Effecten van lifestyle interventies in de GGZ

advertisement
Dit rapport is een uitgave van het NIVEL.
De gegevens mogen worden gebruikt met
bronvermelding.
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ
TA. Wiegers
LJ. Schoonmade
PFM. Verhaak
U vindt dit rapport en andere publicaties van het NIVEL in PDF-format op: www.nivel.nl
ISBN 978-94-6122-147-6
http://www.nivel.nl
[email protected]
Telefoon 030 2 729 700
Fax 030 2 729 729
©2012 NIVEL, Postbus 1568, 3500 BN UTRECHT
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie,
microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het NIVEL te Utrecht.
Het gebruik van cijfers en/of tekst als toelichting of ondersteuning in artikelen, boeken en scripties is toegestaan, mits
de bron duidelijk wordt vermeld.
Inhoud
Beleidssamenvatting
1 Inleiding
5
7
2
2.1
2.2
2.3
Methode
Zoekstrategie
Screening
Bepalen methodologische kwaliteit
9
9
10
12
3
3.1
3.2
3.3
3.4
Interventie onderzoek
Stoppen met roken interventies
Interventies om af te vallen dan wel niet aan te komen
Interventies om de conditie te verbeteren
Interventies om de kwaliteit van leven te verbeteren
15
15
21
29
33
4
4.1
4.2
4.3
4.4
Samenvatting en discussie
Samenvatting
Methodologische kanttekeningen
Beschouwing
Conclusie
39
39
40
41
42
Literatuur
43
Bijlage 1
Bijlage 2
Bijlage 3
55
57
65
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
3
4
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
Beleidssamenvatting
Inleiding
Comorbiditeit van lichamelijke ziekten komt veel voor bij mensen met psychiatrische
stoornissen. Mogelijke oorzaken, naast fysiologische verklaringen (veranderingen in de
stofwisseling door de ziekte of door de medicatie) zijn mede gelegen in de ongezonde
lifestyle van mensen met een psychiatrische aandoening. Ze roken meer, bewegen
minder, eten ongezonder en hebben meer alcohol- en drugsafhankelijkheid.
De afgelopen decennia zijn verschillende lifestyle interventies om risicofactoren voor
hart- en vaatziekten en diabetes te beïnvloeden ontwikkeld in het kader van de preventie
van deze aandoeningen.
Bij de Inspectie voor de gezondheidszorg wil men meer inzicht krijgen in de
gezondheidswinst die lifestyle begeleiding binnen de GGZ oplevert, met name bij mensen
die anti-psychotica gebruiken. Men heeft behoefte aan een onderbouwing die GGZinstellingen motiveert om sterker in te zetten op lifestyle verbetering en om alert te zijn
op de risicofactoren die in de klinische GGZ extra spelen, zoals comorbiditeit en
geneesmiddelengebruik.
Het doel van dit onderzoek is het door middel van literatuuronderzoek vaststellen welk
wetenschappelijk aangetoond effect lifestyle interventies hebben op de ontwikkeling van
lichamelijke klachten bij psychiatrische patiënten, in het bijzonder patiënten die antipsychotica gebruiken. Daarvoor is de volgende vraagstelling geformuleerd:
Welke effect heeft lifestyle begeleiding bij patiënten in de GGZ op lichamelijke
uitkomstparameters die een verhoogd risico op lichamelijke ziekten inhouden, in het
bijzonder bij mensen die antipsychotica gebruiken?
Methode
Voor dit onderzoek is een brede zoekstrategie gehanteerd om publicaties te vinden die
iets zeggen over de effecten van lifestyle interventies bij patiënten met een ernstige
psychiatrische aandoening. Meer dan 7000 verwijzingen zijn gevonden. Op basis van
vooraf vastgestelde criteria (doelgroep: patiënten met ernstige psychiatrische
aandoeningen; soort publicatie: interventiestudies met gerapporteerde effecten;
uitkomstmaten: zowel fysiologische (gewicht, bloedwaarden) als psychologische
(kwaliteit van leven) parameters; publicatieperiode: 2000 tot heden) zijn alle gevonden
publicaties gescreend. Uiteindelijk zijn 106 publicaties nader bekeken, onderverdeeld in
vier thema’s: stoppen-met-roken interventies, interventies om af te vallen, dan wel niet
aan te komen, interventies om de conditie te verbeteren en interventies om de kwaliteit
van leven te verbeteren.
Resultaten
De overkoepelende conclusie uit de interventiestudies met betrekking tot stoppen met
roken is dat de verschillende studies een sterk wisselend resultaat laten zien. Een in de
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
5
behandeling geïntegreerde interventie om te stoppen met roken heeft aantoonbaar beter
resultaat dan een losstaande interventie, het gebruik van Bupropion als medicatie en van
nicotinepleisters kunnen een behandeling effectiever maken, maar een gevonden effect
kort na de interventie kan bij een follow-up meting weer verdwenen zijn. Het gebruik van
antipsychotica speelt bij de stoppen met roken studies geen rol.
Veel van de interventies om mensen af te laten vallen hebben een component “beweging”
en wanneer dit het geval was, wordt er in de meerderheid een positief effect op
gewichtsafname gevonden. Ook wanneer dieet bespreking een onderdeel van de
interventie is treffen we in de meerderheid een gewichtsverandering aan. Deze
verandering is in de regel gering. Medicijngebruik werd in deze onderzoeken vaak
constant gehouden, maar er is onderzoek waarin juist de aard van de medicatie
onderzocht is als effect modificator. Bij de olanzapine gebruikers was het resultaat het
grootst, zij bleven het best op gewicht, gevolgd door de risperidone gebruikers. Bij de
haloperidol gebruikers was er geen verschil tussen interventie- en controlegroep.
De meest onderzochte interventies om mensen te activeren of hun kwaliteit van leven te
verbeteren betreffen beweging in verschillende verschijningsvormen: wandelen,
hardlopen, fitness, ontspanningsoefeningen, activering, of meer bewegen in zijn
algemeenheid, al dan niet in combinatie met voorlichting of advies. Conclusies ten
aanzien van deze interventies zijn moeilijk te geven. Er is sprake van zeer uiteenlopende
interventies, veelal met beperkt resultaat, die ook nog moeilijk met elkaar te vergelijken
zijn omdat er ook heel verschillende uitkomstmaten gebruikt worden. Anti-psychotica
gebruik is bij deze studies vaak niet expliciet genoemd.
Conclusies
Het staat buiten kijf dat de belangrijkste veranderingen op het gebied van lifestyle bij
mensen met een ernstige psychiatrische aandoening te maken hebben met stoppen met
roken, gewichtsmanagement, meer bewegen en gezonde voeding. Deskundigen zijn het
daarover tamelijk unaniem eens maar er heerst ook consensus over het feit dat deze
veranderingen bij doelgroepen als psychiatrische patiënten, thuislozen, gevangenen e.d.
lastig te onderzoeken zijn. Wellicht vindt men daarom ook weinig harde evidentie, zoals
ook de Inspectie voor de Gezondheidszorg in 2010 al concludeerde ten aanzien van
interventies in de publieke gezondheidszorg: voor minder dan de helft van de veel
aangeboden interventies was “iets bekend” over de effectiviteit (IGZ, 2010).
Of deze beïnvloeding blijvend effect heeft op rookgedrag, eetgewoonten, fysiologische
uitkomstmaten als gewicht e.d. en psychologische uitkomstmaten als mentaal
functioneren is heel moeilijk vast te stellen met empirisch onderzoek dat aan alle
methodologische maatstaven voldoet. Het is, gegeven de beschikbare evidentie, mogelijk
om met behulp van medicatie of nicotine pleisters mensen minder te laten gaan roken, en
met beweegprogramma’s, in combinatie met dieetadviezen of gedragsinterventies, is het
gewicht van psychiatrische patiënten gunstig te beïnvloeden. In het algemeen geldt dat de
effecten van beperkte omvang zijn. Verder is het in het algemeen effectiever om op een
geïntegreerde wijze een aantal benaderingen tegelijk aan te bieden: (dieet)adviezen,
beweegprogramma’s en gedragsmatige interventies lijken in combinatie met elkaar effect
te sorteren.
6
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
1 Inleiding
Comorbiditeit van lichamelijke ziekten komt veel voor bij mensen met psychiatrische
stoornissen. Mensen met een depressie hebben bijvoorbeeld een grotere kans op CVA,
epilepsie, diabetes (Evans e.a., 2005) of obesitas (Luppino e.a., 2010). Bij mensen met
schizofrenie wordt het metabool syndroom (waaronder verhoogde waarden voor gewicht,
bloeddruk, bloedsuikerwaarde, etc.) vaker aangetroffen (Mitchell e.a. 2011) en is er een
grotere kans op cardiovasculaire ziekten (Hennekens e.a., 2005). Als gevolg daarvan
sterven mensen met ernstige psychiatrische stoornissen, zoals schizofrenie en bipolaire
stoornis, eerder dan gemiddeld (Druss, 2007), grotendeels aan ziekten die in principe te
voorkomen zijn, zoals hart- en vaatziekten en diabetes.
Mogelijke oorzaken, naast fysiologische verklaringen (veranderingen in de stofwisseling
door de ziekte of door de medicatie, vgl Evans e.a., 2005) zijn mede gelegen in de
ongezonde lifestyle van mensen met een psychiatrische aandoening. Ze roken meer
(Compton e.a., 2006), bewegen minder (Richardson e.a., 2005), eten ongezonder
(Faulkner e.a., 2003) en hebben meer alcohol- en drugsafhankelijkheid (Drake & Mueser,
2002).
De afgelopen decennia zijn verschillende lifestyle interventies om risicofactoren voor
hart- en vaatziekten en diabetes te beïnvloeden ontwikkeld in het kader van de preventie
van deze aandoeningen (Janiszewski & Ross, 2009). Daar waar sprake is van een
combinatie met een psychiatrische aandoening zal aan deze laatste omstandigheid extra
aandacht besteed moeten worden (Silverstein & Bellack, 2008). Juist daarom zijn er de
afgelopen jaren ook interventies ontwikkeld om de lifestyle van mensen met een
psychiatrische stoornis op gunstige wijze te beïnvloeden. Zo is sinds 2002 Health4U, een
lifestyle interventieprogramma voor mensen met psychische problemen, beschikbaar. Het
programma wordt in Nederland binnen de geestelijke gezondheidszorg op ongeveer 125
locaties aangeboden. Hieraan hebben al aan meer dan 10.000 mensen deelgenomen. (zie
www.health4U.nu). Deze interventies zijn echter niet gericht op mensen met ernstige
psychiatrische problemen, bovendien is niet bekend in hoeverre er interventiestudies naar
de effectiviteit hiervan zijn uitgevoerd.
Er is in het buitenland, met name in de Verenigde Staten, al wel heel wat onderzoek
gedaan naar lifestyle interventies bij mensen met een ernstige psychiatrische aandoening
(zie bijvoorbeeld Cabassa e.a. 2010), maar het is niet duidelijk in welke mate buiten de
Verenigde Staten effecten van dergelijke interventies zijn vastgesteld en evenmin is
duidelijk in welke mate dergelijke interventies thans in de Geestelijke Gezondheidszorg
in Nederland of daarbuiten worden uitgevoerd.
Bij de Inspectie voor de gezondheidszorg wil men meer inzicht krijgen in de
gezondheidswinst die lifestyle begeleiding binnen de GGZ oplevert, met name bij mensen
die anti-psychotica gebruiken. Men heeft behoefte aan een onderbouwing die GGZinstellingen motiveert om sterker in te zetten op lifestyle verbetering bij deze groep
patiënten en om alert te zijn op de risicofactoren die in de klinische GGZ extra spelen,
zoals comorbiditeit en geneesmiddelengebruik.
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
7
Omdat bekend is dat de comorbiditeit hoog is, worden mensen die langdurig zijn
opgenomen met ernstige psychiatrische aandoeningen periodiek gescreend op
lichamelijke stoornissen zoals het metabool syndroom, op extrapyramidale bijwerkingen
als gevolg van anti-psychotica gebruik, en op andere psychische stoornissen als depressie
of verslaving (vgl. Slooff e.a., 2008). In de ogen van de inspectie geschiedde dit echter
nog onvoldoende (IGZ, 2009).
Het doel van dit onderzoek is het door middel van literatuuronderzoek vaststellen welk
wetenschappelijk aangetoond effect lifestyle interventies hebben op de ontwikkeling van
lichamelijke klachten bij psychiatrische patiënten, in het bijzonder patiënten die antipsychotica gebruiken.
Daarvoor is de volgende vraagstelling geformuleerd:
Welke effect heeft lifestyle begeleiding bij patiënten in de GGZ op lichamelijke
uitkomstparameters die een verhoogd risico op lichamelijke ziekten inhouden, in het
bijzonder bij mensen die antipsychotica gebruiken?
De doelgroep voor dit literatuuronderzoek is: patiënten met ernstige psychische of
psychiatrische problematiek, zoals schizofrenie of schizo-affectieve stoornis, manischdepressieve aandoening, psychose of psychotische depressie of ernstige angststoornis of
depressie. Verslavingsproblematiek is na overleg hierbij expliciet uitgesloten, en in
navolging daarvan ook ernstige slaapstoornissen, delirium, dementie,
geheugenstoornissen of cognitieve stoornissen, omdat het niet goed mogelijk is om bij
deze aandoeningen een duidelijk onderscheid te maken tussen behandeling van de klacht
of aandoening of lifestyle interventie.
In hoofdstuk 2 zal de werkwijze van dit literatuuronderzoek worden toegelicht.
Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van de soorten lifestyle interventies die gevonden zijn,
met een korte beschrijving van de aangetoonde effectiviteit en de kanttekeningen die
daarbij gemaakt kunnen worden. De conclusies staan geformuleerd in hoofdstuk 4.
Bijlage 1 is een kopie van de gebruikte methodologische beoordelingsschaal.
Bijlage 2 geeft een overzicht enkele kenmerken van de publicaties die in dit rapport
besproken zijn, gerangschikt naar methodologische kwaliteit.
Bijlage 3 geeft een overzicht van enkele onderzoekskarakteristieken van diezelfde
publicaties, maar nu gerangschikt naar jaar van publicatie.
8
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
2 Methode
Dit onderzoek is een literatuurstudie waarbij verschillende databases zijn doorzocht op
interventieonderzoek waarbij lifestyle interventies bij mensen met ernstige psychiatrische
stoornissen worden toegepast. De doorzochte databases zijn Pubmed, PsycINFO,
Cochrane Library en Embase. Daarnaast is gezocht naar Nederlandse grijze literatuur in
de CGL-database (Centrum voor Gezond Leven) en PICARTA.
De zoekstrategie is allereerst uitgewerkt voor PubMed en daarna, zo nodig met enige
aanpassingen, ook toegepast op de andere databases.
2.1
Zoekstrategie
Voor het vaststellen van de zoekstrategie is begonnen met het definiëren van de
doelgroep: psychiatrische patiënten, dat wil zeggen: patiënten met ernstige psychische of
psychiatrische problematiek, zoals schizofrenie of schizo-affectieve stoornis, manischdepressieve aandoening, psychose of psychotische depressie of ernstige angststoornis of
depressie. Vervolgens zijn daar definities voor lifestyle interventies aan toegevoegd, dat
wil zeggen: interventies ter bevordering van gezond gedrag en het terugdringen van
risico’s op ziektes en aandoeningen die met lifestyle samenhangen, zoals stoppen met
roken, gezond eten en meer bewegen. Tenslotte zijn de soorten studies waar we naar op
zoek zijn aan de zoekstrategie toegevoegd, waarbij de nadruk is gelegd op originele
publicaties over interventiestudies. In onderstaand kader staat de volledige zoekstrategie
weergegeven.
Kader 1
Zoekstrategie in PubMed
“mental illness”[tiab] OR “ bipolar disorder” [tiab] OR “bipolar affective”[tiab] OR “psychiatric
disorder”[tiab] OR “psychiatric disorders”[tiab] OR schizofrenia[tiab] OR “schizoaffective
disorder”[tiab] OR “schizoaffective disorders”[tiab] OR “borderline personality”[tiab] OR
“psychotic disorder”[tiab] OR “psychotic disorders”[tiab] OR
“psychoses”[tiab] OR psychosis[tiab] OR depression[tiab] OR “mentally ill” [tiab] OR "Mental
Disorders"[Mesh:NoExp] OR "Adjustment Disorders"[Mesh] OR "Anxiety Disorders"[Mesh]
OR "Dissociative Disorders"[Mesh] OR "Mood Disorders"[Mesh] OR "Neurotic
Disorders"[Mesh] OR "Personality Disorders"[Mesh] OR "Schizophrenia and Disorders with
Psychotic Features"[Mesh] OR “mentally ill persons”[mesh]
AND
"life style"[mesh] OR "health behavior"[mesh] OR overweight[mesh] OR "exercise"[mesh] OR
smoking[mesh] OR smoking[tiab]OR "life style"[tiab] OR lifestyle[tiab] OR "health
behavior"[tiab] OR “health behaviour”[tiab] OR “healthy behaviour”[tiab] OR “healthy
behaviour”[tiab] OR overweight[tiab] OR obesity[tiab]
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
9
AND
“intervention studies”[mesh] OR "health education"[mesh] OR support[tiab] OR advice[tiab] OR
counseling[tiab] OR counselling[tiab] OR interventions[tiab] OR intervention[tiab] OR
training[tiab] OR “weight management”[tiab] OR “health education”[tiab] OR coaching[tiab]
OR “motivational interviewing”[tiab] OR “motivational interview”[tiab] OR “health
promotion”[mesh] OR "smoking cessation"[mesh] OR "tobacco use cessation"[mesh] OR
"exercise"[tiab] OR “physical activity”[tiab]
AND
(review[tiab] OR "Review"[Publication Type] OR "Meta-Analysis as Topic"[Mesh] OR metaanalysis[tiab] OR "Meta-Analysis "[Publication Type] OR “randomized controlled trial”[pt]
OR randomized[tiab] OR randomly[tiab] OR random OR trial[ti] OR rct[tiab] OR “cohort
studies”[mesh] OR (cohort[tiab] AND (study[tiab] OR studies[tiab]) OR case[tiab] OR
"observational study"[tiab]) OR “observational studies”[tiab] NOT ("Letter"[Publication
Type] OR "Editorial"[Publication Type] OR "Comment"[Publication Type])) NOT
("Animals"[Mesh] NOT ("Animals"[Mesh] AND "Humans"[Mesh]))
Limieten:
Taal: engels, frans, duits, nederlands
2001 – heden
Einde zoekstrategie
Deze zoekstrategie leverde op 20 januari 2012 in Pubmed 3949 titels op. Herhaling van
de search in Embase leverde 3972 titels op, de search in PsychINFO leverde 1389 titels
op, de search in PICARTA 218 en de search in Cochrane 837.
Na ontdubbelen bestond het bestand uit 7777 titels, de meeste met abstract.
2.2
Screening
De gevonden titels zijn globaal gescreend aan de hand van de volgende criteria:
1. Betreft het onderzoek GGZ-cliënten (intramuraal of ambulant) met een ernstige
psychische aandoening, zoals schizofrenie, manisch-depressieve aandoening, schizoaffectieve stoornis, psychotische, melancholische of atypische depressie, ernstige
angststoornis?
2. Betreft de psychische aandoening NIET specifiek verslavingsproblematiek (alcohol,
drugs), sleep disorders of delirium, dementia, amnestic, cognitive disorders?
3. Betreft het onderzoek NIET de behandeling of kenmerken van de psychische
aandoening zelf, zoals behandeling van de stoornis, risicofactoren voor de stoornis,
medicijngebruik voor de stoornis of therapietrouw?
4. Betreft het onderzoek een interventieonderzoek naar de effecten van lifestyle
interventies, zoals gezondheidsvoorlichting en -opvoeding, beweegprogramma's,
lifestyle advies, dieetadvies, (kortdurende) interventies om te stoppen met roken,
motivational interviewing m.b.t. een gezonde lifestyle?
5. Vermeldt het artikel uitkomstmaten, zoals gewicht(sverlies), veranderingen in
bloeddruk, bloedsuikerwaarden of cholesterolwaarden, stoppen met roken of
verandering in kwaliteit van leven?
10
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
Bij elke stap van de screening was de keuzemogelijkheid nee, ja of onduidelijk. Bij nee
viel het artikel uit de selectie. Van de artikelen die na stap 5 nog in de selectie zaten is
vastgelegd wat de gebruikte onderzoeksmethode is. Er zijn verschillende
onderzoeksmethoden (zie kader 2) waarbij aan een RCT (Randomised Controlled Trial)
de hoogste waarde gehecht wordt.
Kader 2
Er zijn vele onderzoeksmethoden om aan te tonen of een bepaalde behandeling effect
heeft. De hoogst gewaardeerde methode is een RCT ofwel Randomised Controlled Trial
(gerandomiseerd onderzoek met controlegroep) waarin proefpersonen (deelnemers)
gerandomiseerd worden, dat wil zeggen door het lot worden ingedeeld in een
interventiegroep en een controlegroep. In de trial, dat is: het praktische deel van het
onderzoek, krijgt de interventiegroep vervolgens de te onderzoeken interventie, terwijl de
controlegroep geen behandeling krijgt, of de ‘standaard’ behandeling. Vooraf en na
afloop van de trial worden metingen uitgevoerd die relevant zijn voor de aangeboden
interventie, bijvoorbeeld gewicht of rookgedrag bij interventies gericht op afvallen of
stoppen met roken. Op basis van die vier metingen (voor en na de trial, bij de
interventiegroep en de controlegroep) wordt beslist of een interventie effectief is geweest.
Het voordeel van randomiseren is dat toevallige verschillen tussen deelnemers, zoals
leeftijdverschillen, die samen zouden kunnen hangen met de gekozen uitkomstmaat, min
of meer gelijkelijk over de interventiegroep en de controlegroep verdeeld zijn en er
daarom bij de analyses niet meer voor gecontroleerd hoeft te worden. De metingen die
vóór de interventie worden uitgevoerd heten de baseline scores of uitgangswaarden.
Is randomiseren niet mogelijk (of niet gewenst), dan kan ook een cohort-studie met een
pre-post-design worden uitgevoerd. Dat betekent dat een groep deelnemers gedurende een
bepaalde tijd gevolgd wordt, waarbij een voormeting wordt vergeleken met een nameting
(pre-post). Wordt daar ook een controlegroep bij betrokken, zonder dat de deelnemers
gerandomiseerd zijn, dan heet de studie een quasi-experiment. Een case studie is een
gevalsbeschrijving, met of zonder de beschrijving van een controle persoon die de
interventie niet gekregen heeft.
Een (systematische) review of een meta-analyse is geen beschrijving van een
interventieonderzoek, maar een vergelijking van meerdere onderzoeken. In een review
worden, zoals in dit rapport, verschillende onderzoeken besproken. Een voorbeeld
daarvan is het eerdergenoemde onderzoek van Cabassa e.a. (2010) uit de Verenigde
Staten. In een meta-analyse worden de uitkomsten uit meerdere onderzoeken bij elkaar
opgeteld en opnieuw geanalyseerd.
De resultaten van de screening waren als volgt: van de 7777 titels waren er 406
publicaties waarin sprake is van onderzoek naar lifestyle interventies bij psychiatrische
patiënten.
Van deze 406 publicaties is de volledige tekst opgezocht voor zover in Nederland
verkrijgbaar. Aan de hand van de volledige tekst is nogmaals nagegaan of de betreffende
publicatie aan de bovenstaande criteria voldoet en op grond daarvan zijn 309 publicaties
alsnog guitgesloten. De resultaten van de zoekstrategie en de daarop volgende selectie
staan weergegeven in figuur 2.1.
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
11
Van de 127 gevonden reviews zijn de 10 meest recente publicaties nagekeken op
onderzoeken die nog niet in onze selectie waren opgenomen (zie literatuurlijst). Op grond
daarvan zijn nog negen publicaties toegevoegd aan de 97 die aan alle criteria voldeden.
