Welke jeugdinterventies in Nederland zijn kosteneffectief?

advertisement
Welke jeugdinterventies in
Nederland zijn kosteneffectief?
Systematische literatuurreview naar de huidige stand van zaken
> Colofon
© 2016 Nederlands Jeugdinstituut
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk,
fotokopie, microfilm of op enige andere wijze zonder voorafgaande schriftelijke toestemming.
Foto Martine Hoving
Ingrid E.H. Kremer 1
Daphne Kann2
Germie van den Berg 2
Carmen D. Dirksen3
Mickaël Hiligsmann1
Silvia M.A.A. Evers1,4
1
Vakgroep Health Services Research, Maastricht University, Maastricht
Nederlands Jeugdinstituut, Utrecht
3 Vakgroep Klinische Epidemiologie en Medical Technology Assessment (KEMTA), Maastricht
Universitair Medisch Centrum+, Maastricht
4 Centrum economische evaluaties, Trimbos Instituut, Utrecht
2
Utrecht, september 2016
Inhoud
Samenvatting4
Inleiding
5
1Methode
8
2Resultaten
2.1
Resultaten volledige economische evaluatiestudies
2.2
Resultaten overige economische evaluatiestudies
9
9
13
3 Conclusies en discussie
15
4 Aanbevelingen
16
Referenties
18
Tabellen
Tabel 1 Algemene kenmerken van volledige economische evaluatiestudies gericht
op jeugd in Nederland
21
21
Tabel 2 Methodologische karakteristieken van volledige economische evaluatiestudies g
­ ericht op jeugd in Nederland
26
Tabel 3A Niet volledige economische evaluatiestudies
33
Tabel 3B Protocollen van of beschrijving van lopende volledige economische
evaluatiestudies34
Tabel 4A ZonMw projecten, lopend of afgerond (zonder wetenschappelijke publicaties
van design of resultaten van studie): Kostenanalyses (geen volledige
economische evaluatie studie)
38
Tabel 4B ZonMw projecten, lopend of afgerond (zonder wetenschappelijke publicaties
van design of resultaten van studie)
39
Tabel 4C ZonMw projecten: geen kosteneffectiviteitsanalyse uitgevoerd door
tegenvallende resultaten
41
Bijlagen
Bijlage 1 Zoekstrategie voor de systematische literatuurreview
Bijlage 2 Instructies Consensus on Health Economics Checklist-Extended (in Engels)
42
43
Samenvatting
Wat is er bekend over de kosteneffectiviteit van interventies voor de jeugd? Loont het om een interventie in te kopen en
zo ja, welke? Daarover gaat deze rapportage. U vindt hierin de uitkomsten van de eerste systematische literatuurreview
naar de huidige stand van zaken over de kosteneffectiviteit van interventies in het jeugddomein in Nederland. In dit
rapport geven we een overzicht van afgeronde én nog lopende of geplande economische evaluatiestudies. In totaal zijn
47 economische evaluatiestudies gevonden. Achttien daarvan zijn afgeronde volledige economische evaluatiestudies en
die zijn op systematische wijze beoordeeld op hun methodologische kwaliteit.
Methodologische kwaliteit van de studies
Zeven van de achttien afgeronde volledige economische evaluatiestudies kunnen dienen als voorbeeld voor het
uitvoeren van methodologisch goede economische evaluatiestudies. Van tien kunnen we de methodologische kwaliteit
als redelijk goed bestempelen. Van één studie is de kwaliteit mager, maar dit is verreweg de oudste studie die is
opgenomen in deze literatuurreview.
Welke interventies blijken kosteneffectief?
Acht interventies blijken kosteneffectief bij een referentiewaarde van € 20.000 als zijnde het maximale bedrag dat de
maatschappij bereid is te betalen voor het extra effect als gevolg van de interventie (dus op basis van puntschattingen bij
een referentiewaarde van € 20.000 per QALY):
• Het uitvoeren van een interview met het kind in vergelijking met alleen het interviewen van de betrokken
volwassenen bij melding van kindermishandeling.
• Cognitieve gedragstherapie (‘Denken+Doen=Durven’-programma) voor kinderen met autisme en een angststoornis
in vergelijking met reguliere therapie.
• Cognitieve gedragstherapie voor adolescenten met insomnia via internet in vergelijking met groepstherapie.
• Training van ouders (Lidcomb programma) in vergelijking met training van kind (RESTART-Demand Capacity Model)
tegen stotteren.
• Vertraagde afgifte van methylfenidaat in vergelijking met kortwerkende methylfenidaat voor kinderen met ADHD
voor wie behandeling met Ritalin onvoldoende werkt.
• Een specifiek dyslexie-behandelprotocol gebaseerd op behandelprogramma Gramma in vergelijking met reguliere
zorg voor kinderen met ernstige dyslexie.
• Korte intramurale behandeling (2 maanden) in vergelijking met lange intramurale behandeling (6 maanden) bij
ernstige obesitas.
• Korte counseling bij adolescenten met seksuele problemen in vergelijking met geen behandeling.
Twee interventies blijken kosteneffectief op basis van de gehanteerde ziektespecifieke uitkomstmaat in de betreffende
studies:
• Het Incredible Years programma, waarin ouders van agressieve kinderen een training krijgen, in vergelijking met
reguliere zorg op basis van vermindering van negatief gedrag.
• Multisysteem therapie, waarbij de familie en buurt betrokken worden bij het voorkomen van uithuisplaatsing van
ernstig gewelddadige en antisociale adolescenten, in vergelijking met reguliere therapie op basis van verbetering van
kwaliteit van leven.
Over de overige interventies waarbij alleen ziektespecifieke uitkomstmaten zijn gemeten, kunnen we geen uitspraken
doen over de kosteneffectiviteit.
Meer onderzoek nodig voor beleidsbeslissingen
Het blijkt dat de huidige kennis en het aantal lopende studies op het gebied van kosteneffectiviteit van interventies in het
jeugddomein beperkt en versnipperd is, zeker in vergelijking met de kennis op het gebied van effectiviteit. Kennis over
de kosteneffectiviteit van interventies is van belang voor het maken van beleidsmatige beslissingen over de aankoop van
interventies. Daarom pleiten we voor meer economische evaluatiestudies.
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
4
Inleiding
Sinds 1 januari 2015 zijn gemeenten in Nederland verantwoordelijk voor het organiseren van de preventieve opvoed­
ondersteuning en jeugdhulp. In dit kader nemen zij beslissingen omtrent de inkoop van het aanbod van psychosociale
interventies en programma’s voor jeugd. Om goed onderbouwde beleidskeuzes te maken, is kennis over de effectiviteit
en kosteneffectiviteit van beschikbare programma’s en interventies belangrijk. Zeker omdat de transitie van de jeugd­
zorg naar de gemeenten gepaard is gegaan met extra bezuinigingen. In onderzoek naar psychosociale interventies
voor jeugd wordt traditioneel vooral gekeken naar de effectiviteit, maar de kosteneffectiviteit van interventies en
programma’s lijkt nog maar weinig aandacht te krijgen. Wat is er op dit moment bekend op het gebied van kosten­
effectiviteit van interventies voor jeugd in Nederland? Daarover gaat dit rapport.
Systematische literatuurreview
Om een overzicht te geven van de huidige kennis over kosteneffectiviteit van interventies in het jeugddomein in
Nederland, is een systematische literatuurreview gedaan. Daarbij is gekeken naar psychosociale programma’s
ter preventie van stoornissen in de lichamelijke, sociale, cognitieve of psychische ontwikkeling van het kind en
programma’s gericht op de (farmaceutische) behandeling van psychosociale of psychiatrische problemen van het
kind. Bij afgeronde studies hebben wij gekeken naar de kenmerken en kwaliteit van de studies. Ook komen in deze
systematische literatuur­review nog lopende of geplande kosteneffectiviteitsstudies aan de orde.
Hoe wordt kosteneffectiviteit bepaald?
Om de kosteneffectiviteit te bepalen, worden economische evaluatiestudies uitgevoerd. Een economische evaluatiestudie vergelijkt een (nieuwe) interventie met de reguliere zorg en/of andere interventies aan de hand van zowel hun
kosten als effecten. Dat resulteert in een schatting van de ‘incrementele kosteneffectiviteitsratio (IKER)’. De IKER is de
verhouding tussen het verschil in kosten en het verschil in opgeleverde effecten tussen de interventies die met elkaar
worden vergeleken. De volgende stap is om deze ratio te vergelijken met een referentiewaarde, dat wil zeggen het maximale bedrag dat de maatschappij bereid is om te betalen voor het bereiken van extra effect met de interventie. Daarmee
krijgen beleidmakers informatie over de vraag of het loont om een interventie in te kopen [1].
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
5
Wat is een economische evaluatiestudie?
• Bij een kostenutiliteitsanalyse (KUA) worden de incremen­
Een volledige economische evaluatiestudie is een s­ tudie
tele kosten per incrementele utiliteit weergegeven.
waarin twee of meer interventies met elkaar worden
Utiliteit staat voor een waarde die de wenselijkheid van
­vergeleken op hun effecten op de gezondheidsstatus of het
een bepaalde gezondheidstoestand uitdrukt. De effecten
welzijn van de cliënt en de totale kosten die gemaakt worden
worden daarbij uitgedrukt in voor kwaliteit van leven
door de cliënt (en zijn systeem) die de interventie ontvangt.
gecorrigeerde levensjaren (Quality-adjusted life years,
Met een volledige economische evaluatiestudie kunnen
QALYs). Dat maakt conclusies over kosteneffectiviteit
we nagaan of een (nieuwe) interventie kosteneffectief is in
­vergelijking met een andere (controle-)interventie. W
­ anneer
onderzoekers alleen kosten overwegen in de analyse,
­tussen interventies vergelijkbaar.
• In een kostenbatenanalyse (KBA) worden zowel de kosten
als de effecten in monetaire eenheden uitgedrukt.
­spreken we niet van een volledige economische evaluatiestudie, maar van een kostenanalyse.
Vier scenario’s als uitkomst
Er zijn vier verschillende uitkomsten mogelijk:
Twee benaderingen voor een economische
­evaluatiestudie
Er zijn twee analytische benaderingen voor een
• Scenario 1: interventie A is minder effectief en resulteert
in meer kosten (interventie A is inferieur).
• Scenario 2: interventie A is effectiever en resulteert
­economische evaluatiestudie:
in minder kosten in vergelijking met interventie B
• Op basis van empirisch onderzoek: een trial-based
­(interventie A is dominant).
economische evaluatiestudie. In deze studie k
­ oppelen
onderzoekers de economische evaluatie aan empirisch­
onderzoek, vaak aan een gerandomiseerd g
­ econtroleerde
studie. In een trial-based economische evaluatiestudie,­
• Scenario 3: interventie A is effectiever maar resulteert in
meer kosten.
• Scenario 4: interventie A is minder effectief maar
­resulteert ook in minder kosten.
verzamelen onderzoekers data over kosten en e
­ ffecten
van de interventies bij jeugdigen en/of hun ouders
­wanneer zij een interventie ondergaan ter p
­ reventie
Figuur Incrementele kosteneffectiviteitsratio (IKER)
of behandeling van psychische, psychosociale of
­lichamelijke problemen. Trial-based economische
Meer kosten
­evaluatie­s tudies kunnen tekortkomingen hebben, zoals
het niet kunnen vergelijken van alle beschikbare interventies voor een specifieke doelgroep in één studie. Ook
is het vaak niet haalbaar om effecten en kosten over een
lange periode te meten.
Scenario 1:
Inferieur
Interventie A
wordt afgewezen
Scenario 3:
IKER
• Op basis van een beslismodel: een model-based
­economische evaluatiestudie. In een beslismodel wordt
de werkelijke situatie – hoe de beschikbare interventies
Minder effect
gevolgen hebben voor de gezondheidsstatus of het
welzijn van de behandelde cliënt en de kosten als gevolg
van de interventie - nagebootst in een model. Zo k
­ unnen
Scenario 4:
IKER
onderzoekers data van verschillende onderzoeken
­combineren om effecten en kosten te berekenen over
een langere periode, voor alle beschikbare interventies
Meer effect
Scenario 2:
Dominant
Interventie A
wordt ingekocht
Minder kosten
voor de doelgroep die uiteindelijk gebruik zal maken van
de interventie.
Welke interventie kiezen?
Kosteneffectiviteit uitdrukken
In scenario 1 en 2 is duidelijk wat de beslissing zal zijn: in
De manier waarop de effecten uitgedrukt zijn, bepaalt of er
scenario 1 loont het niet om interventie A aan te kopen en
een kosteneffectiviteitsanalyse, kostenutiliteitsanalyse of
in scenario 2 juist wel. In scenario 3 en 4 is de beslissing of
kostenbatenanalyse is uitgevoerd.
interventie A kosteneffectief is in vergelijking met inter-
• In een kosteneffectiviteitsanalyse (KEA) worden de extra
ventie B minder gemakkelijk. De beslissing is afhankelijk
kosten van interventie A in vergelijking met interventie
van de ­referentiewaarde die de maatschappij bereid is te
B (incrementele kosten) uitgedrukt in relatie tot extra
betalen voor het extra effect als gevolg van de interventie
gewonnen effecten van interventie A in vergelijking met
­(willingness to pay) of wat de maatschappij vindt dat de
interventie B (incrementele effecten), zoals de kosten per
interventie minder moet kosten om minder effect als gevolg
extra kind zonder angststoornis of verbetering in BMI.
van de interventie te kunnen accepteren.
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
6
Wat is IKER?
kunnen verspreid ­liggen over de verschillende scenario’s.
Het verschil in kosten en effecten tussen de twee i­nterventies
Onder­zoekers ­kunnen dan voor verschillende referentie-
wordt in scenario 3 en 4 uitgedrukt in een i­ncrementele
waarden ­berekenen hoe groot de kans is dat interventie A
kosten­effectiviteitsratio (IKER). Dit getal geeft weer wat inter-
­kosteneffectief is in vergelijking met interventie B.
ventie A meer kost in vergelijking met interventie B voor het
In model-based economische evaluatiestudies kan er
extra effect van interventie A in vergelijking met interventie
onzekerheid zijn over de waardes van parameters die in
B. De IKER wordt berekend door het verschil in kosten tussen
het model zijn opgenomen, zoals de kans van slagen van
twee interventies te delen door het verschil in effect tussen
de interventies in de studie. Onderzoekers gebruiken
de twee interventies: (Kosten interventie A – Kosten inter­
­probabilistische sensitiviteitsanalyse om de invloed van
ventie B) / (Effect interventie A – Effect i­nterventie B). Indien
de onzekerheid betreffende de parameters op de studie­
de referentiewaarde hoger is dan de IKER lijkt het economisch­
resultaten na te gaan. Een probabilistische sensitiviteits-
gezien verstandig om een interventie aan te kopen of te
analyse schat op basis van de normale verdeling rondom de
­vergoeden. In een kosten­utiliteitsanalyse wordt de IKER ook
puntschatting van de parameter een nieuwe puntschatting.
wel IKUR genoemd: de incrementele kostenutiliteitsratio
Deze analyse wordt voor elke onzekere parameter uitge-
uitgedrukt in kosten per gewonnen QALY.
voerd, waarna de onderzoekers op basis van de nieuwe
puntschattingen een nieuwe IKER berekenen. Dit proces
Methodologische criteria
wordt een groot aantal keer herhaald, wat resulteert in
Bij het uitvoeren van een economische evaluatiestudie zijn
een gelijk aantal IKER’s die verspreid kunnen liggen over de
specifieke methodologische aspecten van belang. Specifieke­
verschillende scenario’s. Onderzoekers kunnen dan voor
aspecten voor economische evaluatiestudies zijn: de tijds­
verschillende referentiewaarden aangeven wat de kans
horizon (periode waarover kosten en effecten van inter­
is dat interventie A kosteneffectief is in vergelijking met
venties bepaald worden); het perspectief (het uitgangspunt
­interventie B.
dat bepaalt welke typen kosten en effecten meegenomen
In zowel trial-based als model-based economische e
­ valuatie­
worden); de kostenmeting en kostenwaardering; en discon-
studies gaan onderzoekers de invloed van h
­ etero­geniteit in
tering (berekenen van de huidige waarde van toekomstige
de studie­populatie op de resultaten na in sub­groepanalyses,
kosten en effecten). Deze aspecten verschillen gedeeltelijk
waarbij zij bijvoorbeeld k
­ ijken of er t­ ussen mannen en
voor empirisch onderzoek en voor beslismodellen. Daarnaast
­vrouwen een verschil is in kosten­effectiviteit van interventie A
is het ook van belang om, met name voor beslis­modellen, de
in vergelijking met i­nterventie B. De invloed van de gebruikte
onderliggende aannames van het model inzichtelijk te maken
methodes in de economische evaluatie­studie controleren
en te controleren of het model de werkelijke situatie­juist
onderzoekers in univariate of multivariate sensitiviteits­
simuleert (validatie). The Consensus on Health Economics­
analyses (het respectievelijk v
­ eranderen van één of meerdere
Checklist-Extended checkt of een studie voldoet aan de
aspecten tegelijkertijd) door ­verschillende methodologische
­criteria voor een goede economische evaluatiestudie. Zorgin-
aspecten te v
­ eranderen, z­ oals kostprijzen of de typen kosten
stituut Nederland specificeert in de ‘Richtlijn voor het uitvoe-
die meegenomen w
­ orden in de studie, en door na te gaan
ren van economische evaluaties in de gezondheidszorg’ hoe
welke invloed dit heeft op de resultaten van de economische
onderzoekers deze aspecten voor economische evaluatie­
evaluatiestudie.
studies in Nederland vorm kunnen geven.
Onzekerheidsanalyses
De IKER is een puntschatting en hierover kan onzekerheid
bestaan. Om onzekerheid over deze puntschatting uit te
drukken, voeren onderzoekers additionele analyses uit
door middel van sensitiviteitsanalyses (bootstrap­analyses,
univariate en probabilistische sensitiviteitsanalyses) of
subgroepanalyses. In trial-based economische evaluatiestudies drukken bootstrapanalyses de onzekerheid uit
over conclusies die getrokken worden voor de populatie
op basis van de steekproef. Een bootstrapanalyse trekt uit
de originele data van de steekproef een nieuwe steekproef
om een nieuwe IKER te berekenen. Zo voorspelt de boot­
strap welke data in een gelijksoortige studie gevonden zou
kunnen w
­ orden. Door een groot aantal bootstrapanalyses
uit te voeren (bijvoorbeeld 5.000), ontstaat er een groot
aantal puntschattingen van de IKER. Deze puntschattingen
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
7
1Methode
Zoekstrategie
Om relevante studies voor de systematische literatuur­review te identificeren, is gezocht in: Medline (Pubmed), PsycINFO,
de database van Centre for Reviews and Dissemination (inclusief DARE, NHS-EED en HTA), de RIVM literatuurdatabase
Kosteneffectiviteit van preventie, het Nederlands Trialregister, de database voor Nederlandse proefschriften NARCIS en de
projecten­database van ZonMw. Daarnaast zijn de referentielijsten van relevante studies doorzocht en zijn experts binnen
de jeugdsector gevraagd voor aanvullende studies. De gehanteerde zoektermen voor iedere database zijn weer­gegeven in
bijlage 1. Dubbele treffers voortkomend uit de combinatie van de elektronische zoekstrategieën zijn verwijderd. De titels
van de gevonden studies zijn gescreend en de publicaties van deze studies zijn door de eerste auteur beoordeeld op hun
relevantie voor deze systematische literatuurreview op basis van in- en exclusiecriteria die voor deze literatuurstudie zijn
opgesteld. Bij twijfel over de relevantie heeft overleg plaatsgevonden met de coauteurs.
