the tenses - Wikiwijs Maken

advertisement
Present simple
Grammar
Present simple
onvoltooid tegenwoordige tijd
een feit, een gewoonte of regelmaat
Bevestigende zinnen
Bij zelfstandige werkwoorden hebben
alle vormen in de present simple
dezelfde vorm als de infinitief.
I live
You live
We live
They live
Enige uitzondering op de regel is
de 3de persoon enkelvoud, waar na
he/she/it nog een –s/-es bijhoort.
He lives
She lives
It lives
Let op!
Eindigt het hele werkwoord op –o, dan komt er –es achter het werkwoord.
• go => goes
Eindigt het hele werkwoord al op –s, dan komt er –es achter.
• wach => watches
• catch =>catches
Eindigt het hele werkwoord op –y, dan valt de –y weg en dan wordt deze vervangen door –ies.
• fly => flies
• try => tries
Eindigt het werkwoord op –y met a, e, o, of u ervoor dan moet er gewoon een –s achter het
werkwoord.
• buy => buys
• stay => stays
Tijdsaanduidingen (Signaalwoorden)
voor het werkwoord
aan het eind (begin) van de zin
•
always
• every day/week
•
often
• every morning/afternoon
•
usually
• every evening/night
•
sometimes
• in the morning/in the evening
•
rarely/seldom
• every month/year
•
never
• on Mondays/Tuesdays/…
• at weekends/at the weekend
Deze woorden komen voor het werkwoord in een zin, als
er maar één werkwoord in de zin staat:
•
I always buy my food at the Eurostore supermarket.
Examples:
Ze komen na het eerste hulpwerkwoord als er meer
werkwoorden in de zin staan:
• She buys a lot of candy every week. / Every week
she buys a lot of candy.
•
We can always make last-minute alterations.
•
Conferences are often held in summer.
• We play tennis at weekends. / At wwekends we
play tennis.
Ze komen direct na vervoegingen van to be:
•
He’s always late.
•
We are often disturbed by our neighbours
• I’m always late for work on Mondays. / On
Mondays I’m always late for work.
Vragen
TO BE en CAN
Zet de vorm van to be
vooraan.
• You are… > Are you…?
• He is… > Is he…?
Zet de vorm van can
vooraan
• You can… > Can you…?
• He can… > Can he…?
Andere werkwoorden
Je maakt vragen met do of does.
Zet Do of Does vooraan de zin.
Haal de s achter het
hoofdwoord weg.
• Do + I, you, we, they
• Does + he, she, it
• You like… > Do you like?
• He likes… > Does he like…?
Ontkenningen
TO BE en CAN
Zet not achter de
werkwoordsvorm.
• I’m not…
• You aren’t…
• He isn’t…
• We can’t…
Andere werkwoorden
Zet don‘t of doesn‘t voor het
werkwoord. Haal de s achter
het hoofdwoord weg.
• I/You/We/They don‘t
• He/She/It doesn‘t
• I like… - I don‘t like…
• He likes… - He doesn‘t like…
Wanneer gebruik je de present simple?
1. Gewoontes
• I go to school every day.
He always gets up late.
2. Vaststaande feiten
• The sun rises in the east.
• Nurses look after patients.
3. Bij een rechtstreeks (sport)verslag
• Robben passes the ball to van Persie. The defender tries to tackle van Persie.
4. Bij gebeurtenissen op een vaste tijd in de toekomst (volgens een rooster)
• The ferry leaves at 15.30.
5. Bij de werkwoorden belong, forget, remember en seem
• She doesn’t remember.
I always forget to bring my math book.
6. Bij werkwoorden die aangeven mening en gevoelens (think, believe, know, understand, mean, like, love,
hate, dislike)
• I hate summer in the city.
• She understands me well.
7. Bij werkwoorden die aangeven zintuiglijke waarneming (feel, hear, see, smell, taste)
• I hear the doorbell.
8. Bij werkwoorden die aangeven wens/bevel (need, prefer, want)
• Do you want to come with us?
9. Bij werkwoorden die aangeven bezit (have, own, possess)
• We have three children.
Online oefenen
• http://oud.digischool.nl/en/grammatica/pressimp-vraag1.htm
• http://oud.digischool.nl/en/grammatica/pressimp-vraag2.htm
• http://engelsklaslokaal.nl/oefenen-met-grammatica/oefenen-met-1tijd/simple-present/
• https://www.ego4u.com/en/cram-up/tests/simple-present-1
• https://www.ego4u.com/en/cram-up/tests/simple-present-1
• http://www.really-learn-english.com/simple-present-exercises.html
Download