Uploaded by rashidhassnaoui

Sammenvatting - Essentie van communicatie

advertisement
SAMMENVATTING ESSENTIE VAN COMMUNICATIE
H1 Communicatie
1.1 Visie op communicatie
De waarde van communicatie is gekoppeld aan het realiseren van organisatiedoelen. Om te
groeien of overleven heeft een organisatie goedkeuring en vertrouwen nodig van (delen van)
de samenleving. Organisaties moeten goed monitoren waar mensen over praten en hoe ze
daarover praten. Communicatie professionals halen de buitenwereld naar binnen en brengen
de binnenwereld naar buiten. Daarbij worden conversaties gestart, gevoed en gevolgd.
De tijd dat organisaties alles konden controleren en regisseren is voorbij. Mede door sociale
media, waarbij iedereen met iedereen communiceert.
Definitie van communicatie volgens oud-hoogleraar communicatie Betteke van Ruler:
‘Communicatie is een proces van tweerichtingsverkeer, waarbij zender en ontvanger beiden actief
kunnen zijn en van rol kunnen wisselen; communicatie wordt in deze optiek gezien als een
interactief proces.’
1.2 Ontwikkelingen in het vak
Organisaties beschouwen communicatie tegenwoordig als een belangrijke factor om de
organisatiedoelen te behalen. Er hebben zich een aantal grote veranderen voorgedaan.
Van offline naar online
Door de enorme verschuiving van offline naar online verloopt communicatie veel sneller.
Conversaties vinden openbaar plaats en organisaties hebben niet meer de controle over wat
er over hen wordt bericht.
De relatie staat centraal
Organisaties houden rekening met het eigen belang, maar heeft ook oog voor andere
belangen. De relaties met de omgeving en belangrijke stakeholders staan centraal.
Medewerkers en organisaties communicatiever maken
De rol van de communicatie afdeling bestaat niet alleen uit het communiceren, maar het
communicatiever maken van de gehele organisatie.
Geïntegreerde communicatie
Samenspel tussen de verschillende soorten communicatie staat centraal. Corporate-,
interne- en marketingcommunicatie vallen steeds meer samen. Dit komt mede door de
online ontwikkelingen als sociale media.
Accountability
Accountability betekent verantwoordelijkheid nemen voor en verantwoording afleggen over
de communicatie. Achteraf leg je verantwoording af voor wat je hebt gedaan. Vooraf neem
je verantwoordelijkheid voor wat je doet. Deze manier van werken maakt het noodzakelijk
dat je nauwkeurig kijkt naar wat je wilt doen of hebt gedaan.
1.3 Plaats van communicatie in de organisatie
Er zijn 2 verschillende mogelijkheden waar de communicatie afdeling zich kan bevinden
namelijk als: staffunctie en als lijnfunctie.
Staffunctie
De communicatie afdeling heeft een staffunctie als zij rechtstreeks onder de directie valt en
daaraan rapporteert. De afdeling heeft hier een adviserende rol en een duidelijk zicht op de
gehele organisatie
Lijnfunctie
Een communicatie afdeling heeft een lijnfunctie als zij valt onder een bepaalde dienst of
afdeling binnen een organisatie, bijvoorbeeld de afdeling marketing. Bij deze vorm is de
afdeling vooral uitvoerend en richt zich op het ondersteunen van projecten en het maken
van communicatiemiddelen.
1.4 Activiteiten van een communicatieprofessional
Het werkterrein van communicatieprofessionals is onder te verdelen in 5 kerntaken:
1. Analyseren
• Vaststellen van het organisatieprobleem en de communicatievraag.
• Opzetten en uitvoeren van het onderzoek
2. Adviseren
• Bepalen van de communicatiestrategie
• Monitoren van relevante issues
3. Creëren
• Realiseren van cross mediale campagnes en middelen.
• Maken van content in tekst en beeld.
4. Organiseren
• Organiseren van events en bijeenkomsten
• Regelen van de communicatie voor projecten, teams en medewerkers
5. Managen
• Maken van het communicatieplan en dat uitvoeren.
• Aansturen copywriters, webdesigners, vormgevers, fotografen en drukkers.
1.5 Inzichten uit de psychologie
Ongeveer 85% van alle beslissingen die we nemen doen we onbewust. Tegenwoordig weten
we steeds meer hoe we informatie verwerken en hoe gedrag te beïnvloeden is.
