Herkomst van het Nederlands. Friezen, Saksen en Franken. Oudste

advertisement
Diversiteit en Identiteit: De
taalsituatie in de Nederlanden
College 1
Inleiding: Herkomst van het Nederlands; Friezen,
Saksen en Franken; Oudste teksten;
Middelnederlands.
Overzicht
Vandaag:
• Herkomst van het Nederlands
–
–
–
–
–
Kelten, Romeinen en Germanen
Germaans taalgebied
Eerste klankverschuiving
Friezen, Saksen en Franken
Tweede klankverschuiving
• Oudnederlands
rond 2e eeuw v. Chr.
200 v. Chr. – 500 n. Chr.
vóór 2e eeuw v. Chr.
300 – 800 n. Chr.
500 – 800 n. Chr.
700 – 1150 n. Chr.
– Oudste teksten
– Taalkundige veranderingen
• Middelnederlands
1150 – 1500 n. Chr.
– Middelnederlandse teksten
– Taalkundige veranderingen in de Middeleeuwen
2
Herkomst van het Nederlands
Kelten, Romeinen en Germanen
• Sinds de 2e eeuw v. Chr.: Germaanse stammen in gebied Nederlanden, die
in een stammenverplaatsing naar het westen trokken (deel van de
Volksverhuizing, hoogtepunt tussen 3e en de 5e eeuw)
• Verder meest Keltische stammen
• De Rijn werd vanaf 47 n. Chr. de grens tussen het Romeinse Rijk en de
Germanen
• Eerste eeuwen jaartelling: veldslagen en politieke machtswisselingen in
‘Europa’ van invloed op de taal.
– Nederlands taalgebied geleidelijk vastere vorm door verdringen van Keltisch
en door verovering Romeinen
• Eind 3e eeuw: Germaanse invallen (Franken), Germaans rukte op
3
Westgermanen
• Pas in de eerste eeuwen van onze jaartelling beginnen
bínnen het Germaans verschillende talen te ontstaan.
• Uiteengroeien door oorlogen en volksverhuizingen
• Oudengels ontstond na emigratiegolf van Angelen,
Saksen en Jutten (5e eeuw), na vertrek Romeinen.
• Andere Oudgermaanse talen op het Europese
vasteland ontstaan.
4
Westgermaans
Noordzeegermaans
Oudengels
Oudfries
Oudnederfrankisch
Oudnederlands
Middelengels
Engels
Middelnederlands
Fries
Nederlands
Rijn-Wesergermaans
Oudsaksisch
Oudmiddelfrankisch
Oudnederduits
Elbegermaans
Oudalemannisch
Oudbeiers
Langobardisch
Oudhoogduits
Middelnederduits
Middelhoogduits
Duits
Afrikaans
5
Germanen
Germanen in de Lage Landen
• ‘Germanisering’ van de Lage Landen begon in de 2e
eeuw v. Chr.
• Germanen verspreidden zich vanuit de NoordduitsGroningse kuststreek via waterwegen naar het
zuidwesten.
• Uiteindelijk werd het gebied tot Zeeland en NoordBrabant geleidelijk Germaans
6
Germaanse klankverschuiving
Taalkundige veranderingen in het taalgebied
van de Nederlanden
Eerste of Germaanse klankverschuiving (Wet
van Grimm) (rond 2e eeuw v. Chr.
afgesloten):

b
d
g
7
Germaanse klankverschuiving
Taalkundige veranderingen in het taalgebied van de Nederlanden
Eerste of Germaanse klankverschuiving (Wet van Grimm)
Stemloze plofklanken worden gespirantiseerd (behalve na /s/)
/p/  //
/t/  //
•
pater (Lat.)
tres


father (Eng.)
three
vader (Ned.)
drie
Invloed van klemtoon: de ontstane stemloze fricatieven werden onder bepaalde
accentverhoudingen stemhebbend, nl. als het hoofdaccent op de lettergreep ná de
fricatief viel (Wet van Verner), d.w.z.
/f/  v,   
pətēr  
en
X>g
(ook de reeds bestaande stemloze fricatief /s/ wordt stemhebbend /z/)
8
Germaanse klankverschuiving
Eerste of Germaanse klankverschuiving
2. Stemhebbende plofklanken worden stemloos
/b/  /p/
labium (Lat.)  lip (Ned.)
/d/  /t/
decem (Lat.)
 tien (Ned.)
