lap-top - Geschiedenis van de Filosofie

advertisement
de 19e eeuw: Schopenhauer, Feuerbach, Marx & Nietzsche
≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈
Hegel beriep zich op Herakleitos: niet zijn, maar worden centraal (ook God = historisch-cultureel)
dynamiek & geschiedenis terug in de filosofie
na Hegel zien we 2 reacties op het rationalisme en idealisme van de verlichting,
alsmede op het romantische idealiseren van natuur en gevoel
- materialisme (Marx), positivisme (Compte), realisme en naturalisme zijn geënt op het wetenschappelijk paradigma,
en een kritiek op religie, metafysica, dualisme en idealisme
- geradicaliseerde Romantiek, existentialisme en levensfilosofie (Kierkegaard, Schopenhauer, Nietzsche)
deze 2 "stromingen" sluiten elkaar echter niet uit, en komen in diverse stromingen als kruisbestuivingen terug
de opkomst van de mens- en geesteswetenschappen, en stromingen als antroposofie, fenomenologie, levensfilosofie,
existensialisme, hermeneutiek, kunnen niet los gezien worden van deze spanning tussen Romantiek en Verlichting
Ricoeur spreekt (n.a.v. Foucault) over 3 "meesters van het wantrouwen" / ontmaskeraars: Marx, Nietzsche, Freud
hermeneutiek van de achterdocht is niet op zoek naar de waarheid (essentie, oorsprong, intentie of legitimatie),
maar naar haar herkomst (genealogie)
(niet naar het verkoop-praatje luisteren, maar je afvragen wat het belang van iemand is bij een dergelijke voorstelling van zaken)
Marx: "de heersende ideologie is de ideologie van de heersende klasse"
Nietzsche: "waarheden zijn illusies waarvan men vergeten is dat het illusies zijn"
Freud: het "ich" (persoon) is een constructie van de wisselwerking tussen het "es" (karakter) en het "über-ich" (geweten)
Hegel heeft invloed gehad op het historisch (dialectisch) materialisme, de fenomenologie, en het existentialisme
na Hegel ontstaan er 2 stromingen / scholen: links-Hegelianen (jong-Hegelianen, Feuerbach en Marx) & rechts-Hegelianen
volgens de rechts-Hegelianen was de staat belichaming van vrijheid, waar het individu zich in moet herkennen
Hegel: "Consequent toegepast verwerpt het beginsel van de gelijkheid elk onderscheid en laat op die manier geen enkele staatsvorming toe"
volgens de links-Hegelianen was de vrijheid nog niet gerealiseerd in de toenmalige staat:
kerk en geloof werden gezien als ideologisch instrument in de handen van de conservatieve macht
≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈
Ludwig Andreas Feuerbach (1804-1872)
Gedanken über Tod und Unsterblichkeit (1830) & Das Wesen des Christenthums (1841)
religie = bevrediging van menselijke verlangens, een compensatie voor beperktheid en eindigheid
God is niet meer dan de projectie van dit verlangen: "de mens heeft God geschapen naar zijn evenbeeld"
hij draaide Hegel's bewering om: "de mens raakte van zichzelf vervreemd toen hij God schiep"
religie is de oorzaak van alle disharmonie op aarde
de mens moet zich niet richten op het ideeële, maar het wereldlijke
Feuerbach is daarmee een grondlegger van het geseculariseerde denken
hij wilde de mens weer terug op aarde te brengen
universeel = het menselijk streven naar geluk, dus dat moet het uitgangspunt zijn
hij pleit voor een beschaving gebaseerd op natuurwetenschap i.p.v. geloof
voor deze uitlatingen moest Feuerbach zich terugtrekken uit de universitaire wereld
≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈
Karl Marx (1818-1883)
ook Marx bekritiseert het geloof: (opium van het volk in 1797 reeds gebruikt door Marquis de Sade)
"de mens maakt de religie, de religie maakt niet de mens. [...] Deze staat, deze maatschappij produceren de religie, een vals bewustzijn
van de wereld, omdat ze een verkeerde wereld zijn. [...] De strijd tegen de religie, is dus indirect een strijd tegen een wereld, waarvan de
religie het geestelijke aroma is. [...] De religie is de zucht van de in benauwenis verkerende mens, het gemoed van een harteloze
wereld, zoals zij de geest van de geestloze toestanden is. Zij is de opium van het volk." (Kritik der Hegelschen Rechtsphilosophie;1844)
1
Marx komt door zijn kritische reputatie binnen de universiteit niet aan werk
1842: wordt journalist en hoofdredacteur bij de Rheinische Zeitung (voor kooplieden, bankiers en industriëlen)
1843: Rheinische Zeitung wordt verboden
1848: Communistisch Manifest: "Proletariërs aller landen, verenigt U!"
Marx' historisch materialisme is geënt op Hegels idealisme / absolutisme
maar waar Hegel's dialectiek het primaat legt bij de Geest, legt Marx die bij de materiële (productie)-verhoudingen
deze materiële verhoudingen worden cultureel gereproduceerd door de status quo: de heersende ideologie
“De heersende ideologie is altijd de ideologie van de heersende klasse. De moderne maatschappij heeft de klassen-tegenstellingen niet
opgeheven, zij heeft slechts nieuwe klassen in plaats van de oude gesteld: die van loonarbeid en kapitaal. In dezelfde mate waarin het
kapitaal zich ontwikkelt, ontwikkelt zich een klasse van moderne arbeiders, die alleen kunnen leven als zij arbeid vinden, en die alleen
arbeid vinden als hun arbeid het kapitaal vermeerdert. In haar behoefte aan steeds meer afzet voor producten, jaagt het kapitaal over de
gehele aardbol. Overal moet zij zich binnendringen, en overal dwingt zij een zogenaamde nieuwe beschaving af: de beschaving van de
vrije markt. Zo schept het kapitaal zich een wereld naar haar eigen beeld.” (Communistisch Manifest, 1848)
≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈
revolutiejaar 1848
reeks opstanden in 1848/1849 in grote delen van Europa (een "Europese lente"), met als eisen:
- instelling van een liberaal politiek systeem
- een liberale grondwet
- democratisering & stemrecht
februari: Frankrijk / maart: Oostenrijk, Hongarije, Duitsland, Italië, Zweden, Nederland, België
deze opstanden oefenden grote invloed uit op de 2e helft van de 19e eeuw
≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈
Charles Darwin: "On the origin of species by means of natural selection" (1844/1859):
geen dialectiek (convergentie), maar evolutie (diversificatie en specialisatie)
3 misverstanden aangaande recht van de sterkste (survival of the fittest):
1] "survival of the fittest" is van Herbert Spencer, Darwin spreekt van natural selection
2] betekent niet recht van de sterkste: heeft niets met moraal of recht van doen
3] fittest betekent ook niet: fit, in de zin van sterk of in vorm, maar aangepast (dynamisch!)
