Denken over anderen en onszelf

advertisement
Vrij van vooroordeel?
Hoe stereotypes
onze manier van denken
buiten onze wil om beïnvloeden
Vera Hoorens
Universiteit Derde Leeftijd - Leuven
7 maart 2006
Enkele vaktermen…
 Stereotype: kennis over groep
 Vereenvoudigd
 Niet
altijd negatief of fout
 Vaak zeer nuttig
 Vooroordeel: oordeel over individu op
grond van stereotype
 Discriminatie: mensen verschillend
behandelen op grond van hun groep
Stereotypes: nuttig en gevaarlijk
 + : Aandacht, tijd en energie voor
Levensnoodzakelijke bezigheden
 Comfortverhogende activiteiten

 - : Onjuist oordeel bij
Uitzonderlijke personen bij ‘juist’ stereotype
 Meeste personen bij ‘overdreven’ stereotype
 Iedereen bij niet (meer) juist stereotype

Hoe beïnvloeden stereotypes
ons denken?
 Selectie van gedrag
 Interpretatie van gedrag
 Inferenties uit gedrag
Causale attributies
 Afleiden van persoonseigenschappen

 Beoordeling van gedrag en persoon
Selectie van gedrag
Darley & Gross (1983) - Methode
 Stereotype: rijke mensen hebben slimme kinderen
 Taak: schoolniveau kind beoordelen
 Kind met hoge vs. lage status (video)
hoog: mooie buurt & school, ouders academici
 laag: arme buurt & school, ouders ongeschoold
 Informatie over prestatie van kind
 Afwezig
 Aanwezig: video, onduidelijke prestatie op test

Ingeschat niveau (schooljaar)
Darley & Gross (1983) –
Resultaten voor ‘wetenschap’
5
4,5
4
3,5
3
Afwezig
Aanwezig
Informatie over prestatie
Arm
Rijk
Selectie van gedrag
Verklaring
 Perceptie van individu activeert stereotype
 Beoordeling volgens stereotype onwenselijk
 Onderdrukt
 Stereotype aanvaard als bron hypothesen
 Toegelaten als er ‘gegevens zijn om ze te toetsen’
 MAAR confirmatorische gegevensverwerking
 Stereotypes effect bij niet-eenduidige gegevens
Identificatie van gedrag
 Gedragsinformatie vaak dubbelzinnig
 Zelf
waargenomen gedrag
 Beschrijving door anderen
 Interpretatie en aanvulling geleid door
stereotypes
 Spontaan: ‘objectief waargenomen’
Identificatie van gedrag
Plant et al. (2004, exp. 1) - Methode
 Stereotypes over mannen en vrouwen
‘Mannen: “sterke” emoties als boosheid’
 ‘Vrouwen:“zwakke” emoties als verdriet’
 Experimentele taak:
 Deelnemers zien dia’s van gezichten
 Ze beoordelen welke emotie getoond wordt
 Gevarieerd: ‘geslacht’ van persoon op dia
 Digitale ‘morph’ van gezicht van man & vrouw
 Persoon lijkt man of vrouw door haar/kleren

Plant et al. (2004, exp. 1) - Resultaten
5
Beoordeling (1-7)
4,5
Boosheid
4
Verdriet
3,5
3
Man
Vrouw
Schijnbaar geslacht
Interpretatie van beschrijving
Dunning & Sherman (1997) - Methode
 Fase 1: dubbelzinnige beschrijvingen lezen


Over leden van groepen waarover stereotype bestaat
Stereotype-relevant versus stereotype-irrelevant
 Fase 2: nieuwe beschrijvingen lezen
zeggen welke voorkwamen in 1e reeks



Veranderde versies van stereotyperelevante uit 1e reeks
Verandering = ont-dubbelzinniging
Consistent versus inconsistent met stereotype aangevuld
 Meting: % valse herkenningen
% valse herkenningen
Dunning & Sherman (1997) - Resultaat
50
45
40
35
30
25
20
15
10
5
0
Stereotypeconsistent
Stereotypeinconsistent
Relevant
Irrelevant
Stereotype-relevantie beschrijvingen in 1e fase
Causale attributie
Deaux & Emswiller (1974) - Methode
 Stereotype: vrouw doet huishouden, man klust
 Experimentele taken:
beluisteren van persoon die zoektaak doet
 voorwerp vinden dat ingebed is in tekening
 persoon presteert altijd gelijk (goed)
 Gevarieerd:
 persoon die taak uitvoert: man of vrouw
 Objecten: huishoudelijk of gereedschap
 Meting: verklaring prestatie geluk - vaardigheid
(13 = volledig vaardigheid, 1 = volledig geluk)