/g/  /k/
ager (Lat.)
 akker (Ned.)
9
Germaanse klankverschuiving
Eerste of Germaanse klankverschuiving (Wet van
Grimm) (rond 2e eeuw v. Chr. afgesloten):
3. Geaspireerde stemhebbende plofklanken worden
continuant:
/bh/  //
later:

/b/
/dh/  //

/d/
/gh/  //

/g/
10
Germaanse klankverschuiving
Andere veranderingen:
vanuit kusten Noordzee naar het oosten in het Engels,
Fries, Nederlands en Duits, in verschillende mate, o.a.
– meervouden op –/s/: nestas; Eng.: nests; Ned. niet: nesten
– persoonlijke voornaamwoorden die met /h/ beginnen: Ned.
hij, hem, haar, hun; Eng. he, him, her; Duits niet: er, ihm,
ihr, ihnen
– Klinkerverlenging ter compensatie van verlies /n/: Eng.
Mouth; Ned. niet: mond, wel in Ned. dialecten: muide
(‘IJmuiden’, etc.)
11
Friezen, Saksen en Franken
•
Rond 375: Grote Volksverhuizing
•
In de Nederlandse gewesten begon het met de Saksen, Friezen en Franken: einde
"pax romana".
•
gebied van de Nederlanden langzamerhand gekerstend, Germaanse kolonisatie nam
toe.
•
Met het einde van het Romeinse Rijk rond 400 n. Chr. heerste in grote delen van
Europa chaos. Stammenverplaatsingen namen toe en groeiden uit tot de
Volksverhuizing.
– Franken naar zuiden richting Gallië
– Angelen en Saksen naar Britannië
– Friezen breidden machtsgebied ten noorden van de Rijn uit
– Alamannen naar Zuid-Duitsland
– West-Goten naar Spanje, Oost-Goten naar Italië
•
Romeinse Rijk stortte ineen (476 n. Chr.)
12
Friezen, Saksen en Franken
De Merowingische Periode (5e - 8e eeuw)
• In 406 vielen de Germanen Gallië binnen. De
Franken trokken langs de Schelde naar het Zuiden.
• Tweetalig gebied: Galloromeinse oerinwoners en
Frankische invallers.
• Na uiteenvallen van het Romeinse rijk ontstond aantal
stammenrijken, waarvan Frankische Rijk
belangrijkste werd (Chlodowech (Clovis) uit de
dynastie van de Merowingers).
13
Opmars van de Franken
14
Friezen, Saksen en Franken
De Merowingische Periode
(5e - 8e eeuw)
Friezen
7e eeuw: tot in het zuiden tot aan het Zwin,
tussen Cadzand en Knokke.
Saksen oorspronkelijk in Holstein.
4e eeuw: plundertochten naar Engelse en
Gallische kusten
e
7 eeuw: in de Nederlanden werd de IJssel de
grens tussen Franken en Saksen.
Nog steeds: dialecten van Groningen,
Drenthe, Overijssel en Noord-Gelderland
‘Saksisch’ genoemd
Franken
8e eeuw: (Merovingers en Karolingers),
verwierven definitief de heerschappij in
de Lage Landen; Friezen en Saksen
onderworpen.
De talen werden in mindere (Fries) of
meerdere mate (Saksisch) door het
Franksich beïnvloed
15
Friezen, Saksen en Franken
Van Ginneken, 1917
16
Friezen, Saksen en Franken
De tweede of Hoogduitse klankverschuiving
• In West-Germaans (5e tot 8e eeuw) tweede klankverschuiving,
verklaart veel van verschillen tussen Nederlands en Duits
• Klankverschuiving begon in zuiden van Duitse taalgebied
(Alpen). Naar noorden uitgebreid
• West-Germaanse taalgebied door de Hoogduitse
klankverschuiving in twee delen verdeeld: zuidelijk,
Hoogduits deel en noordelijk, Nederduits en Nederlands deel
dat deze klankverschuiving niet heeft meegemaakt
• De (in dit verband) belangrijkste verandering betreft de
Germaanse stemloze occlusieven
17
Friezen, Saksen en Franken
De tweede of Hoogduitse klankverschuiving
Stemloze plofklanken worden affrikaten
/p/  /pf/
/t/  /ts/
/k/  //
Germaans
Oudhoogduits Duits
Nederlands
pund
appel
pfunt
apfuli
Pfund
Apfel
pond
appel
tiuhan
settian
ziohan
setzen
ziehen
setzen
trekken
zetten
wekkian
makon
wecchan
mahhon
wecken
machen
wekken
maken
18
Friezen, Saksen en Franken
De Karolingische Periode (Karel de Grote) (8e en 9e
eeuw)
Tussen 800 en 1100 is er een bewustzijn gegroeid voor
een gemeenschappelijke "Duitse" taal binnen het
Oost-Frankische rijk. De Franken, die een
overheersende positie in het rijk hadden, konden hun
taal sinds de 8e eeuw tot toonaangevende taal maken.