Geselecteerd
In deze literatuurreview hebben we alle volledige – al uitgevoerde, lopende of geplande – economische evaluatiestudies
meegenomen, die zich richten op interventies in jeugdhulp, jeugdgezondheidszorg en geestelijke gezondheidszorg voor jeugd.
Specifiek gaat het om drie soorten interventies, die als inclusiecriteria zijn vastgelegd:
1) Preventieve, gedragsmatige interventies en leefstijl­interventies, gericht op het kind of de ouder voor een
gezonde lichamelijke, psychische, sociale en cognitieve ontwikkeling van het kind en voorkoming van
gezondheidsbedreigingen.
2) Farmacologische en niet-farmacologische interventies ter behandeling of preventie van psychiatrische of
psychosociale klachten die de normale ontwikkeling van het kind bedreigen.
3) Interventies gericht op psychosociale problemen van het kind en de opvoeders.
Deze interventies moeten zijn vergeleken met reguliere zorg of een andere interventie.
Niet geselecteerd
Studies over curatieve of palliatieve interventies, medische interventies van lichamelijke aandoeningen, diagnostische
interventies, screening of vaccinatie­programma’s hebben wij uitgesloten van de literatuur­review. Dat geldt ook voor
studies die in meerdere landen - waaronder Nederland - zijn uitgevoerd en interventies die zich zowel op jeugd als op
volwassenen richten. Daarnaast zijn redactionele artikelen, brieven en reviews niet meegenomen.
Beschrijven van kenmerken van de studies
De eerste stap was die van de data-extractie, dat wil zeggen het verzamelen van informatie over kenmerken van de
geselecteerde studies. De data-extractie van de ingesloten studies is uitgevoerd door één auteur (IK of DK) aan de hand
van vooraf vastgestelde items, waarna door de andere auteur specifieke items gecontroleerd zijn.
Beoordeling methodologische kwaliteit
Vervolgens zijn de afgeronde economische evaluatiestudies beoordeeld op hun methodologische kwaliteit met behulp
van de ‘Consensus on Health Economics Checklist-­E xtended (CHEC-Extended)’ [2, 3]. De CHEC-Extended bevat
beoordelingscriteria voor economische evaluatiestudies gebaseerd op klinische studies (19 criteria) en op modellen
(20 criteria) en wordt aanbevolen voor de beoordeling van economische evaluatiestudies in een systematische
literatuurreview [4].
Alle studies zijn altijd door twee auteurs beoordeeld (IK en DK beide 75% van de studies; GB, CD, MH en SE ieder 12.5%
van de studies), met een handleiding specifiek aangepast aan de geldende Nederlandse richtlijnen (bijlage 2) [5-7] voor
deze literatuurreview. Beoordelingen zijn met elkaar vergeleken en verschillen zijn bediscussieerd tot consensus
bereikt werd. Een score van 1 is toegekend wanneer aan een criterium voldaan is, een score van 0,5 als er gedeeltelijk aan
voldaan is en een score van 0 als er in de studie niet voldaan is aan het betreffende criterium.
Het maximaal aantal punten dat studies konden scoren, is twintig punten voor economische evaluatiestudies op basis
van een model. Voor economische evaluatiestudies op basis van een klinische studie was de maximale score negentien
punten indien een tijdshorizon van een jaar of meer en QALY’s als uitkomstmaat zijn gehanteerd. Er is geen algemene
consensus over een afkapwaarde die aangeeft of een economische evaluatiestudie van goede kwaliteit is.
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
8
2Resultaten
In totaal zijn 47 studies geïncludeerd. Achttien hiervan betreffen afgeronde, volledige economische evaluatie­studies
[8-25]. De algemene kenmerken van deze achttien volledige studies zijn weergegeven in tabel 1. Methodologische
karakteristieken die specifiek zijn voor economische evaluatiestudies en de conclusies over de kosteneffectiviteit zijn
weergegeven in tabel 2.
De overige 29 geïncludeerde studies betreffen drie niet volledige economische evaluatiestudies (tabel 3A), dertien
protocollen van volledige economische evaluatiestudies waarvan nog geen publicatie met resultaten beschikbaar is
(tabel 3B) en dertien aanvullende ZonMw-projecten die al dan niet zijn afgerond en waarvan (nog) geen publicatie
beschikbaar is (tabel 4).
2.1. Resultaten volledige economische ­evaluatiestudies
Resultaten betreffende algemene en methodologische kenmerken
Algemene kenmerken
De achttien volledige economische evaluatiestudies hebben interventies voor veel verschillende doelgroepen en
problematieken geëvalueerd. Vier studies richtten zich op kinderen met angststoornissen, drie studies op agressieve
kinderen en twee studies op taalproblemen. Insomnia, ADHD, seksuele problemen, obesitas, mishandeling en kinderen
van ouders met psychiatrische aandoeningen zijn elk in één studie beschreven. Daarnaast richtten drie studies zich op
preventie van gezondheids­problemen bij kinderen zonder specifieke problemen of klachten.
De studies onderzochten een variatie aan interventies op hun kosteneffectiviteit. Cognitieve gedragstherapie is in
verschillende studies en in verschillende vormen (d.w.z. via internet, individueel, in groepen of met familie) toegepast.
Daarnaast zijn er acht studies die een interventie onderzochten specifiek gericht op training van ouders van de kinderen
met problemen of op het betrekken van ouders en/of andere personen in het systeem van het kind. Voor een volledig
overzicht van de doelgroepen en interventies in de economische evaluatiestudies, verwijzen we naar tabel 1.
Methodologische kenmerken van de economische evaluatiestudies
Van de achttien volledige economische evaluatiestudies in deze literatuurreview zijn er dertien gebaseerd op een
empirische studie, waaronder tien economische evaluatiestudies parallel aan een gerandomiseerde gecontroleerde
studie. Een gerandomiseerde gecontroleerde studie geldt als de hoogste vorm van bewijs binnen het empirische
onderzoek. De overige vijf economische evaluatiestudies zijn model-based economische evaluaties, waarbij de
tijdshorizon varieert van twee tot honderd jaar of levenslang.
Van de achttien economische evaluatiestudies hanteerden er zestien een maatschappelijk perspectief, zoals de Nederlandse
richtlijn voor economische evaluaties aanbeveelt [7]. Het maatschappelijk perspectief houdt in dat onderzoekers in een
economische evaluatiestudie, naast kosten die in de gezondheidszorg gemaakt worden, ook kosten gemaakt door de patiënt
en zijn familie en kosten in andere sectoren (zoals productiviteitsverlies, schoolverzuim of justitionele kosten) meenemen
in de analyse. Twaalf van deze studies namen ook daadwerkelijk alle relevante kostenposten mee voor een maatschappelijk
perspectief. Kostenposten die bij de overige studies [12, 14, 23, 25] vaak niet mee zijn genomen, zijn kosten voor de patiënt en
familie en kosten binnen andere sectoren die gerelateerd zijn aan de ouders.
De meest gebruikte uitkomstmaat is de QALY, de gewonnen levensjaren gecorrigeerd voor kwaliteit van leven in deze
levensjaren. Tien studies gebruikten deze uitkomstmaat, waarvan acht studies nog aanvullende, ziektespecifieke
uitkomstmaten hanteerden.
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
9
Referentie
Studiepopulatie
Interventies
Onderzoeksvraag
Design
Assumpties/ ­validatie
model
Tijdshorizon
Perspectief
Relevantie kosten
Meting kosten
Valuatie kosten
Relevantie ­uitkomsten
Meting uitkomsten
Valuatie uitkomsten
Synthese
Discontering
Sensitiviteits-analyse
Conclusie
Generalisatie
Conflict of interest
Ethische aspecten
% punten uit maximale
aantal punten
Figuur 1 Resultaten kwaliteitsbeoordeling van volledige economische evaluatiestudies volgens de CHEC-Extended [2, 3]
de Bruin e.a. (in print) [9]
1
1
0,5
1
nvt
1
1
1
1
1
1
1
1
1
nvt
1
1
0
1
0
86%
Snoeren 2014 [19]
1
1
0,5
1
nvt
1
1
1
1
1
1
1
1
1
nvt
1
1
0
1
0
86%
De Sonneville e.a. 2015 [10]
1
1
0,5
1
nvt
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
0,5
0
0
84%
Simon e.a. 2012 [17]
1
1
0,5
1
nvt
1
1
1
1
1
1
1
nvt
1
0,5
1
1
0,5
0,5
0
83%
Van Steensel e.a. 2014 [22]
1
0,5
1
1
nvt
0,5
1
1
1
1
1
1
1
1
nvt
1
1
0,5
0,5
0
83%
Drost e.a. 2016[11]
1
1
0,5
1
nvt
0
1
1
1
1
1
1
nvt
1
nvt
1
1
0,5
1
0
82%
Makkes 2015 [15]
1
0,5
1
1
nvt
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
1
0
0
0
82%
Faber e.a. 2008 [12]
1
1
0,5
1
0,5
1
1
0,5
0,5
1
1
0,5
1
1
1
0,5
1
0
1
0
75%
Grauvogl e.a. 2015 [13]
1
1
1
1
nvt
0,5
1
1
1
0,5
1
1
1
1
nvt
1
0,5
0
0
0
75%
Vermeulen e.a. 2016 [23]
0
1
1
1
nvt
0,5
1
0,5
1
1
1
1
1
0,5
nvt
0,5
1
0,5
1
0
75%
Bodden e.a. 2008 [8]
1
0,5
0,5
1
nvt
1
1
1
1
0,5
1
1
1
1
0,5
1
1
0
0
0
74%
Posthumus 2009 [16]
1
0,5
1
1
nvt
1
1
1
1
1
1
1
nvt
1
0,5
0,5
0,5
0
0
0
72%
Wansink e.a. 2016 [25]
1
0,5
0,5
1
nvt
1
1
0,5
1
0,5
1
1
nvt
1
0
1
1
0
1
0
72%
Simon e.a. 2013 [18]
1
0,5
1
1
0,5
1
1
1
0,5
0,5
1
0,5
nvt
1
0,5
0,5
1
0
1
0
71%
Te Velde e.a. 2011 [20]
1
1
0,5
1
0,5
0
0,5
1
0,5
1
0
1
1
1
0,5
1
1
0
0,5
0
65%
Hakkaart e.a. 2011 [14]
1
0,5
1
1
0,5
1
1
0,5
0,5
1
1
0,5
1
1
1
0,5
0,5
0
0
0
68%
Vijgen e.a. 2008 [24]
0
0,5
0,5
1
0,5
1
0
1
0,5
0,5
1
0,5
0
1
1
0,5
0
0,5
0
0
50%
Van de Wiel e.a. 2003 [21]
1
1
0,5
1
nvt
1
0
0
0
0
0
1
nvt
0
0
0
0
0
0
0
31%
1= studie voldoet niet aan criterium; 0,5= studie voldoet gedeeltelijk aan criterium; 0=studie voldoet niet aan criterium; nvt= niet van toepassing
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
10
Methodologische kwaliteit
De resultaten van de beoordeling van de methodologische kwaliteit van de studies zijn weergegeven in figuur 1. Geen
van de studies behaalde het maximale aantal punten, omdat onderzoekers de ethische aspecten met betrekking tot de
herschikking van middelen (item 20) nooit bespraken in een publicatie. Ook scoorde geen enkele studie het volledige
punt voor generalisatie van de studieresultaten (item 18).
Zeven studies scoorden meer dan tachtig procent van het maximaal aantal behaalbare punten, waarbij nooit meer
dan drie criteria met 0 werden gescoord [9-11, 15, 17, 19, 22]. Deze zeven studies zijn voorbeelden van economische
evaluatiestudies van goede methodologische kwaliteit. Tien studies scoorden tussen de vijftig en tachtig procent van het
maximaal behaalbare aantal punten. Hiervan kunnen we de methodologische kwaliteit als redelijk goed bestempelen.
Eén studie scoorde minder dan vijftig procent [21]. Dit is ook verreweg de oudste studie die is opgenomen in deze
literatuurreview.
Heterogeniteit onderzoeksresultaten
Door grote heterogeniteit in de doelgroepen en interventies in de onderzoeken is het niet mogelijk om resultaten van
verschillende economische evaluatiestudies per doelgroep of probleemgebied samen te voegen (synthese).
Resultaten betreffende de kosteneffectiviteit van ­interventies in het jeugddomein
Zorginstituut Nederland hanteert over het algemeen een referentiewaarde van €10.000 tot €80.000 die de maatschappij
bereid is uit te geven voor een QALY, afhankelijk van de ziektelasten [26]. Dat maakt het mogelijk om vergelijkbare
conclusies over de kosteneffectiviteit van verschillende interventies te trekken. Voor veel aandoeningen en problemen
die in deze literatuurreview gevonden zijn, zijn de ziektelasten echter niet vastgesteld. Daarnaast zijn er geen
algemeen geldende referentiewaarden voor ziektespecifieke uit­komstmaten. Om deze redenen geven onderzoekers
in de analyse vaak voor verschillende referentiewaarden aan hoe waarschijnlijk het is dat een interventie kosten­
effectief is in vergelijking met een andere interventie. Tabel 2 beschrijft onder ‘Kosteneffectiviteit’ per studie de kans
dat een interventie kosteneffectief is in ver­gelijking met de andere interventie(s) op basis van de referentiewaarden
die gehanteerd zijn in de betreffende studie. Daarnaast geeft tabel 2 aan of de resultaten robuust zijn voor de
sensitiviteitsanalyse, indien daar­over is gerapporteerd.
Resultaten uit economische evaluatiestudies met QALY als uitkomstmaat
Figuur 2 geeft de puntschattingen van de incrementele kostenutiliteitsratio’s of IKUR’s weer voor de tien studies die
hun resultaten hebben uitgedrukt in kosten per QALY. De kosten zijn aangepast met de Consumenten­prijsindex voor
2015 [27]. De diagonale lijnen geven de referentiewaarden van € 20.000 en € 50.000 per QALY weer, ervan uitgaande dat
de ziektelast van de aandoeningen en ziekten onderzocht in de geïncludeerde studies niet als hoog, maar als laag of
middelmatig geclassificeerd kunnen worden.
Welke interventies zijn kosteneffectief? De volgende interventies kunnen we als kosteneffectief beschouwen, omdat de
incrementele kosteneffectiviteitsratio rechts­onder in de grafiek ligt en dus dominant is. Er is sprake van minder kosten
en meer effecten:
• Cognitieve gedragstherapie (het‘Denken+Doen=Durven’-programma) voor kinderen met autisme in combinatie met
een angststoornis in vergelijking met reguliere therapie [22].
• Het uitvoeren van een interview met het kind in vergelijking met alleen het interviewen van de betrokken
volwassenen bij melding van kindermishandeling [19].
Twee studies vonden geen verschillen in effecten tussen de interventies in de studie, maar wel een verschil in kosten.
Omdat de (nieuwe) interventie in minder kosten resulteerde dan de controle-interventie, spreken we ook hier over
kosteneffectieve interventies:
• Cognitieve gedragstherapie via internet in vergelijking met cognitieve gedragstherapie in groepen bij adoles­centen
met insomnia [9].
• Korte seksuele counseling in vergelijking met geen behandeling voor adolescenten met seksuele problemen [13].
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
11
Een aantal studies vond dat de (nieuwe) interventie resulteerde in meer effecten, maar ook meer kosten in vergelijking
met de controle-interventie. Hierbij is de conclusie over de kosteneffectiviteit van de nieuwe interventie afhankelijk
van de referentiewaarde. Bij een referentie­w aarde van € 20.000 per gewonnen QALY zijn de volgende interventies
kosteneffectief:
• Het Lidcomb programma (training van de ouders) in vergelijking met het RESTART-Demand Capacity Model (training
van het kind) tegen stotteren [10].
• Vertraagde afgifte van methylfenidaat in vergelijking met kortwerkende methylfenidaat voor kinderen met ADHD
voor wie behandeling met Ritalin onvoldoende werkt [12].
• Een specifiek dyslexie-behandelprotocol gebaseerd op behandelprogramma Gramma in vergelijking met reguliere
zorg voor kinderen met ernstige dyslexie [14].
• Korte intramurale behandeling (2 maanden) in vergelijking met lange intramurale behandeling (6 maanden) gericht
op voeding, lichamelijke beweging en gedragsverandering voor ernstige obesitas. Hoewel de korte behandeling
resulteerde in 0,07 minder gewonnen QALY’s dan de lange behandeling, was de vermindering in kosten van €
25.813,80, dus zodanig dat de vermindering van effecten bij een referentiewaarde van € 20.000 per gewonnen QALY
geaccepteerd wordt [15]. De puntschatting van de IKUR bevindt zich linksonder in het figuur, maar valt buiten de
schaal in figuur 2.
Bij een referentiewaarde van € 50.000 per gewonnen QALY is in aanvulling op bovengenoemde interventies ook de
volgende interventie kosteneffectief:
• het ‘Social influence’-programma tegen roken onder jongeren in vergelijking met geen interventie [24].
Echter, de methodologische kwaliteit van deze studie
was mager.
De volgende interventies kunnen we als niet kosteneffectief beschouwen:
• Cognitieve gedragstherapie gericht op de familie in vergelijking met individuele cognitieve gedrags­therapie voor
kinderen met angststoornissen [8]. De IKUR is inferieur, doordat de familietherapie in meer kosten en minder
effecten resulteerde dan de individuele therapie.
• De behandeling van seksuele problemen bij adolescenten met intensieve psychologische behandeling op basis van
cognitieve gedragstherapie in vergelijking met korte begeleiding door een seks counselor en geen behandeling [13].
De IKUR’s zijn hoger dan de referentiewaarde van € 50.000 per gewonnen QALY.
Al deze conclusies ten aanzien van de kosteneffectiviteit dienen voorzichtig geïnterpreteerd te worden, omdat de
onzekerheid rondom de puntschattingen niet mee­genomen is. Voor een nadere uitwerking over de onzekerheid
verwijzen we naar tabel 2 onder ‘Kosteneffectiviteit’.
Resultaten uit economische evaluatiestudies zonder QALY als uitkomstmaat
Acht van de volledige economische evaluatiestudies gebruikten geen QALY’s maar ziektespecifieke uitkomstmaten. Voor
ziektespecifieke uitkomstmaten zijn geen referentiewaarden bepaald. Daarom zijn deze studies niet opgenomen in figuur 2.
De volgende interventies resulteerden in minder kosten en meer effecten dan de controle-interventie en zijn dus op
basis van de ziektespecifieke uitkomstmaat kostenbesparend en kosteneffectief:
• Het Incredible Years programma waarin ouders van kinderen met agressief gedrag getraind worden om het negatieve
gedrag van de kinderen te verminderen, resulteerde in minder kosten en meer verbetering in negatief gedrag ten
opzichte van reguliere zorg [16].
• Multisysteem therapie, waarbij de familie en buurt worden betrokken in het voorkomen van uithuisplaatsing van
de adolescent met ernstig gewelddadig en antisociaal gedrag, resulteerde in vergelijking met reguliere therapie in
minder kosten en iets meer verbetering in kwaliteit van leven, maar dit laatste verschil was niet significant [23].
Indien de IKER niet dominant of inferieur is, kunnen wij geen uitspraken doen over de kosteneffectiviteit van
de interventies, omdat de referentiewaarde niet bekend is. Er is dus niet algemeen vastgesteld welke uitgaven
beleidsmakers over hebben voor het betreffende extra effect van de interventie ten opzichte van de controleinterventie. Daarom bespreken wij in deze rapportage de verhoudingen tussen de incrementele kosten en effecten. In
tabel 2 staat de kosteneffectiviteit van de interventie in vergelijking met de controle-interventie gepresenteerd aan de
hand van de referentiewaarden die de auteurs van de betreffende studies relevant achtten.
