Voorwoord - studiant.be

advertisement
Voorwoord
Ondernemen is niet alleen het handelen tot het bereiken van economische doelen, maar ook het
bereiken van ethische doelen. Een bedrijf is niet alleen een verzameling van kapitalen, maar ook
van vereniging van mensen die meewerken om door hun arbeid het kapitaal te verschaffen.
De belangstelling in bedrijfsethiek neemt toe, maar wordt bemoeilijkt door de internationale
concurrentie en druk van de financiële markten. Het vertrouwen tussen de bedrijfsleiding en de
werknemers is vermindert, de werkdruk, ongeloof, cynisme en stress is toegenomen.
Het nieuwe sleutelwoord is “morele integriteit”. Bedrijven willen niet alleen meer strijden om het
imago, anders worden ze de dupe van hun eigen politiek. (Werknemers voelen zich niet meer goed
in het bedrijf, thuis,…).
De waarde van de mens wordt herontdekt. Er wordt gepleit voor een herwaardering van de
loyaliteit en het engagement op lange termijn. De stelling “winning at work means losing at life” is
passé. Het bedrijf heeft voordelen als de mensen een goed persoonlijk, sociaal leven lijdt. Er zal
een betere redering van het bedrijf zijn.
Het gaat ook niet alleen over de mensen, ook het leefmilieu moet er baat bij hebben.
Hoofdstuk 1: Bedrijfsethiek in het spanningsveld
persoonlijke en institutionele verantwoordelijkheid
tussen
Inleiding: Algemene beschouwingen over bedrijfethiek. (Wat is bedrijfsethiek?)
Bedrijfsethiek begint bij de morele verontwaardiging over milieuschandalen, omkoperij, … Dit is
echter nog geen ethiek. De verontwaardiging zorgt ervoor dat situaties geanalyseerd en met
degelijke argumenten beoordeeld worden.
Casus pg 11 – Exxon Valdez lezen
Bedrijfsethiek richt haar aandacht niet alleen op de gevallen waarin de persoonlijke
verantwoordelijkheid van de handelende personen duidelijk is, maar ook het institutionele gedrag
van de ondernemingen.
Hier wordt een rol gespeeld door de besluitvormingsstructuren, bedrijfswaarden, gewoonten en
de invloed van de fragmentering van de verantwoordelijkheid door extreem rolgedrag.
!!! Misvattingen bij bedrijfsethiek: de kwestie reduceren tot een kwestie van juridische
aansprakelijkheid !!!
Juridische aansprakelijkheid: afvragen of hier iemand de wet heeft overtreden?
Morele aansprakelijkheid: juridisch niet aansprakelijk, niet volgens wet, maar wel volgens
aanvoelen, gevoel. Men zal iemand beoordelen of men zijn ethiek toepast om winst te bekomen of
toch omdat men zich bekommert om het welzijn van de mens.
1.1
Bedrijfsethiek vanuit het standpunt van de ethische ondernemer
Bij het zoeken naar ethische oplossingen kunnen bedrijfsleiders en managers een beroep doen op
2 vormen van bedrijfsethiek.
1.1.1
Bedrijfsethiek als wetenschappelijke studie van het feitelijk moreel gedrag
Er zijn 3 manieren van bedrijfsethiek:
- Economische manier  De WG gelooft in het principe dat economisch rationeel en
efficiënt handelen op zich goed handelen is.
- Idealistische manier  De WN denkt de wereldverbeteraar te zijn, het leidt tot
onrealistisch moralisme.
- Reformistische manier  hier probeert men ethisch te zijn en het concurrentievermogen
te handhaven. Het is de gulden middenweg tussen de economisch en idealistische manier.
Hier kiest men de beste oplossing die zich op het moment voordoet.
1.1.2
Bedrijfsethiek als normatieve ethiek
Het moreel verantwoorde handelen begint met de erkenning dat er geen samenleving van mensen
mogelijk is zonder een aantal gemeenschappelijke erkende spelregels of basisnormen. Hier
spreekt men over gestolde wijsheden.
Deze wijsheden zijn geboden en verboden, ze gelden voor het bedrijf en het personeel.
Je hebt positieve en negatieve wijsheden:
Negatieve  dit zijn de verplichtingen zoals “gij zult niet doden, ook al heb je er profijt bij” die
men als mens als normaal zou moeten beschouwen.
Positief  gezindheidsnormen die attitudes voorschrijven zonder de concrete inhoud te bepalen
wat er gedaan moet worden. Men heeft als uitgangspunt dat men de andere moet behandelen
zoals men zelf behandeld wil worden.
Ook in het bedrijfsleven zijn de morele verplichting en het verbod van belang. Zo heb je 2
soorten regelgevingen: interne en externe.
- Interne: bedrijven van bepaalde sector leggen zichzelf bepaalde norm op
- Externe: bedrijven worden door overheid bepaalde normen opgelegd, geeft relatie
bedrijf en samenleving weer.
Men heeft ook nood aan een fundamentele visie: de norm kun je maar hard maken als ze kaderen
in de nood van het bedrijf.
Om te oordelen heb je normen nodig. Die normen staan in de fundamentele visie.
De normen en de fundamentele visie vormen samen de ingesteldheid.
Via deugd van prudentie (inzicht, verstandig oordeel): dit is de kunst, het talent en de habitus of
ingesteldheid om te handelen op de meest passende wijze in elk mogelijke omstandigheid en
situatie.
1.2
De ethische evaluatie van de onderneming
1.2.1
Het statuut van de ondermening
Het statuut van de onderneming doet sociologische, economisch en juridische vragen rijzen.
Sociologische kijk: van organisatie tot instituut
 bedrijf is een gemeenschap van mensen.
