paper_Plandag_deltadynamiek verbinding als kracht

advertisement
Deltadynamiek - verbinding als kracht
Auteurs:
Henk Puylaert en Henk Werksma
H2Ruimte, penvoerder Delft United
[email protected]
Met medewerking en/of inspiratie van de overige leden van Delft United:
Beitske Boonstra (TNO), Laura de Bonth (Urban Synery), Willem van Deursen (Carthago), Wouter
Jonkhof (TNO), Theo Reijs (TNO), Egbert Stolk (TU DelftBouwkunde) Dirk Verhagen (Urban
Synergy) en Pier Werksma.
Stellingen
1. Een droom is geen eindbeeld ver weg, maar een kompasrichting waarheen slimme
groeistrategieën vanuit de werkelijkheid leiden.
2. Onderzoekers en ontwerpers moeten elkaar permanent bevragen en met elkaar in discussie
gaan over de verbinding tussen problemen, kansen, ambities, oplossingen en effecten.
Broedende kippen moeten gestoord worden!
3. Planologen en ontwerpers moeten vooral samenwerken aan innovatieve doch realistische
samenhangende oplossingen voor een selectief aantal problemen. Dat kan niet zonder directe
betrokkenheid en interactie met sectordeskundigen.
4. Ruimtelijk ontwerpen in prijsvraagverband levert (noodzakelijke) speelruimte op die in
traditioneel opdrachtgeverschap - opdrachtnemerschap niet bestaat.
“Wie geen dromen heeft, heeft evenmin een werkelijkheid” - Karel Boullart, kunstfilosoof.
“Planologen en ontwerpers zorgen wel voor een innovatieve integrale oplossing!” Die pretentie is
veel te hoog. Door stapeling van ambities komen traject niet tot een eind. Een ontwerpproces moet
primair gericht zijn op een flinke doch haalbare kwaliteitsimpuls voor een gebied. Dit vraagt enige
bescheidenheid. Ook vraagt dit dat vroegtijdig en blijvend de relevante disciplines en spelers
betrokken zijn. Pas dan kunnen op creatieve wijze marktgerichte oplossingen tot stand komen.
Inleiding
Deltapoort: nieuwe dromen
De Deltapoort is het gebied langs en tussen de grote vaarwegen van Dordrecht naar Rotterdam. De
werkelijkheid in Deltapoort liegt er niet om: als kruispunt van corridors kampt het gebied met grote
ruimtelijke spanningen. De behoefte aan nieuwe dromen, aan een sterke kwaliteitsimpuls is enorm.
Daarom riep de Eo Wijers-stichting voor haar prijsvraag 2008 ontwerpend Nederland op met
voorstellen te komen om nieuwe kwaliteiten toe te voegen, de identiteit van het gebied boven het
maaiveld te krijgen en een nieuwe balans te vinden in de enorme wateropgave waar het gebied mee
kampt. De vorm van een prijsvraag bood de mogelijkheid om in een ‘laboratorium’ los te komen van
de waan van alle dag en bevrijd te worden van invloed van bestuurders, beambten, burgers en
belangengroepen. Dat zijn omstandigheden om heerlijk weg te dromen, los van de werkelijkheid….
Delft United
Eén van de 17 teams die het ‘laboratorium’ gebruikten om een ontwerp te maken voor Deltapoort is
genaamd ‘Delft United’. De toevoeging ‘United’ onderstreept de diversiteit aan disciplines binnen het
team. De insteek: door de diversiteit van invalshoeken (stedenbouw, planologie, water,
verkeer&vervoer, ecologie en economie) zijn de teamleden gedwongen al hun analyses en
ontwerpkeuzen toe te lichten en te verdedigen. Van begin tot eind is het werk in het ‘laboratorium’ een
ontdekkingsreis geweest met als uitdaging droom en werkelijkheid te verbinden. Het resulteerde in de
inzending “Deltadynamiek – verbinding als kracht”. Een paper voor de Plandag is een goede
aanleiding voor het ontwerpteam om te reflecteren op het doorlopen ontwerpproces en inzichten aan te
dragen hoe de verbinding tussen droom en werkelijkheid is te leggen.
