Fonemisch bewustzijn.

advertisement
Leerlijn
fonemisch bewustzijn
in de taalhoek
Inleiding
Hier is hij dan eindelijk! Het begin van de map met taalactiviteiten die jullie graag zouden
willen hebben. Het is pas een begin, maar ik weet zeker dat er in de loop van de jaren veel
meer activiteiten in te vinden zullen zijn.
In verband met bepaalde eisen van school heb ik er de map ‘Leerlijn fonemisch bewustzijn in
de taalhoek’ van gemaakt. Hierdoor kon ik beter onderzoek doen en heb ik meer gewerkt
aan een doel dat bereikt moest worden.
De opbouw van de map is als volgt:
1. Verantwoording van de map.
2. Thema Herfst met bijbehorende activiteiten.
3. Thema Sinterklaas met bijbehorende activiteiten.
4. Thema Kerst met bijbehorende activiteiten.
5. Thema Winter met bijbehorende activiteiten.
6. Thema Lente met bijbehorende activiteiten.
7. Thema Zomer met bijbehorende activiteiten.
8. Thema Verkeer met bijbehorende activiteiten.
Ik hoop dat jullie er veel plezier van zullen hebben!
Groetjes,
Bernadette
Verantwoording
Opbouw
De map ‘Leerlijn fonemisch bewustzijn in de taalhoek’ heeft een zekere opbouw. Hij is
namelijk opgebouwd uit verschillende vaardigheden binnen het fonemisch bewustzijn.
Uiteraard begint het met de simpelere vaardigheden en worden de vaardigheden,
naarmate we verder in het schooljaar komen, moeilijker. Bovendien zijn de vaardigheden
gekoppeld aan thema’s. De opbouw die ik gebruikt heb voor de map is afgeleid vanuit de
opbouw die Wiltink, Huijbregts en Förrer (2002:20) geven. Hieronder kunt u lezen wat zij hier
onder andere over zeggen.
Volgens Wiltink, Huijbregts en Förrer (2002:19) wordt in een combinatiegroep 1 en groep 2
aan het begin van het nieuwe schooljaar meteen gestart met het oefenen van de
voorbereidende vaardigheden op het fonemisch bewustzijn. Een aantal leerlingen heeft
deze oefeningen al een keer gehad. Voor hen is het een herhaling. Na de kerstvakantie
komen de vaardigheden van het fonemisch bewustzijn aan bod die te maken hebben met
het onderscheiden van klanken in woorden, daarover na te denken en ze te manipuleren
(bijvoorbeeld een klank weglaten, toevoegen of vervangen). Daarnaast wordt aandacht
besteed aan het benoemen van letters.
Wiltink, Huijbregts en Förrer (2002:20) geven de volgende opbouw van vaardigheden:
Tot de herfstvakantie (in de map het thema herfst):
 Luisteren;
 Bewustzijn van zinnen en woorden;
 Bewustzijn van lettergrepen;
 Rijmen (eindrijm).
Tot de kerstvakantie (in de map de thema’s Sinterklaas en kerst):
 Luisteren;
 Bewustzijn van zinnen en woorden;
 Bewustzijn van lettergrepen;
 Rijmen.
Tot de voorjaarsvakantie (in de map het thema winter):
 Sorteren van woorden op beginklank;
 Synthetiseren van klanken tot een woord;
 Isoleren van klanken in een woord.
Tot de meivakantie (in de map het thema lente):
 Een klank in een woord toevoegen, weglaten of vervangen;
 Analyseren van klanken in een woord;
 Letters kunnen benoemen.
Tot de zomervakantie (in de map de thema’s zomer en verkeer):
 Sorteren van woorden op beginklank;
 Synthetiseren van klanken tot een woord;
 Isoleren van klanken in een woord;
 Een klank in een woord toevoegen, weglaten of vervangen;
 Analyseren van klanken in een woord;
 Letters kunnen benoemen.
Zoals u kunt zien, heb ik me niet geheel gehouden aan de opbouw die Wiltink, Huijbregts en
Förrer (2002:20) geven. Het onderdeel ‘luisteren’ heb ik weggelaten. Dit heb ik gedaan,
omdat dit naar mijn idee niet echt thuis hoort in de taalhoek. Hier kun je beter een aparte
luisterhoek van maken in je klas. Bovendien heb ik hij de thema’s ‘zomer’ en ‘verkeer’ een
vaardigheid weggelaten, omdat het lastig was om hier een activiteit bij de vinden of te
maken.