Brainpoint 1Emotie komt voor de ratio
Informatie komt binnen in het emotionele brein. Daar worden keuzes gemaakt. Na de
emotionele keuze gaat het rationele brein argumenten verzamelen om de emotionele keuze
te onderbouwen. Alleen als er sprake is van hoge betrokkenheid kan je kiezen voor een
rationele, informatieve benadering.
Brainpont 2 We kijken naar wat anderen doen
Mensen laten wat ze doen of vinden sterk afhangen van wat anderen vinden. Bij grote
beslissingen is er sprake van onzekerheid en kijkt men naar wat anderen doen. Het brein
denkt als een beslissing voor een ander goed werkt, zal dit voor mij ook het geval zijn.
Brainpoint 3 Schets eerst de oplossing en dan het probleem
Bij het schetsen van een probleem en het laten zien dat er een oplossing is kan dat negatieve
associaties oproepen waar het brein zich voor afsluit. Bij een positievere insteek lijdt dit tot
meer succes.
Brainpoint 4 Geef wat en je krijgt wat terug
Wie iets krijgt, wil daarvoor in ruil iets terug doen.
Brainpoint 5 Belonen werkt beter dan straffen
Als men beloont wordt, levert dit vaak successen op.
Brainpoint 6 Maak van grote beslissingen kleine stapjes
Maak van een grote JA verschillende kleine ja’tjes. Hebben we eenmaal ja gezegd tegen een
kleiner verzoek zeggen we makkelijker ja tegen een groter verzoek.
Brainpoint 7 Wil je een dialoog dan moet je eerst contact maken
Mensen nemen meer aan van iemand die ze aardig vinden. Wil een organisatie wat bereiken
moet zij zorgen dat ze sympathiek wordt gevonden en charisma wint. Dit kan door
bijvoorbeeld overeenkomsten te benadrukken of het inschakelen van een beroemd persoon.
Brainpoint 8 Laat autoriteit voor je werken
Autoriteit kennen we toe aan expertise, bekendheid, status etc. De meeste mensen doen wat de
autoriteit van ze vraagt.
Brainpoint 9 Creëer schaarste en het verlangen neemt toe
We hechten meer waarden aan dingen die moeilijk te verkrijgen zijn. Niemand wil achter het
net vissen en dit werkt stimulerend voor de verkoop.
Brainpoint 10 Voordeel nu gaat voor winst op lange termijn
Het brein heeft de voorkeur te gaan voor directe voordelen in tegenstelling op voordelen
op de lange termijn, ook al is het voordeel kleiner.
2 Theoretisch kader
2.1 Basis begrippen
Zender
: wil iets overdragen en bereiken
Ontvanger
: naar wie de boodschap wordt overgedragen
Medium
: hoe de boodschap wordt overgebracht
4 aspecten van de boodschap
- Zakelijk aspect
: beschrijving van feiten, de informatie
- Expressief aspect
: de emotie van de zender die via de boodschap wordt geuit
- Relationeel aspect
: de verhouding van de zender met de ontvanger die uit de
boodschap blijkt.
- Appellerend aspect : het beroep dat op de ontvanger wordt gedaan door de boodschap
Encoderen is het omzetten van gedachten naar woorden
Decoderen is het omzetten van de boodschap in gedachten
De reactie van de ontvanger noemt men de feedback. Als de zender op de feedback reageert
noemen we dit terugkoppeling.
Relatie en referentiekader
Of de boodschap aankomt bij de ontvanger zoals deze bedoeld is, is afhankelijk van het
referentiekader. Het referentiekader is het geheel van gewoonten, regels, ervaringen,
normen en waarden.
Maatschappelijke en omgevingsfactoren
De omgeving of het moment kunnen de communicatie sterk beïnvloeden. Daarnaast moet
erbij verschillende culturen rekening gehouden worden met de communicatie
vorm/methode.
Ruis
Factoren die het communicatieproces verstoren, noemt men ruis.
Interne ruis: als de communicatie wordt verstoord door factoren binnen het directe
communicatieproces.
Externe ruis: Ruis veroorzaakt door factoren buiten het communicatieproces.
Redundantie
Overtollige informatie die geen nieuws bevat voor de ontvanger.
