Ontwikkeling van 0 tot 2 jaar

advertisement
Ontwikkeling van 0 tot 2 jaar.
Bij kinderen van 0 tot 2 jaar is de ontwikkeling gebaseerd op waarneming en motoriek.
Het kind pakt wat het ziet, bijvoorbeeld een rammelaar. Hij schud daarmee, omdat zijn
armpje nu eenmaal onwillekeurige bewegingen maakt. Hij hoort dat geluid. Dat herhaalt
zich, en zo vormen zich de eerste denkpatronen:’iets wat beweegt, kan ik pakken. Als ik dan
met mijn arm heem en weer ga, komt er geluid’. Dat denkt hij niet in woorden, maar het zet
zich wel in het hoofd vast als ervaringen.
Aan het eind van deze fase komen de eerste woordjes. De dingen krijgen een naam. Dat is
een grote stap. Een woord betekent dat een betekenis los komt te staan van een ding. Je
kunt immers een woord zeggen, terwijl het ding er niet is.
Zodra een baby geboren wordt, begint zijn sociaal-emotionele ontwikkeling. Een zuigeling
richt zicht allereerst op mensen. Dat is niet zo verwonderlijk, hij is immers voor zijn
overleving afhankelijk van mensen.
Een zuigeling ‘kijkt’ naar gezichten. Dat hij gezichten ‘herkent’ is heel belangrijk. Het biedt
hem de mogelijkheid om gedrag na te bootsen, te imiteren. Imitatie is een van de
allervroegste manieren van leren. Imiterend maakt het kind zijn eerste stapjes in de
ontwikkeling.
De baby hecht zich het meest aan degene die hem verzorgt, of dat nou de moeder is of de
leidster op het kinderdagverblijf, oma of de buurvrouw.
De geur is een belangrijke informatiebron voor de baby. Hij ruikt waar hij de melk kan
vinden. Een baby reageert dan ook sterk op de geur van de moeder en niet op bijvoorbeeld
een vieze luier.
Een baby richt zich op geluid van mensen. Een baby in een wiegje in de tuin reageert niet op
elk vogelgeluid. Wel reageert hij als de stem van de verzorgster in de buurt komt.
Baby’s ervaren lichamelijk welbevinden door huid-op-huidcontact. Dat vinden ze prettig. Ze
ondergaan lichamelijke indrukken door smaak, tast, geur. Lustbeleving ontstaat door zuigen
en sabbelen, is gebaseerd op de mond dus.
Baby’s van 0 tot 2 jaar drukken zich wel uit via geluidjes en bewegingen, maar er is nog
geen sprake van een creatief-expressieve ontwikkeling.
Taalontwikkeling is een ontwikkeling van taalgebruik. Deze ontwikkeling hangt samen met de
totale ontwikkeling, omdat de taak de totale ontwikkeling versnelt. De taalontwikkeling is
daarom een belangrijk aandachtsgebied in het onderwijs.
De taalontwikkeling valt uiteen in de volgende gebieden:
-klankontwikkeling
-woordenschatontwikkeling
-grammaticale ontwikkeling
-communicatieve ontwikkeling
-schriftelijke ontwikkeling
-6 tot 8 weken na de geboorte: het kind experimenteert onbewust, maakt steeds meer
klanken die bij de taal horen.
-tussen de 6 en 9 maanden:brabbelen.. Het kind maakt medeklinkers en klinkers die op
lettergrepen lijken, bijvoorbeeld dada, baba en mama.
-tussen 10 en 14 maanden: de eerste woordjes.
-rond 18 maanden: de vijftig woordengrens. Vanaf dit moment ontwikkelt de woordenschat
zich sneller.
-tussen 18 en 24 maanden: woorden combineren, de twee woordzin.
Kinderen doen ontdekking over geschreven taal. Ze doen lezen na en tekenen letter- en
woordachtige vormen. Veel voorlezen is het belangrijkste advies.
Peuter
Cognitieve ontwikkeling
Benoemen is begrijpen
De kinderen gaan steeds meer benoemen, en daardoor begrijpen. Als ze ongeveer 2 jaar
zijn, hebben ze een woordenschat van ongeveer 200 woorden. De ontwikkeling gaat sneller
als er veel gepraat wordt. De ontwikkeling gaat dus niet vanzelf. Hij kan in de communicatie
over en weer (of terwijl interactie) worden gestimuleerd of worden geremd.
Bij woorden hoef je nu niet altijd meer concrete voorwerpen te pakken, maar ‘grijpen is
begrijpen’ wordt veranderd in ‘benoemen is begrijpen’.
