Alert portrait Masthead small Engels

advertisement
De werkplek, wat is dat?
L.D.A. Adam
Samenvatting
Binnen de werkkostenregeling (WKR) kennen we een lagere of nihilwaardering voor specifiek
benoemde voorzieningen die geheel of gedeeltelijk op de werkplek worden ge- of verbruikt. Maar
om hiervan gebruik te kunnen maken, moet wel sprake zijn van een werkplek. Maar wat is nu een
werkplek? En tot hoever reikt dat begrip?
De werkplek, wat is dat?
Binnen de werkkostenregeling (WKR) kennen we een lagere of nihilwaardering voor specifiek
benoemde voorzieningen die geheel of gedeeltelijk op de werkplek worden ge- of verbruikt. Maar
om hiervan gebruik te kunnen maken, moet wel sprake zijn van een werkplek. Maar wat is nu een
werkplek? En tot hoever reikt dat begrip?
De Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 geeft de volgende definitie van een werkplek: ‘iedere
plaats die in verband met het verrichten van arbeid wordt gebruikt en waarvoor voor de
inhoudingsplichtige de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing is, met dien verstande dat niet
als werkplek wordt aangemerkt een werkruimte gelegen in een woning, een duurzaam aan een
plaats gebonden schip of een woonwagen in de zin van art. 1 onderdeel l, van de Wet op de
huurtoeslag, de aanhorigheden daaronder begrepen, van de werknemer.’
Uit deze definitie komen twee duidelijke kenmerken naar voren van de WKR-werkplek:

de werknemer verricht er werkzaamheden; en

de werkgever draagt voor de werkplek verantwoordelijkheid op basis van de
Arbeidsomstandighedenwet.
Ook is gedefinieerd wat een WKR-werkplek niet is:

de werkruimte in de woning van een werknemer; of

op een schip van de werknemer, mits het schip duurzaam aan een plaats gebonden is; of