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
12
De volgende interventies resulteerden in meer kosten en meer effecten dan de controle-interventie:
• Het Pro Children en het Schoolgruiten programma zijn beide gericht op het verbeteren van de groente- en fruitinname
bij schoolkinderen door gratis groenten en fruit aan te bieden op school, waarbij het Pro Children programma ook
de familie betrekt en online feedback geeft gedurende de interventieperiode. In vergelijking met geen interventie
resulteerden Pro Children in € 5.728 en Schoolgruiten in € 10.674 extra kosten voor extra vermeden ziektelasten in
de toekomst. Uit vergelijking van beide programma’s bleek dat Pro Children resulteerde in betere effecten en minder
kosten dan Schoolgruiten [20].
• Alcohol Alert, een computerspel om alcohol-gerelateerde en socio-cognitieve factoren voor alcoholgebruik te
veranderen bij adolescenten, resulteerde in vergelijking met geen interventie in € 62 aan extra kosten per glas alcohol
dat per week minder gedronken wordt en in € 144 aan extra kosten per voorkomen geval van binge drinken [11].
• Voor zeer angstige kinderen worden in twee studies de kosteneffectiviteit van een cognitieve gedragstherapie gericht
op het kind, een training voor ouders om zelf cognitieve gedragstherapie toe te passen bij hun kind en geen interventie
met elkaar vergeleken. Op basis van de eerste studie lijkt de oudertraining kosteneffectief met €4364 aan extra kosten
voor een extra kind met aanzienlijk verminderde angst ten opzichte van de therapie voor kinderen, maar de auteurs
van de studie concludeerden dat de keus tussen de twee interventies onzeker blijft [17]. In het tweede onderzoek werden
dezelfde drie interventies vergeleken met een vierde interventie waarbij de kindertherapie óf de oudertraining zijn
toegepast, afhankelijk van de aanwezigheid van een angststoornis bij de ouders. In deze studie zijn ook de effecten en
kosten meegenomen van een screening om erg angstige kinderen voorafgaand aan de interventies te identificeren.
De therapie voor kinderen en de training voor ouders blijken dan niet kosteneffectief te zijn in vergelijking met geen
interventie of de therapie te kiezen afhankelijk van de aanwezigheid van angststoornissen bij de ouder(s). Deze laatste
interventie is in vergelijking met geen interventie kosteneffectief met € 107 aan extra kosten per extra kind met minder
angst, maar de verschillen in kosten en effecten tussen beide interventies zijn erg klein [18].
• Een preventieve interventie gericht op ouders met psychiatrische problemen en vermoedelijk verminderde opvoed­
vaardigheden resulteerde in € 175 aan extra kosten voor een verbetering in opvoed­v aardigheden in vergelijking met
reguliere therapie [25].
Tenslotte zijn in één studie de incrementele kosten en effecten van de interventies niet samengevoegd. Het Utrecht
Coping Power Programma (UCPP) voor kinderen met agressieve gedragsstoornissen, waarin ouders onder andere
positieve opvoedvaardigheden en kinderen communicatievaardigheden leren, is vergeleken met reguliere zorg ten
aanzien van de kosten per gemiddelde standaarddeviatie verbetering in score op zeven uitkomstmaten (waaronder
agressief en antisociaal gedrag en functioneren op school) van beide interventies. Het UCPP-programma blijkt een
economischere behandeling te zijn [21].
2.2. Resultaten overige economische e
­ valuatiestudies
Onvolledige economische evaluatiestudies
Er zijn drie wetenschappelijke publicaties van Nederlandse economische evaluatiestudies over jeugdinterventies
gevonden waarin de kosten niet zijn afgezet ten opzichte van de effecten [28-30], of waarin de ontwikkeling van een
model besproken is aan de hand van een interventie [31]. Hierdoor was het niet mogelijk de methodologische kwaliteit
van deze studies te beoordelen. Voor een beschrijving van de betreffende studies verwijzen we naar tabel 3A.
Daarnaast zijn drie aanvullende ZonMw-projecten gevonden die de economische evaluatiestudie beperkt hebben tot een
kostenanalyse [32-34]. Zie tabel 4A voor een beschrijving van de betreffende studies.
Geplande of lopende economische evaluatiestudies
Tenslotte geven we een overzicht van de studies die op het moment in Nederland gepland staan, nog lopen of waarvan
(nog) geen resultaten gepubliceerd zijn in de vorm van een wetenschappelijk artikel in een peer-reviewed tijdschrift.
Studies waarvan design artikelen beschikbaar zijn of die in NARCIS of in het Nederlands Trialregister gevonden zijn,
worden [35-47] gepresenteerd in tabel 3B. Aanvullende ZonMw-studies staan in tabel 4B [48-57]. Uiteindelijk hebben
drie ZonMw-projecten geen kosteneffectiviteitsanalyses uitgevoerd door tegenvallende werving van deelnemers [58] of
doordat er geen verschillen in kosten en effecten zijn gevonden [59, 60]. Deze projecten zijn weergegeven in tabel 4C.
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
13
Figuur 2 Kosteneffectiviteit van studies met incrementele kosten per incrementele QALY’s*
Index jaar 2015
2000
€ 50.000
€ 20.000
1500
Incrementele kosten in Euro
1000
500
0
-0,15
-0,1
-0,05
0,05
0,1
0,15
-500
-1000
-1500
-2000
Incrementele QALYs
CGT, cognitieve gedragstherapie; ADHD, Attention Deficit Hyperactivity Disorder.
* Kosten zijn aangepast met de Consumentprijsindex 2015
Familie CGT vs. Individuele CGT bij angststoornissen [8]
Internet CGT vs. Groep CGT bij insomnia [8]
Korte seksuele counseling vs. Geen behandeling bij
seksuele problemen [13]
Lidcomb programma vs. RESTART-DCM bij stotteren [10]
Dyslexie protocol vs. Reguliere zorg bij ernstige
­d yslexie [14]
Vertraagde afgifte van methylfenidaat vs.
­Kortwerkende methylfenidaat bij ADHD [12]
Kindinterview vs. Volwassene-interview bij melding
van kindermishandeling [19]
Intensieve seksuele gezondheidszorg vs.
Korte ­seksuele counseling bij seksuele problemen [13]
“Denken+Doen=Durven” vs. Reguliere zorg bij
­autistisch spectrum stoornis met angststoornis [22]
Intensieve seksuele gezondheidszorg vs. Geen
­behandeling bij seksuele problemen [13]
“Social influence”-programma vs. Geen interventie om
roken tegen te gaan [24]
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
14
3 Conclusies en discussie
Deze systematische literatuurreview heeft de huidige kennis, de kwaliteit van deze kennis en de geplande of lopende
studies op het gebied van kosteneffectiviteit van interventies in het jeugddomein in kaart gebracht. In totaal zijn er 47
studies meegenomen in deze ­­litera­tuur­studie, waarvan achttien afgeronde, volledige economische evaluatiestudies zijn
besproken op de kosteneffectiviteit van de onderzochte interventies en hun methodologische kwaliteit.
Methodologisch goede studies
Zeven van de achttien afgeronde, volledige economische evaluatiestudies kunnen dienen als voorbeeld voor het
uitvoeren van methodologisch goede economische evaluatiestudies met een score van tachtig procent of meer van de
maximaal te behalen score op de CHEC-Extended. Hieruit blijkt dat de huidige kennis en het aantal lopende studies op
het gebied van kosten­effectiviteit van interventies in het jeugddomein beperkt is, zeker in vergelijking met de kennis
op het gebied van effectiviteit. Zo bevat het ZonMw-programma Zorg voor Jeugd binnen de programmalijn Effecten
en Kosten in totaal 57 onderzoeksprojecten, waarvan slechts zes projecten een economische evaluatiestudie hebben
meegenomen. Overige onderzoeksprojecten zijn validatiestudies of effectiviteitsstudies [61].
Kosteneffectieve interventies
Op basis van de puntschattingen zijn acht inter­venties in de studies kosteneffectief gebleken bij een referentiewaarde
van € 20.000 per QALY. Een programma op basis van cognitieve gedragstherapie voor kinderen met autisme
en angststoornissen is kosteneffectief in vergelijking met reguliere zorg. Ook cognitieve gedragstherapie voor
adolescenten met insomnia via internet is kosteneffectief in vergelijk met groepstherapie. Andere interventies die
kosteneffectief bleken, zijn het Lidcomb programma in vergelijking met RESTART-DCM bij stotteren, vertraagde
afgifte van methylfenidaat in vergelijking met kortwerkende methylfenidaat bij ADHD, een dyslexie-behandelprotocol
in vergelijking met reguliere zorg bij ernstige dyslexie, het voeren van een interview met het betreffende kind in
vergelijking met alleen interviews met de betrokken volwassenen bij melding van kindermishandeling, een korte in
vergelijking met een lange intramurale behandeling bij ernstige obesitas, en korte counseling in vergelijking met geen
behandeling voor seksuele problemen.
Acht studies hanteerden alleen ziektespecifieke uitkomstmaten. Bij agressieve of gewelddadige kinderen is in
vergelijking met reguliere zorg het Incredible Years programma kosteneffectief in het verminderen van negatief gedrag
en is multisysteemtherapie kosteneffectief in het verbeteren van kwaliteit van leven. Omdat er voor de overige studies
met uitsluitend ziektespecifieke uitkomstmaten geen referentiewaarden bekend zijn, kunnen wij geen uitspraak doen
over de kosteneffectiviteit van interventies die resulteerden in meer kosten en meer effecten.
Beperkingen
Deze systematische literatuurreview kent enkele beperkingen.
• Door het stellen van specifieke inclusie- en exclusiecriteria, het raadplegen van een tweede auteur indien er twijfel
bestond over de relevantie van een studie, en het doorzoeken van meerdere Nederlandse databanken die elkaar
gedeeltelijk overlappen, zijn maatregelen getroffen om alle relevante studies mee te nemen in deze literatuurreview.
Daarbij is de selectie van relevante studies uit de geïdentificeerde studies in de verschillende databanken uitgevoerd
door één auteur. Er is een kans dat relevante studies ten onrechte zijn uitgesloten. Een onafhankelijke selectie door
een tweede auteur zou de kans op het uitsluiten van relevante artikelen hebben verminderd.
• Daarnaast is de kwaliteitsbeoordeling gebaseerd op het wetenschappelijke artikel waarin de resultaten van de
economische evaluatiestudie gepresenteerd zijn. Eventuele verwijzingen naar andere studies zijn niet meegenomen
in de beoordeling.
• Tenslotte hebben wij de kwaliteitsbeoordeling specifiek gericht op de methodologische kwaliteit van de economische
evaluatiestudie en is de methodologische kwaliteit van de primaire studie (bijvoorbeeld de gerandomiseerde,
gecontroleerde studie) niet meegenomen. Een niet-optimale studieopzet zou de conclusies ten aanzien van de
kosteneffectiviteit kunnen beïnvloeden.
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
15
4 Aanbevelingen
Aanbevelingen voor toekomstig onderzoek
Op basis van de methodologische beoordeling van de 18 afgeronde, volledige economische evaluatiestudies is een
inventarisatie gemaakt van de knelpunten die er zijn in de methodologische studieopzet van economische evaluatiestudies
in Nederland. Om onderzoekers in het jeugddomein, bekend en minder bekend in kosteneffectiviteitsstudies, te
ondersteunen in het opzetten en rapporteren van de economische evaluatiestudies, doen we enkele aanbevelingen.
Neem alle kosteneenheden mee
Het overgrote deel van de studies gebruikte een maatschappelijk perspectief voor de economische evaluatiestudie,
zoals aanbevolen in de Nederlandse richtlijn. Maar de onderzoekers includeerden of bespraken niet altijd alle relevante
kosteneenheden, zoals deze benoemd worden in de Kostenhandleiding van het Nederlands Zorginstituut en de Handleiding
voor intersectorale kosten en baten [6]. Onderzoekers dienen voor de aanbevolen kosteneenheden relevantie voor de
specifieke economische evaluatiestudie na te gaan. Wanneer de auteurs bepaalde kosteneenheden niet van belang achten
in de economische evaluatiestudie, zou een verantwoording hiervan op zijn plaats zijn, anders induceert dit wellicht bias.
Evers en collega’s en Adarkwah en collega’s beschrijven hoe bias kan optreden in trial-based en model-based economische
evaluatiestudies [62, 63].
Maak gebruik van QALY’s
Acht van de achttien studies hanteerden alleen een ziektespecifieke uitkomstmaat om de effecten van de interventies te
meten. Naast dat dit vergelijking van studieresultaten van verschillende interventies belemmert, zijn voor ziektespecifieke
uitkomstmaten geen algemeen geldende referentiewaarden bekend. De conclusie over de kosteneffectiviteit is dan
afhankelijk van de uitgaven die de beleidsmakers bereid zijn te doen voor het extra effect. Onderzoekers dienen effecten
van interventies daarom tenminste te meten aan de hand van QALY’s – de standaard volgens de Nederlandse richtlijnen
voor economische evaluatiestudies [7] – en de kosteneffectiviteit van een interventie uit te drukken in incrementele kosten
per incrementele QALY’s. Hierbij is wel van belang om op te merken dat het gebruik van de QALY ook zijn beperkingen
heeft, omdat niet alle belangrijke effecten voor bepaalde aandoeningen met de QALY gemeten worden. Ziektespecifieke
uitkomstmaten kunnen dan als aanvulling op de QALY worden gemeten [7].
Voer validatie van het model uit
Een belangrijk aandachtspunt voor de Nederlandse economische evaluatiestudies op basis van beslis­modellen is de
bespreking van de onderliggende assumpties en de validatie van het model. Geen van de studies, al waren er maar vijf
modelmatige studies geïncludeerd, voldeed aan dit criterium volgens de CHEC. Validatie van het model is belangrijk om te
laten zien dat het gebruikte beslismodel de werkelijke situatie op een juiste, al is het een vereenvoudigde, manier nabootst.
Indien geen validatie van het model is uitgevoerd, is het niet verantwoord om beleidsmatige keuzes te baseren op de
studieresultaten. Een taskforce van de International Society of Pharmacoeconomics and Outcome Research en de Society of
Medical Decision Making beschrijft de mogelijke validatietechnieken voor beslismodellen [64]. Daarnaast is de data die de
onderzoekers gebruikten in de beslismodellen vaak maar beperkt tot één of enkele studies of meningen van experts. Het
heeft de voorkeur om modellen te baseren op meerdere betrouwbare studies, waarbij datasynthese (bijvoorbeeld metaanalyse op basis van een systematische literatuurreview) heeft plaatsgevonden om de effecten en kosten van interventies in
vergelijking met andere interventies te schatten. Hierbij moeten deze verschillende studies natuurlijk wel beschikbaar zijn.
Dit is voor veel interventie in het jeugddomein nog niet het geval, vooral niet voor kosteneffectiviteit van jeugdinterventies
specifiek in Nederland.
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
16
Denk na over de tijdshorizon
De Nederlandse richtlijn voor economische evaluaties hanteert een levenslange tijdshorizon. Indien levenslang niet
mogelijk is, is het van belang de tijdshorizon zodanig te kiezen dat alle (verschillen tussen) kosten en effecten die
zich zouden kunnen voordoen als gevolg van de onderzochte interventies kunnen worden bepaald [7]. In de ingesloten
studies heeft één studie op basis van een beslismodel een levenslange tijdshorizon gehanteerd. Voor economische
evaluatiestudies op basis van empirisch onderzoek is een levenslange tijdshorizon vaak niet mogelijk en komt de
keuze voor de tijdshorizon voort uit pragmatische aspecten, bijvoorbeeld de duur van de gerandomiseerde studie die
als vehikel dient voor de economische evaluatie. Per studie zullen de onderzoekers moeten nagaan op welk moment in
de tijd (verschillen in) kosten en effecten van de interventie verwacht kunnen worden en zullen zij de keuze voor een
tijdshorizon korter dan één jaar binnen een maatschappelijk perspectief moeten beargumenteren.
Zorg voor een complete rapportage
Een aantal items van de CHEC zijn gericht op wat gerapporteerd is in het wetenschappelijke artikel: beschrijving van de
studiepopulatie, interventies, onderzoeksvraag en mogelijke belangenverstrengelingen, generalisatie van resultaten
naar andere settingen en cliëntengroepen, en ethische implicaties naar aanleiding van de resultaten van de studie.
Gebleken is dat deze laatste twee items, generalisatie en ethische implicaties, nooit of niet volledig staan beschreven
in de onderzoeksrapportages. Om aan deze items te voldoen, is een discussie van kenmerken van de studiepopulatie,
interventies en setting van de studie, en de ethische implicaties van herverdeling van de schaarse middelen nodig.
Doordat wetenschappelijke tijdschriften beperkingen opleggen aan de lengte van artikelen, is het begrijpelijk dat
deze discussies geen plek krijgen. Wanneer de auteurs mogelijkheden zien voor de generalisatie van de resultaten naar
settingen die afwijken van de studiesetting - en wanneer studie­resultaten er op wijzen dat er veranderingen in de aan­
koop van interventies noodzakelijk zijn - zouden deze items een interessante toevoeging zijn aan de rapportage.
Daarentegen is een gedegen beschrijving van de onder­zoeksvraag en de verschillende interventies een vereiste om
na te gaan in welke situatie de studieresultaten van toepassing zijn. Ruimtegebrek is hierbij geen argument. Een goed
geformuleerde onderzoeksvraag of beschrijving van de doelstellingen bevat in ieder geval een specifieke omschrijving
van de onderzoekspopulatie, alle interventies die met elkaar vergeleken worden en bij voorkeur ook het perspectief
van de economische evaluatiestudie. Voor de beschrijving van interventies en doelgroepen zou een verwijzing naar een
andere publicatie toereikend zijn voor beleidsmakers of andere geïnteresseerden in de resultaten van een economische
evaluatiestudie, hoewel deze verwijzingen niet zijn meegenomen in de huidige literatuurreview. De Consolidated Health
Economic Evaluation Reporting Standards (CHEERS) beschrijft waar een gedegen rapportage van een economische
evaluatiestudie aan moet voldoen [65].
Meer kosteneffectiviteitsstudies nodig voor ­beleidsbeslissingen
De huidige kennis op het gebied van kosteneffectiviteit van interventies in het jeugddomein is nog beperkt met maar
achttien gepubliceerde studies in wetenschappelijke tijdschriften, terwijl juist deze kennis van belang is voor het maken
van beleidsmatige beslissingen over de aankoop van interventies. Effectiviteitsstudies worden op een veel grotere
schaal uitgevoerd. Wij benadrukken dat de extra investeringen voor een goede economische evaluatiestudie parallel
lopend aan een empirische studie relatief laag zijn. Het is een gemiste kans om kostendata níet te meten in studies die de
effectiviteit van interventies evalueren.
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
17
Referenties
1.
Drummond , M.F., O’Brien, B.J., Stoddart, G.L., Torrance, G.W.. Methods for the economic evaluation of health care
programmes. Oxford, UK: Oxford Medical; 2015.
2.
Evers, S.M.A.A., Goossens, M., Vette, H. de, Tulder, M. van, Ament, A. Criteria list for assessment of methodological
quality of economic evaluations: Consensus on Health Economic Criteria. Int J Technol Assess. 2005;21(2):240-5.
3.
Odnoletkova, I., Goderis, G., Pil, L., Nobels, F., Aertgeerts, B., Annemans, L., et al. Cost-Effectiveness of
Therapeutic Education to Prevent the Development and Progression of Type 2 Diabetes: Systematic Review. Journal
of Diabetes & Metabolism. 2014;5(9).
4.
Higgins, J.P.T., Green, S., editors. Cochrane Handbook for Systematic Reviews of Interventions. Version 5.1.0
[updated March 2011]: The Cochrane Colloboration.; 2011.
5.
Zorginstituut Nederland. Kostenhandleiding: methodologie van kostenonderzoek en referentieprijzen voor
economische evaluaties in de gezondheidzorg 2015.