2.2 Soorten communicatie
Verbale communicatie is schriftelijk of mondeling communiceren. Onder non-verbale
communicatie verstaan we alle niet talige vormen van communicatie. Non-intentionele
communicatie is non-verbale communicatie waar je zelf geen invloed op uit kan oefenen
(seksueel opgewonden > stijve tepels).
2.3 Communicatiemodaliteiten
Dit is een wijze van communiceren die zich onderscheid van andere vormen van
communicatie (reclame, public relations).
Informatie is communicatie met een neutraal karakter.
Voorlichting is een bewust gegeven hulp bij een mening- en besluitvorming door middel van
communicatie.
Public relations is het stelselmatig bevorderen van wederzijds begrip tussen een organisatie en
haar publiekgroepen.
Reclame is overtuigende informatie over merken of organisaties.
2.4 Interpersoonlijke en massacommunicatie
Massacommunicatie
Is openbare, voor iedereen toegankelijke communicatie. Verspreiding vindt meestal plaats via
radio, tv en kranten. Kenmerken zijn dat het relatief goedkoop is om snel veel mensen te
bereiken. Massacommunicatie wordt steeds interactiever. Zo kan er vaak een app worden
gekoppeld aan een tv-programma of kan men reageren op een live uitzending.
Interpersoonlijke communicatie
Bij interpersoonlijke communicatie bevindt zich een beperkt aantal mensen in elkaars
nabijheid. Dit hoeft niet fysiek bij elkaar te zijn, maar bevat ook telefoongesprekken en
chatten. Kenmerkend is dat er directe feedback kan worden gegeven door beide
deelnemers.
2.5 Communicatietheorieën
1. Stimulus-respons
Het stimuleren van prikkels bij de ontvanger, de injectienaald theorie.
2. Two step flow theorie
Hier worden opinieleiders ingezet met het idee dat de rest vanzelf zal volgen. Gedrag van de
mensen wordt sterk beïnvloed door wat anderen doen.
3. Uses and gratifications
Legt de nadruk op de actieve rol van de ontvanger. De theorie stelt dat je zelf keuzes maakt
over welke media je gebruikt, wanneer je die gebruikt en welke boodschappen je wilt
ontvangen. Keuzes zijn gebaseerd op individuele behoeften. Hier wordt niet uitgegaan van
wat de media doen met mensen, maar wat doen mensen met de media?
4. Agendasetting
De basisgedachte is hier; massamedia bepalen niet wat we denken, maar waarover we
denken. De media bepaalt hier welke topics hoog op de agenda staan en waar ze mensen
over laten nadenken.
5. Netwerkmodellen
Door internet kan iedereen de rol van zender en ontvanger vervullen. Organisaties bepalen
niet alleen de communicatie meer. Men kan nu zelf informatie over een bepaald onderwerp
geven, delen en beïnvloeden.
Framing betekent letterlijk inkaderen. Daarbij blijven bepaalde zaken buiten beeld en andere
binnen het “raamwerk” benadrukt.
Labeling is het inkleuren door naamgeving en woordgebruik. Door een issue in te kleuren
probeert een organisatie dat er op een bepaalde manier over wordt gesproken en gedacht.
Voorbeelden hiervan zijn; groene stroom en plofkippen.
H3 Corporate communicatie
3.1 Visie op corporate communicatie
Alle verschillende activiteiten die organisaties ontwikkelen om het gewenste imago bij een
doelgroep te realiseren noemt men corporate communicatie. Bij corporate communicatie
staat de organisatie zelf centraal.
De 4 kerntaken om een sterk imago op te bouwen zijn:
1. Organiseren van de algemene communicatie.
• Er moet duidelijk zijn wat de plaats van de afdeling communicatie is
2. Afstemmen van corporate communicatie en marketingcommunicatie
• Communicatie moet worden geregisseerd, zodat afzonderlijke activiteiten
elkaar aanvullen en versterken
3. Bepalen inhoudelijke rode draad
• Er moet een kernboodschap zijn die zowel intern als extern centraal staat
4. Vaststellen visuele identiteit
• Het gaat om de eenheid in vorm en uitstraling
3.2 Identiteit
De volgende definities worden gehanteerd voor het begrip identiteit:
- De identiteit is wat de organisatie is en wat zij uitstraalt
- De gewenste identiteit is wat de organisatie wil zijn en wat zij wil uitstralen
3.2.1 Identiteit van de organisatie
De identiteit van een organisatie bevat een aantal kenmerken. De organisatie presenteert
haar identiteit aan de omgeving via de corporate identity mix.