Deaux & Emswiller (1974) - Resultaat
Vaardigheid - geluk
10
9,5
Man
Vrouw
9
8,5
8
7,5
7
Mannelijk
Vrouwelijk
Aard van de taak
Afleiden van persoonseigenschap
Epley & Kruger (2005) - Methode
 Predictie
Uit antwoorden van Aziaten op vragen leid je
hogere intelligentie af dan uit die van anderen
 ALS er ruimte is voor interpretatie
 vooral bij schriftelijk antwoord
 Studenten stellen vaste reeks moeilijke vragen
 Gevarieerd tussen studenten
 Geinterviewde ‘wel of niet Aziatisch’ ( ‘foto’)
 Interview per telefoon vs. per e-mail
 E-mail : transcriptie van telefonische
 Antwoorden dus identiek
 Vraag: hoe verstandig is ondervraagde (-6 tot +6)?

Epley & Kruger (2005) - Resultaten
Waargenomen intelligentie
3,5
3
2,5
2
Europees
Aziatisch
1,5
1
0,5
0
Telefoon
E-mail
Soort interview
Stereotypes als standaard:
Biernat & Kobrynowicz (1997) - Methode
 ‘Mannen goed in leidende, vrouwen in dienende rol’
 Taak: sollicitatie beoordelen op grond van
functie-omschrijving
 C.V.
 Gevarieerd:
 Baan: ‘mannelijk’ vs. ‘vrouwelijk’
 Executive chief of staff vs. executive secretary
 Functie-omschrijving verder identiek
 Kandidaat: man vs. vrouw (naam C.V.)
 Beoordeling: beschrijving of evaluatie
 Aantal aanwijzingen vaardigheid of veel/weinig

Biernat & Kobrynowicz (1997)
Resultaten voor beschrijvingen
 Vaststelling
Vrouwelijke baan: vrouw > man
 Mannelijke baan: man > vrouw
 Verklaring:
 De baan heeft een ‘vrouwelijke naam’
… dus zal ze vrouwelijke taken inhouden
 Functie-omschrijving lijkt vrouwelijk
 De sollicitant is een vrouw
… dus zal zij vrouwelijke talenten hebben
CV lijkt die te weerspiegelen

Biernat & Kobrynowicz (1997)
Resultaten voor evaluaties
 Evaluatie
Vrouwelijke baan: man > vrouw
 Mannelijke baan: vrouw > man
 Verklaring
 Bij beoordeling gebruiken we altijd een
vergelijkingsstandaard
 NIET dezelfde standaard voor iedereen
 MAAR voor ‘relevante vergelijkingsgroep’
 Als vrouw ‘iets minder kan dan man’ leidt
gelijke prestatie bij haar tot hogere evaluatie

Stereotypes als standaard:
commentaar
 Lid van ‘minder goede’ groep niet gunstiger bejegend
Bij o.a. aanwervingen geeft beschrijvende
beoordeling doorslag
 Lat voor ‘bewijs bekwaamheid’ hoger gelegd bij
‘minder goede’ groep
 Effect ook bij…
 Socio-economische omstandigheden
 Toeschrijving persoonseigenschappen
 Implicaties bij opiniepeilingen
 Evaluaties verbergen stereotypes!
 Benadeelde groep lijkt ‘even goed’ of ‘beter’ af

Zelfstereotypering
Robinson e.a. (1998) - Methode
 Stereotype:
Vrouw: ‘andergerichte’ +, ‘zelfgerichte’ - emoties
 Man: ‘zelfgerichte’ +, ‘andergerichte’ - emoties
 Deelnemers: mannen en vrouwen
 Emotie-uitlokkende gebeurtenis: soort ‘10 voor taal’
 Daadwerkelijk winnen of verliezen
 Zich winst of verlies voorstellen
 Vragen aan deelnemers:
 Hoe voelt u zich nu?
 1 week later: hoe voelde u zich na het spel?

Zelfstereotypering
Vrouwelijke emoties (+ of -)
Robinson e.a. (1998) – Resultaten
Vrouwelijke emoties
4
3,9
3,8
3,7
3,6
3,5
3,4
3,3
3,2
3,1
3
Na spel
Aan man
1 week later
Aan vrouw
Gevolg van invloed op ons denken:
Ook ‘foute’ stereotypes houden stand
 Ze lijken vaak juist


Effecten op informatieverwerking
Zelfstereotypering: ik weet het, ik ben zelf...
 Verkondigd met schijn wetenschappelijkheid
 Maken zichzelf soms waar


Interpersoonlijk (zelfvervullende voorspelling)
Intrapersoonlijk (stereotype threat)
Download