De "theodisca lingua" komt in 788 voor de eerste
keer ter sprake in teksten en wordt ook in de Lage
Landen gesproken.
19
Oudste teksten
Oudnederlands - de overgeleverde teksten
• Bepalen hoe het Oudnederlands eruit zag: kijken naar
oudste overgeleverde (geschreven!) teksten
• Nederlands: geen doorlopende schriftelijke
overlevering zoals bijv. in Latijn
• Oudnederlands: tussen omstreeks 700 en begin van
het Middelnederlands (1150)
20
Oudste teksten
• De eerste overgeleverde Oudnederlandse teksten zijn slechts korte zinnetjes
of fragmenten uit directe vertalingen (glossen) van bijbelteksten
• Oudste geschreven zin in het Oudnederlands: in Lex Salica (Latijn, 6e
eeuw). Ter verduidelijking kwamen er Frankische woorden in voor en ook
het volgende zinnetje in het Oudnederlands:
"Maltho thi afrio lito" - 'Ik zeg je: ik maak je vrij, halfvrije'
• De formule werd uitgesproken bij het vrij verklaren van een halfvrij
persoon. De Lex salica bevat veel losse woorden (de zogenoemde
Malbergse glossen), die altijd al als Oudnederlands werden beschouwd.
21
Oudste teksten
• De eerste overgeleverde Oudnederlandse teksten zijn slechts korte zinnetjes
of fragmenten uit directe vertalingen (glossen) van bijbelteksten
Andere voorbeelden:
• In Utrechtse doopgelofte (8e eeuw): Gelobistu in got alamehtigan fadaer
‘geloof je in god, almachtige vader’
• Zgn. paarden- en wormbezwering (einde 9e eeuw): Visc flot aftar themo
uuatare ‘een vis zwom in het water’
• Wachtendonkse Psalmen, vertaling in het Westnederfrankisch. (Rond 975)
• Meest bekende: ‘hebban olla vogala…’ (rond 1100)
• Leidse Willeram (rond 1100)
• Eerste complete Nederlandse tekst: schepenbrief van Boekhoute (1249)
22
Oudste teksten
De Leidse Willeram
• bewerking door een Hollandse scribent (rond 1100, abdij van Egmont)
• hoogliedparafrase van Williram, abt van Ebersburg
• origineel in het Oost-Nederfrankisch (omstreeks 1065) is verloren gegaan.
• scribent paste de tekst aan zijn eigen taal aan:
– verving Hoogduitse door noordwestelijke Nederlandse woorden
– vernederlandste voor- en achtervoegsels
– paste de verbuiging van naamwoorden aan
– andere de spelling van klanken, naar eigen uitspraak.
23
Oudste teksten
De Wachtendonckse Psalmen
• Oudnederlandse bewerking van Oudhoogduitse psalmvertaling uit de
laatste kwart van 9e eeuw
• Belangrijkste bron van kennis over Oudnederlands
• Vertaler onbekend
• Zowel Oudhoogduitse vertaling als Oudnederlandse bewerking zijn
verloren gegaan; gereconstrueerd uit diverse kopieën van kopieën, met
fouten.
24
Oudste teksten
De Wachtendonckse Psalmen
Onder elke Latijnse regel de Oudnederlandse vertaling, letterlijke volgorde van
Latijnse woorden (dus geen conclusies over zinsbouw Oudnederlands te
trekken)
Forchta in biuonga quamon ouer mi in bethecoda mi thuisternussi
In ic quad uuie sal geuan mi fetheron also duuon in ic fliugon sal in
raston sal
"Vrees en beving kwamen over mij en duisternis bedekte mij
En ik zei: Wie zal mij veren geven als duiven, zodat ik weg zal
vliegen en een rustplaats zal vinden"
25
Oudste teksten
Liefdesliedje
West-Vlaamse monnik (abdij van Rochester, Kent (Eng.), rond 1100) test
nieuwe inkt en ganzenveerpen uit op kladbladzijde van boek:
hebban olla vogala nestas hagunnan
hinase hic enda thu
uuat unbidan uue nu
‘alle vogels zijn met hun nesten begonnen
behalve ik en jij
waar wachten we nog op?’