-
-
Voordeel: de bedrijfcultuur als een domein van sociale waarvermeerdering en creatief
ondernemerschap. Eigen waardebesef doen stijgen door eigen identiteit, imago, naam en
geschiedenis van het bedrijf.
Nadeel: procedures worden niet opgeschreven nieuwe werkkrachten weten niet wat te
doen.
Casus pg 27 – Herald of Free Enterprise lezen
Economisch aspect: Een bedrijf is er alleen op uit om winst te maken
Juridisch aspect: beste vorm van eigenaarschap: bedrijf behoort aan 1 persoon toe.
Verschillende vormen van eigenaarschappen:
Privaat eig.  ongedeeld (macht en bezit) en niet doelgebonden (mag doen wat hij wil), is er nu
bijna niet meer.
Sociaal eig.  gedeeld (macht en bezit) en doelgebonden
Staatseig.  ongedeeld en niet doelgebonden (overheid)
Collectief eig.  losse groep, ligt tussen sociaal en privaat eigendom, is onverdeeld en
doelgebonden (boerenbond, vzw,…)
Kan men een onderneming straffen? JA!!!
Een onderneming kon:
- ontbonden worden
- verbeurd verklaard worden
- verboden worden om een bepaalde activiteit uit te voeren
- alternatieve straffen: gratis dienstverlening (NED en VS)
- alternatieve straffen: schade met eigen middelen herstellen (NED en VS)
1.2.2 De ethische evaluatie van bedrijven
 de ethische audit: methode
Wie een bedrijf ethisch wil doorlichten, gaat op zoek naar de gebreken en de kwaliteiten die
verbonden zijn aan de interne besluitvormingsstructuur van het bedrijf.
Hoe werkt zo’n audit?
- Ken uzelf:
Te weten komen hoe de onderneming ontstaan is en hoe ze in de loop van de
geschiedenis geëvolueerd is.
- Profiel van het bedrijf:
Focus op de gewoontes die in de bedrijfscultuur aangenomen worden.
- De drie cirkels en de maieutiek (systematische bevraging)
3 thema’s:
o Het bedrijfsbelang
o Sociale verantwoordelijkheid tegenover de buitenwereld
o Toekomstplanning
Casus pg 38 – Waterzuiveringsstation op Noteneiland
Resultaat van de audit:
- bedrijfscodes  alles wat wettelijk is + wat met de vakbond is afgesproken
- ethische labes  labels die zeggen wat voor bedrijf je hebt (groen bedrijf, …)
Hoofdstuk 2: markteconomie en ethiek
2.1
Drie soorten argumenten
Lezen pg 41, 3 opinies over betalen van de milieukosten.
De opinies horen elk thuis in een verschillend ethisch model. Er zijn 3 dominante modellen:
- de nutsethiek
- de plichtenethiek
- het rechtvaardigheidsmodel
De nutsethiek (utilitarisme)
Dit model gaat kijken naar de gevolgen van de individuele handeling van de ondernemer.
 alle gevolgen
 alle partijen
 kosten-batenanalyse
Een handeling is moreel verantwoord indien het totale nut van de handeling groter is dan de enige
andere handeling die de persoon in haar plaats had kunnen verrichten.
Opgelet:
- rekening houden met alle gevolgen (sociaal, ecologisch, cultureel,…)
- rekening houden met alle partijen (WN, WG, consument, overheid,…)
- evaluatie: Is het mogelijk om alle gevolgen voor alle partijen te kennen?
Hoe ga je bepaalde zaken kwantificeren (omzetten in cijfers)
 hoe kan je de waarde van de mens, een bos,… berekenen
Casus pg 44 – De ford Pinto
Plichtenethiek (deontologie)
Men kijkt niet naar de gevolgen, maar naar het principe van de individuele handeling. Men kijkt
naar welk basisidee achter de handeling zit.
Typische eigenschappen van de deontologische redenering zijn:
- universaliseerbaarheid  de redenen die worden ingeroepen zijn er die elke persoon ter
wereld in soortgelijke omstandigheden kan inroepen.
(is hetzelfde als universaliteit = negatief uitgedrukt)
- wederkerigheid  de redenen moeten zo gesteld zijn dat de persoon in kwestie bereid is
ze tegen zichzelf te laten inroepen, zelf zo behandeld te worden.
Gulden regel: wat je wil dat anderen jou aandoen, doe dat ook met hen
Rechtvaardigheidsethiek
Hier focust men niet op de handelingen en de verschillende partijen, maar op de gemeenschap van
mensen.
De rechtvaardigheidsethiek steunt op de oudste tradities van de westerse economische ethiek
(Aristoteles)
Het algemeen welzijn wordt nagestreefd op 3 niveaus:
- respect voor de waardigheid van alle mensen en van heel de mens. De economie mag niet
zo georganiseerd worden dat de waardigheid van de persoon ontkend worden.
- Welzijn van de gemeenschap: in de visie van het rechtvaardigheidsmodel worden de
deelnemers aan het economisch leven niet alleen gedreven door eigenbelang. Mensen
komen pas tot hun recht en zijn pas gelukkig wanneer zij een persoonlijke bijdrage
leveren aan het welzijn van de mensen en aarde.
- De universele bestemming van de goederen van de aarde: de beschikbare grondstoffen en
talenten van de wereld moeten aangewend worden voor het welzijn van iedereen. (vb:
Antarctica, toegang tot de grondstoffen, behoud van de ecosystemen, exploitatie van de
zeebodem)
Rechtvaardigheid speelt zich af in 3 soorten relaties:
- wat mensen elkaar verschuldigd zijn: eerlijkheid, fair play, gelijke kansen, gelijke rechten
en plichten,…
- de bijdrage van de leden aan de gemeenschap: zinvolle participatie leveren aan het
productieproces, arbeidsplicht, solidariteit, belastingplicht, …
- wat de gemeenschap verschuldigd is aan de leden: gelijke kansen, controle op correcte
verdeling van de beschikbare goederen, …
Besluit:
De nutsethiek (utilitarisme) en plichtenethiek (deontologie) gaan uit van individuele actoren en
hun handelingen. Ze trachten vanuit dat uitgangspunt tot een veralgemeenbare ethische richtlijn
te komen en te omschrijven wat voor alle betrokkenen het beste is.