degene (soort) die zich niet kan aanpassen / niet kan inspelen op veranderingen sterft (uit)
op dezelfde wijze dat bedrijven failliet gaan; innovatie, competitie, list & bedrog zijn essentieel voor succes
in de natuur heeft elk organisme zijn eigen plan/agenda (blind), de natuur is geen eenheid
elk wezen en elke soort ontwikkelt zijn eigen overlevings-strategie
organismen (ook de mens), zijn in de wereld om zich (hun DNA) te ontplooien
de mens is niet de "kroon op gods schepping", maar een diersoort, onderheving aan evolutie-wetten
d.w.z: wij, mensen, stammen niet af van de aap, maar zijn apen:
meer specifiek: we zijn smalneus-apen, primaten, zoogdieren, gewerfelden, en eukaryoten
≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈
aanval op het burgerlijk ideaal
in de 19e eeuw ondergraaft het ideaal van kritisch en autonoom denken het geloof in objectieve kennis en in vooruitgang
hiervoor in de plaats komen perspectivisme & (cultuur)relativisme, terwijl de hang naar vrijheid en emancipatie blijft bestaan
net als na de wederopbouw (jaren '60) wordt er een kloof ervaren tussen het eigen gebildete innerlijk, en de maatschappij
de welopgeleide, gevormde mens met een ontwikkeld gevoelsleven en oog voor kunst,
heeft de existentiële ervaring niet in de hypocriete, banale massa-maatschappij te passen (bohemien avant la lettre)
als compensatie wordt gestreefd naar een verheven (al dan niet heroïsche) authentieke persoonlijkheid
het subject keert zich dus naar binnen, kijkt diep in zijn eigen ziel, en streeft naar authenticiteit
het Bildungs-ideaal radicaliseert, en wordt een strikt persoonlijke missie, een individueel project
geen aanpassing aan een burgerlijk ideaal (Hegel), maar de roeping om te worden wie je in je diepste zijn bent
2
Arthur Schopenhauer (1788-1860): hekelt Hegel & zijn absolute geest & teleologie
1819: Die Welt als Wille und Vorstellung (de wereld als wil en voorstelling)
Hegel ziet geest (de rede / rationaliteit/ bewustzijn) in de natuur werkzaam, Schopenhauer ziet de blinde wil als beginsel
het is de drang om te bestaan die in alles werkzaam is, maar geen verlangen wordt echt bevredigd
de wil is de bron van het oneindige lijden van de wereld, en dat allemaal zonder enige reden of doel (Weltschmerz)
de wil is niet alleen blind en dom, maar ook onvrij: de noodzaak die we in de natuur kennen als causaliteit & streven
de menselijke wil lijkt gestuurd door motieven maar is zelf ook blind en dom
het denken onttrekt zich niet aan de wet waaraan de gehele natuur onderworpen is
uitweg uit dit determinisme veronderstelt een hogere ethiek: de negatie van de wil
onzelfzuchtigheid, medelijden, en ascese (vgl. Diogenes van Sinop, Epicuris, stoicijnen, christendom, boeddhisme, hinduïsme)
religie biedt het volk deze ethiek in de vorm van begrijpelijke sprookjes (vgl. Spinoza)
de filosofie in de vorm van denken en het inzicht:
"Het leven is een hachelijke onderneming; ik heb besloten het door te brengen met erover na te denken"
≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈≈
Friedrich Nietzsche (1844-1900)
1844
1858
1859-1868
1869
1869-1876
1872-1874
1877
1877-1882
1881-1889
1885
1887
1888
1889
1900
geboren zoon van een Lutherse dominee
eerste geschriften (over muziek, geschiedenis, wil & noodlot)
elite gymnasium / internaat - studie theologie - studie filologie
benoemd tot hoogleraar klassieke filologie
Schopenhauer / Wagner / kunst / tragedie / romantiek
Die Geburt der Tragödie / Über Wahrheit und Lüge / Vom Nutzen und Nachtheil der Historie
met pensioen wegens ziekte (na val van paard)
breuk met Wagner / verwerping van Schopenhauer's Weltschmerz (tranendal)
i.p.v. de tragedie & kunst -> positivisme / wetenschap / Voltaire (verlichting vs. geloof)
Morgenröte / Die fröhliche Wissenschaft / Also sprach Zarathustra / Jenseits von Gut und Böse /
Zur Genealogie der Moral / Der Antichrist / Ecce Homo / Nietzsche contra Wagner / Der Wille zur Macht
bekendste werk: Also sprach Zarathustra; Ein Buch für Alle und Keinen
volgens hemzelf het belangrijkste boek van de 19e eeuw (minder dan 10% werd verkocht)
brief: "Als ik je eens een idee kon geven van mijn eenzaamheid! Onder de
levenden en onder de doden heb ik niemand met wie ik mij verwant voel..."