Persoonlijkheid
Bevat hetgeen wat een organisatie
karakteriseert. Het is het unieke van een
organisatie waarmee zij zich onderscheidt.
Bij het kiezen van kernwaarden moeten
keuzes worden gemaakt. Het is onmogelijk
om alles te communiceren. Er moet worden
gekozen voor een centrale kernwaarde.
Gedrag
De belangrijkste uiting van een organisatie is
het gedrag. Dit omvat het dagelijks
handelen van de medewerkers, de manier
hoe met klanten wordt omgegaan en de
wijze waarop men benaderd wordt.
Communicatie
Dit is een snel in te zetten manier om de identiteit van een organisatie te uiten. Voorbeelden
zijn: brochures, advertenties, de website, persberichten en events. Wat wordt
gecommuniceerd moet overeenkomen met het gedrag van de organisatie.
Symboliek
De symboliek zorgt voor “het beeld” van de organisatie. Hierbij moet gedacht worden aan
de huisstijl, vormgeving van de producten.
3.2.2. Identiteitsstructuren
Globaal kunnen er 3 identiteitsstructuren worden onderscheiden: branded-, endorsed- en
monolithische identiteit.
Branded identiteit
Bij branded identiteit zijn dochterondernemingen in hun communicatie zelfstandig. Voor
buitenstaanders lijkt het of de organisaties niets met elkaar te maken hebben. Voordeel is
dat als een merk flopt, niet de gehele geschaad wordt. Nadeel is dat merken niet mee
kunnen liften op de naam van het moederbedrijf.
Endorsed identiteit.
Dochterondernemingen hebben wel een eigen identiteit, maar het moederbedrijf blijft
herkenbaar.
Monolithische identiteit
Bij deze vorm hanteren de hele organisatie en alle dochterondernemingen dezelfde naam.
De organisatie is makkelijk te herkennen. Voordelen zijn dat bij promotie een nieuw product
snel bekendheid vergaart.
3.3 Imago
Het doel van organisaties is een positief beeld verkrijgen bij de publieksgroepen. Voor het
begrip imago worden de volgende definities gehanteerd:
- Het imago is het beeld dat de publieksgroepen van de organisatie hebben
- Het gewenste imago is het beeld dat de organisatie wil vestigen bij haar
publieksgroepen
Een sterk imago realiseren, betekent dat de organisatie:
• Bij de marketing voorsprong heeft op de concurrenten
• Bij sollicitanten goed in de markt ligt
• Bij investeerders en aandeelhouders vertrouwen creëert
• Minder problemen met consumentenorganisaties en overheden heeft
Imago is te onderscheiden in verschillende niveaus
- Gebruikersniveau – imago van de gebruiker
- Brancheniveau – imago van de sector
- Productniveau – Imago van de productsoort
- Merkniveau – Imago van het merk
- Bedrijfsniveau – Imago van de onderneming
- Landniveau – Imago van het land waar het product vandaan komt
3.4 Reputatie
In het verlengde van het imago ligt de reputatie. Het verschil is dat imago ontstaat door
associaties en reputatie door prestaties. De kracht van een positieve reputatie toont in
hoeverre een organisatie in staat is vertrouwen te creëren bij stakeholders.
3.5 Huisstijl
De huisstijl geeft vorm aan de (gewenste) identiteit. Het beeld dat men van een organisatie
heeft wordt sterk bepaald door de gehanteerde huisstijl.
3.5.1 Huisstijlelementen
Door het hebben van een huisstijl ontstaat er herkenning en onderscheid ten op zichten van
de concurrent. De kracht van een huisstijl wordt bepaald door de volgende 4
huisstijlelementen: 1. Logo, woord- en beeldmerk, 2. Kleur, 3. Typografie en 4. Beeld.
3.5.2. Huisstijldragers
De huisstijlelementen worden toegepast op de huisstijldragers. Voorbeelden hiervan zijn:
Gebouwen, briefpapier, visitekaartjes, websites, auto’s, kleding en het interieur.
3.6 Specialismen in corporate communicatie
Issue management
Startvraag Hoe biedt een organisatie een
adequaat antwoord op relevante,
actuele issues?