26
Oudnederlands
Belangrijkste kenmerken van het Oudnederlands
Oudnederlandse klankwetten
Oudnederlands onderscheidt zich van omringende Germaanse talen door eigen
klankontwikkelingen:
• Consonantencluster /ft/  /cht/
Nhd: stiften Onl: stihtan, Nnl: stichten
• Assimilatie /chs/  /ss/
Nhd: Füchse Onl: vusso, Nnl: vossen
• Diftongering van cluster Vl + d/t-  ou + d/t
Nhd: alt, Eng: old Nnl: oud;
Nhd: gold, Eng: gold Nnl: goud;
27
Oudnederlands
Belangrijkste kenmerken van het Oudnederlands
Oudnederlandse klankwetten
Verlenging van korte vocalen in open syllaben met klemtoon: ontstaan van
vocaalverschil tussen enkel- en meervoud ontstaan, dat we in het hedendaags
Nederlands terugvinden:
spel - spelen, vat - vaten
•
De Germaanse tweeklanken ai en au zijn in het Oudnederlands tot monoftongen
geworden:
Nhd: Bein Nnl: been;
Nhd: Baum Nnl: boom;
•
Als gevolg van Germaanse klemtoonverschuiving naar eerste lettergreep:
onbeklemtoonde woordeinde langzamerhand verzwakt
hebban
unbidan
vogala
28
Oudnederlands
Morfologische kenmerken
• Reductie van onbeklemtoonde syllaben leidt tot reductie van de uitgangen
• Werkwoordsuitgangen in het Oudnederlands geven persoon, getal, modus
en tijd aan. De dualis, de aanduiding voor twee personen, die in het Gotisch
nog voorkomt, is in het Oudnederlands verdwenen
• Bijv. modus (conjunctief en imperatief): singit ‘zingt!’ en bede ‘moge
aanbidden’
• Steeds vaker komt een subjectspronomen voor, wat wijst op een
verschuiving van morfologische naar syntactische middelen
29
Oudnederlands
Syntaktische kenmerken
• Gotisch: slechts twee tijden, presens en preteritum,
• Oudnederlands aangevuld met
- futurumomschrijving m.b.v. zullen
Gan zal ic
- voltooid deelwoord :
hebban olla vogala nestas hagunnan
30
Middelnederlands
Het Middelnederlands (late Middeleeuwen, ca. 1150 ~ 1500)
• uit die tijd overgeleverde teksten kunnen voldoende uitsluitsel geven over
de diversiteit van het Middelnederlands, de gebruikelijke spelling en meest
waarschijnlijke uitspraak van de woorden en de ontwikkeling van de
negatie, het naamvalssysteem en andere grammaticale aspecten zoals de
eigenschappen van het werkwoord en de woordvolgorde
• In deze periode ontstaan ook de eerste woordenboeken voor het Nederlands
• grote invloed van het Latijn en het Frans
31
Middelnederlands
De overgeleverde teksten van het Middelnederlands
• Groot aantal teksten: van vóór 1300 meer dan 2000 teksten bewaard
gebleven
• Nederlands zelfstandige cultuurtaal geworden die zich, anders dan het
Nederduits, niet door het Hoogduits heeft laten verdringen
• Groot aantal van deze teksten in het Corpus Gysseling opgenomen:
standaarduitgave van Middelnederlandse teksten uit de tijd vóór 1300
• Tweedeling: literaire en ambtelijke teksten
• Literaire: "Van den vos Reynaerde", Hendrik van Veldekes "Sint Servaes",
Melis Stokes "Rijmkroniek", "Elckerlijc" en "Marieken van Nieumeghen"
• Ambtelijke: de "Stadsrekening Maastricht" (1399), de "Schepenbrief van
Oldenzaal" (1351); of de "Ambtelijke tekst uit Breda" (1269)
32
Ambtelijke teksten
Wi scepene van Sutphene laven desse lofnisse in onser stat to Zutphene vast ende
stade to holdene ende niet to brekene.
