Formuleblad NIMA-B H 14 en 15

advertisement
Financiële kengetallen (Hoofdstuk 14)
Liquiditeit, op korte termijn aan je verplichtingen kunnen voldoen
Current Ratio:
Quick Ratio :
Vlottende Activa
Kort Vreemd Vermogen
(Vlottende Activa - Voorraad)
Kort Vreemd Vermogen
Netto Werkkapitaal: Vlottende Activa – Kort Vreemd Vermogen
Solvabiliteit, op lange termijn aan je verplichtingen kunnen voldoen
Solvabiliteit :
Eigen Vermogen x 100%
Totaal Vermogen
Rentabiliteit, winstgevendheid in relatie tot het vermogen
Rentabiliteit Totaal Vermogen (RTV) :
bedrijfsresultaat (nettowinst plus rente) x 100%
Gemiddeld totaal vermogen
Rentabiliteit Eigen Vermogen (REV) : :
nettowinst
x 100%
Gemiddeld eigen vermogen
Brutowinst = Omzet – inkoopwaarde van de omzet.
Let op brutowinst in percentage van omzet uitdrukken voor een goede vergelijking met
branchecijfers en bedrijfscijfers voorafgaande jaren
Bedrijfsbalans
Debetzijde/Activa staan de investeringen op.
Creditzijde/Passiva staan de financieringen vermogenscomponenten op.
Aandachtspunten uit de balans
-
Eigen vermogen oud plus resultaat = Eigen vermogen nieuw
Hoe meer Eigen vermogen hoe beter de financiële situatie van het bedrijf is
Debiteuren en voorraden niet hoog op laten lopen
Activa wordt minder waard= afschrijvingen
Lineaire afschrijvingen op vaste activa= (A-R) : aantal jaren
A= Aanschafwaarde, R= restwaarde
Investeringsbeslissingen en kosten (Hoofdstuk 15)
Direct Costing methode (DC-methode)
Omzet
-/- variabele kosten
Dekkingsbijdrage
-/- Vaste (constante) kosten
Winst/verlies
Investeringsbeslissingen
Break even punt= afzet waarbij geen winst of verlies wordt gemaakt
C =q
p-v
Legenda
C= constante kosten
p= verkoopprijs
v= variabele kosten per eenheid
q=afzet
Gemiddelde boekhoudkundige rentabiliteit
GBR: ( ( Som van de CashFlows - investering) : aantal jaren) x 100%
Gemiddeld geïnvesteerd vermogen *)
Gemiddeld geïnvesteerd vermogen: investering bij start + restwaarde bij einde / 2
Nettocontantewaardemethode
Cash Flow (CF) = winst + afschrijvingen
X = rentevoet
CF
(1+x)1
+
CF
(1+x)2
+ CF
(1+x)3
- investeringsbedrag
Indirecte kosten, berekenen van het opslagpercentage
( Indirecte kosten : X) x 100%
X= waarin de indirecte kosten worden uitgedrukt (totale directe kosten of directe
arbeidskosten of directe materiaalkosten, is afhankelijk hoe het in de tekst is beschreven)
Download
Random flashcards
mij droom land

4 Cards Lisandro Kurasaki DLuffy

Rekenen

3 Cards Patricia van Oirschot

Test

2 Cards oauth2_google_0682e24b-4e3a-44be-9bca-59ad7a2e66a4

Create flashcards