correspondentie met de Deense professor Georg Brandes, die 1e colleges over Nietzsche geeft
volledige mentale instorting; tot zijn dood verzorgd door zijn moeder en zus Elisabeth
de brieven die hij nog schreef ondertekende hij met: "de gekruizigde"
dood... zijn zus Elisabeth (anti-semitisch & nationalistisch) beheert zijn werk
Nietzsche = Maarten Luther van de filosofie: aanklacht in stellingen, beeldenstorm
(alhoewel hij in Der Anti-Christ stevig uithaalt naar Luther en de protestanten)
"Afgodenbeelden omverwerpen, dat is mijn beroep"
filosoof met de hamer & filosoof van de argwaan (met Marx & Freud)
Nietzsche = anti-humanistisch, anti-moralistisch, anti-democratisch, anti-egalitair, anti-socialistisch, anti-collectivistisch, antifeministisch, anti-intellectualistisch, anti-pessimistisch, anti-christelijk / anti-religieus, anti-nationalistisch (Duitsland heeft een
identiteitsprobleem), maar niet anti-semitisch
Nietzsche is als een profeet: hij bewijst niets, maar proclameert in aforismen, fragmenten, spreuken, spot, satire
zijn schrijven is bewust niet systematisch: geen bewijsvoering, geen eenheid in tekst(en):
onderwerping aan een systeem (Kant, Hegel) vond hij een zwakte / ziekte
geen onderscheid tussen filosofie en poëzie; hij laat zich niet in een hokje duwen / inpakken
met Hegel: er is geen zijn - alles is een worden (Herakleitos)
tegen Hegel:
- maar dit worden was altijd al spanning en strijd, en zal ook nooit worden opgeheven (geen oorsprong en geen doel)
- geen absolute geest: de geschiedenis kent geen doel of vooruitgang of einde: eeuwige wederkeer van hetzelfde
- de staat is geen incarnatie van een algemeen belang, maar een koud monster in dienst van egoïstische belangen
- de mens wordt niet iemand door identificatie met het collectief en de geschiedenis, maar door zijn eigen lot te bepalen
3
nihilisme & de dood van God
Nietzsche maakt een analyse/diagnose van de tijdsgeest
belofte van de verlichting was vooruitgang door natuurbeheersing, rationaliteit, ontmythologisering, emancipatie
in de 2e helft van de 19e eeuw raakt de liberalisering en industrialisering in een stroomversnelling
de traditionele gemeenschap (Gemeinschaft) maakt plaats voor de liberale maatschappij (Gesellschaft;Tönnies)
Nietzsche ziet echter geen Verlichting en vooruitgang, maar vooral desintegratie (der Tolle Mensch)
de moraal blijft namelijk christelijk en slaafs: plicht (Kant), medelijden (Schopenhauer), utilisme (Bentham, Mill)
kenmerken: verplichte naastenliefde, zelfverloochening, afkeer van zinnelijkheid, etc
maar het geloof waar deze waarden uit voortkomen is uitgehold, mensen "geloven alleen nog op zondag"
“Waar God heen is?” [...] “Dat zal ik jullie zeggen! Wij hebben hem gedood, jullie en ik! Wij allen zijn zijn moordenaars! Maar hoe
hebben wij dit gedaan? [...] Wie gaf ons de spons om de hele horizon uit te wissen? Wat hebben wij gedaan, toen wij deze aarde van
haar zon loskoppelden? In welke richting beweegt zij zich nu? In welke richting bewegen wij ons? Weg van alle zonnen? Vallen wij niet
aan één stuk door? [...] Dolen wij niet als door een oneindig niets? Ademt ons niet de ledige ruimte in het gezicht? [...] God is dood! God
blijft dood! En wij hebben hem gedood! Hoe zullen wij ons troosten, wij moordenaars aller moordenaars? Het heiligste en machtigste,
dat de wereld tot dusver bezeten heeft, is onder onze messen verbloed - wie wist dit bloed van ons af? [...] Is niet de grootte van deze
daad te groot voor ons? Moeten wij niet zelf goden worden, om haar ook maar waardig te schijnen? Nooit was er een grotere daad - en
wie er ook na ons geboren wordt, omwille van deze daad behoort hij tot een hogere geschiedenis dan alle geschiedenis tot dusver
geweest is!” Hier zweeg de dolle mens [...] "Ik kom te vroeg," zei hij toen, "het is mijn tijd nog niet" “Wat zijn deze kerken eigenlijk nog,
als ze niet de graven en gedenktekenen Gods zijn?” (Die Fröhliche Wissenschaft, 1882 & Also sprach Zarathustra, 1885)
m.a.w: de christelijke God voldoet niet meer, de mensen hebben hem verwaarloost, dood laten bloeden
heeft de moderniteit / Verlichting de mens dan dus niet bevrijd en geëmancipeerd?
bevrijd, ja, van hun meester, en daarmee van hun horizon, hun richtsnoer... maar geëmancipeerd, nee!
"Vrij noem jij je? Je heersende gedachte wil ik horen! Niet dat je aan een juk bent ontsnapt! Vrij waarvan... wat kan Zarathustra
dat nou schelen? Helder echter moet mij je blik zeggen: vrij waartoe! Kun je je eigen goed en kwaad stellen en je wil boven je
hangen als een wet? Kun je de rechter en wreker zijn van deze wet?" (Also sprach Zarathustra)
nee, meent Nietzsche, de moderne mens kan dat niet (zichzelf de wet stellen, autonoom zijn, zelfbepalend en vrij)
mensen willen hun existentiële twijfel, de fundamentele bestaansonzekerheid toedekken
mensen zoeken veiligheid, zekerheid en garanties; iets wat ze vroeger in het geloof vonden
de schijn ervan wordt ze in toenemende mate gegeven door het vooruitgangsgeloof en de moderne maatschappij
wetenschap, technologie en welvaart vergemakkelijken en veraangenamen het leven (gemak dient de mens)
een relativistische houding compenseert zo het verlies van God, zin en Waarheid ... ("waar is de VOC-mentaliteit?")
het wordt toegedekt door een decadent en nihilistisch optimisme, omdat "het ons immers zo slecht niet gaat"
waarom nog streven naar de eeuwige rust, als we die eigenlijk al hebben bereikt?
het geloof heeft plaats moeten maken voor de massa-cultuur en het kleine leven als opium voor het volk
"Er heerst cosmopolitisme van spijzen, literatuur, kranten, vormen, smaken, landschappen..."