Het rechtvaardigheidsmodel doet het omgekeerd. Het gaat uit van een visie op de gemeenschap
en haar welzijn. Op grond daarvan bepaalt het model wat de taak is van de verschillende leden
van de samenleving om het geheel goed te laten functioneren.
Bijzondere types: het sociaal contract en de deugdenethiek
 het sociaal contract is een goed voorbeeld van een toepassing van het rechtvaardigheidsmodel
in de zakenethiek.
Het sociaal contract formuleert op pragmatische en rationele gronden een aantal regels die voor
alle leden bindend zijn en die worden afgedwongen door een gemeenschappelijk aangestelde
overheid.
Het zijn regels waar bedrijven zich verbinden om in de maatschappij als sociaal verantwoorde
entiteiten op te treden en het niveau van de strijd van allen tegen allen te overstijgen. (de
natuurtoestand van ongebreidelde concurrentie, crimineel gedrag, gebruik van geweld,…)
Evaluatie:
Is dit wel realiseerbaar?
Het is een manier van denken die rekening houd met de lange termijn!!!
Het rechtvaardigheidsdenken, met zijn toepassing van het sociaal contract is uitermate geschikt
om de macro-economische ordening te benaderen.
 de deugdenethiek is meer gericht op het micro en mesoniveau van bedrijfshandelen.
De verschillende deugden:
- Rechtvaardigheid
- Moed
- Matigheid
- Billijkheid
- Integriteit
- Betrouwbaarheid
- Verantwoordelijkheid
- Loyaliteit tov. opdrachtgevers
- …
De ethici van nu hanteren de rechtvaardigheidsethiek.
2.2
Morele vooronderstellingen van de markteconomie
De vrije markt
Plichtenethiek
Nutsethiek
Rechtvaardigheidsethiek
Pro:
Dit is de beste manier om met schaarse goederen om te gaan
Schaarse goederen:
- ruimte
- gas, olie
- de wet van vraag en aanbod
- …
Contra:
1. Er is geen gelijkheid of gelijke kansen want een economisch leven
kan je niet zonder financiële middelen beginnen.
2. Er is geen optimale verdeling van de schaarse goederen
3. Uit het bestaan van een bedrijf komen zowel rechten als plichten
voort.
Pro:
1. Recht van privé-eigendom en vrijheid van ondernemen is
gewaarborgd.
2. De competitie tussen verschillende belangengroepen leidt tot een
evenwicht waarin de schaarse middelen op de meest efficiënte wijze
worden.
Contra:
1. morele kritiek: mensen handelen niet alleen uit eigenbelang 
solidariteit en belangenloze inzet voor anderen
2. moreel-economische kritiek: consumenten zijn niet altijd goed op
de hoogte van de kwaliteiten van de producten.
3. economische kritiek: de vrije markt blijft niet uit zichzelf
bestaan.  vorming van oligopolie en monopolies
Pro:
De waardigheid van de privé-ondernemer wordt gerespecteerd en
gewaardeerd.
Contra:
De vrije markt brengt schade toe aan derden (WG, consument,
goederen der aarde,…)
Besluit
Er zijn meer negatieve dan positieve argumenten, er zou beter
gemengde of overlegeconomie zijn ipv. vrijemarkteconomie.
Besluit nog eens leze pg 62-63
2.3
De ethiek van de vrije mededinging
Casus pg 63 – De ramp met de DC-10
 De concurrenten pasten een veiliger systeem toe, met extra voorzorgsmaatregelen.
Enkele vuistregels:
- De vrije mededinging moet juridisch beschermd en moreel ondersteund worden om
bedrijven aan te moedigen tot een kostenbesparende en innoverende productie.
-
Respect voor de concurrent  elkaar niet doodconcurreren.
-
Concurrerend handelen levert baten op voor het publiek, maar genereert ook kosten.
(ontslagen, bedrijfssluiting, omschakeling naar andere gebieden,…)
-
De elementen van het productieproces mogen niet het voorwerp van de competitie zijn 
vb: de schade aan het milieu mag niet overdreven zijn.
-
Concurrerend handelen mag nooit in conflict komen met het naleven van gesloten
overeenkomsten. Concurrentie mag niet gelijk staan met leugens en wantrouwen.
Voorbeelden van inbreuken op het mededingingsrecht
Prijsmanipulatie
- Onderhands bepalen van prijzen  Gezamenlijk met de concurrenten afspreken wie wat
krijgt.
-
Manipuleren van voorraden  bedrijven spreken af om een bepaalde tijd de beschikbare
producten te verkopen om zo de prijzen te doen stijgen.
vb: olie  olievoorraad daalt, gevolg is dat de prijs stijgt.
-
Blok-verkoopakkoorden  men verkoopt een product, maar dat product werkt alleen
maar met onderdelen die van dezelfde verkoper/merk komen.
vb: Microsoft  Word, Excell werken alleen op windows
-
Prijsdiscriminatie en prijsdumping  een periode onder de prijs verkopen om een
concurrent te verslaan en dan als die concurrent failliet is de prijs verhogen.
vb: winkel met paraplu’s en winkel met schoenen, paraplu’s  De winkel met schoenen en
paraplu’s verkoopt de paraplu’s onder de prijs en gaat daardoor een concurrent verliezen
omdat die niet meer lager kan in prijs. Na verloop van tijd gaat deze winkel failliet.
