Ambulante Vroegbehandeling 0- 4 jaar

advertisement
Modulebeschrijving
Ambulante Vroegbehandeling
0- 4 jaar
Dagbehandeling
Behandel- en Expertisecentrum 0-7 jaar
INDEX
Samenvatting
3
A. Modulebeschrijving: probleem, doelgroep, doel, aanpak, materialen en uitvoering
4
1.
2.
3.
4.
5.
Risico- of probleemomschrijving
Doel van de module
Doelgroep van de module
Aanpak van de module
Materialen en links
4
4
5
6
10
B. Onderbouwing van de module
11
6.
7.
8.
9.
11
18
18
18
Verantwoording: doelgroep, doelen en aanpak
Samenvatting onderbouwing
Randvoorwaarden voor uitvoering en kwaliteitsbewaking
Onderzoek naar de uitvoering van de module
C. Effectiviteit
20
10.
11.
20
20
Nederlandse effectstudies
Buitenlandse effectstudies
D. Overige informatie
20
12.
13.
14.
20
20
21
Toelichting op de naam van de module
Uitvoering (uitvoerende en/of ondersteunende organisaties en partners)
Overeenkomsten met andere modules
Bijlage
CAP-J classificatie-overzicht (assen en rubrieken)
Module Ambulante Vroegbehandeling 0-4 jaar - BEC 0-7 jaar
Pagina 2/24
SAMENVATTING
Doel
De module Ambulante Vroegbehandeling 0-4 jaar is gericht op het terugdringen van risicofactoren en
het vergroten van beschermende factoren met als doel dat kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen
en dat de opvoedingsvaardigheden van ouders en professionele opvoeders (kinderopvang en
peuterspeelzaal) aansluiten bij de ontwikkelingstaken en behoeften van het kind.
Doelgroep
De module is gericht op kinderen van 0-4 jaar en diens systeem (ouders/verzorgers, kinderopvang en/of
peuterspeelzaal), bij wie sprake is van complexe en meervoudige ontwikkelingsproblemen,
internaliserende en/of externaliserende gedragsproblemen en gezins- en/of opvoedingsproblemen. Er is
sprake van opvoedingsnood en een ernstig verstoorde draagkracht-draaglastverhouding.
Aanpak
Bij kinderen tussen de 0-4 jaar wordt na aanmelding bij het Behandel- en Expertisecentrum 0-7 jaar een
orthopedagogisch begeleider gekoppeld aan ouders en hun jonge kind en start de module Ambulante
Vroegbehandeling 0-4 jaar. Deze orthopedagogisch begeleider is het eerste aanspreekpunt voor ouders
en verwijzers en kan direct intensieve begeleiding inzetten in de thuissituatie, kinderdagverblijf/
kinderopvang of peuterspeelzaal. Daarnaast brengt deze orthopedagogisch begeleider onder
verantwoordelijkheid van de gedragswetenschapper (hoofdbehandelaar) zo snel mogelijk samen met
andere disciplines en in continu overleg met ouders en/of verwijzer in kaart welke eventuele aanvullende
specialistische vormen van diagnostiek en behandeling vanuit het Behandel- en Expertisecentrum 0-7
jaar en/of andere specialismen van Jeugdhulp Friesland gewenst zijn.
Het diagnostisch proces leidt in uiterlijk 6 weken tot een (voorlopig) integratief beeld, op basis waarvan
in overleg met ouders, opvoeders, verwijzer en het multidisciplinaire team behandeldoelen worden
geformuleerd welke gericht zijn op één of meer van onderstaande drie domeinen:
1. Intensieve ontwikkelingsstimulering.
2. Intensieve begeleiding gericht op de ouders/opvoeders en de interactie tussen ouders/opvoeders
en kind.
3. Intensieve begeleiding gericht op de kinderopvang en/of de peuterspeelzaal.
De uitgangspunten van Handelingsgerichte diagnostiek HGD) zijn, waar aan de orde, leidend gedurende
het hele diagnostische en behandeltraject.
Materiaal
De orthopedagogisch begeleider kan gebruik maken van algemene middelen die voor elk kind en de
verschillende leeftijden geschikt zijn ter stimulering van de ontwikkeling. Daarnaast kan gebruik gemaakt
worden van materiaal behorende bij specifieke interventies uit de module, zoals het
Ontwikkelingsvolgmodel (OVM), het materiaal behorende bij het Portage Programma Nederland en het
ABC-schema.
Onderzoek
Er zijn geen studies voorhanden gericht op module in zijn totaliteit. De module Ambulante
Vroegbehandeling 0-4 jaar maakt wel gebruikt van interventies waar studie naar is verricht, zoals
(cognitieve) gedragstherapeutische principes, het Portage Programma Nederland, Video Home Training
en de Hanen principes. Ook is bij het schrijven van de module gebruik gemaakt van studies gericht op
effectieve factoren in opvoedondersteuning.
Module Ambulante Vroegbehandeling 0-4 jaar - BEC 0-7 jaar
Pagina 3/24
A. MODULEBESCHRIJVING: PROBLEEM, DOELGROEP, DOEL,
AANPAK, MATERIALEN EN UITVOERING
1. Risico- of probleemomschrijving
Emotionele en psychosociale problemen komen bij jonge kinderen net zo vaak voor als bij andere
leeftijdscategorieën, echter worden vele malen minder gediagnosticeerd en behandeld. Het vóórkomen
van gedragsproblemen bij jonge kinderen lijkt een groeiend probleem in de samenleving te zijn (Mey,
2005).
Echter, als zeer jonge kinderen zich eenmaal hebben aangepast aan een ongunstige omgeving of een
slechte kwaliteit van zorg, kunnen de gevolgen voor de ontwikkeling niet zomaar meer ongedaan
gemaakt worden door deze omgeving te veranderen. Het is dus van belang goede gespecialiseerde
zorg zo snel mogelijk aan te bieden, bij voorkeur al tijdens de zwangerschap of zo snel mogelijk na de
geboorte. Met de juiste interventie is ontwikkeling mogelijk die op later leeftijd niet meer of veel
moeilijker te realiseren is: ‘if you don’t use it, you lose it’ (Majoor, 2014).
De meest belangrijke en invloedrijke ontwikkelfase is de periode van de zwangerschap en de eerste 3
levensjaren. Ingrijpende en stressvolle ervaringen in deze periode kunnen een blijvend effect hebben op
de structuur van het jonge brein en op gehechtheidservaringen. De groei van het zenuwstelsel is
‘ervaringsafhankelijk’, wat zeggen wil dat de omgeving van invloed is of bepaalde genetische
kwetsbaarheden wel of niet tot uiting komen en in welke mate en ernst. In de eerste levensjaren omvat
deze omgeving vooral de relatie tussen het jonge kind en zijn/haar belangrijkste verzorgers. Het is voor
zijn ontwikkeling nog geheel afhankelijk van zijn verzorgers. Stresserende omgevings- en ouderfactoren
hebben via de ouder-kindrelatie dan ook een grote invloed op de ontwikkeling van het jonge kind.
Psychosociale problemen bij ouders en verstoringen in de ouder-kindrelatie of hechting zijn
risicofactoren voor het ontstaan van emotionele en gedragsproblemen en kunnen al tijdens de
zwangerschap geïdentificeerd worden. Andersom kunnen ook ernstige kindfactoren het ouderschap
sterk onder druk zetten (Majoor, 2014).
Goed zicht op de (mogelijke) oorzaken en achtergronden van een problematische ontwikkeling bij jonge
kinderen, draagt bij aan het voorkomen en terugdringen ervan. Vaak gaat het niet om één oorzaak,
maar om een samenhangend geheel van factoren. Sommige van die factoren vormen een bedreiging
voor een goede ontwikkeling: de zogenaamde risicofactoren. Daarnaast bestaan er factoren die
kinderen en jongeren juist beschermen tegen problemen: de zogenoemde beschermende en protectieve
factoren. Kinderen of jongeren krijgen problemen wanneer de beschermende factoren onvoldoende
tegenwicht bieden aan de risicofactoren. (Meij en Boendemaker, 2008). Ook blijkt dat kinderen van
anderhalf tot tweeëneenhalf jaar al meer probleemgedrag vertonen naarmate er meer risicofactoren
aanwezig zijn (Asscher en Paulussen-Hoogeboom, 2005). De balans tussen beschermende factoren en
risicofactoren blijkt cruciaal, niet alleen voor gedragsproblemen maar ook voor andere problemen in de
ontwikkeling.
De module is ontwikkeld om kinderen zoveel mogelijk in hun natuurlijke omgeving te laten opgroeien
door in deze context zo effectief mogelijk hulp te bieden waardoor het kind zich optimaal kan
ontwikkelen.
2. Doel van de module
De module Ambulante Vroegbehandeling 0-4 jaar is gericht op het terugdringen van risicofactoren en
het vergroten van beschermende factoren met als doel dat kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen
en dat de opvoedingsvaardigheden van ouders en professionele opvoeders (kinderopvang en
peuterspeelzaal) aansluiten bij de ontwikkelingstaken en behoeften van het kind.
Module Ambulante Vroegbehandeling 0-4 jaar - BEC 0-7 jaar
Pagina 4/24
Bij de uitvoering van deze module wordt bovenstaande algemene doelstelling geconcretiseerd door te
werken aan een combinatie van één of meerdere onderstaande subdoelen:
Ten aanzien van de (pleeg)ouders / opvoeders1:
Het vergroten van kennis, afgestemd op de leeftijdsfase, ontwikkelingsfase en/of specifieke
kindproblematiek waarbij een bijdrage wordt geleverd aan het begrijpen van het kind.
Het vergroten van opvoedingsvaardigheden, waarbij specifiek aandacht is voor de opvoedingsopgaven voor kinderen van 0-4 jaar, welke aansluiten bij de ontwikkelingsopgaven en behoeften
van het kind.
Het creëren van een opvoedsituatie waarbinnen het kind zich optimaal, naar eigen mogelijkheden,
kan ontwikkelen.
Ouders en medeopvoeder stemmen hun handelingswijze nadrukkelijk op elkaar af.
Ten aanzien van het kind:
Het kind wordt optimaal gestimuleerd in zijn of haar ontwikkeling.
Het kind voelt zich begrepen.
Het kind ontwikkelt zich overeenkomstig zijn/haar mogelijkheden.
De gedragsproblemen bij het kind zijn verminderd.
Ten aanzien van de opvoedomgeving:
Het vroegtijdig signaleren van risicofactoren welke de ontwikkeling en opvoeding van het jonge
kind negatief beïnvloeden.
Het vroegtijdig risicofactoren verminderen en beschermende factoren verstevigen.
Het in balans brengen van draagkracht-draaglast.
3. Doelgroep van de module
3.1 Voor wie is de module bedoeld?
De module is gericht op kinderen van 0-4 jaar 2 en diens systeem (ouders/verzorgers, kinderopvang
en/of peuterspeelzaal), bij wie sprake is van complexe en meervoudige ontwikkelingsproblemen,
internaliserende en/of externaliserende gedragsproblemen en gezins- en/of opvoedingsproblemen. Er is
sprake van opvoedingsnood en een ernstig verstoorde draagkracht-draaglastverhouding.
3.2 Indicatie en contra-indicatiecriteria
Algemene indicatie- en contra-indicatiecriteria
Jeugdhulp Friesland biedt specialistische jeugdzorg op het gebied van opgroei- en
opvoedingsproblemen, in de leeftijdscategorie 0 t/m 18 (met een uitloop tot 23) jaar. Kinderen, jongeren
en hun ouders/opvoeders kunnen een beroep doen op Jeugdhulp Friesland. Dit doen zij als de normale
ontwikkeling van het kind wordt belemmerd. Mogelijk is er sprake van psychosociale problemen,
psychiatrische problemen, gezinsgerelateerde problemen, psychische problemen, gedragsproblemen of
een combinatie daarvan.
Kinderen en jeugdigen met een psychiatrische, zintuiglijke, lichamelijke en/of verstandelijke beperking
die redelijk sociaal redzaam zijn, worden ook behandeld en/of opgevangen, als dit past binnen de
behandelprogramma’s en mogelijkheden van Jeugdhulp Friesland.
De door Jeugdhulp Friesland gehanteerde indicatiecriteria en contra-indicaties zijn uitgebreid
beschreven in De Betekenis in het hoofdstuk Doelgroepenbeleid op pagina 15. Deze folder is te
downloaden op http://jeugdhulpfriesland.nl/over-ons/missie-en-visie.
Voor de module Ambulante Vroegbehandeling 0-4 jaar gelden naast de algemene indicatiecriteria en
contra-indicaties de volgende indicatiecriteria:
1
De term opvoeders verwijst in deze module naar medeopvoeder, hierbij kan gedacht worden aan pedagogisch
medewerkers in de kinderopvang, peuterspeelzaalleidsters of gastouders.
2
De module kan in principe worden ingezet totdat het kind naar onderwijs gaat. Indien kind onderwijs ontvangt, wordt
verwezen naar de module ‘Samen sterk op school 4-7 jaar’
Module Ambulante Vroegbehandeling 0-4 jaar - BEC 0-7 jaar
Pagina 5/24