de moderne mens verliest zichzelf in deze stroom, resulterend in:
opportunisme, oppervlakkigheid, halfslachtigheid, impulsiviteit, onwaarachtigheid, onverschilligheid, zelfgenoegzaamheid,
wilszwakte, gebrek aan motivatie, gebrek aan zelfvertrouwen, zelf-verloochening, en uiteindelijk zelfverachting
de liberale maatschappij is geen beschaving, het heeft alleen een moraal gericht op ontbinding (emancipatie)
het stelt geen nieuwe waarden in plaats van de oude, wat betekent dat mensen zelf hun waarden moeten scheppen
maar de moderne mens is als een ontsnapte slaaf: hij heeft zijn ketens afgegooit, maar is nog steeds een slaaf
hij is weggevlucht van zijn heer, van God los; niet verdwaald, maar dolende, hij is zichzelf kwijt
hij is niet opgewassen tegen de eisen van het moderne leven, zonder het leven te verloochenen
dus verloochent hij het leven, en daarmee zich zelf, resulterend in passief nihilisme, decadentie, devaluatie en verval
het nihilisme ziet hij dan ook als het grootste gevaar van zijn tijd: ontwaarding en verwaarlozing van de hoogste waarden
"Ik zeg jullie: een mens moet chaos in zich hebben om een dansende ster te baren! Er komt een tijd dat de mens geen enkele ster meer
baren zal. De tijd van de verachtelijkste mens komt, de mens die zichzelf niet meer verachten kan. Dat is de Laatste Mens. "Wat is
liefde? Wat is scheppen? Wat is verlangen?" zo zal hij vragen. De aarde is dan klein geworden, en op die aarde huppelt de Laatste
Mens, de mens die alles klein maakt. Zijn geslacht is onuitroeibaar, als de aardvlo. De Laatste Mens leeft het allerlangst. 'Wij hebben
het geluk uitgevonden', zeggen de laatste mensen, en gaan weer zitten op de bank. Ze hebben alle oorden verlaten waar het leven hard
was, want ze willen knusheid en warmte. [...] Men wordt niet meer arm en niet meer rijk: beide zijn te vermoeiend. Wie heeft er nog zin
in regeren? Wie heeft er nog zin in gehoorzamen? Beide te vermoeiend. Iedereen wil gewoon hetzelfde, iedereen is gelijk. En wie er
anders over denkt moet maar naar het gekkenhuis. 'Vroeger was de hele wereld gek' - zegt de laatste mens met een brave glimlach.
Men weet nu wel beter, men heeft van alles geleerd over wat er ooit gebeurd is: dus kan men eindeloos spotten over het verleden. [...]
'Wij hebben het geluk uitgevonden' zegt de Laatste Mens." (Also sprach Zarathustra)
4
slavenmoraal
Nietzsche's levensfilosofie is een psychologie van het lijden:
het leven is onzeker, met kansen en risico's, toeval en noodlot, pijn en lust, en eindigend in de dood
de manier waarop mensen hier mee omgaan condenseert in een moraal, een levenshouding
wat zegt de moraal die de moderne mens erop nahoudt over deze moderne mens?
door de geschiedenis heen ziet Nietzsche steeds 2 soorten moraal werkzaam:
"Er is herenmoraal en slavenmoraal [...] De voorname mens zondert de wezens van zich af waarin het tegendeel van die verheven,
trotse inhouden tot uiting komt: hij veracht hen. [...] Veracht wordt de laffe, angstige, kleinmoedige, geborneerd om nuttigheid bezorgde
mens; en ook de wantrouwige met zijn bevangen blik, de zich vernederende, het hondse type mens dat zich laat mishandelen, de
bedelende flikflooier en vooral de leugenaar; in hun hart geloven alle aristocraten dat het gewone volk leugenachtig is. 'Wij
waarachtigen', zo noemden zich de edelen in het oude Griekenland. [...] De mens van het voorname type is voor zijn gevoel zelf
waardebepalend, hij heeft geen goedkeuring nodig, [...] hij is waardenscheppend. [...] Op de voorgrond staat het gevoel van overvloed,
van macht die wil overstromen, het geluk van de hoogspanning, het bewustzijn van een rijkdom die zou willen schenken en afstaan; ook
de voorname mens helpt de ongelukkige, niet of bijna niet uit medelijden, maar meer uit een drang die door de overstromende macht
wordt veroorzaakt. De voorname mens eert in zichzelf de machtige én degene die macht over zichzelf heeft, die weet te spreken en te
zwijgen, die met genoegen strengheid en hardheid jegens zichzelf betracht [...] Voorname, dappere mensen die zo denken staan het
verst af van de moraal die juist in medelijden [...] of onbaatzuchtigheid een blijk van moraliteit ziet [...] Het zijn de machtigen die kunnen
bewonderen, het is hun kunst, hun terrein waar ze hun uitvindingen doen. Diepe eerbied voor ouderdom en traditie [...]; en als
omgekeerd de mensen met 'moderne ideeën' bijna instinctief aan ‘vooruitgang' en 'de toekomst' geloven en steeds meer tekortschieten
in achting voor de ouderdom, verraadt zich daarin al voldoende de weinig voorname oorsprong van deze 'ideeën'. [...] Anders is het
gesteld met het tweede type moraal, de slavenmoraal. Indien de overweldigde, verdrukte, lijdende, onvrije, onzelfverzekerde en
vermoeide mensen gaan moraliseren: wat zal dan de gemeenschappelijke noemer van hun morele waardeschattingen zijn?
Waarschijnlijk zal er een pessimistische argwaan tegen de gehele situatie van de mens in tot uitdrukking komen, misschien een
veroordeling van de mens met inbegrip van zijn situatie. Het oog van de slaaf beziet de deugden van de machtigen met afgunst: hij
heeft scepsis en wantrouwen [...]. Omgekeerd worden die eigenschappen te voorschijn gehaald en met licht overgoten, die ertoe
dienen de lijdenden het bestaan te verlichten: hier komen het medelijden, de gedienstige, hulpvaardige hand, het warme hart, het
geduld, de vlijt, de deemoed, de vriendelijkheid tot eer en aanzien - , want dat zijn hier de nuttigste eigenschappen en bijna de enige
middelen om de druk van het bestaan te verdragen. De slavenmoraal is in essentie een nuttigheidsmoraal. Dit is de ontstaansbron van
die vermaarde tegenstelling tussen 'goed' en 'kwaad' [...] binnen de denktrant der slaven [is de goede] de ongevaarlijke mens: hij is
goedig, gemakkelijk te bedriegen, een beetje dom wellicht, een brave burger. Overal waar de slavenmoraal terrein wint, vertoont de taal
de neiging de woorden 'goed' en 'dom' tot elkaar te laten naderen." (Jenseits von Gut und Böse / Voorbij goed en kwaad, boek IX , 260)
het gaat hierbij niet over een onderscheid tussen mensen op basis van afkomst (aristocratie versus het volk)
maar over de keuzes die mensen maken: de slaaf zit in iedereen
1] de slavenmoraal = levensontkennend
rancuneus in het leven staan, zwelgen in ressentiment, slachtoffer zijn, niet handelen maar reageren, jezelf verloochenen
en verwaarlozen door verlossing te zoeken in religie, ideologie, de groep, de massa-cultuur, amusement, verstrooiing, etc.
