Criminaliteit en rechtsstaat

advertisement
Criminaliteit en rechtsstaat
•
•
•
•
•
•
•
•
•
§1 Recht en rechtvaardigheid
§2 Grondbeginselen van de rechtsstaat
§3 rechtsstaat in discussie
§4 Strafrecht: de opsporing
§5 Strafrecht: de rechter
§6 Crimineel gedrag
§7 Burgerlijk recht
§8 Internationale vergelijkingen
§9 Grenzen aan de rechtsstaat
1
CRIMINALITEIT
Casus van Pieter
bron: rechtvoorjou.nl
2
CRIMINALITEIT
3
CRIMINALITEIT
4
CRIMINALITEIT
5
Pieter wordt opgepakt door de politie. Hij moet mee naar het bureau.
Daar wordt besloten dat hij voor de rechter moet komen.
Enkele weken voor de rechtszitting krijgt Pieter een dagvaarding.
Dat is de oproep om voor de rechter te verschijnen. Pieter moet niet
voor de politierechter komen (die is alleen bij lichte misdrijven) maar
bij de meervoudige kamer.
Deze bestaat uit 3 rechters en is bedoeld voor zware misdrijven zoals
moord en mishandeling.
6
§1: Recht en rechtvaardigheid
Wat voor wetboeken zijn er?
• Grondwet
• Wetboek van strafrecht
• Wetboek van strafvordering
• Wegenverkeerswet
• Wet economische delicten
• Opiumwet
• etc
7
§1: Recht en rechtvaardigheid
• Maatschappelijke normen:
normen die we belangrijk vinden voor een
samenleving
• Rechtsnormen
kenmerken van rechtsregels:
– rechtsregels worden gesteld en gehandhaafd
door de overheid
– rechtsregels gelden in beginsel voor iedereen
– rechtsregels gaan in het algemeen voor
8
andere regels en normen
Staatsrecht
Publiekrecht
Bestuursrecht
Strafrecht
Recht
Belastingrecht
Privaatrecht
9
§1: Recht en rechtvaardigheid
Publiekrecht
&
• organisatie van de overheid
• verhouding tussen overheid
en burgers
• verhouding overheden
onderling
– Staatsrecht: inrichting staat.
Rechten 2eK, ministers,
partijen, etc
– Bestuursrecht: burger –
overheid Ruimtelijke ordening.
Belastingrecht. Bezwaar
maken
– Strafrecht: wettelijke
strafbepalingen
privaatrecht
• regelt de
rechtsverhouding tussen
burgers onderling (ook
bedrijven)
– Personen- familierecht:
huwelijk, scheiding,
geboorte, adoptie
– Ondernemingsrecht: BV,
NV, stichtingen
– Vermogensrecht: in geld uit
te drukken. Koop- huur
overeenkomsten.
10
§1: Recht en rechtvaardigheid
Privaatrecht & Strafrecht
privaatrecht
• regelt de
rechtsverhouding tussen
burgers onderling
strafrecht
• het geheel van
rechtsregels waardoor
bepaalde handelingen
door de overheid
strafbaar worden gesteld
• houdt iemand zich niet
aan deze regels, dan
pleegt hij een strafbaar
feit en moet hij mogelijk
als verdachte voor de
rechter verschijnen
§2: grondbeginselen van de rechtsstaat
Ontstaan van rechtsstaat
• Absolute monarchie:
– Franse revolutie maakte einde aan (1789): regeringsvorm waarbij
de kroon alle macht heeft.
– Daarna kwam er een grondwet.
• Uitgangspunten grondwet:
– Bescherming
– Gelijk
– vrijheid
12
§2: grondbeginselen van de rechtsstaat
Grondbeginselen van een rechtsstaat:
- Burgerrechten: overheid moet zich aan de wet
houden; burgers hebben rechten
- Grondrechten: staan in de grondwet. De overheid
mag geen wetten maken tégen de grondwet in.
- Overheid zorgt voor rechtshandhaving én
rechtsbescherming
- Parlementaire democratie: heeft altijd
democratisch gekozen parlement
- Scheiding van machten: triaspolitica
- Onafhankelijke rechtspraak: rechter opereert
onafhankelijk van de overheid.
13
§2: grondbeginselen van de rechtsstaat
Grondwet: Wet waarin de belangrijkste rechten en plichten van alle
inwoners in een land zijn vastgelegd.
alle andere wetten zijn hierop gebaseerd.