6.
Drost, R.M.W.A., Paulus, A.T.G., Ruwaard, D., Evers, S.M.A.A. Handleiding intersectorale kosten en baten van
(preventieve) interventies: classificatie, identificatie en kostprijzen. 2014.
7.
Zorginstituut Nederland. Richtlijn voor het uitvoeren van economische evaluaties in de gezondheidszorg. 2015.
8.
Bodden, D.H., Dirksen, C.D., Bogels, S.M., Nauta, M.H., Haan, E. de, Ringrose, J., et al. Costs and cost-effectiveness of
family CBT versus individual CBT in clinically anxious children. Clin Child Psychol Psychiatry. 2008 Oct;13(4):543-64.
9.
Bruin, E.J. de. Cost-effectiveness of group- and Internet cognitive behavioral therapy for insomnia in adolescents:
Results from a randomized controlled trial. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam; in druk.
10.
Sonneville-Koedoot, C. de, Bouwmans, C., Franken, M.C., Stolk, E. Economic evaluation of stuttering treatment in
preschool children: The RESTART-study. J Commun Disord. 2015 Oct 24;58:106-18.
11.
Drost, R.M.W.A., Paulus, A.T.G., Jander, A.F., Mercken, L., Vries, H. de, Ruwaard, D. et al. A web-based computertailored alcohol prevention program for adolescents: cost-effectiveness and intersectoral costs and benefits. J Med
Internet Res. 2016;18(4):e93.
12.
Faber, A., Agthoven, M. van, Kalverdijk, L.J., Tobi, H., Jong-van den Berg, L.T.W., de, Annemans, L. et al. Longacting methylphenidate-OROS in youths with attention-deficit hyperactivity disorder suboptimally controlled
with immediate-release methylphenidate: A study of cost effectiveness in the Netherlands. CNS Drugs.
2008;22(2):157-70.
13.
Grauvogl, A., Peters, M.L., Evers, S.M.A.A., Lankveld, J.J.D.M van. Economic evaluation of brief sex counseling for
sexually dysfunctional adolescents. Int J Sex Health. 2015;27(4):469-84.
14.
Hakkaart van Roijen, L., Goettsch, W.G., Ekkebus, M., Gerretsen, P., Stolk, E.A. The cost-effectiveness of an
intensive treatment protocol for severe dyslexia in children. Dyslexia: An International Journal of Research and
Practice. 2011;17(3):256-67.
15.
Makkes, S. Intensive inpatient treatment for severely obese children and adolescents: costs and effects.
Amsterdam: VU University Amsterdam; 2015.
16.
Posthumus, J.A. Preventive effects and cost-effectiveness of the Incredible Years program for parents of
preschoolers with aggressive behavior. Utrecht: Universiteit Utrecht; 2009.
17.
Simon, E., Dirksen, C., Bögels, S., Bodden, D. Cost-effectiveness of child-focused and parent-focused interventions
in a child anxiety prevention program. J Anxiety Disord. 2012;26(2):287-96.
18.
Simon, E., Dirksen, C.D., Bögels, S.M. An explorative cost-effectiveness analysis of school-based screening for
child anxiety using a decision analytic model. Eur Child Adolesc Psychiatry. 2013;22:619-30.
19.
Snoeren, F.M.M. Giving maltreated children a voice: a study of self-reported quality of life, and the effectiveness
and cost-effectiveness of the child-interview intervention during the investigation of reports of child
maltreatment. Maastricht: Universiteit Maastricht; 2014.
20.
Velde, S.J. Te, Lennert Veerman, J., Tak, N.I., Bosmans, J.E., Klepp, K.I., Brug, J. Modeling the long term health
outcomes and cost-effectiveness of two interventions promoting fruit and vegetable intake among schoolchildren.
Econ Hum Biol. 2011;9(1):14-22.
21.
Wiel, N.M.H., van de, Matthys, W., Cohen-Kettenis, P., Engeland, H. van. Application of the Utrecht Coping Power
Program and Care as Usual to Children With Disruptive Behavior Disorders in Outpatient Clinics: A Comparative
Study of Cost and Course of Treatment. Behav Ther. 2003 Fal 2003;34(4):421-36.
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
18
22.
Steensel, F.J.A., van, Dirksen, C.D., Bögels, S.M. Cost-effectiveness of cognitive-behavioral therapy versus treatment
as usual for anxiety disorders in children with autism spectrum disorder. Res Autism Spectr Disord. 2014;8(2):127-37.
23.
Vermeulen, K.M., Jansen, D.E.M.C., Knorth, E.J., Buskens, E., Reijneveld, S.A. Cost-effectiveness of multisystemic
therapy versus usual treatment for young people with antisocial problems. Crim Behav Ment Health. 2016.
24.
Vijgen, S.M., Baal, P.H. van, Hoogenveen, R.T., Wit, G.A., de, Feenstra, T.L. Cost-effectiveness analyses of health
promotion programs: a case study of smoking prevention and cessation among Dutch students. Health Educ Res.
2008;23(2):310-8.
25.
Wansink, H.J., Drost, R.M.W.A., Paulus, A.T.G., Ruwaard, D., Hosman, C.M.H., Janssens, J.M.A.M., et al. ­
Cost-effectiveness of preventive case management for parents with a mental illness: a randomized controlled trial
from three economic perspectives BMC Health Serv Res. 2016;16:228.
26.
Zwaap, J., Knies, S., Meijden, C. van der, Staal, P., Heiden, L. van der. Rapport Kosteneffectiviteit in de praktijk. 2015.
27.
OECD.Stat. Consumer Prices. Organisation for Economic Co-operation and Development; [1 March 2016]; Available
from: http://stats.oecd.org/index.aspx?DatasetCode=MEI_PRICES.
28.
Slot, N.W., Jagers, H.D., Dangel, R.F. Cross-cultural replication and evaluation of the Teaching Family Model of
community-based residential treatment. Behavioral Residential Treatment. 1992a;7(5):341-54.
29.
Slot, N.W., Jagers, J.D., Beumer, M.H. Tien jaar Kursushuis: ervaringen en follow-up-gegevens. = Ten years
‘Kursushuis’: Experiences and follow-up data. Kind en Adolescent. 1992b;13(2):82-96.
30.
Peters-Scheffer, N., Didden, R., Korzilius, H., Matson, J. Cost comparison of early intensive behavioral intervention
and treatment as usual for children with autism spectrum disorder in The Netherlands. Res Dev Disabil.
2012;33(6):1763-72.
31.
Schawo, S.J., Eeren, H. van, Soeteman, D.I., Veldt, M-C, van der, Noom, M.J., Brouwer, W. et al. Framework for
modelling the cost-effectiveness of systemic interventions aimed to reduce youth delinquency. J Ment Health
Policy Econ. 2012;15(4):187-96.
32.
Adan, R.A.H. The Mandometer method versus conventional treatment: predictors of early treatment efficacy and
relapse in anorexia nervosa patients treated with the Mandometer method or conventional treatment. Project
nummer 94505017. 2005-2008.
33.
Beltman, M., Kocken, P.L. Evaluation of a school-based multi-component programme to prevent overweight in
primary school children. Project nummer 12061007. 2008-2012.
34.
Kocken, P.L. Evaluation of the Life Skills curriculum intended for Dutch secondary school students. Projectnummer
62300045. 2007-2011.
35.
Woolderink, M., Smit, F., Zanden, R. van der, Beecham, J., Knapp, M., Paulus, A. et al. Design of an internet-based
health economic evaluation of a preventive group-intervention for children of parents with mental illness or
substance use disorders. BMC Public Health. 2010;10:470.
36.
Veldhuis, L., Struijk, M.K., Kroeze, W., Oenema, A., Renders, C.M., Bulk-Bunschoten, A.M. et al. ‘Be active, eat
right’, evaluation of an overweight prevention protocol among 5-year-old children: design of a cluster randomised
controlled trial. BMC Public Health. 2009;9:177.
37.
Bragt, S. van, Bemt, L. van den, Thoonen, B., Weel, C. van, Merkus, P., Schermer, T. PELICAN: A quality of life
instrument for childhood asthma: study protocol of two randomized controlled trials in primary and specialized
care in the Netherlands. BMC Pediatr. 2012;12:137.
38.
Stikkelbroek, Y., Bodden, D.H., Dekovic, M., Baar, A.L. van. Effectiveness and cost effectiveness of cognitive
behavioral therapy (CBT) in clinically depressed adolescents: individual CBT versus treatment as usual (TAU). BMC
Psychiatry. 2013;13:314.
39.
Nauta, M.H., Festen, H., Reichart, C.G., Nolen, W.A., Stant, A.D. Bockting CLH, et al. Preventing mood and
anxiety disorders in youth: A multi-centre RCT in the high risk offspring of depressed and anxious patients. BMC
Psychiatry. 2012;12.
40.
Meijer, J.L., Bockting, C.L., Beijers, C., Verbeek, T., Stant, A.D., Ormel, J. et al. PRegnancy Outcomes after a
Maternity Intervention for Stressful EmotionS (PROMISES): study protocol for a randomised controlled trial. Trials.
2011;12:157.
41.
Hofsteenge, G.H., Chinapaw, M.J., Weijs, P.J., Tulder, M.W. van, Delemarre-van de Waal, H.A. Go4it; study design
of a randomised controlled trial and economic evaluation of a multidisciplinary group intervention for obese
adolescents for prevention of diabetes mellitus type 2. BMC Public Health. 2008;8:410.
42.
Hoek, W., Schuurmans, J., Koot, H.M., Cuijpers, P. Prevention of depression and anxiety in adolescents: a
randomized controlled trial testing the efficacy and mechanisms of Internet-based self-help problem-solving
therapy. Trials. 2009;10:93.
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
19
43.
Asscher, J.J., Deković, M., Manders, W., Laan, P.H. van der, Prins, P.J.M., Arum, S. van. Sustainability of the effects
of multisystemic therapy for juvenile delinquents in the Netherlands: Effects on delinquency and recidivism. J Exp
Criminol. 2014;10(2):227-43.
44.
Slaats, D., Heinemann, A. Treating anxiety using blended treatment. Nederlands Trial Register; gepland.
45.
Meppelink, R. Meditation or medication? Mindfulness training versus medication in the treatment of childhood
ADHD. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam; lopend promotieonderzoek.
46.
Jongerden, L. From university to clinical practice: effective implementation strategies starting from the
implementation of a cognitive behavioral treatment of anxiety disorders in children. Amsterdam: Universiteit van
Amsterdam; Lopend promotieonderzoek.
47.
Janssen, M., Wensing, M., Gaag, R.J. van der, Cornelissen, I., Deurzen, P. van, Buitelaar, J. Improving patient care for
attention deficit hyperactivity disorder in children by organizational redesign (Tornado program) and enhanced
collaboration between psychiatry and general practice: a controlled before and after study. Implement Sci.
2014;9:155.
48.
Raat, H. Primary prevention of overweight in preschool children: a cluster randomized Youth Health Care trial.
Project nummer 120610018. 2008-2013.
49.
Weisglas-Kuperus, N. Feasibility and effects of developmental care in the Dutch NICU setting. Project nummer
22000125. 2003-2008.
50.
Hakkaart-van Roijen, L. Kosteneffectiviteit van Multi Dimensionele Familie Therapie (MDFT). Project nummer
157004007. 2010-2014.
51.
Reijneveld, S.A. Balancing costs and effects based on a randomised comparison of Parent Management Training
Oregon and care as usual in children with severe conduct disorders. Project nummer 157010001. 2008-2015.
52.
Chin A Paw, M.J.M. The prevention of lower extremity physical activity injuries; a school-based randomised
controlled trial in children aged 20-12. Project nummer 62200033. 2005-2009.
53.
Buitelaar, J.K. Long term effectiveness and cost-effectivenss of restricted elimination diet trajectory compared
to care as usual in the treatment of Attention Deficit/ Hyperactivity Disorder in children aged 6 to 12 year. Project
nummer 837002506. 2014-2018.
54.
Land, H. van ‘t. Engaging Turkish/Moroccan women in a tailor-made perinatal depression prevention intervention;
transforming an evidence-based intervention developed in the U.S. to the Dutch context. Project nummer
200210011. 2011-2016.
55.
Pierik, F.H. Schoolzones Stimuleren van sport en bewegen bij kinderen door een uitnodigende, veilige
schoolomgeving. Project nummer 525001001. 2013-2016.
56.
Cerneus, M., Zee- van den Berg, A. van der. Versterking van zorg voor kwetsbare kinderen. Project nummer
159010003. 2010-2016.
57.
Bavel, A.J.M. Multidisciplinair Centrum Aanpak Kindermishandeling MDC-K Zuid Kennemerland. Project nummer
729420001. 2012-2014.
58.
Schayck, C.P. van. Better care to children at risk for asthma by an innovative and effective stop passive smoking
intervention. Project nummer 200210002. 2012-2013.
59.
Lier, P.A.C. van. Facilitating effective prevention of child internalizing and externalizing problems in the
Netherlands: long-term effects and costs evaluation of two school-based preventive intervention trials.
Projectnummer: 120620029. 2009-2014.
60.
Schuit, J.A. Implementation and impact of multi-sector policy measures that stimulate physical activity in
children: follow up of the “Move your Neightborhood” project. Project nummer 200120005. 2011-2015.
61.
ZonMw. ZonMw-programma Zorg voor Jeugd: zelfevaluatie2015.
62.
Adarkwah, C.C., Gils, P.F. van, Hiligsmann, M., Evers, S.M.A.A. Risk of bias in model-based economic evaluations:
the ECOBIAS checklist. Expert Rev Pharmacoecon Outcomes Res. 2015:1-11.
63.
Evers, S., Hiligsmann, M., Adarkwah, C.C. Risk of bias in trial-based economic evaluations: identification of
sources and bias-reducing strategies. Psychol Health. 2015;30(1):52-71.
64.
Eddy, D.M., Hollingworth, W., Caro, J.J., Tsevat, J., McDonald, K.M., Wong, J.B. Model transparency and validation: a
report of the ISPOR-SMDM Modeling Good Research Practices Task Force-7. Value Health. 2012;15:843-50.
65.
Husereau, D., Drummond, M., Petrou, S., Carswell, C., Moher, D., Greenberg, D., et al. Consolidated Health
Economic Evaluation Reporting Standards (CHEERS)--explanation and elaboration: a report of the ISPOR Health
Economic Evaluation Publication Guidelines Good Reporting Practices Task Force. Value Health.
2013 ­Mar-Apr;16(2):231-50.
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
20
Tabellen
Tabel 1. Algemene kenmerken van volledige economische evaluatiestudies gericht op jeugd in Nederland
Referentie
Doelgroep (N)1
Interventie2
Controle
Uitkomstmaat ­(meetmethode) 3 4
Bodden e.a.
2008 [8]
Kinderen met
angststoornissen
(N=128)
Familie CGT (ambulant): Ouders en kinderen
leren om de eigen angst te v­ erminderen met
CGT vaardigheden, zoals modelling, exposure
en veranderen van problematische familie
interacties. Gemiddelde programmaduur is
12 sessies.
Individuele CGT (ambulant). Gemiddelde
programmaduur is 12 sessies.
• Angstvrij (ADIS-C/P; ADIS-Ouder-versie)
• Gewonnen QALY (EQ-5D)
de Bruin e.a.
(in print) [9]
Adolescenten met
insomnia (N=62)
CGT via internet (IT): i­ndividuele i­nternet­
begeleiding door een p
­ ersoonlijke
slaappsychotherapeut, doel is inzicht
in patroon van slapen en ontspanning
en gedachten hierover. Gemiddelde
programmaduur is 6 weken.
Groeps-CGT (GT): groepsbehandeling in een GGZcentrum door twee slaap­psychotherapeuten
om inzicht in slaap­­
en ontspanningspatroon
en g
­ edachten hierover te krijgen. Gemiddelde
­programmaduur is 6 weken.
• Subjectieve slaapefficiëntie (percentage
totale slaaptijd van tijd in bed)
• Gewonnen QALY (EQ-5D)
De Sonneville-­
Koedoot e.a.
2015 [10]
Kinderen op de
peuterspeelzaal die
stotteren (N=199)
Lidcombe Program(LP): Wekelijkse
oudertraining, om feedback op (uit)spraak
te geven (verbal contingencies). Gemiddelde
programmaduur is 22 tot 27 weken.
Demands Capacity Model (RESTART-DCM):
training van het kind om het kind vloeiender
te leren spreken en hij/zij sneller op de juiste
woorden komt. Gemiddelde programmaduur is
12 sessies.
­ ehandeld moet
• Aantal kinderen dat b
worden z­ odat 1 kind niet meer stottert
(Number Needed to Treat)
• Gewonnen QALY (proxy versie EQ-VAS
en HUI3)
Drost e.a.
2016 [11]
Schoolgaande
adolescenten (N=690)
Alcohol Alert: een online, op-maat-­gemaakt
computerspel om alcohol-­gerelateerde
socio-cognitieve factoren (attitude, sociale
invloed, self-efficacy verwachtingen,
actieplannen over a
­ lcohol drinken) te
veranderen en zo alcoholgebruik en binge
drinken te v
­ erminderen.
De interventie is afgelopen als de ­adolescent
zijn doel heeft bereikt.
Geen interventie. Na laatste meting kregen de
deelnemers de mogelijkheid om ook Alcohol
Alert te volgen.
• Gemiddeld verschil in aantal glazen
alcohol per week
• Aantal keer binge drinken in de
voorafgaande 30 dagen
Faber e.a.
2008 [12]
Jeugd met ADHD voor
wie b
­ ehandeling met
IR-MPH s­ uboptimaal is
Methylphenidate osmotic release oral
system (MPH-OROS): 1x per dag.
Immediate-release methylphenidate ­
(IR-MPH).
• Gewonnen QALY ­
(RCT Verenigd Koninkrijk)
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
21
Referentie
Doelgroep (N)1
Interventie2
Controle
Uitkomstmaat ­(meetmethode) 3 4
Grauvogl e.a.
2015 [13]
Adolescenten
met seksueel
­disfunctioneren (N=71)
1) Korte seksuele counseling: cognitieve
herstructurering, informatie verschaffen
en oefeningen gegeven door een seks
counselor voor jongeren die problemen
ondervinden op het g
­ ebied van seksuele
behoeften en aanrakingen. Behandelduur
is 3 s­ essies in 3 maanden.
Geen behandeling: deelnemers wordt gevraagd
niet deel te nemen aan een andere vorm van
hulp gedurende 6 maanden. Na deze tijd konden
ze naar keuze deelnemen aan één van beide
interventies.
• Afname seksuele problemen (FSFI, IIEF)
• Gewonnen QALY (SF-36)
2) Intensieve seksuele gezondheidszorg:
intensieve psychologische b
­ ehandeling
op basis van CGT door een gecertificeerd
seksuoloog voor jongeren met seksuele
problemen. Ook psychologische
problemen komen hier aan bod. Minimaal
6 ­wekelijkse sessies in 6 maanden.
HakkaartVan ­Roijen e.a.
2011 [14]
Ernstig dyslectische
kinderen die starten
met basisonderwijs
(N=193)
Dyslexie protocol: richtlijn gebaseerd
op de praktijk en op een computer­
gebaseerde behandelingsprogramma
Gramma. Doel is een functioneel lees- en
schrijfniveau, middels trainingssessies
en huiswerkopdrachten te bereiken.
­Gemiddelde behandelduur is een half jaar.
Reguliere zorg: een niet evidence-based
behandeling door de logopedist, huisarts, school
arts of geen behandeling.
• Gewonnen QALY (Nederlandse voornametingsstudie zonder controle groep
gekoppeld aan utiliteitswaarden op
basis van eigen panelresultaten onder
mensen met een medisch diploma in
het Erasmus MC en in een nationaal
consumenten panel).
