gt en cht

advertisement
Niet alle woorden in onze Nederlandse taal kunnen foutloos geschreven
worden met behulp van een aantal regels. Voor sommige woorden
gelden wel regels, voor andere niet.
We kunnen woorden verdelen in verschillende categorieën:
 Auditieve herkenningsstrategie. (kun je horen hoe je het woord
kunt schrijven)
 Visuele inprentingsstrategie.( je bekijkt een woord en onthoudt hoe
je het moet schrijven)
 Regelstrategie. Je kunt een woord foutloos schrijven met behulp
van de regels die je geleerd hebt.
Auditieve herkenningsstrategie:
Hier onder vallen de volgende soorten woorden
 Eer, oor, eur woorden bv. veer, door, deur,
Soms ook in combinatie met tje (klinkt als tju, maar je schrijft
tje)
 Ng, nk woorden ( je kunt het verschil soms wel horen als je er
een wij-woord van maakt) bv. zinkt-zinken, zingt-zingen.
 Sch, schr woorden (als je sg of sgr aan het begin van een woord
hoort schrijf je altijd sch of schr.
 -ig en –ijk woorden
Als je /luk/ hoort aan het einde van een woord,
dan schrijf je –lijk. MAAR NIET BIJ geluk.
Als je /ug/ hoort aan het einde van een woord,
Dan schrijf je –ig. MAAR NIET BIJ terug.
 Woorden met be, ge aan het begin. Je hoort een u, je schrijft
een e. bv. begin, gewoon.
 Aai, ooi ,oei woorden
Je hoort aaj, ooj ,oej,
Maar je schrijft dan een i in plaats van j. bv. mooi, saai
 Eren, oren, euren ( Deze woorden zijn moeilijk doordat ze anders
klinken omdat er een r achter komt). Bv. heren, boren, kleuren
 Open en gesloten lettergreep. Klinker-medeklinker-klinker
(kmk) en klinker-medeklinker-medeklinker-klinker(kmmk) –
middenstukjes. Na een korte klank komt kmmk bv. grappen, na
een lange klank komt kmk bv.gapen.
Visuele inprentingsstrategie:
Hieronder vallen de volgende soorten woorden.
 Woorden met een s of z aan het begin. Bv, suf , zucht.Er is
klankverschil te horen. Voor de letters l, m, n, p, t altijd een s. bv.
stil, speer. Voor de letter w altijd een z. bv, zwaar. Toch is het
vaak moeilijk te horen en wordt zo’n soort woord geleerd door het
te bekijken en over te schrijven.
 Woorden met een f of een v aan het begin. Dit kun je horen
als de woorden goed uitgesproken worden. Bv, fruit, vrucht. Toch
is het vaak moeilijk te horen en wordt zo’n soort woord geleerd
door het te bekijken en over te schrijven.
 ij en ei woorden Deze woorden leer je door te kijken en dan op
te schrijven. Bv. dijk, geit
 ou en au woorden. Voor de au woorden hebben we een aantal
zinnen als hulpmiddel geleerd. Au woorden die in deze zinnen
voorkomen schrijf je altijd met au. De meeste andere woorden met
deze klank schrijf je met ou
Dit zijn de hulpzinnen:
1. De paus rijdt in een blauwe auto
2. In de pauze eten we gauw een augurk met rauwe ham.
3. Is de pizza een beetje flauw? Doe er dan saus over.
4. De kater slaat plotseling met zijn klauw naar de pauw
5. Au! Die broek zit me veel te nauw.
6. “Haal een glas lauwe melk voor me!”, snauwt de man.
7. De poes klauterde in een hoge boom, waar ze de hele dag
bleef miauwen.
8. Henk vindt het erg benauwd in de sauna.
9. “Ik heb een kabeljauw gevangen met een stukje kauwgom!”,
roept de visser.
Regelstrategie:
Hieronder vallen de volgende soorten woorden.
 gt en cht
Als je na een korte klank / gt / hoort, dan schrijf je -cht. bv.
lacht. Behalve bij: ligt, legt, zegt, vlagt. Het volgende
ezelsbruggetje hoort hierbij: Opa zegt: “Als een kip in de zon
ligt, legt ze meestal geen ei.”
Als je na een lange klank (oo) of na een tweetekenklank (tt) een /
g /hoort, dan schrijf je een g.
Behalve bij: giechelen, goochem, juichen.
 Woorden die eindigen op een d of een t. bv. tand
Je hoort aan het eind van een woord een t , maak het woord
langer. Als je dan een d hoort, schrijf je het woord met een d.
 s veranderen in z
Als je een woord dat eindigt met een s langer maakt,
verandert de s vaak in een z.bv, reis/reizen
Aan het eind van een woord schrijf je nooit een z.
 f veranderen in v
Als je een woord dat eindigt met een f langer maakt,
verandert de f vaak in een v.bv. brief/brieven
Aan het eind van een woord schrijf je nooit een v.
 uw – ouw – ieuw – auw – eeuw
Als er een w aan het eind staat, staat er altijd een u voor.
Bv. nieuw, meeuw
Download
Random flashcards
Create flashcards