2] de herenmoraal = levensbevestigend
onbevangen en vitaal in het leven staan, de bestaansonzekerheid niet toedekkend, de wil hebben om jezelf de wet voor te
schrijven, je te trainen in waarachtig leven, waarden als zelf-respect, voornaamheid en moed hoog in het vaandel hebben
slavenmoraal is rancune en ressentiment jegens (de macht en het leven van) de heersende klasse
"Want wij hebben den strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers
der wereld, der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden." [Efeziërs 6:12]
de moderne mens wordt (nog) gekenmerkt door een slavenmoraal: weglopen voor de eigen verantwoordelijkheid
maar de moderne tijd vraagt om een herenmoraal: men moet zijn eigen leven richting geven, zijn eigen waarden scheppen
Dionysos & Apollo
rede, religie en kunst openbaren niet de waarheid, maar verhullen haar
verhullen de oneindigheid en zinloosheid van het heelal en de geschiedenis, de eindigheid van het leven
de mens probeert de wereld te vereenvoudigen en te stileren met de troost van apollinische
"De geboorte van de tragedie" (Die Geburt der Tragödie aus dem Geiste der Musik) is een analyse van de Griekse tragedie
de Griekse tragedie is een balans tussen enerzijds de rouw om de eindigheid en zinloosheid van het leven,
anderzijds de zin & de moed om het te leven
de Griekse mythologie spiegelt de mens geen beter leven in het hiernamaals voor: zwaartepunt van het leven = nu
pre-socratische zin van het leven is tevens de tragiek (zinloosheid) ervan: zie de mythe van Sysifus1
5
2 tegengestelde krachten (gesymboliseerd door Dionysos en Apollo) werken in de tragedie samen
- Dionysos is uitbundig, hij leeft in extase en toont scheppingskracht; zijn uitingsvorm is de muziek
- Apollo is een toonbeeld van evenwicht, maat, en uiterlijke schoonheid
Apollo versluiert de harde werkelijkheid achter de maskers van de tragische helden,
door Dionysos komen we in aanraking met onze instincten, en met onze angst voor de dood
dit duistere en emotionele in de cultuur werd geleidelijk aan verdrongen; door de filosofie
de Hinterweltler
door Plato (en later christendom) wordt de mens een 2e wereld voorgespiegeld: de Waarheid = perfectie & permanentie
de enige weg om tot die Waarheid te komen is de rede: filosofie en wetenschap werden serieus, te serieus
in het christendom (= "platonisme voor het volk") werd onvoorwaardelijke overgave aan deze 2e wereld geëist
"De christelijke kerk heeft niets onberoerd gelaten met haar verwoestingen, zij heeft van elke waarde
een onwaarde, van elke waarheid een leugen, van elke rechtschapenheid een zielsgemeenheid gemaakt"
de geschiedenis van geloof en de rede zijn een geschiedenis van een tragische verwarring van middel en doel
religie en rede zijn middelen met als eigenlijk doel het leven te dienen, niet om "de Waarheid" te dienen
maar steeds meer zijn religie en rede, God en Waarheid, opgevat als doel op zich,
en het leven is steeds meer een middel geworden om het morele en het Ware te dienen
deze karaktertrek maakte het mogelijk dat christendom en platonisme zo goed verzoenbaar waren
beide doen ze "dit leven" in "deze werkelijkheid" af als schijn (eindig, contingent, imperfect)
en stellen daar een "Ware Wereld" van perfectie en permanentie tegenover, of achter
"[...] blijf de aarde trouw en gelooft niet degenen die u van bovenaardse verwachtingen spreken!
Gifmengers zijn zij [...] Levensverachters [...]" (Also sprach Zarathustra)
Nietzsche hekelt de Hinterweltler, de profeet van de "Ware wereld" (Plato, het christendom)
geloof en filosofie zijn een wolf in schaapskleren: alles is streven en wil tot macht, ook de priesters & filosofen
hun gepredik is onoprecht, huichelachtig, sluw, rancuneus, vol leugen en ressentiment, een verborgen machtswil
(voor Socrates en Jezus kan Nietzsche nog enig respect opbrengen, voor Plato en Paulus en Johannes niet)
hij hekelt ook metafysische systemen en hun bedenkers, die menen "de Waarheid" te verkondigen
in "Wie die 'wahre Welt' endlich zur Fabel wurde" beschrijft Nietzsche de geschiedenis van die dwaling:
- bij Plato was de Ware Wereld bereikbaar voor de wijzen, vromen, en deugdzamen
- in het christendom was de Ware Wereld onbereikbaar, maar beloofd aan de wijzen, vromen, en deugdzamen
- voor Kant was de Ware Wereld onbereikbaar en onbewijsbaar, maar als gedachte een troost en een verplichting
- volgens de positivistische wetenschap was de Ware Wereld de facto nog niet bereikt, en dus nog onbekend
- volgens het idealisme was de Ware Wereld een nutteloos, overbodig idee: afschaffen
"De ware wereld hebben we afgeschaft, welke wereld bleef er over? De schijnbare misschien?
Nee, met de ware hebben we ook de schijnbare afgeschaft!" (Götzen-Dämmerung, 1889)
er is geen "Waarheid", er zijn slechts perspectieven op "de werkelijkheid" (perspectivisme)
en deze perspectieven (relatieve waarheden) zijn voortdurend met elkaar in strijd om hun gelijk
maar i.p.v. strijd propageert het christendom eenheid en vrede, dus nederigheid, medelijden en vergeving als deugd
strijd en spanning zijn taboe: vergeving en harmonie de norm (de andere wang toekeren)
Nietzsche stelt daar tegenover: zonder strijd geen werkelijkheid, alle werkelijkheid is "wil tot macht"
wanneer er niet meer wordt gestreden, is er alleen nog maar de verstarring en ontbinding van de dood
een samenleving leeft slechts zolang ze een strijd van opvattingen laat zien:
- God bestaat slechts zolang er over Hem gestreden wordt (derhalve heeft Hegel eigenlijk God gedood!)