Het kind is tussen de 0 en 4 jaar oud.
Er is sprake van een combinatie van (een aantal van) onderstaande problemen:
- achterstanden of verstoring op verschillende ontwikkelingsgebieden (taal-spraak, lichamelijk,
sociaal-emotioneel, cognitief, spel);
- gedragsproblemen;
- (een vermoeden van) een ontwikkelingsstoornis;
- Hechtingsproblematiek;
- medisch-somatische problemen.
Naast de ontwikkelingsproblemen bij het kind is er sprake van opvoedingsnood en/of -crisis in de
thuissituatie en is de draagkracht-draaglast verhouding verstoord. Ook kan er sprake zijn van een
belastende thuissituatie waar het kind onder lijdt, bijvoorbeeld emotionele spanningen in het gezin,
pedagogische of (ortho) psychiatrische problematiek, vermoedens van kindermishandeling en
verwaarlozing. Daarnaast kunnen kinderen vaak nog niet naar een reguliere peuterspeelzaal of
dagopvang, zijn daar vastgelopen of er is sprake van handelingsverlegenheid. Ten slotte is de aard van
de problematiek bij aanmelding vaak onduidelijk, mede ingegeven door de nog jonge leeftijd van het
kind.
Relatie tot andere behandelmodules
De module Ambulante Vroegbehandeling 0-4 jaar richt zich op opvoedingsondersteuning en
ontwikkelingsstimulering. Indien uit de integrale beeldvorming blijkt dat andere problematiek voorliggend
is (bijvoorbeeld ernstige gedragsproblematiek, problematiek op meerdere levensgebieden,
ouderschapsproblemen of scheidingsproblematiek), dan kunnen aanvullend andere behandelmodules
worden ingezet.
3.3 Toepassing bij migranten
De module is toepasbaar voor diverse migrantengroepen, waarbij in bepaalde gevallen extra
aanpassingen nodig zijn om de opvoeders goed te kunnen begeleiden, zoals het werken met een tolk en
het aanbieden van een anamneselijst in de moedertaal (indien beschikbaar).
4. Aanpak van de module
4.1 Structuur en opbouw
Het Behandel- en Expertise Centrum 0-7 jaar (B.E.C.) biedt specialistische hulp aan kinderen van 0-7 en
hun ouders/opvoeders. Bij jonge kinderen is de oorsprong van problemen vaak moeilijk te achterhalen;
de ontwikkelingslijnen lopen nog sterk door elkaar heen en hebben veel invloed op elkaar. Dit maakt dat
de specialistische hulp van het B.E.C. gericht is op lichamelijke-, psychische-, sociale- en cognitieve
aspecten waarbij de kwaliteit van de ouder-kind (opvoeder-kind) relatie essentieel is voor een
harmonieuze ontwikkeling.
Diagnostiek en behandeling vanuit het B.E.C. vinden altijd plaats binnen de context en bij voorkeur in de
natuurlijke omgeving van jonge kinderen.
Bij kinderen tussen de 0-4 jaar wordt na aanmelding vanuit het Behandel- en Expertisecentrum 0-7 jaar
een orthopedagogisch begeleider worden gekoppeld aan ouders en hun jonge kind en start de module
Ambulante Vroegbehandeling 0-4 jaar. Deze orthopedagogisch begeleider is het eerste aanspreek-punt
voor ouders en verwijzers en kan direct intensieve begeleiding inzetten in de thuissituatie,
kinderdagverblijf/kinderopvang of peuterspeelzaal. Daarnaast brengt deze orthopedagogisch begeleider
onder verantwoordelijkheid van de gedragswetenschapper (hoofdbehandelaar) zo snel mogelijk samen
met andere disciplines en in continu overleg met ouders en/of verwijzer in kaart welke eventuele
aanvullende specialistische vormen van diagnostiek en behandeling vanuit het Behandel- en
Expertisecentrum 0-7 jaar en/of andere specialismen van Jeugdhulp Friesland gewenst zijn 3.
De module Ambulante Vroegbehandeling 0-4 jaar wordt vormgegeven vanuit het Behandel- en
Expertise Centrum 0-7 jaar dat wordt gekenmerkt door het zogenaamde Matched Care principe, de
mogelijkheid om specialistische zorg flexibel en op maat (vraaggericht) in te richten. Op basis van de
vraag van ouders, verwijzer, en/of medewerkers kinderopvang of peuterspeelzaal en op basis van een
3
Module diagnostiek
Module Ambulante Vroegbehandeling 0-4 jaar - BEC 0-7 jaar
Pagina 6/24
geïntegreerd diagnostisch beeld, wordt onder regie van de gedragswetenschapper, een ambulant traject
voor Vroegbehandeling uitgezet.
In overleg met alle betrokkenen kunnen daarnaast ook vormen van specialistische zorg (modules)
ingezet worden die noodzakelijk zijn om de bedreigde ontwikkeling van het kind bij te sturen.
Bij het bereiken van de behandeldoelen wordt gebruik gemaakt van:
 Oplossingsgericht werken: de cliënt zo veel als mogelijk zijn/haar eigen oplossingen laten
bedenken, aansluiten bij de betekeniswereld en de krachten van het kind.
 Dialoog gestuurd werken: de uitkomst van het gesprek staat van te voren niet vast, de
gesprekspartners hebben een gelijkwaardige positie.
 Systeemgericht werken: de hulpverlening richt zich op het kind en zijn/haar omgeving (gezin,
kinderopvang, peuterspeelzaal, school, etc.). Dat betekent ‘het regelen van de onderlinge
betrekkingen’ in de leefwerelden waarin het kind actief is. Deze leefwerelden verhouden zich
onderling tot elkaar, zijn van invloed op elkaar en bepalen in grote mate hoe een kind zich
ontwikkelt.
 Competentiegericht werken: het aanleren en uitbreiden van vaardigheden bij kinderen en ouders.
Dit wordt zoveel mogelijk in fases aangeboden, passend bij de ontwikkeling en vooral het niveau
van functioneren van het kind.
 Resultaatgericht werken: in gezamenlijk overleg worden einddoelen opgesteld en wordt structureel
gemeten of deze doelen ook worden behaald.
Het diagnostisch proces leidt in uiterlijk 6 weken tot een (voorlopig) integratief beeld, op basis waarvan
in overleg met ouders, opvoeders, verwijzer en het multidisciplinaire team behandeldoelen worden
geformuleerd welke gericht zijn op één of meer van onderstaande drie domeinen:
Intensieve ontwikkelingsstimulering

Intensief en specifiek oefenen van vaardigheden ten aanzien van:
- Spraak- taalontwikkeling
- Cognitieve ontwikkeling
- Sociale en emotionele ontwikkeling
- Motorische ontwikkeling
- Zelfredzaamheid en dagelijkse vaardigheden.