Thema’s
De Regenboogschool heeft mij gevraagd om het fonemisch bewustzijn te koppelen aan de
meest voorkomende thema’s. Dit heb ik gedaan door de vaardigheden en de periodes die
Wiltink, Huijbregts en Förrer (2002) geven te koppelen aan de thema’s die over het algemeen
aan de orde komen tijdens de betreffende periodes. Bovendien heb ik het thema ‘verkeer’
toegevoegd. Dit heb ik gedaan omdat de school hier momenteel mee aan het werk is en zo
kan de map meteen uitgeprobeerd worden. Voor een overzicht van welke vaardigheden en
periodes ik gekoppeld heb aan de thema’s kunt u hierboven kijken bij de opbouw. Ik heb de
thema’s er namelijk meteen achter gezet voor een beter overzicht.
Activiteiten
De activiteiten die ik in de map heb gedaan, behoren bij de vaardigheden binnen het
fonemisch bewustzijn. Bij de eerste drie thema’s heb ik bij elke vaardigheid twee activiteiten
bedacht. Ik heb geprobeerd om telkens een werkblad te zoeken en een doe-activiteit. Dit
was echter heel moeilijk vooral bij de vaardigheden ‘bewustzijn van zinnen en woorden’,
‘bewustzijn van lettergrepen’ en ‘rijmen’. U zult zien dat dit bij de volgende vaardigheden
beter is gelukt. Bij de laatste thema’s komen heel veel vaardigheden aan bod. Hierbij heb ik
telkens maar één activiteit gezocht, omdat het anders erg veel werk zou worden. De
activiteiten die in de map te vinden zijn, heb ik van kennisnet of kleutergroep gehaald.
Sommige activiteiten heb ik ook zelf bedacht en/of gemaakt.
In principe zou je zeggen dat het fonemisch bewustzijn voornamelijk gaat over de kennis van
verschillende vaardigheden op het gebied van klanken. Denk hierbij aan
klankonderscheiding en klankarticulatie. Eigenlijk is dit niet iets waaraan makkelijk gewerkt
kan worden in een taalhoek. Toch schrijft Wentink (2005:44) een stukje waardoor ik vond dat
het wel degelijk mogelijk is om het fonemisch bewustzijn ook in de taalhoek aan te bieden.
Hieronder zal ik een stukje van Wentink (2005:44) citeren.
“Een belangrijk gegeven uit onderzoek van de afgelopen 20 jaar is dat er in activiteiten om
het fonemisch bewustzijn te stimuleren ook altijd letters aangeboden moeten worden.
Kleuters die expliciete instructie krijgen in de klankstructuur van de taal en tegelijkertijd de
bijbehorende letters aangeboden krijgen, blijken minder moeite te hebben met leren lezen
en zijn op den duur de betere lezers. Ook andersom geldt dat instructie in letterklankkoppeling geen zin heeft als dat gebeurt zonder aandacht te besteden aan het
fonemisch bewustzijn. Kinderen krijgen het alfabetisch principe pas goed onder de knie als in
het onderwijs zowel aan fonemisch bewustzijn als aan letterkennis aandacht wordt besteed.”
Materialen
Voor de activiteiten heb ik zoveel mogelijk gebruik gemaakt van verschillende materialen.
Hieronder kunt u lezen wat de literatuur hier over zegt. Zoals u zult zien, heb ik van
verschillende ideeën/tips gebruik gemaakt.
Leenders (2002:75-76) geeft de volgende suggesties voor materialen in de taalhoek:




Knuffelbeesten zijn essentieel, omdat kinderen het prettig vinden aan knuffelbeesten
voor te lezen of ze vast te houden als ze in boeken kijken. (Voornamelijk voor in de
boeken- of leeshoek.)
Verschillende soorten boek, zoals verhalen, informatieve boeken, poëzoe, alfabet- en
telboeken en prentenboeken.(Voornamelijk voor in de boeken- of leeshoek.)
Posters.
Een flanelbord.













Een cassetterecorder.
Poppen om verhalen uit te beelden. (Voornamelijk voor in de boeken- of leeshoek.)
Een tafel die uitgerust is met verschillende soorten papier, schrijfmateriaal, een goed
zichtbaar alfabet, alfabetboeken en driedimensionale letters.
Pennen, potloden en stiften.
Als kinderen net op school zijn is het aan te bevelen om ongelijnd papier te
gebruiken, omdat kinderen dan vrijer zijn in hun ontwikkeling; er wordt niet
gesuggereerd hoe papier gebruikt moet worden. Later als kinderen beginnen met het
schrijven van letters, kan gelijnd papier worden geïntroduceerd.
Een prikbord om de werken van de kinderen op te hangen, zodat klasgenootjes
kunnen lezen wat er geschreven is.
Letterstempels.
Plastic of houten lettervormen.
Klank- en rijmoefeningen.
Letterdozen.
Luisterspelletjes. (Voornamelijk voor in de luisterhoek.)
