Geschiedenis H1: Eerste Wereldoorlog Samenvatting

advertisement
©Don van Baar, Murmelliusgymnasium, www.compudo.nl/murmellius2014
Geschiedenis H1: Eerste Wereldoorlog
Samenvatting
Oriëntatie
De Eerste Wereldoorlog begon in augustus 1914. Er was groot enthousiasme en de oorlog was
onvermijdelijk. Verwachting: een korte oorlog met een klinkende overwinning, maar het resultaat
bleek anders: een vier jaar durende uitputtingsoorlog in de loopgraven. Veel soldaten gingen te
gronde en Europa veranderde zeer. Als direct gevolg van de oorlog kwam de communistische
Russische Revolutie en als een indirect gevolg kwam het fascisme en nationaal-socialisme op.
De Eerste Wereldoorlog: de oercatastrofe van de 20e eeuw.
Paragraaf 1: Oorzaken
De aanslag
In de loop van de 19e eeuw brokkelde het rijk van de Turken, de Balkan, uiteen en kleine nationale
staten ontstonden. Deze vochten om hun grondgebied uit te breiden. Tegelijkertijd wilden Rusland
en Oostenrijk-Hongarije hun grondgebied en invloed uitbreiden naar de Balkan. 1878: De Turken
trekken zich terug in Bosnië-Hercegovina, 1908: Oostenrijk-Hongarije annexeerde het gebied, wat
zeer veel woede bracht aan de Serven. De Serviërs in Bosnië-Hercegovina streefden naar incorporatie
en wilden hun eigen Servische staat. Dit was officieel machteloos, maar ze hielden vol.
28 juni 1914: Habsburgse kroonprins Franz Ferdinand brengt een bezoek aan Sarajevo (hoofdstad
van Bosnië-Hercegovina). Servische nationalisten beraamden een aanslag, hopend op een opstand
van de Serviërs. De student Gavrilo Princip schoot de kroonprins en zijn vrouw dood, dit is de
aanleiding van een aantal gebeurtenissen, die later zullen uitmonden in de Eerste Wereldoorlog.
De Juli-crisis
De regering van Oostenrijk-Hongarije besloot Servië zwaar te straffen. Dit harde optreden moest ook
dienen om het opkomende nationalisme onder de vele volkeren binnen de grenzen van de
Habsburgse monarchie af te schrikken. Omdat Wenen wist dat Rusland Servië steunde, steurden ze
een afgezant naar Berlijn met een brief, waarin keizer Franz-Jozef vroeg om de steun van Duitsland
om Servië als politieke factor op de Balkan uit te schakelen.
Omdat Duitsland een bondgenoot was, steunde het Oostenrijk-Hongarije. Duitsland hoopte erop dat
de Serviërs geen hulp zouden vragen aan Rusland, omdat ze dan Duitsland tegen hen zouden
hebben. Mocht het gebeuren dat Rusland niet te hulp schoot, zou het prestige van Duitsland dik
toenemen. Op 23 juli zond Oostenrijk-Hongarije een ultimatum naar Servië, met harde eisen. Als ze
niet binnen 48 uur alle eisen zouden opvolgen, zou er een oorlog komen tussen beide landen. Servië
verwierp een deel van het ultimatum en vroeg steun aan Rusland, dit leidde tot het uitroepen van de
oorlog aan Servië op 28 juli 1914.
Al enige oorlogen hadden gewoed in de Balkan, dus dit leek tot ‘niets’. Bij vorige conflicten was het
door Europese regeringsleiders gelukt om het uitbreiden van de conflicten te voorkomen, maar deze
keer breidde de crisis zich razendsnel uit. Rusland steunde Servië en rekende op steun van zijn
bondgenoten: Frankrijk en Groot-Brittannië.