Gerichte begeleiding bij het adequaat inzetten van communicatieve vaardigheden.

Gerichte begeleiding bij het creëren van een stimulerende omgeving welke gewenst gedrag uitlokt.
Denk aan aanbrengen structuur en verminderen van prikkels.
Werkwijze
Wanneer er sprake is van een (vermoeden van) ontwikkelingsachterstand op één of meerdere
ontwikkelingsgebieden (spraak-taal, cognitief, motorisch, spel, sociaal of emotioneel), dan zal een plan
van aanpak worden opgesteld om het kind optimaal te stimuleren in zijn ontwikkeling. In eerste instantie
zal de ontwikkeling op de verschillende ontwikkelingsgebieden nauwkeurig in kaart worden gebracht.
Hierbij kan gebruik worden gemaakt van:
Gesprekken met ouders en medewerkers kinderopvang en/of peuterspeelzaal.
Het invullen van de Portage vragenlijsten4.
Het invullen van het Ontwikkelingsvolgmodel (OVM)5.
Aanvullend specialistisch diagnostisch onderzoek door één of meerdere disciplines kan worden
ingezet indien dit bijdraagt aan het behalen van de behandeldoelen. De afweging voor het inzetten
van specialistisch diagnostisch onderzoek vindt plaats in overleg met de gedragswetenschapper.
De orthopedagogisch begeleider zal in overleg met ouders werkdoelen en plan van aanpak formuleren.
De werkdoelen worden SMART en KISS (Keep It Smart en Simple) geformuleerd.
4
Het toepassen van het Portage Programma Nederland is nog in ontwikkeling en zal in overleg met de Rijks Universiteit
Groningen plaatsvinden
5
Het toepassen van het OVM is nog in ontwikkeling en zal in overleg met het Seminarium voor Orthopedagogiek
plaatsvinden
Module Ambulante Vroegbehandeling 0-4 jaar - BEC 0-7 jaar
Pagina 7/24
-
-
Er vindt afstemming plaats tussen ouders en kinderopvang / peuterspeelzaal. Er wordt zoveel als
mogelijk aan dezelfde werkdoelen gewerkt. Indien het kind ook de dagbehandeling bezoekt,
worden hier aan dezelfde doelen gewerkt.
De werkdoelen worden regelmatig geëvalueerd en bijgesteld (looptijd ongeveer 2 a 3 weken).
Bij het opstellen- en de uitvoering van de doelen kan gebruikt worden gemaakt van de
gedragstherapeutische principes, de Hanen-principes en het Portage Programma Nederland:
Gedragstherapeutische principes: voor het aanleren van vaardigheden wordt onder andere gebruik
gemaakt van (cognitief) gedragstherapeutische (operante) principes: complimenteren, belonen,
instructie met voordoen en oefenen, inseinen, niet reageren, corrigerende instructie en
timeout 6 (Geeraets, 1998). Daarnaast worden ook klassieke conditioneringsprincipes ingezet
(stimuluscontrole).
Essentieel bij het toepassen van de technieken is de stimulerende manier van contact maken
alvorens feedback of een instructie te geven, de concreetheid van de feedback of de instructie, de
gerichtheid op het verlangde adequate gedrag en de helpende gedachte die kort en bondig wordt
geformuleerd.
Hanen principes: voor het aanleren van communicatieve- en taalvaardigheden wordt gebruik
gemaakt van communicatie principes vanuit de Hanen methode. De drie belangrijkste Hanenprincipes worden aangeduid met de term VAT: volgen, aanpassen, toevoegen. In eerste instantie
worden de initiatieven van het kind gevolgd door te kijken, te wachten, en te luisteren. Hierdoor
wordt het inzicht in de manieren waarop het kind communiceert herkend en vergroot. Vervolgens
worden de contactinitiatieven en manier van communiceren afgestemd op het kind. En wordt
verder gewerkt aan het vergroten van communicatieve- en taalvaardigheden.
Portage Programma Nederland: Het PPN is een thuisinterventieprogramma met als doel de
ontwikkeling van een kind met een ontwikkelingsachterstand te stimuleren en/of gewenste
gedragsveranderingen teweeg te brengen. Het programma richt zich specifiek op gezinnen met
kinderen met een mentale beperking in de ontwikkelingsleeftijd van 0 tot 6 jaar of kinderen in
thuissituaties met een verzwaarde of gespannen opvoedingssituatie. Om de ontwikkeling te
stimuleren voeren de ouders en/of medewerkers van kinderopvang of peuterspeelzaal enkele
keren per dag specifieke programma-activiteiten met hun kind uit.
Intensieve begeleiding gericht op de ouders/opvoeders en de interactie tussen ouders/
opvoeders en kind

Het aanleren en versterken van opvoedingsvaardigheden die aansluiten bij de ontwikkelingstaken
van jonge kinderen en daarmee bijdragen aan het positief en adequaat functioneren van het kind
thuis en in de kinderopvang en/of peuterspeelzaal:
- versterken van de interactionele vaardigheden;
- bieden van emotionele ondersteuning
- bevorderen zelfstandigheid en respecteren eigenheid
- bieden van structuur en grenzen
- geven van informatie en uitleg
- versterken van de specifieke vaardigheden verbonden aan de ontwikkelingsfase van het kind.

Het vergroten van inzicht in de ontwikkeling en eventuele problematiek van het kind en geschikte
opvoedingsstrategieën.

Het versterken van positieve interacties en relaties in het gezin.

Het herstellen van de balans in draagkracht-draaglast.

Het versterken van de samenwerking met de kinderopvang en/of peuterspeelzaal.
Werkwijze
 Gesprekken met ouders en orthopedagogische advisering door de orthopedagogisch begeleider.
 Het versterken van de beschermende factoren in en rond het gezin.
 Afhankelijk van de ernst van de problematiek van het kind en de vraag van ouders (opvoedingsnood)
kunnen aanvullend ouderbegeleiding en/of specifieke (gezins)interventies worden ingezet om het
ouderschap en de opvoedingsvaardigheden van ouders te versterken, dan wel de ontwikkeling van
het kind te stimuleren.
6
Het betreft hier een gedragstherapeutische interventie die niet te verwarren is met separeren
Module Ambulante Vroegbehandeling 0-4 jaar - BEC 0-7 jaar
Pagina 8/24


Het inzetten van K-VHT of VIPP-SD7.
Wanneer er vragen of zorgen zijn over de veiligheid van een kind in de thuissituatie, kan gebruik
worden gemaakt van de Safety First methodiek.
Video Home Training plus): VHT plus is een gedragsinterventie voor ouders met kinderen in de leeftijd
van 0 tot 4 jaar. Het programma wil een gezonde (sociaal-emotionele) ontwikkeling van kinderen
bevorderen en gedrags- en ontwikkelingsproblemen voorkomen of verminderen door
opvoedingsvaardigheden van ouders te versterken en de ouder-kind relatie te verbeteren. Dit gebeurt in
huisbezoeken door middel van feedback op video-opnamen van interacties tussen ouder en kind en het
verstrekken van (specifieke) informatie over opvoeding(sproblemen).
Intensieve begeleiding gericht op de kinderopvang en/of de peuterspeelzaal:
Het intensief overleggen met, samenwerken met en coachen van de medewerkers van de kinderopvang
en/of peuterspeelzaal op basis van de vraag gericht op de ontwikkelingsbehoeften van het kind en
ondersteuningsbehoefte van de leerkracht.

Vergroten van inzicht in de problematiek en ontwikkelingsfase van het kind en de vertaalslag
daarvan naar het gedrag en functioneren van het kind in de opvang, peuterspeelzaal en in de
interactie tussen kind en omgeving.

Versterken van interactie vaardigheden.

Het specifiek coachen van de medewerker ten aanzien van moeilijk hanteerbaar gedrag.

Bekrachtiging van geleerde vaardigheden van het kind en integratie hiervan in de dagelijkse
situatie.

Versterken van de relatie met ouders.