Leeswijzer
Het eerste deel van dit paper neemt de lezer mee naar de regio Rotterdam – Dordrecht. We beschrijven
de essentie van ons ontwerp. Het tweede deel reflecteert in het licht van het thema “tussen droom en
werkelijkheid”. Aan de orde komen thema’s als afbakening, identiteit, flexibiliteit in tijd en ruime,
verantwoordelijkheden, verbinding lange en korte termijn en ontwerpend onderzoeken.
Deel 1 Deltadynamiek – verbinding als kracht
De werkelijkheid van het verleden
Eeuwenlang was de Rijn- en Maasdelta een natuurlijke rivierdelta met uitgestrekte
zoetwatergetijdegebieden. De natuurlijke gesteldheid van het gebied veranderde door dijkaanleg en
cultivering door mensen. Het vruchtbare rivierslib werd duurzaam gebruikt voor inpoldering en
winning van grondstoffen (klei). Door deze menselijke ingrepen slonk het zoetwatergetijdegebied.
Voortdurende opslibbing van het rivierbed maakte aan het eind van de 19e eeuw riviernormalisatie
nodig. En nog recenter: veel slibwinning verdween bijvoorbeeld doordat steenfabrieken langs de
Hollandse IJssel verdwenen, zellingen waardeloos werden en dienden als stortplaatsen voor afval.
In 1971 werd het getij grotendeels gedempt door de sluiting van het Haringvliet en de Grevelingen.
Vanaf dan is de Nieuwe Waterweg in de Rijn- en Maasdelta de enige open verbinding naar de zee en
verantwoordelijk voor een beperkte getijdewerking in het gebied. Deze werkelijkheid van het verleden
is de kracht én de zwakte van het gebied. De kracht is zichtbaar in wat het ontwerpteam noemt ‘de
natuurlijke krachten van Deltapoort’, de zwakte in de verrommeling en versnippering van het gebied.
Hedendaagse werkelijkheden: natuurlijke krachten en verrommeling en versnippering
De ontwerpregio is een krachtig en dynamisch gebied vol
verrassende elementen. Er zitten sterke internationale
(watergerelateerde) bedrijven. Fraaie Hollandse landschappen
omringen de regio. Enkele vloedbossen liggen als parels in het
gebied en getuigen wat het gebied ooit was: een natuurlijke
rivierdelta met uitgestrekte zoetwatergetijdegebieden. De rijke
cultuurhistorie tekent het verleden: Dordrecht de oudste stad
van Holland, de molens van Kinderdijk en veel industrieel
erfgoed uit de 19e en 20e eeuw. Het “natuurlijke” proces van
zeewaarts verplaatsen van de havens laat gunstig gelegen
buitendijks ontwikkelingsgebieden vrijkomen die tevens geschikt zijn voor een meer kennisintensieve
economie. De stad en de haven komen in economische en ruimtelijke steeds meer los van elkaar te
staan. Ook voor de stad biedt dit nieuwe kansen. Rotterdam richt zich op als markante, eigentijdse
centrumstad.
De snelle ontwikkeling van het gebied kent een keerzijde. Veel
(inter)nationale verbindingen doorsnijden het gebied en
beïnvloeden de leefbaarheid negatief: milieuhinder,
barrièrewerking en versnippering van (groen)gebieden. De
oprukkende steden verdringen het groen dat beperkter en
eenzijdiger wordt. Grote groengebieden aan de overkant van
de rivier zijn matig toegankelijk. Het gebied verrommelt en
heeft daardoor een weinig herkenbare identiteit. Gevolg is dat
hoge en midden inkomens de leefkwaliteit als onder de maat
beoordelen en hun heil (woonomgeving) buiten het gebied zoeken. Ook is het de vraag hoe de ‘oude
maakindustrie’ in het gebied vernieuwd en aangevuld kan worden.