28 juli: Het Oostenrijks-Hongaarse leger bombardeert Belgrado (Servische hoofdstad) en de Russen
begonnen met een gedeeltelijke mobilisatie. Duitsland reageerde ongeveer gelijk. Een dag later
kondigde Rusland een volledige mobilisatie aan en daarop stuurde Duitsland een ultimatum: Rusland
moest alle voorbereidingen voor de oorlog afblazen. Rusland reageerde niet en Duitsland verklaarde
op 1 augustus de oorlog aan Rusland. De bondgenoten van Rusland lieten Rusland niet in de steek,
bang voor een Duitse hegemonie in Europa.
Op 4 augustus marcheerden de Duitse troepen België binnen.
Pagina 1 van 6
©Don van Baar, Murmelliusgymnasium, www.compudo.nl/murmellius2014
Dieperliggende oorzaken
De kogels van Princip waren de vonk, maar het conflict ontbrandde door een aantal dieperliggende
oorzaken:
1) Door de wedloop om koloniën of imperialisme nam de internationale spanning toe.
Nieuwe machten kwamen op en de industrialisering nam toe, hierdoor kreeg de wedloop om
koloniën een nieuwe prikkel, ze wilden ook koloniën hebben.
Koloniën waren namelijk belangrijk voor grondstoffen, ze dienden als afzetgebieden voor de
industrie, boden mogelijkheden voor investeringen voor emigranten, ze konden gebruikt
worden als steunpunten en bunkerplaatsen voor oorlogsschepen, eventueel konden de
moederlanden soldaten onder de lokale bevolking werven en koloniën gaven het
moederland een groot prestige, hoe meer kolonies, hoe meer aanzien.
De strijd om koloniën verliep met veel conflicten en de koloniale mogendheden vochten
voortdurend tegen lokale bevolkingen en botsten herhaaldelijk onderling in de strijd om
koloniaal bezit. Zie een aantal conflicten op pag. 12 van je boek.
2) Spanningen binnen Europa:
a) Oostenrijk-Hongarije  Rusland
Beide landen wilden een vergroting van hun grondgebied en versterking van hun
macht en invloed in/op de Balkon.
b) Oostenrijk-Hongarije  Italië
Italië claimde grondgebied van Oostenrijk-Hongarije.
c) Duitsland  Frankrijk
Na de Frans-Duitse oorlog van 1870-1871 annexeerde Duitsland Elzas en
Lotharingen. Frankrijk wilde dit gebied terug en wilde revanche.
d) Duitland  Groot-Brittannië
De bouw van een Duitse vloot met thuishaven in de Noordzee leidde tot een
wapenwedloop tussen Duitsland en Groot-Brittannië.
Zie voor meer het stencil op Murmellius2014: oorzaken en gevolgen WOI.
Paragraaf 2: Totale Oorlog
Het Schlieffenplan
Duitsland wilde een tweefrontenoorlog voorkomen door eerst Frankrijk te verslaan voordat Rusland
zijn troepen had gemobiliseerd. De Duitsers dachten namelijk dat de Russen achterlijk waren. Om
Frankrijk snel te verslaan had Alfred von Schlieffen een plan bedacht, het Schlieffenplan: de Duitsers
trokken met een groot deel van het leger door België om vervolgens het Franse leger in de rug aan te
vallen.
België liet de Duitse troepen niet zomaar door hun land trekken en de Duitsers begonnen op 4
augustus een aanval op Luik. De vestiging viel en Duitsland ging verder. Bij Marne draaide het Duitse
leger naar het oosten, om zo de Fransen te omsingelen en te verslaan, maar een deel van het Franse
en Engelse leger ontkwam aan de omsingeling en ze konden de Duitsers vanuit het zuiden aanvallen.
Van 6 tot 9 september werd de slag aan Marne uitgevochten. Het Duitse leger moest zich
terugtrekken tot aan de rivier de Aisne en het Schlieffenplan mislukte compleet.
Ze moesten alsnog vechten in een tweefrontenoorlog.
Waarom mislukte het Schlieffenplan?
- De Russen mobiliseerden sneller dan verwacht
- De Duitsers gingen niet door Nederland, om conflicten te voorkomen.