-
Doel
-
Inspelen en snel reageren op
voor de organisatie relevante
issues
Betrokkenheid en
transparantie tonen door op
een open manier in te spelen
op actuele
actuele issues.
-
Sociale media
Mediarelatie
-
Middelen
Stappenplan
Doelgroepen
1. Identificeren en monitoren
2. Maken van een arena-analyse
(welke actoren en factoren
hebben invloed op het issue)
3. Opstellen scenario’s
4. Bepalen van de strategie
5. Uitvoeren van de
communicatie
-
Management
Beleidsmedewerkers
Medewerkers
Stakeholders
Media
- Netwerken
Public affairs
Startvraag
Doel
Hoe kan de organisatie relevante
stakeholders, zoals beleidsmakers en
beleidsbepalers beïnvloeden in hun
beslissing over bepaald thema’s die
voor de organisatie van belang zijn?
-
Middelen
-
Verschaffen en verkrijgen
van informatie
Contacten leggen met
belangrijke stakeholders die
kunnen worden beïnvloed,
zodat beslissingen tot stand
komen die gunstig zijn voor
de organisatie.
Lobbyen
Sociale media
Werkbezoek
Stappenplan
Doelgroepen
- Persoonlijke berichten
- Perscontacten
1. Formuleer het gewenste
resultaat
2. Bepaal de actoren
3. Bepaal de factoren
4. Vorm strategische allianties
5. Implementeer de public
affairs-strategie
-
Directie
Politieke partijen en
overheden
Maatschappelijke
groepen
Crisiscommunicatie
Startvraag
Hoe kan de organisatie schade
voorkomen of beperken bij min of
meer onverwachte acute problemen
Stappenplan
Doel
-
Voorkomen of beperken
van reputatieschade,
materiele schade en gevaar
voor veiligheid
Doelgroepen
Middelen
-
Website
- helpdesk
Sociale media
- Perscontacten
Persconferenties - Call center
1. Analyseer de situatie en
risico’s
2. Bepaal boodschap en strategie
3. Stel crisisteam samen
4. Stel middelen vast
5. Maak adressenlijst van
betrokkenen
6. Richt centrale persruimte in
7. Monitor de sociale media
8. Stel intern en extern
callcenter op
9. Beantwoord e-mails
- Directie
- Management
- Medewerkers
- Externe partijen
- Overheid
- Media
Arbeidscommunicatie
Startvraag
Doel
Hoe kan het effectiefst worden
gecommuniceerd met potentiele
medewerkers en met personen en
organisaties die van belang zijn bij
het aantrekken van nieuwe
medewerkers?
-
Middelen
-
Stappenplan
Profileren van der
Doelgroepen
organisatie als aantrekkelijke
werkgever
Activiteiten van de
organisatie laten zien
Onderhouden van relaties
met potentiele
medewerkers en
intermediairs
Vacaturesites
- Stageplaatsen
LinkedIn
- Via de eigen medewerkers
Sociale media
- Personeelsadvertenties
1. Stel wervingsbehoeften vast
2. Beschrijf de doelgroep
3. Stel de uitgangspositie vast
4. Maak de communicatieve
vertaalslag
5. Bepaal de middelen
-
Medewerkers
Human Resources
Potentiele medewerkers
Intermediairs
H8 Media
8.1 Medialandschap
Bij het begrip media denkt men vaak aan sociale media, radio, tv en kranten. Echter kan een
aansteker, pen e.d. producten ook een boodschap overdragen. Door de vele media is het
kan het lastig zijn welk medium het beste de doelgroep bereikt. Er komen steeds meer
media bij, maar het aantal mensen dat bereikt wordt per medium neemt af.
Binnen het medialandschap onderscheiden we 3 typen media:
- Owned media
Bevat de media waar de organisatie de regie heeft over de inhoud en de media in eigen
beheer heeft (de website, brochures en apps).
- Paid media
Hier valt alle media onder waarbij de organisatie betaalt voor publicatieruimte
(commercials, advertenties en sponsoring).
- Earned media
Is de verdiende media (een filmpje dat veel wordt gedeeld, acties waar mensen aan
meedoen, mond-tot-mondreclame en positieve reviews).
Crossmediaal
Bij communicatie gaat het bijna altijd om een crossmediale aanpak, het moet gaan om het
samenspel. Er moet een combinatie worden gecreeerd, waarbij je de doelgroep van het ene
medium naar het andere lokt.