Makkes
2015 [15]
Kinderen met ernstige
obesitas (N=80)
Kort intramuraal verblijf: multi­
disciplinaire leefstijlinterventie begeleid
door groepscoaches, gericht op voeding,
lichamelijke beweging en gedrags­verandering
met actieve participatie van de ouders/­
verzorgers vanaf de start van de behandeling.
Gemiddelde behandel­duur is 1 jaar, waarvan
2 maanden i­ntramurale behandeling.
Lang intramuraal verblijf: multi­disciplinaire
leefstijlinterventie begeleid door psycholoog,
diëtist of oefen­therapeut, gericht op voeding,
lichamelijke beweging en gedragsverandering
met actieve participatie van de ouders/
verzorgers. Gemiddelde behandelduur is 1 jaar,
waarvan 6 maanden intramurale behandeling.
• SDS-BMI (Cole’s least mean square
method, Growth Analyser)
• Gewonnen QALY (EQ-5D)
Posthumus
2009 [16]
Jonge kinderen
met oppositioneelopstandige/
antisociale
gedragsstoornissen en
hun gezin (N=100)
Incredible Years Basic: groepstraining
voor ouders van jonge kinderen
met een agressieve gedragstoornis.
­Doelen: verbeteren van positieve
opvoedvaardigheden en verminderen
van het gebruik van negatieve feedback
en harde discipline om zo het risico te
­verminderen op een chronisch patroon
van gedragsproblemen. Gemiddelde
behandelduur is 18 weken.
Reguliere zorg
• Afname van geobserveerd negatief
gedrag van het kind (DPICS-Revised).
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
22
Referentie
Doelgroep (N)1
Interventie2
Controle
Uitkomstmaat ­(meetmethode) 3 4
Simon e.a.
2012 [17]
Zeer angstige kinderen
en hun ouders (N=139)
1) Kind-interventie in groepssessies op de
basisschool na schooltijd geleid door 2
psychologen. ­Sessies zijn g
­ ebaseerd op
bestaande CGT p
­ rocedures (exposure
in-vivo, cognitief herstructureren, taak-­
concentratie en relaxatie). Gemiddelde
programmaduur is 8 sessies.
Geen interventie
• Kind met verbeterde score op
angstschaal (ADIS: effect size van de
veranderingen in angst ≥0,5)
2) Ouder-interventie: groeps- en telefonische
sessies na werktijd geleid door 2
psychologen. Ouders werden ­opgeleid tot
‘leek therapeut’ om hun kind te helpen
hun angst te overwinnen middels CGT:
stapsgewijze e
­ xposure in vivo, cognitief
herstructureren, m
­ odelling, taak­
concentratie, relaxatie en bekrachtiging.
­Gemiddelde programmaduur is 3 groepsen 5 telefonische sessies.
Simon e.a.
2013 [18]
Gemiddeld en sterk
angstige k
­ inderen van
8-12 jaar op r­ egulier
primair onderwijs
1) Kind-interventie: Een eenmalige screening
op school om disfunctionele niveaus van
angst bij kinderen vroeg op te sporen,
gevolgd door een vroege interventie voor
angst bij kinderen.
2) Ouder-interventie: Een eenmalige
screening op school gevolgd door een
vroege interventie voor angst bij kinderen
gericht op de ouders.
3) Kind- of ouder-interventie: een eenmalige
screening op school gevolgd door hetzij
een vroege interventie voor angst bij
kinderen gericht op de ouders, hetzij een
dergelijke inter­ventie maar dan gericht op
de kinderen zelf. Keuze is afhankelijk van
de angst van de ouders.
Geen interventie
• Kind met verbeterde score op
angstschaal (ADIS: effect size van de
veranderingen in angst ≥0,5)
Snoeren 2014
[19]
Mishandelde kinderen
en hun primaire
verzorger (N=117)
Kind-interview. Zowel kind als v
­ olwassene
worden geïnterviewd tijdens het AMK
onderzoek. Doel is om het bestaan van
problemen in en buiten de familie te
ontdekken, te onderzoeken of de familie hulp
nodig heeft en bereid is deze te accepteren,
en om kinderen een gevoel van controle te
geven.
Volwassene-interview. Alleen volwassenen
(meestal beide ouders, leraar en huisarts,
soms familieleden, maatschappelijk werkers,
therapeuten of zorg­specialisten) worden
geïnterviewd tijdens het AMK onderzoek om het
bestaan van problemen in en buiten de familie
te ontdekken en om te onderzoeken of de familie
hulp nodig heeft en bereid is deze te accepteren.
• Verbetering gedragsproblemen (CBCL)
• Kwaliteit van leven (PEDsQL)
• Gewonnen QALY (rating schaal)
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
23
Referentie
Doelgroep (N)1
Interventie2
Controle
Uitkomstmaat ­(meetmethode) 3 4
Te Velde e.a.
2011 [20]
Basisschool kinderen
in groep 7 en 8
(N=1506)
1) Pro Children interventie: Interventie
op school met als doel om fruit- en
groenteconsumptie van kinderen
te verbeteren. Onderdelen: 2 keer
per week gratis fruit/ groente, een
schoolcurriculum (werkschema en online
feedback) en betrekken van ouders
(nieuwsbrief, huiswerk van kinderen,
ouderversie van computer i­nstrument).
Geen interventie
• DALYs (o.b.v. 2 aparte studies,
waarbij met een epidemiologisch
model de prevalentie van
morbiditeit en mortaliteit is
berekend en gecombineerd met de
levensverwachting en de Nederlandse
disability weights.
2) Schoolgruiten interventie: Interventie
op school met als doel om de fruit- en
groenteconsumptie van kinderen
te verbeteren. Onderdelen: een
­gratis fruit- en groenteschema en
een schoolcurriculum om kennis
en v
­ aardigheden over groente- en
fruitconsumptie te vergroten. Dit
­programma bevat geen familie
­component of online feedback.
Van de Wiel
e.a. 2003 [21]
Kinderen met
agressieve
­gedragsstoornissen
(N=77)
Utrecht Coping Power Program (UCPP):
Aangepaste Coping Power Program.
Groepsbehandeling door een klinischonervaren maar getrainde therapeut.
Ouders leren opvoedvaardigheden en
stressmanagement. Kinderen leren
­communicatievaardigheden, omgaan
met gevoelens en emoties, en problemen
oplossen. Gemiddelde programmaduur: 15
ouder- en 23 wekelijkse kind-sessies.
Reguliere psychiatrische zorg gegeven in
poliklinische centra: CGT, ­familietherapie,
psychoanalytische psychotherapie, ­begeleiding
van ouders, sociale vaardigheden training. De
meerderheid van de deelnemers kregen 2 of 3
therapieën gedurende 9 maanden, vaak parallel.
De therapeut werd hierin begeleid.
• Gemiddelde SD verbetering in openlijk
agressief/ opstandig gedrag (PDR);
openlijk/verborgen antisociaal gedrag
(IAB); delinquentie/ agressie (CBCL);
disfunctioneren op school (CBCLTeacher); intramurale therapie en
politiecontact; prosociaal gedrag
(MESSY).
Van Steensel
e.a. 2014 [22]
Kinderen met
autistisch spectrum
stoornis en
angststoornissen en
hun ouder(s) (N=49)
Denken + Doen = Durven’: een i­ndividuele
cognitieve gedrags­therapie voor jeugdigen
en hun ouder(s) om angststoornissen te
verhelpen. In ­wekelijkse bijeenkomsten
krijgt de j­eugdige geleerd om met zijn of
haar angst om te gaan. De gemiddelde
­programmaduur is 15 sessies.
Reguliere therapie bestaande uit uiteenlopende
interventies: bully-proofing, intensieve
psychiatrische behandeling, medicatie tegen
angst, sociale vaardigheidstraining, psychoeducatie voor ASS-gerelateerde problemen,
(combinatie van) individuele, oudergerichte- of
familiegerichte psychosociale behandelingen
voor ASS-gerelateerde problemen.
• Percentage kinderen vrij van hun
primaire angststoornis (ADIS-C/P)
• Gewonnen QALY (EQ-5D)
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
24
Referentie
Doelgroep (N)1
Interventie2
Controle
Uitkomstmaat ­(meetmethode) 3 4
Vermeulen
e.a. 2016 [23]
Adolescenten
met ­chronisch
­antisociaal en ernstig
­gewelddadig gedrag
(N=116)
Multi Systeem Therapie (MST): een
­intensieve, kortdurende thuis- en
buurtinterventie gericht op ouders en
andere sleutelfiguren in de omgeving van
de jongere, maar vaak krijgt de jongere
zelf ook training om vaardig­heden, het
functioneren op school en de omgang met
pro-sociale leeftijd­genoten te ­verbeteren. De
behandelduur is g
­ emiddeld 3 tot 5 maanden.
Reguliere therapie: standaard b
­ egeleiding
(jeugdrecht en kinder­bescherming), maar
voornamelijk Family-Focused T
­ herapy. Deze
therapie is een p
­ oliklinische interventie gericht
op de familie van de adolescent om familie­
relaties in te verbeteren, familieleden hun
verantwoordelijkheid te laten nemen en
bereidheid tot probleem­oplossing te stimuleren.
De behandelduur is ­gemiddeld 3-4 maanden.
• Verbetering kwaliteit van leven (EQ-5D)
Vijgen e.a.
2008 [24]
Schoolgaande
jongeren in de tweede
en derde klas van de
middelbare school (N=
1000)
Social Influence (SI) programma: een
­onderwijsprogramma voor tweede­klassers
gericht op het beïnvloeden van sociale
normen en sociale druk om te gaan roken
door gedrag, sociale druk en sociale normen
te bespreken in wekelijkse sessies met een
peer. De gemiddelde programmaduur is 5
weken.
Scholen zonder SI programma.
• Gewonnen levensjaren (CZM)
• Gewonnen QALY (CZM)
Wansink e.a.
2016 [25]
Ouders met een
psychiatrische
stoornis en
risicofactoren
voor slechte
opvoedvaardigheden
(N=99)
Preventive basic care management (PBCM):
een interventie gericht op het verbeteren
van opvoedvaardigheden in families
waarvan één van de ouders psychische
problemen heeft om het ontwikkelen
van probleemgedrag bij de kinderen te
voorkomen. Duur van interventie was
afhankelijk van de vooruitgang van de
ouders en kinderen.
Reguliere zorg: informatie over COPMIinterventies (interventies voor kinderen van
ouders met psychische problemen) en de
mogelijkheid om gebruik te maken van COPMIconsultaties en COPMI support groepen naast
psychiatrische behandeling.
• Verbetering opvoedkwaliteiten (HOME)
1
ADHD, Attention Deficit Hyperactivity Disorder; IR-MPH, immediate release methylphenidate
CGT, cognitieve gedragstherapie; AMK, Advies- en Meldpunt Kindermishandeling; COPMI, Children of parent with mental illnesses
3 ADIS, Anxiety Disorders Interview Schedule (-C, child-version; -P, parent version; -C/P, child/parent version); QALY, Quality adjusted life years; EQ-5D, EuroQoL-5D; EQ-VAS, EuroQol-VAS; HUI3, Health Utilities Index 3; FSFI, Female
Sexual Function Index; IIEF, International Index of Erectile Function; SF-36, 36-item Short Form Health Survey; SDS-BMI, standaarddeviatie score Body Mass Index; DPICS, Dyadic Parent-child interaction Coding System; CBCL, Child
Behavior Checklist; PEDsQL, Pediatric Quality of Life Inventory; DALY, Disability Adjusted Life Years; SD, standaarddeviatie; PDR, Parent Daily Report; IAB, Interview for Antisocial Behavior; MESSY, Matson Evaluation of Social Skills
with Youngsters; CZM, Chronische Ziekten Model van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu; HOME, Home Observation for Measurement of the Environment Inventory.
4 Genoemde meetinstrumenten beschikken over acceptabele psychometrische eigenschappen
2
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
25
Tabel 2. Methodologische karakteristieken van volledige economische evaluatiestudies gericht op jeugd in Nederland
Kosten binnen
­gezondheidszorg
Kosten van
patiënten en
familie
Kosten in andere
sectoren
Disconteringspercentage/
Referentiejaar
Referentie
Vorm1
Perspectief/
Tijdshorizon
Bodden
e.a. 2008
[8]
TBEE; KEA,
KUA; RCT
Maatschappelijk
15 maanden
Interventie
Consultaties GGZ
Consultaties GZ
Medicatie
Apotheekkosten
Extramurale
­behandeling
Huishoudelijke
hulp
Kinderopvang
Mantelzorg
out-of-pocket
kosten
Productiviteits-­
verlies
Onbetaald werk
Verlies vrije tijd
Huishoudelijk werk
Afwezigheid school
Kosten: 4%/
onbekend
De kans dat familie- in vergelijking met individuele
CGT kosteneffectief is, was 36% tot 19% voor
WTP’s van €2.500 tot €37.500 per QALY en 24% tot
4% voor WTP’s van €2.500 tot €37.500 per extra
angstvrij kind. Familie CGT is niet kosteneffectief
in vergelijking met individuele CGT (IKUR en IKER
inferieur: € 299 hogere kosten, 0,02 en 0,15 minder
QALY’s en angstvrije kinderen). Deze conclusie was
robuust in sensitiviteitsanalyses.
de Bruin
e.a. (in
print) [9]
TBEE; KEA,
KUA; RCT
Maatschappelijk
12 maanden
Consultaties GZ
Consultaties GGZ
Medicatie
Mantelzorg
Out-of-pocket
kosten
Onderwijs-­
ondersteuning
Vrij verkrijgbare
medicatie
Extra hulp school/
thuis
Productiviteits­
verlies
N.v.t./ 2014
De kans dat internet CGT in vergelijking met
groep CGT kosteneffectief is, was 95% tot 76%
en 95% tot 42% voor WTP’s van €0 tot €20.000
per QALY en per extra kind met een subjectieve
slaapefficiëntie van tenminste 85%, respectievelijk
(IKUR is d
­ ominant, IKER is €12.572 per extra kind
met acceptabele subjectieve slaapefficiëntie:
€405 minder, geen verschil in QALY’s en 0,04
minder kinderen met een acceptabele subjectieve
slaapefficiëntie). Deze resultaten zijn robuust
in een gezondheidszorgperspectief, maar de
kans op kosteneffectiviteit neemt af als lopende
kosten van Internet CGT worden meegenomen of
wanneer de reliable change index van subjectieve
­slaapefficiëntie wordt gebruikt als uitkomstmaat.
De
SonnevilleKoedoot
e.a. 2015
[10]
TBEE; KEA,
KUA; RCT
Maatschappelijk
18 maanden
Interventie
Consultaties GZ
Out-of-pocket
kosten
Tijdsinvestering
interventie
thuis
Sensitiviteitsanalyse:
Kosten: 4%
Effecten: 1,5%/
2010
De kans dat het Lidcomb programma in vergelijking
met RESTART-DCM kosten­effectief is, was 55% tot
74% en 95% tot 99% voor WTP’s van €20.000 tot
€35.000 per u-QALY of per v-QALY, respectievelijk
(IKUR is € 10.413/u-QALY, IKUR is € 18.617/ v-QALY,
IKER is €3.360 per extra kind zonder stotter: €168
meer, 0,013 u-QALY meer, 0,018 v-QALY meer, 5,1%
meer kinderen zonder stotter). Resultaten zijn
robuust in sensitiviteitsanalyse waarin de kosten
en effecten verdisconteerd zijn. Het Lidcomb
programma kan als een k
­ osteneffectief alternatief
van RESTART-DCM kunnen worden beschouwd.
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
Kosteneffectiviteit2
26
Perspectief/
Tijdshorizon
Kosten binnen
­gezondheidszorg
Kosten van
patiënten en
familie
Kosten in andere
sectoren
Disconteringspercentage/
Referentiejaar
Referentie
Vorm1
Drost e.a.
2016 [11]
TBEE; KEA;
RCT
Maatschappelijk
Gezondheids­
zorg
4 maanden
Interventie
Consultaties GZ
Consultaties GGZ
Ziekenhuiskosten
Middelen­
gebruik
Dagelijkse
­activiteiten
Schoolverzuim
Productiviteits-­
verlies
Jeugdhulp en
-ondersteunings-­
instellingen
Politie en justitie
Kinderbescherming
N.v.t./ 2014
Alcohol Alert heeft in vergelijking met reguliere
zorg respectievelijk 23% en 25% kans op
kosteneffectiviteit in het verminderen van
alcoholgebruik en binge drinken onder adolescenten
voor een WTP van €0 per glas alcohol per week
minder of per keer binge drinken in 30 dagen minder
en stijgt tot 80% voor een WTP van €700 (vanuit
een maatschappelijk perspectief, IKER is €62 per
glas alcohol minder en €144 per keer minder binge
drinken: €74,03 meer, 0,73 minder glazen alcohol
en 0,49 keer minder binge drinken). De resultaten
waren robuust in de sensitiviteitsanalyse, met
uitzondering van de exclusie van uitschieters voor
kosten. Alcohol Alert is kosten­effectief voor oudere
adolescenten en lager opgeleiden, maar niet voor
vrouwen en niet-­Nederlandse adolescenten.
Faber e.a.
2008 [12]
MBEE; KUA;
besluitboom
Markovmodel
Maatschappelijk
10 jaar
Consultaties GZ
Consultaties GGZ
Medicatie
Extramurale
­behandeling
Ziekenhuiskosten
-
Speciaal onderwijs
Kosten: 4%
Effecten: 4%/
2005
MPH-OROS is kosteneffectief in v
­ ergelijking met
IR-MPH (IKUR is €2004/QALY; €276 meer, 0,13
QALY’s minder), maar deze IKUR was gevoelig voor
­verandering in gebruik van (zorg) diensten en
middelen en kans op stoppen met behandeling in
het voordeel van IR-MPH (met een IKUR tot € 12.534/
QALY).
Grauvogl
e.a. 2015
[13]
TBEE; KEA;
KUA; RCT
Maatschappelijk
6 maanden
Interventie
Consultaties GZ
Consultaties GGZ
Verslavingszorg
Ziekenhuiskosten
Medicatie
Out-of-pocket
kosten
Informele hulp
Productiviteits-­
verlies
Schoolverzuim
Maatschappelijk
werk
N.v.t./ 2012
Korte seksuele counseling lijkt de meest
kosteneffectieve behandeling in vergelijking met
Intensieve seksuele gezondheidszorg en geen
therapie. De kans op kosteneffectiviteit is 79% tot
34% voor WT’Ps van €0 tot €32.500 per v
­ erbetering
in seksueel functioneren en 81% tot 75% voor WTP’s
van €0 tot €11.000 per g
­ ewonnen QALY. Resultaten
­bleken r­ obuust in de sensitiviteits­analyse,
­behalve voor g
­ eslacht waarbij voor j­ongens geen
behandeling kosteneffectief was ten opzichte van de
beide andere interventies op basis van niveau van
­seksueel functioneren.
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
Kosteneffectiviteit2
27
Perspectief/
Tijdshorizon
Kosten binnen
­gezondheidszorg
Kosten van
patiënten en
familie
Kosten in andere
sectoren
Disconteringspercentage/
Referentiejaar
Referentie
Vorm1
HakkaartVan Roijen
e.a. 2011
[14]
MBEE; KUA;
Markovmodel
Maatschappelijk
6, 12, 18 jaar
Interventie
Consultaties GZ
-
Onderwijsondersteuning
Kosten: 4%
Effecten: 1,5%/
2006
De lange termijn kosteneffectiviteit van het dyslexie
protocol is over het algemeen gunstig in vergelijking
met reguliere zorg (IKUR is 58.647/QALY aan begin
basis­onderwijs, 26.386/QALY aan begin voortgezet
onderwijs, 17.663/QALY na v
­ oortgezet onderwijs
door meer kosten en meer gewonnen QALY’s als
gevolg van het dyslexie protocol), maar de IKURs
worden beïnvloed door de gestelde a
­ ssumpties over
kosten en effecten.