De komende werkelijkheid
Veranderingen in klimaat, economie en demografie dienen zich aan. Klimaatverandering vraagt
veiligheid tegen de komst van meer water uit zee en achterland, de zoetwatervoorziening veilig stellen
en de kansen voor natuur benutten. Ook is een voldoende waterdiepte bij lagere zomerafvoeren nodig
om de bevaarbaarheid van (internationale) scheepvaarroutes te garanderen. Internationale
ontwikkelingen in de economie veranderen de eisen aan vestigingsmilieus van bewoners en bedrijven.
De diensteneconomie vraagt andere vestigingsmilieus dan grootschalige terreinen voor
(havengerelateerde) bedrijvigheid. Naast vergrijzing zien we de bevolking welvarender worden en het
aantal alleenstaanden toenemen. De vraag naar groene woonmilieus neemt sterk toe. De mobiliteit van
personen, goederen en informatie groeit, zeker internationaal.
Werkelijkheden verbinden tot nieuwe droom
De komende werkelijkheid vraagt om een nieuwe droom voor de agglomeratie Rotterdam –
Drechtsteden en het tussenliggende gebied de Deltapoort. De uitdaging is om de werkelijkheid van het
verleden te verbinden met de werkelijkheid van vandaag en (over)morgen. De centrale vraag die het
ontwerpteam zich oplegde luidt: hoe verbinden we de actuele golven van verandering met de
natuurlijke dynamiek van een deltagebied? Het ontwerpteam stelt drie uitdagingen centraal die in de
titel “Deltadynamiek, verbinding als kracht” terugkeren. Allereerst deltadynamiek. Het team wil het
wezen van ligging in de delta zichtbaarder maken in de wijze van omgang met landschap, natuur,
cultuur en stad zonder concessies te doen aan de waterveiligheid. Ten tweede verbinding met als
uitdaging het gebied te laten profiteren van de ligging aan (inter)nationale verbindingen en nabij
gelegen nationale landschappen en parken. De derde uitdaging is binding. Mensen binden aan het
gebied door aantrekkelijke verblijfsgebieden, eigen identiteit en cultuurhistorie. In het bijzonder wil
het ontwerpteam mensen met (in potentie) een hoog inkomen vasthouden en van buiten aantrekken.
De samenhang tussen deze drie uitdagingen moet het gebied smoel geven. Medebepalend voor die
samenhang is de keuze vooraf voor een helder verstedelijkingsconcept.
Verstedelijkingsconcept
Het stedelijk gebied van Rotterdam, Drechtsteden en de
voormalige tussengelegen rijksbufferzone beschouwt het
ontwerpteam als één agglomeratie die zich ontwikkeld langs
de rivieren. Centraal in deze agglomeratie ligt het eiland van
IJsselmonde. Het stedelijk weefsel is ingekapseld in water- en
groengebieden. Het centrum van Rotterdam is het primaire
centrum van de agglomeratie. Secundaire centra op het gebied
van diensten, winkelen en stedelijke recreatie zijn Dordrecht Zwijndrecht (Maasterras en Dordrecht centrum) en Zuidplein.
De keuze voor dit verstedelijkingsconcept is enerzijds ingegeven door de wens om de grote nationale
landschappen en parken in de directe omgeving te vrijwaren van verstedelijking. Anderzijds door de
stelling dat een gebied waar één miljoen mensen dicht bij elkaar leven gediend is met een grote
differentiatie aan woon- , werk- en recreatiemilieus die horen bij een “stad” van die omvang.
Aan de hand van de driedeling deltadynamiek, verbinding en binding komt eerst het niveau van de
agglomeratie Rotterdam – Drechtsteden aan de orde en vervolgens het gebied tussen Rotterdam en
Dordrecht (Deltapoort). Deze driedeling is mede gebaseerd op de drie lagen uit de lagenbenadering:
grondlaag, netwerken en occupatie.