Daarna kan de winkel de prijzen van de paraplu’s omhoog duwen.
Omkoping van overheid, concurrent mag niet  concurrentieaspect valt dan weg
Zwartwerkers  minder betalen, de loonkosten dalen, opbrengsten investeren in andere dingen
Belastingontduiking  zelfde principe maar dan met belastingskosten
Hoofdstuk 3: Eerlijkheid tegenover handelspartners
Casus pg 69 – Contracten in de bouwsector
 mogelijke oplossing hier: als uit onderzoek blijkt dat ABC alle normale
voorzorgsmaatregelen heeft genomen om de kraan te plaatsen en te verankeren, kan men
op morele gronden pleiten voor een heronderhandeling met de opdrachtgever
Er zijn 2 spanningsvelden bij het sluiten van contracten:
traditionele economie
Vandaag
- persoonlijke handdruk is genoeg
- geen loyaliteit meer
- woord is een woord
- woord is geen woord meer
- alles verloopt veel langzamer
niets persoonlijk/direct: alles gebeurt
met tussenpersonen of via internet.
- contracten worden vlug afgesloten, over
grote bedragen
Burgerlijk wetboek
Verbintenis is pas geldig als:
- er geen dwang is
- er gehandeld is met kennis van zaken
- er geen leugens aanwezig zijn
- er geen illegale praktijken gebeuren
3.1
Ethiek
De ethiek zegt da het Burgerlijk Wetboek een
minimum is, je spreekt niet alleen van een
juridisch juist maar ook ethisch goed contract:
- concreet qua inhoud
- universeel qua vorm
Moraliteit van contracten
Concreet qua inhoud: (beperkt en specifiek)
Beperkt  contract is ethisch juist als er duidelijke afspraken zijn, als er juist beschreven
staat welke vorm van dienstverlening,…
Specifiek  nauwkeurig en exclusief, beide partijen weten waar ze aan toe zijn
Voordelen:
 beide partijen hebben een rechtszekerheid
 vermijdt onenigheid
Universeel qua vorm: ( niet voor papier, maar juist formulier zodat betrouwbaarheid,
onpartijdigheid en respect worden gegarandeerd)
Hoe universeler de vorm, hoe ethischer:
Een universeel contract is gebaseerd op:
- Betrouwbaarheid: beloftes nakomen qua levering, betaling, …
- Onpartijdigheid: verkoper moet product zowel aan klant A als B, aan zelfde prijskwaliteit verkopen in dezelfde omstandigheden
- Respect: handelspartner niet misbruiken voor eigen voordeel, maar beschouwen als
persoon
Casus pg 74 – De schone kleren campagne
 Met een label proberen de multinationals zich in te dekken, hun kleren worden
gemaakt in lageloonlanden maar met respect voor de WN.
3.2
De rechtvaardige prijs
traditionele economie
- Stabiele prijs
- Men hield hierbij rekening met de status
van de producent
vb: je betaald meer voor diensten van een
dokter dan voor een metser
Vandaag
- Sterk schommelende prijzen
- Niet alleen verschillende producten, maar
ook prijzen verschillen sterk
vb: nu 100€ voor horloge, volgend jaar 60€
- Sociale status is niet meer bepalend voor
de prijs
Casus pg 80 – Een prijskartel in vitaminen
De rechtvaardigheid van de prijzen kan niet bepaald worden, omdat de markt niet vrij is. De
ervaring leert ons dat met onbegrensde vrije markten het ideaal van vrije prijsbepaling niet
wenselijk is, omdat het in een context van een snel evoluerende economie veeleer tot instabiliteit
dan tot stabiele ruilverhoudingen leidt.
Een onrechtvaardige prijs is een prijs waarbij:
- frauduleuze prijsbepaling  in het geheim samenkomen om een bepaalde prijs af te
spreken, zodat er geen concurrentie is.
- Machtsmisbruik, éénzijdige prijsbepaling  de tegenpartij misleiden over correcte
prijs. Vb: zeggen dat er nog weinig voorraad olie is, waardoor een hogere prijs tot stand
komt. Terwijl in werkelijkheid wel nog genoeg olie is.
- Manipuleren van de passies  de prijs moet bepaald worden in overleg
3.3
Steekpenningen
Casus pg 82 – De lockheed-affaire
Omkoperij en afpersing
Def.: Partijdige en incorrecte uitoefening van de beroepsfunctie.
Vb: Persoon A geeft aan persoon B tijdens de werkuren een beloning, buiten zijn normaal loon.
Verzachtende omstandigheden:
- culturele verschillen en ingeburgerde praktijken  in sommige samenlevingen is corruptie
de regel en is het onmogelijk zonder steekpenningen te handelen
- initiatiefnemer treft zwaarste schuld  wie het initiatief neemt tot corruptie heeft
zwaardere schuld dan hij die toegeeft aan de afpersing
 vermindering, niet ontbreken van straf!!!
- Beroepsfunctie  wat valt onder activiteiten van de beroepsfunctie?
vb: een voetballer wordt betaald om goed te spelen, maar als hij niet meer betaald wordt,
moet hij dan ook nog goed spelen. Is het dan nog zijn beroep?
Hoe corruptie vermijden:
- geef ambtenaren voldoende loon, vakantie of iets anders. Publiekelijk iets toestaan =
minder corruptie
- verander de politieke cultuur van vb: een land: wanneer een politicus corrupt is geweest
moet hij zwaar gestraft worden.
- Imperfecte markten herstructureren indien er corruptie is.