8.2 Owned media
De betrokkenheid bij owned media hangt af van de mate waarin aantrekkelijke content
wordt gecreeerd.
8.2.1 Website
Een website is GEEN directe vertaling van een brochure. Het is belangrijk dat er steeds
actuele informatie op de website staat. Een corporate website hoeft niet belangrijk te zijn
voor een organisatie. Bij bedrijven als Coca-Cola is het belangrijker dat de Facebook pagina
leuke en aansprekende beelden laat zien.
8.2.2. Sociale media
Essentieel voor sociale media zijn de interactie, participatie en co-creatie. Mensen komen in
communities bij elkaar op basis van dezelfde interesses. Bij co-creatie worden klanten of
consumenten betrokken bij de creatie van content of het ontwikkelen van een nieuw
product.
Facebook & LinkedIn
Bij Facebook gaat het vooral om beeld, persoonlijke interesses, lifestyle en het delen van
inspiratie. LinkedIn is het netwerk voor professionals en is voor de arbeidscommunicatie erg
belangrijk. Verder kan een organisaties discussies volgen om op de hoogte te zijn wat er
speelt.
YouTube
YouTube levert een sterke meerwaarde voor een organisatie die de wereld “achter” het
bedrijf wil laten zien. Daarnaast kan het medium worden ingezet voor instructiefilmpjes of
kan er een presentatie worden gegeven.
Instagram en Pinterest
Bij deze kanalen tellen alleen het beeld en zijn interessant voor web-shops en lifestyle
merken.
8.2.3 Huisorgaan
Organisaties willen soms de ruimte hebben om op een eigen wijze meer te vertellen. Een
huisorgaan (relatietijdschrift) is een geschikt middel om de doelgroep op de hoogte te
brengen van de ontwikkelingen binnen de organisatie.
8.2.4 Sponsored magazine
Lijkt op het huisorgaan, maar bevat advertenties van derden.
8.3 Paid media
Hier komt de ontvanger de boodschap onbedoeld en ongevraagd tegen. Hierdoor is de
betrokkenheid lager dan wanneer je de boodschap zoekt uit eigen interesse.
8.3.1 Dagbladen en huis-aan-huisbladen
- Landelijke dagbladen worden dagelijks over het hele land verspreid
- Regionale dagbladen zijn op de streek gericht
- Huis-aan-huis bladen worden gratis verspreid en bevatten lokaal nieuws en reclame
8.3.2 Tijdschriften en vakbladen
Uniek is dat er voor tijdschriften wordt betaalt en dat er loyale lezers zijn. Vakbladen richten
zich op een specifiek onderwerk of vakgebied. Voor gespecialiseerde bedrijven binnen een
bepaalde sector kunnen vakbladen interessant zijn om in te adverteren.
8.3.3 Televisie, bioscoop en radio
Via tv wordt een grote groep mensen bereikt. Tegenwoordig zijn steeds meer mensen bezig
met hun telefoon of tablet tijdens het kijken van tv (second screen), hier wordt steeds meer
op ingespeeld (apps die horen bij het tv-programma). Doordat mensen makkelijker reclames
kunnen ontwijken wordt reclame steeds vaker een integraal onderdeel van het programma.
Dit noemen we non-spot reclame.
Billboarding: Een korte vermelding aan het begin of eind van het programma (mede mogelijk
gemaakt door…..)
Product-placement: Het merk komt steeds in beeld.
Programmaparticipatie: Programma’s worden in overleg met een merk geproduceerd. Het
meer betaalt een deel van de productiekosten in ruil om zich te kunnen profileren.
Bij bioscoop reclame zit de kijker in een zaal zonder afleidende factoren en kan niet weg
zappen. Daarnaast heeft een groot scherm impact.
Radio is goed in te zetten voor naamsbekendheid, het aankondigen van acties. De boodschap
moet kort zijn en de organisatie moet meerdere keren worden benoemd.
8.3.4 Outdoor
Is een verzamelnaam voor een groot aantal verschillende media op openbare plaatsen aan of
boven de openbare weg, stadions etc. Doordat er vluchtig contact is deze manier alleen
geschikt voor korte boodschappen.
8.4 Earned media
Earned media heeft als hoofddoel het verkrijgen van free publicity. Traditionele manieren zijn
het organiseren van bijeenkomsten of interviews. Maar ook guerrilla-acties bieden veel
mogelijkheden.