het voor bewoning bestemd gebouw van de werknemer, geplaatst op een standplaats en dat
in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst.
Op dit laatste bestaat een uitzondering wanneer sprake is van thuiswerken in de zin van de
Arbeidsomstandighedenwet. Dan geldt een gerichte vrijstelling, maar alleen voor voorzieningen
waarvan het niet gebruikelijk is deze ergens anders te ge- of verbruiken.
In de toelichting op de wettelijke bepaling is aangegeven dat de werkplek een ruime definitie kent,
waardoor het niet alleen een werkplek in de traditionele zin betreft (zoals het kantoorbureau, de
keuken, de verpleegafdeling) maar ook de vergaderruimte of de bedrijfsparkeerplaats. De ruime
definitie ontstaat door de ruime werking van de Arbeidsomstandighedenwet, maar is ook bedoeld
om – in de toekomst – wijzigende opvattingen over plaatsgebonden werken onder de definitie te
kunnen brengen. Van belang is en blijft in alle gevallen, dat de werkgever een zorgplicht heeft in
relatie tot de werkplek (en dat de werknemer daar arbeid uitvoert).
De werkplek, wat is dat? / L.D.A. Adam. – Loonzaken 2015/2/34767
Arbeidsomstandighedenwet
Wat behelst nu de werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet? In deze wet wordt het
begrip werkplek (feitelijk wordt gesproken van ‘arbeidsplaats’) ruim omschreven: iedere plaats die
in verband met het verrichten van arbeid wordt of pleegt te worden gebruikt. De zorgplicht van de
werkgever houdt immers nauw verband met zijn zeggenschap over de werkplek en zijn
bevoegdheid de werknemer aanwijzingen te geven ter zake van de (wijze van) uitoefening van
diens werkzaamheden.
Maar ook indien de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden op plaatsen komt die niet
als arbeidsplaats in de hiervoor genoemde zin kunnen worden aangemerkt, zoals bijvoorbeeld de
openbare weg in geval van deelneming aan het verkeer, kan de zorgplicht meebrengen dat de
werkgever ten aanzien van de uitoefening van de werkzaamheden aldaar maatregelen treft en
aanwijzingen geeft om zoveel mogelijk te voorkomen dat de werknemer schade lijdt.
Ten aanzien van het begrip werkplek in de zin van de WKR is aangegeven dat de zorgplicht van een
werkgever kan blijken uit het arboplan dat hij heeft opgesteld. De op grond van de
Arbeidsomstandighedenwet verplichte risico-inventarisatie en -evaluatie kan hiervoor ook
aanwijzingen bevatten. Kijken we naar de zorgplicht, dan is het hebben van een arboplan of risicoinventarisatie geen vereiste om arboverantwoordelijk te zijn, juist andersom, maar in een discussie
met de Belastingdienst of al dan niet sprake is van een werkplek, is het natuurlijk voor de
werkgever wel makkelijker wanneer de zorgplicht op deze wijze is vastgelegd.
Daarnaast wordt in de Arbeidsomstandighedenwet en daarop berustende bepalingen ook de
aanduidingen ‘bedrijf’ en ‘inrichting’ gebruikt om een plaats aan te duiden waar wordt gewerkt.
Deze aanduidingen zien op een andere plaats waar arbeid wordt verricht of pleegt te worden
verricht, en worden ook ruim uitgelegd. Als toelichting is een bouwbedrijf genoemd, waarbij onder
het begrip ‘bedrijf’ niet alleen de ruimtelijke afbakening van het vaste bedrijfsterrein van het
bouwbedrijf valt, maar ook de (tijdelijke) bouwplaats waar op enig moment arbeid wordt of pleegt
te worden verricht. Voor bijvoorbeeld een onderhoudsbedrijf dat reparaties verricht aan het
machinepark in de fabriekshal van een ander bedrijf, is de directe omgeving van de te repareren
machine(s) de (tijdelijke) arbeidsplaats.
Het bovenstaande kan verrassende gevolgen hebben. Bijvoorbeeld als een werkgever geregeld
personeel op wisselende plaatsen bij wisselende opdrachtgevers heeft werken, zoals
servicemonteurs. De werkgever heeft wel degelijk zorgplicht voor de plek waar de werknemer zijn
arbeid verricht. En dus is in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet sprake van een werkplek.
Maar de werkgever kan geen arboplan of zelfs een risico-inventarisatie en -evaluatie ten aanzien
van deze werkplek maken, aangezien de werknemers zich op het bedrijfsterrein of -ruimte
bevinden van de opdrachtgever.
Dit laatste kan, vanuit de WKR bezien, bijzondere situaties opleveren. Zolang sprake is in
voornoemd voorbeeld van kortlopende opdrachten, werkt de servicemonteur niet op een
permanente locatie. De lunch die de servicemonteur nuttigt, kan door de werkgever worden
vergoed als meer dan bijkomstig zakelijke maaltijd (= gericht vrijgesteld), ook wanneer de
werknemer gebruik kan maken van de kantine bij de opdrachtgever. Wat nu als de monteur een
De werkplek, wat is dat? / L.D.A. Adam. – Loonzaken 2015/2/34767
aantal maanden achtereen bij dezelfde opdrachtgever werkzaam is en nog steeds een maaltijd
vergoed krijgt van zijn werkgever? Is dan, omdat op basis van de Arbeidsomstandighedenwet
sprake is van een werkplek, ook sprake van een werkplek in de zin van de WKR? Als deze vraag
bevestigend wordt beantwoord, dan krijgt de werknemer feitelijk een kantinemaaltijd vergoed, die
de werkgever (niet de opdrachtgever) forfaitair moet belasten ad € 3,20. Maar hoe weet de
werkgever dat de werknemer daadwerkelijk luncht in de kantine van de opdrachtgever? Of is de
kantine geen werkplek omdat de arboverantwoordelijkheid van de werkgever zich beperkt tot de
plek waar de werknemer zijn arbeid elders op het terrein van de opdrachtgever verricht? Het
laatste woord over de WKR-werkplek is nog niet gezegd.
De parkeerplaats: een nieuwe ontwikkeling
Er is al veelvuldig discussie gevoerd over het door de werkgever verstrekken van parkeerruimte bij
de werkplek van de werknemer, juist in relatie tot de arboverantwoordelijkheid en de werkplek in
de zin van de WKR.
tip LET OP AANVULLENDE BEPALINGEN
Bij het uitbreiden van de zorgplicht naar een gehuurd parkeerterrein, zodat deze laatste als
werkplek in de zin van de WKR kwalificeert, is het van belang de (aanvullende) bepalingen in de
huurovereenkomst zorgvuldig te formuleren. Een te uitgebreid geformuleerde zorgplicht brengt
namelijk het risico met zich mee dat de werkgever ook met succes aansprakelijk wordt gesteld voor
materiële schade die de werknemer op het parkeerterrein lijdt, terwijl de zorgplicht in het kader
van arboverantwoordelijkheid niet zover reikt.
De parkeerkosten in relatie tot een door de werkgever ter beschikking gestelde auto vallen als
intermediaire kosten buiten de WKR. Wanneer het de privéauto van de werknemer betreft, geldt dit
echter niet en ontstaat het volgende onderscheid:

parkeerplaats op het bedrijfsterrein van de werkgever: de voorziening wordt op nihil
gewaardeerd;

andere parkeerplaatsen, waarvoor de werkgever doorgaans geen arboverantwoordelijkheid
draagt: het onbelast verstrekken valt in de vrije ruimte van de WKR.
De discussie betreft vooral parkeerruimte die een werkgever huurt op nabijgelegen terrein,
bijvoorbeeld omdat hij geen of onvoldoende parkeergelegenheid heeft op eigen terrein. In hoeverre
strekt de arboverantwoordelijkheid van de werkgever zich dan uit tot het gehuurde terrein,
wanneer dit niet tot het bedrijfsterrein van de werkgever behoort? Kijken we naar de zorgplicht in
het kader van de Arbowet, dan kan zich dit uitstrekken tot plaatsen waar de werknemer niet werkt,
maar in het kader van zijn dienstbetrekking wel komt. Dan valt mogelijk niet uit te sluiten dat ook
een gehuurd parkeerterrein, zeker wanneer het zich vlak naast het bedrijfsterrein of -gebouw van
de werkgever bevindt, onder deze reikwijdte valt.
De discussie hierover heeft recent een nieuwe wending genomen. Tijdens een webinar over de WKR
heeft de Belastingdienst aangegeven werkgevers in dit kader een handreiking te doen. Deze
handreiking is opgenomen in het Handboek Loonheffingen 2015 (pag. 230): ’Gebruiken uw
De werkplek, wat is dat? / L.D.A. Adam. – Loonzaken 2015/2/34767
werknemers een andere parkeergelegenheid in de omgeving van de werkplek? Dan maakt deze ook
deel uit van de werkplek als u verantwoordelijk bent voor die parkeergelegenheid. Dat wil zeggen
dat een werknemer u met succes aansprakelijk kan stellen als door uw nalatigheid bijvoorbeeld zijn
auto beschadigd raakt. Deze parkeergelegenheid mag u onbelast ter beschikking stellen.’
Deze tegemoetkoming kan worden gezien als een handreiking, maar is misschien ook bedoeld als
het bij voorbaat beslechten van een discussie over de reikwijdte van de arboverantwoordelijkheid
van de werkgever. Hoe dan ook, het onder voorwaarden kunnen scharen van gehuurde
parkeerruimte onder de nihilwaardering zal een aantal werkgevers een (soms aanzienlijke)
besparing binnen de WKR opleveren. ■
Wet: art. 1.2 lid 1 sub f URLB 2011
Bron: TK 2007-2008, 31 229, nr. 3; Handboek Loonheffingen 2015, uitgave 1 januari 2015
De bronnen bij dit artikel zijn te raadplegen via www.loonzaken.nl
L.D.A. Adam, E&Y, www.ey.nl
De werkplek, wat is dat? / L.D.A. Adam. – Loonzaken 2015/2/34767
Ernst & Young LLP
Accountancy | Belastingen |
Transacties | Advies
Over Ernst & Young
Ernst & Young is wereldwijd
toonaangevend op het gebied van
accountancy, belastingen, transacties
en advies. Onze 135.000 mensen
delen wereldwijd dezelfde waarden en
staan voor kwaliteit. Wij maken het
verschil door onze mensen, onze
cliënten en de samenleving te helpen
hun mogelijkheden optimaal te
benutten.
Voor meer informatie: www.ey.nl
Lilian Adam
Is verbonden aan
Ernst & Young Belastingadviseurs LLP
Tel:
088-4073774
E-mail: [email protected]
Verschenen in:
Loonzaken 2015 nr. 2
17 maart 2015,
een uitgave van
SDU te Den Haag
Disclaimer
Dit bericht is met grote
zorgvuldigheid samengesteld. Voor
mogelijke onjuistheid en/of
onvolledigheid van de hierin
verstrekte informatie aanvaardt Ernst
& Young geen aansprakelijkheid,
evenmin kunnen aan de inhoud van
dit bericht rechten worden ontleend.
© Ernst & Young 2015
De werkplek, wat is dat? / L.D.A. Adam. – Loonzaken 2015/2/34767
Download