Het in kaart brengen van de onderwijsbehoeften en het kind en ouders/opvoeders begeleiden naar
Passend Onderwijs.
Werkwijze
 Gesprekken met de medewerker.
 Samen in kaart brengen hulpvraag, moeilijke situaties en gewenste gedrag met aandacht voor de
ondersteuningsbehoefte van de medewerker.
 Gerichte observaties door medewerker en orthopedagogisch begeleider aan de hand van het
ontwikkelingsvolgmodel. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een vaardigheidsanalyse volgens het
ontwikkelingsvolgmodel voor zeer jonge kinderen van het Seminarium voor Orthopedagogiek. Dit
(leerling)volgsysteem is ondersteunend in het begeleiden van kinderen in hun individuele
ontwikkeling door professionals in de kinderopvang, peuterspeelzaal en school.
 Ondersteunen van dagelijks handelen, meedenken in het zoeken naar praktische oplossingen voor
dagelijkse problemen waar medewerkers tegenaan lopen en die aansluiten bij (ontwikkelings)
behoeften van het kind.
 Gerichte coaching / advisering
 ten aanzien van omgang met het kind
 ten aanzien van de communicatie tussen ouders en medewerker.
 Eventuele inzet van VIB (video-interactie begeleiding).
4.2 Duur
De module kan worden ingezet gedurende maximaal tien maanden.
4.3 Frequentie
De orthopedagogisch begeleider komt gemiddeld eens per één of twee weken. De frequentie kan
variëren, dit is afhankelijk van de gestelde hulpvragen en geformuleerde doelen.
4.4 Intensiteit
De orthopedagogisch begeleider kan maximaal 48 sessies inzetten, in een periode van maximaal tien
maanden.
4.5 Setting
De begeleiding vindt plaats in de thuissituatie, de kinderopvang en/of de peuterspeelzaal. De module
Ambulante Vroegbehandeling 0-4 jaar wordt gekenmerkt door een nadrukkelijke samenwerking tussen
7
VIPP-SD in ontwikkeling
Module Ambulante Vroegbehandeling 0-4 jaar - BEC 0-7 jaar
Pagina 9/24
het Behandel- en Expertisecentrum 0-7 jaar van Jeugdhulp Friesland, de ouders/opvoeders van het kind
en de opvang en/of peuterspeelzaal waarop het betreffende kind zit. Vanuit Jeugdhulp Friesland is een
orthopedagogisch begeleider werkzaam die intervenieert binnen de driehoek ouders –
opvang/peuterspeelzaal – zorg.
5. Materialen en links
De orthopedagogisch begeleider kan gebruik maken van algemene middelen die voor elk kind en de
verschillende leeftijden geschikt zijn (knutsel-, spel- en constructiemateriaal, leesboeken) en specifiek
voor de doelgroep ontwikkeld materiaal zoals:




8
Portage Programma Nederland. Er is een handleiding voor thuisbegeleiders (PPN) en een
handleiding voor het groepsprogramma (PGP). Voor thuis is het belangrijkste materiaal de
Activiteitenlijst met een groot aantal activiteiten en de Activiteitenkaart waarop de instructie en de
uitvoering van de activiteiten geregistreerd worden. Deze worden in het PGP op individueel niveau
gebruikt. Stichting SupPortage, ondergebracht bij de Vakgroep Orthopedagogiek van de Faculteit
Gedrags- en Maatschappij Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen.
Het Ontwikkelingsvolgmodel voor zeer jonge kinderen van het Seminarium voor Orthopedagogiek.
ABC-schema. Een middel waarmee een beeld kan worden verkregen van de oorzaken (de situatie
voorafgaande aan het probleemgedrag) en de reacties op probleemgedrag.
De richtlijnen diagnostiek en behandeling bij ASS en ADHD (NJI / GGZ) 8.
Het implementeren van het behandelaanbod, voortkomend uit deze richtlijnen, binnen het B.E.C. is in ontwikkeling
Module Ambulante Vroegbehandeling 0-4 jaar - BEC 0-7 jaar
Pagina 10/24
B. ONDERBOUWING VAN DE MODULE
6. Verantwoording: doelgroep, doelen en aanpak
Probleemanalyse
Allereerst wordt in deze verantwoording stil gestaan bij de factoren die een gezonde opvoeding en
ontwikkeling kenmerken. Vanuit deze omschrijving wordt de een brug geslagen naar de oorzaken en
achtergronden van een problematische ontwikkeling. Beide beschrijvingen zijn gebaseerd op een
algemeen ontwikkelingsmodel welke door Meij zijn omgeschreven in verschillende artikelen (2008,
2011). Dit model vormt een groot deel van de theoretische onderbouwing van de module Ambulante
Vroegbehandeling 0-4 jaar. Het model biedt aanknopingspunten voor verder (diagnostisch) onderzoek
en interventies bij problemen van kinderen en jongeren.
De basis van opvoeding en ontwikkeling
Ontwikkeling wordt gezien als een interactief proces tussen kind en (pedagogische) omgeving, ze
beïnvloeden elkaar wederzijds: de omgeving heeft invloed op het kind en het kind heeft invloed op zijn
omgeving. Een evenwichtige ontwikkeling ontstaat wanneer er een goede balans is tussen de
ontwikkelingsopgaven en opvoedingsopgaven. Dit wil zeggen dat kinderen in de loop van hun
ontwikkeling voldoende steun ervaren van hun omgeving, positieve verwachtingen opbouwen van
anderen en zichzelf en beter in staat zijn opeenvolgende ontwikkelingstaken uit te voeren. Door deze
opgaven goed te vervullen doen kinderen kennis en vaardigheden op en ontwikkelen ze zich verder. De
zogenaamde opvoedingsopgaven houden in dat de pedagogische omgeving goed afgestemd moet zijn
op de ontwikkelingsopgaven die op dat moment actueel zijn voor het kind.
In de loop van de ontwikkeling van baby naar volwassene zijn verschillende thema’s te onderscheiden
die kenmerkend zijn voor een bepaalde periode in de ontwikkeling. Dit wordt aangeduid met de term
ontwikkelingsopgaven. Een ontwikkelingsopgave is bijvoorbeeld het opbouwen van een goede
gehechtheidsrelatie met de opvoeder of goed kunnen omgaan met leeftijdgenoten. De term
ontwikkelingsopgave werd geïntroduceerd door Havighurst (1948) en later door vele anderen verder
uitgewerkt, ook in Nederland (zie bijvoorbeeld Riksen-Walraven, 1989; Goudena, 1994; Van den Boom,
1999; Onderwijsraad, 2008; van Yperen, 2009).
Ontwikkelingsopgaven zijn psychologische opdrachten waarmee elk mens in de loop van zijn
ontwikkeling in een min of meer vaste volgorde geconfronteerd wordt. Door die opdrachten goed te
vervullen doet een mens kennis en vaardigheden op en ontwikkelt zich. De kerngedachte hierbij is dat
het niet goed oplossen van een eerdere ontwikkelingsopgave gevolgen heeft voor latere
ontwikkelingsopgaven. Die latere opgaven kunnen dan niet of onvoldoende uitgevoerd worden,
waardoor de ontwikkeling kan stagneren of ontsporen. Om dit te voorkomen is het belangrijk dat
kinderen bij elke ontwikkelingsopgave voldoende ondersteund worden. Dit betekent dat de
pedagogische omgeving goed afgestemd moet zijn op de ontwikkelingsopgaven die voor het kind op dat
moment spelen.
In het kader van de Module Ambulante Vroegbehandeling 0-4 jaar worden hier de belangrijkste
ontwikkelingstaken, waarover in de literatuur goeddeels overeenstemming bestaat, omschreven voor de
leeftijdsperiodes 0-2 jaar en 2-4 jaar. De aangegeven leeftijdsperiodes zijn globaal en moeten ook niet al
te strikt worden gehanteerd. De aangegeven periode is de kritieke periode waarbinnen het thema extra
veel aandacht vraagt en verdient. Als een ontwikkelingsopgave volbracht is, blijft het thema ook daarna
nog steeds belangrijk.
Ontwikkelingsopgaven voor kinderen van 0-2 jaar
De belangrijkste ontwikkelingsopgave voor het kind in deze periode is het opbouwen van een veilige
gehechtheidsrelatie met een of meer volwassenen. Veilig gehechte kinderen kunnen hun opvoeder
gebruiken als veilige basis van waaruit zij hun omgeving kunnen verkennen. In de loop van het tweede
jaar worden autonomie en individuatie steeds belangrijker. Het kind gaat steeds meer initiatief nemen en
kan onafhankelijk van de opvoeder succes en bevrediging bereiken. In deze periode wordt de basis
gelegd voor vertrouwen in anderen en voor vertrouwen in de eigen competentie.
Module Ambulante Vroegbehandeling 0-4 jaar - BEC 0-7 jaar
Pagina 11/24
Ontwikkelingsopgaven voor kinderen van 2-4 jaar
In deze periode ontwikkelt zich het vermogen van het kind zich iets voor te stellen dat er niet meer is,
evenals het vermogen tot imitatie. Ook komt de taalontwikkeling op gang. Er is sprake van een duidelijke
opbouw van kennisstructuren en symbolische of representationele vaardigheden (begin van ‘alsof-spel’,
probleemoplossend spel, oog voor verhaaltjes en dagelijkse routines). In de loop van het derde jaar
beginnen leeftijdgenootjes een rol te spelen (begin van samenspelen). De peuter moet in staat zijn
constructief met leeftijdgenootjes om te gaan en niet voortdurend in conflict met of afzondering van hen
te zijn. Dit vereist ook het beheersen van communicatieve vaardigheden. Ook ontwikkelt zich in deze
periode het vermogen om zich aan te passen aan de eisen die opvoeders stellen (socialisatie), eerst op
grond van externe regulatie en vervolgens door middel van zelfcontrole van het kind (zindelijkheid,
impulscontrole, afblijven van sommige dingen). Tenslotte is ook de identificatie met de sekse-rol als
jongen en meisje een centraal thema in deze periode.
Pedagogische basisdoelen en opvoedingsvaardigheden.
Voor het volbrengen van de ontwikkelingsopgaven vraagt dit van de omgeving en opvoeder een basaal
opvoedingsklimaat en opvoedingsvaardigheden. Riksen Walraven (2004) omschrijft allereerst een viertal
pedagogische basisdoelen welke volgens haar zowel gelden voor elke opvoedomgeving (thuis, opvang,
school).
1. Bieden van emotionele veiligheid: de opvoedomgeving biedt kinderen een veilige basis, een ‘thuis’
waar kinderen kunnen ontspannen en zichzelf kunnen zijn.
2. Gelegenheid bieden voor het ontwikkelen van persoonlijke competentie: de opvoedomgeving stelt
kinderen in de gelegenheid om hun persoonlijke competentie te ontwikkelen. Het gaat dan om
persoonlijke eigenschappen als veerkracht, impulscontrole, zelfstandigheid, zelfvertrouwen.
Flexibiliteit, motivatie, volharding, creativiteit en cognitieve en taalvaardigheden.
3. Gelegenheid bieden voor het ontwikkelen van sociale competentie: de opvoedomgeving stelt
kinderen in de gelegenheid om hun sociale competentie te ontwikkelen. Het gaat om een scala aan
sociale kennis en vaardigheden, zoals het zich inleven in een ander, communiceren,
samenwerken, anderen helpen, conflicten voorkomen en oplossen en het ontwikkelen van sociale
verantwoordelijkheid.
4. Overdragen van waarden en normen: de opvoedomgeving draagt waarden en normen aan
kinderen over, waardoor kinderen zich de cultuur eigen maken van de samenleving waarin zij
opgroeien.
De doelen zoals hierboven beschreven zijn nog vrij algemeen. Ook is nog niet duidelijk op welke manier
de doelen concreet bereikt kunnen worden. Kinderen ontwikkelen zich doordat ze bepaalde ervaringen
opdoen. Dat zijn ervaringen met hun (professionele) opvoeders, andere mensen en de materiële
omgeving. We beschrijven hier kort de basale vaardigheden van opvoeders die bijdragen aan het
realiseren van de pedagogische basisdoelen. Het gaat bij deze vaardigheden om interactievaardigheden
in het directe contact met het kind en om vaardigheden in het creëren van ‘voorwaarden’ om de
ontwikkeling van het kind zo goed mogelijk te laten verlopen.
Vaardigheden die veel genoemd worden zijn: het bieden van emotionele ondersteuning (sensitieve