Int irste lave wi, alse onse vorvaren de scepene laveden: we vechtet mit vusten to
slane, die sal gelden twee pond.
Voert, we sleet mit holte of mit stene oft mit scemmelen, die sal gelden V pond der
stat.
Voert lave wi ende willen dat et vast blive: waer twee onser burger ondertusscen
vechten ende wort om vrede baden van scepenen oft van rade of van anders unsen
burgeren ende die ene den anderen daerna of daerbaven sleyt, dat is up XL pond.
Ende elc, de daerbi stonde, de mocht um vrede beden of eysghen bi X ponden.
Voert, queme yenich onser scepene ofte raet oft enich burger, de men enre waerheyt
an loven mochte, dar dat onse burgere vechten, als umme vrede to bedene, werde
daer dan eyn scepen oft eyn raed gheslagen, omdat hi om vrede bode, die dat dede,
dye solde gelden der stat XL pond.
Voert, sloge hi eynen burger, omdat hi om vrede bode, die solde gelden XX pond.
Nochtan solde hi beteren dengenen, dien hi geslagen hadde, na der scepene zeggen.
Ende worde dar yemen mishandelt mit worden, dien solde men beteren oyc na der
scepene zeggen.
Middelnederlands
Kondichboek der stad Zutphen van 1356 of 1357 met de wijzigingen en aanvullingen tot 1388.
33
Middelnederlands
• 13e eeuw: Vlaanderen domineerde de
Nederlandstalige literatuur. Meest
bekende literaire werk van die tijd:
Jacob van Maerlants "Der Naturen
Bloeme"
• 14e eeuw: graafschap Holland-Zeeland
volgde Vlaanderen op als centrum van
de literatuur, met Dordrecht als
opvallend centrum.
34
Middelnederlands
Ambtelijke teksten:
• ruim twee derde in Brugge geschreven (13e eeuw)
• precies gedateerd, meestal originelen
• meestal in een dialect geschreven
Literaire teksten:
• Niet precies gedateerd, meestal kopieën
• Vaak fouten en veranderingen aangebracht door kopiist
• Bedoeld om breed publiek aan te spreken, daarom in een soort
taal geschreven die door verschillende dialectgroepen
begrepen kon worden.
35
Middelnederlands
Diversiteit van het Middelnederlands
• Middelnederlands = verzamelnaam voor dialecten die tussen
~1150 en 1500 werden gesproken en geschreven in huidige
Nederlandse taalgebied. Geen overkoepelende standaardtaal
• Binnen het Middelnederlands kunnen we vijf grote
dialectgroepen onderscheiden:
– Vlaams (soms opgesplitst in West- en Oost-Vlaams): huidige gebied van Westen Oost-Vlaanderen (Gent, Brugge, Kortrijk)
– Brabants: huidige provincie Noord-Brabant en de Belgische provincies
Brabant en Antwerpen
– Hollands: huidige Noord- en Zuidholland en delen van Utrecht
– Limburgs: huidige Nederlands- en Belgisch-Limburg
– Oostelijk Middelnederlands: huidige provincies Gelderland, Overijssel,
Drenthe en delen van Groningen.
36
Middelnederlands
Diversiteit van het Middelnederlands
• Limburgs en Oostelijk Middelnederlands:
kenmerken van Middelnederduits resp.
Middelhoogduits, omdat gebieden direct aan
Duitse taalgebied grensden
• Na 1400: eerste stappen in richting
standaardtaal: urbanisatie, mobiliteit,
boekdrukkunst  groter publiek, behoefte aan
eenheidstaal
37
Middelnederlands
Fonologisch (spelling en uitspraak):
• Vlaams: afwijkende aan- of afwezigheid van h voor woorden
met initiële klinker:
Vlaams
Hollands
hute, hesele
‘uit’, ‘ezel’
ondert, ant
‘honderd’, ‘hand’.