8.5 Mediaplanning
Bij het maken van een mediaplanning is de essentiële vraag: Wat doet de organisatie online,
wat offline en hoe verbindt ze beide? Na het bepalen van de doelgroep volgen 4 stappen:
1. Selecteer de media
2. Bepaal plaatsing en kosten
3. Creëer de content
4. Controleer en evalueer
H9 Omgaan met de pers
9.1 Nieuwswaarde
Vaak overschatten organisaties de belangstelling van het publiek voor corporate nieuws. De
verstrekte informatie moet nieuwswaarde hebben. De meeste verstrekte persberichten
worden genegeerd. Stel jezelf de vraag waarom de media jouw bericht zouden plaatsen.
Denk hierbij aan de lezer en gebruiker van het medium.
Mediabeleid
Bij het voeren van een consequent mediabeleid dient een organisatie eenduidig te handelen.
Op de juiste manier reageren in onverwachte situaties kan alleen als er een vaste
procedures gelden en iedereen zich daar aan houdt.
Actief mediabeleid
Hier zoekt de organisatie contact met de media. Een doel kan zijn de bekendheid te
vergroten of belangstelling te wekken voor een bepaald product. Onder een actief
mediabeleid vallen: persberichten, persconferenties, interviews en het plaatsen van berichten
op sociale media. Organisaties bepalen bij een actief mediabeleid zelf wanneer wat openbaar
wordt gemaakt. Bij het melden van negatief nieuws versterkt het de geloofwaardigheid van
organisaties.
Bouwen aan een relatie
Bij het hebben van een goede relatie met journalisten wordt de organisatie vaak gezien als
betrouwbare bron van informatie en is de kans groter dat jouw onderwerp wordt opgepakt.
9.2 Social media release
Journalisten gebruiken sociale media frequent als ze op zoek zijn naar actuele nieuwsfeiten.
Het verspreiden van berichten kan een nuttige rol hebben. Zo kunnen organisaties snel
uitspraken doen, informatie versturen en inspelen op vragen. Naast de strategische keuzes
die organisaties maken over wat zij doen op social media, moet zij ook monitoren wat er
over haar wordt gezegd.
9.3 Interview
Vaak voelen geïnterviewde zich overvallen bij onverwachtse vragen door een journalist en is
vaak de benodigde documentatie niet bij de hand. Bij het niet kunnen beantwoorden van de
vraag beloof je terug te bellen en moet dit ook echt gedaan worden. Bij het weigeren van
een interview moet een organisatie goede redenen hebben. Licht de reden van weigeren
altijd toe. Niet communiceren is onmogelijk.
Q&A lijst (Questions and Answers)
De communicatie medewerker stelt een vragenlijst op met de te verwachten vragen en
maakt daar bijbehorende antwoorden bij.
9.4 Persconferentie en persbezoek
Een organisatie houdt een persconferentie als een persbericht niet genoeg informatie biedt.
De reden voor het houden van een persbericht kunnen zijn:
- Zeer belangrijk nieuws
- Verwachten veel vragen
- Complex onderwerp
- Productpresentatie
Een persbezoek organiseren
Een persbezoek is een gelegenheid om de vakpers nader kennis te laten maken met de
organisatie, denk hierbij aan het openen van een nieuw filiaal. Er moet zorgvuldig worden
gekeken naar wie worden uitgenodigd en met het werkritme van de journalisten.
9.5 Persberichten
Persberichten bevatten een aantal vaste elementen:
- Aanduiding afzender (logo en adresgegevens eigen organisatie)
- Datum van verzending
- Aanduiding dat het om een persbericht gaat
- Embargo
- Geef in de kop aan wat het belangrijkste nieuwsfeit is en wie daarbij betrokken is
- De lead is de eerste alinea (wie, wat, waar, wanneer)
- Overige tekst “(van algemeen naar gedetailleerd)
- Tussenkoppen
- Verwijs naar nadere informatie
- Bijlagen
Persfoto’s
Zorg voor goede persfoto’s. Vaak lezen mensen alleen koppen en bekijken foto’s.
Download
Random flashcards
fff

2 Cards Rick Jimenez

mij droom land

4 Cards Lisandro Kurasaki DLuffy

Create flashcards