Oude typemachines.
Lees- en schrijfwerkbladen.
Van Kleef en Tomesen (2002:65-66) geven een aantal materialen voor in de leeshoek:




Verschillende tekstgenres: prentenboeken, verhalenbundels, informatieve boeken,
boeken met rijmpjes en versjes, ABC-boeken.
Authentieke teksten: advertenties, folders, tijdschriften, kranten, de schoolkrant,
brieven, kaarten, etiketten, opschriften, gebruiksaanwijzingen, strips en beeldverhalen
en eigengemaakte boeken van kinderen.
Cassette of cd of cd-rom.
Video en internet.
Voor in de schrijfhoek geven zij de volgende materialen:





(Kleur)potloden, gummen, viltstiften, pennen, verschillende soorten papier
(gelinieerd/ongelinieerd, verschillende maten, dikten en kleuren), enveloppen.
Letterstempels, letterdozen, een magneet- of flanelbord met letters en posters met
daarop boek- of drukletters.
Schoolbordje met krijgtjes of een flap-over met stiften.
Computer en/of typemachine.
Ook materialen om teksten mee te illustreren: omtrekletters, kleurpotloden, viltstiften,
mooi papier.
Kooijman (2004:22) zegt over materialen in de taalhoek dat we meestal zien dat er dingen
liggen als papier, stempels, potloden en woordkaartjes. Maar vaak blijft het daarbij.
Vervolgens geeft ze vijf aspecten waarmee de schrijfhoek ook eens gevuld zou kunnen
worden.
1. Een motoriekdoosje (met materialen en kleine spelletjes). Wissel regelmatig.
2. verschillende schrijfmaterialen. Wissel de combinaties regelmatig en laat een vaste
collectie altijd staan. (Denk aan: HB-potloden, 4B-potloden, kleurpotloden,
verschillende papiersoorten, enzovoort.)
3. Sprookjespost aan telkens andere figuren. Boekjes die uitnodigen tot schrijven.
4. letterwerk, zonder potlood of krijt.
5. Het natekenen van letters.
Interactief taalonderwijs
Ik zal eerst kort vertellen wat interactief taalonderwijs ook al weer inhoud. Vervolgens zal ik
een link gaan leggen met hetgeen dat ik laat terug komen tijdens de activiteiten die ik heb
gezocht of bedacht bij de vaardigheden binnen het fonemisch bewustzijn.
Volgens van Kleef en Tomesen(2002:15) gaat interactief taalonderwijs uit van het beginsel
dat taal interactie is en dat goed taalonderwijs interactief van aard is. Oftewel: taal leer je
vooral in het gebruik met anderen en mede door de taal zelf tot onderwerp van gesprek te
maken. De pijlers van interactief taalonderwijs zijn samen te vatten in drie termen:
betekenisvol leren, sociaal leren en strategisch leren.
Hieronder zal ik kort uitleggen wat de drie termen inhouden aan de hand van van Kleef en
Tomesen (2002:15-16).
Betekenisvol leren
Dit houd in dat het leren plaats vindt binnen contexten die voor kinderen belangrijk zijn.
Kinderen leren beter wanneer dit gebeurt in echte situaties, die betekenis voor hen hebben
en die hen aanspreken. Kinderen willen namelijk graag dingen leren die ze kunnen gebruiken
in hun dagelijks leven. Bij betekenisvol leren heeft de inhoud van het taalonderwijs alles te
maken met de kinderen zelf en met hun eigen leefwereld.
Sociaal leren
Sociaal leren houd in dat er geleerd wordt in groepsverband, in samenspraak en
samenwerking met anderen die vaak meer ervaren zijn. Kinderen leren de mogelijkheden
van gesproken en geschreven taal kennen onder invloed van het voorbeeldgedrag van
leerkrachten en de interacties met hen in echte taalgebruiksituaties. Kinderen leren ook in
interactie met elkaar, vooral als ze verschillen in kennis en ervaring.
Strategisch leren
Doordat volwassenen voordoen en uitleggen hoe bepaalde talige activiteiten het beste
kunnen worden uitgevoerd, worden kinderen zich bewust van hun eigen taalgebruik.
Bovendien leren kinderen zo hoe ze bepaalde taalproblemen het beste kunnen aanpakken
en oplossen. Dit noemen we dan ook niet voor niets het strategisch leren.
Nu duidelijk is wat interactief taalonderwijs is en wat het inhoud, zal ik vertellen wat ervan
terug komt in de map ‘Leerlijn fonemisch bewustzijn in de taalhoek’.
Allereerst betekenisvol leren. Door de verschillende vaardigheden/activiteiten binnen een
thema aan te bieden waaraan gewerkt wordt binnen de klas is het op dat moment
betekenisvol voor de kinderen.