3.4
Beloven en bieden: onderhandelingspraktijken
 fenomeen bij onderhandelen is blufpoker
 dit zijn de minimum morele voorwaarden:
- productvereisten zijn contractueel vastgelegd: men mag blufpoker spelen maar prijskwaliteit-garanties moeten juist zijn!!!
- Misleiding doorzien: blufpoker mag, maar de misleiding moet te doorzien zijn. Men mag
niet liegen!!!
- Gewoontes binnen de sector: men moet niet onderhandelen over de prijs van een
treinticket. Die prijs staat vast.
Wat niet kan:
- liegen
- bluf die tot fraude leidt
Hoofdstuk 4: Marketingethiek
“Klant is koning”  de vrijemarkteconomie is gebaseerd op de veronderstelling dat de
consumenten, door hun voorkeuren uit te drukken (door het kopen of niet kopen) de hoogste
rechters zijn in het proces.
 deze theorie gaat slechts gedeeltelijk op.
De bescherming van de consument behoren tot de verantwoordelijkheid van de producent.
- Verantwoordelijkheid voor verkochte waar
- Kwaliteit van de aangeboden publiciteit
4.1
Productaansprakelijkheid
Er zijn verschillende manieren om naar de verantwoordelijkheid te kijken:
1. De koper moet opletten:
+ De koper heeft vrije keuze:
Eenmaal een product betaalt is, heeft u voor dit product gekozen. Betalen wordt hier als
een contract beschouwt. U vindt dat het product goed gemaakt is.
- Koper kent niet alle informatie:
De koper kent niet alle info van de materialen waaruit het product gemaakt is.
- Geen directe verkoopsrelatie:
De verkoop gebeurt met vele tussenpersonen.
- Ongelijke relatie tussen producent en consument:
De consument staat een trap lager, hij is afhankelijk van de good will van de verkoper,
want deze heeft meer info.
Het idee van de koper is verantwoordelijk voor de keuze van het product gaat niet op. Je kan
onmogelijk de waarde schatten.
Je bent niet in staat de verantwoordelijkheid op te nemen zelfs als je betaalt.
2. De verkoper/producent moet opletten:
+ verplichte zorg voor belang van kwetsbare consumenten.
- Is de producent verantwoordelijk voor elke schade? Ook voor kleinste detail verantwoordelijk?
- Zijn alle risico’s te bepalen? Kan hij op voorhand alle risico’s kennen?
- Persoonlijke verantwoordelijkheid van den consument?
Niemand is verplicht om iets te kopen  sigaretten!!!
De Gulden Middenweg:
De consument is verantwoordelijk voor de gevolgen van verkeerd gebruik.
De producent moet de nodige zorv in acht nemen.
 op pakje sigaretten duidelijk schrijven dat roken dodelijk is.
De producent is niet verantwoordelijk voor niet te voorziene negatieve gevolgen.
 dwz dat als ze producten op de markt brengen moeten ze die producten eerst
Uitvoerig testen.
4.2
Ethiek van de reclame
Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen de verschillende aspecten die elkaar
wederzijds beïnvloeden: de juistheid van de meegedeelde informatie, het persuasieve karakter,
het culturele aspect en het tekenkarakter.
De informatieve functie:
De basisinfo moet juist zijn, beetje afleiding mag. Maar de reclameboodschap moet
waarheidsgetrouw zijn  de informatie over het geadverteerde product moet in
overeenstemming zijn met de werkelijkheid.
Onderscheid tussen onschuldige en onethische misleiding:
Onschuldige misleiding  spreker spreekt over superaanbod terwijl het om een gewone
aanbieding gaat.
Onethische misleiding  negatieve relevante info of wetenschappelijke artikels als vermomde
reclameteksten
Casus pg 103 – Nestlé infant formula
De persuasieve functie
In de persuasieve reclame de fysieke en psychische behoeften opgewekt en gestimuleerd. Men
laat de toekomstige klant geloven dat het product het beste antwoord is op de opgewekte
behoefte.
Hier probeert men een associatie te creëren tussen het product en een bepaald beeld dat
antwoordt op een (on)bewust verlangen of wens, of tussen het product en een beeld dat een
onbewuste angst uitdrukt om het product niet in zijn bezit te hebben.
Bepaalde manieren zijn onethisch:
Zie pg. 105
De culturele en imaginaire functie
Reclame kan niet doen met cultuur wat het wil. Mag het spotten?
Ethici zeggen: het mag niet kwetsen, pervers zijn of aanstoot geven maar reclame moet
aanleunen aan het product.
Casus pg 106 – Benetton
Tekenkarakter
Vb: dure vestjes om een bepaalde groep te creëren. Om zich te kunnen onderscheiden. Tv was
vroeger een statussymbool.
Reclame mag niet discriminerend zijn:
 daarom zijn er reclamecodes  dit zijn ethische codes voor reclame, ze vertrekken vanuit 3
principes:
- Vrije meningsuiting zonder schade aan anderen: zowel voor adverteerder als voor de
gebruikers. Vrijheid mag niet misbruikt om de vrijheid van anderen te schaden.
- Aansprakelijkheid: adverteerder is verantwoordelijk voor de reclame die hij verspreidt.
- Concurrenten respecteren: adverteerder mag geen misleidende of verwarrende info
verspreiden over concurrent, hij mag ze niet zwart maken.
 ethische vragenlijst:
- Schadelijke gevolgen: zal het resultaat schadelijk zijn voor de verbruiker?
- Niet bedoelde gevolgen van een reclamecampagne: Worden zij gekwetst?
- Misleidende info: is de inhoud waarheidsgetrouw?
- Behoefte creëren: is de vorm misleidend?
- Manipuleerbaarheid van kinderen: wordt er ingespeeld op de diepere gevoelens?
Hoofdstuk 5: Rechten en plichten van WG en WN
De Europese benadering is verschillend dan de Amerikaanse benadering.