Figuur 2.1 resultaat van zoekstrategie en selectie
7777 titels gevonden en
gescreend op titel en abstract
7372 titels niet relevant
406 publicaties, waarvan de
volledige tekst is opgevraagd
97 publicaties die aan alle
eisen voldoen, 9 nieuwe
publicaties gevonden in
recente reviews
106 publicaties die aan alle
eisen voldoen:
56 RCTs
17 quasi experimenten
28 pre-post designs
5 case studies
2.3
309 publicaties uitgesloten:
Reviews (127)
Geen psychiatrie (22)
Geen interventiestudie (57)
Geen lifestyle interventie (37)
Betreft behandeling aandoening (20)
Geen uitkomstdata (13)
Presentatie / poster (21)
Dubbel (5)
Niet in Nederland verkrijgbaar (7)
Bepalen methodologische kwaliteit
Om verantwoorde conclusies te kunnen trekken uit de resultaten van de gevonden
onderzoeken is het belangrijk om rekening te houden met de methodologische kwaliteit
van de betreffende publicaties. De methodologische kwaliteit van een onderzoek staat los
van de inhoud en betreft uitsluitend uitvoeringsaspecten. Er bestaan verschillende ‘tools’
om de methodologische kwaliteit van een publicatie te beoordelen en voor dit onderzoek
is besloten aan te sluiten bij het eerder genoemde onderzoek uit de Verenigde Staten
(Cabassa e.a., 2010). Door Cabassa e.a. is een aangepaste ‘Methodological Quality Rating
Scale’ of MQRS gebruikt, bestaande uit 13 items die betrekking hebben op de
verschillende methodologische aspecten van het onderzoek, zoals: is het repliceerbaar (is
de beschrijving in de publicatie zodanig dat herhaling mogelijk is?), zijn er baseline
gegevens (uitgangswaarden) opgenomen, wat is de follow-up lengte (tijdsverloop tussen
interventie en meting) in maanden? Vanwege de vergelijkbaarheid is besloten dezelfde
lijst voor dit onderzoek te hanteren. De volledige lijst is terug te vinden in Bijlage 1. Het
12
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
scorebereik loopt van 0 tot 17. Overigens zegt deze score vooral iets over de kwaliteit van
de publicatie, niet van het onderzoek zelf, omdat alleen wat beschreven is ook beoordeeld
kan worden. Sommige items op de lijst geven ruimte voor interpretatie, bijvoorbeeld het
item over reproduceerbaarheid. Moeten daarvoor de interventie en de meetmethodes
volledig, stap voor stap beschreven zijn, of is het voldoende als bijvoorbeeld verwezen
wordt naar een programma dat mogelijk elders beschreven staat? En hoe moet het item
‘multisite’ begrepen worden: is dat elk onderzoek waarbij de deelnemers uit twee of meer
afzonderlijke groepen (instellingen, andere locaties) afkomstig zijn of alleen als er tussen
die groepen ook onderlinge vergelijkingen gemaakt worden?
Om vast te kunnen stellen of deze onduidelijkheden van invloed zijn op de beoordeelde
methodologische kwaliteit van de publicaties is een deel van de publicaties door twee van
de onderzoekers onafhankelijk van elkaar gescoord. Vervolgens is de mate van
overeenstemming tussen beide beoordelaars berekend en die komt uit op 84%, met een
spreiding van 70 tot 100% overeenstemming.
De gevonden score voor methodologische kwaliteit staat los van de in- en exclusiecriteria
maar wordt als toegevoegde waarde beschouwd. Gezien het grote aantal publicaties in de
uiteindelijke selectie (106) is er in eerste instantie voor gekozen om alleen de publicaties
van hoge methodologische kwaliteit in dit rapport te bespreken. Daarbij is een
grenswaarde van 10 punten op de aangepaste MQRS-schaal aangehouden, gebaseerd op
een driedeling in de mogelijke score: 1 t/m 5 is lage kwaliteit, 6 t/m 10 is matige kwaliteit
en hoger dan 10 is goede kwaliteit.
Omdat de gekozen grenswaarde van 10 punten toch enigszins arbitrair is, is er vervolgens
voor gekozen om alle gerandomiseerde onderzoeken te bespreken, ongeacht hun
methodologische kwaliteit, omdat randomisatie met gebruik van een controlegroep een
van de belangrijkste voorwaarden is voor het uitvoeren van interventieonderzoek. Van de
niet-gerandomiseerde onderzoeken worden wel alleen die publicaties besproken die van
een redelijke methodologische kwaliteit zijn, dat wil zeggen met een waarde hoger dan 10
op de gebruikte methodologische schaal.
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
13
14
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
3 Interventie onderzoek
In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de interventiestudies die in dit
literatuuronderzoek gevonden zijn. De publicaties zijn onderverdeeld in vier thema’s:
stoppen-met-roken interventies, interventies om af te vallen, dan wel niet aan te komen,
interventies om de conditie te verbeteren en interventies om de kwaliteit van leven te
verbeteren. Deze thema-indeling is niet vooraf vastgelegd maar achteraf toegevoegd, om
enige structuur in de resultaten aan te brengen. Omdat niet vooraf op soort interventie
geselecteerd is, bevat de selectie ook publicaties met meerdere of gecombineerde
interventies. Deze zijn ingedeeld bij het thema dat voor die publicatie het meest relevant
was.
Bij elk thema wordt aangegeven wat de methodologische kwaliteit van de gevonden
publicaties is. Hiervoor is de aangepaste MQRS-schaal (Methodological Quality Rating
Scale) uit het onderzoek van Cabassa e.a. (2010) gebruikt (bijlage 1). Daarna worden per
thema een korte karakterisering en de belangrijkste uitkomsten gegeven van alle
gevonden publicaties over gerandomiseerd onderzoek, aangevuld met een korte
karakterisering van overige publicaties met een methodologische score van meer dan tien
punten. Er is voor gekozen om naast alle gerandomiseerde onderzoeken alleen de overige
publicaties met een relatief hoge methodologische score te bespreken, omdat de
conclusies van een onderzoek over de effectiviteit van bepaalde interventies alleen een
bredere geldigheid hebben als dat onderzoek methodologisch goed is uitgevoerd. De door
ons gehanteerde grenswaarde van tien punten is evenwel arbitrair, want er zijn geen
richtlijnen voor het beslissen welke publicatie nog ‘goed genoeg’ is om de resultaten te
vermelden en welke niet. Vandaar dat wel alle gerandomiseerde onderzoeken besproken
worden.
In bijlage 2 zijn van alle studies tabellen opgenomen die informatie geven over het antipsychotica gebruik, de interventie en beperkingen van de studies, gerangschikt naar soort
onderzoek en score voor methodologische kwaliteit. In bijlage 3 zijn van alle studies
enkele inhoudelijke karakteristieken weergegeven, zoals omvang, gemiddelde leeftijd,
patiëntencategorie, duur van de interventie en methodologische score, gerangschikt naar
soort onderzoek en jaar van publicatie.
3.1
Stoppen met roken interventies
Het literatuuronderzoek heeft 30 publicaties opgeleverd waarin resultaten gepresenteerd
zijn van allerlei onderzoek naar stoppen-met-roken interventies. Het betreft 16
gerandomiseerde studies, 4 studies met een quasi-experimentele opzet, 8 studies met een
pre-post design en 2 case studies. In bijlage 2, tabel A, staat een overzicht van de
geïncludeerde studies met betrekking tot stoppen met roken interventies, gerangschikt
naar soort onderzoek en score voor methodologische kwaliteit. Daarbij is kort de
interventie beschreven, het gebruik van antipsychotica (voor zover vermeld) en de
belangrijkste beperking van de studie. In bijlage 3, tabel E, staan dezelfde publicaties
gerangschikt naar soort onderzoek en jaar van publicatie. Daarin zijn gegevens
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
15
opgenomen over de omvang van de steekproef, de gemiddelde leeftijd van de patiënten
en de patiëntcategorie waartoe zij behoren en de duur van de beschreven interventie.
Van de 16 publicaties over gerandomiseerde trials hebben acht een score voor de
methodologische kwaliteit hoger dan 10. Bij de overige publicaties is er nog één met een
score boven de 10. De gemiddelde score voor de methodologische kwaliteit van de
publicaties over stoppen-met-roken interventies is 8,6. De meeste studies (78%) zijn
single-site studies, dat wil zeggen dat ze op één plek of binnen één instelling uitgevoerd
zijn, allemaal presenteren ze uitgangswaarden en in driekwart van de studies (73%)
worden objectieve uitkomstmaten gebruikt. Daar staat tegenover dat minder dan de helft
van de studies (43%) de uitvallers in de resultaten heeft meegeteld en dat in nog niet een
derde van de studies (30%) de metingen en analyses ‘blind’ zijn uitgevoerd, dat wil
zeggen: zonder dat de persoon die de metingen verricht of de data analyseert weet of de
betreffende persoon deel uit maakt van de interventiegroep of van de controlegroep.
Uitkomsten
In tabel 3.1 zijn van de 16 gerandomiseerde studies en de ene overige publicatie met
voldoende methodologische kwaliteit de interventie en de belangrijkste resultaten
weergegeven. Ze worden hieronder stuk voor stuk kort besproken.
De belangrijkste uitkomstmaat in het McFall onderzoek onder 943 veteranen met PTSD
(post traumatic stress disorder) is het gestopt zijn met roken, gedefinieerd als: tenminste 7
dagen niet gerookt hebbend. Van de interventiegroep bleek 15,5% tussen zes en 18
maanden niet meer gerookt te hebben, terwijl dat bij de controlegroep 7% was. In beide
groepen kon dit voor ruim de helft van de deelnemers die zeiden te zijn gestopt met roken
ook bevestigd worden door het meten van koolmonoxide gehalte in de uitgeademde lucht.
De interventie in dit onderzoek hield in dat de stoppen-met-roken behandeling
geïntegreerd was in de behandeling die de deelnemers ontvingen voor hun psychische
klachten, terwijl de controlegroep voor hulp bij het stoppen met roken verwezen werd
naar een aparte kliniek. Het gebruik van psychofarmaca is in de baseline data wel
genoemd, maar in de resultaten niet. Het is dus onduidelijk in hoeverre er een relatie
bestaat tussen het gebruik van antipsychotica en het effect van de interventie.
De studie van Hall beschrijft een onderzoek onder 202 patiënten waarin een programma
met counseling sessies en individuele feedback wordt vergeleken met een enkel contact
waarbij een brochure over stoppen met roken wordt overhandigd. De deelnemers aan de
interventie hadden een grotere kans te stoppen met roken of tenminste een poging daartoe
te doen als ze een zware roker waren (meer dan 20 sigaretten per dag). Anti-psychotica
gebruik is in deze studie niet aan de orde, omdat het gaat om patiënten met een depressie.
Het onderzoek van Evins e.a. uit 2007 onder 51 schizofrenie patiënten was gericht op het
vaststellen van de meerwaarde van een specifieke medicatie (Bupropion) bij patiënten die
een intensieve stoppen-met-roken behandeling ondergaan. Die behandeling bestond uit
wekelijkse bijeenkomsten van een uur, gedurende 12 weken, inclusief het gebruik van
nicotinepleisters en nicotine kauwgom. Het toevoegen van Bupropion aan de intensieve
behandeling bleek tot een significante vermindering van het aantal gerookte sigaretten en
tot een significant hoger percentage stoppers te leiden: 50% tot 100% meer dan in de
16
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
placebo-groep. De terugval na afloop van de behandeling was echter hoog. Het gebruik
van anti-psychotische middelen is gedurende het onderzoek constant gehouden en er is
geen verband gevonden met het effect van de interventie.
De publicatie van Evins uit 2001 betreft een onderzoek onder 18 schizofrenie patiënten
met anti-psychotische medicatie, die allemaal een stoppen-met-roken advies kregen en
een stoppen-met-roken programma volgden. De interventie betrof een 12 weken durend
gebruik van Bupropion versus een placebo bovenop de gebruikelijke medicatie en
behandeling. Slechts een deelnemer (in de interventiegroep) bleek tijdens het onderzoek
te zijn gestopt met roken en dat ook vol te hebben gehouden tot aan de laatste meting. Na
de behandeling en bij de nameting werd in de interventiegroep wel minder gerookt dan in
de controlegroep. In de interventiegroep werd op elk meetmoment significant minder
gerookt dan aan de start van het onderzoek, terwijl in de controlegroep ook minder
gerookt werd, maar het verschil was nooit significant. Een mogelijk verband van de
uitkomsten met het gebruik van anti-psychotica wordt niet vermeld.
Baker e.a. (2006) beschrijven een studie onder 298 patiënten waarin intensieve
behandeling, inclusief motivational interviewing, cognitieve gedragstherapie en nicotine
replacement therapy (zoals nicotine pleisters) als aanvulling op de standaard behandeling
wordt vergeleken met alleen de standaard behandeling. Er werd na 12 maanden geen
significant verschil gevonden tussen beide groepen in het aantal dat gestopt was met
roken, wel bleek in de interventiegroep bij de patiënten die alle sessies hadden
bijgewoond significant meer mensen gestopt te zijn bij de follow-up metingen of minder
te roken dan degenen die niet alle sessies hadden bijgewoond. Medicatie wordt verder
niet genoemd.
Het onderzoek van George onder 59 schizofrenie patiënten betreft een vergelijking tussen
bupropion + nicotine pleister versus placebo + nicotine pleister beide gecombineerd met
gedragstherapie gericht op stoppen met roken. Op korte termijn was er een significant
verschil tussen beide groepen, met meer stoppers in de interventiegroep, maar op langere
termijn was dat verschil niet meer significant. Anti-psychotische medicatie is niet in de
analyses betrokken.
In het onderzoek van Chou onder 68 schizofrenie patiënten is gekeken naar het effect van
nicotinepleisters als toevoeging aan een stoppen-met-roken programma. De
interventiegroep bleek significant minder nicotine-afhankelijk en rookte na drie maanden
significant minder sigaretten dan de controle groep. Er is niet vermeld hoeveel patiënten
anti-psychotica slikten en dus ook niet of er een relatie is met de interventie.
De publicatie van Evins (2004) is een verslag van een follow-up meting, twee jaar na een
interventie waarin medicatie (bupropion) is toegevoegd aan cognitieve gedragstherapie.
Gebleken is dat deelnemers die na afloop van de interventie significant minder waren
gaan roken na twee jaar vaker waren gestopt dan de overige deelnemers. Deze uitkomst
werd bevestigd door CO-metingen. Aan het eind van de interventie was één persoon
gestopt met roken (6%), bij de nameting na 2 jaar waren 4 personen (22%, twee uit de
interventiegroep en twee uit de controlegroep) gestopt met roken, maar 3 van die 4 kregen
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
17
tijdens de interventie of daarna bupropion voorgeschreven. Evins (2004) rapporteert
verder dat er na twee jaar geen verschil in rookgedrag is gevonden tussen deelnemers die
een conventioneel anti-psychoticum gebruikten en deelnemers die een atypisch middel
(waaronder clozapine) gebruikten.
Tabel 3.1
onderzoeken naar de effecten van stoppen-met-roken interventies bij mensen
met een psychiatrische aandoening
publicaties
interventie
resultaat
gerandomiseerd onderzoek
McFall M.
geïntegreerde zorg
e.a. (2010)
versus standaard zorg
met verwijzing naar
stoppen met roken
behandeling
Hall SM.
e.a. (2006)
Evins AE.
e.a. (2007)
Evins AE.
e.a. (2001)
Baker A.
e.a. (2006)
George TP.
e.a. (2008)
Chou KR.
e.a. (2004)
geïntegreerde zorg was significant beter dan
standaardzorg, met het grootste verschil op 6 maanden
na de interventie op zowel de uitkomstmaat ‘tenminste 7
dagen niet gerookt hebben’ als de uitkomstmaat
‘tenminste 30 dagen niet gerookt hebben’ en nog steeds
een significant verschil 18 maanden na de interventie.
computerized
in de interventiegroep was het aantal stoppers groter dan
motivational feedback
in de controlegroep, de interventie lijkt vooral de kans te
versus korte contacten
vergroten dat zware rokers (20 of meer sigaretten per
dag) een stoppoging doen en vooral bij mensen die al van
plan waren te gaan stoppen met roken.
medicatie (bupropion)
het toevoegen van bupropion aan een groepstherapie
versus placebo en
behandeling met kortdurende of langdurende nicotinegroepstherapie
replacement therapie (pleister of kauwgom) had
significant meer effect op het verminderen van het roken
dan toevoegen van een placebo. In de interventiegroep
had 52% na 8 weken gedurende 4 weken niet gerookt, in
de controlegroep was dat 19%. Echter, de terugval na
afloop van de behandeling was hoog.
medicatie (bupropion)
na afloop van de behandeling en zes maanden daarna
versus placebo en
waren in de interventiegroep significant meer patiënten
groepstherapie
geminderd met roken dan in de controlegroep, maar er
was maar één patiënt (in de interventiegroep) blijvend
gestopt met roken.
motivational
geen verschil tussen interventiegroep en controle groep
interviewing, cognitieve in stoppen met roken, maar van de deelnemers die alle
gedragstherapie en
sessies bijwoonden stopten er meer met roken en waren
nicotine replacement
er meer na 3 maanden nog steeds gestopt, er was een
therapie versus
sterke dosis-respons relatie tussen deelname aan de
standaard behandeling
behandelsessies en vermindering van het roken.
medicatie (bupropion)
Bupropion plus nicotine pleister had significant meer
versus placebo met
effect op stoppen met roken dan placebo plus nicotine
nicotinepleister en
pleister bij een meting direct na de interventie (34,5%
groepstherapie
versus 10,3%), maar niet bij een nameting na 6 maanden
nicotinepleisters en
patiënten in de interventiegroep bleken na afloop en 3
wekelijks contact versus maanden later significant minder afhankelijk van
niets
nicotine en significant minder sigaretten te roken dan de
patiënten in de controlegroep, bevestigd door metingen
van CO in de adem.
- tabel 3.1 wordt vervolgd
18
-
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
- vervolg tabel 3.1 -
publicaties
interventie
resultaat
Evins AE.
e.a. (2004)
follow-up analyse
medicatie (bupropion)
versus placebo en
groepstherapie
McFall M.
e.a. (2005)
geïntegreerde versus
aparte stoppen-metroken behandeling
deelnemers die na afloop van de interventie significant
minder rookten dan daarvoor waren na twee jaar vaker
gestopt dan de overige deelnemers. Deelnemers in de
controlegroep die gestopt waren met roken bleken in de
tussentijd bupropion gebruikt te hebben.
deelnemers in geïntegreerde zorg kregen significant
vaker nicotine pleisters en –kauwgom voorgeschreven
en waren significant vaker gestopt met roken, maar het
verschil tussen de groepen op de primaire uitkomstmaat
was niet significant
geen significant verschil op basis van cotinine meting na
20 weken, wel op basis van de CO meting, zowel na 20
als na 36 weken
geen significant verschil ten aanzien van gestopt zijn
met roken
Gallagher
SM. e.a.
(2007)
Evins AE.
e.a. (2008)
groepstherapie met of
zonder nicotinepleister
en zelfstoppers
nicotinepleisters en
gedragstherapie met of
zonder medicatie
MacPherson groepstherapie met of
L. e.a.
zonder nicotinepleister
(2010)
Williams
JM. e.a.
(2010)
twee vormen van
behavioral counseling
Hebert KK.
(2010)
dissertation
Weiner E.
e.a. (2012)
standaard zorg plus
aanvullende counseling
versus standaard zorg
medicatie versus
placebo en
groepstherapie
Vickers KS. exercise counseling
e.a. (2009)
versus health education
quasi-experimenteel onderzoek
Brown RA. motivational
e.a. (2003)
interviewing of kort
advies
deelnemers in de gerichte therapiegroep hadden een
significant grotere kans om zeven dagen niet te roken,
maar blijvend niet roken verschilde niet tussen de
groepen.
geen significant verschil in uitkomsten wat betreft het
blijvend gestopt zijn met roken, zowel na zes maanden
als na 12 maanden. Maar ongeacht de groep, hoe meer
sessies, hoe groter de kans op stoppen met roken
meer deelnemers in de interventiegroep stopten met
roken, maar het verschil was niet significant vanwege de
te kleine groep
geen significante verschillen gevonden op de
uitkomstmaten: vier weken gestopt zijn met roken of
minder roken
geen significante verschillen gevonden op de stoppenmet-roken uitkomst
geen significant verschil op de uitkomstmaten: stoppen
met roken, pogingen tot stoppen en vermindering van
het roken. Wel significant meer vertrouwen in het eigen
kunnen ten aanzien van stoppen met roken.
Het onderzoek van McFall e.a. (2005) betreft 66 veteranen met PTSD die deels
geïntegreerde en deels losstaande stoppen-met-roken behandeling ontvingen. De primaire
uitkomstmaat is het gestopt zijn met roken, gedefinieerd als: tenminste 7 dagen niet
gerookt hebbend. Deelnemers in geïntegreerde zorg kregen significant vaker nicotine
pleisters en –kauwgom voorgeschreven en waren significant vaker gestopt met roken,
maar het verschil tussen de groepen op de primaire uitkomstmaat was niet significant, als
gevolg van onvoldoende power van de studie.
In het onderzoek van Gallagher e.a. (2007) werden 180 psychiatrische patiënten verdeeld
over drie onderzoekscondities: groepstherapie, groepstherapie plus nicotine pleisters en
geen gerichte stoppen-met-roken interventie. De uitval was groot en er werd geen
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
19
significant verschil tussen de groepen gevonden op basis van cotinine (een stofje in het
speeksel) meting na 20 weken. Er werden wel significante verschillen gevonden op basis
van de CO (uitgeademde lucht) meting, zowel na 20 als na 36 weken, met groepstherapie
als enige significante voorspeller. Nicotine pleisters leverden nauwelijks een bijdrage
daaraan.
De publicatie van Evins e.a. uit 2008 beschrijft een onderzoek onder 199 depressieve
patiënten die allemaal nicotine pleisters gebruiken en gedragstherapie volgen, waarbij de
helft bupropion krijgt en de andere helft een placebo. Een intention-to-treat analyse
(waarbij uitvallers meegerekend worden) vond geen significant verschil ten aanzien van
gestopt zijn met roken.
In het onderzoek van McPherson e.a. (2010) onder 68 depressieve patiënten wordt een
gedragstherapie gericht op het stoppen met roken vergeleken met standaard
(groeps)therapie, beide inclusief nicotine pleisters. Deelnemers in de gerichte
therapiegroep hadden een significant grotere kans om zeven dagen niet te roken, maar
blijvend niet roken verschilde niet tussen de groepen.
Williams e.a. (2010) beschrijven twee vormen van ‘behavioral counseling’ bij 87
patiënten die allen nicotine pleisters en voorlichting kregen. De interventie was een zeer
intensieve vorm van therapie met 24 sessies van 45 minuten en een matig intensieve vorm
met 9 sessies van 20 minuten. Er is geen significant verschil gevonden in uitkomsten wat
betreft het blijvend gestopt zijn met roken, zowel na zes maanden als na 12 maanden.
Maar ongeacht de groep, hoe meer sessies men had bijgewoond, hoe groter de kans dat
men stopte met roken.
In het proefschrift van Hebert (2010) wordt een studie beschreven waarbij 92 depressieve
patiënten, die zelf vragen om hulp bij het stoppen met roken, gerandomiseerd zijn over
een groep met standaard zorg met 5 telefonische sessies binnen een maand en een
interventiegroep met 15 sessies gedurende 2 maanden. Meer deelnemers in de
interventiegroep stopten met roken, maar het verschil was niet significant vanwege de te
kleine groepen.
De publicatie van Weiner e.a. (2012) beschrijft een studie met 32 ambulante
psychiatrische patiënten, verdeeld over een groep die bupropion ontvangt gedurende 12
weken en een groep die een placebo ontvangt, beide naast de standaard behandeling. Er
zijn geen significante verschillen gevonden op de uitkomstmaten: vier weken gestopt zijn
met roken of minder roken
Vickers e.a. (2009) beschrijven een pilot studie onder 60 depressieve patiënten waarbij
onderzocht wordt of beweging kan helpen bij het stoppen met roken. Er zijn geen
significante verschillen gevonden op de stoppen-met-roken uitkomst.
In de quasi-experimentele studie van Brown onder 191 jongeren met een psychiatrische
aandoening is motivational interviewing vergeleken met een kort advies en informatie
over stoppen met roken. Ten aanzien van de uitkomstmaten stoppen met roken, pogingen
20
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
tot stoppen met roken, lengte van de stoppoging en vermindering van het aantal
sigaretten, bleek er geen verschil tussen beide groepen. Wel bleek motivational
interviewing significant bij te dragen aan het vertrouwen van de jongeren, met name
jongens, in eigen kunnen om van het roken af te blijven. Medicatie is in deze studie niet
genoemd.
