Van humanist tot communist Het is me wat. Ik heb lang in de illusie verkeerd dat mijn bekering van rooms-katholieke Vlaams-nationalist (ik kom uit het Belgische Hasselt) tot links georiënteerde seculiere humanist en diervriendelijke veganist het einde van mijn zwalpen op de oceaan des levens betekende, al zei ik altijd badinerend dat ik ‘voorlopig’ humanist was. Dat hoor je als humanist te vinden, maar ik had nooit echt gedacht dat ik nog iets beters zou tegenkomen. Zoals mijn bisschop indertijd mij opdroeg filosofie te studeren, waardoor ik de illusie van het geloof kwijtgeraakte, zo vroeg mijn afdeling van het Humanistisch Verbond op 10 december ter gelegenheid van de dag van de rechten van de mensen, een lezing te gaan geven over de Franse filosoof Louis Althusser, waardoor ik onverwacht communist ben geworden. Ik was en ben jarenlang bevriend met twee van zijn getrouwste leerlingen, de helaas in augustus jl. overleden politieke filosoof Grahame Lock (Nijmegen, Tilburg, Leiden en Queen’s College Cambridge) en emeritus professor Moderne Europese Filosofie aan de universiteit van Paris-Ouest, Etienne Balibar, zonder me in hun ideeën te verdiepen. Tot mijn verwondering blijkt het communisme van Marx en Lenin zijn diepste en sterkste wortels te hebben in de verklaring van de rechten van de mens door zowel de vrijheid als de gelijkheid van alle mensen als absoluut uitganspunt te nemen. Natuurlijk is dat zo, zoals de filosofe Susan Neiman zegt, ‘ongeacht de feiten’. Voor Marx en Lenin is het juist ‘een schandaal van de (door de Verlichting gepromote) politieke ratio dat er in de maatschappij een onderlaag is van mensen die er geen plaats in vinden, de verdrukten, de vreemdelingen, immigranten, homo’s, vrouwen ook nog, die zich bevinden in wat hij noemt de plaats geenplaats, en dus ook niet in staat zijn de nodige veranderingen tot stand te brengen. Maar ook dat er een katalysator is, de massa, die dat wel kan. Met veranderingen bedoel ik emancipatie tot vrijheid en gelijkheid van iedereen. Ik begrijp nu ook dat het verwijt aan het Marxisme dat het materialistisch en deterministisch zou zijn, op een misverstand berust. Het materialisme van Marx betekent dat voor het slagen van de klassenstrijd de materiële omstandigheden dienen te worden geschapen die dat mogelijk maken. Het betekent dus realisme, tegengesteld aan het pure idee. En dat die strijd en het omwerpen van het kapitalisme noodzakelijk is, betekent geen determinisme, betekent niet dat het vanzelf zal gebeuren, maar dat het zou moeten gebeuren, dat het logisch of ethisch noodzakelijk is. Tegelijkertijd is de klassenstrijd dus politiek materialistisch, maar ook wetenschappelijk in economische termen en intellectueel in filosofische termen. Op dit ogenblik zijn 300 individuen aan de top samen even rijk als de 3 miljard armsten, dat is ongeveer 43% van de wereldbevolking. Als alternatief voor deze uitwas van het kapitalisme is communisme met een menselijk gelaat, dus met gevrijwaarde vrije meningsuiting van alle burgers, zeker de moeite waard om zich over te bezinnen. Paul Mercken