H1.1 De agrarische revolutie

advertisement
H1.3 HET OUDE EGYPTE
Jagers en
Boeren
HET ONTSTAAN VAN EGYPTE
 Egyptische staat van 3100 v.Chr. tot 332. v.Chr.
 Rond 3100 v.Chr. Samenvoeging van Opper - en Neder
Egypte
 Taken van de farao
 Centraal bestuur van de staat onder een koningshuis
(dynastie) met behulp van ambtenaren
 Overal dezelfde wetten en regels handhaven
(opperrechter)
 Uitgebreide redistributie economie(belasting herverdelen)
 Intern geweldsmonopolie
 Verdediging en oorlogsvoering belangrijk
 Bouw tempels, openbare gebouwen, piramides
 Overstroming van de Nijl reguleren
 Opperpriester (zelf God)
RAMSES II
GODSDIENST VAN EGYPTE
 Natuurgodsdienst en polytheïsme (mythologie)
 Sterke nadruk op het hiernamaals (bijv.
mummificeren en piramides)
 Grote rol van de farao: zelf ook een god (zorgen voor
stabiliteit en harmonie)
VERGELIJKING EGYPTE EN MESOPOTAMIË
Egypte
Mesopotamië
 Centraal bestuur
(eén rijk)
 Decentraal bestuur
(stedelijke gemeenschappen)
Later ook een staat
 Koning is een mens
 Hiernamaals niet zo
belangrijk
 Moeilijk verdedigbaar
(open ligging)
 Farao is een god
 Grote nadruk op het
hiernamaals
 Makkelijk verdedigbaar
(woestijn)
Download
Random flashcards
Create flashcards