- Het Duitse leger boog te vroeg af naar Parijs, terwijl ze ‘met hun elleboog langs de kust
zouden moeten schuren’.
- De weerstand van de Belgen bij de forten van Luik was onverwacht.
- Engeland had de mogelijkheid tot aanvallen vanuit het westen.
- Bij de omsingeling ontkwam een deel van het Frans-Engelse leger, waardoor deze het Duitse
leger vanuit het zuiden in de zijflank aan kon vallen.
Pagina 2 van 6
©Don van Baar, Murmelliusgymnasium, www.compudo.nl/murmellius2014
Bondgenoten
Beide partijen verwierven bondgenoten, zie schema hieronder:
Centralen
Geallieerden
Duitsland
Frankrijk
Oostenrijk-Hongarije
Engeland
Bulgarije
Rusland
Turkije (Osmaanse Rijk)
Italië (vanaf 1915)
Japan (en China ook)
Verenigde Staten (vanaf 1917)
België (wel vrij neutraal)
Servië
Verenigde Staten en de Eerste Wereldoorlog
Vier redenen waarom de Verenigde Staten mee ging doen in de Eerste Wereldoorlog:
1) Angst voor verlies van geld bij de nederlaag van de Geallieerden (deze hadden veel geld
geleend van de Verenigde Staten).
2) Angst voor ondergang van de democratie voor Europa (vooral gebruikt in propaganda).
3) Zimmermanntelegram wordt verstuurd door de Duitsers naar de Duitse ambassadeur in
Mexico City. Hij moet met de Mexicanen gaan praten over de deelname in de oorlog aan
hun kant. De Mexicanen werd beloofd dat zij stukken grond terugkrijgen die Amerika had
ingenomen.
4) In april 1917 kwam de onbeperkte duikbotenoorlog tot stand, door blokkade van Engeland
(zie De blokkade van de Engelsen en de onbeperkte duikbotenoorlog).
Waarom een wereldoorlog?
Het werd een wereldoorlog, waarbij het zwaartepunt van oorlog in Europa lag.
Drie redenen waarom de oorlog een wereldoorlog genoemd mag worden:
1) Gevechten in alle continenten.
2) Bondgenoten uit alle continenten.
3) Grote invloed (denk aan dekolonisatie en (vrouwen)emancipatie).
Loopgraven
Na de slag bij Marne kreeg de oorlog een loopgravenoorlog-vorm. Dit is een uitputtingsnorm, waarbij
beide partijen elkaar door zinloze aanvallen probeerden te verzwakken. Hierbij gingen veel soldaten
van beide partijen te gronde.
Nederlagen van de Geallieerden
Rusland begon een dubbeloffensief tegen Oost-Pruisen en Oostenrijk-Hongarije. Bij Oost-Pruisen
werden de Russen verslagen en verdreven, maar in Oostenrijk-Hongarije behaalden ze nog een kleine
terreinwinst. Eind 1914 begonnen Duitsland en Oostenrijk-Hongarije een tegenoffensief en dreven
de Russen terug.
In de Balkan werden door de Geallieerden alleen maar nederlagen geleden.
Servië weerde de aanvallen van Oostenrijk-Hongarije af, maar werd eind 1915 bezet door Duitse,
Oostenrijk-Hongaarse en Bulgaarse troepen. Bij de Italiaanse-Oostenrijkse grens veranderde de
oorlog in een loopgravenoorlog. Dit liep (natuurlijk) tot niets uit.
De blokkade van de Engelsen en de onbeperkte duikbotenoorlog
Op de Noordzee legden de Engelsen een blokkade om zo de aanvoer van goederen richting Duitsland
af te snijden. De Duitse vloot kon deze blokkade niet doorbreken, hierdoor ontstonden grote
tekorten van grondstoffen in Duitsland. Duitsland zette duikboten in om deze blokkade te
doorbreken en torpedeerde daarbij handelsschepen van Engeland, maar ook neutrale schepen. Dit
was een van de redenen waarom de Verenigde Staten mee ging doen in de oorlog (zie het lijstje voor
de complete oorzaken hierboven).