Agglomeratie Rotterdam - Drechtsteden
Deltadynamiek
Waterveiligheid
De veiligheid van Deltapoort tegen bedreigingen uit zee waarborgt het ontwerpteam op korte termijn
door achterstallig onderhoud aan dijken weg te werken. Op langere termijn (na 2050) is eventuele
opwaardering van de Haringvlietsluizen en de Maeslantkering nodig. Dit waarborgt de waterveiligheid
nog niet voldoende: grote rivierafvoeren bedreigen het gebied vooral als de zeekeringen gesloten zijn
waardoor het rivierwater de zee niet bereikt. De oplossing hiervoor is een zogenoemde flipperkering
bij Westervoort in oost Nederland waar de IJssel begint.
Bij een teveel aan water in de Rijn kan deze flipperkering water via de IJssel afleiden naar het
IJsselmeer. Ook werkt de flipperkering omgekeerd: bij droogte stuurt deze op voldoende water in de
Rijn voor de internationale scheepvaartroutes en voor het fixeren van de zouttong in de Rijn- en
Maasdelta. Naast bovengenoemde voorzieningen zijn langs de rivieren hoogwatervrije terreinen nodig
in de vorm van zeer brede deltadijken die o.a. voor wonen zijn te benutten.
Getijdenbeweging als identiteitdragers
De getijdenbeweging in de rivieren is op wereldschaal uniek en zijn in potentie dé identiteitsdragers
van het gebied. Daarom is in ‘Deltadynamiek’ de getijdenbeweging zo ver als mogelijk hersteld naar
de situatie van voor de uitvoering van de deltawerken. Door de Haringvlietsluizen op een kier te zetten
neemt de getijdenwerking in het gebied met circa 30 centimeter toe. Het “kiermanagement” garandeert
de veiligheid, zorgt dat de zout-zoet overgang geen grens overschrijdt en stelt de zoetwatervoorziening
stelt. Door de open Nieuwe Waterweg blijft er getijdenwerking in de Nieuwe Maas en de Noord.
Verbinding
Autonetwerk
In de wegverbindingen komt een sterker onderscheid tussen de grote (inter)nationale verbindingen en
de regionale verbindingen. De A4 en A15 ontwikkelen zich stapsgewijs tot de internationale noordzuid- en oost-westverbindingsassen. Er vindt een scheiding plaats tussen internationaal verkeer met
relatief weinig op- en afritten en het regionale verkeer. De A16 wordt ontlast door de A4 en krijgt een
regionale functie en wordt op die functie ingericht.
Vaarnetwerk
´Deltadynamiek´ brengt een gradatie aan in de
vaarnetwerken. De Oude Maas vormt de internationale
scheepvaartroute en wordt op die kwaliteit ingericht, evenals
de Beneden en Boven Merwede naar Duitsland en de
Dordtse Kil naar België.
De uitplaatsing van de havens heeft op termijn tot gevolg dat de drukke scheepvaartroute via de
Nieuwe Maas aan belang inboet. De oevers van de Nieuwe Maas worden heringericht tot riviernatuur
in combinatie met groenrode woonwerkgebieden.
OV-netwerk
Naast de HSL met ook een directe verbinding naar Schiphol en de Betuwelijn krijgt Rotterdam op
termijn een snelle spoorverbinding naar het oosten. Een ontwerpoptie (na 2025) is een afzonderlijke
goederenverbinding naar België eventueel in combinatie met de HSL mede ter oplossing van externe
veiligheidsproblemen in Dordrecht. Op het niveau van de Zuidvleugel van de Randstad (LeidenDordrecht) functioneert de Stedenbaan.
Binding
Ecologie & Groen
De oevers langs de Nieuwe Maas en de Noord worden
heringericht
tot
internationaal
zeldzame
zoetwatergetijdegebieden. Een parelketting van vloedbossen
wordt ontwikkeld tot ‘De Hollandse Poort’. Deze
parelketting vormt een dragende ecologische hoofdstructuur.
De bereikbaarheid van de nationale landschappen en parken
verbetert door de inzet van peoplemoverpontjes en watertaxi.