Ten tweede het sociaal leren. Zoals u kunt zien, heb ik er regelmatig activiteiten tussen
gedaan die de kinderen in tweetallen moeten of kunnen doen. Sommige activiteiten kunnen
zelfs met de gehele klas gedaan worden, zoals het ‘v van verkeer’-bord.
Over sociaal leren zegt Leenders (2002:75) het volgende:
“De lees-, schrijf- en luisterhoek is een ideale plek voor interactie met
leeftijdsgenootjes. De kinderen kunnen elkaars werk becommentariëren, elkaar
voorlezen, zien hoe anderen schrijven enzovoort. Bovendien voelen jonge kinderen
elkaars problemen goed aan. Ze kunnen elkaar daardoor op adequate wijze
helpen.”
Tot slot het strategisch leren. De kinderen leren hoe ze bepaalde opdrachten op een
strategische manier aan moeten pakken. Denk aan het maken van werkbladen en het
maken van een poster. Uiteraard is het hierbij wel belangrijk dat de leerkracht bepaalde
strategieën voordoet en uitlegt aan de kinderen.
Bronnen







Kleef, M. van en M. Tomesen, Stimulerende lees- en schrijfactiviteiten in de
onderbouw Prototypen voor het creëren van interactieve leessituaties en het
ontlokken van (nieuw) schrijfgedrag, Expertisecentrum Nederlands, Nijmegen, 2004
Kooijman, Else, Schrijven met kleuters in de schrijfhoek In: Praxisbulletin, 10 juni 2004
Leenders, Y., Klassenmanagement in de onderbouw, CPS, Amersfoort, 2002
Wentink, H. en Luso Verhoeven, Protocol Leesproblemen en Dyslexie, Expertise
centrum Nederlands, Nijmegen, 2005
Wiltink, H., Susanne Huijbregts en Mariët Förrer, Fonemisch bewustzijn Werkmap voor
leerkrachten van groep 1 en 2 van de basisschool, CPS, Amersfoort, 2002
www.kleutergroep.nl
www.kennisnet.nl
Herfst
Inhoudsopgave
Binnen het thema ‘herfst’ komen de volgende vaardigheden van het fonemisch bewustzijn
aan de orde:



Bewustzijn van zinnen en woorden
Bewustzijn van lettergrepen
Rijmen (eindrijm)
Bewustzijn van zinnen en woorden
1. De kinderen maken een werkblad waarbij ze moeten kijken hoeveel woorden er in de
zin staan. Bovendien moeten ze net zoveel rondjes tekenen als woordjes die in de zin
staan. De zinnetjes en woordjes vormen een verhaaltje over een egeltje.
Bewustzijn van lettergrepen
1. De kinderen maken een werkblad waarbij ze het aantal rondjes moeten kleuren naar
het aantal lettergrepen dat het woord/plaatje heeft.
2. De kinderen maken een opdracht waarbij ze net zoveel stippen onder de
lettergrepen moeten tekenen als er lettergrepen staan in het woord. Er hangen
voorbeeldkaarten op in de taalhoek waarnaar ze kunnen kijken.
Rijmen (eindrijm)
1. De kinderen maken een werkblad waarbij ze de woorden/plaatjes die rijmen met
elkaar moeten verbinden.
2. Rijmmemory. De kinderen kunnen dit spel in tweetallen doen. Elk kind mag per beurt
twee kaartje omdraaien. De plaatjes die ze zien, moeten ze hardop zeggen. Rijmt
het? Zo ja, mag je de kaartje bij je houden en mag je nog twee kaartjes omdraaien.
Zo niet, is de ander aan de beurt.
Als extra toevoeging voor het bezig zijn met letters en het schrijven hiervan zullen er
woordkaartjes aanwezig zijn in de taalhoek, een stempelboekje (waarvan je bladzijde ook als
aparte werkbladen zou kunnen gebruiken) en een leesrups over de herfst.
Materialenlijst:
 Werkblad “Hoeveel woorden?”
 Werkblad “Hoeveel woordstukjes?”
 Voorbeeldkaarten waarop plaatjes staan met daaronder het woord geschreven in
lettergrepen en het aantal stippen naar het aantal lettergrepen.
 Werkblad “Teken de stippen onder de woordstukjes”
 Werkblad “Wat rijmt op elkaar?”
 Rijmmemory
 Woordkaartjes
 Stempelboekje (stempelbladen), stempels en een stempelkussen.
 Leesrups over de herfst.
Zet een streep onder elk
woord.
Het egeltje zoekt.
Naar een plek om te slapen.
Want nu het winter wordt.
Wordt het koud.
Misschien is er ergens een hoopje van
bladeren.