Fantasie en werkelijkheid
Fantasie en werkelijkheid lopen nog door elkaar. Het lijkt wel of ze leven in een magische
wereld. De magische wereld van het kind loopt ongeveer tot aan het zesde jaar.
Nog wel via de zintuigen
Peuters gaan dingen benoemen. De kennisverwerving gaat nog wel via de zintuigen, kijken en
pakken.
Geen geweten als innerlijke sturing
Een peuter heeft nog geen geweten. De zelfbeheersing hangt nog af van invloeden van
buitenaf.
Sociaal emotionele ontwikkeling
Imiteert sociaal gedrag
Een peuter leert door imitatie. Hij kijkt dus kunst bij anderen af. Vooral van de ouders.
Richt expressie op soortgenoten
Een kind gaat krabbeltjes maken.
Ontdekt dat hij een eigen persoon is
Een peuter ontdekt dat hij een eigen persoon is, en dat mama niet-hij is. Dit is een
belangrijke ontdekking.
Ontdekt dat zijn daden invloed hebben.
De koppigheidsfase komt, ontdekken ze hun invloeden als ze bijvoorbeeld nee zeggen. In de
koppigheidsfase zeggen ze nee tegen alles.
Seksuele ontwikkeling
Ze gaan ontdekken dat jongens en meisjes verschillend zijn. Ze gaan alles onderzoeken.
Peuters willen graag het lichaam van andere kinderen aanraken en het eigen lichaam. Zo
leert een kind het eigen lichaam kennen.
Seksuele ontwikkeling heeft te maken met zindelijkheid. Kind leert ontlasting op te houden.
Deze fase wordt ook wel de anale fase genoemd. Dat betekend via de anus.
Sensomotorische ontwikkeling
De motoriek gaat in een flink tempo door, de grove bewegingen worden geleidelijk fijner.
Creatief-expressieve ontwikkeling
Een peuter begint te krassen omdat het een manier van bewegen is.
Na het krassen komt het krabbelen, vanuit daar komen de basisvormen tevoorschijn.
(vierkanten, kruisjes enz.) Tijdens het derde jaar gaat het kind krabbels benoemen. De
koppoter benoemt hij achteraf als mens, mama bijvoorbeeld.
Taalontwikkeling
Klankontwikkeling
De woordenschat ontwikkelt veel sneller. De medeklinkers aan het begin van een woord
blijft moeilijk. (Straf, Schip, Schrift)
Woordenschatontwikkeling
De peuter herkent categorieën dingen met gemeenschappelijke kenmerken
Grammaticale ontwikkeling
Peuter herkent meervouden, verkleinwoorden, ontkenningen, vraagzinnen.
Commutatieve ontwikkeling
Er ontstaan communicatie met leeftijdsgenoten. Kinderen van deze leeftijd kunnen hun taal
enigszins aanpassen aan het kind waar ze mee spelen.
Metalinguïtische ontwikkeling
Betekent nadenken over taal. Bijvoorbeeld lachen om poes en Loes. Ze horen het verschil in
de beginklank.
Daarnaast merkt een kind door voorlezen dat er verschil is tussen spreektaal en
schrijftaal.
Schriftelijke Taalontwikkeling
Ze gaan bepaalde letters en woorden herkennen. Ze herkennen pictogrammen en logo’s.
Kleuter
Cognitieve Ontwikkeling
Prelogisch denken.
Het denken wordt nog beheerst door waarneming. Hij kan nog niet de samenhang zien
tussen oorzaak en gevolg.
Egocentrisch
Een kleuter ervaart zichzelf als het centrum van de wereld. Uit zijn eigen perspectief.
Egocentrie is wat anders dan egoïsme. Egocentrie is een ontwikkelings fase. Je spreekt van
Egoïsme als een ouder kind egocentrisch blijft.
Gewetensontwikkeling, eerste aanzet
Een kleuter weet wat wel en niet mag. Het geweten begint zich te vormen.
Kleuters weten wel ongeveer beetje hoe het hoort, ze kennen de normen(regels).
Van imitatie naar identificatie
Imitatie is nadoen, als mama vind dat iets niet mag, dan vindt hij ook dat dat. Hij neemt de
mening over. Het gaat een deel van zijn persoonlijkheid worden.
Sociaal-emotionele ontwikkeling
Eenvoudige spelregels hanteren
Een kleuter is in staat zich aan eenvoudige spelregels te houden.
Zich richten op behoeftes van anderen
Een kleuter krijgt oog voor wat prettig en onprettig is voor een ander. Hij kan ook dingen
delen. Maar een oplossing bedenken voor een ruzie kan hij nog niet.
Kan een compromisvoorstel aanvaarden.
Een kleuter kan zelf geen tussenvoorstel bedenken. Eenvoudige standaard oplossingen,
compromissen, die er steeds het zelfde uitzien, kan een kleuter goed overnemen.