Makkes
2015 [15]
TBEE; KEA,
KUA; RCT
Maatschappelijk
24 maanden
Interventies
Consultaties GZ
Out-of-pocket
kosten
Productiviteits­
verlies ouders
Kosten: 4%
Effecten: 1,5%/
2010
De behandeling met kort intramuraal verblijf
is 100% kosteneffectief in vergelijking met de
behandeling met lang intramuraal verblijf bij WTP’s
tot € 50.000/SDS-BMI punt (IKER is €-1.479.463/SDSBMI punt (dominant): €23.639 minder en 0,02 SDSBMI meer effect ). The IKUR is €344.744/QALY (0,07
gewonnen QALY’s minder), waarbij het korte verblijf
kosteneffectief was in vergelijking met het lange
verblijf. Deze conclusie bleef onveranderd in de
sensitiviteitsanalyses, met uitzondering van meisjes
in meer kosten per SDS-BMI punt vermindering.
Post­humus
2009 [16]
TBEE; KEA;
case-­
control
design
Maatschappelijk
Publieke
­autoriteiten
Ouders
28,5 maanden
Interventie
Consultaties GZ
Consultaties GGZ
Medicatie
Extramurale
­behandeling
Ziekenhuiskosten
Verwijzingskosten
Kinderopvang
Mantelzorg
Out-of-pocket
kosten
Schade aan
derden
Huishoudelijke
hulp
Dagelijkse
­activiteiten
Productiviteits­
verlies
Maatschappelijk
werk
Kinderbescherming
Onderwijs­
ondersteuning
Speciaal onderwijs
Cluster 4 onderwijs
Bedrijfsarts
Kosten: 4%/
2008
Het IY-programma is in vergelijking met reguliere
zorg kosteneffectief vanuit een maatschappelijk
perspectief (IKER is dominant: € 1.051 minder en
4,5 punten meer afname van negatief gedrag) en dit
resultaat was robuust voor de sensitiviteitsanalyse.
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
Kosteneffectiviteit2
28
Kosten binnen
­gezondheidszorg
Kosten van
patiënten en
familie
Referentie
Vorm1
Simon e.a.
2012 [17]
TBEE; KEA;
RCT
Maatschappelijk
24 maanden
Medicatie
Interventie
Consultaties GZ
Consultaties GGZ
Apotheekkosten
Ziekenhuiskosten
Kinderopvang
Mantelzorg
Out-of-pocket
kosten
Vrij verkrijgbare
medicatie
Dagelijkse
­activiteiten
Ouders
Productiviteitsverlies ouders
­Schoolverzuim
Kosten: 4%/
2008
Geen interventie toepassen is niet kosteneffectief
in vergelijking met de ouderinterventie (IKER
inferieur) en deze conclusie was robuust in de
sensitiviteitsanalyse. De ouderinterventie heeft in
vergelijking met de kind-interventie 37% tot 40%
kans op kosteneffectiviteit voor WTP’s lager dan €
3.000 en de kind-interventie is in vergelijking met de
ouderinterventie kosteneffectief bij hogere WTP’s
(IKER is €4.364/ kind verbeterd op ADIS: €261,84
meer en een proportie van 0,06 meer kinderen
met een verbeterde ADIS score voor de kindinterventie). Maar er is w
­ einig verschil in kans op
kosteneffectiviteit en daardoor is de keus onzeker.
Simon e.a.
2013 [18]
MBEE; KEA;
besluitboom
Maatschappelijk
24 maanden
Interventie
Medicatie
Consultaties GZ
Consultaties GGZ
Out-of-pocket
kosten
Kinderopvang
Tijd
geïnvesteerd in
therapie
Productiviteits­
verlies
Schoolverzuim
Kosten: 4%/
2012
Geen interventie of een kind- of ouderinterventie
geven afhankelijk van de angst bij ouders waren
dominant in vergelijking met de kind-interventie en
de ouderinterventie. Deze laatste twee interventies
zijn daarom niet kosteneffectief. De IKER voor de
kind- of ouderinterventie afhankelijk van de angst
bij ouders ten opzichte van geen interventie is
€107/kind met verbetering op ADIS (€ 1,07 meer
kosten en een proportie van 0,01 meer kinderen
met een verbeterde ADIS score). Resultaten waren
redelijk robuust voor sensitiviteitsanalyses, maar
dominantie van geen interventie of de interventie
afhankelijk van de angst bij ouders ten opzichte
van elkaar was afhankelijk van de participatie in de
screening en de kans op een screeningsresultaat
van ‘zeer angstig’.
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
Kosten in andere
sectoren
Disconteringspercentage/
Referentiejaar
Perspectief/
Tijdshorizon
Kosteneffectiviteit2
29
Perspectief/
Tijdshorizon
Kosten binnen
­gezondheidszorg
Kosten van
patiënten en
familie
Kosten in andere
sectoren
Disconteringspercentage/
Referentiejaar
Referentie
Vorm1
Snoeren
2014 [19]
TBEE; KEA,
KUA; quasiexperimenteel
Maatschappelijk
12 maanden
Interventie
Consultaties GZ
Consultaties GGZ
Hospitalisatie
Extramurale
­behandeling
Verslavingszorg
-
Jeugdhulp en
ondersteunings-­
instellingen
Maatschappelijk
werk
Schoolverzuim
Politie en justitie
Financiële
­ondersteuning
Persoonsgebonden
budget
N.v.t./ 2013
Het kind-interview lijkt kosteneffectief in vergelijking
met het volwassene-interview. Het kind-interview
heeft in vergelijking met het volwassene-interview
een kans op kosteneffectiviteit van 60% tot
76% en 71% tot 93% voor WTP’s van €0 tot €
20.000 respectievelijk per punt verbetering in
gedragsproblemen (IKER is dominant: €437,32
minder kosten en 3,18 meer punten verbetering in
gedragsproblemen ) en per gewonnen QALY’s (IKUR
is dominant: 0,09 meer gewonnen QALY’s). Voor
kwaliteit van leven is deze kans 61% voor een WTP
van € 0 en 91% voor WTP’s hoger dan € 2.500 (IKER
is dominant). Deze resultaten waren robuust in de
sensitiviteitsanalyses. Resultaten geven echter geen
definitief uitsluitsel, omdat de twee interventies
vergelijkbaar zijn in kosten en effecten.
Te Velde
e.a. 2011
[20]
MBEE; KEA;
epidemiologisch
model
Gezondheids­
zorg
Levenslang
over een cohort
kinderen dat
in 2003 10 jaar
oud was.
Interventie
Hospitalisatie
Consultatie GZ
-
-
Kosten: 3%
Effecten: 3%/
2006
Zowel Pro Children en Schoolgruiten zijn
kosteneffectief in vergelijking met geen interventie
bij een WTP van 19.600/DALY, maar dit is afhankelijk
van de effectsduur van de interventies en het
disconteringspercentage. Pro Children heeft in
vergelijking met Schoolgruiten een kans van 67%
op kosteneffectiviteit voor een WTP van 19.600/
DALY (IKER is dominant, Netto Monetaire Winst is
€6,5 miljoen). Deze conclusie was robuust voor de
­sensitiviteitsanalyses, maar onzekerheid is groot
(95% CI Netto Monetair Winst -€8,5 miljoen tot €36,4
miljoen).
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
Kosteneffectiviteit2
30
Kosten binnen
­gezondheidszorg
Kosten van
patiënten en
familie
Kosten in andere
sectoren
Disconteringspercentage/
Referentiejaar
Referentie
Vorm1
Perspectief/
Tijdshorizon
Van de Wiel
e.a. 2003
[21]
TBEE; KEA;
RCT
Institutioneel
15 maanden
Interventie
-
-
Geen
discontering/
onbekend
UCPP voor kinderen met agressieve
gedragsstoornissen in poliklinieken of in
psychiatrische zorg voor kinderen is een
economischere behandeling dan reguliere therapie:
het verschil in kosten tussen baseline en 9 maanden
na afronden i­nterventie is €915/ gemiddelde
­s tandaarddeviatie van de 7 uitkomst­maten
voor UCPP ten opzichte van €1.588/gemiddelde
standaarddeviatie van de 7 uitkomstmaten voor
reguliere zorg. Er is geen IKER berekend.
Van
­Steensel
e.a. 2014
[22]
TBEE; KEA,
KUA;
quasirandomisatie
Maatschappelijk
6 maanden
Medicatie
Consultaties GZ
Consultaties GGZ
Kinderopvang
Mantelzorg
Out-of-pocket
kosten
Vrij verkrijgbare
medicatie
Dagelijkse
­activiteiten kind
en ouder
Schoolverzuim
Productiviteits­
verlies ouders
Speciaal onderwijs
Persoonsgebonden
budget
N.v.t./ 2010
Kosteneffectiviteit van Denken+Doen=Durven (CGT)
in v
­ ergelijking met reguliere therapie u
­ itgedrukt in
kosten per QALY is zeer onzeker (IKUR is dominant:
€210 minder kosten en 0,01 meer gewonnen
QALY’s ), met een kans van 54% en 59% op
kosteneffectiviteit bij een WTP van €0 en €20.000.
In de sensitiviteitsanalyse varieert de kans t­ ussen
44% en 92%. CGT lijkt kosteneffectief in vergelijking
met reguliere therapie in kosten per kind vrij van
primaire angststoornis (IKER is dominant: proportie
van 0,19 meer kinderen vrij van angststoornis). Kans
op kosteneffectiviteit van CGT in vergelijking met
reguliere zorg bij een WTP van €5.000 per kind vrij
van primaire angststoornissen was 76% en varieert
in de sensitiviteitsanalyse van 45% tot 100%).
Vermeulen
e.a. 2016
[23]
TBEE; KEA;
RCT
Maatschappelijk
8-11 maanden
Voor ouder en kind
Interventie
Consultaties GZ
Hospitalisatie
Intramurale
­behandeling
­Verslavingszorg
Voor ouder en
kind
Out-of-pocket
kosten
Productiviteits­
verlies
Onderwijs-­
ondersteuning
Justitie (ouders en
kind)
Jeugdhulp en
ondersteunings-­
instellingen
Detentiecentrum
N.v.t./ 2011
Voor een WTP van € 0 per score op EQ-5D is er 75%
kans dat MST in vergelijking met reguliere therapie
(FFT) kosteneffectief is (IKER is dominant, maar geen
significant verschil in de score op de EQ-5D tussen
beide interventies) en veranderd niet voor andere
WTP’s.
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
Kosteneffectiviteit2
31
1
2
Referentie
Vorm1
Perspectief/
Tijdshorizon
Kosten binnen
­gezondheidszorg
Vijgen e.a.
2008 [24]
MBEE; KEA;
KUA; CZM
Gezondheids­
zorg 100 jaar
Interventie
Zorgkosten door
rook-gerelateerde
ziekten en
toekomstige
zorgkosten
Wansink
e.a. 2016
[25]
TBEE; KEA;
RCT
Maatschappelijk
Sociaal welzijn
Gezondheids­
zorg
18 maanden
Interventiekosten
Consultaties GGZ
Consultaties GZ
Kosten van
patiënten en
familie
Kinderopvang
Kosten in andere
sectoren
Jeugdhulp en
-ondersteunings-­
instellingen
Formele zorg kind
Onderwijs
Politie en justitie
Schuldhulpverlening
Disconteringspercentage/
Referentiejaar
Kosteneffectiviteit2
Kosten: 4%
Effecten: 4%/
2004
Het SI-programma lijkt vanuit een
gezondheidszorgperspectief kosten­effectief (IKUR
van €19.900 per gewonnen QALY en IKER van
€18.200 per gewonnen levensjaar, dat beide onder
een WTP van €20.000 ligt), maar dit moet voorzichtig
geïnterpreteerd worden door de assumpties die
gedaan zijn voor deze studie. De IKER is robuust
voor variaties in interventiekosten, maar de IKER en
IKUR zijn wel sterk afhankelijk van de tijdshorizon,
omdat de grootste effecten op gezondheid pas later
duidelijk worden.
Geen
discontering/
2012
De kans op kosteneffectiviteit van PBCM
in vergelijking met reguliere zorg (IKER is
€175/ verbetering HOME-T score vanuit een
maatschappelijk perspectief: € 596meer kosten
en 3,82 hogere score op HOME) is, voor een
WTP van € 0, 39% vanuit een maatschappelijk
perspectief. Voor WTP’s hoger dan € 2.500, is de
kans op kosteneffectiviteit bijna 100% voor alle
perspectieven.
TBEE, Trial-based economische evaluatiestudie (empirisch onderzoek); MBEE, model-based economische evaluatiestudie (beslismodel); KEA, kosteneffectiviteitsanalyse; KUA, kostenutiliteitsanalyse; RCT, gerandomiseerde,
gecontroleerde studie; CZM, Chronische Ziekten Model van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
CGT, cognitieve gedragstherapie; IKUR, incrementele kostenutiliteitsratio; WTP, willingness to pay/referentiewaarde; u-QALY, utiliteit QALY op basis van HUI3; v-QALY, VAS QALY op basis van EQ-VAS); MPH-OROS, methylphenidate
osmotic release oral system; IR-MPH, immediate-release methylphenidate; BSC, Brief Sex Counseling; ISH, Intensive Sex Counseling; IKER, incrementele kosteneffectiviteitsratio; SDS-BMI, standaarddeviatie score Body Mass Index;
IY, Incredible Years programma; UCPP, Utrecht Coping Power Program; MST, Multi Systeem Therapie; FFT, Family-Focused Therapy; SI-programma, Social Influence-programma; PBCM, Preventive basic care management; HOME,
Home Observation for Measurement of the Environment Inventory
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
32
Tabel 3A. Niet volledige economische evaluatiestudies
1
2
3
Referentie
Vorm1
Doelgroep
Interventie
Controle2
Kosteneffectiviteit 3
Peters-­
Scheffer e.a.
2012 [30]
Cost-offset analyse
Kinderen
met autisme
spectrum
stoornis
Family Group Conference wordt in jeugdhulp gebruikt
als een beslissings­model waarin/-mee gezinnen samen
met anderen in hun sociale netwerk, zoals familie,
buren, vrienden en a
­ nderen, een plan maken om
hun problemen op te lossen. ­Professionals zijn wel
betrokken maar alleen om te bepalen of de plannen
die g
­ emaakt worden door de familie-groep ­voldoende
veilig zijn voor de k
­ inderen én om informatie te
verschaffen ­professionele hulp.
Reguliere zorg
De geschatte winsten (€ 1.103.067 per kind,
€ 26-43 miljard voor de hele p
­ opulatie met
schoolleeftijd) lijken h
­ oger dan de kosten
van het p
­ rogramma (ongeveer € 100.000 per
programma).
Schawo e.a.
2012 [31]
MBEE; KEA; ontwikkeling
van een Markov-model om
­preventieve inter ­venties
tegen criminaliteit en
jeugdhulp-­behandelingen
te beoordelen. De gekozen
interventies zijn voor
illustratieve doeleinden
gebruikt.
Jeugd met
­crimineel
gedrag
Family Functioning Therapy (FFT): een systemische
interventie om ter p
­ reventie en behandeling crimineel
gedrag in jeugdzorg. Gericht op het verbeteren van
het functioneren van de familie en kan ingrijpen in de
schoolomgeving en met peers.
Reguliere
therapie: een
vergelijkbare
therapie die
een delinquent
zou hebben
gekregen als hij
FFT niet krijgt,
bv. MST, CGT.
Resultaten van kosteneffectiviteit van FFT in
vergelijking met regulier t­ herapie zijn voor
illustratieve doel­einden door afwezigheid
van empirische data: FFT resulteert in betere
effecten en lagere kosten in vergelijking met
reguliere therapie, IKER 1.246 euro/ CAFY,
maar resultaten zijn sterk afhankelijk van de
transitiekans in beide interventies.
Slot e.a.
1992a [28]/
Slot e.a.
1992b [29]
Kostvergelijkings-studie
Jongeren met
­antisociaal
gedrag
(N=115)
Kursushuis programma: gebaseerd op het Amerikaanse
Teaching Family Model, waarbij een volwassen koppel
samenwoont met 8 jongeren. In het programma
wordt een motivatiesysteem gebruikt, waarbij punten
ingewisseld kunnen worden voor privileges, een
autonomie-systeem door de input van de jongere in
dagelijkse leefregels en ervaringen toe te laten, een
systematische interactiestijl tussen koppel en jongeren
waarbij de focus ligt op het aanleren van sociale
vaardigheden uit een gestandaardiseerd curriculum,
en de nadruk ligt op normalisatie. De eerste 4-6 weken
worden algemene taken (huishouden, persoonlijke
hygiëne, luisteren naar feedback) aangeleerd. Daarna
worden doelen geformuleerd voor specifieke taken.
Plaatsing in een
Nederlands
­penitentiaire
­instituut (N=57)
Jeugd die Kursushuis heeft gevolgd hebben
een vergelijkbare v
­ erbetering op YEL als jeugd
in justitionele i­nstelling. De kosten zijn echter
1/4 van de kosten die horen bij een opname. Er
is een indicatie dat het K
­ ursushuis p
­ rogramma
kosteneffectief is in vergelijking met een
staatsinstituut.
MBEE, model-based economische evaluatiestudie (beslismodel)
MST, Multi Systeem Therapie; CGT, cognitieve gedragstherapie
IKER, incrementele kosteneffectiviteitsratio; CAFY, Criminal activity free year.
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
33
Tabel 3B. Protocollen van of beschrijving van lopende volledige economische evaluatiestudies
Publicatie-­
type
Vorm1
Doelgroep (N)2
Interventie3
Controle3
Ascher e.a.
2014 [43]
Protocol
TBEE; KEA; RCT
Families die
­verwezen zijn naar
Bureau Jeugdzorg
Amsterdam.
Family Group Conference wordt in jeugd­
hulp gebruikt als een beslissingsmodel
waarin/-mee gezinnen samen met anderen
in hun sociale netwerk, zoals familie, buren,
vrienden en anderen, een plan maken om
hun problemen op te lossen. Professionals
zijn wel betrokken maar alleen om te
bepalen of de plannen die gemaakt worden
door de familie-groep voldoende veilig
zijn voor de kinderen én om informatie
te verschaffen over m
­ ogelijkheden van
professionele hulp.
Reguliere zorg: de gezins­manager
is degene die het behandel­
plan uitdenkt, ontwikkelt en
­organiseert (i.p.v. de familie). De
controle over het plan ligt bij de
gezinsmanager.
Niet
gespecificeerd
Hoek e.a.
2009 [42]
Protocol
TBEE; RCT
Adolescenten
van de algemene
bevolkingspopulatie
met milde tot matige
depressieve en/of
angst symptomen
en bereid zijn een
zelfhulpcursus te af
te ronden.
Internet zelfhulp therapie met als doel het
probleemoplossend vermogen te vergroten
van jongeren met angst- en d
­ epressieve
klachten. In de cursus gaat het over hoe
om te gaan met v
­ erschillende typen
­problemen. Jongeren maken ­oefeningen
en ontvangen hierop feedback en onder­
steuning middels email van p
­ rofessionals.
De cursus duurt 5 weken.
Wachtlijst groep: ontvangen geen
interventie of ondersteuning,
alleen een link naar een website
met algemene informatie
over depressie en angst. Ze
kunnen alsnog beginnen met de
­interventie 4 maanden nadat de
interventie groep de cursus is
begonnen.
Niet
gespecificeerd
Hofsteenge
e.a. 2008
[41]
Protocol
TBEE; RCT; KEA
Adolescenten (12-18
jaar) met over­
gewicht of obesitas.
(o.b.v. Cole criteria)
(N=108).
Go4it is een multidisciplinaire groeps­
behandeling voor kinderen met obesitas.
