Handwijzers workshop123

advertisement
Handwijzer DYSCALCULIE
Definitie: ernstige problemen met leren,
oproepen en toepassen van rekenkennis.
Kenmerken binnen het VO:
Ernstige problemen met :







Breuken
Decimalen
Procenten en verhoudingen
Meten
Tellend rekenen vs mentaal rekenen
Schema’s
Formuleverwerking
Vooral zichtbaar bij vakken als:




Wiskunde
Natuurkunde
Scheikunde
Economie
Do’s:









Extra tijd/minder opgaven
Mondelinge uitleg
Evt mondelinge toetsing
Gebruik rekenmachine
Onthoudkaartjes
Aanleren trucjes
1 op 1 uitleg
Kind zelfvertrouwen geven
Waar mogelijk fonetisch nakijken
Do’nts





Kind behandelen als andere
kinderen
Tijdsdruk opleggen
Twijfelen aan inzet of motivatie
Zelfde toetsen in zelfde tijdsbestek
als andere kinderen
Kind klassikaal aanspreken op werk
dat niet af is
Handwijzer AD(H)D
Definitie: aandachtstekortstoornis al of niet met
hyperactiviteit.
Kenmerken binnen het VO:
1.
Aandachtstekort en concentratieproblemen.
ADD:
ADHD:
Dagdromen, in
Snel afgeleid door
gedachten verzonken prikkels van buiten
Doet één ding
Is met verschillende
tegelijk
dingen tegelijk bezig
2. Hyperactief
ADD:
ADHD:
Niet actief
Hyperactief
Werkt en denkt
Raast door
langzaam
werkzaamheden
Problemen met op
Niet af te remmen als hij
gang komen
bezig is
3.
Impulsief
ADD:
Heeft allerlei
impulsieve wisselingen
van activiteiten en
werk
ADHD:
Handelt vanuit impulsen
zonder na te denken
over gevolgen
Do’s:
 Algemene kennis hebben van AD(H)D.
Erkennen dat het een stoornis is.
 Zorg voor rustige plaats in de klas.
 Zorg voor een overzichtelijke plek
 Duidelijke afspraken en regels.
 Korte en duidelijke opdrachten.
 Biedt structuur door schema’s,
herhalingen, terugvragen enz.
 Zorg voor regelmatig oogcontact.
 Geef eventueel meer tijd (als dat
mogelijk is) bij proefwerken.
 Leer ze trucs om zaken te onthouden.
 Indien mogelijk zaken visueel maken.
Do’nts
 Zonder begeleiding laten
samenwerken
 Gedrag bestraffen zonder
alternatieven te bieden
 Bij een raam of deur neerzetten
 Niet-uitdagende of niet-prikkelende
leerstof aanbieden. (aandacht is gelijk
weg)
 Uitgebreide taken geven
Handwijzer Faalangst
Definitie:.De gedachte aan het oordeel over de prestatie
belemmert het goed presteren
Kenmerken binnen het VO:
 Uiterlijk aan zweten, rode kleur, vaak naar toilet,
maag/buikpijn, snel ademen en een hoge hartslag.
 In het gedrag aan verlegen en teruggetrokken
gedrag.
 Maar ook aan agressiviteit of het spelen van de
clown als het voor hen spannend wordt.
 Enig succes komt door geluk of doordat het
gemakkelijk was. Complimenten worden niet
aangenomen.
 Tijdens proefwerken kan de leerling later dan
anderen beginnen met de eerste opgave.
 Onrustig gedrag vertonen of vragenstellerig zijn.
Do’s:











Stimuleer zelfvertrouwen
Schrijf de lesstof bijtijds op, verdeel in stukken.
Wees duidelijk over wat verwacht wordt en
over de beoordeling.
Geef bij toetsen ruim de tijd en biedt
herkansingsmogelijkheden.
Leer het kind positief over zichzelf te zijn
Laat zien dat niet alles perfect hoeft te zijn.
Fouten maken mag!
Geef regelmatig duidelijke positieve feedback.
Zorg dat de leerling kan presteren op zijn/haar
niveau en tempo.
Vraag niet teveel ineens, wees duidelijk met
reële eisen.
Do’nts
Geef geen onverwachte proefwerken of
beurten. laat vrijblijvend oefenen.
Geen dingen zeggen als ..."Je hebt het niet
geleerd", of "Je zit niet op te letten",
Handwijzer ODD
Definitie: ODD behoort samen met CD tot de
agressieve gedragstoornissen. In tegenstelling tot CD
is bij ODD gewelddadig gedrag in principe afwezig.
Wel kan ODD overgaan in CD. ODD gaat vaak samen
met andere ontwikkelingsstoornissen zoals
leerproblemen, stemmingswisselingen en
hyperactiviteit.
Kenmerken binnen het VO:
Kinderen met ODD kunnen opvallen omdat zij:
- Vaak driftig zijn
- Zich verzetten tegen regels
- Weigeren zich te voegen naar de wensen van de
volwassene
- Zich vaak verzetten tegen volwassenen
- Bij anderen irritatie opwekken
- Schuld afschuiven op anderen
- Vaak prikkelbaar zijn, zich vaak ergeren
- Vaak boos of gepikeerd zijn
- Vaak hatelijk of wraakzuchtig overkomen
Do’s:
- Stel samen met de leerling duidelijke regels op
- Treed op bij ongewenst gedrag
- Bespreek het ongewenste gedrag met de leerling
- Spreek waardering uit over het goede gedrag
- Stel een time-out in bij oplopende spanningen (ter
bezinning)
- Geef niet op als de leerling je afwijst
- Stimuleer contact met anderen
- Besteed extra aandacht aan ontwikkeling van sociale
vaardigheden
- Geef alleen instructie die de leerling zeker uit kan
voeren
- Geef alleen instructie als je de volledige aandacht
hebt
- Besteed aandacht aan het verzet van de leerling
- Besteed aandacht aan woede-uitbarstingen
Do’nts
-
vermijd het gebruik van moeilijke woorden
vermijd het gebruik van lange zinnen
vermijd discussies
Vermijd vanuit frustratie te reageren op de leerling
Voorkom ongewenste aanraking van de leerling
Voorkom lange instructies
Voorkom vragende instructies
Leid de leerling niet af tijdens een taak
Vermijd het herhalen van instructructies
Do’s:
Handwijzer Asperger
Definitie: Het syndroom van Asperger is een
verschijningsvorm van autisme. Er is sprake van
tekorten in sociale interactie en beperkte repetitieve en
stereotype gedragingen, activiteiten en interesses. Er is
geen vertraging in de taalontwikkeling, zoals bij andere
vormen van autisme.
Kenmerken binnen het VO:








Gebrek aan empathie (invoelingsvermogen)
Naïeve, ongepaste en eenzijdige interactie
Weinig of geen mogelijkheden om vriendschap
te sluiten
Overbeleefd, repetitief spreken
Zwakke, non-verbale communicatie
Intens opgaan in sommige onderwerpen
Onhandig en slecht gecoördineerde
bewegingen en vreemde houdingen
Beperkte belangstelling









Bij opdrachten, structuur in tijd en
taakorganisatie
Maak het klaslokaal voorspelbaar
Noem bij klassikale opdrachten de naam van de
leerling
Benut speciale interesses om plezier in
activiteiten te vergroten of als beloning achteraf
Hanteer een rustig tempo
Wees zo concreet mogelijk bij nabespreking
van werk/situaties
Geef veel waardering en sturing
Leert niet van ervaringen achteraf (c.q.
beloning of straf) dus voorstructuren teneinde
de problemen voor te zijn.
Stop ongewenst gedrag bijtijds
Do’nts



Achteraf kritiek geven, straffen; wees de
problemen voor
Heel emotioneel reageren; dat wordt niet
begrepen
Non-verbaal gedrag als communicatiemiddel
gebruiken
Do’s:
Handwijzer NLD

Definitie: NLD staat voor Nonverbal Learning
Disabilities, hetgeen in het nederlands betekent:
niet verbale leerstoornissen.

Kenmerken binnen het VO:









Grof- en fijnmotorische problemen op het
gebied van coördinatie en uitvoering
Gebrek aan inlevend vermogen, geen
begrip van sociale signalen,
Visueel-ruimtelijk inzicht is zeer zwak.
Onaangepaste, eenzijdige interactie
Aandachtsproblemen
Functioneren in de sociale groep is moeilijk
Heeft moeilijkheden met leren: (begrijpend)
lezen, rekenen en spellen.
Onzeker in, angstig voor nieuwe situaties.



Houd er rekening mee dat het kind alles
letterlijk opvat
Let meer op wat het kind doet dan op wat
het zegt
Gebruik picto’s, schema’s en foto’s om
regelmaat en programma aan te geven
Leer hoe een spel/contact begonnen moet
worden
Gebruik het gedrag van andere kinderen
als voorbeeld bij uitleg
Besteed aandacht aan het uitleggen van
emoties
Do’nts



Gebruik geen spreekwoorden
Zet het kind niet onder druk
Voorkom onverwachte
veranderingen
.
Do’s:
Handwijzer DYSFASIE
Definitie: Dit is een ontwikkelingsstoornis
waarbij het kind hardnekkige
problemen heeft met het produceren
van taal. Daarnaast heeft het meestal
ook problemen met het begrijpen van
wat anderen zeggen
Kenmerken binnen het VO:
- Kind kan moeilijk iets onder woorden brengen
- Het is moeilijk verstaanbaar door
wie het kind niet zo goed kent
- Woordvindingsproblemen (“dinges”)
- Men heeft vaak de indruk dat het
kind niet ‘hoort’ wat er gezegd wordt
- Ernstige leesproblemen (dyslexie)
- Kind met sterke scheidingsangst,
algemeen eerder angstig
- Moeite met sociale vaardigheden
(als gevolg van gebrek aan
zelfsturing door innerlijke spraak)
- Moeite met tijdsbesef (woordenschat:
straks, voor, na, later, …)
- erkenning, begrip tonen
- communicatie accepteren, ook al is het stuntelig,
ook gebaren aanvaarden
- korte zinnen gebruiken
- voldoende herhalen en voldoende tijd geven
om te verwerken
- duidelijk, eerder traag praten, luid genoeg
- geheugenstof beperken tot essentiële
- controleer of een boodschapoverkomt
- vaste zinsconstructies leren
- leer een stappenplan gebruiken
- maak oogcontact
- gebruik meerkeuzevragen
- probeer zoveel mogelijk te visualiseren:
Do’nts
uitdrukkelijk verbeteren
- zelfde eisen stellen als aan andere kinderen
- uitlachen
- dwingen tot praten
- directe vragen stellen
- veel informatie tegelijk geven
- lange instructies geven
- alle spellingsfouten aanrekenen
- figuurlijke taal gebruiken
Download
Random flashcards
fff

2 Cards Rick Jimenez

kinderdagverblijf Wiekwijs

2 Cards oauth2_google_7b80f232-43ab-4a38-be6e-61287e4cdb0a

Create flashcards