een nieuwe aanstelling krijgen in een risicofunctie in een
andere school of in een andere functie blijven vallen onder het verlof wegens moederschapbescherming. Het personeelslid moet de eerste dag gaan werken en de
werkgever op de hoogte brengen van de moederschapsbescherming of het geven
van borstvoeding. In een dergelijke situatie kan, mits een nieuw advies van de arbeidsgeneesheer, het verlof wegens moederschapsbescherming starten op de
tweede dag(= betaald door het ziekenfonds)15.

TADD’ers16 in dienst op 31 augustus en die door de arbeidsgeneesheer tijdens het
vorig schooljaar verwijderd werden en op 1 september een nieuwe aanstelling krijgen in een risico-functie in dezelfde school blijven vallen onder het verlof wegens
moederschapbescherming.
Administratieve toestand tijdens het verlof BZ of verlof MB.
Het verlof wegens bedreiging door een beroepsziekte tijdens de zwangerschap of verlof
wegens moederschapsbescherming wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit en telt mee voor
de berekening van:
-
het recht op bezoldigd ziekteverlof indien er een wedde(ntoelage) van het departement onderwijs was;
de sociale anciënniteit;
de dienstanciënniteit;
de uitgestelde bezoldiging;
het vakantiegeld;
de eindejaarstoelage;
3.1.2. Vaste personeelsleden in hoofdambt
3.1.2.1. Definitie
Zie tijdelijke personeelsleden
3.1.2.2. Procedure
Zie tijdelijke personeelsleden
3.1.2.3. BZ of MB versus bevallingsverlof
Het verlof wegens BZ of het verlof wegens MB eindigt zes weken voorafgaand aan de vermoedelijke bevallingsdatum. Aansluitend daarop start verplicht het bevallingsverlof in alle instellingen waar betrokken fungeert.
Zie voorbeeld tijdelijke personeelsleden
15
Bij niet indiensttreding op de 1ste dag of wanneer het personeelslid niet werd verwijderd tijdens vorige aanstelling,
dan heeft dit personeelslid geen recht op verlof en moet de periode beschouwd worden als onbezoldigd ziekteverlof.
16
Niet van toepassing bij TADD eerste aanstelling.
Bevallings- Borstvoedingsverlof , Bedreigd door een beroepsziekte tijdens de zwangerschap en
Moederschapsbescherming
14
Departement Onderwijs - Opleiding Schoolsecretariaten
versie mei 2005
Als de bevalling niet gebeurt in de zes weken na stopzetting van verlof wegens BZ of verlof wegens MB, dan wordt de periode van het prenataal verlof verlengd tot de werkelijke bevallingsdatum. Tijdens deze periode wordt uitzonderlijk de wedde(ntoelage) verder verleend.
Zie voorbeeld tijdelijke personeelsleden
Als tijdens het zomerverlof het personeelslid niet meer in contact komt met het risico waaruit zij
verwijderd werd, dan kan er ook geen verlof wegens BZ of verlof wegens MB toegekend worden en is er geen verplichting meer om aansluitend het bevallingsverlof te laten ingaan.
Zie voorbeeld tijdelijke personeelsleden
Het verlof wegens BZ of verlof wegens MB eindigt steeds op het einde van de aanstelling.
Bij een miskraam tijdens het verlof wegens BZ of verlof wegens MB wordt het verlof beëindigd
op de dag van de miskraam.
3.1.2.4. Bezoldiging en administratieve toestand
1. Bezoldiging bij aanpassing van de werkomstandigheden of naar een andere betrekking:
Personeelsleden van wie enkel de arbeidsomstandigheden gewijzigd worden, worden betaald
volgens de uitgevoerde prestaties.
De zwangere vrouwen die een wijziging van betrekking aanvaarden en tewerkgesteld worden in
organieke uren, krijgen de bezoldiging die samenhangt met de tewerkstelling.
2. Bezoldiging bij vrijstelling van arbeid:
Vastbenoemde personeelsleden die volledig verwijderd werden hebben zowel bij een verlof wegens bedreiging door een beroepsziekte (wet van 3 juli 1967) als bij een verlof wegens moederschapsbescherming (art2 BVR van 21 februari 2003) recht op doorbetaling van de
wedde(ntoelage).
Het verlof wegens BZ of verlof wegens MB wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit en telt mee
voor:
-
Het berekenen van het recht op bezoldigd ziekteverlof indien er een wedde(ntoelage)
van het departement onderwijs was
De berekening van de sociale anciënniteit
De berekening van de dienstanciënniteit
De berekening van het vakantiegeld
De berekening van de eindejaarstoelage
Bevallings- Borstvoedingsverlof , Bedreigd door een beroepsziekte tijdens de zwangerschap en
Moederschapsbescherming
15
Departement Onderwijs - Opleiding Schoolsecretariaten
versie mei 2005
4. Borstvoedingsverlof
4.1. Volledig leerplan
Bronvermelding:
BVR van 22/07/1993 17
omzendbrief van 14 januari 2005 tijdelijke personeelsleden
omzendbrief van 14 januari 2005 vaste personeelsleden
Overeenkomstig CAO IV (1997-1998) werd het bestaande borstvoedingsverlof welke zijn uitwerking had vanaf 1 september 1993 omgevormd tot ouderschapsverlof met ingang van 1
september 1999. Tot op heden is hiervoor evenwel nog geen uitvoeringsbesluit.