- een mens is slechts een levende werkelijkheid als hij ook in zichzelf de strijd van mogelijkheden kan laten voortbestaan
1] strijd en spanning zijn fundamenteler dan vrede, verzoening en rust (dus Herakleitos i.p.v. Hegel)
om strijd te beschouwen als slechts een verstoring van rust en orde is slavenmoraal
het christendom heeft de zwakke mens verleid met de voorstelling van een leven na de dood als eeuwige rust
6
2] de strijd moet blijven voortduren, dus kan niet gericht zijn op de vernietiging van de (tegenst)ander
(Nietzsche prijst de Griekse institutie van het ostracisme: iemand die zo machtig was dat hij een bedreiging voor de machtsverhoudingen in de volksvergadering vormde,kon d.m.v. anonieme stemming (schervengericht) uit de polis verbannen worden)
3] de moderne samenleving is geneigd de verscheidenheid onverschillig naast elkaar te laten bestaan:
deze onverschillige tolerantie is decadent
daarom hekelt hij het geloof in "de mens", "de rede", "de vooruitgang" als fundamenten van de moderne cultuur
de moderne mens kan zichzelf de wet niet stellen, omdat hij niet gelooft in zijn eigen absolute waarden
men conformeert zich uit opportunisme aan de geldende waarden, de heersende moraal, de verlichtings-ideologie
maar is tegelijkertijd "verlicht" genoeg om er niet echt in te geloven; resulterend in nihilisme en akrasia (wilszwakte)
omkering van het platonisme: kameel, leeuw & kind
de Europese cultuur is apollinisch, terwijl het dyonisische essentieel is voor een vitale balans
met de Verlichting werd het niet beter, pas de Romantiek bracht de natuur weer in beeld
het dionysische (roes, instinct, passie, drift, wil) staat tot het apollinische (bezinning, rede,
soberheid, verhouding, verfijning, nuance) als de Romantiek (Sturm und Drang) tot de Verlichting
Nietzsche wilde de spanning tussen het apollinische en het dionysische terugbrengen in de cultuur
zijn hoop was aanvankelijk gevestigd op de componist Richard Wagner (1813-1883)
na 1877 keerde Nietzsche zich van Wagner af en maakte hem in zijn latere geschriften zelfs belachelijk
zijn toon wordt harder en hij karakteriseert zijn werk als omgekeerd platonisme
omkering van het platoons/christelijke denken betekent een her-ijking van waarden (Umwertung aller Werte)
d.w.z. het humanisme van het christendom, de Verlichting en de liberale samenleving te boven komen
tegenover het passief nihilisme van de moderne mens, stelt Nietzsche het actief nihilisme
"God is dood!", en daarmee ook "de Waarheid" en "de mens" van het christendom, humanisme en moderniteit
Zarathustra besluit door zijn confrontatie met de laatste mens dat hij niet tot iedereen kan spreken, alleen tot metgezellen
"Niet herder en hond van een kudde mag Zarathustra worden!
Velen weglokken uit de kudde, daarvoor kwam ik" (Also sprach Zarathustra; Ein Buch für Alle und Keinen)
wie de dood van God uitspreekt / erkent, erkent de leegte, en neemt afstand van het laffe leven van de laatste mens
maar hij moet zich eerst ontdoen van zijn meest verachtelijke kenmerken: de gemakzucht en de hang naar het gelijke
hij moet eerst worden tot kameel, die alles wat zwaar is op zich wil nemen en een sterke behoefte heeft aan gewicht
met zijn last trekt hij eenzaam de woestijn in en wordt daar tot leeuw, tot vijand van zijn meester, en hij zegt "ik wil!"
de leeuw ervaart vrijheid, maar nieuwe waarden scheppen kan hij nog niet:
"Zich de vrijheid scheppen en een heilig "nee!", ook tegenover de plicht, daartoe [...] is de leeuw van node"
pas door oefening en groeit uit de leeuw het kind, dat heilig "ja!" kan zeggen: een nieuw begin
de Übermensch & de Ewige Wiederkunft des Gleichen
"Ik leer jullie over de Übermensch [...] de mens is iets dat overwonnen moet worden [...]
de mens is geen doel maar een brug" (Zarathustra)
in de vroegchristelijke oudheid werd Christus in het Grieks aangeduid met hyperanthropos (= Übermensch)
in Christus kon de mens zichzelf, zijn egoïsme, zijn beperktheid en eindigheid, en uiteindelijk de dood overwinnen
Nietzsche past dit beeld toe op zijn moraal van omgekeerd platonisme / christendom:
de behoefte aan een betere wereld vloeit uitsluitend voort uit het onvermogen om te leven in het hier en nu
christelijk en platoons dualisme zijn slaven-moraal voor bange mensen: slaven, kudde-dieren
"angst schept goden", en hun "Gij zult!" creëert schuld & slecht geweten (Freud: über-ich): een slavenmoraal
de mens moet zichzelf overtreffen en vrijkomen van de slaaf in zich: niet zijn zwakheden cultiveren maar zijn kracht
niet begaan zijn met anderen uit plicht, en zich laten belemmeren door voorschriften, maar zijn eigen waarden scheppen
de mens moet zich bevrijden van de slavenmoraal en een (aristocratische) Herrenmoral nastreven:
d.w.z. een moraal van levensaffirmatie en van overwinning van tegenslagen: van het leven als wil tot macht
Wille zur Macht = de dionysische bevestiging van de levenswil, het streven "voorbij goed & kwaad" (vóór "de appel")
zelfopoffering daarbij is een deugd en een voorwaarde, zolang het opoffering is voor een eigen doel, anders niet
7
de Übermensch heeft afgerekend met dogmatisme: de Waarheid, religie, metafysica, hoop op een betere wereld, etc
maar men heeft een horizon (focus) nodig om te kunnen scheppen, dus moet men zijn eigen horizon scheppen
dat betekent in de 1e plaats: in het reine komen met jezelf: wie ben je? wat wil je? waar sta je?