Soorten grondrechten:
1. Vrijheidsrechten:
-
2.
Gelijkheidsrechten
-
3.
Discriminatie verbod
Politieke rechten
-
4.
Vrijheid godsdienst
Vrijheid meningsuiting
Geheime en vrije verkiezingen
Regelmatige verkiezingen
Sociale grondrechten
- Recht op werk
§2: grondbeginselen van de rechtsstaat
Rechten:
1.
Algemeen kiesrecht
2.
Regelmatige verkiezingen
3.
Vrijheid van meningsuiting
4.
Vrijheid van vereniging en vergadering
5.
Machtenscheiding (triaspolitica)
6.
Persvrijheid
7.
Recht om politieke partij op te richten
8.
Recht op gelijke behandeling
9.
Recht om niet zomaar door de politie te worden opgepakt.
Plichten:
1.
Plicht om belasting te betalen
2.
Plicht om naar school te gaan. Leerplicht
3.
Plicht om je id bij te hebben
4.
DNA-plicht (voor veroordeelden ernstige geweld-zeden delicten
§2: grondbeginselen van de rechtsstaat
Rechtsstaat: een land waarin bewoners en overheid
rechten hebben en waar deze rechten zijn vastgelegd in
wetten. Burgers worden beschermd tegen
machtsmisbruik en willkeur van de overheid
Triaspolitica (machtenscheiding)
Door deze taakverdeling voorkomen we machtsmisbruik.
Hierdoor heeft dus nooit één groep alle macht.
Wetgevendmacht:
1e en 2e kamer
beslissen over
de
wetsvoorstellen
Uitvoerendemacht:
ministers (en
ambtenaren zoals
de politie) voeren
de wet uit
Rechterlijkemacht:
de rechters
oordelen in
specifieke situaties
of er volgens de wet
is gehandeld.
§2: grondbeginselen van de rechtsstaat
• Strafbaarheid: wanneer is iets strafbaar?
– Strafmaat: de maximale straf staat vast. Je
mag nooit meer krijgen dan dat.
– Ne bis in idem: je mag niet 2x voor dezelfde
zaak veroordeeld worden. (joran vd sloot)
– Legaliteitsbeginsel: het is alleen strafbaar als
het in de wet staat.
• Soms staan er ook erg vreemde zaken in de wet.
Zoals in Amerika:
17
§2: grondbeginselen van de rechtsstaat
http://plazilla.com/vreemde-wetten-in-amerika
– In St Louis is het voor een brandweerman die dienst heeft verboden een vrouw
te redden die niet volledig gekleed is.
– In Truro moet een potentiële echtgenoot zijn mannelijkheid bewijzen door
tenminste zes merels of drie kraaien te doden
– Mississippi: Het is nog steeds wettelijk toegestaan je "bediende" te doden
– In Boston is het verboden een bad te nemen, behalve op doktersvoorschrift
– Kentucky: Het is voor een vrouw verboden zich in badpak op de snelweg te
bevinden, behalve als ze door minstens twee politieagenten begeleid wordt, of
als ze lichter is dan 45 kilo of zwaarder dan honderd kilo. Dit geldt overigens
nadrukkelijk niet voor vrouwelijke paarden
– In Natoma is het verboden een mes te gooien naar iemand in een gestreept
hemd
– Indiana: In South End is het voor apen verboden te roken; In Gary is het
verboden het theater te bezoeken na het eten van knoflook (na vier uur ben je
weer toegestaan)
18
§4: Strafrecht: de opsporing
Wetboek van strafrecht of wetboek van strafvordering.
Wetboek van strafrecht:(materieel strafrecht).
• De belangrijkste wetten in Nederland staan hier in (buiten de
grondwet dan)
• Wat de strafbare feiten zijn en welke straffen ervoor kunnen
uitgesproken worden
• Strafbare feiten omschreven:
• Zoals: moord, diefstal, oplichting, etc
19
§4: Strafrecht: de opsporing
Wetboek van strafvordering:(formeel strafrecht).
• bepaalt hoe strafbare feiten vervolgd worden
• behandelt de hele procedure van aanhouding t/m de
strafoplegging door de rechter.