Aan de rand van het stedelijk gebied komen regionale parken tot ontwikkeling zoals IJsselmonde.
Wonen en werken
Aan de oevers van de getijdenrivieren en in oude havens
wordt op buitendijkse gronden een grote variatie aan
klimaatbestendige
woonwerkmilieus
gecreëerd.
De
diversiteit van de oevers – van stedelijk tot vloedbossen en
van vaarsnelwegen tot getijdengeulen – garandeert
diversiteit in milieus met herkenbare plekken waar ook
internationale kenniswerkers zich thuis voelen. De
toegevoegde woonmilieus zijn centrumstedelijk of landelijk van aard.
Deltapoort
Deltadynamiek
Waterveiligheid
Op dit niveau krijgt waterveiligheid vorm door brede Deltadijken die onder andere te ontwikkelen zijn
als woon- en werkgebied (zie binding). Sediment, onder meer afkomstig uit de rivieren en uit het
onderhoud aan getijdennatuur, is te gebruiken voor deze deltadijken en de klimaatbestendige woonen werkgebieden.
Getijdennatuur
Het reeds bestaande Stormpoldervloedbos krijgt langs de Nieuwe Maas en de Noord navolging. De
vloedbossen van Stormpolder, de Zaag en de buitengronden van Huys ten Donk vormen de kern van
“De Hollandse Poort”. De getijdewerking is hier relatief groot met een getijslag van circa 1.5 meter.
We voorkomen dichtslibben van de geulen door een slimme inrichting met spiraalgetijdegeulen en
slibopvanggat nabij de monding van de geul. Ook langs de Oude Maas komt getijdennatuur terug
zonder de scheepvaart te belemmeren.
Verbinding
Aangezien de verstedelijking zich sterk op de rivier richt, is de afstand tot het dragende regionale
openbaar vervoer (de Stedenbaan) in Deltapoort te groot. Nieuwe verbindingen zijn nodig. Een
systeem met vrije busbanen brengt openbaar vervoer naar de mensen. Langs de rivieroevers komt een
nieuwe parallelle ontsluitingsstructuur met directe en snelle aansluitingen op Randstadrail en op het
NS-net. De noord- en zuidoever van de Nieuwe Maas zijn met OV onderling goed ontsloten. Op
termijn is dit systeem uit te bouwen met tangentiële verbindingen zodat via een ladder- of
rasterstructuur de (gespreide) attractiepunten snel bereikbaar zijn. Dit is een voorwaarde om de
agglomeratie als een stad te laten functioneren. Rond de stations van de Stedenbaan, de haltes van de
snelle watertaxi en een aantal bushaltes van de vrije baan intensiveert het ruimtegebruik plaats.
Kijfhoek wordt een Park+R-station aan de Stedenbaan. Het is zowel een overstappunt van de auto op
de trein als een halte, die een van de toegangspoorten is van het nieuwe stadspark Buiten Kijf. Het
regionale wegverkeer maakt gebruik van regionale banen van de grote verbindingen door het gebied
(A15 en A16). Dit concentreert de hinder en zorgt voor betrouwbare reistijden.
Binding
De oudere werkgebieden aan de Nieuwe Maas en de Noord transformeren tot nieuwe woon- en
werkgebieden met een grote variatie aan woningen, bedrijfsgebouwen, campussen (onderwijs –
onderzoek - productie) en woon-werkgebouwen. Deze milieus profiteren van de verzachting en
vergroening van de oevers. Deze zijn toegankelijk via natuurwandelpaden. Ruimte aan de rivier wordt
intensiever ontwikkeld voor combinaties van wonen, werken en voorzieningen. De aangeboden
woonmilieus oefenen op hogere inkomens een aantrekkingskracht uit.
Het nieuwe stadspark “Buiten Kijf” heeft een functie voor de agglomeratie en zorgt dat de
achterkanten van Zwijndrecht en Hendrik Ido Ambacht “voorkant”-kwaliteit krijgen. Het bos in het
park pakt de overlast van de A16 in. Naast Kijfhoek-station komt een groot openlucht
evenemententerrein “Kifelands” voor onder andere popconcerten.