Toepassingsgebied: het voormeld besluit is van toepassing op de tijdelijk aangestelde
personeelsleden van
- het bestuurs- en onderwijzend personeel, met inbegrip van de
godsdienstleerkrachten;
- het opvoedend hulppersoneel – opvoeders van het ondersteunend
personeel
- het paramedisch personeel;
- het [ psychologisch, orthopedagogisch,] sociaal en medisch personeel.
zoals vermeld in de decreten betreffende de rechtspositie
4.1.1. Tijdelijke personeelsleden in hoofdambt
4.1.1.1. Regelgeving
(art 7 van het BVR van 22/07/1993
18
en omzendbrief 14 januari 2005)
Het borstvoedingsverlof:
-
-
Moet onmiddellijk aansluiten op het bevallingsverlof.
Moet ononderbroken genomen worden (b.v. niet onderbreken voor de duur van een
schoolvakantie)
Mag de maximum duur van 3 maanden niet overschrijden.
Maximum van 3 maanden is niet noodzakelijk gelijk aan 90 dagen. Het totaal
aantal dagen kan verschillen volgens de duur van de maanden (b.v. april-meijuni = 91 dagen).
Kan enkel toegekend worden binnen de aanstellingsperiode.
Moet steeds genomen worden voor de volledige opdracht (persoonsgebonden dienstonderbreking).
Opmerking:
Naar analogie met het bevallingsverlof van een tijdelijk personeelslid aangesteld op 1/9,
maar op dat ogenblik nog met bevallingsverlof, mag ook het borstvoedingsverlof worden
toegestaan vanaf 1/9.
17
Besluit van de Vlaamse regering betreffende het ziekte-, bevallings- en borstvoedingsverlof toegekend aan
tijdelijk aangestelde personeelsleden van de onderwijsintellingen georganiseerd of gesubsidieerd door de Vlaamse
Gemeenschap.
18
Besluit van de Vlaamse regering betreffende het ziekte-, bevallings- en borstvoedingsverlof toegekend aan
tijdelijk aangestelde personeelsleden van de onderwijsintellingen georganiseerd of gesubsidieerd door de Vlaamse
Gemeenschap.
Bevallings- Borstvoedingsverlof , Bedreigd door een beroepsziekte tijdens de zwangerschap en
Moederschapsbescherming
16
Departement Onderwijs - Opleiding Schoolsecretariaten
versie mei 2005
Men moet wel bijkomend nakijken of de maximum duur van het borstvoedingsverlof (3
maanden) niet wordt overschreden, te rekenen vanaf en aansluitend op het einde van
het bevallingsverlof.
4.1.1.2. Bezoldiging en administratieve toestand
Het borstvoedingsverlof:
-
Is onbezoldigd.
Wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit en telt mee voor het bepalen van de ambts-,
dienst-, geldelijke en sociale anciënniteit.
Komt niet in aanmerking voor het bepalen van het aantal dagen bezoldigd ziekteverlof waarop een tijdelijk personeelslid recht heeft.
Komt niet in aanmerking voor de berekening van de uitgestelde bezoldiging, de eindejaarstoelage en het vakantiegeld.
4.1.2. Vaste personeelsleden in hoofdambt
4.1.2.1. Regelgeving
(art 6 van het BVR van 22/07/1993
19
en omzendbrief van 14 januari 2005)
 Zie tijdelijke personeelsleden
4.1.2.2. Bezoldiging en administratieve toestand
Het borstvoedingsverlof:
-
Is onbezoldigd.
Wordt gelijkgesteld met dienstactiviteit en telt mee voor het bepalen van de ambts-,
dienst-, geldelijke en sociale anciënniteit.
Heeft geen invloed op de wedde(ntoelage) van juli en augustus.
Komt niet in aanmerking voor de berekening van de eindejaarstoelage en het vakantiegeld.
4.1.3. Formaliteiten
Betrokkene richt een persoonlijke aanvraag aan de inrichtende macht/schoolbestuur samen met
een attest van de geneesheer.
De inrichtende macht/schoolbestuur meldt de gebeurtenis aan het departement door middel
van een RL2- gebeurteniscode 23005.
Het controleorgaan dient terzake niet geïnformeerd te worden.
Bij voortijdige beëindiging attesteert de geneesheer het einde van de borstvoeding. De melding
hiervan aan het departement gebeurd door middel van een RL2 gebeurteniscode 25005 (annulatie) en een nieuwe RL2 gebeurteniscode 23005.
19
Besluit van de Vlaamse regering betreffende het ziekte-, bevallings- en borstvoedingsverlof voor de
personeelsleden van het onderwijs en de psycho-medisch-sociale centra.
Bevallings- Borstvoedingsverlof , Bedreigd door een beroepsziekte tijdens de zwangerschap en
Moederschapsbescherming
17
Download