–
–
–
–
–
–
–
Pas verdachte bij redelijk vermoeden van schuld
Recht te weten waar je van verdacht wordt
Recht op hulp advocaat (moet politie vertellen)
Recht om te zwijgen
Beperkte tijd vasthouden
Recht op hoger beroep
- Onrechtmatig verkregen bewijs
20
§4: Strafrecht: De opsporing
• Rechtshandhaving
– Handhaven van de rechtsorde
– Bvb: staand houden als je zonder licht rijdt.
– Aanspreken bij wildplassen
– Inbrekers arresteren
• Rechtsbescherming
– Elke verdachte heeft rechten
– Redelijk vermoeden van schuld
– Niet antwoorden op vragen
21
§4 straftecht: De opsporing:
– Strafbaar gedrag: dat je wetregels overtreedt
– Criminaliteit: alle misdrijven die in de wet staan
–
misdrijf:
overtreding:
- Vernieling, diefstal
inbraak, verkrachting
- rijden zonder licht
door rood rijden
- Strafblad
- geen strafblad
- Gevangenis
-hechtenis
- Medeplichtig
-niet medeplichtig
- ( Zwaardere straf
-minder zware straf)
- (Crimineel
-overtreder/ of niets)
22
§ 4: Strafrecht de opsporing
Pieter is nu de verdachte: de politie denkt dat je iets
strafbaars hebt gedaan. Een redelijk vermoeden van
schuld.
De procedure: Stap 1: de politie verzamelt informatie
De politie kan een aantal dwangmiddelen gebruiken om
een zaak op te lossen:
 Staande houden: laten stilstaan, id vragen etc
 Fouilleren: je kleding en lichaam wordt onderzocht
 Arresteren: je moet mee naar het politiebureau voor
verhoor. (je kan een paar dagen worden vastgehouden)
 In beslage name: bewijsmateriaal innemen.
 vasthouden: ….
23
§ 4: Strafrecht de opsporing
• Let op: de tijd tussen 00.00 middernacht en 09.00 uur ‘s ochtends
wordt hierbij niet meegerekend. In de nachtelijke uren mag je
overigens wel door de politie worden verhoord.
24
§ 4: Strafrecht de opsporing
Dwangmiddelen met toestemming:
 Huis doorzoeken: zoeken naar bewijsmateriaal.
Huiszoekingsbevel nodig: een machtiging tot
binnentreding van rechter-commissaris
 Opvragen gegevens: telefoontabs, creditcard
gebruik, etc alleen met toestemming van OVJ
 In voorarrest houden: na de aanhouding langer
vasthouden. Toestemming OvJ en rechter-commissaris
 Infiltratie: met toestemming van rechter-commissaris
infiltreren in misdaad organisaties. (uitlokken mag niet)
25
§ 4: Strafrecht de opsporing
Stap 2: politie geeft het proces verbaal aan de Officier van Justitie.
Deze gaat de zaak verder onderzoeken in het opsporingsonderzoek.
Hij heeft 3 keuzes, maar besluit dat Pieter voor de rechter moet komen.
Stap 3: Enkele weken voor de rechtszitting krijgt Pieter een
dagvaarding. Dat is de oproep om voor de rechter te verschijnen. Pieter
moet niet voor de politierechter komen (die is alleen bij lichte
misdrijven) maar bij de meervoudige kamer. Deze bestaat uit 3 rechters
en is bedoeld voor zware misdrijven zoals moord en mishandeling.
26
De rechter beslist wat er met Pieter gebeurd.
§ 4: Strafrecht de opsporing
Wat gebeurt er met verdachten
seponeren
12%
3 keuzes:
Vrijspraak
3%
schikking/
boete
33%
schuldig
verklaard
52%
Seponeren: OvJ onderneemt geen stappen.
Je hoeft niet naar de rechter. Vaak door onvoldoende
bewijs, of als je al ‘genoeg gestraft’ bent.
 Schikking/transactie: je hoeft niet naar de rechter.
Je kan een boete betalen of iets dergelijks.
 Vervolgen: Je moet WEL naar de rechter. De
rechter zal beslissen of je schuldig of onschuldig bent.
Vrijspraak: als de rechter bij vervolging beslist dat je onschuldig
bent.
Schuldig: als de rechter bij vervolging beslist dat er genoeg bewijs
tegen je is, ben je schuldig.