• Hollands: uit het Oudnederlands resterende medeklinkercluster
-ft- i.p.v. -cht- (gecoft, after)
diminutiefvormen op -gen/-gien (huysgen)
• Limburgse en oostelijke dialecten: combinatie old bewaard
i.p.v. oud (wolde, solde)
Brabantse teksten: vaak een o i.p.v. een u (dos, vrocht)
38
Middelnederlands
Morfologisch: verschillende affixen. Bijv. vrouwelijke persoonsnaamssuffixen:
– Holland: -inne en -es
gravinne, abdesse
– Vlaams: -egge en -nede
spinnegge ‘spinster’, vriendnede
– Brabants: -erse
burgersche, hooierse ‘hooister’
– in het oosten: -ske.
herbergierske
– Boven de grote rivieren: -ster melcster
Lexicaal: verschillende woorden voor hetzelfde begrip in verschillende dialecten, of
zelfde woord andere betekenis. Expliciet in Jacob van Maerlant’s - ‘Der Naturen
Bloeme’:
Een eghel heet ment in Dietscher tale, in Vlaemsche een heertse, dat wetic wale
Syntactisch: weinig onderzoek naar dialectverschillen
39
Middelnederlands
Fonologie en spelling
• ‘Fonetische’ spelling: schrijf zoals je het uitspreekt (meer dan nu)
Bijv. finale verstemlozing:
hant en coninc, maar handen en coninghe
(nu: regel van gelijkvormigheid)
Assimilatie van medeklinkers
ontbieden  ombiden
• Lange klinkers: vroege teksten: enkel teken (verwarring korte klinkers);
latere teksten: teken van lengte vaak e, soms i achter klinker (verdubbeling
van klinker sinds 15e eeuw)
jaer, jair,poert, poirt
40
Middelnederlands
Fonologie en spelling
• Clisis: zwak beklemtoonde woordjes - meestal functiewoorden - hechten
zich aan geaccentueerd woord waarbij vocaalreductie optreedt
proclise:
darme man
tien tiden
harentare
= die arme man ‘de arme man’
= te dien tiden ‘op die tijd
= hare ende dare ‘her en der’
enclise:
hi cussese
gaedi
kindine
= hi cussede se
= gaet ghi
= kinde hi hem
‘hij kuste ze’
‘gaat u’
‘kende hij hem’
41
Middelnederlands
Fonologie en spelling
Reductie van vocalen in onbeklemtoonde lettergrepen
– procope (wegval aan het begin van het woord; bv. ebben i.p.v.
hebben),
– syncope (wegval midden in een woord; bv. hoetbant, te rekene en sire
i.p.v. hovetbant, te rekenene en sinere)
– apocope (wegval aan het eind van een woord; bv. nach en vrou i.p.v.
nacht en vrouwe).
Vooral apocope van slot-sjwa vaak in Middelnederlands (hangt
samen met reductie van naamvalsuitgangen en flexieverlies)
42
Middelnederlands
Fonologie en spelling
•
•
Epenthese: parasitair ingevoegde medeklinker, etymologisch niet verklaarbaar
Svarabhakti: epenthetische klinker voor uitspraakgemak medeklinkers
fugl (W-Germ.)  vogel (Ned.)
•
Metathesis: verruilen van medeklinkers binnen een woord, meestal met liquid /r/.
Middelnederlands bernen ‘branden’
Duits
brennen
Engelse
burn
Oudnederlands
forchta ‘vrees’
Middelnederlands vruchten ‘vrezen’
Duits
fürchten
43
Middelnederlands
Fonologie en spelling
• De uitspraak
• verschil in spelling vaak ook verschil in klankwaarde
• rijm
• Maar: speculatief
• Middelnederlandse <ij> nog geen diftong, maar (lange)
monoftong: soort lange [i:]
• klankwaarde <eu> (hedendaags Nederlands) gespeld als <oe>,
<o>, <ue> maar ook als <u>
44
Middelnederlands
Het naamvalsysteem van het Middelnederlands
• 4 naamvallen: zelfstandige naamwoorden (substantieven), bijvoeglijke
naamwoorden (adjectieven), lidwoorden (artikelen), voornaamwoorden
(pronomina), telwoorden (numeralia)
• geslacht (genus): mannelijke, vrouwelijke en onzijdige woorden (De twee
eerstgenoemde in het modern Nederlands samengevallen tot één groep,
"de-woorden“)
• getal van het substantief: enkelvoud (singularis) en meervoud (pluralis).
• persoonlijke voornaamwoorden: vaak enclise
45
Middelnederlands
Flexieverlies
• Initiele klemtoon  zwak beklemtoonde finale lettergrepen
vaak gereduceerd of gedeleerd in Middelnederlands
• In ruim 3 eeuwen Middelnederlands: flexieverlies
• Functie van zinsdelen op andere manier kenmerken: vastere
woordvolgorde en voorzetselconstructies
constructie met voorzetsel van vervangt genitief-uitgang
des vaders huis  het huis van de vader
46
Middelnederlands
De negatie in het Middelnederlands
• Meest gebruikelijke negatie tweeledig: en / ne + ander ontkennend woord
als niet, niemant en geen (eerste lid direct voor persoonsvorm).