Langs de Oude Maas tussen Zwijndrecht en Heerjansdam komt een duur woonmilieu “Develdelta”
gebruik makend van de getijdenwerking. Een hoogwaterbestendige locatie of brede “dijk” ontstaat
door gebruik te maken van sediment uit de Rijn. Gleuven in de dijk laten het water uit de Oude Maas
toe. De getijslag is hier circa 75 cm. In dit gebied komt een villamilieu dat uniek is in Nederland en
concurreert met Wassenaar en ’t Gooi. Het betreft grote kavels (tot 4.000m²) met ruime villa’s
(prijsklasse > 2,0 miljoen euro).
Develdelta en Buiten Kijf
Hoe, waarmee en met wie
Bovenstaande ontwikkelingsvisie is een kompas dat flexibiliteit in tijd en ruimte biedt. Deze visie
wordt vastgelegd in een structuurvisie voor de agglomeratie Rotterdam – Drechtsteden met
bijbehorend uitvoeringsprogramma. Een voorwaarde voor succes is dat de structuurvisie op een
interactieve wijze tot stand komt en het eindresultaat brede steun geniet bij betrokken partijen zoals
rijk, provincie, regiobesturen, gemeenten, waterschappen, georganiseerd bedrijfsleven en
natuurorganisaties. Besluitvorming in een geneste structuur zorgt voor afstemming van nationale en
regionale programma’s en voor tempo in de uitvoering.
Voor de Agglomeratie Rotterdam - Drechtsteden zijn overheidspartijen leidend. Er komt een
programmaorganisatie voor een periode van maximaal 10 jaar met als vaste kern het rijk, de provincie,
de beide regio’s en de waterschappen. Gegeven de nationale opgave trekt het rijk. Het gaat vooral om
investeringen in de grondlaag en de netwerklaag zoals waterkeringen, infrastructuur en ecologische
hoofdstructuur. Extra rijksinvesteringen zijn legitiem gezien het jarenlange gebruik van het gebied ter
glorie van het vaderland. Het heeft een sterke Rotterdamse haven opgeleverd en een grote bijdrage aan
de Nederlandse economie, waarvan de regio nauwelijks geprofiteerd heeft (TNO, 2002) en vele lasten
in de vorm van milieuhinder, barrières en versnippering te verwerken heeft.
Schema Investeringsprogramma
Het programma voor de Deltapoort bestaat uit vele lokale en regionale projecten. De
programmaorganisatie bestaat in de kern uit de twee regio’s, de gemeenten, de waterschappen en
vertegenwoordigers van partijen uit de diverse transformatiegebieden. Per project sluiten publieke en
private partijen een coalitie. Investeringen in de occupatielaag staan centraal. De private sector
financiert. De overheid steunt met trigger money, voorfinancieringen bij de vorming van fondsen voor
lastige herstructureringen, mogelijkheden voor ruimte voor ruimte regelingen, DBFM-constructies,
accurate procedures op het raakvlak van gebiedsontwikkeling en milieu en ruime mogelijkheden voor
experimenten. Experimenten betreffen gebiedsconcessies voor private partijen en zelforganisatie
(planvorming) van bewoners en bedrijven.
Deel 2 De verbinding tussen droom en werkelijkheid
Wat leert “Deltadynamiek – verbinding als kracht” over de brug tussen droom en werkelijkheid?
Creëer duidelijkheid over het vertrekpunt en neem hier voldoende tijd voor
Regionale opgaven voor gebiedsontwikkeling zijn inhoudelijk en procesmatig uitermate ingewikkeld.