27
Wat gebeurt er met verdachten
§ 4: Strafrecht de opsporing
seponeren
12%
schikking/
boete
33%
Vrijspraak
3%
schuldig
verklaard
52%
28
§ 4: Strafrecht de opsporing
Taken van de officier van justitie:
- Doen uitvoeren van opgelegde vonnissen
- Zorgen dat veroordeelden hun straf uitzitten
- Leiding geven aan opsporingsonderzoek/ opsporingstaak
- Vervolgen van strafbare feiten
- Voor de rechter brengen van verdachten
- Aanklagen van verdachte
29
§ 5: Strafrecht: de rechter
Rechter:
Beslist of de verdachte schuldig is en
bepaalt de straf
Griffier:
Officier van
justitie:
wil bewijzen dat
de verdachte
schuldig is
Noteert alles
wat er gezegd
wordt
Verdachte:
de persoon die
verdacht wordt van
een misdrijf
Advocaat:
verdedigt de
verdachte.
31
Meervoudige kamer
Sector civiel
Sector strafrecht
Rechtbank
Kortgeding
Meervoudige kamer
Politierechter
Sector bestuursrecht
Civiele zaken
Sector kanton
Strafzaken
§ 5: Strafrecht: de rechter
33
§ 5: Strafrecht: de rechter
34
§ 5: Strafrecht: de rechter
Pieter weet precies wat er gaat gebeuren:
1. Opening: De rechter controleert alle persoonlijke
gegevens. (naam, geboortedatum, adres)
2. Tenlastenlegging: OvJ leest de aanklacht voor. Daarin
staat waarvan Pieter verdacht wordt en wanneer het is
gebeurd.
3. Onderzoek: De rechter, de OvJ en de advocaat gaan
Pieter nu vragen stellen. Bvb of hij wel eens eerder met
de politie te maken heeft gehad. Persoonlijke
omstandigheden
4. Een vriend is opgeroepen als getuige. Hij moet eerlijk
vertellen wat er is gebeurd. Getuiges mogen niet liegen!
35
§ 5: Strafrecht: de rechter
5. Requisitoir: De OvJ legt uit waarom hij vindt dat Pieter
schuldig is en eist een straf
6. Pleidooi: De advocaat neemt het dan op voor Pieter en
vraagt om strafvermindering
7. Laatste woord: Pieter mag als verdachte zelf het laatste
woord hebben en spijt betuigen, onschuld benadrukken,
schade door straf uitleggen.
8. Vonnis: De rechter veroordeelt Pieter tot 2 maanden
voorwaardelijke gevangenisstraf en 120 uur taakstraf.
Voorwaardelijk betekent dat Pieter voorlopig niet de
gevangenis in hoeft, tenzij hij weer zoiets stoms doet.
36
§ 5: Strafrecht: de rechter
37
§ 5: Strafrecht: de rechter
38
§ 5: Strafrecht: de rechter
Soorten straffen:
-Hoofdstraffen: Vrijheidsstraf (zoals
gevangenisstraf/hechtenis}, geldboete, taakstraf
- Bijkomendestraf: zoals rijbewijs inleveren, straatverbod,
geen bevoegdheid meer, etc.
- Maatregelen: TBS (ter Beschikking stelling aan de staat),
agressietraining, ontneming wederrechtelijk voordeel,
schadevergoeding, etc
Pieter krijgt van de rechter 2 maanden
voorwaardelijk en een taakstraf als hoofdstraf en de
maatregel dat hij agressietraining moet volgen.
39
H8: Waarom straffen we?
40
§ 5: Strafrecht: de rechter
Strafrecht voor minderjarigen
- Kinderen > 12 jaar < 18 jaar.
- HALT: het alternatief: taakstraf
- kinderrechter: jeugdgevangenis.
- Bij stoornissen: behandelcentra
41
§ 5: Strafrecht: de rechter
• De verjaringstermijn is de periode waarna de
verdachte in een strafzaak niet meer kunt worden
vervolgd.
• De termijn van verjaring hangt af van het soort
strafbaar feit dat u heeft gepleegd.
– overtredingen: na 3 jaar;
– misdrijven waarvoor een geldboete, hechtenis, of
gevangenisstraf van 3 jaar of minder kan worden opgelegd:
na 6 jaar;
– misdrijven waarvoor een tijdelijke gevangenisstraf van meer
dan 3 jaar kan worden opgelegd: na 12 jaar;
– misdrijven waarvoor een gevangenisstraf van meer dan 10
jaar kan worden opgelegd: na 20 jaar.