Doel is inzicht in en gedragsverandering op
het gebied van leefstijl. Dit gebeurt door
voorlichting en CGT. De totale behandel­
duur is 9 maanden.
Ondersteuning van een diëtiste.
Kwaliteit van leven (CHQ,
PEDsQL)
BMI (Cole e.a.)
Fysieke activiteit (AQUAA)
Eetgedrag (DEBQ)
Janssen e.a.
2014 [47]
Design
studie
TBEE: KEA, KUA;
niet-gerandomiseerde,
vergelijkende vooren n
­ ametingsstudie
Kinderen en
adolescenten
(6-18 jaar) die
doorverwezen
zijn naar een GGZ
centrum voor
kinderen voor
vermoedelijke
ongecompliceerde
ADHD (N=180).
Het TORNADO programma is bedoeld
om de tijd tussen verwijzing en start
behandeling van patiënten van ADHD te
verminderen. Het combineert een versneld
traject van diagnose en behandelplannen,
gevolgd door psycho-educatie in een
centrum voor geestelijke gezondheid en
medicamenteuze behandeling door de
huisarts.
Reguliere zorg: standaard
diagnostisch onderzoek
volgens­­Nederlandse richt­
lijnen, medicatie­als geïndiceerd
voorgeschreven door de medisch
specialist. Psycho-­educatie voor
ouders wordt in tweedelijns zorg
gegeven.
Tijd tussen doorverwijzing
naar GGZ centrum en
start van b
­ ehandeling.
Utiliteit (EQ-5D)
Referentie
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
Uitkomstmaat
(meetmethode) 4
34
Referentie
Publicatie-­
type
Vorm1
Doelgroep (N)2
Interventie3
Controle3
Uitkomstmaat
(meetmethode) 4
Jongerden
(lopend)
[46]
Lopend
promotieonderzoek
(NARCIS
database)
-
Kinderen en
adolescenten met
een (klinische)
angststoornis.
Denken + Doen = Durven’ is een i­ndividuele
cognitieve gedragstherapie voor jeugdigen
van 8-18 jaar met als doel a
­ ngststoornissen
te verhelpen. In 12 wekelijkse bijeen­
komsten wordt de jeugdige nieuw gedrag
geleerd om met zijn of haar angst om te
gaan. Tussen de bijeen­komsten door oefent
de jeugdige met huiswerkopdrachten.
Daarnaast zijn er drie bijeenkomsten voor
de ouders.
Groeps-CGT
-
Meijer e.a.
2011 [40]
Design
studie
TBEE; KEA; KUA
Zwangere vrouwen
met symptomen van
minimaal matige
angst of depressie
(N=300).
Individuele CGT, gegeven door
geregistreerde psychologen,
gespecialiseerd in CGT, gedurende en na de
zwangerschap. Met als doel het blootleggen
en veranderen van disfunctionele
specifieke zwangerschapsgerelateerde
cognities en attitudes.
Gemiddelde behandelduur is 12 weken.
Reguliere zorg
Totale emotionele en
gedrags-probleemscore
van het kind met 1,5 jaar
(CBCL 1.5-5)
QALY (EQ-5D)
Meppelink
(lopend)
[45]
Lopend
promotieonderzoek
(NARCIS
database)
-
Kinderen en
adolescenten met
ADHD.
Mindfulness training: gebaseerd op
­Oosterse meditatie technieken.
Medicatie voor ADHD
-
Nauta e.a.
2012 [39]
Protocol
TBEE; KEA, KUA;
RCT
Kinderen van
ouders met uni­
polaire depressie of
angststoornissen
(N=204)
Preventie programma: Kort CGT
­programma met als doel depressie of
angststoornissen te voorkomen in een
groep kinderen met ultrahoog risico. dit
wordt gedaan door het vergroten van
de weerbaarheid en het verminderen
van symptomen. Daarnaast wordt in de
andere oudersessies ingegaan op positief
ouderschap en sociale ondersteuning.
­Behandeling bestaat uit 10 kindsessies + 2
oudersessies.
Minimale informatie
Jaar zonder depressie of
angststoornis (RCADS;
DISC-IV; WEDY)
QALY (EQ-5D)
MBEE; ­Markovmodel
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
35
Referentie
Publicatie-­
type
Vorm1
Doelgroep (N)2
Interventie3
Controle3
Uitkomstmaat
(meetmethode) 4
Kinderen met
angststoornissen
en mogelijke
comorbide ADHD,
ASS of mentale
beperkingen (N=20)
Blended Coping Cat is een programma om
angst te verminderen. Kinderen leren om
hun emotionele en fysieke reactie op angst
te herkennen en te begrijpen, leren nieuwe
strategieën voor coping met angst, leren
eigen coping te evalueren, en gebruik te
maken van z­ elf-bemoedigingstechnieken.
Gemiddelde behandelduur is 12-16 sessies.
Niet beschreven
-
Slaats e.a.
2012 [44]
Geregistreerde trial
(Nederlands
Trialregister)
Stikkelbroek e.a.
2013 [38]
Design
studie
TBEE; KEA, KUA;
RCT
Klinische
depressieve
adolescenten
(N=140) en hun
ouders.
De D(o)epressiecursus is een cognitiefgedragstherapeutische, groepsmatige
behandeling voor adolescenten tussen
de 16 en 21 jaar. D(o)epressie is gericht
op het verwerven en versterken van
vaardigheden om in het dagelijks leven
beter te kunnen functioneren met zo min
mogelijk depressieve klachten. Er zijn 16
bijeenkomsten.
Reguliere therapie zonder CGT
voor klinische depressie, zoals
interpersoonlijke therapie, familie
therapie, ouder counseling,
medicatie, mindfullness training,
acceptance-commitment therapy,
psychodynamische therapie,
counseling, creatieve therapie en
rentherapie.
Adolescent met een
depressie volledig in
remissie (K-SADS-PL)
QALY’s (EQ-5D)
Van Bragt
e.a. 2012
[37]
Design
studie
TBEE; KEA; 1 RCT
in eerstelijns
zorg, 1 RCT in
gespecialiseerde
zorg
Kinderen met
astma in eerstelijns
zorg (N=170) en
­gespecialiseerde
zorg (N=100).
Pelican instrument: Pediatric Electronic
quality of Life Instrument for Asthmatic
Children in the Netherlands. Een online
astma-gerelateerde kwaliteit van leven
vragenlijst dat wordt aangeboden als
een online computerspel bedoeld om
ziektemanagement en hiermee de kwaliteit
van leven te verbeteren.
Reguliere zorg.
Verandering in HRQOL
(verschil PAQLQ>/= 0,5)
Veldhuis
e.a. 2009
[36]
Design
studie
TBEE; RCT
Kinderen van
5 jaar en hun
­ouders die de GGD
­uitnodigt voor
een ­preventieve
gezondheidscontrole.
Preventie protocol voor ouders met
­kinderen met overgewicht om overgewicht
en obesitas in kinderen te voorkomen. Dit
wordt gedaan d.m.v. informatie aan o
­ uders
te geven over overgewicht en gevolgen,
ze te motiveren en te onder­s teunen in
gedragsverandering.
Reguliere zorg: basis informatie
voor ouders tijdens preventieve
gezondheidscontrole over het
belang van een goede voeding en
lichamelijke beweging.
-
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
36
Referentie
Woolderink
e.a. 2010
[35]
1
2
3
4
Publicatie-­
type
Vorm1
Doelgroep (N)2
Interventie3
Controle3
Design
studie
TBEE; KEA, KUA;
RCT
Jongeren van ouders
met psychische
ziekten.
Kopstoring is een preventieve online cursus
voor jongeren van 16-25 jaar waarvan
één of beide ouders psychiatrische en/of
verslavingsproblemen hebben. De cursus
wil voorkomen dat deze jongeren zelf
psychische problemen ontwikkelen als
gevolg van de situatie waarin zij opgroeien,
door beschermende factoren te versterken.
De cursus bestaat uit 8 wekelijkse
bijeenkomsten van 1,5 uur in een gesloten
chatbox.
Wachtlijst- reguliere zorg:
­ongelimiteerde toegang tot
reguliere zorg dat een mix van
verschillende diensten is, bv. de
huisarts, psycholoog, counseling
sessies.
Uitkomstmaat
(meetmethode) 4
QALY (EQ-5D)
IKER in kosten per punt
verschil uitkomst
TBEE, Trial-based economische evaluatiestudie (empirisch onderzoek); MBEE, model-based economische evaluatiestudie (beslismodel); KEA, kosteneffectiviteitsanalyse; KUA, kostenutiliteitsanalyse; RCT, gerandomiseerde,
gecontroleerde studie
ADHD, Attention Deficit Hyperactivity Disorder; ASS, Autisme Spectrum Stoornis; GGD, Gemeentelijke Gezondheidsdienst
CGT, Cognitieve Gedragstherapie
CHQ, Child Health Questionnaire; PEDsQL, Pediatric Quality of Life Inventory; BMI, Body Mass Index; AQUAA, Activity Questionnaire for Adults and Adolescents; DEBQ, Dutch Eating Behaviour Questionnaire; EQ-5D, EuroQoL-5D;
CBCL, Child Behavior Checklist; RCADS, Revised Children’s Anxiety and Depression Scale; DISC-IV, Diagnostic Interview Schedule for Children; WEDY, Weekly Emotions Diary for Youth; K-SADS-PL, ­
Kiddie-SADS-lifetime versie; HRQOL, gezondheid-gerelateerde kwaliteit van leven; PAQLQ, Paediatric Asthma Quality of Life Questionnaire
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
37
Tabel 4A. ZonMw projecten, lopend of afgerond (zonder wetenschappelijke publicaties van design of resultaten van studie): Kostenanalyses
(geen volledige economische evaluatiestudie)
Controle
­interventie
Projectleider
Projecttitel
Looptijd
Doelgroep
Interventie
Adan [32]
The ­Mandometer
­method versus
­conventional treatment;
­predictors of early
treatment efficacy and
relapse in anorexia
nervosa patients treated
with the Mandometer
method or conventional
treatment [projectnr.
94505017]
2005-2008
Jonge vrouwen/
meisjes met anorexia
nervosa (N=79).
Mandometer methode: g
­ ebaseerd
op biologische m
­ echanismen die
te grondslag liggen aan anorexia
nervosa.
Rintveld
­behandeling:
­conventionele,
multidisciplinaire
behandeling.
Een voorzichtige conclusie wordt
getrokken dat het M
­ andometer­
centrum op de k
­ orte termijn een
vergelijkbaar behandelresultaat 1 jaar
na start van de behandeling levert
tegen hogere (personeels-)kosten.
Een tijdshorizon van 12 maanden
na het einde van de behandeling
is gehanteerd (duur behandeling
maximaal 12 maanden).
Beltman/
­Kocken [33]
Evaluation of a schoolbased multi-component
programme to prevent
overweight in primary
school children
[projectnr. 12061007]
2008-2012
Basisschoolleerlingen
van groep 6 en 7
Extra Lekker fit!: een tweejarig
lesprogramma over gezond eten en
voldoende bewegen, samengesteld
uit bestaande programma’s.
Reguliere zorg.
De kosten van Extra Lekker Fit!
zijn op landelijk niveau € 25 en op
schoolniveau € 7,50 per leerling.
Kocken [34]
Evaluation of the
Life Skills curriculum
­intended for Dutch
secondary school
students [projectnr.
62300045]
2007-2011
Jongeren met
­psychische
­problemen, 12-17 jaar,
in alle schooltypen
in het voortgezet
onderwijs in
Rotterdam en Den
Haag
Levensvaardigheden: een
lesprogramma voor leerlingen in
voortgezet onderwijs van 14 tot 17
jaar. Doel is de ontwikkeling van
sociale en emotionele vaardigheden
van adolescenten stimuleren;
gevoelens van spanning in moeilijke
situaties verminderen en een
positieve manier van denken
aanleren, via Rationele Emotionele
Therapie en Sociaal leren theorie.
Wachtlijst: docenten
staan op wachtlijst
voor training in
­levensvaardigheden.
De kosten van Levensvaardigheden
zijn op landelijk niveau ­
€ 59 en op schoolniveau €12 per
leerling.
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
Resultaten
38
Tabel 4B. ZonMw projecten, lopend of afgerond (zonder wetenschappelijke publicaties van design of resultaten van studie)
Projectleider
Projecttitel
looptijd
Doelgroep1
Interventie
Controle interventie
Resultaten2
Buitelaar [53]
Long term effectiveness and
cost-effectiveness of a restricted
elimination diet trajectory
compared to care as usual in the
treatment of Attention Deficit/
Hyperactivity Disorder in children
aged 6 to 12 year [projectnr.
837002506]
2014-2018
Onbehandelde
kinderen tussen
6 en 12 jaar met
ADHD.
Restrictief Eliminatie Dieet als
aanvulling op reguliere zorg. In
een 5 weken durende eliminatie
fase volgt het kind een restrictief
dieet. Daaropvolgend wordt in 12
tot 18 maanden voedings­middelen
­hergeïntroduceerd om ADHD
symptomen uit te lokken.
Reguliere zorg:
­medicatie en/
of ­psychosociale
interventies, ­controle
dieet is een strikt
en gestructureerd
voedingspatroon dat
lijkt op een normaal
voedingspatroon.
N.v.t.
Cerneus [56]
Versterking van zorg voor
kwetsbare kinderen [­ projectnr.
159010003]
2010-2016
Kwetsbare
kinderen: kinderen
in risicosituaties.
Onderdeel van ‘Versterking van zorg
voor kwetsbare ­kinderen’: Screening
op postpartum d
­ epressie met gebruik
van het screeningsinstrument
Edinburgh Postnatal Depression Scale
voor het signaleren van postpartum
depressie.
-
-
Chin A Paw
[52]
The prevention of lower extremity
physical activity injuries; a schoolbased randomised c­ ontrolled
trial in children aged 10-12 years
[projectnr. 62200033]
2005-2009
Basisschool­
leerlingen tussen
10 en 12 jaar
(N=2210).
Het iPlay-programma is gericht op de
preventie van sportblessures door
het bevorderen van de kennis over
blessurepreventie, het verbeteren van
gedrag t.o.v. blessurepreventie (bv het
dragen van beschermingsmateriaal)
en het bevorderen van de motorische
fitheid. Het programma duurde één
schooljaar.
-
Wanneer iPLay langer dan 1
jaar toegepast wordt, is het
voorkomen van 1 b
­ lessure
met het p
­ rogramma
goedkoper dan kosten
van 1 b
­ lessure. Een tijds­
horizon van 10 maanden is
­gehanteerd.
Pierik [55]
Schoolzones Stimuleren van
sport en bewegen bij kinderen
door een u
­ itnodigende, veilige
schoolomgeving [projectnr.
525001001]
2013-2016
Schoolgaande
­kinderen (groep 6
en 7, 9-11 jarigen).
1) Veilige schoolzone: het veilig
inrichten van de schoolpleinen en
de route daarnaar toe (deel van de
schoolzone).
Geen verandering
N.v.t.
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
2) Veilige schoolzone + educatieve en
sportieve maatregelen.
39
Projectleider
Projecttitel
looptijd
Doelgroep1
Interventie
Controle interventie
Resultaten2
Raat [48]
Primary prevention of overweight
in preschool children; a cluster
randomized Youth Health Care
trial (50-50110-96-470 & 50-5011096-477) [projectnr. 120610018]
2008-2013
Ouders van
­pasgeboren
­kinderen bij de JGZ
(N=3000)
1) BBOFT+ programma bedoeld
om door gedragsverandering en
bewustwording de prevalentie van
overgewicht te verminderen. Dit
wordt gedaan door meer aandacht te
geven aan opvoedingsvaardig­heden
(grenzen stellen voor kinderen, randvoorwaarden voor positief gedrag
creëren, structuur aanbrengen) van
de ouders tijdens de gesprekken met
de JGZ-medewerker op het consultatiebureau.
De reguliere zorg zoals
beschreven in het
basistakenpakket en
het overbruggingsplan. Dit omvat onder
andere algemene
informatie over
voeding, spelen en
bewegen.
De interventies lijken
kosteneffectieve
programma’s voor preventie
van overgewicht bij kinderen
tussen de 0 en de 4 jaar,
uitgedrukt in kosten per
verbetering in eetgedrag,
lichaamsbeweging, slaap
en opvoeding, en kosten
per toekomstige afname in
prevalentie van overgewicht.
Een tijdshorizon van 36
maanden is gehanteerd.
2) Advies op Maat (AOM). H
­ ealthy Toddler: een interactief advies-­op-maat
via internet dat ­ouders face-to-face
via e-health ­krijgen en dat met motiverende ­gesprekstechnieken wordt
besproken met de JGZ-medewerker op
het consultatiebureau. Wordt gegeven
op leeftijd van 18 en 24 maanden.
1
2
Reijneveld
[51]
Balancing costs and effects based
on a randomised comparison
of Parent ­Management Training
Oregon and Care As Usual in
children with severe c­ onduct
disorders [­ projectnr. 157010001]
2008-2015
Ouders van
kinderen met
gedrags- of sociale
problemen van 4
tot 12 jaar.
Parent Management Training
­Oregon (PMTO) is voor gezinnen
met één of meer kinderen met
­externaliserende gedragsproblemen, event. in ­combinatie
met hyperactiviteit. Doel is dat de
kinderen beter gaan f­ unctioneren en
hun gedrags­problemen verminderen
doordat ouders meer effectieve
opvoedingsstrategieën toepassen.
Reguliere zorg
De maatschappelijke kosten
van PMTO zijn hoger in
­vergelijking met r­ eguliere
zorg (PMTO € 20.683;
reguliere zorg € 14.660) en
effecten op EQ-5D zijn lager
voor PMTO in vergelijking
met reguliere zorg (PMTO
0,04; reguliere zorg 0,06).
Geen IKER berekend.
Van ’t Land
[54]
Engaging Turkish/ M
­ oroccan
women in a tailor-made
perinatal depression prevention
intervention; transforming an
evidence-based intervention
developed in the U.S. to the Dutch
context [projectnr. 200210011]
2011-2016
Zwangere, Turkse
of Marokkaanse
vrouwen die
risico lopen op
het o
­ ntwikkelen
van perinatale
­depressie.
De online versie van de ‘­Mothers and
babies’ cursus (‘Positief z­ wanger’) is
een perinatale ­depressie preventie
programma (6 modules) wordt
geschikt gemaakt voor Turkse en
Marokkaanse ­v rouwen in Nederland
afgestemd op hun cultuur.
Geen interventie: Deze
groep heeft toegang
tot de gebruikelijke
zorg, maar krijgt geen
specifieke interventie
aangeboden.
N.v.t.
JGZ, Jeugd Gezondheidszorg; ADHD, Attention Deficit Hyperactivity Disorder
EQ-5D, EuroQoL-5D; IKER, incrementele kosteneffectiviteitsratio; PMTO, Parent Management Training Oregon
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
40
Tabel 4C. ZonMw projecten: geen kosteneffectiviteitsanalyse uitgevoerd door tegenvallende resultaten
Projectleider
Projecttitel
looptijd
Doelgroep
Interventie
Controle ­interventie
Resultaten1
Schuit [60]
Implementation and ­impact of
multi-sector policy measures
that stimulate physical activity
in children: follow up of the
‘Move your N
­ eighborhood’
project [projectnr. 200120005]
2011-2015
Kinderen 4-12 jaar
‘Beweeg je Buurt 2’ (BJB2):
­introductie van beleidsmaat­
regels gericht op stimuleren van
lichaamsbeweging bij kinderen
door v
­ eranderingen in de fysieke
en sociale omgeving.
Verschillende
beleidsmaatregelen
worden t.o.v. elkaar
vergeleken.
Uiteindelijk geen KEA
uitgevoerd, doordat gewenste
effecten niet gevonden zijn.