Conclusie ten aanzien van stoppen met roken interventies.
Aanwezige studies
Er zijn 30 publicaties geïncludeerd (zie bijlagen 2 en 3) die een interventieonderzoek
beschrijven gericht op het stoppen met roken, waarvan 13 als doelgroep expliciet
schizofrenie patiënten hebben, of patiënten met meerdere psychiatrische aandoeningen
waaronder schizofrenie. Acht studies zijn gehouden bij mensen met (ernstig) depressieve
klachten, vier studies zijn gehouden bij patiënten met een posttraumatisch stresssyndroom
(PTSD). In vijf studies is de doelgroep ruim omschreven als ‘psychiatrische diagnose’ of
‘verschillende diagnoses’.
Interventies
De meest onderzochte interventie in de 30 gevonden publicaties is een vorm van
gedragstherapie (12 keer). Daarna volgen medicatie (7 keer), cognitieve gedragstherapie
(7 keer) en ‘nicotine replacement therapy’, dat wil zeggen: nicotine pleisters of kauwgom
(7 keer) en motivational interviewing (6 keer). Drie maal wordt een vorm van
geïntegreerde zorg onderzocht en ook drie maal een vorm van counseling.
Effecten
Van de 30 opgespoorde studies zijn er negen (acht gerandomiseerde studies en een quasiexperimentele studie) van een methodologisch aanvaardbaar niveau en binnen die negen
studies laten er drie een overwegend positief effect zien (McFall M. e.a. (2010), Evins
AE. e.a. (2007) en Chou KR. e.a. (2004)), hebben er vijf een gemengd resultaat en laat er
één weinig tot geen resultaat zien (Brown RA. e.a. (2003)). Het gebruik van
antipsychotica speelt bij deze studies eigenlijk geen rol. Een in de behandeling
geïntegreerde interventie om te stoppen met roken heeft aantoonbaar beter resultaat dan
een losstaande interventie (McFall M. e.a. (2010)), het gebruik van Bupropion als
medicatie en van nicotinepleisters kunnen een behandeling effectiever maken (Evins AE.
e.a. (2007), Chou KR. e.a. (2004)), maar een gevonden effect kort na de interventie kan
bij een follow-up meting weer verdwenen zijn (George TP. e.a. (2008)).
3.2
Interventies om af te vallen dan wel niet aan te komen
Het literatuuronderzoek heeft 40 publicaties opgeleverd waarin resultaten gepresenteerd
zijn van onderzoek naar het voorkómen van verdere gewichtstoename of het bevorderen
van gewichtsverlies. Het betreft 19 gerandomiseerde studies, 8 studies met een quasiexperimentele opzet, 11 studies met een pre-post design en 2 case studies. In bijlage 2,
tabel B, staat een overzicht van de geïncludeerde studies met betrekking tot
gewichtmanagement, gerangschikt naar soort onderzoek en score voor methodologische
kwaliteit. Daarbij is kort de interventie beschreven, het gebruik van antipsychotica (voor
zover vermeld) en de belangrijkste beperking van de studie. In bijlage 3, tabel F, staan
dezelfde publicaties gerangschikt naar soort onderzoek en jaar van publicatie. Daarin zijn
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
21
gegevens opgenomen over de omvang van de steekproef, de gemiddelde leeftijd van de
patiënten en de patiëntcategorie waartoe zij behoren en de duur van de beschreven
interventie.
Van de 19 publicaties over gerandomiseerde trials hebben zes een score voor de
methodologische kwaliteit hoger dan 10. Bij de overige publicaties zijn er nog twee met
een score boven de 10. De gemiddelde score voor de methodologische kwaliteit van de
publicaties over gewicht management interventies is 8,7. De meeste studies (85%) zijn op
één plek of binnen één instituut uitgevoerd, alle studies presenteren uitgangswaarden en
gebruiken objectieve uitkomstmaten. Daar staat tegenover dat maar de helft van de
studies (50%) de uitvallers in de resultaten heeft meegeteld en dat in minder dan een op
de vijf studies (17,5%) de metingen en analyses ‘blind’ zijn uitgevoerd, dat wil zeggen:
zonder dat de persoon die de metingen verricht of de data analyseert weet of de
betreffende persoon deel uit maakt van de interventiegroep of van de controlegroep.
De interventies variëren van dieetadvies en gezondheidsvoorlichting met of zonder een
vorm van bewegen, tot uitgebreide programma’s zoals ‘Solutions for Wellness’ en
‘Healthy Living’. Het ‘Solutions for Wellness’ programma is gericht op het bevorderen
van een gezonde lifestyle met als voornaamste elementen: een gezonder dieet en meer
beweging. Het bestaat uit 12 groepslessen (meestal wekelijks) over voeding,
eetgewoontes, fysieke activiteiten en houding en gedrag in het algemeen, gegeven door
daar speciaal in getrainde zorgverleners en bedoeld voor patiënten met ernstige
psychiatrische aandoeningen. Het ‘Healthy Living’ programma lijkt daar op en bestaat
ook uit een 12 weken durend programma waarin aandacht besteed wordt aan voeding,
beweging en gedrag en dat specifiek is gericht op volwassenen met schizofrenie.
Uitkomsten
In tabel 3.2 zijn de interventie en de belangrijkste resultaten weergegeven van de 19
publicaties over gerandomiseerd onderzoek en de overige twee met voldoende
methodologische kwaliteit. Ze worden hieronder stuk voor stuk kort besproken.
In de studie van McCreadie e.a. werden 102 schizofrenie patiënten verdeeld in drie
groepen, waarbij een groep naast de gebruikelijke behandeling gratis fruit en groente
ontving plus instructies hoe gezond te eten en gezond eten klaar te maken, een groep
naast de gebruikelijke behandeling alleen gratis fruit en groente ontving en een groep
alleen de gebruikelijke behandeling onderging. Uitkomstmaten waren eetgewoontes
(aantal porties fruit en groente per week), en daarnaast bloedwaarden, mentale status,
BMI (body mass index), fysieke activiteit en cardiovasculair risico. Op de eerste
uitkomstmaat vertoonden de groepen na 12 maanden geen verschil, hoewel er direct na
afloop van de interventie (na 6 maanden) wel een significant verschil was met een hogere
consumptie groente en fruit in de twee groepen die dat gratis hadden gekregen. Op alle
andere uitkomstmaten was er geen significant verschil tussen de groepen na 12 maanden.
Medicatie is in deze publicatie niet genoemd.
De studie van Littrell e.a. (70 patiënten die anti-psychotica slikken) maakt gebruik van
het Solutions for Wellness programma en de belangrijkste uitkomstmaten zijn gewicht en
BMI. Alle patiënten kregen aan het begin van de studie olanzapine voorgeschreven. In de
interventiegroep werd gemiddeld geen verandering van het gewicht gevonden, terwijl in
22
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
de controlegroep het gemiddelde gewicht na zes maanden significant was toegenomen.
Invloed van de medicatie was niet te meten.
In de studie van Wu e.a. onder 128 patiënten met schizofrenie zijn vier condities naast
elkaar onderzocht, waarvan twee met lifestyle interventies. Conditie 1: medicatie
(metformin) plus standaard zorg, conditie 2: placebo plus standaard zorg, conditie 3:
lifestyle interventie (psycho-educatie, dieet en bewegingsprogramma) plus medicatie
(metformin), conditie 4: lifestyle interventie plus placebo. Na 12 weken liet de
placebogroep gemiddeld een gewichtstoename zien terwijl de andere drie groepen
gewichtsafname lieten zien, met de sterkste afname in die groep waar lifestyle
interventies gecombineerd werden met aanvullende medicatie. Ook werd een verlaging
van de glucose- en insulinewaarden gevonden, behalve in de placebogroep. Er werd geen
relatie vastgesteld met de anti-psychotische medicatie.
De studie van Brar e.a. onder 71 patiënten vindt bij de intention-to-treat analyse
statistisch significant gewichtsverlies en verlaging van het BMI in beide
behandelgroepen, dat wil zeggen, zowel na een serie van maximaal 20
gedragstherapiesessies gericht op gewichtsverlies als na gebruikelijke zorg zonder
specifieke aandacht voor gewichtverlies. Wanneer de niet-deelnemers (patiënten die al
voor de start van de behandeling afzagen van deelname) worden weggelaten uit de
analyse blijken in de gedragstherapie groep meer mensen meer dan 5% gewicht verloren
te hebben dan in de standaard zorg groep. Hetzelfde blijkt het geval als de uitvallers uit de
analyse weggelaten worden. Medicatie is in de analyses niet meegenomen.
In het onderzoek van Álvarez-Jiménez e.a. onder 61 patiënten is een geprotocolleerd
interventieprogramma, bestaande uit informatie en voorlichting, dieetadvisering,
beweging en gedragstherapie, vergeleken met routine zorg, bestaande uit informatie,
gewichtscontrole en advies. Voor de randomisering in interventie- en controlegroep
waren de patiënten verdeeld over drie anti-psychose-medicatie groepen. Hoewel zowel in
de interventie- als in de controlegroep het gemiddelde gewicht bleek toegenomen, was dat
in de interventiegroep significant minder dan in de controlegroep. Rekening houdend met
de anti-psychose medicatie was het verschil tussen interventie- en controlegroep het
grootst in de groep olanzapine gebruikers, gevolgd door de groep risperidone gebruikers.
In de groep haloperidol gebruikers was geen significant verschil gevonden tussen
interventiegroep en controlegroep. Als gekeken werd naar BMI in plaats van gewicht
werden dezelfde verbanden gevonden.
De studie van Kwon e.a. betreft 48 patiënten die allen olanzapine gebruiken. De
interventie bestond uit een dieet- en bewegingsprogramma, inclusief een voedseldagboek
en voedselvoorlichting en een bewegingsdagboek en bewegingsvoorlichting. De
controlegroep kreeg geen specifieke behandeling. Gewichtverlies en afname van BMI na
12 weken was groter in de interventiegroep dan in de controlegroep. Er waren geen
significante verschillen in bloeddruk of laboratoriumwaarden na 12 weken.
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
23
Tabel 3.2
publicaties
onderzoeken naar de effecten van gewichtsmanagement interventies bij
mensen met een psychiatrische aandoening
interventie
resultaat
gerandomiseerd onderzoek
McCreadie
gratis groente en
RG. e.a.
fruit, dieet adviezen
(2005)
en instructie versus
gratis groente en
fruit versus
standaard zorg
Littrell KH.
e.a. (2003)
Wu RR. e.a.
(2008)
Brar JS. e.a.
(2005)
AlvarezJimenez M.
e.a. (2006)
Kwon JS. e.a.
(2006)
Weber M. &
Wyme K..
(2006)
Wu MK. e.a.
(2007)
Khazaal Y.
e.a. (2007)
Milano W.
e.a. (2007)
wel verschil tussen groepen direct aan het eind van de
interventie, maar niet.12 maanden na afsluiting van de
interventie in primaire uitkomstmaat: consumptie van fruit
en groente. Op geen enkel moment significante verschillen
tussen groepen op bloedwaarden, mentale status, BMI,
fysieke activiteit en risico op hart- en vaatziekten. Ook
geen significante wijzigingen in dieet of eetgewoontes van
de patiënten.
‘Solutions of
significant verschil in verandering van gewicht, zowel
Wellness’
direct na de interventie als 2 maanden later, waarbij de
programma versus
interventiegroep vrijwel op gewicht is gebleven en de
standaard zorg
controlegroep is aangekomen.
medicatie versus
op de primaire uitkomstmaten gewicht, BMI en
placebo en psycho- tailleomvang lieten de drie interventie groepen
educatie, dieet en
significante verbeteringen zien, maar de placebo groep
bewegingsprogram niet. De lifestyle plus metformin groep liet significant
ma versus standaard betere resultaten zien dan de andere groepen, ook op
zorg
glucose en insuline waarden.
gedragstherapie
in beide groepen werd significant gewichtverlies gemeten
gewichtsverlies
en het verschil tussen de groepen was niet significant.
versus standaard
Meer mensen in de interventiegroep raakten meer dan 5%
zorg
van hun gewicht kwijt dan in de controlegroep als de nietdeelnemers uit de analyse werden weggelaten en ook als
de uitvallers uit de analyse werden weggelaten.
vroege
in de interventiegroep was de gewichttoename significant
gedragsinterventie
minder dan in de controlegroep, evenals de toename in
versus routine zorg BMI, ook als rekening gehouden werd met de antipsychotische medicatie.
dieet en beweging
significant groter gewichtsverlies en verandering van BMI
management
in interventiegroep, geen significante verschillen in
psychiatrische symptomen, bloedwaarden of andere
laboratoriumwaarden
cognitieve/gedrags- geen significant verschil in gewicht, taille-heup-ratio of
therapie versus
BMI
gebruikelijke zorg
calorie-beperkt dieet significant meer gewichtsverlies en verlaagd BMI,
en beweging versus tailleomvang en heupomvang in de interventiegroep na zes
geen interventie
en na 12 maanden, wisselend beeld voor relevante
laboratoriumwaarden
cognitieve/gedrags- significant verschil tussen de groepen op twee van de drie
therapie versus korte opvattingen-schalen, maar niet op gewicht, maar in de
voedingsvoorlichting interventiegroep was het gemiddelde gewicht afgenomen,
in de controlegroep toegenomen
afvaldieet en
in beide groepen toename van gewicht en BMI, in de
beweging versus
controlegroep meer dan in de interventiegroep
standaard zorg
- tabel 3.2 wordt vervolgd
24
-
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
- vervolg tabel 3.2 –
publicaties
interventie
resultaat
Gillhof K. e.a. groepsbijeenkomsten significante reductie van het BMI in interventiegroep,
(2010)
en fitness training
significant verschil in de mate van verandering tussen de
versus standaard
groepen, geen significant effect op cardiovasculaire en
zorg
metabole parameters
Iglesiasvoorlichting en
geen significante verschillen gevonden in gewicht of BMI,
Garciá C. e.a. counseling m.b.t.
niet tussen de groepen en niet binnen de groepen
(2010)
dieet, bewegen en
gezonde gewoonten
versus standaard
zorg
Evans S. e.a. individuele
interventiegroep significant minder aangekomen en
(2005)
voedingsadviezen
significant kleinere verandering van het BMI en
versus standaard
tailleomvang dan de controlegroep
zorg
Brown S. e.a. health promotion
in de interventiegroep meer gewichtverlies dan in de
(2009)
sessies versus
controlegroep maar geen significant verschil als rekening
standaard zorg
gehouden werd met medicatie-gerelateerde risico’s.
Methapatara
gezond-leven
gewichtsverandering was bij laatste meting significant
W. &
brochure met of
verschillend tussen beide groepen. In de interventiegroep
Srisurapanont zonder motivational was het gewicht significant verder afgenomen dan in de
M. (2011)
interview
controlegroep.
Jean-Baptiste gedragsinterventie
In eerste interventiegroep significant meer gewichtsverlies
M. e.a. (2007) versus standaard
dan in controle/wachtlijstgroep, gewichtverlies zette door
zorg
na afloop van de interventie.
Brown C. &
gewichtverlies
geen significant verschil in verandering
Smith E..
strategieën versus
gewicht,.significant beter eetpatroon en meer beweging in
(2011)
standaard zorg
de interventiegroep, maar uitval was groot.
Cordes J. e.a. gewichtmanagement gewichtstoename was minder in de interventiegroep dan in
(2011)
groepsessies versus de controlegroep, maar uitval was groot
standaard zorg
Mauri M. e.a. psycho-educatie
significant gewichtverlies op elk meetmoment in de
(2008)
programma versus
interventiegroep maar niet in de controlegroep met na 12
standaard zorg
weken een gemiddelde afname in de interventiegroep van
3,6 kg en een gemiddelde toename in de controlegroep
van 0,2 kg en na 24 weken een gemiddelde afname in
beide groepen van respectievelijk 4,5 kg en 3,4 kg ten
opzichte van de uitgangswaarden. Vergelijkbare
veranderingen zijn gezien voor BMI
quasi-experimenteel onderzoek
Menza M. e.a. Healthy Living
significant gewichtsverlies en afname van BMI in
(2004)
programma met
interventiegroep, evenals significante verbetering in
gedragsinterventies bloeddruk, bloedwaarden, hoeveelheid beweging en
en motivational
kennis van voeding, maar niet in cholesterolwaarden
counseling versus
standaard zorg
Voruganti
activeringsprogram- weinig verandering in gehanteerde symptoomscores maar
LNP. e.a.
ma versus wachtlijst significante verbetering van ‘self-esteem’ en algemeen
(2006)
functioneren en significant gewichtsverlies in de
interventiegroep
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
25
Weber en Wyne (2006) beschrijven een onderzoek bij 17 psychiatrische patiënten die
antipsychotica gebruiken, waarbij de helft cognitieve gedragstherapie krijgt, bestaande uit
wekelijks een groepsbijeenkomst van een uur gedurende 16 weken en de nadere helft
gebruikelijke zorg, inclusief eens in de vier weken wegen en opmeten. De
gedragstherapiegroep viel meer af, maar de verschillen in gewicht, taille-heup-ratio en
BMI waren niet significant.
In de studie van Wu e.a. (2007) onder 53 schizofrene patiënten die clozapine gebruiken
en overgewicht hebben, krijgt de interventiegroep een dieet voorgeschreven (caloriebeperkt) en een zes maanden durend bewegingsprogramma (wandelen of traplopen
gedurende 60 minuten, drie dagen per week). De interventiegroep verloor significant
meer gewicht en verlaagde het BMI, de tailleomvang en de heupomvang significant meer
dan de controlegroep na zes en na 12 maanden. Relevante laboratoriumwaarden lieten een
wisselend beeld zien: triglyceride niveau was na zes maanden in de interventiegroep
significant lager dan in de controlegroep, maar na 12 maanden niet. Andere waarden
lieten geen verschil zien tussen de groepen.
Khazaal e.a. (2007) beschrijven een studie onder 61 patiënten die antipsychotica
gebruiken, naar het effect van cognitieve gedragstherapie op eetgedrag en gewichtgerelateerde opvattingen. De interventie is specifiek ontwikkeld voor patiënten met een
ernstige psychiatrische aandoening en bestaat uit 12 twee uur durende wekelijkse sessies.
De eerste sessie is een motivational groepsinterview, in de daarop volgende sessies wordt
aan een scala van onderwerpen aandacht besteed, zoals zelfobservatie van het eetgedrag,
cognitieve herstructurering van niet passende opvattingen over gewicht en eetgedrag,
gedragsbeïnvloeding gericht op matigen. De controlegroep kreeg een twee uur durende
voorlichtingsbijeenkomst, afgesloten met een samenvatting en voedingsaanbevelingen op
papier en de aansporing de aanbevelingen te volgen en te proberen gewicht te verliezen.
Analyses lieten een significant verschil tussen de groepen zien op twee van de drie
opvattingen-schalen, maar niet op gewicht. Bij analyse binnen de groepen bleek over een
periode van 24 weken in de interventiegroep het gemiddelde gewicht te zijn afgenomen
(3,5 kg), terwijl het in de controlegroep was toegenomen (0,6 kg). Verandering van
medicatie door enkele patiënten bleek geen invloed op de resultaten te hebben.
De studie van Milano e.a. (2007), met 36 psychiatrische patiënten die olanzapine
gebruiken, betreft een vergelijking tussen een calorie-beperkt dieet plus oefeningen (3x
per week gedurende 30-60 minuten) versus geen speciale interventie. In beide groepen
was sprake van gewichtstoename en toename van het BMI, in de controlegroep meer dan
in de interventiegroep. Het verschil is niet getoetst op significantie.
In de studie van Gillhoff e;a; (2010) bij 50 patiënten met een bipolaire stoornis wordt een
brede lifestyle interventie met groepssessies en wekelijkse fitnesstraining vergeleken met
het op de wachtlijst staan. Analyses laten zien dat de interventie geleid heeft tot een
significante reductie van het BMI terwijl in de controlegroep het BMI toenam. Er was een
significant verschil in de mate van verandering tussen de groepen, maar alleen bij
vrouwelijke patiënten. Dezelfde tendens werd gevonden met gewicht als uitkomstmaat,
maar die was niet significant. De interventie had geen significant effect op
26
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
cardiovasculaire en metabole parameters.
Iglesias-Garcia e.a. (2010) beschrijft een studie met 15 schizofrene patiënten die
antipsychotica gebruiken. De helft kreeg een gestructureerd educatief programma
aangeboden, bestaande uit informatie en counseling op drie terreinen: voeding, beweging
en gezonde gewoontes, en zelfvertrouwen. Uitkomstmaten waren gewicht, BMI,
tailleomvang, bloeddruk en hartslag. Er werden geen significante verschillen gevonden in
gewicht of BMI, niet tussen de groepen en niet binnen de groepen. Wel trad in beide
groepen een kleine maar significante vermindering van de tailleomvang op.
In de studie van Evans e.a. (2005), onder 51 patiënten die in de voorgaande drie maanden
olanzapine voorgeschreven hadden gekregen, wordt een interventiegroep die zes
individuele voedingsvoorlichtingssessies binnen een periode van drie maanden plus
voorlichtingsbrochure krijgt aangeboden vergeleken met een controlegroep die alleen de
voorlichtingsbrochure krijgt. Uitkomstmaten waren gewicht, tailleomvang en BMI. Na
drie maanden was de interventiegroep significant minder aangekomen (2 kg versus 6 kg
in de controlegroep) en had een significant kleinere verandering van het BMI en
tailleomvang dan de controlegroep. Ook waren er significante verschillen tussen de
groepen in activiteitenniveau, waarbij de interventiegroep zichzelf als actiever omschreef
dan de controlegroep. Na zes maanden werden vergelijkbare verschillen gevonden wat
betreft gewicht en BMI, maar de uitval was erg groot.
Brown e.a. (2011) beschrijven een onderzoek onder 136 patiënten met een ernstige
psychiatrische stoornis naar het effect van een gewichtverlies programma. De interventie
is een 12 maanden durend programma, waarvan drie maanden intensieve benadering, met
wekelijks een drie uur durende sessie over voeding, activiteit en doelen stellen,
gecombineerd met samen eten en bewegen, drie maanden ‘onderhoudscontact’ met een
keer in de maand een drie uur durende sessie en een wekelijks telefonisch contact en zes
maanden af en toe nog contact. Hoewel in de interventiegroep meer gewichtverlies optrad
dan in de controlegroep was er geen significant verschil als rekening gehouden werd met
medicatie-gerelateerde risico’s.
Methapatara en Srisurapanont (2011) beschrijven 64 schizofrene patiënten die allemaal
een brochure ontvingen over gezond leven. De helft ontving daarnaast een programma
bestaande uit vijf sessies van een uur met onder andere individuele motivational
interviewing gericht op obesitas/overgewicht en het nut van een dagelijkse wandeling,
een groepssessie met voorlichting over voeding, beweging en de introductie van de
pedometer en het oefenen met de pedometer. Primaire uitkomstmaat was verandering in
gewicht. Het gewicht in de interventiegroep nam meer af dan in de controlegroep, maar
van de drie meetmomenten (week 4, week 8 en week 12) was alleen op week 12 de
gewichtsverandering significant verschillend tussen beide groepen (gemiddeld 2,21 kg).
Het aantal patiënten met een significante vermindering van het gewicht was groter in de
interventiegroep dan in de controlegroep.
In de studie van Jean-Baptiste e.a. (2007) onder 16 psychiatrische patiënten met
antipsychotische medicatie, kreeg de helft een gedragsinterventie bestaande uit
wekelijkse groepssessies met een psychiater en een diëtist, terwijl de andere helft op de
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
27
wachtlijst stond. Na afloop van de interventie kreeg de wachtlijstgroep ook de interventie
aangeboden. Uitkomstmaten als gewicht en bloeddruk werden wekelijks gemeten tijdens
de interventie en maandelijks na de interventie. Bloedwaardes werden aan het begin en
eind van de interventie gemeten en 6 maanden later. In de eerste interventiegroep trad
significant meer gewichtsverlies op vergeleken met de controle/wachtlijstgroep en het
gewichtverlies zette door na afloop van de interventie.
Brown en Smith (2009) beschrijven een onderzoek waarin eerst zorgverleners werden
getraind om gezondheidsvoorlichting te geven als onderdeel van het reguliere zorgplan.