• Daarnaast kan een zin ook met slechts één van die twee elementen worden
ontkend (uit het Oudnederlands)
• Ook dubbele ontkenningen (geen opheffing, maar versterkend effect; komt
nog steeds in sommige Nederlandse dialecten en spreektaal voor en in het
Afrikaans!)
Daerne quam oec nie geen man,... ‘daar kwam ook nooit niemand’
dan (= dat en) was niewerinc noit vernomen... ‘dat werd nergens nooit
gezien’
47
Jc Florens graue van hollant make cund al den genen die dese letteren sullen sien ende
horen dat mi clais van kats ghaf sin hus te kats en de sin houinge ende die hofsteden
hieromme liggen ende die helt van al dien hofsteden van dien die an die nort side
liggen vankats sticke lants dat men het tmat ende ander het tmorkin ende noch het die
hofstede ende inemole der op stande ende ghe mete lants andie nort side van den stien
weghe die heinriccs van kats waren ende ghe mete ambachts nortwart van kats dat te
voren sin lien was dit vor ghe nomde hus ende erue ende ambacht dat hebic claise van
kats weder ghegheuen van mi te rechten lienne scot vri van allen scote ende also dat
emmer mier bliuen sal op sin erf namen opten ousten sonne darrien es endarre ghien
ennes dar salt bliven op die ouste dochter ende esser gien kint so salt bliuen op den
ousten ende op den nasten van den vader omme dat ic wille dat dit vast ende ghestade
bliue endat niemen ne breke die na mi comt so heb ict don seghelen met minnen
seghele ende hebe ghe beden den hiere van vorne entien hiere vanteilinge dat sit
geseghelt heben tor condene iofstedonne ware dit ghe sciede te siericsie in scouden jnt
jaer ons heren mccclxxi in meie daghe
Hollands: Florens (V), graaf van Holland, verklaart dat Clais van Kats hem zijn huis te Kats
met wat daarbij hoort overgedragen heeft en dat hij hem dit alles in erfleen teruggegeven heeft
48
Wi scepene van Sutphene laven desse lofnisse in onser stat to Zutphene vast ende
stade to holdene ende niet to brekene.
Int irste lave wi, alse onse vorvaren de scepene laveden: we vechtet mit vusten to
slane, die sal gelden twee pond.
Voert, we sleet mit holte of mit stene oft mit scemmelen, die sal gelden V pond der
stat.
Voert lave wi ende willen dat et vast blive: waer twee onser burger ondertusscen
vechten ende wort om vrede baden van scepenen oft van rade of van anders unsen
burgeren ende die ene den anderen daerna of daerbaven sleyt, dat is up XL pond.
Ende elc, de daerbi stonde, de mocht um vrede beden of eysghen bi X ponden.
Voert, queme yenich onser scepene ofte raet oft enich burger, de men enre waerheyt
an loven mochte, dar dat onse burgere vechten, als umme vrede to bedene, werde
daer dan eyn scepen oft eyn raed gheslagen, omdat hi om vrede bode, die dat dede,
dye solde gelden der stat XL pond.
Voert, sloge hi eynen burger, omdat hi om vrede bode, die solde gelden XX pond.
Nochtan solde hi beteren dengenen, dien hi geslagen hadde, na der scepene zeggen.
Ende worde dar yemen mishandelt mit worden, dien solde men beteren oyc na der
scepene zeggen.
Kondichboek der stad Zutphen van 1356 of 1357 met de wijzigingen en aanvullingen tot 1388.
49
Samengevat
• Tot ca. 700: Germaans
– Germaanse klankverschuivingen
– 2e scheidt zuidelijk Hoogduits deel van noordelijk Nederduits en
Nederlands
• V.a. ca. 700: Oudnederlands
– bewustzijn gemeenschappelijke "Duitse" taal
• V.a. ca. 1150: Middelnederlands
–
–
–
–
–
–
boekdrukkunst
veel teksten
Vlaanderen domineerde de Nederlandstalige literatuur
woordenboeken
veel taalkundige veranderingen
verzameling dialecten
50
Download