GS Tijd van burgers en stoommachines 1800-1900

advertisement
GS Tijd van burgers en stoommachines
1800-1900
8.3 Nationalisme en de Duitse eenwording
De Napoleontische periode had onder de Duitse bevolking gevoelens losgemaakt die na 1815 bleven. Duitse
oorlogsvrijwilligers keerden vol vaderlandsliefde uit de oorlog tegen Napoleon terug: Duitsland moest weer een
staat worden zoals Frankrijk, Spanje of Engeland. In heel Duitsland ontstonden zogeheten Burschenschaften. De
leden van deze studentenverenigingen verheerlijkten het verleden en keerden zich tegen buitenlandse (en vooral
Franse) invloeden. Bij deze studentenverenigingen gingen nationalisme en romantiek hand in hand.
Dichter en filosoof Johann Gottfried Herder gaf aan dit nationalisme een theoretische basis. Hij meende dat vooral
de taal een volk tot een eenheid maakt, omdat via de taal ieder volk een eigen cultuur ontwikkelt. Veel jonge
geleerden en schrijvers verdiepten zich in deze jaren in de Duitse geschiedenis en ‘ontdekten’ de eigen cultuur en
taal. Deze vertegenwoordigers van het culturele nationalisme stonden onder de invloed van de Romantiek. Deze
kunststroming was een reactie op het rationalisme van de Verlichting en op het classicisme. De kunstenaars van de
Romantiek stelden de eigen, subjectieve beleving en de intuïtie voorop en haalden hun inspiratie uit de
geschiedenis en cultuur van hun volk. Daarmee sloten Romantiek en nationalisme goed bij elkaar aan.
Het Duitse culturele nationalisme veranderde na verloop van tijd in politiek nationalisme. De oorzaak hiervoor
waren de maatschappelijke veranderingen en de technische vooruitgang als gevolg van de Industriële Revolutie.
Pruisen had een versnipperd staatsgebied met veel kleine staatjes. Toen ook in Pruisen de industrialisatie begon en
er spoorwegen werden aangelegd, bleek die versnippering voor problemen te zorgen. Bij iedere grensovergang
moesten namelijk van alle personen de paspoorten worden gecontroleerd en werd de handelswaar met
invoerrechten belast. Het werd voor de spoorwegen nagenoeg onmogelijk om een betrouwbare dienstregeling op te
zetten. Pruisen wilde een eind maken aan deze kostbare en tijdrovende situatie en zijn territorium omvormen tot
één douanegebied. Buurstaten werden onder druk gezet en in 1834 kwam er een Zollverein (douane-unie) in het
Duitstalig gebied. Aanvankelijk werd er alleen op economisch gebied samengewerkt. Dit veranderde in 1848 toen
er overal in Europa politieke onlusten waren die ook naar Duitse steden omsloegen.
In Frankfurt kwam een parlement bijeen. De leden spraken uitgebreid over de vraag hoe groot een toekomstige
Duitse staat moest zijn. Er waren twee stromingen:
1. De Groot-Duitse gedachte: de gehele Donaumonarchie hoort erbij of op zijn minst de Duitstalige gebieden
daarvan.
2. De Klein-Duitse gedachte: de Donaumonarchie hoort er niet bij, ook de Duitstalige gebieden niet.
Men koos voor het 2e. De vertegenwoordigers vroegen de Pruisische koning Friedrich Wilhelm IV om de keizer
van dit nieuwe Duitsland te worden maar hij weigerde deze keizerstitel, omdat in zijn ogen een keizer door God
werd uitverkoren en niet kon worden ‘benoemd’ door het volk. Hij vergeleek de keizerskroon met een
‘Hundehalsband’ die hem aan de revolutie van 1848 zou ketenen.
Daarna bleef het enige tijd rustig aan het politieke front. Dit veranderde toen Otto von Bismarck aantrad als
minister-president van Pruisen. Volgens Bismarck was een oorlog met Oostenrijk en Frankrijk de enige manier om
een Duits Keizerrijk te kunnen vormen. Na wederzijdse provocaties raakte Pruisen in oorlog met Oostenrijk (1866).
Deze Pruisisch-Oostenrijke Oorlog won Pruisen met als resultaat dat het koninkrijk Hannover kon worden
ingelijfd.
In het najaar van 1866 vormden 22 Duitse staten ten noorden van de rivier de Main een statenbond: de NoordDuitse Bond. Pruisen maakte in de bond de dienst uit. De Franse keizer Napoleon III zag met groeiende
ongerustheid aan hoe Pruisen steeds machtiger werd in Europa. Toen in 1870 prins Leopold (een ver familielid van
de Pruisische koning) op de Spaanse troon dreigde te komen, reageerde Frankrijk fel. Napoleon verklaarde op 19
juli 1870 Pruisen de oorlog.
De oorlog verliep voor Frankrijk rampzalig. Het Franse leger werd verslagen en Napoleon III werd gevangen
genomen. De stad Parijs capituleerde enkele maanden later, in januari 1871. In het vredesverdrag werd bepaald dat
Frankrijk een flinke schadevergoeding moest betalen en bovendien Elzas-Lotheraringen aan Pruisen moest afstaan.
De weerzin in Frankrijk tegen dit opgelegde verdrag was groot. Hierna zaten de Fransen vol anti-Duitse gevoelens
en waren zij uit op wraak. De overwinning op Frankrijk had overal in Duitsland nationalistische gevoelens
aangewakkerd. Bismarck benutte de grote eensgezindheid onder de Duitse vorsten om de Duitse eenwording tot
stand te brengen. Op 18 januari 1871 werd koning Wilhelm I van Pruisen in de Spiegelzaal in Versailles
uitgeroepen tot keizer van Duitsland.
In het Duitse keizerrijk gingen industrialisering en urbanisering in hoog tempo door. De sociale mobiliteit leidde tot
grote maatschappelijke en culturele spanningen. Sommige bewegingen verzetten zich tegen elke vorm van
modernisering. Deze ‘völkische’ stromingen wilden niet alleen terug naar de traditionele volkscultuur, maar
streefden ook naar grotere sociale gelijkheid, die ten koste zou gaan van de bestaande elite.
Download