dus i.p.v. de vraag "wat is de zin van het leven?" moet de vraag luiden "wat is de zin van mijn leven?"
dus: ontdekken en omarmen van je levenslot, maar zonder fatalisme: amor fati (heb je lot lief)
de eeuwige wederkeer drukt daarbij het besef uit dat de geschiedenis, en alles wat in de wereld plaatsvindt,
zich tot in het oneindige zal herhalen en zelf de herhaling is van wat al eindeloos vaak gebeurd is
deze gedachte maakt de mens bang; hij beseft hierdoor de ultieme zinloosheid van het bestaan (vgl. Sisyphos)
wanneer de mens echter deze angst en wanhoop heeft overwonnen, is hij werkelijk vrij (Übermensch)
de eeuwige wederkeer is verzoening met het bestaan zoals het is, onvoorwaardelijk leven in het hier en nu
de dyonisische wereld wordt voortdurend herboren (vgl. hinduïstische / boeddhistische idee van samsara)
"alles gaat, alles keert terug, eeuwig draait het rad van het zijn"
onschuld van het worden = leef alsof je leven zich eindeloos zal herhalen - en betreur niets
als een spelend kind: spontaan, creatief, onschuldig, argeloos, vrij, in staat om te schenken, om te vergeten,
en steeds opnieuw te beginnen, zonder rancune (Don Quichotte), maar met een lach ("ja!" zeggen)
tragische wijsheid = alle pogingen van de mens om kennend, scheppend en waarde-gevend een plaats te veroveren in de
wereld en de geschiedenis zijn gedoemd om te mislukken, maar hij moet ze toch ondernemen; gevaar lopen, risico
nemen, onvoorwaardelijk "ja!" zeggen tegen het leven zoals het is, zonder uitvluchten, zonder excuus
conclusie
het Bildungsideal / deugd-ethiek krijgt bij Nietzsche een nieuwe invulling, weliswaar met wortels in de Romantiek:
- niet alleen ratio (Apollo), maar ook drift (Dyonysos) moet positief gewaardeerd worden
- niet het subject als fundament (uitgangspunt), maar als resultaat (kunstwerk)
- niet de "objectieve Waarheid" als heilig doel, maar als vijand van de perspectivistische waarheid / "mijn Waarheid"
- niet vooruitgang in een lineair-historische zin (schikken in / aanpassen aan), maar persoonlijke ontwikkeling
Bildung = vorming, morele pedagogiek (vgl. Aristoteles "Ethica")
Nietzsche's Bildungs-ethiek is levenskunst
zelfbeschikking veronderstelt zelf-wetgeving en dus een horizon, een ideaal en zelf-respect
"vastberadenheid en moed om je van je eigen verstand te bedienen" was Kant's motto van de Verlichting
volgens Nietzsche hoort daar dus bij: "vastberadenheid en moed om naar je eigen waarden te leven"
Nietzsche is tegenstander van de liberale moraal: het negatieve vrijheidsbegrip van Locke ("vrij zij van...")
Nietzsche eist een positieve vrijheid, een positieve moraal, een categorische imperatief t.a.v. jezelf
een deugdethiek, maar zonder vooraf ingevulde en vaststaande deugden: die moet je zelf ontwikkelen
dus: waarde scheppend denken, en leven naar eigen waarden en maatstaven, je eigen wil gestalte geven
integratie tot een geheel uit de veelheid die je bent (romantisch expressivisme)
moeilijkheid van de opgave:
- enerzijds relativisme / perspectivisme: "de Waarheid bestaat niet" (etic)
- anderzijds idealisme: "mijn waarheid" is "de Waarheid" en daarmee heilig (emic)
- maar i.i.g. dus geen dogmatisme! m.a.w: geen God nodig hebben; je eigen God kunnen zijn
Nietzsche's godsbewijs: "als er een God zou zijn, zou ik geen god kunnen zijn; dat is onverdragelijk, dus er is geen God"
tegenover dogmatisme (modernistisch vooruitgangsgeloof) en relativisme (postmodernistische frivoliteit) stelt Nietzsche:
"een wereld van gevaren en overwinningen, een wereld waarin ook de heroïsche gevoelens hun dansvloeren en speelplaatsen hebben"
"Metgezellen zoekt de schepper, geen lijken en ook geen kudde en geen gelovigen" ... dus: mede-scheppenden
schepping en zelf-expressie hebben vooral betrekking op waarden: het ontwikkelen van een eigen morele smaak
net als voor Aristoteles is ethiek of deugd niet te onderscheiden van schoonheid (esthetica); gaat dus om authenticiteit
"Wees niet zoals de ander, verheug je erop dat je niet bent zoals hem en hij niet zoals jij"
José Ortega y Gasset definieert in De opstand der horden (1933) de "massamens" als iemand die zichzelf ziet als:
"net als ieder ander", en hij betwijfelt of deze moderne mens in staat is om autonoom te zijn
8
Nietzsche vindt: "Wie zichzelf niet kan bevelen moet gehoorzamen"
deze zelf-stylering, karaktervorming, vereist oefening, training, en praktijkervaring (context)
vgl. Aristoteles deugdethiek:
aretè (uitmuntendheid / ontplooing van potentie) wordt alleen bereikt door langdurige training van het èthos (karakter)
gebrek aan discipline leidt tot akrasia (gebrek aan zelf-beheersing / wilszwakte)
"het goede" is voor Aristoteles niet een absoluut gegeven, zoals bij Plato, maar het in praktijk brengen ervan:
"Het goede is de actieve uitoefening van de capaciteiten van de ziel, in overeenstemming met uitmuntendheid en deugd"
Nietzsche is een filosoof van de argwaan, maar ook van de vrolijke wetenschap
hij wil enerzijds ontmaskeren, anderzijds inspireren en aanmoedigen om zelf waardescheppend te leven,
om jezelf uitvinden, om te ontdekken en te worden wie je eigenlijk zelf bent (levenskunst)
een bevrijding en tevens een opdracht...
Groot aan de mens is dat hij een brug is en geen doel:
te beminnen aan de mens is dat hij een overgang is en een
ondergang.
Hen heb ik lief
die niet weten te leven,
tenzij als onder-gaanden,
want dit zijn de over-gaanden.