27 patiënten met ernstige psychische stoornis werden gerandomiseerd over twee groepen,
een interventiegroep die vijf gezondheidsvoorlichtingsessies kreeg en een controlegroep
die standaard zorg kreeg. De interventiegroep verloor wat gewicht en de controlegroep
werd wat zwaarder, maar het verschil was niet statistisch significant. Het eetpatroon in de
interventiegroep was significant verbeterd (bv. meer groente en fruit) en men bewoog ook
meer dan de controlegroep, maar de uitval uit de interventiegroep was groot (33%).
Ook de studie van Cordes e.a. (2011) bij 74 patiënten die pas kort olanzapine gebruiken,
heeft ook de verandering van gewicht als primaire uitkomstmaat. De interventie was een
gestructureerd gewichtmanagement programma, bestaande uit 12 tweewekelijkse
groepssessies, geleid door een diëtist, gespecialiseerd in het counselen van psychiatrische
patiënten. De groepssessies boden een combinatie van voorlichting, beweging en
gedragstherapie. Analyses lieten op de meeste uitkomstvariabelen geen verschillen zien.
Het olanzapine gebruik was geassocieerd met een significante gewichtstoename, hoewel
minder in de interventiegroep dan in de controlegroep, maar dit zou ook toegeschreven
kunnen worden aan de hoge uitval (66%).
De publicatie van Mauri e.a. (2008) betreft een studie met 49 patiënten die met
olanzapine werden behandeld. De interventie was een psycho-educatie programma met
wekelijkse, 30 minuten durende bijeenkomsten. De controlegroep ontving na 12 weken
ook de interventie. Gewicht en BMI waren de primaire uitkomstmaten. Een significant
gewichtverlies werd gezien op elk meetmoment (na 12 weken en na 24 weken) in de
interventiegroep maar niet in de controlegroep met na 12 weken een gemiddelde afname
in de interventiegroep van 3,6 kg en een gemiddelde toename in de controlegroep van 0,2
kg en na 24 weken een gemiddelde afname in beide groepen van respectievelijk 4,5 kg en
3,4 kg ten opzichte van de uitgangswaarden. Vergelijkbare veranderingen zijn gezien
voor BMI.
In de quasi-experimentele studie van Menza e.a. onder 51 patiënten die allemaal ten
minste 3 maanden atypische anti-psychotische medicatie gebruikten, werd het effect van
een Healthy Living programma, inclusief motivational counseling technieken, op gewicht
en BMI vergeleken met standaard zorg. In de interventiegroep trad significant
gewichtverlies en afname van het BMI op na 12 maanden, terwijl er in de controlegroep
sprake was van gewichttoename en toename van het BMI. Ook de secundaire
uitkomstmaten (bloeddruk, beweging, enz.) lieten in de interventiegroep een significante
verbetering zien en in de controlegroep niet. Een analyse van gewicht en BMI met soort
medicatie als onafhankelijke variabele leverde geen significante verschillen op.
28
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
Voruganti e.a. beschrijven een activeringsprogramma gebaseerd op avontuur en recreatie
voor 23 patiënten, terwijl de 31 patiënten op de wachtlijst de controlegroep vormen. In de
interventiegroep trad significant gewichtverlies op, terwijl in de controlegroep sprake was
van bescheiden gewichttoename. Medicatie is in deze studie niet meegenomen.
Conclusie ten aanzien van interventies om het gewicht te beïnvloeden.
Aanwezige studies
Er zijn 40 publicaties geïncludeerd (zie bijlagen 2 en 3) die een interventieonderzoek
beschrijven gericht op gewichtsmanagement, waarvan 29 als doelgroep expliciet
schizofrenie patiënten hebben, of patiënten met meerdere psychiatrische aandoeningen
waaronder schizofrenie. Een studie is gericht op mensen met (ernstig) depressieve
klachten, twee studies zijn gehouden bij patiënten met een psychose en twee bij een
patiëntengroep met een bipolaire stoornis. In zes studies is de doelgroep ruim omschreven
als ‘verschillende psychiatrische diagnoses’ of ‘severe mental illness (SMI)’.
Interventies
De meest onderzochte interventies die in de 40 gevonden onderzoeken genoemd worden
zijn gedragstherapie (11 keer), dieet (8 keer) en beweging (8 keer), al dan niet in
combinatie met elkaar of met voorlichting of advies.
Zeven keer is er sprake van onderzoek naar het effect van een specifiek programma, dat
wil zeggen: een uitgebreid beschreven en geprotocolleerde behandeling, zoals het
Solutions for Wellness of het Healthy Living programma, maar ook het Weight Watchers
programma wordt genoemd. Drie maal wordt motivational interviewing onderzocht en
ook drie maal wordt medicatie expliciet in het onderzoek betrokken.
Effecten
Van de 40 opgespoorde studies zijn er acht van een methodologisch aanvaardbaar niveau
en binnen die acht studies laten er vijf een overwegend positief effect zien (Littrell KH.
e.a. (2003), Wu RR. e.a. (2008), Brar JS. e.a. (2005), Alvarez-Jimenez M. e.a. (2006) en
Menza M. e.a. (2004)), de overige drie laten een gemengd resultaat zien.
In het algemeen (ook de methodologisch zwakkere gerandomiseerde onderzoeken in
beschouwing nemend) laat een meerderheid van de studies waarbij een
bewegingscomponent is betrokken een positief effect zien, evenals de meeste studies die
zich mede op dieet richten. Voorlichting of gedragstherapie als op zichzelf staande
interventie leidt maar in een minderheid tot positieve effecten.
Een aparte categorie onderzoeken richt zich op vervanging van antipsychotische
medicatie die tot gewichtstoename leidt. Dit heeft maar beperkt effect. Combinatie van
medicatie met beweegprogramma’s is succesvoller (Alvarez-Jimenez, Wu e.a. (2008)
3.3
Interventies om de conditie te verbeteren
Het literatuuronderzoek heeft 21 publicaties opgeleverd waarin resultaten gepresenteerd
zijn van onderzoek naar effecten van lichamelijke beweging op uitkomstmaten als
gewicht, cardiovasculaire risicofactoren of kwaliteit van leven. Het betreft 10
gerandomiseerde studies, 3 studies met een quasi-experimentele opzet, 7 studies met een
pre-post design en 1 case studie. In bijlage 2, tabel C, staat een overzicht van de
geïncludeerde studies met betrekking tot interventies om de conditie te verbeteren,
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
29
gerangschikt naar soort onderzoek en score voor methodologische kwaliteit. Daarbij is
kort de interventie beschreven, het gebruik van antipsychotica (voor zover vermeld) en de
belangrijkste beperking van de studie. In bijlage 3, tabel G, staan dezelfde publicaties
gerangschikt naar soort onderzoek en jaar van publicatie. Daarin zijn gegevens
opgenomen over de omvang van de steekproef, de gemiddelde leeftijd van de patiënten
en de patiëntcategorie waartoe zij behoren en de duur van de beschreven interventie.
Van de 10 publicaties over gerandomiseerde trials hebben drie een score voor de
methodologische kwaliteit hoger dan 10. Bij de overige publicaties is er geen met een
score boven de 10. De gemiddelde score voor de methodologische kwaliteit van de
publicaties over oefeningen en fitness interventies is 7,8. De meeste studies (95%) zijn
single-site studies, vrijwel allemaal (95%) presenteren ze baseline gegevens en veel van
de studies (84%) worden objectieve uitkomstmaten gebruikt. Daar staat tegenover dat
minder dan de helft van de studies (42%) de drop-outs in de resultaten heeft meegeteld en
dat in maar net een op de tien (11%) van de studies de metingen en analyses ‘blind’ zijn
uitgevoerd, dat wil zeggen: zonder dat de persoon die de metingen verricht of de data
analyseert weet of de betreffende persoon deel uit maakt van de interventiegroep of van
de controlegroep.
In tabel 3.3 zijn de interventie en de belangrijkste resultaten weergegeven van de 10
publicaties over gerandomiseerd onderzoek. Ze worden hieronder stuk voor stuk kort
besproken.
Uitkomsten
De studie van Beebe e.a. met 10 schizofrenie patiënten beschrijft het effect van een
wandelprogramma met vier deelnemers in de interventiegroep en zes in de controlegroep.
Fitheid, uitgedrukt in een zes-minuten loopafstand, BMI, vetpercentage en
psychologische status waren de voornaamste uitkomstmaten. Er werd geen statistisch
significant verschil gevonden tussen de interventiegroep en de controlegroep op de
meeste uitkomstmaten, behalve ten aanzien van het vetpercentage. Dat bleek in de
interventiegroep sterker verminderd dan in de controlegroep. De soort medicatie is niet in
de analyses meegenomen.
De publicatie van Taveira e.a. beschrijft een interventieonderzoek bij 88 veteranen met
diabetes en een depressie. De interventie betreft een groepsaanpak voor de behandeling
van diabetes en cardiovasculaire risicofactoren, waar voorlichting en gedragsbeïnvloeding
deel van uitmaken. Belangrijkste uitkomst is het percentage deelnemers dat een
hemoglobinewaarde bereikt die binnen de 2006 American Diabetes Association (ADA)
richtlijn voor behandeling ligt. Na zes maanden hebben de deelnemers in de
interventiegroep significant vaker dan de deelnemers in de controlegroep een HB waarde
die binnen de gestelde norm ligt, maar de veranderingen op secundaire uitkomsten
(bloeddruk, cholesterolwaarden) zijn niet significant verschillend in beide groepen.
De studie van Forsberg e.a. onder 41 psychiatrische patiënten en hun begeleiders
beschrijft een interventie in de vorm van een serie studiebijeenkomsten waar enerzijds
aandacht wordt besteed aan (het belang van) koken en gezond eten en anderzijds aan
fysieke activiteiten, zoals fitness training, sport en spel. De controlegroep kreeg
studiebijeenkomsten over esthetiek aangeboden. Na 12 maanden werd in de
30
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
interventiegroep een significante afname van het aantal personen met metabool syndroom
gezien en niet in de controlegroep, maar fysieke activiteit of gewicht en BMI waren in
beide groepen niet gewijzigd.
Tabel 3.3
onderzoeken naar de effecten van beweging en fitness interventies bij
mensen met een psychiatrische aandoening
publicaties
interventie
gerandomiseerd onderzoek
Beebe LH.
wandeltraining versus
e.a. (2005)
geen training
Taveira TH.
e.a. (2011)
groepsconsulten met
voorlichting en
begeleiding versus
standaard zorg
Forsberg KA.
e.a. (2008)
studiegroep gezond eten
en bewegen versus
studiegroep esthetiek
Vancampfort
D. e.a. (2011)
ontspanningsoefeningen
versus rustig lezen
Marzolini S.
e.a. (2009)
bewegingsprogramma
versus standaard zorg
Edgelow M.
e.a. (2011)
activeringsprogramma
versus standaard zorg
Callaghan P.
e.a. (2011)
oefeningen volgens
eigen tempo versus
voorgeschreven tempo
gezond bewegen groep
versus wachtlijst
Skrinar GS.
e.a. (2005)
Haffmans
PMJ. e.a.
(2006)
Knapen J. e.a.
(2003)
hardlooptherapie versus
physiotraining
fitness training versus
algemene
bewegingstherapie
resultaat
geen significant verschil in 6-minuten wandelafstand,
in verlaging van het BMI of in psychologische maten,
wel in afname van het percentage lichaamsvet
significant meer deelnemers in de interventiegroep die
voldoen aan ADA richtlijn voor hemoglobinewaarde,
maar niet voor andere bloedwaarden en voor
tabaksgebruik, significant verschil tussen voor- en
nameting in interventiegroep
significante afname van deelnemers met metabool
syndroom in interventiegroep, maar niet in
controlegroep, significante afname van systolische
bloeddruk in nameting vergeleken met voormeting in
interventiegroep, maar een toename bloedwaarden
zoals insuline en HBA1c
significant effect op ‘state anxiety’, psychologische
stress en subjectief gevoel van ‘well-being’
geen significant verschil in loopafstand, significante
toename spierkracht en verbetering algehele mentale
gezondheid
geen significante verschillen in activiteitenniveau
gevonden
significant lagere score op depressie, hoger op
eigenwaarde, algemene geestelijke gezondheid en
kwaliteit van leven
geen significante verschillen op lichamelijke of
psychologische uitkomstmaten, significante
verbetering van het subjectieve oordeel over de
algemene gezondheid in de interventiegroep
binnen de fitnessgroep significant betere
depressiescore en in de hardloopgroep significant
hogere score op de PSES
significante verbeteringen in de cardiorespiratoire
fitness in fitnessgroep, significant hogere scores op de
Physical Self-Perception Profile schaal in beide
groepen, verschil tussen de groepen niet significant.
Vancampfort e.a. (2011) beschrijven een studie met 64 schizofrenie patiënten waarbij de
interventiegroep een techniek van spierontspanning kreeg aangeboden, als onderdeel van
een breder bewegingsprogramma, terwijl de controlegroep gevraagd werd rustig te gaan
zitten lezen. Met het afnemen van een vragenlijst, direct voor en na de interventie- of
controleconditie werd een significant verschil aangetoond in scores op gevalideerde
vragenlijsten als de SAI (State Anxiety Inventory) en de SEES (Subjective Exercise
Experience Scale).
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
31
Marzolini e.a. (2007) beschrijven het effect van een bewegingsprogramma in een
onderzoek onder 13 schizofrenie patiënten. De primaire uitkomstmaat was de zesminuten-wandeltest. De uitkomst liet een niet-significante toename van de wandelafstand
in de interventiegroep zien, een significante toename van de spierkracht en een
significante verbetering op de totaalscore van de MHI (Mental Health Inventory).
De publicatie van Edgelow e.a. (2001) beschrijft een studie onder 18 patiënten met een
ernstige psychische stoornis naar het effect van een activeringsprogramma. De uitkomst
was dat de patiënten in de interventiegroep gemiddeld 47 minuten per dag minder sliepen
en dus meer actief waren, terwijl de patiënten in de controlegroep na afloop 22 minuten
per dag meer sliepen dan daarvoor, maar het verschil was niet significant. Ook op andere
uitkomstmaten werden geen verschillen gevonden.
Callaghan e.a. (2011) beschrijven een studie onder 38 depressieve vrouwen die een
aerobic trainingsprogramma aangeboden kregen, waarbij de interventiegroep zelf mocht
bepalen hoe hard ze wilde trainen en de controlegroep zich aan de voorgeschreven
richtlijn moest aanhouden. De interventiegroep bleek na afloop significant lager te scoren
op depressie, hoger op eigenwaarde, algemene geestelijke gezondheid en kwaliteit van
leven. Er waren geen significante verschillen op uitkomstmaten als algemene gezondheid,
sociale steun, hartslag, gevoel van inspanning. De interventiegroep hield het wel langer
vol, dat wil zeggen, was bij meer sessies aanwezig dan de controlegroep.
Skrinar e.a. (2005) beschrijft een onderzoek naar een Healthy Lifestyle interventie bij 20
patiënten die antipsychotische medicatie gebruiken. De interventiegroep kreeg gedurende
12 weken vier keer per week een trainingsprogramma en twee keer per week een seminar
over gezond gedrag aangeboden, terwijl de controlegroep op de wachtlijst daarvoor gezet
werd. Er werden geen significante verschillen gevonden wat betreft lichamelijke
uitkomstmaten of psychologische uitkomstmaten, alleen het subjectieve oordeel over de
algemene gezondheid was significant verbeterd in de interventiegroep.
Haffmans e.a. (2006) beschrijven een Nederlandse studie bij 60 depressieve patiënten
waarbij twee vormen van beweging (hardlopen en een soort fitnesstraining) worden
vergeleken met een controlegroep die niet aan deze activiteiten meedoet. Binnen de
fitnessgroep was er na zes weken een significant betere depressiescore en in de
hardloopgroep was de score op de PSES na zes weken significant hoger, zowel binnen de
groep als tussen de groepen. De schrijvers suggereren een verband tussen de verbeterde
fysieke conditie en de lagere depressiescore, maar tonen dat niet aan.
In de studie van Knapen e.a. (2003) met aan de start 205 psychiatrische patiënten werden
twee soorten bewegingsprogramma’s vergeleken, een algemeen programma met
bewegings- en ontspanningsoefeningen en een op de persoon toegesneden fitness
programma. De fitnessgroep toonde significante verbeteringen in de cardiorespiratoire
fitness. Beide groepen lieten significant hogere scores op de Physical Self-Perception
Profile schaal zien, maar het verschil tussen de groepen was niet significant.
32
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
Conclusie ten aanzien van interventies om de conditie te verbeteren.
Aanwezige studies
Er zijn 21 publicaties geïncludeerd (zie bijlagen 2 en 3) die een interventieonderzoek
beschrijven gericht op conditieverbetering, waarvan 8 als doelgroep specifiek
schizofrenie patiënten hebben, of patiënten met meerdere psychiatrische aandoeningen
waaronder schizofrenie. Eveneens acht studies zijn gericht op mensen met (ernstig)
depressieve klachten, twee studies zijn gehouden bij patiënten met een psychose. In drie
studies is de doelgroep ruim omschreven als ‘verschillende psychiatrische diagnoses’ of
‘severe mental illness (SMI)’.
Interventies
De meest onderzochte interventie die in de 21 gevonden onderzoeken genoemd wordt is
beweging in verschillende verschijningsvormen: wandelen hardlopen, fitness,
ontspanningsoefeningen, activering, of meer bewegen in zijn algemeenheid, al dan niet in
combinatie met voorlichting of advies. Slechts in drie van de 21 publicaties wordt
beweging niet expliciet als interventie genoemd, namelijk bij Taveira e.a. (2011), waar
het gaat om groepsconsulten met voorlichting, bij Baker e.a. (2009), waar het gaat om
motivational interviewing, gedragstherapie en nicotine vervangingstherapie en bij
Wirshing e.a. (2006), waar het gaat om een lezing in het kader van het Solutions for
Wellness programma en een kennis quiz. In drie van de onderzoeken wordt een
bewegingsprogramma gecombineerd met dieet voorlichting of gezondheidsvoorlichting.
Effecten
Van de 21 opgespoorde studies zijn er drie van een methodologisch aanvaardbaar niveau
en deze drie studies laten alle drie een gemengd resultaat zien (Beebe e.a. (2005),
Taveira e.a. (2011) en Forsberg e.a. (2008)). Een algemene conclusie over de effectiviteit
van de beschreven interventies is moeilijk te geven, omdat de uitkomstmaten in de
verschillende onderzoeken zeer uiteenlopend zijn, variërend van bloedwaarden en
spiersterkte tot stemming en algehele gezondheid. Dit leidt er toe dat wanneer positieve
effecten op één parameter (b.v. bloedsuikerwaarde) gemeld worden, op andere parameters
als b.v. gewicht weer geen effect gevonden wordt. Unaniem positieve resultaten uit
methodologisch deugdelijke studies zijn niet gevonden.
3.4
Interventies om de kwaliteit van leven te verbeteren
Het literatuuronderzoek heeft 15 publicaties (zie bijlagen 2 en 3) opgeleverd waarin
resultaten gepresenteerd zijn van onderzoek naar het effect van een breed scala aan
lifestyle interventies op de kwaliteit van leven. Het betreft 11 gerandomiseerde studies, 2
studies met een quasi-experimentele opzet en 2 studies met een pre-post design. In bijlage
2, tabel D, staat een overzicht van de geïncludeerde studies met betrekking tot
interventies om de kwaliteit van leven te verbeteren, gerangschikt naar soort onderzoek
en score voor methodologische kwaliteit. Daarbij is kort de interventie beschreven, het
gebruik van antipsychotica (voor zover vermeld) en de belangrijkste beperking van de
studie. In bijlage 3, tabel H, staan dezelfde publicaties gerangschikt naar soort onderzoek
en jaar van publicatie. Daarin zijn gegevens opgenomen over de omvang van de
steekproef, de gemiddelde leeftijd van de patiënten en de patiëntcategorie waartoe zij
behoren en de duur van de beschreven interventie.
Van de 11 publicaties over gerandomiseerde trials hebben drie een score voor de
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
33
methodologische kwaliteit hoger dan 10. Bij de overige publicaties is er geen met een
score boven de 10. De gemiddelde score voor de methodologische kwaliteit van de
publicaties over kwaliteit van leven interventies is 8,7. De meeste studies (93%) zijn
single-site studies, vrijwel allemaal (93%) presenteren ze baseline gegevens en in ruim de
helft van de studies (53%) worden objectieve uitkomstmaten gebruikt. Daar staat
tegenover dat maar een op de vijf van de studies (20%) de drop-outs in de resultaten
heeft meegeteld en dat in maar net iets meer dan een kwart (27%) van de studies de
metingen en analyses ‘blind’ zijn uitgevoerd, dat wil zeggen: zonder dat de persoon die
de metingen verricht of de data analyseert weet of de betreffende persoon deel uit maakt
van de interventiegroep of van de controlegroep.
In tabel 3.4 zijn de interventie en de belangrijkste resultaten weergegeven van de 11
publicaties over gerandomiseerd onderzoek. Ze worden hieronder stuk voor stuk kort
besproken.
Uitkomsten
De studie van Kilbourne e.a. is een onderzoek onder 58 veteranen met een bipolaire
aandoening. De interventie bestaat uit self-management bijeenkomsten voor cliënten met
informatie en voorlichting over cardiovasculaire risico’s, care management in de vorm
van een care manager die regelmatig contact zoekt en als liaison fungeert tussen de
patiënt en de zorgverlener, en bijeenkomsten over het toepassen van richtlijnen voor
zorgverleners. Na zes maanden werd een significante verbetering gevonden in de fysieke
gezondheid gerelateerde kwaliteit-van-leven scores (SF-12) in de interventiegroep en een
significante verslechtering daarvan in de controlegroep. De mentale gezondheid
gerelateerde kwaliteit-van-leven scores van de SF-12 waren niet significant veranderd. Er
is ook geen verschil tussen de groepen gevonden wat betreft veranderingen in het
algemeen functioneren of in symptomen van de bipolaire stoornis.
In het onderzoek van Godfrin e.a onder 106 depressieve patiënten wordt een interventie
geëvalueerd die gebaseerd is op stressvermindering door middel van mindfulness. De
interventie bestaat uit 8 wekelijkse groepsbijeenkomsten plus dagelijks huiswerk
(waaronder meditatie en bewegingsoefeningen). Primaire uitkomstmaat was het
terugkeren van de depressie, een van de secondaire uitkomstmaten was de
zelfgerapporteerde kwaliteit van leven. Cliënten in de interventiegroep hadden significant
minder vaak last van een terugkerende depressie en scoorden significant hoger op de
gebruikte kwaliteit-van-leven-bij-depressie schaal.
McKibbin e.a. beschrijven een nameting bij 52 schizofrenie patiënten met diabetes van
wie een deel zes maanden eerder een Diabetes Awareness and Rehabilitation Training
had ondergaan, bestaande uit groepssessies met informatie over diabetes, voeding en
beweging. Uitkomstmaten waren BMI, tailleomvang en bloedwaarden, naast ernst van de
psychiatrische en depressieve symptomen en het cognitief functioneren. Bij de nameting
bleek de interventiegroep significant beter te scoren op BMI en tailleomvang en op kennis
over diabetes, maar niet op bloedwaarden. De mogelijke invloed van medicatie op de
gevonden effecten is gecontroleerd, maar er is geen verband gevonden. Een belangrijke
conclusie in dit artikel is dat door dit onderzoek is aangetoond dat de resultaten, behaald
direct na de interventie, ook bij een nameting zes maanden later nog steeds zichtbaar zijn.
34
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
De publicatie van McKibbin e.a. uit 2006 beschrijft dezelfde studie als hiervoor
samengevat, onder 57 schizofrenie patiënten met diabetes van wie een deel een Diabetes
Awareness and Rehabilitation Training had ondergaan. In de interventiegroep trad een
significante reductie van BMI en gewicht op, ten opzichte van de controlegroep. De soort
diabetes behandeling had geen invloed op het gewichtverlies in de interventiegroep.
Kennis over diabetes was significant verbeterd in de interventiegroep.