Pagina 3 van 6
©Don van Baar, Murmelliusgymnasium, www.compudo.nl/murmellius2014
Totale oorlog
Om de immense legers van alle partijen te voorzien van wapens, munitie, voedsel, kleding, onderdak,
transport en medicijnen werd de gehele bevolking ingezet. Dit maakte de Eerste Wereldoorlog een
totale oorlog: de staat schakelde de hele samenleving in ten behoeve van de oorlog.
Het thuisfront werd even belangrijk als het ‘echte’ front.
Kwantitatieve en kwalitatieve groei van de staten
De rol van de staat veranderde kwantitatief (werd groter), maar veranderde ook kwalitatief (de staat
werd machtiger).
In de eerste plaats, de staten werden groter:
1) De uitgaven van de staten stegen.
2) De oorlogvoerende landen leenden zeer veel geld (de rijksschuld steeg).
In de tweede plaats, de staten werden machtiger:
1) Engelse regering kreeg van het parlement ruime bevoegdheden in de Wet ter verdediging
van het Koninkrijk. Ze konden strategisch belangrijke goederen vorderen, bepaalde gebieden
verboden verklaren, rantsoenen invoeren, enz.
2) In Frankrijk gelde in grote gebieden de staat van beleg: de leger had onbegrensde macht.
3) In Duitsland kreeg het leger controle over de gehele economie: fabrieken die niet van belang
waren voor de oorlogsinspanning werden gesloten en de arbeiders werden overgeplaatst
naar wapenfabrieken. De legerleiding gaf de opdracht voor de bouw van wapenfabrieken,
(spoor)wegen en beheerde het spoorwegsysteem.
Censuur en propaganda
De staat probeerde de meningen van mensen te sturen d.m.v. censuur en propaganda. Censuur
zorgde ervoor dat nederlagen (en andere zaken die in het nadeel waren van de staat/macht)
verzwegen werden. De propaganda werd gebruikt om mannen over te halen om in dienst te gaan en
om vrouwen te stimuleren om te gaan werken in de oorlogsindustrie.
Propaganda werd ook gebruikt om de haat voor de vijand aan te wakkeren.
Door de oorlog veranderden de sociale verhoudingen.
De Dolkstootlegende
Deze legende luidt als volgt (in de propaganda e.d.): het Duitse leger had ‘bijna’ gewonnen van de
geallieerden, toen ze van de regering terug moesten keren en een wapenstilstand gesloten werd.
Het Duitse leger deed het zeer slecht op het slagveld, maar dit werd door propaganda en censuur
verzwegen. Het Duitse leger had dus niet verloren op het slagveld, maar werd tegengehouden door
de regering, aldus de Dolkstootlegende.
Wikipedia zegt hierover: ‘De Dolkstootlegende is een idee dat tussen de beide wereldoorlogen
vooral onder de conservatieven in Duitsland leefde, dat inhield dat de Eerste Wereldoorlog niet op
het slagveld verloren was, maar dat de (linkse) burgerlijke regering vanuit het binnenland de
'dolkstoot in de rug' had gegeven die de nederlaag in een militair nog kansrijke oorlog had
veroorzaakt. Deze tegenwoordig als legende beschouwde opvatting vond zijn ontstaan in een actie
van de Duitse legerleiding om de verantwoordelijkheid voor de Duitse nederlaag in de oorlog af te
wentelen’
Paragraaf 3 is niet opgenomen in deze samenvatting, hierover gaat op 17 februari een s.o.