Europese  vooral kiezen voor de invalshoek van de WN.
Amerika  vooral kiezen voor de invalshoek van de WG.
Zie pg. 113 voor voorbeelden van rechten en plichten.
Zowel de WN en WG hebben rechten en plichten.
5.1
Het recht op arbeid in een bedrijfscontext
De betekenis van het recht op arbeid
Arbeid ≠ werk
 arbeid = nauwer omschreven begrip dan werk, het verwijst naar het beroepsmatig werken voor
een inkomen
Recht op arbeid  moreel recht. Het heeft geen juridische waarde.
Iedereen heeft recht op arbeid, maar er moet arbeid zijn. Je kan het niet afdwingen.
Het recht op arbeid binnen de bedrijfsrealiteit
Het recht op arbeid kan op 2 manieren geschonden worden:
- Bij aanwervingen
- Bij ontslag
Aanwervingen  de WG heeft het recht om zelf te kiezen wie hij aanneemt!!!
Men moet beseffen dat men het moreel recht van de sollicitanten op een eerlijke kans negeert.
Men mag geen kandidaten weigeren omwille van geaardheid, sekse,…
Ontslag  als een WN al lang in het bedrijf werkt, ontstaat er een morele verplichting bij de
WG om de WN te laten werken tot het einde van zijn loopbaan.
Er ontstaat respect  geen naakt ontslag, zonder reden, …
Lees pg 119 ies (te lang om over te schrijve)
5.2
Specifieke rechten van de WN
Het recht op een geschreven contract
Vooral uit eigen belang  je weet nooit als er toch iets scheef loopt. Je dekt jezelf en je
bedrijf in. Ook al gaat het om goede kennissen of vrienden.
Het recht op een rechtvaardig loon
Het loon is de ruilwaarde die elke WN krijgt voor zijn geleverde prestaties.
Volgens sociaal democratische stromingen:
Loon + aandeel in meerwaarde van het bedrijf + in verhouding met behoeften WN en zijn gezien
(in werkelijkheid alleen 1e + 3e)
Volgens liberalistische stromingen:
Alleen het loon in verhouding met de geleverde prestaties.
Een rechtvaardig loon  8 criteria:
- Gewaarborgd minimumloon:
Bij wet vastgelegd
- Gemiddelde loon in de sector en de streek:
In de ene streek kunnen de lonen hoger liggen dan in de andere
- De capaciteit van de firma:
Bedrijven die meer winst maken hebben de plicht om de WN in deze meeropbrengst te laten
delen.
- De aard van de baan:
Beroepstakken die meer risico’s inhouden voor gezondheid, veiligheid, … worden beter betaald.
- De verhouding tot andere lonen in het bedrijf:
WN die identiek hetzelfde werk uitvoeren moeten gelijkwaardig vergoed worden.
- Het resultaat van een eerlijk onderhandelingsproces:
Lonen die het gevolg zijn van open onderhandelingen en afspraken tss WN en WG bieden een
garantie van rechtvaardigheid.
- Vastheid van betrekking:
Privé-onderneming  minder baanvast => hoger loon
Overheid  baanvast werk => lager loon, beter sociale voordelen
- Senioriteit:
Het loon stijgt in verhouding tot het aantal dienstjaren van een WN. (meer ervaring)
MAAR NU!!!  jongeren kunnen beter met de pc werken, zijn creatiever,…
Het recht op veilige en gezonde arbeidsomstandigheden
De WN moet beschermingskledij krijgen van de WG.
Ongevallen op het werk, op en naar het werk, beroepsziekten,…
Deel door nalatigheid van de WN en deel door nalatigheid van WN.
Het gezondheidsrisico moet aan een aantal voorwaarden voldoen:
- WN moeten op voorhand op de hoogte gebracht worden van mogelijke gevaren.
- Geen externe drang kiezen voor dit risico.
- WG en WN maken gebruik van de aanwezige wetenschappelijke, technische en
economische middelen om het risico zo laag mogelijk te houden.
Het recht op arbeidskwaliteit
Niet alleen de beloning is genoeg!
De WG moet zorgen voor voldoende variatie, rust, tevredenheid,…
De WN mag klagen, mag niet uitgebuid worden,…
Vermijden teveel stress, vervreemding en afstomping.
Echt op vakvereniging en staking
De vakbond is niet alleen voor de leden, ook de niet-leden zijn beschermt door vakbond.
Stakingen  er moeten dan wel voorzorgsmaatregelen voorzien zijn, mensen die willen werken
mogen niet tegengehouden worden, directeur mag niet gegijzeld worden,…
Het recht op medezeggenschap
Fin. participatie  deelname van de WN in de meerwaarde van het bedrijf. (winst, kapitaal,…)
Struct. participatie  deelname van de WN in besluitvorming in de raad van bestuur,…
Types van participatie:
Aspect:
Niveau:
Primair
Secundair
Financieel
Structureel
Mede-eigendom
Winstdeelneming
Medezeggenschap
Medebeheer
Liberale, kapitalistische opvatting  prioriteit van privé-eigendom van het kapitaal. De persoon
die het bedrijf bezit huurt de WN in om voor een beperkt en duidelijk omschreven
productiedoel, niets meer.
 daarom: de WN moet geen deel van het bestuur krijgen of deel van de zaak.
Sociaaldemocratische opvatting:
Hier kan ik zelf nie aan uit :p moet da mor ies leze op pg 131.
5.3
Conflicten
Spreken of zwijgen? Over de loyaliteitsplicht
Het goed functioneren van een bedrijf vereist vaak dat bepaalde info geheim blijft.
Casus pg 134 – Een verborgen gebrek van een tunnel
Whistle blowing  alarm slaan of uit de biecht spreken of zwijgplicht verbreken.