Chafetz e.a. (2008) beschrijven een studie onder 309 psychiatrische patiënten waarin
standaard eerstelijnszorg wordt vergeleken met standaardzorg plus wellness training, een
individuele vaardigheidstraining, gericht op het verbeteren van zelfwaardering,
zelfmonitoring en zelfmanagement van fysieke gezondheidsproblemen. Uitkomstmaten
waren ervaren gezondheid en gezondheid gerelateerd functioneren. Er werden
significante verschillen gevonden in de interventiegroep op de SF-36 schaal voor fysiek
functioneren en op de zelf gerapporteerde algemene gezondheid, maar niet op de andere
SF-36 schalen of op gezondheid gerelateerd functioneren.
Forsberg e.a. (2010) vergeleken, in een studie met 31 psychiatrische patiënten, een 12
maanden durend programma voor gezond leven in de vorm van een studiekring met twee
keer per week een bijeenkomst, een keer gericht op dieet en voeding en een keer gericht
op bewegen, met een esthetisch programma bestaande uit wekelijkse bijeenkomsten
gericht op allerlei artistieke technieken. De primaire uitkomstmaat was gezondheidgerelateerde kwaliteit van leven, gemeten met de SF-36. Op geen van de uitkomstmaten
werd een significante verbetering gevonden in de interventiegroep ten opzichte van de
controlegroep, behalve op de ‘Sense of Control (SOC)’score en de ‘Global Assessment of
Functioning (GAF)’score.
De studie van Schuch e.a. (2011) met 26 depressieve patiënten, beschrijft hete effect van
individuele oefentherapie versus standaard behandeling. Uitkomstmaten waren depressie
en kwaliteit van leven. In beide groepen trad verbetering op van de depressie en van de
kwaliteit van leven. In de interventiegroep was er significant meer verbetering op de
depressieschaal en in het psychologische domein van de kwaliteit van leven schaal dan in
de controlegroep.
Duraiswamy e.a. (2007) onderzochten in een groep van 61 schizofrenie patiënten het
effect van een 15-daagse yoga-therapie of oefentherapie als toevoeging aan de standaard
behandeling. Kwaliteit van leven was een van de uitkomstmaten, naast psychologische en
sociale variabelen. De psychologische en sociale scores verbeterden in beide groepen,
maar de kwaliteit van leven score verbeterde alleen significant in de yogagroep.
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
35
Tabel 3.4
publicaties
onderzoeken naar de effecten van kwaliteit van leven interventies bij mensen
met een psychiatrische aandoening, gerangschikt naar methodologische
kwaliteit
interventie
gerandomiseerd onderzoek
Kilbourne
bipolar disorder medical
AM.e.a.
care (BCM) inclusief
(2008)
zelfmanagement sessies
versus standaard zorg
Godfrin KA.
op mindfulness
e.a. (2010)
gebaseerde cognitieve
therapie versus
standaard zorg
McKibbin CL. training in omgaan met
e.a. (2010)
diabetes versus
standaardzorg +
informatie
McKibbin CL. training in omgaan met
e.a. (2006)
diabetes versus
standaard zorg +
informatie
Chafetz L. e.a. standaard eerstelijns
(2008)
zorg met of zonder
wellness training
Forsberg KA.
e.a. (2010)
Schuch FB
e.a. (2011)
studiegroep gezond
leven versus
studiegroep esthetiek
beweging versus
standaard zorg
Duraiswamy
e.a. (2007)
Yogatraining versus
physical training
Shahidi M.
e.a. (2011)
Laughter Yoga versus
bewegingsprogramma
versus controlegroep
Druss BG. e.a. groepsbijeenkomsten
(2010)
versus standaard zorg
Resultaat
significante verschillen in verandering van SF-12
scores voor fysieke gezondheid gerelateerde kwaliteit
van leven, maar niet in SF-12 scores voor mentale
gezondheid gerelateerde kwaliteit van leven
significant minder mensen in de interventiegroep dan in
de controlegroep kregen een terugval en in de
interventiegroep verminderde de ernst van de
depressieve symptomen significant, de kwaliteit van
leven werd significant hoger gescoord in de
interventiegroep
significant meer verbetering in BMI en tailleomvang en
meer kennis over diabetes in de interventiegroep, maar
geen verbetering in bloedwaarden
significante reductie van BMI en gewicht, verbetering
kennis over diabetes, en verlaging van plasma
triglyceride in de interventiegroep.
significante verschillen op de SF-36 schaal voor fysiek
functioneren en op de zelf gerapporteerde algemene
gezondheid, maar niet op de andere SF-36 schalen of
op gezondheid gerelateerd functioneren
geen significante verbetering gevonden op kwaliteit van
leven maten
verbetering van depressie en kwaliteit van leven, in
interventiegroep significant meer verbetering op
depressieschaal en psychologische domein van de
kwaliteit van leven schaal dan in controlegroep
psychologische en sociale scores verbeterden in beide
groepen, maar de kwaliteit van leven score verbeterde
alleen significant in de yogagroep
significante verbetering van de depressiescore zien in
beide interventiegroepen en significante verbetering
van de tevredenheid-met-het-leven score in yogagroep
interventiegroep bij de nameting significant actiever en
maakten meer gebruik van zorg
Brown S. &
gezondheidsvoorlichting kleine, maar significante verbeteringen in gewicht en
Chan K.(2006) sessies of standaard zorg beweging
De publicatie van Shahidi e.a. (2011) betreft een onderzoek onder 70 depressieve
vrouwen, verdeeld over twee interventiegroepen en een controlegroep. Uitkomstmaten
zijn depressie en tevredenheid met het leven. Beide interventiegroepen lieten in
vergelijking met de controlegroep een significante verbetering van de depressiescore zien
en de Lach-yoga groep liet een significante verbetering van de tevredenheid-met-hetleven score zien.
36
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
Het onderzoek van Druss e.a. (2010) is gericht op het verbeteren van het zelfmanagement
bij 80 patiënten met een ernstige psychiatrische stoornis. De interventie was gebaseerd op
het Chronic Disease Self Management Program. Uitkomstmaten waren activering,
zorggebruik, medicatietrouw en gezondheidgerelateerde kwaliteit van leven, gemeten met
de SF-36. Patiënten in de interventiegroep waren bij de nameting significant actiever en
maakten meer gebruik van zorg. Op andere uitkomstmaten werden geen significante
verschillen gevonden.
Brown en Chan (2006) beschrijven een onderzoek onder 28 patiënten met een ernstige
psychiatrische stoornis, naar het effect van zes wekelijkse, op het individu toegesneden
gezondheidvoorlichting sessies, vooral gericht op afvallen. Uitkomstmaten waren dieet,
beweging, psychologische symptomen, fysieke gezondheid, conditie en mentale
gezondheid. Analyses toonden kleine, maar significante verbeteringen in gewicht en
beweging. Op andere uitkomstmaten werden geen significante verschillen gevonden.
Conclusie ten aanzien van interventies om de kwaliteit van leven te verbeteren.
Aanwezige studies
Er zijn 15 publicaties geïncludeerd (zie bijlagen 2 en 3) die een interventieonderzoek
beschrijven gericht op vergroten van de kwaliteit van leven, waarvan 7 als doelgroep
specifiek schizofrenie patiënten hebben, of patiënten met meerdere psychiatrische
aandoeningen waaronder schizofrenie. Drie studies zijn gericht op mensen met (ernstig)
depressieve klachten, een studie is gehouden bij patiënten met een bipolaire stoornis en
een studie bij patiënten met een sociale angststoornis. In drie studies is de doelgroep ruim
omschreven als patiënten met ‘severe mental illness (SMI)’
Interventies
Bij de meeste van deze studies zijn de interventies minder concreet en de uitkomsten
minder specifiek dan bij de eerder besproken studies. Veel interventies zijn een vorm van
gedragsbeïnvloeding / groepsbijeenkomsten / voorlichtings-, trainings- of
studiebijeenkomsten (11 keer), al dan niet in de vorm van cognitieve gedragstherapie (2
keer) of in het kader van een Solutions for Wellness programma (3 keer). Drie keer is de
interventie gericht op beweging.
Effecten
Van de 15 opgespoorde studies zijn er drie van een methodologisch aanvaardbaar niveau
en deze drie studies laten alle drie een gemengd resultaat zien (Kilbourne e.a. (2008),
Godfrin e.a. (2010) en McKibbin e.a. (2010)). Voor deze laatste categorie studies geldt in
nog sterker mate hetzelfde als voor de vorige categorie: uitkomstmaten zijn veelvuldig en
divers, en we treffen geen interventies aan die unaniem op alle onderzochte parameters
verbetering aanbrengen. Wel laten de best opgezette studies zien dat groepsgewijze
behandelprogramma’s op onderdelen van kwaliteit van leven tot verbeteringen leiden die
niet tot stand komen bij controlegroepen.
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
37
38
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
4 Samenvatting en discussie
4.1
Samenvatting
Voor dit onderzoek is een brede zoekstrategie gehanteerd om publicaties te vinden die
iets zeggen over de effecten van lifestyle interventies bij patiënten met een ernstige
psychiatrische aandoening. Meer dan 7000 verwijzingen zijn gevonden, waaronder een
aantal Nederlandstalige rapporten. Op basis van vooraf vastgestelde criteria (doelgroep:
patiënten met ernstige psychiatrische aandoeningen; soort publicatie: interventiestudies
met gerapporteerde effecten; uitkomstmaten: zowel fysiologische (gewicht,
bloedwaarden) als psychologische (kwaliteit van leven) parameters; publicatieperiode:
recent, dat wil zeggen: 2000 tot heden) zijn alle gevonden publicaties gescreend. Slechts
een van de gevonden Nederlandstalige publicaties is in deze selectie meegenomen, omdat
de overige bij nader inzien niet binnen de inclusiecriteria vielen.
Uiteindelijk zijn 106 publicaties nader bekeken om uit te vinden wat lifestyle interventies
voor effect kunnen hebben wanneer ze worden toegepast bij een populatie van patiënten
met ernstige psychiatrische aandoeningen. De publicaties zijn onderverdeeld in vier
thema’s: stoppen-met-roken interventies, interventies om af te vallen, dan wel niet aan te
komen, interventies om de conditie te verbeteren en interventies om de kwaliteit van
leven te verbeteren.
Over de uitkomsten van de studies in dit onderzoek valt het volgende te zeggen.
Er zijn 30 publicaties geïncludeerd die een interventieonderzoek beschrijven gericht op
het stoppen met roken. De meest onderzochte interventie in deze publicaties is een vorm
van gedragstherapie (12 keer). Daarna volgen medicatie (7 keer), cognitieve
gedragstherapie (7 keer) en ‘nicotine replacement therapy’, dat wil zeggen: nicotine
pleisters of kauwgom (7 keer) en motivational interviewing (6 keer). Drie maal wordt een
vorm van geïntegreerde zorg onderzocht en ook drie maal een vorm van counseling.
Van de 30 opgespoorde studies zijn er negen van een methodologisch aanvaardbaar
niveau. Binnen die negen studies laten er drie een overwegend positief effect zien
(McFall e.a. (2010), Evins e.a. (2007) en Chou e.a. (2004)), hebben er vijf een gemengd
resultaat en laat er één weinig tot geen resultaat zien (Brown e.a. (2003)). Het gebruik van
antipsychotica speelt bij deze studies eigenlijk geen rol.
De overkoepelende conclusie uit de interventiestudies met betrekking tot stoppen met
roken is dat de verschillende studies een sterk wisselend resultaat laten zien. Een in de
behandeling geïntegreerde interventie om te stoppen met roken heeft aantoonbaar beter
resultaat dan een losstaande interventie (McFall e.a. (2010)), het gebruik van Bupropion
als medicatie en van nicotinepleisters kunnen een behandeling effectiever maken (Evins
e.a. (2007), Chou e.a. (2004)), maar een gevonden effect kort na de interventie kan bij een
follow-up meting weer verdwenen zijn (George e.a. (2008)).
Er zijn 40 publicaties geïncludeerd die een interventieonderzoek beschrijven gericht op
gewichtsmanagement, dat wil zeggen, gericht op afvallen dan wel niet (verder)
aankomen. De meest onderzochte interventies die in deze onderzoeken genoemd worden
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
39
zijn voorlichting, beweging, dieet en gedragstherapie al dan niet in combinatie met elkaar.
Voorts zijn er studies waarin verandering van medicatie centraal staat of interventies
onder verschillende medicatie-regimes worden vergeleken.
Veel van deze interventies hebben een component “beweging” en wanneer dit het geval
was, wordt er in de meerderheid een positief effect op gewichtsafname gevonden. Ook
wanneer dieet bespreking een onderdeel van de interventie is treffen we in de
meerderheid een gewichtsverandering aan. Feitelijk zijn deze vaak klein, soms in
daadwerkelijk gewichtsverlies (Wu e.a. (2008), Brar e.a. (2005)), soms in het voorkómen
van verdere gewichtstoename (Littrell e.a. (2003), Alvarez-Jimenez e.a. (2006)).
Medicijngebruik werd in deze onderzoeken vaak constant gehouden, maar het onderzoek
van Alvarez-Jimenez e.a. (2006) laat een duidelijk verband met de soort medicatie zien.
Bij de olanzapine gebruikers was het resultaat het grootst, zij bleven het best op gewicht,
gevolgd door de risperidone gebruikers. Bij de haloperidol gebruikers was er geen
verschil tussen interventie- en controlegroep.
Er zijn 21 publicaties geïncludeerd die een interventieonderzoek beschrijven gericht op
het verbeteren van de fysieke conditie en het verminderen van het cardiovasculaire risico.
De meest onderzochte interventie die in deze onderzoeken genoemd wordt is beweging in
verschillende verschijningsvormen: wandelen, hardlopen, fitness, ontspanningsoefeningen, activering, of meer bewegen in zijn algemeenheid, al dan niet in combinatie
met voorlichting of advies. Slechts in drie van de 21 publicaties wordt beweging niet
expliciet als interventie genoemd.
Er zijn 15 publicaties geïncludeerd die een interventieonderzoek beschrijven gericht op
vergroten van de kwaliteit van leven. Veel interventies zijn een vorm van
gedragsbeïnvloeding / groepsbijeenkomsten / voorlichtings-, trainings- of
studiebijeenkomsten (11 keer), al dan niet in de vorm van cognitieve gedragstherapie (2
keer) of in het kader van een Solutions for Wellness programma (3 keer). Drie keer is de
interventie gericht op beweging.
Conclusies ten aanzien van deze interventies zijn moeilijk te geven. In beide groepen
onderzoek is er sprake van zeer uiteenlopende interventies, veelal met beperkt resultaat,
die ook nog moeilijk met elkaar te vergelijken zijn omdat er ook heel verschillende
uitkomstmaten gebruikt worden. Anti-psychotica gebruik is bij deze studies ook vaak niet
expliciet genoemd.
4.2
Methodologische kanttekeningen
Over de methodologische waarde van de studies in dit onderzoek valt het volgende te
zeggen. De studies naar stoppen met roken en naar gewichtsmanagement zijn talrijker en
zijn gemiddeld van betere kwaliteit dan de studies met de beide andere soorten
interventies, maar ook bij de methodologisch betere studies is de omvang van de
steekproef vaak een groot probleem. De kleine groepen, vaak vanwege de
terughoudendheid van potentiële deelnemers of het grote aantal uitvallers, maakt een
stevige conclusie vaak lastig. Een ander zwak punt van veel van het gevonden onderzoek
is dat er maar zelden lange termijn resultaten gepresenteerd worden. Bij de stoppen met
roken onderzoeken gebeurt dat in een kwart van de gevallen, bij de studies naar gewicht
40
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
in een op de vijf gevallen, bij de studies naar verbetering van de conditie gebeurt dat in
een op de tien gevallen. Alleen bij de studies naar kwaliteit van leven wordt vaker een
follow-up van 12 maanden of meer gepresenteerd, namelijk in twee op de vijf
publicaties.
4.3
Beschouwing
Het staat buiten kijf dat de belangrijkste veranderingen op het gebied van lifestyle bij
mensen met een ernstige psychiatrische aandoening te maken hebben met stoppen met
roken, gewichtsmanagement, meer bewegen en gezonde voeding (Bradshaw et al. 2005).
Deskundigen zijn het daarover tamelijk unaniem eens maar er heerst ook consensus over
het feit dat deze veranderingen bij doelgroepen als psychiatrische patiënten, thuislozen,
gevangenen e.d. lastig te onderzoeken zijn (Bryant et al. 2011). Ook de Inspectie voor de
Gezondheidszorg concludeerde in 2010 al dat voor minder dan de helft van de veel
aangeboden interventies “iets bekend” is over de effectiviteit (IGZ, 2010). Wellicht vindt
men daarom ook weinig harde evidentie.
Onze conclusies komen overeen met de resultaten uit eerdere literatuur reviews.
Stoppen met roken is, in verband met psychiatrische aandoeningen, zeer relevant omdat
psychiatrische patiënten twee tot drie keer zoveel roken (Snyder, 2006). Wat opvalt bij de
stoppen-met-roken interventies is dat de succesvolle studies rond geïntegreerde zorg alle
gericht waren op patiënten met posttraumatische stress stoornis (PTST). Fu e.a. (2007)
concluderen in een review dat een tweerichtingsverband tussen roken en PTST
aannemelijk is: nicotine opname maakt een persoon kwetsbaarder voor de ontwikkeling
van PTST en PTST zet aan tot roken en verhindert stoppogingen. Daarom moet een
stoppen-met-roken interventie toegesneden worden op de specifieke individuele
behoeften van de patiënt en is integrale zorg geboden.
De gouden standaard in de algemene populatie voor stoppen met roken is:
nicotinepleisters en bupropion gekoppeld aan psychologische ondersteuning (Campion et
al. 2008). De gemelde positieve effecten van Bupropion bij schizofrene patiënten wordt
ook in uitgebreidere reviews bevestigd: Bupropion vergroot de mate van niet-roken onder
schizofrene patiënten zonder hun geestestoestand te beïnvloeden. (Tsoi e.a. 2010). In de
in door ons onderzochte studies onder psychiatrische patiënten vinden we maar
gedeeltelijk steun voor die standaard: soms blijken nicotinepleisters, medicatie of
gedragstherapie te werken, soms niet.
Een van de grote problemen van de behandeling van psychoses is de gewichtstoename die
met het gebruik van antipsychotica gepaard gaat. In 2003 concluderen Werneke e.a. nog
dat er maar weinig goede interventies zijn onderzocht voor patiënten met overwicht die
antipsychotica gebruiken. Ook in een Cochrane review uit 2007 wordt geconcludeerd dat
kleine effecten bij mensen met schizofrenie haalbaar zijn, maar meer niet.
Aanpassing van de medicatie op zodanige wijze dat gewichtstoename niet optreedt is
maar beperkt mogelijk. Praharaj e.a. (2011) concluderen dat het mogelijk is om bij door
olanzapine veroorzaakte gewichtstoename op korte termijn met meformin een matige
gewichtsafname te bereiken.
Daarom is non-farmacologische behandeling bij het voorschrijven van antipsychotica
cruciaal (Alvarez-Jimenez e.a. 2008). Gabriele et al (2009) concluderen in een review dat
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
41
gedragsinterventies (i.h.a. een mix van dieet counseling, fysieke activiteit en levensstijl
(zoals maaltijdritme) ertoe bijdragen dat mensen minder aankomen (wanneer de
interventie meteen bij de start van antipsychotica gebruik wordt ingezet) of afvallen
(wanneer de interventie pas later wordt ingezet) Het gaat niet om geweldige verschillen
maar gemiddeld is er 2,5 tot 4 kg te winnen.
Aangaande de positieve effecten van het activeren van patiënten met ernstige
psychiatrische problemen is de algemene teneur in de literatuur dat dit zeker aan te
bevelen is, maar dat de effecten niet heel groot zijn. (Calaghan, 2004, Wolf et al. 2011).
Vancampfort e.a. (2010) concluderen uit een review van 8 studies dat bewegen bij
mensen met schizofrenie tot verbetering in cardiovasculaire en metabole parameters leidt,
alsmede tot vermindering van psychiatrische symptomen. Uit een Cochrane review uit
2011 (Gorczynski & Faulkner, 2011) komt naar voren dat de effecten van
bewegingstherapie voor schizofrene patiënten in die zin wisselend zijn, dat de therapie
wel tot minder negatieve psychische symptomen leidt, maar niet tot meer positieve
symptomen en dat de therapie wel tot gezondheidsverbetering leidt, maar niet tot een
verandering in Body Mass Index.
Kemp et al. (2009) concluderen dat de meeste gedragsinterventies op zijn best tot een
matig succes leiden en dat veel effecten na verloop van tijd weer verdwijnen. Richardson
e.a. (2005) betogen dat lifestyle changes zich het best kunnen richten op een toename van
inspanning van een matige intensiteit in de dagelijkse routine. Op deze wijze voorkomt
men dat de effecten afhankelijk zijn van de deelname aan een aparte activiteit, omdat ze
worden ingebouwd in het dagelijks leven.
4.4
Conclusie
Beïnvloeding van roken, overgewicht en voedingspatronen en het stimuleren van
activiteit is belangrijk als het om mensen met een ernstig psychiatrische aandoening gaat.
Of deze beïnvloeding blijvend effect heeft op rookgedrag, eetgewoonten, fysiologische
uitkomstmaten als gewicht e.d. en psychologische uitkomstmaten als mentaal
functioneren is heel moeilijk vast te stellen met empirisch onderzoek dat aan alle
methodologische maatstaven voldoet. Het is, gegeven de beschikbare evidentie, mogelijk
om met behulp van medicatie of nicotine pleisters mensen minder te laten gaan roken, en
met beweegprogramma’s, in combinatie met dieetadviezen of gedragsinterventies is het
gewicht van psychiatrische patiënten gunstig te beïnvloeden. In het algemeen geldt dat de
effecten van beperkte omvang zijn. Verder is het in het algemeen effectiever om op een
geïntegreerde wijze een aantal benaderingen tegelijk aan te bieden: (dieet)adviezen,
beweegprogramma’s en gedragsmatige interventies lijken in combinatie met elkaar effect
te sorteren.
42
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
Literatuur
Referenties
Alvarez-Jimenez M, Hetrick SE, Gonzalez-Blanch C, Gleeson JF, McGorry PD. Non-pharmacological
management of antipsychotic-induced weight gain: systematic review and meta-analysis of randomised
controlled trials. Br J Psychiatry 2008; 193(2):101-107.
Bryant J, Bonevski B, Paul C, McElduff P, Attia J. A systematic review and meta-analysis of the
effectiveness of behavioural smoking cessation interventions in selected disadvantaged groups. Addiction
2011; 106(9):1568-1585.
Cabassa LJ., Ezell JM, Lewis-Fernandez R. Lifestyle interventions for adults with serious mental illness : A
systematic literature review. Psychiatric Services, 2010, 61 (8), 774-782.
Campion J, Checinski K, Nurse J. Review of smoking cessation treatments for people with mental illness.
Adv Psychiatr Treat 2008; 14(3):208-216.
Compton MT, Daumit GL, Druss BG. Cigarette smoking and overweight/obesity among individuals with
serious mental illnesses: a preventive perspective. Harvard review of psychiatry 2006 14: 212-222.
Drake RE, Mueser KT. Co-occuring alcohol use disorder and schizophrenia. Alcohol Research & Health.
2002, 26:99-102.
Druss BG, Improving medical care for persons with serious mental illness: challenges and solutions. Journal
of Clinical Psychiatry, 2007 68 (sup.4) 40-44.
Evans DL, Charney DS, Golden RN, Gorman JM, Krishnan KRR, Nemeroff CB. Mood disorders in the
medically ill: scientific review and recommendations Biol Psychiatry 2005; 58:175-189.
Faulkner G, Cohn T, Remington G. Interventions to reduce weight gain in schizophrenia. Cochrane Database
Syst Rev 2007;(1):CD005148.
Faulkner G, Soundy AA, Lloyd K. Schizophrenia and weight management: a systematic review of
interventions to control weight. Acta Psychiatrica Scandinavica 2003, 108: 324-332.
Fu SS, McFall M, Saxon AJ, Beckham JC, Carmody TP, Baker DG et al. Post-traumatic stress disorder and
smoking: a systematic review. Nicotine Tob Res 2007; 9(11):1071-1084.
Gorczynski P, Faulkner G. Exercise therapy for schizophrenia. Cochrane Database Syst Rev
2010;(5):CD004412.