Een eerste valkuil is dat projectteams alle problemen monopoliseren. “Planologen en ontwerpers
zorgen wel voor een innovatieve integrale oplossing!” Die pretentie is veel te hoog. Door stapeling
van ambities komen traject niet tot een eind. Een tweede valkuit is een te sterk accent op de ambitie en
te weinig aandacht voor de analyse van de worteling van de wezenlijke problemen. Het ontwerp komt
los te staan van de realiteit. De Zeeuw (2009: 28) noemt dit “te veel aandacht voor het bijzondere en
minachting van het alledaagse”. Een stevige verkenningsfase begint met een goede gebiedsanalyse. De
lagenbenadering brengt structuur in die analyse. Daarnaast past een beleids- en actoranalyse. Deze
analyses leveren basismateriaal voor een SWOT-analyse van het gebied. Zet vervolgens problemen en
kansen centraal die zowel urgent als substantieel te beïnvloeden zijn door de participanten in het
planvormingsproces. Een stevige verkenning vraagt tijd, maar betaalt zich later terug.
Deltadynamiek stelt waterveiligheid, de ontwikkeling van unieke ecologische structuren, woonmilieus
voor hogere inkomens, benutten van cultuurhistorie en profiteren van doorsnijdende infrastructuur als
uitdagingen centraal. Andere problemen en uitdagingen zoals versterking van de economische
structuur en de herstructurering van vele naoorlogse wijken met een grote sociale problematiek
worden niet ontkend. Voor deze problemen worden geen oplossingen gezocht. Wel wordt
oplossingsruimte open gehouden binnen de oplossingsrichtingen voor de centrale opgaven.
Laat identiteit en herkenbaarheid een grote rol spelen
Onderscheidend vermogen is voor de economische concurrentiepositie van een regio relevant. De
herkenbaarheid van een gebied voor de eigen bevolking groeit als dit onderscheidend vermogen
aansluit bij de “roots” en de identiteit van het gebied. Juist in een tijd van globalisering, waarin regio’s
en steden steeds meer op elkaar lijken, is herkenbaarheid van de eigen plek een extra kwaliteit. Door
met het wezen van het gebied te beginnen, zijn dromen over de toekomst te voeden. In deltadynamiek
is de deltaligging met de dagelijks de werking van eb en vloed een belangrijk vertrekpunt. In het
verleden duidelijk zichtbaar en beleefbaar, omdat de inrichting door die dynamiek werd bepaald.
Tegenwoordig nagenoeg onzichtbaar gemaakt. Door de werkelijkheid van getijdenwerking centraal te
stellen en te dromen over een toekomst met zichtbare getijdenwerking zijn ideeën ontstaan over de
inrichting van rivieren en oevers met vloedbossen en versteende oevers met meerdere maaivelden. In
de streek roept dit een positieve “aha erlebnis” op wat voor betrokkenheid belangrijk is.
Creëer flexibiliteit in tijd en ruimte door te werken met heldere inrichtingsconcepten
Een ontwerp is met lijnen, vlakken en kleuren op kaarten vaak dwingend. De indruk van een
blauwdruk is snel gemaakt. De zekerheid waarmee toelichtende teksten zijn opgeschreven versterken
dit. De toekomst is per definitie onzeker en vraagt om “speelruimte” in de vorm van meer flexibiliteit
in tijd en ruimte. Werken met bandbreedtes komt hieraan tegemoet. In Deltadynamiek creëren we
meer speelruimte door te werken met inrichtingsconcepten. Dit zijn de bouwstenen in een
groeistrategie. Voor de inrichting van rivieroevers is een vijftal concepten ontwikkeld die afhankelijk
van plaats, tijd en vraag op maat zijn toe te passen. Het regionale OV-systeem is gebaseerd op een
raster- of laddervormig concept waarin een groeistrategie van vervoer en ruimtelijke
concentratiepunten flexibel inpasbaar is. Een droom is geen eindbeeld ver weg, maar een
kompasrichting waarheen slimme groeistrategieën vanuit de werkelijkheid leiden.