Van Lier [59]
Facilitating effective
­prevention of child
­internalizing and e
­ xternalizing
problems in the Netherlands:
Long-term effects and costs
evaluation of two schoolbased ­preventive ­intervention
­trials [­ projectnr. 120620029]
2009-2014
Kinderen in de
eerste jaren van
­basisonderwijs
(leeftijd verschilt voor
beide interventies
omdat twee studies
gecombineerd
­worden) met een risico
op gedragsproblemen.
1) Spelregels (Good B
­ ehavior
Game): Op school klassikaal
­uitgevoerd door leraar om een
veilig en sociaal klassenklimaat te
creëren en zo gedragsproblemen te
voorkomen (Groep 3 tot 5).
Better care to children at risk
for asthma by an i­nnovative
and effective stop passive
smoking intervention
[projectnr. 171201009]
2012-2013
Kinderen met een
hoog risico op astma
en passief roken.
Interventie-op-maat om meeroken
bij kinderen met een verhoogd
risico op astma te voorkomen.
Hierbij wordt gebruik gemaakt van
motiverende gespreksvoering en
confronterende counseling met
terugkoppeling van urine cotinine
concentratie en longfuncties
van kinderen, en aandacht voor
barrières en behoeften bij ouders.
Programmaduur is 6 maanden.
Van Schayck
[58]
1
Uiteindelijk geen KEA
uitgevoerd, doordat gewenste
effecten niet gevonden zijn.
2) PAD (PATHS): kinderen leren
om emoties te herkennen en te
­benoemen, sociale vaardigheden
worden getraind.
Reguliere zorg:
adviezen door dokter/
verpleegkundige
Tegenvallende inclusie,
waardoor niet voldoende
power om een effect van de
interventie aan te tonen. KEA
is daarom niet uitgevoerd.
Verschil in maatschappelijke
kosten is wel in kaart
gebracht: het gemiddelde
verschil over een periode van
6 maanden was 41 euro in het
voordeel van de i­nterventie.
Een tijdshorizon van 12
maanden is gehanteerd.
KEA, kosteneffectiviteitsanalyse
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
41
Bijlage 1
Zoekstrategie voor de systematische literatuurreview
1.1. Medline (Pubmed)
10. MeSH DESCRIPTOR Child EXPLODE ALL TREES
Search ((((((((((((((((child[Title/Abstract]) OR youth[Title/
11. MeSH DESCRIPTOR Adolescent EXPLODE ALL TREES
Abstract]) OR adolescent[Title/Abstract]) OR infant[Title/
12. MeSH DESCRIPTOR Infant EXPLODE ALL TREES
Abstract]) OR newborn[Title/Abstract]) OR baby[Title/
13. MeSH DESCRIPTOR Infant, Newborn EXPLODE ALL
Abstract]) OR babies[Title/Abstract]) OR young
adult*[Title/Abstract])) OR children[Title/Abstract]))
TREES
14. MeSH DESCRIPTOR Young Adult EXPLODE ALL TREES
OR ((((((‘Child’[Mesh]) OR ‘Adolescent’[Mesh]) OR
15. (child)
‘Infant’[Mesh]) OR ‘Infant, Newborn’[Mesh]) OR ‘Child,
16. (children)
Preschool’[Mesh]) OR ‘Young Adult’[Mesh]))) AND
17. (youth)
(((‘Cost-Benefit Analysis’[Mesh]) OR cost [text word]) OR
18. (adolescent)
cost effective [text word])) AND (((Dutch [text word]) OR
19. (infant)
netherlands [text word]) OR ‘Netherlands’[Mesh]))) NOT
20.(newborn)
((((‘Animals’[Mesh]) NOT ‘Humans’[Mesh])) OR (((letter
21. (baby)
[publication type]) OR historical article [publication type])
22.(babies)
OR editorial [publication type])) Filters: English; Dutch
23. (young adult*)
24.#9 OR #10 OR #11 OR #12 OR #13 OR #14 OR #15 OR 1.2. PsycINFO
1. S11 NOT S12
2. S11 NOT S12
#16 OR #17 OR #18 OR #19 OR #20 OR #21 OR #22 OR #23
25. #4 AND #8 AND #24
3. PZ letter OR PZ editorial OR PZ historical article
4. S10 NOT S8
1.4. Nederlands Trial Register
5. S4 AND S7 AND S9
Economic evaluation
6. dutch OR netherlands
Kosten
7. DE ‘Animals’
Costs
8. S5 OR S6
9. AB child OR AB youth OR AB adolescent OR AB infant
1.5. NARCIS
OR AB newborn OR AB baby OR AB babies OR AB young
(youth OR child OR children OR adolescent OR baby OR
adult* OR AB children
babies OR newborn OR ‘young adult*’) AND cost 10. TI child OR TI youth OR TI adolescent OR TI infant OR
TI newborn OR TI baby OR TI babies OR TI young adult*
Filter publicaties>proefschriften
Filter onderzoek > promotieonderzoek
OR TI children
11. S1 OR S2 OR S3
1.6. ZonMw
12. TX cost effective
Kosteneffectiviteit jeugd
Filter projecten
13. TX cost
Kosten-effectiviteit jeugd Filter projecten
14. DE ‘Costs and Cost Analysis’
Kosteneffectief jeugd Filter projecten
Kosten-effectiviteit kind Filter projecten
1.3. Centre for Reviews and Dissemination
Kosteneffectief kind Filter projecten
1. MeSH DESCRIPTOR Cost-Benefit Analysis EXPLODE
Cost-effectiveness youth
Filter projecten
ALL TREES
Cost effectiveness youth
Filter projecten
2. (cost)
Cost-effectiveness child
Filter projecten
3. (cost effective)
Cost effectiveness child
Filter projecten
4. #1 OR #2 OR #3
Economische evaluatie kind Filter projecten
5. MeSH DESCRIPTOR Netherlands EXPLODE ALL TREES
Economische evaluatie jeugd Filter projecten
6. (dutch)
Economic evaluation youth
Filter projecten
7. (netherlands)
Economic evaluation child
Filter projecten
8. #5 OR #6 OR #7
9. MeSH DESCRIPTOR Child, Preschool EXPLODE ALL
TREES
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
42
Bijlage 2
Instructies Consensus on Health Economics ChecklistExtended (In Engels)
De CHEC-Extended en de korte handleiding [2, 3] zijn aangepast naar de Nederlandse context en verder gespecificeerd
voor deze literatuurreview.
Scoring options:
0=
No
0.5 =
Suboptimal
1=
Yes
NA = Not applicable
X =
Don’t know/ unclear
1. Is the study population clearly described?
TBEE: Are the clinical characteristics and eligibility criteria of the population, the number of participants entering the
study and the number of drop-outs during follow-up mentioned?
• Clinical characteristics, eligibility criteria, number of participants entering and dropping out of the study is
described: 1
• One of these characteristics not described: 0
MBEE: Are the clinical characteristics of the (hypothetical) population described?
• Yes: 1
• No: 0
2. Are competing alternatives clearly described?
Are the alternative interventions described completely, including a clear and specific primary objective statement of
each alternative intervention and relevant factors such as duration, intensity and frequency?
• Clear description of all interventions compared in the cost-effectiveness study with a description of their relevant
factors: 1
• Mentioned but some of the intervention’s characteristics are not clearly described: 0.5
• One or more of the alternative interventions are not mentioned: 0
3. Is a well-defined research question posed in a
­ nswerable form?
• If the study population and the alternative interventions are mentioned in the research question or objective
statement: 1
• If the study population and/or interventions are not mentioned in the research question or objective statement, but
the study population and alternative interventions are clear from the remaining text: 0.5
• If study population or alternative interventions are not clear: 0
4. Is the economic study design appropriate to the stated objective?
Are both costs and effects of 2 or more interventions compared?
• Both costs and effects of 2 or more interventions: 1
• Only costs of 2 or more interventions: 0
• If only outcomes: study is excluded
5. Are the structural assumptions and the validation methods of the model properly reported? MBEE only
• If the structure of the model with the assumptions is clearly described and the model is validated: 1
• Only the model structure with its assumptions or only the model with the validation of the model is discussed: 0.5
• Only model structure is discussed: 0
• Model structure, assumptions and validations are not discussed: 0
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
43
6. Is the chosen time horizon (period of analysis) appropriate in order to include relevant costs and consequences?
The time horizon of costs and outcomes that are combined in a ratio should be equal.
• Time horizon 1 year or beyond: 1
• Time horizon between 6 months and 1 year: 0.5
• Time horizon < 6 months: 0
7. Is the actual perspective chosen appropriate?
This item refers to the stated perspective in the text, not to the actual perspective!
When the perspective is narrower than societal, a justification must be provided.
• Societal perspective: 1
• Healthcare perspective with justification: 0,5
• Narrower perspective (e.g. institutional), unjustified healthcare perspective or perspective not explicitly mentioned:
0
8. Are all important and relevant costs for each ­alternative identified?
Healthcare perspective
• Only intervention/programme costs: 0
• Intervention/programme costs and healthcare costs: 1
Societal perspective
• Only intervention/programme costs: 0
• Intervention/programme costs and healthcare costs: 0,5
• Intervention/programme costs and healthcare costs + costs beyond healthcare (e.g. productivity losses): 1
Explanation
See table below for recommendations for cost units in societal perspective (according to Dutch manual for costing
(Zorginstituut Nederland, 20151) and Guideline for intersectorial costs and benefits of (preventive) interventions (Drost
e.a., 20142)). Level of detail and need for inclusion of specific cost units depends on the relevance for the economic
evaluation of the specific interventions.
Costs within healthcare
Costs for patients and family
• Medical costs for prevention,
­diagnostics, therapy, rehabilitation
and care
• Medical costs in Life Years Gained
(if intervention results in increase of
life expectancy)
• Informal care
• Patient costs (travel costs)
• Own contribution to home
adaptations
Costs in other sectors (depends strongly
on intervention under evaluation)
• Productivity losses of patient or others
(paid (work) and unpaid (voluntary work,
household work))
• Legal costs/ Justice: (e.g. (im)material
damage, productivity losses victim, illegal
income, police, prosecution, forensic
­services, imprisonment, fines, legal
­representation)
• Education (e.g. School absenteeism,
special education, repeating a year, school
attendance officer, etc)
9. Are all costs measured appropriately in physical units?
TBEE:
Is it clear how costs are measured?
• Yes and appropriate methods were used: 1
• Yes, but (some) methods were not appropriate, or not all methods for all costs are clear: 0.5
• No: 0
MBEE:
Are the sources of cost data clear and appropriate?
• If data is based on data synthesis (e.g. meta-analysis) or multiple sources: 1
• If data is based on 1 RCT, observational studies or expert opinions: 0.5
• If data source is not specified: 0
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
44
Explanation
See table below for recommendations for methods to measure and valuate cost units (Zorginstituut Nederland, 20151)
Cost unit
Measuring method (question 9)
Valuation method (question 10)
Costs within healthcare: identify
units using clinical guidelines,
treatment protocols, literature,
registries, expert opinion, (DBC
information)
Medical costs for intervention:
• Report by patient in clinical trial: cost
questionnaire (e.g. TiC-P, iMCQ), cost
diary, interview
• Registries of health care institutions:
­retrospective using patient files or
­hospital records
• National registries: CBS, RIVM, ZiN, Nivel,
Vektis, etc.
• Literature
• Expert opinion: in case no factual
­measurements are available.
• DBC Information System: level of
­aggregation is insufficient for a valid cost
estimate.
Medical costs due to life years gained:
• For costs related to the disease, the
standard approach can be used
• For costs not related to the disease, data
about average health care use per person
is used.
Reference prices are preferred. If
not available, own costing study
is r­ ecommended. If both methods
are not feasible: financial registries
health care institutions, NZa tariffs,
market prices, national registries,
literature. DBC/DOT tariffs are not
recommended.
Costs for patients and family
• Traveling costs: travel
­frequency and distance per
transportation type
• Patient time costs do not
need to be measured (double
­counting in effects)
• Informal care
• Other costs: e.g. nutrition,
home adaptations, day care
• Traveling: Case Report Form, patient
reports (diary, questionnaire, interview),
averages
• Informal care: reported by informal
caregiver/ patient (diary, questionnaire,
interview)
• Traveling: standard values
• Informal care: shadow price for
housekeeper is recommended.
Other methods: e.g. opportunity
costs, contingent valuation
Costs in other sectors
• Productivity losses: paid (work)
and unpaid (voluntary work,
household work)
• Education
•Justice
• Productivity losses: Absenteeism
­preferably by registries (often not
­available), otherwise self-reporting
­patients (diary, questionnaire (e.g.
iPCQ, SF-HLQ, PRODISQ), interviews);
­Presenteeism by self-reporting patient.
• Other cost units are not specified
• Productivity losses, paid: should
be friction cost method.
• Productivity losses, unpaid:
­shadow prices housekeeper.
• Other cost units are not specified
10. Are costs valued appropriately?
Are the sources of valuation, including the reference year, mentioned for ALL cost categories
(see question 9 for appropriate valuation methods)?
• Sources and reference/index year specified: 1
• Sources described but no reference/index year: 0,5
• Some sources are not described, but reference year is provided: 0,5
• Sources are not described at all (but reference year is): 0
11.Are all important and relevant outcomes for each alternative identified?
Are the outcomes relevant and do they fit the research question and perspective?
• Yes: 1
• No: 0
Explanation
Cost-effectiveness analysis: relevant subject-specific outcome. Only DALY is not considered sufficient,
because it is limited to disability compared to QALY and not disease-specific.
Cost-utility analysis: QALY
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
45
12. Are all outcomes measured appropriately?
TBEE:
Is the measurement instrument clearly stated, relevant, valid and described?
• Measurement instruments for each outcome measure is stated and relevant: 1
• Instruments/ outcome measurements are not mentioned/ not clear: 0
(If no description is provided of the instrument or psychometric properties of the instrument are not stated, score 1, because
some instruments (e.g. EQ-5D) and their content and psychometric properties are known to the reviewers. Unknown
instruments were identified after quality assessment was completed and psychometric properties were checked.)
MBEE:
Are the sources of the outcome parameters in the model clear and appropriate?
• If data is based on data synthesis (e.g. meta-analysis) or multiple sources: 1
• If data is based on 1 RCT, observational studies or expert opinions: 0.5
• If data source is not specified: 0
13. Are outcomes valued appropriately?
In case utilities (QALYs/ DALYs, for Cost-utility analyses and Cost-benefit analyses) are measured.
(no difference is made between Dutch or UK tariff)
• The method for deriving utilities is mentioned: 1
• Not mentioned: 0
Explanation
Methods for deriving utilities are:
- Indirect Utility Assessment: e.g. EQ-5D, HUI, SF-6D
- Direct Utility Assessment: e.g. VAS, time trade off, standard gamble
- Discrete choice experiments: conjoint analysis or contingent valuation
14. Is an appropriate incremental analysis of costs and outcomes of alternatives performed?
Was a relevant method applied to synthesize costs and outcomes?
• A method for synthesis of cost and outcomes was performed (only a description is not sufficient,
e.g. ‘intervention A has more effects at lower costs compared to B’): 1
• No synthesis method applied: 0
15. Are all future costs and outcomes discounted appropriately?
If < 1 year time horizon: NA
If > 1 year time horizon:
• If discount rates are reported for both cost and all effects and according to Dutch manual: 1
• If only applied for costs or effects according to Dutch manual: 0.5
• If not mentioned for costs and for effects: 0
Explanation
The Dutch guidelines state to apply a 4% discount rate for costs and a 1.5% discount rate for outcomes3.
1 Zorginstituut Nederland. Kostenhandleiding: methodologie van kostenonderzoek en referentieprijzen voor economische evaluaties in de
gezondheidzorg 2015.
2 Drost RMWA, Paulus ATG, Ruwaard D, Evers SMAA. Handleiding intersectorale kosten en baten van (preventieve) interventies: classificatie, identificatie
en kostprijzen. 2014 Maastricht University
3 Zorginstituut Nederland. Richtlijn voor het uitvoeren van economische evaluaties in de gezondheidszorg. 2015
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
46
16. Are all important variables that have an impact on the study results and whose values are uncertain appropriately
subjected to sensitivity analysis, and is a justification of the range of variables used in the sensitivity analysis provided?
TBEE:
• Sample uncertainty (bootstrapping) and additional sensitivity analysis (with justification for variables) performed: 1
• Only bootstrapping is performed, but no sensitivity analysis and costs units were identified, measured and valued
according to Dutch Manual for costing (i.e. no uncertainty about methods and costs for the Dutch context): 1
• Bootstrapping (sampling uncertainty) without additional sensitivity analysis, while sensitivity analysis for parameter
uncertainty or methodological uncertainty would be required: 0.5
• Sensitivity analysis (with justification for variables) without bootstrapping: 0.5
• No bootstrapping or additional sensitivity analysis: 0
MBEE:
• Probabilistic sensitivity analysis and univariate/multivariate sensitivity analysis: 1
• Only probabilistic or univariate/multivariate sensitivity analysis: 0,5
• None: 0
17. Do the conclusions follow from the data reported?
Are the results interpreted correctly and cautiously, and are the conclusions supported by the data?
For example, when it is concluded that a certain intervention is cost-effective only based on a point-estimate
(without bootstrapping and CEAC etc.): 0
18. Does the study discuss the generalizability of results to other settings and patient groups?
• All relevant factors are discussed that influence costs and outcomes and that therefore can hinder the generalizability
of the results to other settings and patients groups (location, setting, patient population, care providers): 1
• Only some factors are discussed or factors are only mentioned: 0.5
• No discussion of generalizability: 0
19. Does the article/ report indicate that there is no potential conflict of interest of study researcher(s) and funder(s)?
• When conflicts of interest and/or funding roles are disclosed FOR ALL AUTHORS: 1
• When authors do have competing interests, but it is clearly disclosed for all authors: 1
• Not clearly or only for some authors disclosed: 0.5
• Not mentioned: 0
20. Are ethical and distributional issues discussed appropriately?
Are ethical aspects regarding characteristics of the population experiencing the disease or interventions discussed and
how this may have distributional implications?
• Mentioned and discussed: 1
• Mentioned: 0,5
• None: 0
Economische evaluatiestudies in het jeugddomein in Nederland: welke interventies zijn kosteneffectief?
47
Wat is er bekend over de kosteneffectiviteit van interventies voor de jeugd in
Nederland? Loont het om een interventie in te kopen en zo ja, welke? Om een
overzicht te krijgen van de huidige kennis over kosteneffectiviteit van interventies in
het jeugddomein in Nederland, voerde het Nederlands Jeugdinstituut samen met
de Universiteit Maastricht een systematische literatuurreview uit naar relevante
economische evaluatiestudies. Een economische evaluatiestudie vergelijkt een
(nieuwe) interventie met de reguliere zorg en/of andere interventies aan de
hand van zowel hun kosten als effecten. In deze systematische literatuurreview
is gekeken naar psychosociale programma’s ter preventie van stoornissen in
de lichamelijke, sociale, cognitieve of psychische ontwikkeling van het kind en
programma’s gericht op de (farmaceutische) behandeling van psychosociale of
psychiatrische problemen van het kind. We geven een overzicht van afgeronde
én nog lopende of geplande economische evaluatiestudies. In totaal zijn
47 economische evaluatiestudies gevonden. Uit ons onderzoek blijken acht
interventies kosteneffectief bij een referentiewaarde van € 20.000 als zijnde het
maximale bedrag dat de maatschappij bereid is te betalen voor het extra effect
als gevolg van de interventie. Twee interventies blijken kosteneffectief op basis
van de gehanteerde ziektespecifieke uitkomstmaat in de betreffende studies.
Nederlands Jeugdinstituut
Postbus 19221
3501 DE Utrecht
T 030 230 6344
E [email protected]
www.nji.nl
Download