Hennekens, CH, Hennekens, AR, Hollar, D, Casey DE. Schizofrenia and increased risks of cardiovascular
diseaes. American Heart Journal, Vol. 150, (6), 2005, 1115-1121.
IGZ. Patiënt met schizofrenie en verslaving gebaat bij meer samenhang in zorgaanbod. Inspectie
Gezondheidszorg, Den Haag 2009.
IGZ. Staat van de gezondheidszorg 2010. Meer effect mogelijk van publieke gezondheidszorg. Inspectie
Gezondheidzorg, Den Haag 2010.
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
43
Janiszewski, PM, Ross R. The utility of physical activity in the management of global cardiometabolic risk.
Obesity, 2009, 17 (supp 3): S3-S14.
Luppino FS., Wit LM. de, Bouvy PF., Stijnen Th., Cuijpers P., Penninx BWJH., Zitman FG. (2010).
Overweight, obesity and depression. A systematic review and meta-analysis of longitudinal studies.
Archives of General Psychiatry, 67, 220-229.
Mitchell AJ, Vancampfort D, Sweers K, Winkel R van, Yu W, Hert M de. Prevalence of metabolic syndrome
and metabolic abnormalities in schizophrenia and related disorders - a systematic review and metaanalysis. Schizophrenia Bulletin Advance Access december 2011. doi:10.1093/schbul/sbr148.
Richardson CR, Faulkner G, McDevitt J et al.. Integrating physical activity into mental health services for
persons with serious mental illness. Psychiatric Services, 2005 56 : 324-331
Silverstein SM, Bellack AS. A scientific agenda for the concept of recovery as it applies to schizophrenia.
Clinical Psychology Review, 2008, 28: 1108 – 1124.
Slooff CJ, Sijtzema H, Touw KP, Schilthuis M, Withaar F, Oven W van, Wiersma D. Disease management
bij patiënten met psychotische stoornissen. Maandblad Geestelijke volksgezondheid jaargang 2008 63,
(1): 7-19.
Snyder M. Serious mental illness and smoking cessation. Issues Ment Health Nurs 2006; 27(6):635-645.
Tsoi DTY, Porwal M, Webster AC. Efficacy and safety of bupropion for smoking cessation and reduction in
schizophrenia: Systematic review and meta-analysis. Br J Psychiatry 2010; 196(5):346-353.
Werneke U, Taylor D, Sanders TAB, Wessely S. Behavioural management of antipsychotic-induced weight
gain: A review. Acta Psychiatr Scand 2003; 108(4):252-259.
44
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
Interventie onderzoeken
Acil A.A., Dogan S., & Dogan O. (2008) The effects of physical exercises to mental state and quality of life
in patients with schizophrenia. J.Psychiatr.Ment.Health Nurs. 15, 808-815.
Alvarez-Jimenez M., Gonzalez-Blanch C., Vazquez-Barquero J.L., Perez-Iglesias R., Martinez-Garcia O.,
Perez-Pardal T., Ramirez-Bonilla M.L., & Crespo-Facorro B. (2006) Attenuation of antipsychoticinduced weight gain with early behavioral intervention in drug-naive first-episode psychosis patients: A
randomized controlled trial. Journal of Clinical Psychiatry 67, 1253-1260.
Archie S., Wilson J.H., Osborne S., Hobbs H., & McNiven J. (2003) Pilot study: access to fitness facility and
exercise levels in olanzapine-treated patients. Canadian Journal of Psychiatry 48, 628-632.
Attux C., Martini L.C., de Araujo C.M., Roma A.M., Reis A.F., & Bressan R.A. (2011) The effectiveness of
a non-pharmacological intervention for weight gain management in severe mental disorders: Results from
a national multicentric study. Revista Brasileira de Psiquiatria 33, 117-121.
Baker A., Richmond R., Castle D., Kulkarni J., Kay-Lambkin F., Sakrouge R., Filia S., & Lewin T.J. (2009)
Coronary heart disease risk reduction intervention among overweight smokers with a psychotic disorder:
Pilot trial. Australian and New Zealand Journal of Psychiatry 43, 129-135.
Baker A., Richmond R., Haile M., Lewin T.J., Carr V.J., Taylor R.L., Jansons S., & Wilhelm K. (2006) A
randomized controlled trial of a smoking cessation intervention among people with a psychotic disorder.
American Journal of Psychiatry 163, 1934-1942.
Baker A., Richmond R., Lewin T.J., & Kay-Lambkin F. (2010) Cigarette smoking and psychosis: Naturalistic
follow up 4 years after an intervention trial. Australian and New Zealand Journal of Psychiatry 44, 342350.
Ball M.P., Coons V.B., & Buchanan R.W. (2001) A program for treating olanzapine-related weight gain.
Psychiatric Services 52, 967-969.
Beebe L.H., Tian L., Morris N., Goodwin A., Allen S.S., & Kuldau J. (2005) Effects of exercise on mental
and physical health parameters of persons with schizophrenia. Issues Ment.Health Nurs. 26, 661-676.
Bradshaw T., Lovell K., Bee P., & Campbell M. (2010) The development and evaluation of a complex health
education intervention for adults with a diagnosis of schizophrenia. J.Psychiatr.Ment.Health Nurs. 17,
473-486.
Brar J.S., Ganguli R., Pandina G., Turkoz I., Berry S., & Mahmoud R. (2005) Effects of behavioral therapy
on weight loss in overweight and obese patients with schizophrenia or schizoaffective disorder. Journal
of Clinical Psychiatry 66, 205-212.
Brown C., Goetz J., & Hamera E. (2011) Weight loss intervention for people with serious mental illness: a
randomized controlled trial of the RENEW program. Psychiatric Services 62, 800-802.
Brown R.A., Ramsey S.E., Strong D.R., Myers M.G., Kahler C.W., Lejuez C.W., Niaura R., Pallonen U.E.,
Kazura A.N., Goldstein M.G., & Abrams D.B. (2003) Effects of motivational interviewing on smoking
cessation in adolescents with psychiatric disorders. Tob.Control 12 Suppl 4, IV3-10.
Brown S. & Chan K. (2006) A randomized controlled trial of a brief health promotion intervention in a
population with serious mental illness. Journal of Mental Health 15, 543-549.
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
45
Brown S. & Smith E. (2009) Can a brief health promotion intervention delivered by mental health key
workers improve clients' physical health: A randomized controlled trial Journal of Mental Health 18,
372-378.
Callaghan P., Khalil E., Morres I., & Carter T. (2011) Pragmatic randomised controlled trial of preferred
intensity exercise in women living with depression. BMC.Public Health 11, 465.
Centorrino F., Wurtman J.J., Duca K.A., Fellman V.H., Fogarty K.V., Berry J.M., Guay D.M., Romeling M.,
Kidwell J., Cincotta S.L., & Baldessarini R.J. (2006) Weight loss in overweight patients maintained on
atypical antipsychotic agents. Int.J.Obes.(Lond) 30, 1011-1016.
Chafetz L., White M., Collins-Bride G., Cooper B.A., & Nickens J. (2008) Clinical trial of wellness training:
Health promotion for severely mentally ill adults. Journal of Nervous and Mental Disease 196, 475-483.
Chen C.K., Chen Y.C., & Huang Y.S. (2009) Effects of a 10-week weight control program on obese patients
with schizophrenia or schizoaffective disorder: a 12-month follow up. Psychiatry and Clinical
Neurosciences 63, 17-22.
Chengappa K.N., Kambhampati R.K., Perkins K., Nigam R., Anderson T., Brar J.S., Vemulapalli H.K.,
Atzert R., Key P., Kang J.S., & Levine J. (2001) Bupropion sustained release as a smoking cessation
treatment in remitted depressed patients maintained on treatment with selective serotonin reuptake
inhibitor antidepressants. Journal of Clinical Psychiatry 62, 503-508.
Chou K.R., Chen R., Lee J.F., Ku C.H., & Lu R.B. (2004) The effectiveness of nicotine-patch therapy for
smoking cessation in patients with schizophrenia. Int.J.Nurs.Stud. 41, 321-330.
Cooper T.V., Hanson B.S., Burke R.S., & Hunt Y.M. (2008) Sequential treatment for nicotine dependence
and postcessation weight concern in a female diagnosed with paranoid schizophrenia. Clinical Case
Studies 7, 340-355.
Cordes J., Th N.J., Regenbrecht G., Zielasek J.R., Correll C.U., Schmidt-Kraepelin C., Lange-Asschenfeldt
C., Agelink M.W., Kahl K.G., Gaebel W., Klimke A., & Hauner H. (2011) Can an early weight
management program (WMP) prevent olanzapine (OLZ)-induced disturbances in body weight, blood
glucose and lipid metabolism? Twenty-four- and 48-week results from a 6-month randomized trial. World
Journal of Biological Psychiatry.
DiClemente C.C., Delahanty J.C., Kofeldt M.G., Dixon L., Goldberg R., & Lucksted A. (2011) Stage
movement following a 5A's intervention in tobacco dependent individuals with serious mental illness
(SMI). Addictive Behaviors 36, 261-264.
Druss B.G., Zhao L., von Esenwein S.A., Bona J.R., Fricks L., Jenkins-Tucker S., Sterling E., DiClemente R.,
& Lorig K. (2010) The Health and Recovery Peer (HARP) Program: A peer-led intervention to improve
medical self-management for persons with serious mental illness. Schizophrenia Research 118, 264-270.
Duraiswamy G., Thirthalli J., Nagendra H.R., & Gangadhar B.N. (2007) Yoga therapy as an add-on treatment
in the management of patients with schizophrenia--a randomized controlled trial. Acta Psychiatrica
Scandinavica 116, 226-232.
Dutra S.J., Stoeckel L.E., Carlini S.V., Pizzagalli D.A., & Evins A.E. (2012) Varenicline as a smoking
cessation aid in schizophrenia: effects on smoking behavior and reward sensitivity. Psychopharmacology
(Berl) 219, 25-34.
Edgelow M. & Krupa T. (2011) Randomized controlled pilot study of an occupational time-use intervention
for people with serious mental illness. Am.J.Occup.Ther. 65, 267-276.
46
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
Evans S., Newton R., & Higgins S. (2005) Nutritional intervention to prevent weight gain in patients
commenced on olanzapine: a randomized controlled trial. Aust.N.Z.J.Psychiatry 39, 479-486.
Evins A.E., Cather C., Culhane M.A., Birnbaum A., Horowitz J., Hsieh E., Freudenreich O., Henderson D.C.,
Schoenfeld D.A., Rigotti N.A., & Goff D.C. (2007) A 12-week double-blind, placebo-controlled study of
bupropion sr added to high-dose dual nicotine replacement therapy for smoking cessation or reduction in
schizophrenia. Journal of Clinical Psychopharmacology 27, 380-386.
Evins A.E., Cather C., Rigotti N.A., Freudenreich O., Henderson D.C., Olm-Shipman C.M., & Goff D.C.
(2004) Two-year follow-up of a smoking cessation trial in patients with schizophrenia: increased rates of
smoking cessation and reduction. Journal of Clinical Psychiatry 65, 307-311.
Evins A.E., Culhane M.A., Alpert J.E., Pava J., Liese B.S., Farabaugh A., & Fava M. (2008) A controlled
trial of bupropion added to nicotine patch and behavioral therapy for smoking cessation in adults with
unipolar depressive disorders. Journal of Clinical Psychopharmacology 28, 660-666.
Evins A.E., Mays V.K., Rigotti N.A., Tisdale T., Cather C., & Goff D.C. (2001) A pilot trial of bupropion
added to cognitive behavioral therapy for smoking cessation in schizophrenia. Nicotine and Tobacco
Research 3, 397-403.
Faulconbridge L.F., Wadden T.A., Berkowitz R.I., Pulcini M.E., & Treadwell T. (2011) Treatment of
Comorbid Obesity and Major Depressive Disorder: A Prospective Pilot Study for their Combined
Treatment. J.Obes. 2011, 870385.
Forsberg K.A., Bjorkman T., Sandman P.O., & Sandlund M. (2008) Physical health--a cluster randomized
controlled lifestyle intervention among persons with a psychiatric disability and their staff. Nordic
Journal of Psychiatry 62, 486-495.
Forsberg K.A., Bjorkman T., Sandman P.O., & Sandlund M. (2010) Influence of a lifestyle intervention
among persons with a psychiatric disability: a cluster randomised controlled trail on symptoms, quality of
life and sense of coherence. J.Clin.Nurs. 19, 1519-1528.
Gallagher S.M., Penn P.E., Schindler E., & Layne W. (2007) A comparison of smoking cessation treatments
for persons with schizophrenia and other serious mental illnesses. J.Psychoactive Drugs 39, 487-497.
George T.P., Vessicchio J.C., Sacco K.A., Weinberger A.H., Dudas M.M., Allen T.M., Creeden C.L.,
Potenza M.N., Feingold A., & Jatlow P.I. (2008) A placebo-controlled trial of bupropion combined with
nicotine patch for smoking cessation in schizophrenia. Biological Psychiatry 63, 1092-1096.
Gillhoff K., Gaab J., Emini L., Maroni C., Tholuck J., & Greil W. (2010) Effects of a multimodal lifestyle
intervention on body mass index in patients with bipolar disorder: A randomized controlled trial. Primary
Care Companion to the Journal of Clinical Psychiatry 12, e1-e8.
Godfrin K.A. & Van Heeringen C. (2010) The effects of mindfulness-based cognitive therapy on recurrence
of depressive episodes, mental health and quality of life: A randomized controlled study. Behaviour
Research and Therapy 48, 738-746.
Goldstein T.R., Goldstein B.I., Mantz M.B., Bailey B., & Douaihy A. (2011) A brief motivational
intervention for preventing medication-associated weight gain among youth with bipolar disorder:
treatment development and case report. Journal of Child and Adolescent Psychopharmacology 21, 275280.
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
47
Gulliver S.B., Wolfsdorf B.A., & Morissette S.B. (2004) Treating tobacco dependence: Development of a
Smoking Cessation Treatment Program for outpatient mental health clinics. Cognitive and Behavioral
Practice 11, 315-330.
Haffmans P.M.J., Kleinsman A., van W., Huijbrechts I., & Hoencamp E. (2006) Comparing running therapy
with physiotraining therapy in the treatment of mood disorders. Acta Neuropsychiatrica 18, 173-176.
Hall S.M., Tsoh J.Y., Prochaska J.J., Eisendrath S., Rossi J.S., Redding C.A., Rosen A.B., Meisner M.,
Humfleet G.L., & Gorecki J.A. (2006) Treatment for cigarette smoking among depressed mental health
outpatients: a randomized clinical trial. American Journal of Public Health 96, 1808-1814.
Hamersveld S.v. & Drost S. (2009) S.O.S. Van Systematisch Onderzoek Somatiek op metabole risico's naar
leefstijlinterventies op maat bij mensen met ernstige psychiatrische stoornissen. Symfora Groep,
Amersfoort.
Hassapidou M., Papadimitriou K., Athanasiadou N., Tokmakidou V., Pagkalos I., Vlahavas G., & Tsofliou F.
(2011) Changes in body weight, body composition and cardiovascular risk factors after long-term
nutritional intervention in patients with severe mental illness: An observational study. BMC Psychiatry
11.
Hebert K.K. (2010) Effects of proactive telephone counseling on cessation rates of smokers with major
depression. University of California; San Diego State University, San Diego, pp 1-98.
Heggelund J., Nilsberg G.E., Hoff J., Morken G., & Helgerud J. (2011) Effects of high aerobic intensity
training in patients with schizophrenia - A controlled trial. Nordic Journal of Psychiatry 65, 269-275.
Hertzberg M.A., Moore S.D., Feldman M.E., & Beckham J.C. (2001) A preliminary study of bupropion
sustained-release for smoking cessation in patients with chronic posttraumatic stress disorder. Journal of
Clinical Psychopharmacology 21, 94-98.
Hill K.P. & Chang G. (2007) Cognitive behavior therapy and nicotine replacement for smoking cessation in
psychiatric outpatients with major depression. Addictive Disorders & Their Treatment 6, 67-72.
Iglesias-Garcia C., Toimil-Iglesias A., & Alonso-Villa M.J. (2010) Pilot study of the efficacy of an
educational programme to reduce weight, on overweight and obese patients with chronic stable
schizophrenia. Journal of Psychiatric and Mental Health Nursing. 17, 849-851.
Jean-Baptiste M., Tek C., Liskov E., Chakunta U.R., Nicholls S., Hassan A.Q., Brownell K.D., & Wexler
B.E. (2007) A pilot study of a weight management program with food provision in schizophrenia.
Schizophrenia Research 96, 198-205.
Kalarchian M.A., Marcus M.D., Levine M.D., Haas G.L., Greeno C.G., Weissfeld L.A., & Qin L. (2005)
Behavioral treatment of obesity in patients taking antipsychotic medications. Journal of Clinical
Psychiatry 66, 1058-1063.
Khazaal Y., Chatton A., Prezzemolo R., Hoch A., Cornuz J., & Zullino D. (2008) A game for smokers: a
preliminary naturalistic trial in a psychiatric hospital. Patient.Educ.Couns. 70, 205-208.
Khazaal Y., Fresard E., Rabia S., Chatton A., Rothen S., Pomini V., Grasset F., Borgeat F., & Zullino D.
(2007) Cognitive behavioural therapy for weight gain associated with antipsychotic drugs. Schizophrenia
Research 91, 169-177.
48
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
Kilbourne A.M., Post E.P., Nossek A., Sonel E., Drill L.J., Cooley S., & Bauer M.S. (2008) Service delivery
in older patients with bipolar disorder: A review and development of a medical care model. Bipolar
Disorders 10, 672-683.
Knapen J., Van d., Van C., David A., Peuskens J., Knapen K., & Pieters G. (2003) The effectiveness of two
psychomotor therapy programmes on physical fitness and physical self-concept in nonpsychotic
psychiatric patients: A randomized controlled trial. Clinical Rehabilitation 17, 637-647.
Kwon J.S., Choi J.S., Bahk W.M., Yoon K.C., Hyung K.C., Chul S.Y., Park B.J., & Geun O.C. (2006)
Weight management program for treatment-emergent weight gain in olanzapine-treated patients with
schizophrenia or schizoaffective disorder: A 12-week randomized controlled clinical trial. Journal of
Clinical Psychiatry 67, 547-553.
Lee S.J., Choi E.J., & Kwon J.S. (2008) A naturalistic multicenter trial of a 12-week weight management
program for overweight and obese patients with schizophrenia or schizoaffective disorder. Journal of
Clinical Psychiatry 69, 555-562.
Lindenmayer J.P., Khan A., Wance D., Maccabee N., Kaushik S., & Kaushik S. (2009) Outcome evaluation
of a structured educational wellness program in patients with severe mental illness. Journal of Clinical
Psychiatry 70, 1385-1396.
Lising-Enriquez K. & George T.P. (2009) Treatment of comorbid tobacco use in people with serious mental
illness. J.Psychiatry Neurosci. 34, E1-E2.
Littrell K.H., Hilligoss N.M., Kirshner C.D., Petty R.G., & Johnson C.G. (2003) The effects of an educational
intervention on antipsychotic-induced weight gain. J.Nurs.Scholarsh. 35, 237-241.
MacPherson L., Tull M.T., Matusiewicz A.K., Rodman S., Strong D.R., Kahler C.W., Hopko D.R.,
Zvolensky M.J., Brown R.A., & Lejuez C.W. (2010) Randomized controlled trial of behavioral activation
smoking cessation treatment for smokers with elevated depressive symptoms. J.Consult Clin.Psychol. 78,
55-61.
Marzolini S., Jensen B., & Melville P. (2009) Feasibility and effects of a group-based resistance and aerobic
exercise program for individuals with severe schizophrenia: A multidisciplinary approach. Mental Health
and Physical Activity 2, 29-36.
Mauri M., Simoncini M., Castrogiovanni S., Iovieno N., Cecconi D., Dell'Agnello G., Quadrigli M., Rossi A.,
Donda P., Fagiolini A., & Cassano G.B. (2008) A psychoeducational program for weight loss in patients
who have experienced weight gain during antipsychotic treatment with olanzapine. Pharmacopsychiatry
41, 17-23.
McCreadie R.G., Kelly C., Connolly M., Williams S., Baxter G., Lean M., & Paterson J.R. (2005) Dietary
improvement in people with schizophrenia: randomised controlled trial. British Journal of Psychiatry
187, 346-351.
McDevitt J. & Wilbur J. (2006) Exercise and people with serious, persistent mental illness. Am.J.Nurs. 106,
50-54.
McFall M., Atkins D.C., Yoshimoto D., Thompson C.E., Kanter E., Malte C.A., & Saxon A.J. (2006)
Integrating tobacco cessation treatment into mental health care for patients with posttraumatic stress
disorder. American Journal on Addictions 15, 336-344.
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
49
McFall M., Saxon A.J., Malte C.A., Chow B., Bailey S., Baker D.G., Beckham J.C., Boardman K.D.,
Carmody T.P., Joseph A.M., Smith M.W., Shih M.C., Lu Y., Holodniy M., & Lavori P.W. (2010)
Integrating tobacco cessation into mental health care for posttraumatic stress disorder: a randomized
controlled trial. JAMA 304, 2485-2493.
McFall M., Saxon A.J., Thompson C.E., Yoshimoto D., Malte C., Straits-Troster K., Kanter E., Zhou X.H.,
Dougherty C.M., & Steele B. (2005) Improving the rates of quitting smoking for veterans with
posttraumatic stress disorder. American Journal of Psychiatry 162, 1311-1319.
McKibbin C.L., Golshan S., Griver K., Kitchen K., & Wykes T.L. (2010) A healthy lifestyle intervention for
middle-aged and older schizophrenia patients with diabetes mellitus: a 6-month follow-up analysis.
Schizophrenia Research 121, 203-206.
McKibbin C.L., Patterson T.L., Norman G., Patrick K., Jin H., Roesch S., Mudaliar S., Barrio C., O'Hanlon
K., Griver K., Sirkin A., & Jeste D.V. (2006) A lifestyle intervention for older schizophrenia patients with
diabetes mellitus: A randomized controlled trial. Schizophrenia Research 86, 36-44.
Melamed Y., Stein-Reisner O., Gelkopf M., Levi G., Sivan T., Ilievici G., Rosenberg R., Weizman A., &
Bleich A. (2008) Multi-modal weight control intervention for people with persistent mental disorders.
Psychiatr.Rehabil.J. 31, 194-200.
Menza M., Vreeland B., Minsky S., Gara M., Radler D.R., & Sakowitz M. (2004) Managing atypical
antipsychotic-associated weight gain: 12-month data on a multimodal weight control program. Journal of
Clinical Psychiatry 65, 471-477.
Methapatara W. & Srisurapanont M. (2011) Pedometer walking plus motivational interviewing program for
Thai schizophrenic patients with obesity or overweight: a 12-week, randomized, controlled trial.
Psychiatry and Clinical Neurosciences 65, 374-380.
Milano W., Grillo F., Del Mastro A., De Rosa M., Sanseverino B., Petrella C., & Capasso A. (2007)
Appropriate intervention strategies for weight gain induced by olanzapine: A randomized controlled
study. Advances in Therapy 24, 123-134.
Oeland A.M., Laessoe U., Olesen A.V., & Munk-Jorgensen P. (2010) Impact of exercise on patients with
depression and anxiety. Nordic Journal of Psychiatry 64, 210-217.
Ozenoglu A., Ugurlu S., Balci H., & Eker E. (2007) Nutritional approach to metabolic changes arising out of
schizophrenia therapy: case report. Internal Medicine 46, 1213-1218.
Pagoto S., Bodenlos J.S., Schneider K.L., Olendzki B., Spates C.R., & Ma Y. (2008) Initial investigation of
behavioral activation therapy for co-morbid major depressive disorder and obesity. Psychotherapy.(Chic.)
45, 410-415.
Pelletier J.R., Nguyen M., Bradley K., Johnsen M., & McKay C. (2005) A study of a structured exercise
program with members of an ICCD Certified Clubhouse: program design, benefits, and implications for
feasibility. Psychiatr.Rehabil.J. 29, 89-96.
Poole Hoffmann V., Ahl J., Meyers A., Schuh L., Shults K.S., Collins D.M., & Jensen L. (2005) Wellness
intervention for patients with serious and persistent mental illness. Journal of Clinical Psychiatry 66,
1576-1579.