Of ligt er ergens een stapeltje hout.
Toe maar klein egeltje.
Kruip er maar onder.
Straks als je slaapt, vliegt de winter
voorbij.
En als je weer wakker wordt dan zie je
het wonder.
Is het weer lente.
Voor jou en voor mij!
Teken even veel rondjes als
woorden.
Sinterklaas
Inhoudsopgave
Binnen het thema ‘Sinterklaas’ komen de volgende vaardigheden van het fonemisch
bewustzijn aan de orde:



Bewustzijn van zinnen en woorden
Bewustzijn van lettergrepen
Rijmen
Bewustzijn van zinnen en woorden
1. De kinderen maken een werkblad waarbij ze een streep moeten zetten onder elk
woord. Vervolgens moeten ze evenveel rondjes tekenen als woorden die ze hebben
onderstreept in de zin. Alle zinnen bij elkaar vormen het liedje “Zwarte Piet ging uit
fietsen”.
Bewustzijn van lettergrepen
1. De kinderen maken een werkblad waarbij ze het aantal hartjes moeten kleuren naar
het aantal lettergrepen dat het woord/plaatje heeft.
2. De zakken van Sinterklaas zijn nog helemaal leeg en al het speelgoed staat door
elkaar in de speelgoedbladen. Zwarte Piet weet niet meer wat hij moet doen. Kunnen
de kinderen de cadeautjes die ze graag willen hebben in de goede zakken doen?
Boven bij de zak staan stippen en in de zak moet speelgoed komen met net zoveel
lettergrepen als de stippen bovenaan de zak.
Rijmen
1. De kinderen maken een werkblad waarop ze moeten tekenen wat er rijmt op het
plaatje dat aan het begin van de regel staat.
2. De kinderen maken een werkblad waarbij ze de plaatjes die rijmen met elkaar
moeten verbinden.
3. Je zou de rijmmemory die staat beschreven bij het thema herfst ook nog in de
taalhoek kunnen laten liggen. Deze is namelijk niet themaverbonden en de kinderen
vinden dit vaak erg leuk om te doen.
Als extra toevoeging voor het bezig zijn met letters en het schrijven hiervan zullen er
woordkaartjes aanwezig zijn in de taalhoek en een activiteit met een letterdoos.
Materialenlijst:
 Werkblad “Hoeveel woorden?”
 Werkblad “Hoeveel woordstukjes?”
 Zakken van Sinterklaas met daarin een verschillend aantal stippen
 Speelgoedbladen.
 Werkblad “Wat rijmt op …?”
 Werkblad “Verbind de woorden die rijmen met elkaar.”
 Woordkaartjes
 Letterdooskaartjes
 Letterdoos.
Verbind de plaatjes die rijmen met elkaar
Lied
Broek
Sinterklaas
Baard
Paard
Zwarte Piet
Boek
Speculaas
Kerst
Inhoudsopgave
Binnen het thema ‘kerst’ komen de volgende vaardigheden van het fonemisch bewustzijn
aan de orde:



Bewustzijn van zinnen en woorden
Bewustzijn van lettergrepen
Rijmen
Bewustzijn van zinnen en woorden
1. Woordspel. De kinderen moeten twee plaatjes bij elkaar zoeken die samen een
woord kunnen maken. Bijvoorbeeld een plaatje van een oor en een plaatje van een
bel. Als je ‘oor’ en ‘bel’ achter elkaar zet dan wordt het ‘oorbel’. Zo moeten de
kinderen alle kaartjes bij elkaar zien te vinden. Je zou hier ook een memoryspel van
kunnen maken, zodat er samengewerkt kan worden.
Bewustzijn van lettergrepen
1. De kinderen maken een werkblad waarbij ze het aantal rondjes onder de plaatjes
moeten kleuren naar het aantal lettergrepen dat het woord/plaatjes heeft.
(Er wordt in de voorgaande thema’s als zo regelmatig aan lettergrepen gewerkt dat het mij
niet nodig lijkt om hier nog meer aan te werken met de kinderen.)
Rijmen
1. De kinderen maken een werkblad waarbij ze de woorden die rijmen met elkaar
moeten verbinden.
2. Beginrijm. Zoek in tijdschriften en reclamefolder plaatjes die beginnen met de klank ‘k’
van ‘kerst’ en plak ze op een gekleurd papier. Zo kunnen de kinderen thuis laten zien
dat ze zulke dingen al zelfstandig kunnen zoeken. (Natuurlijk kun je dit met elke
andere klank doen die u als leerkracht aan wil bieden.)