– Geen verjaring bij levenslange gevangenisstraf
42
§ 6: Crimineel gedrag
1 op 4: last van
veelvoorkomende criminaliteit
1 op 7: wel eens gestolen uit
winkel
1 op 5: wel eens gevochten
43
§ 6: Crimineel gedrag
• Veel aandacht in de media
• ‘s avonds niet alleen over straat
• Terrorisme? Echt? Bangmakerij?
44
H3: Ons beeld van criminaliteit
45
§ 6: Crimineel gedrag
Maatschappelijke oorzaken
 Alcohol en drugs gebruik toegenomen! : 1/3 deel misdrijven
onderinvloed van drugs/alcohol
 Normen en waarden zijn minder streng: normvervaging en
normloosheid.
Sociale controle is minder geworden: individualisering.
 hierdoor is de pakkans kleiner. 16%!
DUS… In een grote stad gebeurd het vaker, want…
 Maatschappelijke achterstand (school verlaten, geen werk)
 Betere beveiliging banken: meer overvallen op mensen
mannen vaker dan vrouwen? Moordvrouwen
46
§ 6: Crimineel gedrag
Persoonlijke en maatschappelijke oorzaken om
crimineel te worden:
Persoonlijke kenmerken:
-
Vaker door mannen dan door vrouwen
-
Jongeren (kick, spanning, avontuur)
-
Slechte opvoeding leidt vaker tot crimineel gedrag
-
Groepsgedrag: als je vrienden het doen...
-
Spijbelaars/zonder diploma
-
Aangeboren afwijking: agressie, psychopaat
-
Allochtone jongerengroepen: sterke groepsband,
schoolverlaters, opvoeding
47
§ 6: Crimineel gedrag
Theoriën over criminaliteit
Allerlei mensen hebben ideeën over waarom mensen
de criminaliteit in gaan. Theoriën:
1. Bindingstheorie van Hirschi
2. Biologische theorie van Lombroso
3. Persoonlijkheidstheorie van Freud
4. Aangeleerd-gedragstheorie van Sutherland
5. Anomietheorie van Merton
48
§ 6: Crimineel gedrag
1. Bindingstheorie van Travis Hirschi:
•Criminaliteit een combinatie van individuele en
maatschappelijke oorzaken.
•Niemand is alleen meer goed, iedereen kan
misdadiger zijn. (iedereen is een ‘geboren
misdadiger’)
•Ligt aan de bindingen die je hebt: vrienden, band
met familie, werk, school etc
•Ontbreken de bindingen  eerder crimineel
49
De band met anderen bestaat volgens Hirschi uit 4
componenten:
50
§ 6: Crimineel gedrag
2. Biologische theorie van Cesare Lombroso:
•Criminaliteit te verklaren uit biologische- of
lichamelijke kenmerken
•Komt door neurologische en hormonale
processen
•Lage hardslag: minder angst: minder bang voor
straf
•Meer mannelijke chromosomen  andere genen
 Agressiever karakter
51
§ 6: Crimineel gedrag
3. Persoonlijkheidstheorie van Sigmund Freud:
Volgens Sigmund Freud is criminaliteit een gevolg van
psychische stoornissen
Persoonlijkheidsopbouw:
- id: onderbewust. Oerdriften seks, agressie.
-ego: bewust. Zodra je volwassen bent
-Superego: geweten: Iedereen heeft een geweten wat ons helpt
te vertellen wat goed en fout is. Schuldgevoel. Schaamte.
Werkt je geweten niet goed  balans verstoord  psychische
stoornis
52
§ 6: Crimineel gedrag
4. aangeleerd-gedragtheorie van Edwin
Sutherland :
Criminaliteit is aangeleerd volgens Sutherland
Foute vrienden = eerder crimineel
Achterstandswijk met meer criminaliteit = eerder
crimineel
Het gezin niet goed = eerder crimineel
Criminaliteit is overdraagbaar!
53
§ 6: Crimineel gedrag
5. Anomietheorie van Robert Merton:
Iedereen heeft levensdoelen
Doelen niet bereikt: overwegen crimineel te worden.
Men wil: goede baan, leuk huis  diploma nodig, carrière maken
Lukt het niet: doel aanpassen: kleiner huis, fiets ipv auto, etc
Sommige passen doel niet aan: gebruik criminele middelen: toch
doelen bereikt.