50
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
Porsdal V., Beal C., Kleivenes O.K., Martinsen E.W., Lindstrom E., Nilsson H., & Svanborg P. (2010) The
Scandinavian Solutions for Wellness study - a two-arm observational study on the effectiveness of
lifestyle intervention on subjective well-being and weight among persons with psychiatric disorders.
BMC.Psychiatry 10, 42.
Poulin M.J., Chaput J.P., Simard V., Vincent P., Bernier J., Gauthier Y., Lanctot G., Saindon J., Vincent A.,
Gagnon S., & Tremblay A. (2007) Management of antipsychotic-induced weight gain: prospective
naturalistic study of the effectiveness of a supervised exercise programme. Aust.N.Z.J.Psychiatry 41, 980989.
Richardson C.R., Avripas S.A., Neal D.L., & Marcus S.M. (2005) Increasing lifestyle physical activity in
patients with depression or other serious mental illness. Journal of Psychiatric Practice 11, 379-388.
Schuch F.B., Vasconcelos-Moreno M.P., Borowsky C., & Fleck M.P. (2011) Exercise and severe depression:
preliminary results of an add-on study. J.Affect.Disord. 133, 615-618.
Scocco P., Longo R., & Caon F. (2006) Weight change in treatment with olanzapine and a psychoeducational
approach. Eat.Behav. 7, 115-124.
Segan C.J., Borland R., Wilhelm K.A., Bhar S.S., Hannan A.T., Dunt D.R., & Ferretter I.T. (2011) Helping
smokers with depression to quit smoking: collaborative care with Quitline. Medical Journal of Australia
195, S7-11.
Shahidi M., Mojtahed A., Modabbernia A., Mojtahed M., Shafiabady A., Delavar A., & Honari H. (2011)
Laughter Yoga versus group exercise program in elderly depressed women: A randomized controlled
trial. International Journal of Geriatric Psychiatry 26, 322-327.
Skrinar G.S., Huxley N.A., Hutchinson D.S., Menninger E., & Glew P. (2005) The role of a fitness
intervention on people with serious psychiatric disabilities. Psychiatr.Rehabil.J. 29, 122-127.
Steinberg M.L., Ziedonis D.M., Krejci J.A., & Brandon T.H. (2004) Motivational interviewing with
personalized feedback: a brief intervention for motivating smokers with schizophrenia to seek treatment
for tobacco dependence. J.Consult Clin.Psychol. 72, 723-728.
Taveira T.H., Dooley A.G., Cohen L.B., Khatana S.A., & Wu W.C. (2011) Pharmacist-led group medical
appointments for the management of type 2 diabetes with comorbid depression in older adults. Annals of
Pharmacotherapy 45, 1346-1355.
Van Citters A.D., Pratt S.I., Jue K., Williams G., Miller P.T., Xie H., & Bartels S.J. (2010) A pilot evaluation
of the In SHAPE individualized health promotion intervention for adults with mental illness. Community
Mental Health Journal 46, 540-552.
Vancampfort D., De Hert M., Knapen J., Wampers M., Demunter H., Deckx S., Maurissen K., & Probst M.
(2011) State anxiety, psychological stress and positive well-being responses to yoga and aerobic exercise
in people with schizophrenia: a pilot study. Disability and Rehabilitation 33, 684-689.
Vickers K.S., Patten C.A., Lewis B.A., Clark M.M., Ussher M., Ebbert J.O., Croghan I.T., Decker P.A.,
Hathaway J., Marcus B.H., & Hurt R.D. (2009) Feasibility of an exercise counseling intervention for
depressed women smokers. Nicotine.Tob.Res. 11, 985-995.
Voruganti L.N., Whatham J., Bard E., Parker G., Babbey C., Ryan J., Lee S., & MacCrimmon D.J. (2006)
Going beyond: an adventure- and recreation-based group intervention promotes well-being and weight
loss in schizophrenia. Canadian Journal of Psychiatry 51, 575-580.
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
51
Vreeland B., Minsky S., Gara M.A., Toto A.M., Kosseff C.O., Verna M., & Haytas L.A. (2010) Solutions for
wellness: Results of a manualized psychoeducational program for adults with psychiatric disorders.
American Journal of Psychiatric Rehabilitation 13, 55-72.
Vreeland B., Minsky S., Menza M., Rigassio R.D., Roemheld-Hamm B., & Stern R. (2003) A program for
managing weight gain associated with atypical antipsychotics. Psychiatric Services 54, 1155-1157.
Watanabe N., Furukawa T.A., Chen J., Kinoshita Y., Nakano Y., Ogawa S., Funayama T., Ietsugu T., &
Noda Y. (2010) Change in quality of life and their predictors in the long-term follow-up after group
cognitive behavioral therapy for social anxiety disorder: A prospective cohort study. BMC Psychiatry 10.
Weber M., Colon M., & Nelson M. (2008) Pilot study of a cognitive-behavioral group intervention to prevent
further weight gain in Hispanic individuals with schizophrenia. Journal of the American Psychiatric
Nurses Association 13, 353-359.
Weber M. & Wyne K. (2006) A cognitive/behavioral group intervention for weight loss in patients treated
with atypical antipsychotics. Schizophrenia Research 83, 95-101.
Weiner E., Ball M.P., Buchholz A.S., Gold J.M., Evins A.E., McMahon R.P., & Buchanan R.W. (2012)
Bupropion sustained release added to group support for smoking cessation in schizophrenia: a new
randomized trial and a meta-analysis. Journal of Clinical Psychiatry 73, 95-102.
Weinstock L.M., Munroe M.K., & Miller I.W. (2011) Behavioral activation for the treatment of atypical
depression: a pilot open trial. Behav.Modif. 35, 403-424.
Williams J.M., Steinberg M.L., Zimmermann M.H., Gandhi K.K., Stipelman B., Budsock P.D., & Ziedonis
D.M. (2010) Comparison of two intensities of tobacco dependence counseling in schizophrenia and
schizoaffective disorder. Journal of Substance Abuse Treatment 38, 384-393.
Wirshing D.A., Smith R.A., Erickson Z.D., Mena S.J., & Wirshing W.C. (2006) A wellness class for
inpatients with psychotic disorders. Journal of Psychiatric Practice 12, 24-29.
Wu M.K., Wang C.K., Bai Y.M., Huang C.Y., & Lee S.D. (2007) Outcomes of obese, clozapine-treated
inpatients with schizophrenia placed on a six-month diet and physical activity program. Psychiatric
Services 58, 544-550.
Wu R.R., Zhao J.P., Jin H., Shao P., Fang M.S., Guo X.F., He Y.Q., Liu Y.J., Chen J.D., & Li L.H. (2008)
Lifestyle intervention and metformin for treatment of antipsychotic-induced weight gain: a randomized
controlled trial. JAMA 299, 185-193.
52
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
Reviews die gecontroleerd zijn op gemiste publicaties
Berg M. vd. Effecten van preventieve interventies voor lokaal gezondheidsbeleid : een overzicht op basis van
de leeflijnen uit de handleidingen voor roken, alcohol, overgewicht en depressie. Bilthoven: RIVM, 2010.
Bryant J, Bonevski B, Paul C, McElduff P, Attia J. A systematic review and meta-analysis of the
effectiveness of behavioural smoking cessation interventions in selected disadvantaged groups. Addiction
2011; 106(9):1568-1585.
Cabassa LJ, Ezell JM, Lewis-Fernandez R. Lifestyle interventions for adults with serious mental illness: a
systematic literature review. Psychiatr Serv 2010; 61(8):774-782.
Faulkner G, Cohn T, Remington G. Interventions to reduce weight gain in schizophrenia. Cochrane Database
Syst Rev 2007;(1):CD005148.
Gabriele JM, Dubbert PM, Reeves RR. Efficacy of behavioural interventions in managing atypical
antipsychotic weight gain. Obes Rev 2009; 10(4):442-455.
Gierisch JM, Bastian LA, Calhoun PS, McDuffie JR, Williams JW, Jr. Smoking Cessation Interventions for
Patients with Depression: A Systematic Review and Meta-analysis. J Gen Intern Med 2011.
Gorczynski P, Faulkner G. Exercise therapy for schizophrenia. Cochrane Database Syst Rev
2010;(5):CD004412.
McCloughen A, Foster K. Weight gain associated with taking psychotropic medication: an integrative review.
Int J Ment Health Nurs 2011; 20(3):202-222.
Roberts SH, Bailey JE. Incentives and barriers to lifestyle interventions for people with severe mental illness:
a narrative synthesis of quantitative, qualitative and mixed methods studies. J Adv Nurs 2011; 67(4):690708.
Vancampfort D, Knapen J, Probst M, van Winkel R, Peuskens J, Maurissen K et al. [The therapeutic value of
physical exercise for people with schizophrenia]. Tijdschr Psychiatr 2010; 52(8):565-574.
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
53
Nederlandstalige publicaties die niet zijn meegenomen in dit onderzoek
Niet gericht op de doelgroep:
Berg M van de. Effecten van preventieve interventies voor lokaal gezondheidsbeleid : een overzicht op basis
van de leeflijnen uit de handleidingen voor roken, alcohol, overgewicht en depressie. Bilthoven: RIVM,
2010.Hollander, E. den, Bogers, r. Leefstijlinterventies in GGD-regio’s: inventarisatie via GGD’en:
bijlage bij het RIVM rapport ‘leefstijlinterventies in Nederland. Bilthoven, RIVM, 2009.
Geen interventiestudie:
Bakker P. Wat je aan jezelf kunt veranderen en wat niet - De kans op een succesvolle aanpak van problemen
als angststoornissen en depressies is groot, maar die kans neemt drastisch af bij stoppen met roken en
afvallen. Psychologie magazine 20[4], 58-62. 2001.
Beeck L van. Voor veel patiënten gaan dagen in rook op : De ondersteuning van de chronisch psychiatrische
patiënt door verpleegkundigen bij het einde van het 'gedoogbeleid' roken in de psychiatrie. Op Stapel:
(2006) [39], 31-38. 2006.
Dogterom, C. Wikken en wegen! Evidence based leefstijl training bij psychiatrische patiënten met
overgewicht, obesitas, of metabool syndroom. Scriptie MANP GGZ Cohort, 2007.
Repko M, Brink W van de, Huyser J. Kunnen patiënten met een depressieve stoornis stoppen met roken?
Tijdschrift voor Psychiatrie 49[10], 753-762. 2007.
Wolters, R.G. Overgewicht binnen de instelling: een onderzoek naar overgewicht binnen de instelling en een
manier om er voor te zorgen dat deze tot stilstand komt of wordt verminderd. Windesheim / School of
Social Work, 2010.
Boven, V. Lichamelijk welbevinden in de ambulante behandeling van mensen met schizofrenie. Scriptie
Hogeschool Utrecht
54
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
Bijlage 1
Adapted Methodological Rating Scale
Methodological Attributes
1. Study Design
2. Replicability
3
0
Points Awarded
Single group pretest-posttest
Quasi-experimental (nonequivalent control
group/nonrandomization)
Randomization with control group
Intervention/follow-up description insufficiently detailed
3. Baseline
1
0
Procedures contain sufficient detail
No baseline scores client characteristics or measures reported
1
Baseline scores, client characteristics or measures reported
4. Quality Control
0
1
5. Follow-up Length
0
No intervention standardized specified
Intervention standardized by manual, procedures, specific
training and so forth
Less than 6 months
6. Follow-up Rate
7. Collaterals
8. Objective verification
1
2
1
2
0
1
2
0
1
0
1
9. Dropouts
0
10. Independent
1
0
1
11. Analyses
12. Multisite
13. Cultural and linguistic
adaptations to depression
treatments
6-11 months
12 months or longer
Less than 70% completion
70-84.9% completion
85-100% completion
No collateral verification of participant self-report
Collaterals interviewed
No objective verification of participant self-report
Verification of records (paper records, insurance claim,
medical charts, diagnostic interviews)
No discussion or enumeration of dropouts or dropout
excluded from analysis (no intent to treat analysis)
Intervention dropout enumerated
Follow-up conducted non-blind or by an unspecified method
1
0
1
0
Follow-up conducted by person blind to participants’
treatment conditions
No statistical analyses conducted or clearly inappropriate
analyses
Appropriate statistical analyses
Single site study
Parallel replication at two or more sites
Cultural and linguistic adaptations not reported or discussed.
1
Cultural and linguistic adaptation reported or discussed
0
Note: Scores could range from 0 (low) to 17 (high). Adapted from Miller et al., 1995; and Vaughn and Howard (2003). As
cited in Cabassa, L. J., Ezell, J. & Lewis-Fernández, R. (2010). Lifestyle interventions for adults with serious mental
illness: A systematic literature review. Psychiatric Services, 61 (8), 774-782.
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
55
56
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
Bijlage 2
Tabel A
publicaties
kenmerken van 30 onderzoeken naar de effecten van stoppen-met-roken
interventies bij mensen met een psychiatrische aandoening, gerangschikt
naar methodologische kwaliteit
aange- % gebruik interventie
paste antiMQRS psychotica
score
zwakte
van het
onderzoek
gerandomiseerde onderzoeken
McFall M.
e.a. (2010)
14
23,8%
geïntegreerde zorg versus standaard zorg
selectieve groep
Hall SM. e.a.
(2006)
13
n.v.t.
computerized motivational feedback
versus korte contacten
resultaten niet
generaliseerbaar
Evins AE.
e.a. (2007)
13
100%
medicatie (bupropion) versus placebo en
groepstherapie
kleine
steekproef
Evins AE.
e.a. (2001)
12
100%
medicatie (bupropion) versus placebo en
groepstherapie
kleine
steekproef
Baker A. e.a.
(2006)
12
onbekend
George TP.
e.a. (2008)
12
100%
motivationel interviewing, cognitieve
gedragstherapie en nicotine-vervangende
therapie versus treatment as usual
medicatie (bupropion) versus placebo met
nicotinepleister en groepstherapie
oorzaak-gevolg
relatie ter
discussie
Kleine
steekproef
Chou KR.
e.a. (2004)
11
onbekend
nicotinepleisters en wekelijks contact
versus niets
Evins AE.
e.a. (2004)
11
56%
follow-up analyse medicatie (bupropion)
versus placebo en groepstherapie
klein, korte
follow-up
periode
kleine
steekproef
McFall M.
e.a. (2005)
10
onbekend
geïntegreerde versus aparte stoppen-metroken behandeling
geen
biomarkers
Gallagher
SM. e.a.
(2007)
Evins AE.
e.a. (2008)
9
onbekend
groepstherapie met of zonder
nicotinepleister en zelfstoppers
interne
validiteit
8
n.v.t.
nicotinepleisters en gedragstherapie met
of zonder medicatie
uitval
MacPherson
L. e.a.
(2010)
Williams
JM. e.a.
(2010)
Hebert KK.
(2010)
dissertation
Weiner E.
e.a. (2012)
8
n.v.t.
groepstherapie met of zonder
nicotinepleister
groot aantal
weigeringen
8
100%
twee vormen van behavioral counseling
onduidelijk
onderscheid
8
n.v.t.
standaard zorg plus aanvullende
counseling versus standaard zorg
?
8
100%
medicatie versus placebo en
groepstherapie
kleine
steekproef
Vickers KS.
e.a. (2009)
5
n.v.t.
exercise counseling versus health
education
kleine
steekproef
- Bijlage 2 tabel A wordt vervolgd
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
-
57
- Vervolg bijlage 2 tabel A -
publicaties
aange- % gebruik interventie
paste antiMQRS psychotica
score
zwakte
van het
onderzoek
quasi-experimental / intervention-control-groups
Brown RA.
e.a. (2003)
11
Hertzberg
MA. e.a.
(2001)
Hill KP. e.a.
(2007)
9
9
onbekend
motivational interviewing of kort advies
onduidelijk medicatie of placebo en groepstherapie
kleine
steekproef
gedragstherapie met of zonder
nicotinepleister
kleine
steekproef
Steinberg
7
96%
ML. e.a.
(2004)
single group pre-post design
motivational interviewing,
psychoeducatie of minimaal contact
zelfselectie van
deelnemers
Chengappa
KNR. e.a.
(2001)
McFall M.
e.a. (2006)
8
n.v.t.
medicatie en counseling
korte duur
8
onbekend
geïntegreerde zorg
geen
randomisatie
Khazaal Y.
e.a. (2008)
7
onbekend
spel
selection bias
DiClemente
CC. e.a.
(2011)
Baker A. e.a.
(2010)
7
onbekend
follow up van korte A5-interventie (Ask,
Advise, Assess, Assist and Arrange)
subgroup
analysis
Segan CJ.
e.a. (2011)
6
Dutra SJ.
e.a. (2012)
5
100%
gedragstherapie
kleine
steekproef
Gulliver SB.
e.a. (2004)
3
onbekend
gedragstherapie
?
Cooper TV.
E.a. (2008)
6
onbekend
gedragstherapie
case study
LisingEnriquez K.
e.a. (2009)
3
ja
motivational interviewing
case study
6
n.v.t.
groot aantal
weigeringen
onduidelijk follow-up van interventie met nicotinevervangende therapie, motivational
interviewing en cognitieve
gedragstherapie
n.v.t.
co-management model
beperkte
follow-up
geen controle
groep
case study
58
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
Tabel B
kenmerken van 40 onderzoeken naar de effecten van gewichtsmanagement
interventies bij mensen met een psychiatrische aandoening, gerangschikt
naar methodologische kwaliteit
publicaties aange- % gebruik Interventie
paste antiMQRS psychotica
score
zwakte van
het
onderzoek
gerandomiseerde onderzoeken
McCreadie
RG. e.a.
(2005)
Littrell KH.
e.a. (2003)
14
onbekend
12
100%
Wu RR. e.a.
(2008)
12
100%
Brar JS. e.a.
(2005)
11
100%
AlvarezJimenez M.
e.a. (2006)
Kwon JS.
e.a. (2006)
11
100%
vroege gedragsinterventie versus routine
zorg
korte duur
11
100%
dieet en beweging management versus
standaard zorg
kleine
steekproef
Weber M.
& Wyme
K.. (2006)
Wu MK.
e.a. (2007)
10
100%
cognitieve/gedragstherapie versus
gebruikelijke zorg
kleine
steekproef
10
100%
calorie-beperkt dieet en beweging versus
geen interventie
lage
motivatie
Khazaal Y.
e.a. (2007)
10
100%
cognitieve/gedragstherapie versus korte
voedingsvoorlichting
open-label
design
Milano W.
e.a. (2007)
10
100%
afvaldieet en beweging versus standaard zorg kleine
steekproef
Gillhof K.
e.a. (2010)
10
IglesiasGarciá C.
e.a. (2010)
Evans S.
e.a. (2005)
10
100%
9
100%
Brown S.
e.a. (2009)
9
onbekend
Methapatara
W. &
Srisurapanon
t M. (2011)
JeanBaptiste M.
e.a. (2007)
9
ten minste gezond-leven brochure met of zonder
34%
motivational interview
8
gratis groente en fruit, dieet adviezen en
instructie versus gratis groente en fruit versus
standaard zorg
‘Solutions of Wellness’ programma versus
standaard zorg
medicatie kan
verstoren
medicatie versus placebo en psycho-educatie, korte duur
dieet en bewegingsprogramma versus
standaard zorg
gedragstherapie gewichtsverlies versus
open-label
standaard zorg
design
onduidelijk groepsbijeenkomsten en fitness training
versus standaard zorg
100%
kleine
steekproef
korte duur
voorlichting en counseling m.b.t. dieet,
bewegen en gezonde gewoonten versus
standaard zorg
individuele voedingsadviezen versus
standaard zorg
kleine
steekproef
health promotion sessies versus standaard
zorg
kleine
steekproef
gedragsinterventie versus standaard zorg
kleine
steekproef
kleine
steekproef
kleine
steekproef
- Bijlage 2 tabel B wordt vervolgd
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
-
59
- Vervolg bijlage 2 tabel B -
publicaties aangepaste
MQRS
score
Brown C. &
8
Smith E..
(2011)
Cordes J.
8
e.a. (2011)
Mauri M.
e.a. (2008)
7
% gebruik Interventie
antipsychotica
zwakte van
het
onderzoek
onduidelijk gewichtverlies strategieën versus standaard
zorg
uitval
100%
gewichtmanagement groepsessies versus
standaard zorg
Hoge uitval
100%
psycho-educatie programma versus standaard kleine
zorg
steekproef
quasi-experimental / intervention-control-groups
Menza M.
e.a. (2004)
11
100%
Healthy Living programma met
gedragsinterventies en motivational
counseling versus standaard zorg
activeringsprogramma versus wachtlijst
kleine
steekproef
Voruganti
LNP. e.a.
(2006)
Poulin MJ.
e.a. (2007)
11
onbekend
10
100%
Porsdal V.
e.a. (2010)
9
100%
Wellness programma versus standaard zorg
observatie
onderzoek
Vreeland B.
e.a. (2003)
8
100%
groepssessies met motivational counseling
versus standaard zorg
geen
randomisatie
Melamed Y.
e.a. (2008)
8
100%
gedragstherapie, voedingsadvies en
beweging versus standaard zorg
Scocco P.
e.a. (2006)
8
100%
medicatie, voedingsvoorlichting,
voedingsdagboek
geen
individuele
randomisatie
kleine
steekproef
Ball MP.
e.a. (2001)
6
100%
Weight Watchers programma versus
standaard zorg
?
kleine
steekproef,
geen RCT
gedragsinterventies en bewegingsprogramma geen RCT
versus standaard zorg
single group pre-post design
Kalarchian
MA. e.a.
(2005)
Chen CK.
e.a. (2009)
9
100%
groepssessies voor gedragstherapie
geen controle
groep
9
100%
voedseladvies, beweging en
gedragsinterventies
geen controle
groep
Weber M.
e.a. (2008)
8
100%
groepsbijeenkomsten en voedsel- en
activiteitendagboek
kleine
steekproef
Hassapidou
M. e.a.
(2011)
Attux C.
e.a. (2011)
7
28%
dieet advies
geen controle
groep
7
80,9%
Wellness programma
korte followup
- Bijlage 2 tabel B wordt vervolgd
60
-
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
- Vervolg bijlage 2 tabel B -
publicaties aange- % gebruik Interventie
paste antiMQRS psychotica
score
Lee SJ. e.a.
6
100%
dieet en bewegingsmanagement
(2008)
zwakte van
het
onderzoek
Lindenmaye
r JP. e.a.
(2009)
Archie S.
e.a. (2003)
6
99,5%
Solutions for Wellness programma
geen
randomisatie
5
100%
toegang tot fitness ruimte
kleinl, geen
controlegroep
Centorrino
F. e.a.
(2006)
Faulconbrid
ge LF. e.a.
(2011)
Hamersveld
S. van
(2009)
scriptie
case study
Ozenoglu
A. e.a.
(2007)
Goldstein
TR. e.a.
(2011)
5
100%
voedingsadvies en fitness training
veel uitval
5
onbekend
groepssessies voor gewichtsmanagement
vaardigheden
kleine
steekproef
5
onbekend
lifestyle coaching met motivational
interviewing
kleine groep
8
Ja
medicatie + gezonde voeding en dieetadvies
case study
6
ja
motivational interventions
case study
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
uitval niet
meegerekend
61
Tabel C
kenmerken van 21 onderzoeken naar de effecten van beweging en fitness
interventies bij mensen met een psychiatrische aandoening, gerangschikt
naar methodologische kwaliteit
publicaties aange- % gebruik
paste antiMQRS psychotica
score
interventie
zwakte van
het
onderzoek
gerandomiseerde onderzoeken
Beebe LH.
12
100%
e.a. (2005)
wandeltraining versus geen training
mogelijk
selectie bias
Taveira TH.
e.a. (2011)
12
n.v.t.
groepsconsulten met voorlichting en
begeleiding versus standaard zorg
single site
Forsberg
KA. e.a.
(2008)
Vancampfor
t D. e.a.
(2011)
Marzolini S.
e.a. (2009)
11
73%
studiegroep gezond eten en bewegen
versus studiegroep esthetiek
kleine
steekproef
Edgelow M.
e.a. (2011)
8
onbekend
activeringsprogramma versus standaard
zorg
kleine
steekproef
Callaghan
P. e.a.
(2011)
Skrinar GS.
e.a. (2005)
8
n.v.t.
oefeningen volgens eigen tempo versus
voorgeschreven tempo
uitval
7
100%
gezond bewegen groep versus wachtlijst
kleine
steekproef
Haffmans
PMJ. e.a.