Als extra toevoeging voor het bezig zijn met letters en het schrijven hiervan zullen er
woordkaartjes aanwezig zijn in de taalhoek, een stempelboekje (waarvan je de bladzijden
ook als aparte werkbladen zou kunnen gebruiken), woordtrio’s en materiaal voor het
schrijven van kerstkaarten.
Materialenlijst:
 Woordspel
 Werkblad “Hoeveel woordstukjes?”
 Werkblad “Verbind de woordjes die rijmen met elkaar.”
 Tijdschriften en reclamefolders.
 Gekleurd A’4 papier.
 Woordkaartjes
 Stempelboekje (stempelbladen), stempels en een stempelkussen.
 Woordtrio kaartjes
 Kerstkaarten
 Kaartjes met teksten die ze op de kerstkaarten zouden kunnen stempelen.
 Verschillende materialen voor het versieren van de kerstkaart. Denk aan viltstiften,
potloden, plaatjes die ze uit kunnen knippen enz.
Winter
Inhoudsopgave
Binnen het thema ‘winter’ komen de volgende vaardigheden van het fonemisch bewustzijn
aan de orde:



Sorteren van woorden op beginklank
Synthetiseren van klanken tot een woord
Isoleren van klanken in een woord
Sorteren van woorden op beginklank
1. De kinderen mogen in tweetallen een poster maken met hierop woorden die
beginnen met de letter ‘w’. Als leerkracht kun je dan in het midden van de poster de
letter ‘w’ schrijven en de kinderen kunnen daaromheen de plaatjes plakken die
beginnen met die letter. De plaatjes kunnen uit tijdschriften of reclamefolders worden
geknipt. (Het kan natuurlijk ook een andere letter zijn die jij als leerkracht aan wil
bieden.)
2. Er zijn plaatjes aanwezig in de taalhoek die helemaal leeg zijn van binnen. De
kinderen moeten de plaatjes vol stempelen met de beginletter van het woord. De
sneeuwman moet bijvoorbeeld helemaal vol gestempeld worden met de letter ‘s’ en
de muts de letter ‘m’.
Synthetiseren van klanken tot een woord
1. De kinderen maken een werkblad over welke letters bij het woord horen. De kinderen
moeten een cirkel zetten om de letters die bijvoorbeeld bij het woordje ‘das’ horen.
2. Aan de hand van de woordkaartje die in de taalhoek aanwezig zijn, kunnen de
kinderen de woorden ‘namaken’. Dit kan bijvoorbeeld met kunststof letters,
legoletters, letters op een flanelbord of op een typemachine.
Isoleren van klanken in een woord
1. De kinderen maken een werkblad waarop ze de plaatjes mogen kleuren die
beginnen met de letter ‘w’ van ‘winter’. Dit kunnen ze doen door de plaatjes hardop
te zeggen en te luisteren naar waar ze de letter ‘w’ horen, maar ze kunnen ook kijken
naar de woordjes die erbij staan geschreven en kijken of ze de letter ‘w’ zien
(herkennen).
2. De kinderen mogen tekeningetjes maken op het krijtbord die beginnen met de letter
‘w’ van winter. (Je kunt de kinderen natuurlijk ook tekeningetjes laten maken die
beginnen met een andere letter die jij als leerkracht aan wil bieden.)
Als extra toevoeging voor het bezig zijn met letters en het schrijven hiervan zullen er
woordkaartjes aanwezig zijn in de taalhoek en verschillende stempelbladen.
Materialenlijst:
 Papier op posterformaat.
 Tijdschriften en reclamefolders.
 Lege winterplaatjes die gevuld moeten worden met de beginletter.
 Stempels en een stempelkussen.
 Werkblad “Zet een cirkeltje om de letters”
 Woordkaartjes
 Kunststof letters, letters op een flanelbord, legoletters of een typemachine.
 Werkblad “Kleur het woord met de letter ‘w’”
 Krijtbord met krijt
 Stempelblad “Stempel de woorden na, sneeuwman”
 Stempelblad “Stempel de woorden na, schaatsen”
Kleur de plaatjes die beginnen met de letter ‘w’
wandelen
wanten
telefoon
zon
wol
kikker
wereld
potlood
Lente
Inhoudsopgave
Binnen het thema ‘lente’ komen de volgende vaardigheden van het fonemisch bewustzijn
aan de orde:



Een klank in een woord toevoegen, weglaten, vervangen
Analyseren van klanken in een woord
Letters kunnen benoemen
Een klank in een woord toevoegen, weglaten, vervangen
1. De kinderen maken een werkblad waarbij ze de goede letter voor het woordje
moeten plakken waarbij een letter ontbreekt. Bijvoorbeeld bij .ip ontbreekt de letter
‘k’. Die moeten de kinderen er dan voor plakken. Ze kunnen dit te weten komen
doordat ze zelf de letters al goed kennen. Is dit niet het geval dan kunnen ze altijd
kijken naar de woordkaartje die in de taalhoek aanwezig zijn.