Het gaat om een conflict tussen 2 normen:
- zwijgplicht
- spreekplicht
Belangenconflict tussen bedrijf en werknemer
Belangenconflict  bedrijfsgegevens worden door WN niet alleen om openbaar nut maar ook om
persoonlijke voordelen naar buiten gebracht: winstbejag, wraak, vrienden te bevoordelen,…
Bij het uitvoeren van de beroepsfunctie mag men de gegevens niet voor eigen voordeel gebruiken.
Enkel het belang van de bedrijf telt.
Intellectuele rechten  wanneer WN een nieuw product of productieverbetering ontdekken,
kunnen zij aanspraak maken op een zeker recht inzake mede-eigendom.
Bij ontslag van deze WN  contractueel een termijn vastleggen waarbinnen het vorige bedrijf
het alleenrecht heeft voor de betreffende informatie.
Privacy en kwaliteitscontrole
WN verbinden zich door hun arbeidscontract tot een loyale inzet om de overeengekomen
arbeidstaak te realiseren.
De WG heeft het recht u iets op te leggen (ivm kledij, uiterlijk,…) als hij vindt dat die dingen het
werk verhinderen.
Flexibiliteit
Gebruik van flexibele arbeidstijden en arbeidsvormen kunnen de spanning opdrijven.
Arbeidstijden:
- avondwerk
- weekendwerk
- schuivende arbeidsuren
- kortere werkweek
- …
Arbeidsvormen:
- tijdelijke arbeid
- interim
- uitzendkrachten
Mening WG:
Streven naar maximale productiviteit en maximaal gebruik van het productieapparaat.
Ze moeten hun WN op korte termijn voor extrawerk kunnen oproepen en gedeeltelijk werkloos
kunnen maken op dalmomenten.
Ze wensen polyvalente WN.
Mening WN:
- De oproepbaarheid kan de gezinsverplichtingen in het gedrang brengen. Het wordt
moeilijk voor de WN om te plannen op langere termijn.
- Spanningen door verschillen tss interim en deeltijdse arbeid.
- WN willen niet altijd leren en herscholen. Dit kan een groeiende kloof tss getalenteerde
WN die meekunnen en de minder getalenteerde die moeten afhaken vergroten.
Arbeidsdruk en arbeidsverslaving
De WG heeft er belang bij om het rendement van zijn ingezette werkkrachten te optimaliseren,
MAAR:
Te hoge arbeidsdruk heeft als gevolg:
- ontduiking van de verantwoordelijkheid
- op lange termijn levert dit slechte kwaliteit
- verhoogt adrenaline  leidt tot workaholic
Positief  op korte termijn hoge productiekwaliteit
Hoofdstuk6: Rechten en plichten van aandeelhouders
problemen die hiermee verband houden (pg 147)
6.1
en
De rechten van de aandeelhouders
Vb: Agva  aandeelhouders willen nog meer winst  personeel wordt ontslagen
Vb: Enron  manager verbloemt de boekhouding om aandeelhouders gelukkig te houden, terwijl
het bedrijf er slecht aan toe is.
Vermogensrechten
Aandeelhouders hebben het recht
- om hun aandeel met winst of verlies te verkopen
- op dividend (is niet af te dwingen)
Er kunnen zich ethische problemen in verband met de uitoefening van vermogensrechten
voordoen:
- foutieve rapportering
- handelen met voorkennis
(manager  voert het beleid van de aandeelhouders uit)
6.2
Plichten van de aandeelhouders
Koppeling van de winst aan uitbreiding van arbeid en maatschappelijk rijkdom.
De ethische verantwoordelijkheid van de aandeelhouders is evenredig met hun macht, managers.
Kleine aandeelhouders zijn de stem van de ‘gewone’ burger.
6.3
Alternatief investeren (of ethisch investeren)
 anders investeren dan de economische gang van zaken.
Voorkeur hebben voor de bedrijven die zich inzetten voor het milieu, de minderheden, personeel,
mensenrechten, …
6.4
Fusies en overnames
Een overname is niet altijd negatief  overname van een failliet bedrijf.
De overnemer moet wel open kaart spelen:
- voldoende info geven
- duidelijk stellen van de kosten (vb. hoeveel werklozen er zullen vallen) en de baten (vb. de
garantie dat het bedrijf blijft bestaan)
- rechtvaardigheid bij het delen van de winst en opdrijven van de productie
Hoofdstuk 7: Ecologische ethiek en ondernemen (pg 163)
7.1
Ecologie: feiten en factoren
Casus pg 163 – Een ongeluk bij Sandoz
Casus pg 164 – Dupont en het gat in de ozonlaag
Het gaat hier over een effect dat een bepaald product teweegbrengt. Er zijn bijkomende
factoren van belang:
- Onzekerheid: moet een productieafdeling gesloten worden op basis van
veronderstellingen die achteraf fout kunnen zijn.
- Tijdsfactor: is het niet te laat als we wachten met het sluiten van de productieafdeling
totdat we zekerheid hebben.
- Schaal van het effect
- De onomkeerbaarheid van het effect: kunnen wij het niet omkeren?
- De verschillende reacties van producenten/consumenten: deze zijn verschillend.
In geval van onzekerheid kan men beter uitgaan van het vermijden van de slechtste mogelijkheid,
dan te veronderstellen dat het resultaat wel zal meevallen.
Economisch gevolg van ecologisch perspectief  het product wordt duurder als men meer
rekening moet houden met de ecologie.
Productiekost + winst + kost voor de schade aan de natuur
Cultureel gevolg van ecologisch perspectief  er is een mentaliteitsverandering nodig. Zolang
men de auto blijft gebruiken voor korte afstanden heeft het weinig nut.