Seksuele ontwikkeling
Kleuters zijn zich er helemaal bewust van of ze een jongetje of een meisje zijn.
Meisjes vergelijken zichzelf met mama, en jongens met papa. Kleuters spelen graag met hun
eigen lichaam en hun geslachtsdelen. Ander woord voor geslachtdelen is genitaliën. Daarom
wordt deze fase ook wel de genitale fase genoemd.
Sensomotorische ontwikkeling
Deze ontwikkeling gaat bij een kleuter opeens heel hard. Een kleuter kan kleine dingen
zoals een potloot oppakken en er mee tekenen. Als hij ongeveer 6 jaar is, is hij motorisch in
staat om te schrijven.
Creatief-expressieve ontwikkeling
Een kind gaat langzaam naar een vooropgezet idee. Hij wil mama tekenen, en of het er nou
op lijkt of niet, het is mama. Al gaat het wel steeds meer op de werkelijkheid letten.
Kleuters tekenen wat ze weten, niet wat ze zien. Dit wordt wel het intellectuele realisme
genoemd.
Taalontwikkeling
Woorden krijgen een gevoelswaarde. Het woord ‘boek’ roept allemaal associaties op. Zoals
gezellig met mama op de bank, of griezelen in bed.
Het kind maakt zelf woorden. Ook komen de bijvoeglijke naamwoorden te voor schijn. En
die worden te pas en te onpas gebruikt.
Kinderen van deze leeftijd ook dol op rijmpjes.
Ze gaan bepaalde letters en woorden herkennen. Ook herkennen ze pictogrammen en logo’s.
Kinderen ontdekken dat een woord uit verschillende letters bestaat.
Samenvatting ontwikkelings psychologie.
Schoolkind 6-9jaar.
Cognitieve ontwikkeling.
Je kunt ze niets meer wijs maken. Ze gaan anders naar dingen kijken zoals bijvoorbeeld
sinterklaas.
Ze gaan werken met concrete voorwerpen dus tellen met blokjes en dat soort dingen.
Ze zien steeds meer samenhang tussen dingen. Als ik dit doe krijg ik dat of als ik dit niet
doe gebeurt dat ook niet.
Sociaal-emotionele ontwikkeling.
Ze beginnen steeds geconcentreerder te overleggen over dingen met elkaar.
Ze gaan groepjes vormen en experimenteren met anderen hun gevoelens.
Ze gaan ze pesten en klieren en kijken hoe diegene erop reageert. Als ze het antwoord
weten stoppen ze vaak snel.
Seksuele ontwikkeling.
Meisjes trekken meer met meisjes op en jongens met jongens.
Ze zijn heel preuts, bloot zijn voor elkaar kan echt niet.
Latente fase. Ze zijn nu meer afwezig in de seksuele ontwikkeling dan voorheen.
Sensomotorische ontwikkeling.
Kinderen in deze leeftijd groeien enorm snel.
Hun uithoudingsvermogen wordt beter al zijn ze snel moe.
Fijne motoriek ontwikkelt zich snel. Ze beginnen met schrijven enzo.
Creatief-expressieve ontwikkeling.
Ze tekenen met hun visueel realisme. Dit betekens dat ze tekenen wat ze zien in plaats van
wat ze weten.
Ze willen dat de tekening lijkt zoals hun zien en als dit niet zo is kunnen ze hun plezier in
tekenen verliezen.
Je kunt vaak uit hun tekeningen veel informatie over het kind halen want ze tekenen hun
innerlijk al hebben ze daar zelf geen erg in.
Taalontwikkeling.
De klankontwikkeling is voltooid tussen de 6 en 7 jaar.
De woordenschat van een schoolkind kan heel erg verschillen omdat de ene makkelijker
woordjes opneemt dan een ander kind.
In groep drie gaan kinderen leren lezen en schrijven omdat ze veel aan taal denken in die
groep.
Ze gaan verhalen vertellen met begin midden en eind.
Ze zien hun eigen schrijffouten en corrigeren de fouten van anderen.
Groep 4 zien ze schrijven als hulpmiddel om iets te zeggen wat je wil zeggen.
Schoolkind 9-12 jaar.
Cognitieve ontwikkeling.
De behoefte om te presteren word steeds groter. denkvermogen van het kind gaat van
concreet naar abstract.
Het oudere schoolkind denkt na over dingen die het niet ziet. Het kind gaat nadenken over
zichzelf. Gaat dus reflecteren op zichzelf en zichzelf analyseren. Ook gaan ze meer denken
of de leraar wel gelijk heeft. Ze hebben interesse in feiten en krijgen meer inzicht in
samenhang van dingen. Ze vragen veel naar het waarom van dingen want ze willen alles
snappen en weten.
