Naam: Geboortedatum: Observatiedatum: CLB-medewerker: … School: Klas: Naam leerkracht(en): … Richtlijnen bij het gebruik van de observatiefiches Waarvoor gebruiken? De fiches kaderen in het stappenplan voor het omgaan met psychomotorische problemen bij kleuters. Na de aanmelding komt een brede verkenning (intakefase). Bij reflectie over de verzamelde gegevens (strategiefase) kan de CLB-medewerker of het team beslissen om verder onderzoek te doen waarbij wordt ingezoemd op het motorisch probleem. De observatiefiche is een instrument dat toelaat om de motorische ontwikkeling van de kleuter overzichtelijk in kaart brengen tijdens de onderzoeksfase. De observatiefiche psychomotoriek kleuter 2 is bedoeld voor een kleuter van de 2de kleuterklas. Aan de hand van een reeks vragen overloop je achtereenvolgens verschillende deeldomeinen van de motoriek: grote motoriek, fijne motoriek en zelfredzaamheid. Zowel de school als de ouders worden bevraagd. Op die manier kan je tekorten of vertragingen in beeld brengen en een inschatting maken van de ernst en de complexiteit van het aangemelde probleem. De ingevulde fiches zullen een leidraad zijn bij het geven van advies aan de leerkracht en/of de ouders om het kind positief te stimuleren. Uiteindelijk zullen ze ook de beslissing om al of niet te verwijzen mee helpen onderbouwen. Hoe gebruiken? Om de fiches in te vullen kan je je beroepen op informanten: je bevraagt de kleuterleidster, de turnleerkracht of de zorgleerkracht. Hou er rekening mee het niet altijd mogelijk is om onmiddellijk een antwoord te geven op de vragen. Bouw daarom wat tijd in voor observatie. Je kan de fiche op voorhand bezorgen met een kleine toelichting en afspreken wanneer je de resultaten samen kan overlopen. De leerkracht is ongetwijfeld een belangrijke bron van informatie. Toch kan je er ook voor kiezen om het kind zelf te observeren, bvb. om ervaring op te doen of voor een meer gerichte observatie. Nadien kan je de bevindingen samen leggen. Duid steeds aan waar de informatie die je verzamelt vandaan komt. Het is belangrijk is om steeds het ‘hoe’ (kwaliteit) en het ‘wat’ (kwantiteit) van de motorische vaardigheid te bevragen. Noteer ook aspecten van gedrag die meespelen. Om een duidelijke visuele voorstelling te krijgen van de motorische ontwikkeling van de kleuter wordt onderscheid gemaakt tussen: OK: voldoende tot goed beheerst min of meer OK: nog in ontwikkeling niet OK: onvoldoende beheerst Soms is ook de indicatieve leeftijd (waarop 95 % van de kinderen dit kunnen) aangeduid. Houd bij de beoordeling altijd rekening met de context! Voor de items die onvoldoende beheerst zijn ga je best op zoek naar het leeftijdsniveau waarop het kind functioneert. De observatiefiche van de jongere leeftijdsgroep zal dan de leidraad zijn. Let wel: dit is geen testbatterij. De vragen laten ruimte voor enige interpretatie. Een referentie bij het invullen is steeds de vergelijking met klasgenootjes. Centra voor leerlingenbegeleiding Observatiefiche psychomotoriek kleuter 2 – 2011 1 1. INFORMATIE SCHOOL/CLB _ 1.1 Grote motoriek Informant: 0 leerkracht 0 turnleerkracht 0 CLB-medewerker de kleuter beweegt OK +/OK niet OK OK +/OK niet OK vloeiend bewegen vs. houterig, schokkerig tempo controle/beheersing van beweging en kracht volhouden van de beweging vs. afbrokkeling geautomatiseerd vs. nadenkend ongelukjes (vallen, …) O weinig O veel opvallende meebewegingen voorkomen O in weinig situaties O veel situaties frequentie O enkel bij aanleren O hardnekkig lichaamsdeel: hoofd, gezicht, romp, handen, … andere: … de kleuter al kan Rent vlot en soepel zonder te vallen Stapt 10 stappen op een dikke lijn (10 cm breed) zonder af te wijken Stapt over een lage balk Stapt zonder hulp een trap op en af (nog niet alternerend) Springt van een kleine verhoging (15 cm) zonder evenwicht te verliezen Springt over een klein voorwerp Springt vlot voorwaarts Springt meerdere keren na elkaar met beide voeten samen omhoog (4j) Kan ongeveer 5 sec. stil blijven staan op 1 been Huppelt vlot Hinkelt 5 passen op 1 been (4j) Klimt op een ladder van een glijbaan (een 2-tal m hoog) Gooit een bal vrij gericht naar een medespeler Vangt een bal op met 2 handen van op een afstand van +/- 1,5 m (mag nog tegen de