7.2
Ecologische ethiek
Er zijn dan 3 niveaus die nauw verbonden zijn:
- Waarden
- Normen
- Beleid
Waarden:
Casus pg 168 – Vlinders of werkloosheid
Ecocentrisme of antropocentrisme?
Eco  het milieu staat centraal
Antropocentrisme  de mens staat centraal
Rechten van toekomstige generaties:
We mogen niet met deze gedachte leven: als wij maar goed leven. We moeten leven met de
gedachte dat er nog andere generaties na ons komen.
Duurzame ontwikkeling:
Zonder het vermogen van de toekomstige generatie weg te nemen
Eigendomrechten? Zijn deze ombeperkt?
Vb: de stad heeft het recht voor autoloze zondagen te creëren
Normen:
De vervuiler betaald:
Welke prijs moet er betaald worden? Wie is er juist verantwoordelijk?
De verantwoordelijkheid ligt deels bij de consument en deels bij de producten!!!
Voorkomen is beter dan herstellen!!! Dit is altijd zo
Subsidiariteit of getrapte verantwoordelijkheid  ieder is verantwoordelijk in evenredigheid
met de positie in het productieproces
Beleid:
Het beleid bevat de normen en waarden. Het is een akkoord binnen een regering.
Voorschriften
Technische normen opleggen per sector,…
Belastingen
Heffingen, belastingen, subsidies aan bedrijven,…
Sancties
+ stimulering onderzoek, sensibilisering
- schadevergoedingen, boetes, …
7.3
Ecologisch verantwoord ondernemen
Ecomanagement
 op systematische wijze het hele productieproces van hun onderneming doorlichten. Dit om na
te gaan welke verbeteringen (zuiniger gebruik, recyclage, isolatie,…) in elk onderdeel van het
productieproces kan worden aangebracht.
Groene producten en ecomarketing
De consumenten zijn meer en meer bereid om duurdere duurzame producten te kopen in plaats
van goedkopere maar schadelijke producten.
Het zijn zelfs mode-etiketten geworden.
Gebruik van eco-labels en ecomarketing  onpartijdige controle is nodig.
Zelfregularisatie via algemene afspraken/convenanten
Bedrijven dagen elkaar uit om ecologisch verantwoord te ondernemen
Convenant  afspraken over bepaald product binnen bepaalde sector.
Vb: Kyoto
Hoofdstuk 8: Onderneming en maatschappij (pg 184)
Casus pg 184-188 – Enron, Andersen en het geschokte vertrouwen
8.1
Een breed discussieveld
Er zijn verschillende thema’s: milieu, bedrijfswereld, ethiek, rechten van de WN en WG.
De fundamentele vragen:
? wat is het maatschappelijk doel van een onderneming ?
? wat betekenen wij als bedrijf in de maatschappij waarin we ons situeren ?
Vb: Oostkamp heeft hele nieuwe wijk voor 4000 mensen door de komst van Siemens.  impact op
de samenleving
8.2
Winst als unieke finaliteit
Kan niet, het is onverantwoord. De winst moet, maar mag niet het enige doel zijn!!! WG moet ook
oog hebben voor zijn WN en producten.
8.3
Verschuivende horizon
Er zijn 10 fundamentele rechten (pg 191)
 dit zijn rechten waar de winstmakende bedrijfsleider rekening mee moet houden.
Zachte waarden worden harde waarden
Zachte waarden (vb: milieu, sociale wetgeving, mensenrechten) wordt weer rekening mee
gehouden.
 worden harde waarden: spelen mee in de ontwikkeling in het bedrijf
Transpiratie
De boekhouding van een bedrijf moet doorzichtig zijn, als dit niet zo is, klopt er iets niet.
 Er bestaat het recht om te weten
Globalisering
Internationale bedrijven:
- meer en meer bedrijven zijn internationaal.
o Internationale contracten, wetgevingen
Nationale overheid zonder macht:
- welke overheid is verantwoordelijk?
- Internationaal probleem?  ze zitten overal dus overheid heeft er geen controle op.
Vb: In Duitsland beslissen ze over ontslagen in België
Mondiaal qua tijd en ruimte:
Alles gaat zo snel
Vb: 1 beslissing in Duitsland zorgt 5min later voor ontslag van 4000 mensen.
8.4
Onderneming is geen eiland
Normatieve gevoeligheid: moet bewaard en ontwikkeld worden. Iedereen moet oog hebben voor
ethische normen, iedereen moet ethisch gevoel hebben.
Vb: “hier komen de rechten van de WN/WG in gedrang”
Gedragscodes
Niet slecht dat deze worden opgesteld.
Vb: cursus ethiek handelen over vakbonden, WN, WG,…
Anticiperende attitude ontwikkelen
De attitude ontwikkelen dat men een stap verder kijkt bij bepaalde beslissingen.
Vb: vakbond mensen van VW Vorst eisen hogere lonen, hebben niet vooruit gekeken.
Nu  problemen
Casussen:
Pg 11 –
Pg 27 –
Pg 38 –
Pg 44 –
Pg 63 –
Pg 69 –
Pg 74 –
Pg 80 –
Pg 82 –
Pg 103 –
Pg 106 –
Pg 163 –
Pg 164 –
Pg 168 –
Pg 184 –
Exxon Valdez
Herald of Free Enterprise
Waterzuiveringsstation op Noteneiland
De ford Pinto
De ramp met de DC-10
Contracten in de bouwsector
De schone kleren campagne
Een prijskartel in vitaminen
De lockheed-affaire
Nestlé infant formula
Benetton
Een ongeluk bij Sandoz
Dupont en het gat in de ozonlaag
Vlinders of werkloosheid
Enron, Andersen en het geschokte vertrouwen
Download
Random flashcards
Create flashcards