Sociaal-emotionele ontwikkeling.
De wereld van het kind word steeds groter. Ze vinden de meningen van soortgenoten steeds
belangrijker worden. Vormen hechte groepjes. Ze zoeken elkaars gezelschap op. Ze bouwen
een hobby op en gaan bijv. dingen verzamelen.
Oudere schoolkinderen kunnen erg goed samenwerken. Er word een als leider gezien. Ze
zijn dol op wedstrijdjes en competitie spelletjes. Sportiviteit van het kind groeit. Ze
kunnen beter tegen hun verlies. Ze trekken zich minder aan van volwassenen. Ze willen bij
vriendenkringen horen. En ze krijgen idolen bijv. popsterren. Ze ontwikkelen echte
vriendschappen. Geven elkaar raad en troost. Meisjes krijgen eerste tekenen van
onzekerheid omtrent hun uiterlijk.
Pesten is nu niet zo onschuldig meer. Wie niet in de groep past word uitgesloten.
Creatief-expressieve ontwikkeling.
Oudere schoolkinderen hebben een steeds betere ooghand coördinatie en die leidt ertoe
dat hun tekeningen steeds beter worden.
Wat kinderen tekenen, gaat steeds meer werkelijk lijken.
Omdat ( sommige ) leerlingen goed naar de natuur kunnen gaan tekenen, ontstaat voor het
eerst ruimte voor artisticiteit.
Daarmee doelen we op een behoefte om te spelen met de werkelijkheid. Als je de
werkelijkheid iets anders uitbeeldt, kun je iets van jezelf uitdrukken.
Taalontwikkeling.
De klankontwikkeling is al in een eerdere fase voltooid.
De woordenschat groeit het hele leven door.
Het tempo kan verschillen, de exacte leeftijd is niet altijd te geven.
De grammaticale ontwikkeling hangt samen met het bewust gebruik maken van taal. Het
kind heeft veel geleerd. Je kunt daarbij denken aan verkleinwoorden.
De communicatieve ontwikkeling is de mijlpaal die in de vorige fase is ingezet, zet hier
door.
Metalinguïstische ontwikkeling is de laatste mijlpaal: kunnen reflecteren over taal, zet zich
door en er wordt gericht aandacht aan besteed.
Schriftelijke ontwikkeling is wat de opvatting betreft over schriftelijk taalgebruik, is er
veel verandert. Er zijn heel nieuwe inzicht over onderwijs in schriftelijk taalgebruik.
Deze fase is heel individueel. Niet iedereen ontwikkelt zich even ver.
Het onderwijs blijft doorgaan het schriftelijk taalgebruik te ondersteunen en verder te
ontwikkelen.
Seksuele ontwikkeling.
in deze tijd trekken jongens meer met jongens om en meisjes met meisjes .
omdat ze kritiek hebben over het andere geslacht. ( bijv. meisjes aanstellers, jongens zijn
stom of erger)
dit is een natuurlijke manier om elkaar te verkennen en te leren kennen.
lichamelijk zijn kinderen van deze leeftijd behoorlijk preuts.
naakt voor elkaar zijn of samen douchen met gym willen ze niet meer.
de seksualiteit is behoorlijk afwezig omdat ze meer interesse hebben in andere dingen.
daarom noemen we dit de "latente fase".
latent betekent : wel aanwezig, maar op achtergrond, niet zichtbaar in gedrag.
Sensomotorische ontwikkeling.
Het kind groeit snel( ongv. 5 tot 6 cm per jaar)
jongens en meisjes zijn even lang.
de lichaamsverhoudingen gaan meer op een volwassene lijken.
het kind heeft nu langere ledematen.
het hoofd lijkt nu een stuk minder groot tegen over de rest.
coördinatie van ledematen wordt steeds beter( bijv. sierlijke manier van lopen)
De spieren ontwikkelen zich, de kinderen worden sterker.
De kinderen worden wel snel moe , maar het uithoudingsvermogen groeit wel.
De kinderen zijn heel actief, ze willen alles lichamelijk onderzoeken ( bomen klimmen,
stoeien, rennen enzo.)
stil zitten is moeilijk, dus wanneer ze de tijd hebben om vrij te gaan wat ze willen doen zijn
ze behoorlijk actief bezig.
De fijne motoriek ontwikkelt heel snel, vanwege de langere ledematen daardoor krijgen ze
ook slankere en langere vingers.
ze kunnen nu ook hun handen onafhankelijk bewegen. ( belangrijk bij schrijven)
daarom schrijven ze nu veel beter en sneller.
Download