buik of door met beide handen een schaaltje te vormen) Fietst met zijwielen (3,5-4j) Specifieke observaties: opvallende signalen, uitval, … factoren die motoriek beïnvloeden Negatief/problematisch: Vb: blijft niet stil zitten, valt veel tgv impulsief gedrag, onrustig met handen/voeten, speelt altijd met hetzelfde, houdt zich aan vertrouwde speeltuigen, stereotiepe en/of herhalende bewegingen, is passief, durft niet, … … Positief/protectief: Sterke kanten: vb. doorzetter, ondernemend, … Centra voor leerlingenbegeleiding Observatiefiche psychomotoriek kleuter 2 – 2011 2 1.2 Fijne motoriek/visummotorische vaardigheden/grafomotoriek 1. Grote motoriek Informant: 0 leerkracht 0 turnleerkracht 0 CLB-medewerker 1 de kleuter beweegt +/-OK niet OK +/OK niet OK OK vloeiend bewegen vs. houterig, krampachtig tempo controle/beheersing van beweging en kracht volhouden van de beweging vs. afbrokkeling geautomatiseerd vs. nadenkend opvallende meebewegingen voorkomen O in weinig situaties O veel situaties frequentie O enkel bij aanleren O hardnekkig lichaamsdeel: mond, tong, andere hand, … andere: … de kleuter al kan OK Neemt penceel/podlood vast tussen de toppen van de vingers (vingers mogen gestrekt of gebogen) Rijgt grote kralen Rijgt kleine kralen Tekent een cirkel, een kruis en een schuine lijn (R boven L onder) na Schrijft letters van zijn naam (4-5j) Tekent een kopvoeter Kan een cirkel of een vierkant uitknippen met een schaar (4,5-5j) Knipt op een lijn Kleurt vrij goed binnen de lijntjes (nog niet nauwkeurig) Kan een figuur uitprikken Slaat met een hamer op een brede nagel Bouwt constructies met blokken (vb. een brug) Specifieke observaties: vb: zicht: knijpt ogen toe bij kleuren of op papier werken, hoofd dicht bij blad, … … factoren die motoriek beïnvloeden Negatief/problematisch: Vb: blijft niet stil zitten, onrustig met handen, weinig aandacht of concentratie, … Positief/protectief: Sterke kanten: vb. doorzetter, ondernemend, … Centra voor leerlingenbegeleiding Observatiefiche psychomotoriek kleuter 2 – 2011 3 1.3 Zelfredzaamheid (ADL: activiteiten van het dagelijkse leven) Informant: 0 leerkracht 0 turnleerkracht 0 CLB-medewerker 1 de kleuter beweegt OK +/OK niet OK OK +/OK niet OK vloeiend bewegen vs. houterig tempo controle/beheersing van beweging en kracht volhouden van de beweging vs. afbrokkeling geautomatiseerd vs. nadenkend ongelukjes (vallen, …) O weinig O veel opvallende meebewegingen voorkomen O in weinig situaties O veel situaties frequentie O enkel bij aanleren O hardnekkig lichaamsdeel: hoofd, gezicht, romp, handen, … andere: … de kleuter al kan Eet met lepel of vork zonder morsen (3-3,5j) Drinkt uit een beker en houdt die beker met 1 hand vast (4-4,5j) Drinkt uit een brick-verpakking (zuigt aan het rietje en knijpt niet te hard) Maakt grote knopen los bij een kledingstuk Steekt een ritssluiting in een ritsvoet Kleedt zichzelf aan en uit (geen ‘straffe knopen’ of veters) (4-4,5j) Wast gezicht en handen Wringt een washandje uit Probeert zelf de billen af te vegen bij toiletbezoek (4-4,5j) Trekt kledij aan en uit bij toiletbezoek (4-4,5j) Specifieke observaties: opvallende signalen, uitval, … factoren die motoriek beïnvloeden Negatief/problematisch: Positief/protectief: Centra voor leerlingenbegeleiding Observatiefiche psychomotoriek kleuter 2 – 2011 4 1.4 Synthese informatie school / CLB Negatief/problematisch: Positief/protectief: Centra voor leerlingenbegeleiding Observatiefiche psychomotoriek kleuter 2 – 2011 5 2. INFORMATIE OUDERS 2.1 Voorgeschiedenis: zwangerschap, bevalling, motorische mijlpalen, … … 2.2 Situatie nu: … opvallende kenmerken, alarmsignalen voor ontwikkelingsstoornissen, … … … … kenmerken kwaliteit, tijd nodig om motorische vaardigheden aan te leren, … alarmsignalen voor gedragsstoornissen is graag bezig met ‘motorisch spel’: met bal spelen, knutselen en tekenen, constructiespel … … Sterke kanten of talenten: Mogelijkheden tot bewegen: 2.3 Synthese Negatief/problematisch: Positief/protectief: Centra voor leerlingenbegeleiding Observatiefiche psychomotoriek kleuter 2 – 2011 6 3. TESTGEGEVENS Soort test: Resultaat: Synthese Voor verdere stappen zie ‘stappenplan’ Centra voor leerlingenbegeleiding Observatiefiche psychomotoriek kleuter 2 – 2011 7