De grote verachters heb ik lief,
want zij zijn de grote vereerders
en pijlen van verlangen naar de andere oever.
Hen heb ik lief
die niet eerst achter de sterren een grond zoeken om onder te gaan
en offer te zijn:
maar die zich aan de aarde offeren, opdat de aarde eens toebehoort
aan de Bovenmens.
Hem heb ik lief
die leeft om tot inzicht te komen
en die tot inzicht komt opdat eens de Bovenmens zal leven.
En zo wil hij zijn ondergang.
Hem heb ik lief
die werkt en uitvindt opdat hij de Bovenmens het huis bouwt
en hem aarde, dier en plant toebereidt:
want zo wil hij zijn ondergang.
Hem heb ik lief
die zijn deugt liefheeft:
want deugd is de wil tot ondergang en een pijl van verlangen.
Hem heb ik lief
die niet een druppel geest voor zichzelf achterhoudt,
maar heel de geest van zijn deugd wil zijn:
zo schreidt hij als geest over de brug.
Hem heb ik lief
die van zijn deugd zijn neiging en noodlot maakt:
zo wil hij terwille van zijn deugd nog leven en niet meer leven.
Hem heb ik lief die niet teveel deugden wil hebben.
Eén deugd is meer deugd dan twee,
omdat zij een vastere knoop is waaraan het noodlot zich hecht.
Hem heb ik lief
wiens ziel zich verkwist,
die geen dank wenst en haar ook niet geeft:
want hij schenkt altijd en zoekt nooit zijn eigen behoud.
Hem heb ik lief
die zich schaamt wanneer de dobbelsteen gunstig voor hem valt,
en zich dan vraagt: ben ik soms een valsspeler?
Want hij wil ten gronde gaan.
Hem heb ik lief die altijd gulden woorden aan zijn daden vooruit werpt,
en altijd nog meer nakomt dan hij belooft:
want hij wil zijn ondergang.
Hem heb ik lief
die de toekomstigen rechtvaardigt en de verledenen verlost:
want hij wil aan de tegenwoordigen te gronde gaan.
Hem heb ik lief
die zijn God kastijdt omdat hij zijn God liefheeft:
want hij moet aan de toorn van zijn God te gronde gaan.
Hem heb ik lief
wiens ziel diep is, ook in de verwonding,
en die aan een klein gebeuren te gronde kan gaan:
zo gaat hij beslist over de brug.
Hem heb ik lief
wiens ziel overvol is,
zodat hij zichzelf vergeet en alle dingen in hem zijn:
zo worden alle dingen zijn ondergang.
Hem heb ik lief
die vrij van geest en vrij van hart is:
zo is zijn hoofd enkel het ingewand van zijn hart,
en zijn hart drijft hem tot de ondergang.
Allen heb ik lief
die als zware druppels zijn,
één voor één vallend uit de donkere wolk die boven de mensen hangt:
zij verkondigen dat de bliksem komt, en gaan als verkondigers te
gronde.
>> (Also sprach Zarathustra, 1e deel)
9
Freedom means being free of the need to be free
Open up your funky mind and you can fly
Free your mind and your ass will follow
The kingdom of heaven is within
I discovered that this life that was gettin' to me
Is not really mine - Give it up, give it up
An attitude is all you need to rise and walk away
Your life is yours - it fits you like your skin
Travel like a king - Listen to the inner voice
When the conqueror is in tune with the infinite
Every ending is a new beginning
Life is an endless unfoldment
The answer is in every question, dig it?
The oak sleeps in the acorn - The bird waits in the egg
The giant sequoia tree sleeps in its tiny seed
Fly on, children - Play on
You gravitate to that which you secretly love most
You meet in life the exact reproduction of your own thoughts
You rise as high as your dominant aspiration
You descend to the level of your lowest concept of your self
Be careful of the thought-seeds you plant in the garden of your mind
For seeds grow after their kind
Good thoughts bring forth good fruit - bullshit thoughts rot your meat
Think right, and you can fly
The kingdom of heaven is within
Free your mind, and your ass will follow
Play on, children
There must be lights burning brighter somewhere
Got to be birds flying higher in a sky more blue
If I can dream of a better land
Where all my brothers walk hand in hand
Tell me why, oh why, oh why can't my dream come true
There must be peace and understanding sometime
Strong winds of promise that will blow away the doubt and fear
If I can dream of a warmer sun
Where hope keeps shining on everyone
Tell me why, oh why, oh why won't that sun appear
We're lost in a cloud, with too much rain
We're trapped in a world, that's troubled with pain
But as long as a man, has the strength to dream
He can redeem his soul and fly
Deep in my heart there's a tremblin' question
Still I am sure that the answer, answer's gonna come somehow
Out there in the dark, there's a beckoning candle
And while I can think, while I can talk,
while I can stand, while I can walk
While I can dream, please let my dream come true... right now
>> (Elvis Presley: If I can Dream)
Imagine there's no countries
It isn't hard to do
Nothing to kill or die for
And no religion too
Imagine all the people
Living life in peace
You may say that I'm a dreamer
But I'm not the only one
I hope someday you'll join us
And the world will be as one
>> (George Clinton & Funkadelic,1970)
>> (John Lennon: Imagine)
1
Sisyphos daagde de goden uit, die Thanatos (de Dood) op hem afstuurden. Sisyphos wist Thanatos vast te binden. Ares bevrijdde hem pas dagen
later, zodat er al die tijd niemand op Aarde stierf: (onsterflijkheid). Sisyphos werd door de goden gesommeerd te sterven, maar gaf zijn vrouw opdracht
hem niet te begraven, en geen muntje onder de tong te leggen, zodat hij niet veerman Charon kon betalen om de Styx over te varen. Aangekomen in
de onderwereld klaagde hij bij Hades over nalatigheid van zijn vrouw, die hem terug stuurde om de rituelen af te handelen. Sisyphos wilde niet
terugkeren en besloot nog een tijd door te leven. Tenslotte werd hij veroordeeld een zwaar rotsblok tegen een steile berg op te duwen, dat echter
telkens van de top weer in de diepte rolde waardoor hij gedoemd was.
10
Download
Random flashcards
fff

2 Cards Rick Jimenez

Rekenen

3 Cards Patricia van Oirschot

Create flashcards