(2006)
Knapen J.
e.a. (2003)
6
onbekend
hardlooptherapie versus physiotraining
gedeeltelijke
controle
groep
onvoldoende
controle
groep
9
onduidelijk ontspanningsoefeningen versus rustig
lezen
kleine
steekproef
8
onduidelijk bewegingsprogramma versus standaard
zorg
kleine
steekproef
5
onduidelijk fitness training versus algemene
bewegingstherapie
quasi-experimental / intervention-control-groups
Heggelund
J. e.a.
(2011)
Acil AA.
e.a. (2008)
9
100%
bewegingsprogramma versus
computerspel
geen
randomisatie
6
100%
bewegingsprogramma versus standaard
zorg
kleine
steekproef
Oeland AM.
e.a. (2010)
6
onbekend
bewegingsprogramma versus standaard
zorg
lage
deelname
graad
- Bijlage 2 tabel C wordt vervolgd
62
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
-vervolg bijlage 2 tabel C –
publicaties aange- % gebruik
paste antiMQRS psychotica
score
interventie
zwakte van
het
onderzoek
motivational interviewing, gedragstherapie en nicotine vervangingstherapie
korte followup
activeringstherapie en dieet counseling
geen controle
groep
single group pre-post design
Baker A.
e.a. (2009)
9
onbekend
Pagoto S.
e.a. (2008)
8
n.v.t.
Van Citters
AD. e.a.
(2010)
Richardson
CR. e.a.
(2005)
Weinstock
LM. e.a.
(2011)
Pelletier JR.
e.a. (2005)
7
onbekend
gezondheidsbevordering en
bewegingsprogramma
geen controle
groep
6
onbekend
informatie en bewegingsprogramma
kleine
steekproef
6
n.v.t.
gedragsactivering
kleine
steekproef
5
onbekend
fitness sessies
kleine
steekproef
Wirshing D.
e.a. (2006)
3
onbekend
Wellness lezing met kennis quiz
?
6
ja
wandelprogramma
case study
case study
McDevitt J.
e.a. (2006)
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
63
Tabel D
publicaties
kenmerken van 15 onderzoeken naar de effecten van kwaliteit van leven
interventies bij mensen met een psychiatrische aandoening, gerangschikt
naar methodologische kwaliteit
aange- % gebruik
paste antiMQRS psychotica
score
gerandomiseerde onderzoeken
Kilbourne
12
onduidelijk
AM.e.a.
(2008)
Godfrin
11
n.v.t.
KA. e.a.
(2010)
McKibbin
11
onbekend
CL. e.a.
(2010)
McKibbin
10
onbekend
CL. e.a.
(2006)
Chafetz L.
9
onbekend
e.a. (2008)
Forsberg
KA. e.a.
(2010)
Schuch FB
e.a. (2011)
9
73%
Duraiswamy
e.a. (2007)
8
100%
Shahidi M.
e.a. (2011)
8
n.v.t.
Druss BG.
e.a. (2010)
8
Brown S. &
Chan K.
(2006)
7
9
onbekend
interventie
zwakte van
het
onderzoek
bipolar disorder medical care (BCM)
inclusief zelfmanagement sessies versus
standaard zorg
op mindfulness gebaseerde cognitieve
therapie versus standaard zorg
single site
training in omgaan met diabetes versus
standaardzorg + informatie
kleine
steekproef
training in omgaan met diabetes versus
standaard zorg + informatie
kleine
steekproef
standaard eerstelijns zorg met of zonder
wellness training
kleine
steekproef
studiegroep gezond leven versus
studiegroep esthetiek
uitval
beweging versus standaard zorg
kleine
steekproef
kleine
steekproef
Yogatraining versus physical training
gedeeltelijke
controle
groep
Laughter Yoga versus
geen
bewegingsprogramma versus controlegroep controle
groep
groepsbijeenkomsten versus standaard zorg single site
gezondheidsvoorlichting sessies of
standaard zorg
kleine
steekproef
quasi-experimental / intervention-control-groups
Vreeland B.
e.a. (2010)
9
onbekend
Bradshaw T.
e.a. (2010)
6
98%
single group pre-post design
Poole
7
onbekend
Hoffmann
V. e.a.
(2005)
Watanabe
6
onbekend
N. e.a.
(2010)
64
Solutions for Wellness programma met en
zonder extra bewegen
korte
interventie
gezondheidsvoorlichtingprogramma
geen
controle
groep
Solutions for Wellness programma
geen
controle
groep
cognitieve gedragstherapie
geen
controle
groep
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
Bijlage 3
Tabel E
Auteurs (jaar
van
publicatie)
karakteristieken van 30 publicaties over stoppen-met-roken interventies,
gerangschikt naar soort onderzoek en jaar van publicatie
steekproef (N) Leeftijd bij aanvang
IG=interventie, (M, SD)
CG=controle
IG=interventie,
CG=controle
randomized controlled trials
Evins AE.
IG=9,
IG=45.5 ± 7.2,
e.a. (2001)
CG=9
CG=42.7 ± 7.9
Chou KR.
IG=26,
IG=38.4 (09.5),
e.a. (2004)
CG=42
CG=38.7 (11.7)
Evins AE.
IG=9,
?
e.a. (2004)
CG=9
McFall M.
IG=33,
IG=52.9 (11.1),
e.a. (2005)
CG=33
CG=52.3 (8.1)
Hall SM. e.a. IG=163,
IG=42.2 (12.8),
(2006)
CG=159
CG=41.5 (12.4)
Baker A. e.a. IG=147,
37.24 (11.09)
(2006)
CG=151
George TP.
IG=29,
IG=41.2 ± 9.2,
e.a. (2008)
CG=29
CG=39.3 ±6.9
Evins AE.
IG=25,
IG=44,8 (9.2),
e.a. (2007)
CG=26
CG=43.6 (10.9)
Evins AE.
IG=97,
IG=43 (12),
e.a. (2008)
CG=102
CG=43 (10)
Vickers KS.
e.a. (2009)
McFall M.
e.a. (2010)
IG=30,
CG=30
IC=472,
SCC=471
MacPherson
L. e.a. (2010)
Williams JM.
e.a. (2010)
IG=35,
CG=33
IG=45,
CG=42
IG=40.9 (11.8),
CG=41.8 (12.1)
IC=54.4 (53.6 55.2), SCC=54.7
(54.0 - 55.5)
IG=45.0 (12.2),
CG=42.6 (11.5)
IG=43.5 (12.1),
CG=47.1 (10.5)
Hebert KK.
IG=46,
IG=46.2 (13.4),
(2010)
CG=46
CG=45.4 (12.8)
dissertation
Gallagher
IG1=60,
IG1=42.55 (9.43),
SM. e.a.
IG2=60,
IG2=43.55 (9.82),
(2007)
CG=60
CG=42.45 (10.35)
Weiner E.
IG=24,
IG=49.5 ± 7.8,
e.a. (2012)
CG=22
CG=47.8 ± 8.2
quasi-experimental / intervention-control-groups
Hertzberg
IG=10,
50
MA. e.a.
CG=5
(2001)
patiëntencategorie
duur van de aangepaste
interventie
MQRS
score
schizofrenie
12 weken
12
schizofrenie
8 weken
11
schizofrenie
12 weken
11
PTSD*
6 weken
10
depressie
18 maanden
13
psychotische
stoornis
schizofrenie
6 weken
12
10 weken
12
schizofrenie
12 weken
13
unipolaire
depressieve
stoornis
depressie
13 weken
8
10 weken
5
militair
gerelateerde
PTSD
depressie
18 maanden
14
26 weken
schizofrenie,
26 weken
schizoaffectieve
stoornis
ernstige
2 maanden
depressie
8
schizofrenie en
andere SMI**
36 weken
9
schizofrenie
12 weken
8
veteranen met
PTSD*
12 weken
9
- Bijlage 3 tabel E wordt vervolgd
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
8
8
-
65
- Vervolg bijlage 3 tabel E -
Auteurs (jaar
van
publicatie)
Brown RA.
e.a. (2003)
Steinberg
ML. e.a.
(2004)
Hill KP. e.a.
(2007)
steekproef (N) Leeftijd bij aanvang
IG=interventie, (M, SD)
CG=controle
IG=interventie,
CG=controle
IG1=116,
15.4
IG2=75
IG1=32, ‘
IG1=44.17 (9.5),
IG2=34,
IG2=42.9 (7.92),
CG=12
CG=42.25 (10.72)
IG=3,
IG=54.3 (7.09),
CG=6
CG=39.2 (14.0)
single group pre-post design
Chengappa
25 45.8 ± 9.5
KNR. e.a.
(2001)
Gulliver SB.
161 54
e.a. (2004)
duur van de aangepaste
interventie
MQRS
score
psychiatrische 2 sessies
diagnose
schizofrenie,
40 min
schizoaffectieve
stoornis
depressie
3 maanden
11
7
9
depressie
9 weken
8
veteranen met
verschillende
diagnoses
PTDS*
10 weken
3
9 maanden
8
verschillende
diagnoses
verschillende
diagnoses
schizofrenie,
schizoaffectieve
stoornis
depressie
1 uur
7
?
6
12 weken
5
6 maanden
6
110 44.1
schizofrenie,
psychose
12 maanden
7
1 55
schizofrenie
?
6
1 38
schizofrenie
?
3
McFall M.
e.a. (2006)
Khazaal Y.
e.a. (2008)
Baker A. e.a.
(2010)
Dutra SJ. e.a.
(2012)
107 52,12 (6,8)
Segan CJ.
e.a. (2011)
DiClemente
CC. e.a.
(2011)
227 45,2 (13,6)
case study
Cooper TV.
E.a. (2008)
LisingEnriquez K.
e.a. (2009)
patiëntencategorie
51 43.7 ± 12.8
247 37.8 (11.0)
102 46.77 (10.25)
* PTSD=Post Traumatic Stress Disorder
** SMI=Serious Mental Illness
66
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
Tabel F
karakteristieken van 40 publicaties over gewicht management interventies,
gerangschikt naar soort onderzoek en jaar van publicatie
Auteurs (jaar van aantal (N)
publicatie)
IG=interventie
CG=controle
randomized controlled trials
Littrell KH. e.a. IG=35,
(2003)
CG=35
Leeftijd (M, SD)
IG=interventie,
CG=controle
patiënten
categorie
duur van de
interventie
IG=33.66 ± 9.23,
CG=34.51 ± 9.99
schizofrenie,
schizoaffectieve
stoornis
schizofrenie
16 weken
12
6 maanden
14
schizofrenie,
schizoaffectieve
stoornis,
psychose,
bipolaire
stoornis,
depressie
schizofrenie,
schizoaffectieve
stoornis
psychose
3 maanden
9
14 weken
11
3 maanden
11
schizofrenie,
schizoaffectieve
stoornis
schizofrenie,
schizoaffectieve
stoornis
schizofrenie
12 weken
11
16 weken
10
6 maanden
10
psychose
12 weken
10
McCreadie RG.
e.a. (2005)
Evans S. e.a.
(2005)
102 45 (13)
IG=29,
CG=22
IG=34.6 (9.6),
CG=33.6 (11.6)
Brar JS. e.a.
(2005)
IG=34,
CG=37
IG=40.0 ± 10.1,
CG=40.5 ± 10.6
Alvarez-Jimenez
M. e.a. (2006)
Kwon JS. e.a.
(2006)
IG=28,
CG=33
IG=33,
CG=15
IG=26.0 (15.5),
CG=17.5 (8.5)
IG=32.0 ± 9.2,,
CG=29.8 ± 6.07
Weber M. &
Wyme K..
(2006)
Wu MK. e.a.
(2007)
Khazaal Y. e.a.
(2007)
Jean-Baptiste M.
e.a. (2007)
IG=8,
CG=9
?
IG=28,
CG=25
IG=31,
CG=30
IG=8,
CG=10
IG=42.2 ± 7.5,
CG=39.0 ± 6.7
IG=43 (9.8),
CG=38.3 (10.4)
IG=52.37,
CG=40.73
Milano W. e.a.
(2007)
Wu RR. e.a.
(2008)
Mauri M. e.a.
(2008)
IG=22,
CG=14
128 (4x32)
IG=46,
CG=45
26.3 (25.5 - 27.1)
Brown S. e.a.
(2009)
Gillhof K. e.a.
(2010)
Iglesias-Garciá
C. e.a. (2010)
IG=15,
CG=11
IG=26,
CG=24
IG=7,
CG=7
49 38.9
IG=50.4,
CG=47.0
IG=48.1 ± 11.5,
CG=48.9 ± 12.0
39,9
aangepaste
MQRS
score
schizofrenie,
16 weken
schizoaffectieve
stoornis
schizofrenie,
3 maanden
bipolaire stoornis
schizophrenia
12 weken
8
10
12
bipolaire,
12 weken
schizoaffectieve,
psychotische
depressieve
stoornis
Severe and
10 weken
enduring MI*
bipolaire stoornis 5 maanden
7
10
schizofrenie
10
9
3 maanden
- Bijlage 3 tabel F wordt vervolgd
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
-
67
- Vervolg bijlage 3 tabel F –
Auteurs (jaar van aantal (N)
publicatie)
IG=interventie
CG=controle
Brown C. &
IG°47,
Smith E.. (2011) CG°42
Cordes J. e.a.
IG=36,
(2011)
CG=38
Leeftijd (M, SD)
IG=interventie,
CG=controle
44.6 ± 10.9
patiënten
categorie
duur van de
interventie
aangepaste
MQRS
score
12 maanden
8
IG=38.2 ± 11.2,
CG=35.8 ± 10.9
schizofrenie,
schizoaffectieve
stoornis
schizofrenie
SMI**
24 weken
8
Methapatara W. IG=32,
IG=43.16 (9.27),
& Srisurapanont CG=32
CG=37.59 (10.83)
M. (2011)
quasi-experimental / intervention-control-groups
Ball MP. e.a.
IG=11,
IG=43.8 ± 8.1,
schizofrenie,
(2001)
CG=11
CG=43.3 ± 7.1
schizoaffectieves
toornis
Vreeland B. e.a. IG=31,
IG=42.6 ± 9.1,
schizofrenie,
(2003)
CG=15
CG=47.8 ± 6.5
schizoaffectieve
stoornis
Menza M. e.a.
IG=31,
IG=42.6,
schizofrenie,
(2004)
CG=20
CG=47.2
schizoaffectieve
stoornis
Scocco P. e.a.
IG=9,
IG=51,7 (12.4),
schizophrenisch
(2006)
CG=8
CG=39.2 (9.9)
spectrum
Voruganti LNP. IG=23,
IG=32.04 (7.51), schizofrenie,
e.a. (2006)
CG=31
CG=40.83 (9.44) schizoaffectieve
stoornis
Poulin MJ. e.a.
IG=59,
IG=36.1± 6.1,
schizofrenie,
(2007)
CG=51
CG=35.3 ± 5.2
schizoaffectieve,
bipolaire stoornis
Melamed Y. e.a. IG=28,
46,18
schizofrenie,
(2008)
CG=31
schizoaffectieve
stoornis
Porsdal V. e.a.
IG=314,
IG=41.2 (±
verschillende
(2010)
CG=59
11.97),
psychiatrische
CG=39.9 (±12.55) diagnoses
single group pre-post design
4 weken
9
10 weken
6
12 weken
8
Archie S. e.a.
(2003)
10 27
Kalarchian MA.
e.a. (2005)
35 42.0 (±10.3)
Centorrino F.
e.a. (2006)
17 40.5 ± 8.5
Lee SJ. e.a.
(2008)
Weber M. e.a.
(2008)
232 36.9 (8.5)
7 39
schizofrenie,
schizoaffectieve
stoornis
schizofrenie of
gerelateerde
psychose
schizofrenie,
schizoaffectieve
stoornis
schizofrenie,
schizoaffectieve
stoornis
schizofrenie,
schizoaffectieve
stoornis
12 maanden
8 weken
8
20 maanden
11
18 maanden
10
3 maanden
8
6 maanden
9
6 maanden
5
6 maanden
9
48 weken
5
12 weken
6
8 weken
8
- Bijlage 3 tabel F wordt vervolgd
68
11
-
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
- Vervolg bijlage 3 tabel F –
Auteurs (jaar van aantal (N)
publicatie)
IG=interventie
CG=controle
Chen CK. e.a.
33
(2009)
Hamersveld S.
van (2009)
scriptie
Lindenmayer JP.
e.a. (2009)
Faulconbridge
LF. e.a. (2011)
Hassapidou M.
e.a. (2011)
Attux C. e.a.
(2011)
case study
Ozenoglu A. e.a.
(2007)
Goldstein TR.
e.a. (2011)
Leeftijd (M, SD)
IG=interventie,
CG=controle
31,9
patiënten
categorie
duur van de
interventie
schizofrenie,
schizoaffectieve
stoornis
schizofrenie
10 weken
?
5
verschillende
psychiatrische
diagnoses
depressie
12 weken
6
16 weken
5
989 40,7± 11.8
SMI**
9 maanden
7
1071 40,5 (11,1)
SMI**
12 weken
7
1 35
schizofrenie
?
8
1 15
bipolaire stoornis 11 weken
73 ?
275 44.25 (10.87)
12 45.4 ± 9.3
aangepaste
MQRS
score
9
6
*Severe and enduring MI=schizophrenia, major affective disorder, neurotic of personality disorder
**SMI=Serious Mental Illness
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
69
Tabel G
karakteristieken van 21 publicaties over oefening en fitness interventies,
gerangschikt naar soort onderzoek en jaar van publicatie
Auteurs (jaar van
publicatie)
aantal (N)
IG=interventie
CG=controle
randomized controlled trials
Knapen J. e.a. (2003)
IG=104,
CG=101
Leeftijd (M, SD)
IG=interventie,
CG=controle
patiënten
categorie
?
Beebe LH. e.a. (2005)
EG=6,
CG=6
IG=9,
CG=11
52 (40-63)
depressie,
16 weken
angst-,
persoonlijkheids
stoornis
schizofrenie
16 weken
IG1=20,
IG2=21,
CG=19
IG=24,
CG=17
39
Skrinar GS. e.a. (2005)
Haffmans PMJ. e.a.
(2006)
Forsberg KA. e.a.
(2008)
IG=39.7 (8.17),
CG=36.3 (11.3)
IG=39.8 (23-59),
CG=42.8 (22-71)
Marzolini S. e.a. (2009) IG=7,
CG=6
IG=43 ± 3,
CG=46.7 ± 5
Taveira TH. e.a. (2011) IG=44,
CG=44
IG=60.2 (9.3),
CG=61.4 (9.9)
Edgelow M. e.a. (2011) IG=10,
CG=8
Callaghan P. e.a.
IG=22,
(2011)
CG=21
Vancampfort D. e.a.
IG=27,
(2011)
CG=25
IG=44.60,
CG=32.38
IG=57.0 (9.9),
CG=50.4 (15.2)
IG=35.74 ±
10.75,
CG=35.40 ±
11.28
quasi-experimental / intervention-control-groups
Acil AA. e.a. (2008)
IG=15,
IG=32.06,
CG=15
CG=32.66
Oeland AM. e.a. (2010) IG=27,
IG=36 (18-52),
CG=21
CG=40 (20-67)
Heggelund J. e.a.
IG=12,
IG=30.5 ± 8.7,
(2011)
CG=7
CG=38.9 ± 11.4
stemmings- of
psychotische
stoornis
depressieve
stoornis
duur van de
interventie
aangepaste
MQRS
score
12
12 weken
7
12 weken
6
schizofrenie,
12 maanden
bipolaire
stoornis,
persoonlijkheids
stoornis,
psychotisch,
autistisch
spectrum
schizofrenie,
12 weken
schizoaffectieve
stoornis
veteranen met 6 maanden
diabetes en
depressie
SMI*
12 weken
11
8
12
8
depressie
4 weken
8
schizofrenie
25 minuten
9
schizofrenie
10 weken
6
depressie,
angststoornis
schizofrenie
20 weken
6
weken
9
- Bijlage 3 tabel G wordt vervolgd
-
70
5
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
- vervolg bijlage 3 tabel G -
Auteurs (jaar van
publicatie)
aantal (N)
Leeftijd (M, SD)
IG=interventie IG=interventie,
CG=controle CG=controle
single group pre-post design
patiënten
categorie
duur van de aangepaste
interventie
MQRS
score
Richardson CR. e.a.
(2005)
Pelletier JR. e.a. (2005)
39 44
18 weken
Wirshing D. e.a. (2006)
Pagoto S. e.a. (2008)
Van Citters AD. e.a.
(2010)
50 ?
14 45.46
76 43,5
Baker A. e.a. (2009)
43 36,3
Weinstock LM. e.a.
(2011)
case study
McDevitt J. e.a. (2006)
10 36
SMI* of
depressie
mentale ziekte
diagnose
schizofrenie
depressie
verschillende
psychiatrische
diagnoses
psychotische
stoornis
depressie
schizoaffectiev
e stoornis
24 46,76
1 47
*SMI=Serious Mental Illness
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
6
16 weken
30 minuten
12 weken
38 weken
5
3
8
7
9 sessies
9
16 weken
6
12 weken
6
71
Tabel H
karakteristieken van 15 publicaties over kwaliteit van leven interventies,
gerangschikt naar soort onderzoek en jaar van publicatie
Auteurs (jaar
van publicatie)
aantal (N)
IG=interventie
CG=controle
randomized controlled trials
Brown S. &
IG=15,
Chan K. (2006) CG=13
McKibbin CL.
IG=28,
e.a. (2006)
CG=29
Duraiswamy e.a. YT= 31,
(2007)
PT= 30
Kilbourne
IG=27,
AM.eE.a. (2008) CG=31
Chafetz L. e.a.
IG=155,
(2008)
CG=154
Leeftijd (M, SD)
IG=interventie,
CG=controle
patiënten
categorie
duur van de
interventie
IG=45.1,
CG-41.7
IG=53.1 ± 10.4,
CG=54.8 ± 8.2
YT 32.53 ± 7.9;
PT 31.30 ± 7.9
IG=54.5 ± 8.7,
CG=56.0 ± 8.2
IG=38.0 (10.2),
CG=38.5 (10.0)
Severe and
enduring MI*
schizofrenie en
diabetes
schizofrenie
6 weken
7
24 weken
10
6 maanden
12
12 months
9
Godfrin KA. e.a.
(2010)
Forsberg KA.
e.a. (2010)
IG=52,,
CG=54
IG=24,
CG=17
IG=44.9 (10.78),
CG=46.4 (10.37)
IG=39.8 (23-59),
CG=42.8 (22-71)
bipolaire
stoornis
depressieve,
schizofrene,
bipolaire
stoornis
depressie
Shahidi M. e.a.
(2011)
McKibbin CL.
e.a. (2010)
IG1=20,
IG2=20,
CG=20
IG=26,
CG=26
IG1=65.5 ± 4.8,
IG2=65.7 ± 4.2,
CG=68.4 ± 6.3
IG=52.4,
CG=55.6
Druss BG. e.a.
(2010)
IG=41,
CG=39
IG=47.8 ± 10.1,
CG=48.4 ± 10.1
Schuch FB e.a. IG=15,
IG=42.8 (12.4),
(2011)
CG=11
CG=42.5 (13.5)
quasi-experimental / intervention-control-groups
Vreeland B. e.a. IG=34,
IG=44.3,
(2010)
CG=31
CG=40.9
Bradshaw T. e.a.
45 37
(2010)
single group pre-post design
Poole Hoffmann
V. e.a. (2005)
Watanabe N.
e.a. (2010)
7188 ?
75 34
*SMI=serious mental illness (ernstige mentale stoornis)
72
15 days
8 weken
aangepaste
MQRS
score
8
11
schizofrenie,
12 maanden
bipolaire
stoornis,
persoonlijkheids
stoornis,
psychotisch,
autistisch
spectrum
depressie
?
9
schizofrenie,
6 maanden
schizoaffectieve
stoornis
bipolaire
6 maanden
stoornis,
schizofrenie,
depressie,
PTSD
depressie
ten minste
2 weken
11
8
8
9
SMI*
10 weken
9
schizofrenie
10 weken
6
12 maanden
7
3 maanden
6
SMI*
sociale angst
stoornis
Effecten van lifestyle interventies in de GGZ, NIVEL 2012
Download