Concepten oeverinrichting
Creëer helderheid over verantwoordelijkheden van partijen via de lagenbenadering
Wie is waarvoor verantwoordelijk en gaat betalen? Als het om de centen gaat komen realistische
dromen meestal niet overeen met gedroomde realiteiten. Langdurige onduidelijkheid over
verantwoordelijkheden, kosten en risico’s stimuleren dit. De lagenbenadering biedt structuur en in het
bijzonder het achterliggende principe van dynamiek. De occupatielaag heeft de hoogste dynamiek. De
veranderingssnelheid is globaal 20 tot 40 jaar. De netwerklaag heeft minder dynamiek, de
veranderingssnelheid is al snel 50 tot 75 jaar. Het minst dynamische is de ondergrond. Veranderingen
gaan langzaam (meer dan 100 jaar) en ingrepen kunnen een onomkeerbaar effect teweeg brengen.
Gezien de veranderingssnelheid is het logisch dat de overheid primair verantwoordelijkheid neemt
voor de ondergrond en de netwerklaag. Voor de private sector ligt een hoofdrol in de occupatielaag.
In Deltadynamiek is het uitvoeringsprogramma op deze principes gebaseerd. Op het niveau van de
agglomeratie Dordrecht – Rotterdam zijn vooral investeringen aan de orde in de ondergrond en
netwerklaag en is het rijk trekkend en leidend. Op het niveau van Deltapoort gaat het vooral om
investeringen in de occupatielaag en zijn coalities van private partijen leidend.
Verbind de lange en korte termijn met een investeringsstrategie in de vorm van projecten
Dromen koppelen aan de realiteit kan door projecten te benoemen die “de droom” dichterbij brengen.
Dit kan vroeg in een proces door een verbinding te leggen met (voorbeeld)projecten (eventueel uit een
ander gebied of land) of lopende en reeds geprogrammeerde projecten te benoemen die passen binnen
de ambities. Naarmate het proces vordert, is duidelijker aan te geven welke projecten nodig zijn, hoe
die ten opzichte van elkaar staan qua inhoud, betrokkenen en in tijd, welke doelen die nog meer
dienen, et cetera. Deltadynamiek bevat een overzicht van de belangrijkste investeringsprojecten en
deze zijn in tijd geplaatst. De absolute tijd (jaartal) is minder relevant dan volgorde en samenhang. Een
dergelijk overzicht doet het realiteitsgehalte en -besef bij betrokkenen sterk toenemen.
Zorg voor verstoring van broedende kippen in de wisselwerking onderzoek – ontwerp
De praktijk kent weinig succesvolle voorbeelden van onderzoekend ontwerpen en ontwerpend
onderzoeken. De reden is dat het verschillende disciplines (analyse - ontwerp) zijn met bijbehorende
houding (uiteenleggen - bijeenbrengen). Waar ontwerpers gaan onderzoeken of onderzoekers gaan
ontwerpen is de opbrengst al snel prachtige ontwerpen met slechte onderbouwing of stevige analyses
met ambitieloze ontwerpen.
Deltadynamiek kent een gemengd team van onderzoekers en ontwerpers. Wat leren we? Allereerst
waardering voor elkaars vakmanschap. Onderzoekers zijn vaardig in problemen en kansen in breed
perspectief te plaatsen. Ontwerpers zijn vaardig in het combineren van oplossingen voor verschillende
ruimtelijke vragen tot één samenhangende oplossing. Visualisatie is hun grote kracht. In woord
moeilijk verenigbare claims kunnen in een ontwerp zinvol verbonden zijn. Ontwerpers hebben de
natuurlijke houding om ambities hoog op te schroeven mede om onderscheidend te zijn. Onderzoekers
willen die ambities nog al eens reduceren en deduceren. Deltadynamiek leert dat elkaar permanent
bevragen en discussiëren over de verbinding van problemen, kansen, ambities, oplossingen en effecten
tot inspirerende en realistische ontwerpen leidt. Broedende kippen (zowel ontwerpers als
onderzoekers) moeten gestoord worden!
Literatuur
Zeeuw, F. de, (2009) Minachting voor het alledaagse, in PropertyNL Magazine, nr. 3 13 feb. 2009.
TNO Inro (2002) Zo werkt Rotterdam, Delft.
Download