responsiviteit of sensitiviteit), het respecteren van de autonomie van kinderen, structuur bieden en
grenzen stellen, en informatie en uitleg geven. Onderzoek heeft laten zien dat deze vaardigheden
samenhangen met het welbevinden en de ontwikkeling van kinderen, zowel in de thuissituatie (Meij,
Zevalkink & Hubbard, 1994) als in kinderopvangsituaties (Riksen-Walraven, 2006). We geven hier een
beschrijving van de vier vaardigheden, die niet zijn voorbehouden aan specifieke ontwikkelingstaken.
1. emotioneel ondersteunen
Emotionele ondersteuning bieden is een gevoel van geborgenheid geven aan het kind, zodat het zich
veilig en op zijn gemak voelt. Hierdoor kan een kind zijn aandacht richten op zijn omgeving en is hij vrij
om nieuwe indrukken op te doen en te leren van wat hij ervaart. Concreet betekent ‘emotioneel
ondersteunen’ dat de opvoeder op een positieve manier duidelijk zijn of haar betrokkenheid laat blijken
bij wat het kind doet en ervaart (troosten, complimentjes geven, aanmoedigen, interesse tonen).
2. respect voor autonomie
Wanneer een kind zich emotioneel ondersteund voelt door de opvoeder, gaat het op verkenning uit.
Het is van belang dat de opvoeder het kind daarbij zo veel mogelijk de ruimte geeft en het respecteert
Module Ambulante Vroegbehandeling 0-4 jaar - BEC 0-7 jaar
Pagina 12/24
in zijn autonomie. In de praktijk van de opvoeding betekent 'respect voor autonomie' de zelfstandigheid
bevorderen en de eigenheid van het kind respecteren.
3. structuur bieden en grenzen stellen
Om tegemoet te komen aan de groeiende behoefte aan zelfstandigheid en autonomie van het kind is
het van belang dat een kind ervaart dat er een vaste structuur is en dat er grenzen zijn. Hoewel dit
aspect tegenover het vorige lijkt te staan (hoe meer regels, hoe minder ruimte voor eigen inbreng van
het kind), geeft het bieden van structuur juist het houvast dat nodig is voor het kind om zelfstandig
activiteiten te ondernemen.
4. informatie en uitleg geven
Om de wereld te leren begrijpen, heeft een kind informatie en uitleg nodig. Het is belangrijk dat de
informatie en uitleg aansluit bij de behoefte, de belevingswereld, de aandacht en het ontwikkelingsniveau van het kind. Naarmate de informatie van betere kwaliteit is, draagt deze meer bij aan de
ontwikkeling van het kind. Het kind kan met de informatie zelfstandig verder waarmee hij bezig is, krijgt
het gevoel dat hij serieus genomen wordt, en wordt zekerder van zichzelf.
Tot slot vraagt iedere fase waarin ontwikkelingsopgaven centraal staan ook om specifieke
opvoedingsopgaven van de opvoeder, waardoor deze ontwikkelingsopgaven nadrukkelijk worden
gestimuleerd. In het kader van deze module worden alleen de specifieke opvoedings-vaardigheden
beschreven bij de fases 0-2 en 2-4 jaar. Deze zijn gebaseerd op beschrijvingen van onder anderen
Goudena (1994), Van den Boom (1999) en Van Yperen (2009).
Opvoedingsopgaven bij kinderen van 0-2 jaar
In deze periode staan de opvoeders voor de opgave sensitief en responsief te reageren op de
behoeften en signalen van het kind (emotionele ondersteuning). In het tweede jaar waarin autonomie
en individuatie een overheersend thema wordt, wordt het nog belangrijker dat de opvoeder het kind
daarnaast zoveel mogelijk de kans geeft om zelf dingen te ontdekken en zo zijn eigen competentie te
ervaren (respect voor autonomie). Anderzijds is het ook steeds vaker nodig om de situatie voor het
kind te structureren en duidelijke grenzen te stellen. Tot slot is het belangrijk voor de ontwikkeling van
het kind dat opvoeders veel praten met het kind.
Normale problemen die zich in deze periode voordoen waaraan de opvoeder het hoofd moet (kunnen)
bieden zijn problemen met slapen en eten, huilen, scheidingsangst, angst voor vreemden en
onbekende situaties.
Opvoedingsopgaven bij kinderen van 2-4 jaar
Van de kant van de opvoeder blijven de eerder genoemde opvoedingsopgaven: emotionele steun
bieden, autonomie erkennen, structureren en grenzen stellen van belang. Gezien de toenemende
intellectuele en sociale behoeften wordt in deze periode ook een steeds groter beroep gedaan op
informatie en uitleg geven over wat hoort, moet en mag en over hoe de dingen in elkaar zitten. Wil het
proces van internalisatie van maatschappelijke eisen enigszins harmonieus verlopen, dan moet de
opvoeder soepel kunnen omgaan met de ambiguïteit van het kind inzake de nu aan hem gestelde
(externe) eisen.
Veel voorkomende normale problemen in deze periode zijn angst voor vreemden en onbekende
situaties, koppigheid, driftbuien, ongehoorzaamheid, druk gedrag en niet zindelijk zijn.
Op basis van het voorgaande kunnen we een globaal ontwikkelingsmodel schetsen, waarin de
ontwikkelingsopgaven van het kind en de opvoedingsopgaven zijn geïntegreerd. Het model sluit aan
op een model van Riksen-Walraven (1989), waarin verschillende theoretische uitgangspunten zijn
samengebracht, waaronder die uit de gehechtheidstheorie en de sociale leertheorie. Zij beschrijft een
algemeen ontwikkelingsmodel dat veronderstelde relaties weergeeft tussen de sociale steun die een
persoon ervaart gedurende zijn ontwikkeling, de verwachtingen die hij daarbij opbouwt ten aanzien van
zichzelf en anderen (uitmondend in een zogenoemd ´intern werkmodel´) en de oplossing van
ontwikkelingsopgaven. Een intern werkmodel bevat ideeën die iemand heeft over zichzelf, andere
mensen en de wereld en die iemands gedachten en gevoelens beïnvloeden en daarmee het gedrag.
Het intern werkmodel komt sterk overeen met de ‘kernovertuigingen’ van Beck (1999).
Kernovertuigingen zijn gedachten en ideeën die iemand heeft over zichzelf, andere mensen en de
wereld. Ze beïnvloeden zijn gedachten en gevoelens en daarmee zijn gedrag. Naast de direct ervaren
steun van anderen spelen ook aangeboren kenmerken van het kind en (andere) bedreigende en
Module Ambulante Vroegbehandeling 0-4 jaar - BEC 0-7 jaar
Pagina 13/24
beschermende factoren in de omgeving een rol in het model. Kinderen die in de loop van hun
ontwikkeling voldoende steun ervaren vanuit hun omgeving bouwen positieve verwachtingen op ten
aanzien van anderen en van zichzelf en zijn beter in staat de opeenvolgende ontwikkelingstaken uit te
voeren. Kinderen die weinig steun ervaren, ontwikkelen minder vertrouwen in zichzelf en in anderen.
Dit kan leiden tot werkmodellen als ´aan anderen heb je niks´, ´ik kan niks alleen´ of ´het maakt niet uit
wat ik doe´.
Figuur 1
Levensloop
Algemeen ontwikkelingsmodel
1 jaar
2 jaar
4 jaar
12 jaar
adolescentie
volwassenheid
Het model gaat er van uit dat de invloed van de omgeving aan het begin van de ontwikkeling het grootst
is en de basis legt voor de verdere ontwikkeling. Naarmate het kind ouder wordt is het steeds moeilijker
het interne werkmodel dat tot dan toe is opgebouwd nog te veranderen.
Oorzaken en achtergronden van een problematische ontwikkeling
Bij het ontstaan van ontwikkelings- en gedragsproblemen is er sprake van een verstoring in de balans
tussen de ontwikkelingsopgaven en opvoedingsopgaven; hierbij gaat het om een samenhangend geheel
van genetisch- biologische factoren, factoren in gezin, school en peergroup en factoren in de wijdere
omgeving. Om een problematische ontwikkeling bij kinderen en jongeren te kunnen voorkomen of
terugdringen moeten we weten wat de oorzaken en achtergronden daarvan zijn. Vaak gaat het niet om
één oorzaak, maar om een samenhangend geheel van factoren. Sommige van die factoren vormen een
bedreiging voor een goede ontwikkeling: de zogenoemde risicofactoren. Daarnaast bestaan er factoren
die kinderen en jongeren juist beschermen tegen problemen: de zogenoemde beschermende of
protectieve factoren. Kinderen of jongeren krijgen problemen wanneer de beschermende factoren
onvoldoende tegenwicht bieden aan de risicofactoren. Het risico op een problematische ontwikkeling
neemt toe wanneer kinderen te maken krijgen met een opeenstapeling van verschillende factoren en de
interactie daarvan (Rutter, 1985, in: Meij en Boendemaker 2008).
Beschermende factoren en risicofactoren zijn meestal geen directe oorzaken van problemen. Het zijn
eerder gunstige en ongunstige omstandigheden voor de ontwikkeling van een kind. Risicofactoren
hangen samen met het ontstaan, de latere toename of de voortzetting van een probleem.
Beschermende factoren hangen samen met het voorkomen, de latere afwezigheid of de afname van
Module Ambulante Vroegbehandeling 0-4 jaar - BEC 0-7 jaar
Pagina 14/24
een probleem. Risicofactoren en beschermende factoren voor het ontwikkelen van problemen kunnen
liggen in:

het kind of de jongere zelf;

zijn directe sociale omgeving: gezin, kinderopvang, peuterspeelzaal, familie;

de wijdere omgeving: buurt, cultuur, maatschappij.
Hoe zwaar bepaalde risicofactoren wegen, verschilt per probleem. Zo spelen genetische factoren bij het
ene probleem een grotere rol dan bij het andere. Risicofactoren en beschermende factoren zijn vaak
tegenpolen van elkaar. Zo is een onveilige gehechtheidsrelatie tussen opvoeder en kind op jonge leeftijd
een risicofactor, terwijl een veilige gehechtheidsrelatie een beschermende factor is.
Recent Nederlands onderzoek heeft bevestigd dat er bij ernstig probleemgedrag bij jongeren sprake is
van een soort ‘balanswerking’ tussen risicofactoren en beschermende factoren (Van der Laan en Blom,
2006). Ook blijkt dat kinderen van anderhalf tot tweeëneenhalf jaar al meer probleemgedrag vertonen
naarmate er meer risicofactoren aanwezig zijn (Asscher en Paulussen-Hoogeboom, 2005).
Het globale ontwikkelingsmodel (zie figuur 1) bestaat uit drie lagen: bovenaan de omgeving, in het
midden de interne processen - cognities, verwachtingen en emoties - en onderaan gedrag en
ontwikkeling. Op basis van de ervaringen die een kind vanaf zijn geboorte opdoet met zijn omgeving
ontwikkelt het bepaald gedrag en bepaalde cognities en verwachtingen. Dat gebeurt in de interactie
tussen kind en omgeving. Een baby met een moeilijk temperament roept bij een opvoeder ander gedrag
op dan een kind dat erg gemakkelijk en meegaand is in de omgang. Toch kan ook een kind dat ‘van
nature’ geen moeilijk temperament heeft onder bepaalde omstandigheden gedragsproblemen
ontwikkelen. Dat doet hij dan als reactie op inadequaat gedrag van de opvoeder, bijvoorbeeld
verwaarlozing. In de loop van de ontwikkeling worden de verwachtingen en cognities steeds robuuster
en moeilijker te veranderen. Negatieve verwachtingen en inadequate cognities leiden tot het ontstaan en
de verdere ontwikkeling van problemen.
Het geschetste model plaatst de beschermende en risicofactoren in een kader en biedt
aangrijpingspunten voor interventies.
Aangrijpingspunten voor effectieve interventies
Het ontwikkelingsmodel maakt duidelijk dat interventies in principe mogelijk zijn op elk van de drie lagen:
de omgeving, de interne processen - cognities, verwachtingen, emoties- en het gedrag. Op grond van
het model is te verwachten dat tegelijkertijd ingrijpen op meerdere niveaus een groter effect heeft dan
ingrijpen op maar één niveau, bijvoorbeeld cognitieve gedragstherapie voor het kind in combinatie met
een opvoedcursus voor ouders.
Ook zal ingrijpen in meerdere domeinen tegelijk, bijvoorbeeld zowel op de kinderopvang en/of
peuterspeelzaal als in het gezin, effectiever zijn dan ingrijpen in één domein, bijvoorbeeld alleen in het
gezin. Daarnaast veronderstelt het model dat bepaalde personen of factoren in een bepaalde
ontwikkelingsperiode meer of minder belangrijk zijn. Interventies zouden daarom gericht moeten zijn
op deze specifieke personen of factoren, bijvoorbeeld bij jonge kinderen vooral op opvoeders en bij
oudere kinderen meer op het omgaan met leeftijdgenoten.
Uit het model valt verder op te maken dat voor elke leeftijdsperiode bepaalde ontwikkelingstaken gelden.
Effectieve interventies zijn gericht op het beter kunnen uitvoeren van deze taken. Tot slot zien we in het
model dat sommige factoren, bijvoorbeeld relatieproblemen of financiële problemen in het gezin, zowel
direct als indirect van invloed zijn op de ontwikkeling. De indirecte invloed is dat het kind minder
positieve aandacht krijgt als er spanningen zijn bij de opvoeders. De directe invloed is dat het kind ruzies
meemaakt. Volgens het model zijn interventies effectiever als ook de achterliggende factoren bij de
interventie worden betrokken. In dit voorbeeld zal het verhogen van de sensitiviteit van de opvoeder
voor het kind uiteindelijk meer effect hebben wanneer de andere problemen ook worden opgelost.
Al met al zijn interventies effectiever naarmate ze enerzijds meer domeinen bestrijken en anderzijds
beter zijn toegesneden op de individuele situatie van het kind of de jongere.
Module Ambulante Vroegbehandeling 0-4 jaar - BEC 0-7 jaar
Pagina 15/24
Figuur 2. Aangrijpingspunten voor interventies
INTERVENTIES
FACTOREN IN WIJDERE OMGEVING (1)
FACTOREN IN GEZIN, SCHOOL, PEERGROEP (2, 3, 4)
ONDERSTEUNING DOOR ANDEREN (2, 3, 4)
Opvoeders
Opvoeders / leeftijdgenoten
Partner / sociaal netwerk
COGNITIES, VERWACHTINGEN, EMOTIES (5)
GENETISCHE
BIOLOGISCHE
FACTOREN (5)
Ontwikkelingsthema´s
Levensloop
1.
2.
3.
4.
5.
6.
GEDRAG (5)
gehechtheid
1 jaar
socialisatie
schoolprestaties, vorming
omgang leefidentiteit,
tijdgenoten
vrienden
2 jaar
4 jaar
12 jaar
relaties,
rollen
adolescentie
werk,
ouderschap
volwassenheid
Buurtgerichte interventies
Gezinsgerichte interventies
School- en centrumgerichte interventies
Op sociaal netwerk gerichte interventies
Kindgerichte interventies
Multimodale interventies (combinatie van twee of meer van 1 t/m 5)
Beïnvloedbare factoren
De module Ambulante Vroegbehandeling 0-4 jaar is gericht op het terugdringen van risicofactoren en
het vergroten van beschermende factoren met als doel dat kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen
en dat de opvoedingsvaardigheden van ouders en professionele opvoeders (kinderopvang en
peuterspeelzaal) aansluiten bij de ontwikkelingstaken en behoeften van het kind.
De module is ontwikkeld om kinderen zoveel mogelijk in hun natuurlijke omgeving te laten opgroeien
door in deze context zo effectief mogelijk hulp te bieden waardoor het kind zich optimaal kan
ontwikkelen.
De module maakt het mogelijk om op verschillende lagen interventies toe te passen. Ook zal ingrijpen in
meerdere domeinen tegelijk, bijvoorbeeld zowel op de kinderopvang en/of peuterspeelzaal als in het
gezin, effectiever zijn dan ingrijpen in één domein, bijvoorbeeld alleen in het gezin.
Verbinding probleemanalyse, doel, doelgroep en aanpak
Via de op maat ingezette interventies, op basis van een integraal diagnostisch beeld, wordt getracht zo
vroegtijdig mogelijk risicofactoren terug te dringen en beschermende factoren te vergroten met als doel
dat kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen en dat de opvoedingsvaardigheden van ouders en
professionele opvoeders (kinderopvang en peuterspeelzaal) aansluiten bij de ontwikkelingstaken en
behoeften van het kind.
Werkzame factoren /mechanismen
Er worden veel onderzoeken verricht naar de effectiviteit van opvoedprogramma’s en
behandelinterventies. Ince (2013) stelt in haar conclusie dat door de wisselende kwaliteit van
Module Ambulante Vroegbehandeling 0-4 jaar - BEC 0-7 jaar
Pagina 16/24
onderzoeken, diversiteit van onderzochte interventies en doelgroepen niet is vast te stellen welke type
interventie bij welke doelgroep het beste werkt. Er is een gebrek aan lange termijn onderzoek waardoor
het ook niet mogelijk is vast te stellen of gevonden effecten blijven bestaan. Er zijn aanwijzingen dat
eigenschappen van de uitvoerder meer bijdragen aan de effectiviteit van een interventie dan
inhoudelijke kenmerken van een interventie.
Toch zijn er een aantal werkzame factoren voor opvoedingsondersteuning waarvan in deze module
gebruik wordt gemaakt, namelijk:
 gericht op concrete doelen;
 duur van interventie is afgestemd op aard en zwaarte van de problematiek;
 duur van de interventie is afgestemd op de complexiteit van de problematiek;
 aansluiting bij de wijze waarop ouders en kinderen zelf hun problemen ervaren;
 gericht op empowerment, het weer greep krijgen op eigen leven;
 gericht op activeren van sociale netwerken rond ouders en kinderen;
 persoonlijke kwaliteiten van de uitvoerder;
 goede relatie tussen hulpverlener en hulpvragen;
 opleiding, begeleiding en stabiele bezetting van uitvoerders.
Daarnaast stelt Ince nog een aantal specifiek werkzame factoren vast voor specifieke programma’s. In
de module Ambulante Vroegbehandeling 0-4 jaar wordt gebruikt gemaakt van de volgende specifiek
werkzame factoren:
 De module biedt de mogelijkheid om de duur, frequentie en intensiteit toe te laten nemen wanneer
de zwaarte en/of complexiteit van de problematiek daarom vraagt.
 Wanneer doelen gericht zijn op het bijbrengen van opvoedingsvaardigheden worden
gedragsgeoriënteerde interventies aangebracht. In de gedragsgeoriënteerde interventies leren
ouders goed gedrag te bekrachtigen en negatief gedrag te negeren. Daarnaast zal ouders geleerd
worden om gedrag dat veranderd moet worden te identificeren en monitoren.
 De module maakt gebruik van cognitieve interventies gericht op ouders en-of beroepsopvoeders om
houding en attitudes ten aanzien van opvoeding te veranderen.
In de richtlijn ‘Samen met ouders en Jeugdige beslissen over passende hulp’ van het NJI (2015) is het
uitgangspunt dat jeugdprofessionals samen met ouders en jeugdige beslissen over de inzet van
professionele hulp. Voor duurzaam resultaat is het nodig dat zij een gedeelde visie krijgen op de vragen
en/of problemen, dat de doelen en wensen van ouders en jeugdigen in het hulpverleningsproces voorop
staan en dat zij gezamenlijk werken aan het verbeteren dan wel draaglijk maken van de situatie. De
richtlijn geeft hiervoor handvatten.
De dialoog vereist van professionals enerzijds dat zij heldere uitleg en onderbouwing geven voor hun
handelen, overwegingen en beslissingen die voortkomen uit hun professionele expertise en anderzijds
dat zij ouders en jeugdigen expliciet vragen naar hun mening, gedachten en ideeën. Dit resulteert erin
dat genomen besluiten een combinatie van professionele expertise en ervaringsdeskundigheid van
ouders en jeugdigen zijn (uit Richtlijn NJI 2015: ‘Samen met ouders en jeugdige beslissen over
passende hulp’, www.nji.nl).
Verantwoording
Voor de verantwoording kan naast de aangehaalde literatuur tevens gebruik worden gemaakt van
Nederlands en /of internationaal onderzoek naar de theorie achter de module, naar onderdelen van de
module en /of naar soortgelijke modules.
7. Samenvatting onderbouwing
Bij jonge kinderen van 0-4 jaar met complexe en meervoudige ontwikkelingsproblemen, is regelmatig
sprake van moeilijk hanteerbare situaties op de peuterspeelzaal of kinderopvang en van (escalerende)
opvoedingsproblemen in het gezin. De hulpverleningstrajecten voor kind en gezin verlopen vaak
gescheiden van elkaar. Deze module biedt een geïntegreerde hulpverleningsaanpak die zich richt op
kind, (pleeg)ouders en beroepsopvoeders waarbij gedragsproblemen worden verminderd, een gezonde
ontwikkeling in gang wordt gezet, de balans tussen ontwikkelingstaken en opvoedingstaken zoveel
mogelijk wordt hersteld en de interactionele vaardigheden en het pedagogisch klimaat thuis en op de
peuterspeelzaal en/of kinderopvang adequaat op het kind worden afgestemd.
Module Ambulante Vroegbehandeling 0-4 jaar - BEC 0-7 jaar
Pagina 17/24
8. Randvoorwaarden voor uitvoering en kwaliteitsbewaking
8.1 Eisen ten aanzien van opleiding
De volgende uitvoerend medewerkers zijn betrokken bij de module Ambulante Vroegbehandeling 0-4
jaar. Voor de eisen ten aanzien van opleiding, training et cetera wordt verwezen naar de
taakfunctieomschrijving van de onderstaande functies:

Afdelingsmanager

Gedragswetenschapper

Orthopedagogisch begeleider

Secretarieel medewerker B

Methodiekcoach9
8.2 Eisen ten aanzien van overdracht en implementatie
Er is geen handleiding of protocol voor overdracht of implementatie. Nieuwe medewerkers worden
ingewerkt door uitvoerende medewerkers in dezelfde functie.
8.3 Eisen ten aanzien van kwaliteitsbewaking
De kwaliteit van de module wordt bewaakt aan de hand van de resultaten uit de prestatie-indicatoren:
doelrealisatie, cliënttevredenheid, reden beëindiging hulp en afname ernst problematiek. Jeugdhulp
Friesland voldoet aan de kwaliteitsnormen HKZ, hetgeen betekent dat de cliënt centraal staat en er
continu gewerkt wordt aan het verbeteren van de hulpverlening.
De orthopedagogisch begeleiders worden in hun handelen ondersteund en gecoacht door de
methodiekcoach.10
8.4 Kosten van de module
Betrokken professionals
Gedragswetenschapper
Orthopedagogisch begeleider
Methodiekcoach







Verblijf: nee
Verzorgingskosten: nee
Pleeggeld: nee
Licentie: nee
Training / opleiding: ja, zie 8.1
Specifiek materiaal: zie hoofdstuk 5
Overige kosten: belegd in submodules
9. Onderzoek naar de uitvoering van de module
Er is geen onderzoek gedaan naar de uitvoering van de module. Binnen de module Ambulante
Vroegbehandeling 0-4 jaar wordt gewerkt met de prestatie-indicatoren. Hiermee worden de resultaten
en effecten van de behandeling gemonitord. De volgende prestatie-indicatoren worden gebruikt:
 CBCL
 OBVL
 Doelrealisatie
 Reden beëindiging zorg
 Cliënttevredenheid
De resultaten van de CBCL en OBVL worden geregistreerd in BergOp, de overige prestatie-indicatoren
worden geregistreerd in K2J.
9
In ontwikkeling. Of het hier taken of een functie betreft wordt nog nader bepaald
Of het hier taken of een functie betreft wordt nog nader bepaald
10
Module Ambulante Vroegbehandeling 0-4 jaar - BEC 0-7 jaar
Pagina 18/24
C. EFFECTIVITEIT
10. Nederlandse effectstudies
Er is geen Nederlands onderzoek naar de effectiviteit van de module. Deze module maakt gebruik van
werkzame elementen die zijn ingezet in interventies die opgenomen zijn in de databank van effectieve
jeugdinterventies van het NJI:
Portage Programma Nederland: Het PPN is een thuisinterventieprogramma met als doel de ontwikkeling
van een kind met een ontwikkelingsachterstand te stimuleren en/of gewenste gedragsveranderingen
teweeg te brengen. Het programma richt zich specifiek op gezinnen met kinderen met een mentale
beperking in de ontwikkelingsleeftijd van 0 tot 6 jaar of kinderen in thuissituaties met een verzwaarde of
gespannen opvoedingssituatie. Om de ontwikkeling te stimuleren voeren de ouders en/of medewerkers
van kinderopvang of peuterspeelzaal enkele keren per dag specifieke programma-activiteiten met hun
kind uit.
Video Home Training plus: VHT plus is een gedragsinterventie voor ouders met kinderen in de leeftijd
van 0 tot 4 jaar. Het programma wil een gezonde (sociaal-emotionele) ontwikkeling van kinderen
bevorderen en gedrags- en ontwikkelingsproblemen voorkomen of verminderen door opvoedingsvaardigheden van ouders te versterken en de ouder-kind relatie te verbeteren. Dit gebeurt in
huisbezoeken door middel van feedback op video-opnamen van interacties tussen ouder en kind en het
verstrekken van (specifieke) informatie over opvoeding(sproblemen).
11. Buitenlandse effectstudies
Er zijn geen studies die de effectiviteit van buitenlandse versies van de module aantonen.
Module Ambulante Vroegbehandeling 0-4 jaar - BEC 0-7 jaar
Pagina 19/24
D. OVERIGE INFORMATIE
12. Toelichting op de naam van de module
Over de naam van de module zijn geen bijzonderheden te vermelden.
13. Uitvoering (uitvoerende en/of ondersteunende organisaties en partners)
De module wordt uitgevoerd in die opvoedsituaties waarin het kind zich ontwikkeld (thuis,
peuterspeelzaal, kinderopvang).
14. Overeenkomsten met andere modules
Er zijn geen gegevens over soortgelijke modules.
Module Ambulante Vroegbehandeling 0-4 jaar - BEC 0-7 jaar
Pagina 20/24
Aangehaalde literatuur
Asscher, J.J. & Paulussen-Hoogeboom, M.C. (2005). De invloed van protectieve en risicofactoren
op de ontwikkeling en opvoeding van jonge kinderen. Kind en Adolescent, 26, 56-69.
Boom, D. van den (1999). Ouders op de voorgrond. Een educatieve lijn voor 0 tot 18 jaar. Utrecht:
Sardes.
Geeraets, M.H.W. (1998). Competentievergrotend werken binnen een MKD.
Methodiekhandleiding voor het werken in de groep. Duivendrecht: Paedologisch Instituut,
afdeling GT-projecten.
Goudena, P.P. (1994). Ontwikkelingsopgaven en opvoedingsopgaven. In J. Rispens, P.P. Goudena &
J.J.M. Groenendaal (red.), Preventie van psychosociale problemen bij kinderen en jeugdigen.
Houten/Zaventem: Bohn Stafleu Van Loghum.
Ince, D. (2013) Wat werkt in Opvoedingsondersteuning? NJI.
Laan, A.M. van der & Blom, M. (2006). Jeugddelinquentie: risico’s en bescherming. Bevindingen
uit de WODC Monitor Zelfgerapporteerde Jeugdcriminaliteit 2005. Den Haag: WODC.
Majoor, J. (2013). Portfolio ‘if you don’t use it you lose it’, van Dagbehandeling naar Expertisecentrum.
Jeugdhulp Friesland.
Meij, H & Boendemaker, L Oorzaken en achtergronden van een problematische ontwikkeling. (2008)
Meij, H. (2011) De Basis van opvoeding en ontwikkeling. NJI
NJI (2015). Richtlijn Samen met ouders en jeugdigen beslissen over passende hulp.
Riksen-Walraven, M. (2004). Pedagogische kwaliteit in de kinderopvang: doelstellingen en
kwaliteitscriteria. In M.H. van IJzendoorn, L.W.C. Tavecchio & M. Riksen-Walraven (red.), De
kwaliteit van de Nederlandse kinderopvang. Amsterdam: Uitgeverij Boom.
Yperen, T. van (2009). Betere ketens. In D. Graas, T. Liefaard, C. Schuengel, W. Slot & H. Stegge
(red.), De Wet op de jeugdzorg in de dagelijkse praktijk (pp. 91-110). Houten: Bohn Stafleu
Van Loghum.
Module Ambulante Vroegbehandeling 0-4 jaar - BEC 0-7 jaar
Pagina 21/24
Bijlage CAP-J
CAP-J classificatieoverzicht (assen en rubrieken):
Naam van de module:
Onderdeel van het zorgprogramma:
Legenda:
X (probleem waar de module aan werkt),
X! (probleem waar de module aan werkt, niet genoemd in de modulebeschrijving),
C (contra indicaties of belemmerende factoren genoemd in de beschrijving),
0 (kenmerken van de doelgroep, genoemd in de moduleomschrijving maar de
module is hier niet op gericht)
? (niet duidelijk, discussiepunt)
Ambulante
Vroegbehandeling
0-4 jaar
BEC 0-7 jaar
Richt zich op
CAP-J Groep
As A: Psychosociaal functioneren jeugdige
A100 Emotionele problemen
A101 Introvert gedrag
A102 Angstproblemen
A103 Stemmingsproblemen
A200 Gedragsproblemen
A201 Druk en impulsief gedrag
A202 Opstandig gedrag en/of antisociaal gedrag
A300 Problemen in de persoonlijkheid(sontwikkeling en identiteit(sontwikkeling)
A301 Problemen met de competentiebeleving
A302 Problemen in de gewetensvorming/morele ontwikkeling
A303 Identiteitsproblemen
A400 Gebruik van middelen/verslaving
A900 Overige psychosociale problemen jeugdige
A901 Problemen bij de verwerking van ingrijpende gebeurtenissen
A902 Overmatige stress
A903 Automutilatie
A904 Andere problemen psychosociaal functioneren jeugdige
0
X
0
X
X
X
CAP-J groep
As B: Lichamelijke gezondheid, aan lichaam gebonden functioneren
jeugdige
B100 Lichamelijke ziekte, aandoening of handicap
B101 Gehooraandoeningen
B102 Oogaandoeningen
B103 Spraakaandoening
B104 Motorische handicap
B105 (Chronische) lichamelijke ziekte
B200 Gebrekkige zelfverzorging, zelfhygiëne, ongezonde levenswijze
B201 Problemen met zelfverzorging en zelfhygiëne
B202 Ongezonde levenswijze
B203 Overgewicht
B300 Aan lichamelijke functies gerelateerde klachten
B301 Lichamelijke klachten
B302 Voedings-/eetproblemen
B303 Zindelijkheidsproblemen
B304 Slaapproblemen
B305 Groeiproblemen
B306 Onverklaarbare lichamelijke klachten
X
X
X
X
X
X
0
0
0
X
X
X
X
X
X
X
X
Module Ambulante Vroegbehandeling 0-4 jaar - BEC 0-7 jaar
x
x
x
x
x
x
x
x
x
0
Pagina 22/24
B900 Overige problemen lichamelijke gezondheid
B901 Andere problemen lichamelijke gezondheid, aan lichaam gebonden
functioneren jeugdige
CAP-J Groep
As C: Vaardigheden en cognitieve ontwikkeling jeugdige
C100 Problemen in de cognitieve ontwikkeling
C101 Problemen met schoolprestaties/leerproblemen
C102 Aandachtsproblemen
C103 Problemen verbandhoudend met hoogbegaafdheid
C104 Problemen met het sociaal aanpassingsvermogen
C200 Problemen met vaardigheden
C201 Sociale vaardigheidsproblemen
C900 Overige problemen vaardigheden en cognitieve ontwikkeling
C901 Andere problemen cognitieve ontwikkeling jeugdige
C902 Andere problemen vaardigheden jeugdige
CAP-J groep
AS D: Gezin en opvoeding
D100 Ontoereikende kwaliteiten van de opvoeding
D101 Ontoereikende opvoedingsvaardigheden
D102 Problemen met ondersteuning, verzorging en bescherming kinderen
D103 Pedagogische onwil
D104 Onenigheid tussen ouders over opvoedingsaanpak
D105 Problematische gezinscommunicatie
D200 Problemen in de ouder-kindrelatie
D201 Gebrek aan warmte in ouder-kindrelatie
D202 Symbiotische relatie tussen ouder en jeugdige
D203 Jeugdige in de rol van ouder (parentificatie)
D204 Vijandigheid tegen of zondebok maken van jeugdige door de ouder
D205 Problemen in de loyaliteit van jeugdige naar ouder
D206 Problemen in de hechting van jeugdige aan ouder
D207 Generatieconflict
D208 Problemen door religieuze en/of culturele verschillen tussen ouder en
jeugdige
D209 Mishandeling ouder door jeugdige
D210 Jeugdige weggelopen van huis
D211 Jeugdige weggestuurd door ouders
D300 Verwaarlozing, lichamelijke/psychische mishandeling, incest, seksueel
misbruik van de jeugdige in het gezin
D301 Jeugdige slachtoffer verwaarlozing
D302 Jeugdige slachtoffer mishandeling
D303 Jeugdige slachtoffer seksueel misbruik
D400 Instabiele opvoedingssituatie
D401 Problemen bij scheiding ouders
D402 Problemen met omgangsregeling
D403 Problemen met gezagsrelaties
D404 Problemen die gepaard gaan met het samengaan van twee
gezinnen/samengestelde gezinnen
D405 Problematische relatie tussen ouders
D406 Problematische relatie jeugdige met partner opvoeder
D407 Problematische relatie (stief)broers/zussen
D500 Problemen van ouder
D501 Negatieve jeugdervaring/traumatische ervaring ouder
D502 Problemen met werkloosheid ouder
Module Ambulante Vroegbehandeling 0-4 jaar - BEC 0-7 jaar
X
X
X
X
X
0
X
X
X
0
0
0
X
X
X
X
X
X
X
X
X
0
0
0
X
0
0
0
0
?
?
?
X
?
?
?
?
?
?
?
0
0
Pagina 23/24
D503 Problemen bij zwangerschap of bevalling
D504 Moeilijke start ouderschap
D505 Gezondheidsproblemen of handicap/invaliditeit ouder
D506 Antisociaal gedrag ouder
D507 Gebruik van middelen/verslaving ouder
D508 Pleger seksueel misbruik
D509 Overmatige stress ouder
D510 Psychische/psychiatrische problematiek ouder
D600 Problemen van ander gezinslid
D601 Gezondheidsproblemen of handicap/invaliditeit ander gezinslid
D602 Antisociaal gedrag ander gezinslid
D603 Gebruik van middelen/verslaving ander gezinslid
D604 Psychische/psychiatrische problematiek ander gezinslid
D700 Problemen in het sociaal netwerk gezin
D701 Problemen in de familierelaties (niet het gezin)
D702 Gebrekkig sociaal netwerk gezin
D800 Problemen in omstandigheden gezin
D801 Problemen met huisvesting
D802 Financiële problemen
D803 Problemen met hulpverleners of (vertegenwoordigers van ) instanties
D804 Problematische maatschappelijke positie gezin als gevolg van migratie
D900 Overige problemen gezin en opvoeding
D901 Andere problemen gezin en opvoeding
CAP-J Groep
As E: Jeugdige en omgeving
E100 Problemen op speelzaal, school of werk
E101 Problematische relatie met leerkracht, werkgever of
leidinggevende/problemen met hiërarchische relatie
E102 Problematische relatie met medeleerlingen, collega’s of groepsleden
E103 Motivatieproblemen op school of werk (onder andere spijbelen)
E104 Van school gestuurd
E105 Problemen met school-, studie- of beroepskeuze of vakkenpakket
E106 Problemen met werkloosheid jeugdige
E107 Problemen met speelzaal, schoolorganisatie of onderwijsstijl,
arbeidsorganisatie
E200 Problemen met relaties, vrienden, sociaal netwerk en vrije tijd
E201 Problemen met vrijetijdsbesteding
E202 Problemen met verliefdheid/liefde en relaties
E203 Problematische relatie met leeftijdgenoten (onder andere gepest worden
buiten school/werk)
E204 Gebrekkig sociaal netwerk jeugdige
E205 Risicovolle vriendenkring (antisociaal gedrag, gebruik middelen)
E300 Problemen in omstandigheden jeugdige
E301 Problemen met zelfstandige huisvesting jeugdige
E302 Financiële problemen jeugdige
E303 Problemen van jeugdige met hulpverleners of (vertegenwoordigers van)
instanties
E304 Problematische maatschappelijke positie jeugdige (onder meer als gevolg
van migratie)
E305 Problemen jeugdige met justitiële instanties
E900 Overige problemen omgeving jeugdige
E901 Andere problemen jeugdige en omgeving
Module Ambulante Vroegbehandeling 0-4 jaar - BEC 0-7 jaar
0
0
0
0
0
0
0
0
X
X
X
Pagina 24/24
Download