Anomie: niet volgens de wet
54
§ 6: Crimineel gedrag
Tweesporenbeleid overheid
– Repressie/ repressieve maatregelen:
nadat misdrijven zijn gepleegd, actie onder nemen (straffen,
opsporen). Achteraf.
•
Strenger straffen
•
Doodstraf invoeren
•
Harde aanpak
•
Vooral rechtse partijen
– Preventie/ preventieve maatregelen:
om te voorkomen dat criminaliteit gebeurd.
•
Sociale controle verbeteren
•
Meer controleurs/wijkagenten
•
Wijken verbeteren
•
Werkgelegenheid verbeteren
•
Voorlichting op school.
•
Vooral linkse partijen
55
§ 6: Crimineel gedrag
Links/socialisten:
-
Nadruk op maatschappelijke aspecten
-
Preventieve maatregelen
-
Vb banenplannen voor jongeren/ wijkagenten inzetten
Christen democraten:
-
Nadruk op belang gezin, school & maatschappij
-
Ouders en leraren moeten kinderen respect/eerbied bijbrengen
Rechts/Liberalen:
-
Nadruk op repressieve aanpak: zwaarder straffen
-
Meer bevoegdheden voor politie en justitie 
-
Soms in strijd met burgerrechten
56
§ 9:Grenzen aan de rechtsstaat
• Hoe ver mag de overheid gaan?
– Vrijheid belangrijker of veiligheid?
– Veiligheid of Geloof?
– Veiligheid of privacy?
– Wat vind jij?
• Je telefoon tappen?
• Vingerafdruk in paspoort?
• Vrouwenbesnijdenis tegengaan
57
§ 9:Grenzen aan de rechtsstaat
Waarom straffen we?
Afschrikking: mensen moeten niet crimineel willen
worden
Resocialisatie: gedrag verbeteren, zodat criminelen terug
kunnen in de samenleving
Veiliger: criminelen zitten in de gevangenis, dus is het
daarbuiten veiliger.
Wraak/vergelding: slachtoffers en familiedaarvoor wilden
vergelding.
Voorkomen van eigenrichting: als de dader (verdachte)
niet gestraft wordt, nemen mensen zelf het heft in handen.58
§ 9:Grenzen aan de rechtsstaat
Straffen helpt niet voldoende…
Strenger straffen: straffen hoger maken, hogere
boetes, langere gevangenisstraf.
Lik-op-stukbeleid: dader sneller pakken én berechten.
Taak- en leerstraffen: alternatieve straffen: helpen in de winkel
waar je hebt gestolen, dronken iemand aangereden:
gehandicapte slachtoffers helpen.
Preventie: voorkomen dat er criminaliteit plaats vindt.
-Meer politie op straat,
-meer camera’s bij winkels,
-Actief burgerschap
-Burgerarrest
-Marokkaanse vaders op straat
59
Extra begrippen
Materiele schade:
- Criminaliteit kost miljarden euro’s per jaar
- De tv die uit je huis gehaald is
- De fiets die gejat is
- Bestrijding fraude ed kost veel geld
- Bedrijven rekenen schade die ze lijden vaak door in
de prijzen van hun producten
- Overheid en bedrijven lijden financiele schade
60
Extra begrippen
Immateriële schade:
- Slapeloze nachten omdat er ooit is ingebroken
- Bang zijn op straat, wegens een overval
- Rechtsgevoel van mensen wordt aangetast
- Morele verontwaardiging
- Mensen vinden het oneerlijk/onrechtvaardig als men
zich niet aan de wet houdt
- Verlies van vertrouwen (in bvb de overheid)
- Normvervaging, normen en waarden veranderen
61
Extra begrippen
Klassenjustitie:
Als mensen met een hogere klassen/hoger op de
maatschappelijke ladder anders worden
behandeld dan mensen uit lagere klassen
- rassenjustitie: donkere mensen eerder
aanhouden dan blanke mensen.
- Witteboordencriminaliteit: minder streng
bestraft
- Allochtonen eerder genoemd in het nieuws,
strenger gestraft.
62
CRIMINALITEIT
Succes met leren!
63
Download
Random flashcards
fff

2 Cards Rick Jimenez

Rekenen

3 Cards Patricia van Oirschot

Create flashcards