Spanning, stroom, geleiding

advertisement
1.13 Weerstand R
Het omgekeerde van geleiding heet weerstand. Weerstand geeft aan hoe moeilijk is de weg
voor de stroom bij het doorlopen van het spanningsverschil. Heel beroemd is de wet van
Ohm:
I
V AB
R
Hierin is :
I de stroomsterkte in A
VAB het spanningsverschil in V.
R de weerstand in Ω (Ohm).
Weerstand en geleiding zijn elkaars omgekeerde.
R
1
G
Meer oefenmogelijkheden vind je in deze link
1.14 Soortelijke weerstand, 
Om stoffen, wat weerstand betreft, goed te kunnen vergelijken werkt men met een kubus van
1m bij 1m bij 1 m van die stof. De weerstand van die kubus noemt men soortelijke weerstand.
Soortelijke weerstand is een eigenschap van een stof .
Het symbool voor soortelijke weerstand is  (spreek uit rho)
In tabel 8, 9 en 10 van BINAS staan waarden van 
formule:
R 
l
A
Hierin is
R: weerstand in Ω
 : soortelijke weerstand conductiviteit in Ω.m
A: de doorsnede van de geleider in m2
l : de lengte van de geleider in m
A
Met de formule hierboven kan je de weerstand van een metaaldraad uitrekenen als het
materiaal en de afmetingen zijn gegeven.
Soortelijke weerstand en soortelijke geleiding (conductiviteit) zijn elkaars omgekeerde.

1

Kijk voor meer uitleg op deze link
1.15 Veiligheid
Aan werken met elektriciteit zijn diverse gevaren verbonden.
a. Elektrocutie.
Veel lichaamsfuncties worden vanuit de hersenen elektrisch
aangestuurd. Als er een stroom van buiten af ( boven de 10 à 20 mA)
door ons lichaam stroomt kan dat dodelijk zijn. Als we op de grond
staan (aarde = 0V) en we raken een leiding aan waar hoge spanning
op staat loopt de stroom door ons lichaam naar aarde. De grootte van
de stroom hangt af van de spanning en van onze lichaamsweerstand.
Een vochtige huid maakt de lichaamsweerstand ca 10 maal lager en
dus de stroom 10 maal zo groot….
b. Kortsluiting
Kortsluiting houdt in: een (bijna) weerstandsloze verbinding tussen de twee polen van de
spanningsbron. De stroom wordt zeer groot waardoor veel warmte vrijkomt. Het gevolg kan
zijn dat de isolatie smelt en/of dat er brand ontstaat.
Beveiliging
zekering
Veel toestellen en installaties zijn beveiligd met een zekering of stop.
Een zekering “slaat door” als de stroom te groot wordt.
In een smeltzekering bevindt zich een smeltdraad die bij
een bepaalde temperatuur vloeibaar wordt; het contact is verbroken. Op
een zekering staat bij welke stroom hij doorslaat. Ook kunnen de letters F (fast) of S
(slow) worden vermeld.
Diktaat Exact
blok7
pag
2
Randaarde.
Veel snoeren zijn drie-aderig : Fase, nul en aarde.
Fase is wisselspanning (220V) Kleur: bruin
Nul is ca. 0V Kleur blauw
Aarde is exact 0V kleur geel/groen.
De metalen mantel ven toestellen hoort geaard te zijn. Dit gebeurt m.b.v. randaarde.
Hieronder zie je een schema van een verwarmingsplaat.
In de faselijn bevindt zich een zekering. De randaarde is met de mantel verbonden.
spanningszoeker.
Met een spanningszoeker kan je op een veilige
manier ontdekken of er een spanning op een
leiding staat. De punt van de spanningszoeker
komt tegen de leiding en je duim houd je tegen
de metalen dop. Als er spanning is gaat er via
je lichaam een stroom naar aarde lopen.
De stroom laat een lampje oplichten in de
spanningszoeker .
Diktaat Exact
blok7
pag
3
De aardlekschakelaar
In de groepenkast bevindt zich vaak een aardlekschakelaar (zie
figuur). Een aardlekschakelaar schakelt de stroom uit zodra er
stroom naar aarde “weglekt”. De stroom in de faselijn is dan
ongelijk aan de stroom in de nullijn. Hier reageert de schakelaar
op. Oorzaak is vaak: slechte isolatie.
1.16 parallelschakeling
Bij parallelschakeling wordt de stroom vertakt van in
deelstromen die als het ware parallel aan elkaar lopen. Het gevolg van parallelschakeling
is dat alle aangesloten toestellen op hetzelfde spanningsverschil zijn aangesloten: 220 V.
Als een apparaat wordt uitgezet blijven de andere werken.
Hieronder zie je een schema.
In de hoofdstroomlijn zit de zekering en de aardlekschakelaar.
1.17 vermogen P
In elektrische apparaten wordt energie omgezet. Het vermogen is hoeveelheid energie die per
seconde wordt omgezet. Het symbool van vermogen is P. De eenheid is J/s meestal gebruiken
we watt (W). Met de onderstaande formule kan het vermogen worden berekend:
P V I
1.18 kilowattuur (kWh)
De omgezette energie kan berekend worden uit
E  P  .tijd
De eenheid van energie is dan Joule. Voor grootte energie-eenheden wordt de kilowattuur
kWh gebruikt. In de formule hierboven wordt P in kilowatt (kW) ingevuld en de tijd in uur
(h). De eenheid van energie wordt dan kWh.
Diktaat Exact
blok7
pag
4
Download
Random flashcards
fff

2 Cards Rick Jimenez

Rekenen

3 Cards Patricia van Oirschot

Test

2 Cards oauth2_google_0682e24b-4e3a-44be-9bca-59ad7a2e66a4

Create flashcards