Analyseren van klanken in een woord
1. De kinderen maken een werkblad waarbij ze de letters en de plaatjes apart uit
moeten knippen. Vervolgens moeten ze de plaatjes en de bijbehorende letters op
volgorde op een gekleurd papier plakken. Als ondersteuning kunnen ze de
woordkaartjes gebruiken of een werkblad dat nog niet geknipt is.
Letters kunnen benoemen
1. Een ABC-muur. Het is leuk om in de taalhoek een ABC-muur te maken. Dit kun je doen
door de letters op te hangen in de taalhoek. De kinderen mogen dan bij het thema
lente tekeningetjes maken. Datgene dat ze getekend hebben, kunnen ze onder of
naast de letter waarmee het begint hangen op de ABC-muur. Als een kind
bijvoorbeeld een narcis heeft getekend, kun je het tekeningetje onder of naast de
letter ‘n’ hangen.
2. Lettermemory. De kinderen kunnen dit spel in tweetallen doen. Elk kind mag per beurt
twee kaartje omdraaien. De letters die ze zien, moeten ze proberen te benoemen.
Klinken ze hetzelfde of zien ze er hetzelfde uit? Zo ja, mag je de kaartje bij je houden
en mag je nog twee kaartjes omdraaien. Zo niet, is de ander aan de beurt.
Als extra toevoeging voor het bezig zijn met letters en het schrijven hiervan zullen er
woordkaartjes aanwezig zijn in de taalhoek, verschillende stempelbladen en een leesrups
over de lente.
Materialenlijst:
 Werkblad “Welke letter ontbreekt?”
 Werkblad “Knip de letters uit en plak ze in volgorde weer op”
 Letters voor de ABC-muur.
 Kleine tekenpapiertjes
 Potloden of stiften.
 Lettermemory
 Woordkaartjes
 Stempelblad “Stempel de woorden bij kuiken”
 Stempelblad “Stempel de woorden bij tulp”
 Een leesrups over de lente
Welke letter ontbreekt?
.uiken
.ij
l.m
bloe.
.on
b-z-m-a-k
Knip de letters uit en plak ze daarna weer in de goede
volgorde op een gekleurd papier
l a m
b l oe m
zo n
b ij
k ui k e n
Zomer
Inhoudsopgave
Binnen het thema ‘zomer’ komen de volgende vaardigheden van het fonemisch bewustzijn
aan de orde:





Sorteren van woorden op beginklank
Synthetiseren van klanken tot een woord
Isoleren van klanken in een woord
Een klank in een woord toevoegen, weglaten, vervangen
Letters kunnen benoemen
Sorteren van woorden op beginklank
1. Beginklankmemory. De kinderen kunnen dit spel in tweetallen doen. Elk kind mag per
beurt twee kaartje omdraaien. Op de plaatjes die ze zien, moeten een plaatje met
een woord en alleen een woord te zien zijn. Op allebei de plaatjes moet bij voorbeeld
de letter ‘a’ rood zijn gekleurd. Uiteindelijk moeten de kinderen het plaatje en alleen
het woord bij elkaar zoeken. (Het is misschien een beetje krom uitgelegd, maar als je
het spel ziet, spreekt het voor zich.)
Synthetiseren van klanken tot een woord
1. Aan de hand van de woordkaartjes die in de taalhoek aanwezig zijn, kunnen de
kinderen zelf woordjes gaan maken met bijvoorbeeld legoletters of letters op een
flanelbord of iets dergelijks. Hierbij is het vooral belangrijk dat de kinderen de klanken
die bij de letters/woorden horen proberen te benoemen.
Isoleren van klanken in een woord
1. De kinderen maken een werkblad waarbij ze de plaatjes moeten kleuren waarin je de
letter ‘z’ hoort of ziet.
Een klank in een woord toevoegen, weglaten, vervangen
1. De kinderen maken een werkblad waarbij ze de letter die teveel in een woord staat
moeten doorstrepen. Er staat bijvoorbeeld het woordje ‘kisp’ hierachter staat echter
een plaatje van een kip. Welke letter hoort er dan niet bij? De kinderen kunnen dit te
weten komen doordat ze zelf de letters al goed kennen. Is dit niet het geval dan
kunnen ze altijd kijken naar de woordkaartjes die in de taalhoek aanwezig zijn.
Letters kunnen benoemen
1. De kinderen kunnen in een bak zand de vormen van verschillende letters proberen te
maken. Bijvoorbeeld de letter ‘z’ van zomer of de letters van hun naam.