Pagina 4 van 6
©Don van Baar, Murmelliusgymnasium, www.compudo.nl/murmellius2014
Paragraaf 4: Versailles
De ineenstorting van de Centralen
April 1917 (Russische Revolutie): Verenigde Staten verklaart Duitsland de oorlog, maar de Verenigde
Staten had één probleem: ze hadden geen leger, en zodra ze er een hadden, moesten ze deze
verschepen naar Europa. Dit duurde meer dan een jaar. Maart 1918: Vrede van Best-Litovsk,
hierdoor zag de Duitse legerleiding een mogelijkheid om de oorlog in Frankrijk te beslissen voordat
de Amerikanen zich hadden gemobiliseerd. Duitsland begon te mobiliseren, waarvoor de soldaten uit
Rusland, de Balkan en van het Italiaanse front terug moesten keren. Eind maart 1918: Duitsland
begint het offensief, het lukte om de Geallieerden terug te dringen, maar de geplande doorbraak
mislukte jammerlijk. Hierop volgde in juli 1918 een tegenoffensief van de Geallieerden, waarbij de
Amerikaanse soldaten meevochten. Eind september 1918 stond Bulgarije (bondgenoot van
Duitsland) op instorten, daarom maakte generaal Ludendorff op 29 september bekend dat het leger
ieder moment kon instorten en er onmiddellijk een wapenstilstandsverzoek gedaan moest worden.
Ludendorff voegde daaraan toe dat het gedaan werd onder de verantwoordelijkheid een nieuwe
regering, die steunde op een brede meerderheid in het parlement.
De wapenstilstand
OP 1 oktober 1918 deed Max von Baden aan de Amerikaanse president Wilson het verzoek tot
wapenstilstand en vredesonderhandelingen op basis van de 14 punten. Deze had Wilson
geformuleerd op 8 januari 1918 als de Amerikaanse oorlogsdoelen.
De 14 punten van Wilson:
1) Afschaffing geheime diplomatie
2) Vrije zeevaart
3) Vrije wereldhandel
4) Bewapeningsbeperking
5) Regeling van alle koloniale afspraken, met
inachtneming van het zelfbeschikkingsrecht en
de belangen van de koloniale machten.
6) Ontruiming van Rusland door Duitsland
7) Herstel van België
8) Teruggave van Elzas-Lotharingen aan Frankrijk
9) Vaststelling van de grenzen van Italië volgens
het nationaliteitenprincipe.
10-12) Zelfbeschikkingsrecht voor de volkeren
van Oostenrijk-Hongarije, de Balkan en de nietTurkse volken van het Turkse rijk.
13) Stichting van een onafhankelijke Poolse staat
14) Oprichting van een Volkenbond.
De gevechten bleven doorgaan, en er werden wapenstilstandsonderhandelingen gevoerd door
Turkije, Oostenrijk-Hongarije en Duitsland. Op 30 oktober 1918 sloot het Turkse rijk een
wapenstilstand. Eind oktober 1918 viel Oostenrijk-Hongarije uiteen, omdat de Tsjechen, Joegoslaven
en Hongaren proclameerden. Enkele dagen later accepteerde Oostenrijk een wapenstilstand.
De Habsburgse keizer trad op 11 november af. 29 oktober 1918: de Duitse vloot begon een muiterij.
De muiterij breidde zich uit en overal werden arbeiders- en soldatenbonden opgericht, dit hadden ze
afgekeken van Rusland. 9 november 1918: Duitse keizer Wilhelm II treedt af en 10 november vlucht
hij naar Nederland. 11 november 1918: Duitsland ondertekent een wapenstilstand. Ze trokken zich
terug achter de Rijn en Duitsland leverde grote hoeveelheden oorlogsgebieden in. De Duitse vloot
werd naar Groot-Brittannië gebracht.
De vredesverdragen van Parijs
12 januari 1919: Onderhandelingen in Parijs tussen de geallieerde mogendheden over
vredesregelingen met de Centralen. Deze onderhandelingen werden gedomineerd door de
tegenstelling tussen de Verenigde Staten en Frankrijk. Frankrijk wilde Duitsland zoveel mogelijk
verzwakken, om een nieuwe Duitse aanval te voorkomen, maar de idealistische Wilson wilde een
nieuwe, stabiele en rechtvaardige wereldorde en daarin paste geen hardvochtige behandeling van
Duitsland. Duitsland kreeg op 7 mei het vredesverdrag voorgelegd.
Pagina 5 van 6
©Don van Baar, Murmelliusgymnasium, www.compudo.nl/murmellius2014
De Duitsers probeerden de bepalingen te verzachten, maar de Geallieerden eisten dat het
vredesverdrag ondertekend werd en dreigden met hervatting van de oorlog.
28 juni 1919: De Duitse vertegenwoordigers ondertekenen het ‘Verdrag van Versailles’.
Korte tijd later volgden de vredesverdragen met Oostenrijk, Bulgarije, Hongarije en Turkije.
Oostenrijk verloor door het Verdrag van St. Gemain de heerschappij over Hongarije,
Tsjechoslowakije, Polen en gebieden van Italië. Door het Anschlussverbot mocht Oostenrijk zich niet
aansluiten bij Duitsland. Hongarije verloor in het Verdrag van Trianon grote gebieden van
buurlanden.
Het Turkse Rijk verloor door het Verdrag van Sèvres ook zeer veel land en er bleef niet veel van over.
Voor de belangrijkste bepalingen van het Verdrag van Versailles, zie pag. 26 van je boek.
Duitsland kreeg als enige de schuld van de oorlog, deze schuld was ontzettend groot.
Redenen waarom Duitsland de schuld kreeg:
1) Ze vielen als eerste aan
2) Ze namen het risico voor een grote oorlog
3) Wapenwedloop (met Groot-Brittannië)
4) Ruzie om kolonies
5) Militarisme en nationalisme waren sterk in Duitsland
Redenen waarom het oneerlijk is dat Duitsland alleen de schuld kreeg:
1) Oostenrijk-Hongarije stelde een ultimatum aan Servië
2) Engeland deed bijvoorbeeld ook mee met de wapenwedloop.
Landen die voor de oorlog nog niet bestonden:
Polen, Tsjechië, Slowakije, Joegoslavië, Estland, Letland, Litouwen, Finland, Sovjet-Unie, Oostenrijk en
Hongarije. Turkije, Griekenland, Italië en Frankrijk kregen er na de oorlog meer land bij.
Gevolgen van de oorlog
- Miljoenen doden, militairen en burgers. Gevolg van oorlogshandelingen en genocide
(Armeniërs) en ziekte (Spaanse Griep), voedseltekorten.
- Burgeroorlogen in Rusland en Turkije met gevolgen tot nu toe (grenzen Rusland, verdeling
bevolkingsgroepen, verhoudingen tussen bevolkingsgroepen (Turks-Armeens, RussischOekraïens))
- Grote materiële schade
- Schulden van Europa aan de Verenigde Staten i.p.v. andersom  verschuiving van de
financiële macht naar Wallstreet i.p.v. Fleetstreet in Londen.
- Europa raakte afzetmarkten kwijt aan de Verenigde Staten en Japan: verlies industriële
hegemonie.
- Dust Bowl (zie hier) in Verenigde Staten is een direct gevolg van de Eerste Wereldoorlog.
- Grote stromen vluchtelingen  levert nu nog steeds problemen op.
- Economische crises als gevolg van de Eerste Wereldoorlog hebben inflatie tot gevolg en doen
pensioenen verdampen  enorme sociale onvrede (= bron voor fascisme)
- Vrouwenemancipatie enorm bevorderd (= positief!)
- Vesteging 1e niet-westerse allochtonen in Europa
- Kunst veranderde enorm: meer abstract bijvoorbeeld
- Andere kijk op de wereld: meer eurocentrisch. Minder positief over de mens: liberalisme
minder populair ten koste van fascisme, communisme e.d.: mens moet niet vrij zijn, maar
worden geleid van bovenaf.
- Rol staat/overheid veel groter geworden in Europa dan voorheen.
- Opkomst burgerluchtvaart.
- Enorme groei chemische industrie (plastics e.d.)
- Politieke veranderingen: staten erbij en weg, opkomst –ismen. Begin totalitaire staten.
- Verdrag van Versailles voedingsbodem voor Duitse onvrede en daarmee medeoorzaak WOII.
Pagina 6 van 6
Download