Als extra toevoeging voor het bezig zijn met letters en het schrijven hiervan zullen er
woordkaartjes aanwezig zijn in de taalhoek en verschillende schrijfactiviteiten.
Materialenlijst:
 Beginklankmemory
 Woordkaartjes
 Lego-letters of letters op een flanelbord of iets dergelijks.
 Werkblad “Waarin hoor je de letter ‘z’?”
 Werkblad “Waar staat een letter te veel?”
 Een bak met zand.
 Schrijfblad “Vliegtuigpatronen”
 Schrijfblad “Maak zelf golven”
Zet een rondje om de plaatjes waarin je de letter ‘z’
hoort of ziet
zandbak
zon
verkeersbord
bal
bed
zebra
lezen
varken
rozen
Waar staat een letter te veel?
zorn
schemp
esmmer
zwembland
zopnnebril
Verkeer
Inhoudsopgave
Binnen het thema ‘verkeer’ komen de volgende vaardigheden van het fonemisch bewustzijn
aan de orde:





Sorteren van woorden op beginklank
Synthetiseren van klanken tot een woord
Isoleren van klanken in een woord
Analyseren van klanken in een woord
Letters kunnen benoemen
Sorteren van woorden op beginklank
1. Hang een prikbord of magneetbord op in de taalhoek of zet het ergens (veilig) neer.
Maak er bijvoorbeeld het ‘v van verkeer bord’ van. De kinderen kunnen vervolgens
woordjes stempelen die beginnen met de letter ‘v’, tekeningetjes maken van dingen
die beginnen met de letter ‘v’ of plaatjes zoeken in tijdschriften of reclamefolder van
de letter ‘v’ of plaatjes die beginnen met de letter ‘v’. De dingen die ze gemaakt of
gevonden hebben, kunnen ze vervolgens op het bord hangen. Zo kunnen alle
kinderen en ouders zien wat er gedaan is in de taalhoek. (Natuurlijk kun je dit
toepassen bij alle letters die jij als leerkracht op dat moment aan wil bieden.)
Synthetiseren van klanken tot een woord
1. De kinderen kunnen de woorden die ook op de woordkaartjes staan namaken met
klei door de letters van het woord te kleien.
Isoleren van klanken in een woord
1. Woordzoeker. Zoek de woorden in het letterveld en kleur te letters.
Analyseren van klanken in een woord
1. De kinderen maken een werkblad waarbij ze de letters en de plaatjes apart uit
moeten knippen. Vervolgens moeten ze de plaatjes en de bijbehorende letters op
volgorde op een gekleurd papier plakken. Als ondersteuning kunnen ze de
woordkaartjes gebruiken of een werkblad dat nog niet geknipt is.
Letters kunnen benoemen
1. De kinderen maken het werkblad “Zoek de letter ‘p’ van politie”. Op dit blad kunnen
de kinderen een rondje zetten om de letter p.
Als extra toevoeging voor het bezig zijn met letters en het schrijven hiervan zullen er
woordkaartjes aanwezig zijn in de taalhoek, verschillende stempelbladen en materiaal voor
het maken van een rijbewijs. Dit rijbewijs kunnen ze maken van roze papier. Vervolgens
kunnen ze aan de hand van een voorbeeldrijbewijs zelf een rijbewijs maken door middel van
potloden, stiften enz.
Materialenlijst:
 Prikbord of magneetbord of iets dergelijks.
 Stempels, stempelkussens en papier.
 Potloden, stiften en tekenpapier.
 Tijdschriften en reclamefolders.
 Klei
 ‘Woordzoeker verkeer’.
 Werkblad “Knip de letters uit en plak ze in volgorde weer op”
 Gekleurd papier.
 Werkblad “Zoek de letter ‘p’ van politie”.
 Woordkaartjes.
 Stempelblad “Stempel de woordjes bij de plaatjes”
 Roze papier (voor het rijbewijs) en voorbeelden van een rijbewijs
Woordzoeker ‘verkeer’
p
z
d
r
o
b
p
o
t
s
o
m
l
t
a
x
i
z
v
v
l
n
k
s
u
y
l
z
d
l
1. stoplicht
2. auto
3. zebrapad
4. taxi
5. politie
6. fiets
7. bus
8. stopbord
9. vliegtuig
10.
trein
i
b
j
a
t
c
t
v
w
i
t
b
h
w
o
u
r
b
h
e
i
u
g
w
s
t
e
i
f
g
e
s
t
o
p
l
i
c
h
t
m
s
f
e
y
i
n
n
p
u
k
s
d
r
t
o
p
m
a
i
d
a
p
a
r
b
e
z
k
g
Knip de letters uit en plak ze daarna weer in de goede
volgorde op een gekleurd papier
s t o p
au t o
f ie t s
t r ei n
b u s
Download