DAGVAARDING in een bodemprocedure bij de kantonrechter

advertisement
dossiernummer: 201490216
DAGVAARDING
in een bodemprocedure bij de kantonrechter
Vandaag,
tweeduizendenveertien
heb ik,
op verzoek van de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid FNV BONDGENOTEN,
gevestigd en kantoorhoudende te Utrecht aan de Varrolaan 100, voor wie in deze zaak als
gemachtigde optreedt, met het recht van plaatsvervanging, mr. A.A.M. Broos, die kantoor houdt
te Utrecht aan de Varrolaan 100 (correspondentie richten aan postbus 85398, 3508 AJ Utrecht),
op welk kantoor woonplaats is gekozen,
GEDAGVAARD
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TOURINGCARBEDRIJF BETUWE
EXPRESS B.V., gevestigd en kantoorhoudende te (6674 ME) Herveld aan de Onderstalstraat
4, aan welk adres de dagvaarding, tezamen met de daarin genoemde producties, is uitgebracht,
waarbij een afschrift is overhandigd aan:
OM
Op
tweeduizendenveertien om
uur in de middag in persoon,
desgewenst vergezeld van een gemachtigde, te verschijnen op de terechtzitting van de
kantonrechter van de rechtbank Gelderland, locatie Nijmegen. De terechtzitting zal gehouden
worden in het gerechtsgebouw van de rechtbank Gelderland, locatie
Nijmegen aan de Oranjesingel 56 (correspondentie richten aan: postbus 9030, 6800 EM
Arnhem).
AANGEZEGD
Gedaagde kan op deze terechtzitting mondeling antwoorden op de inhoud van deze
dagvaarding. Gedaagde kan er ook voor zorgen dat een schriftelijke conclusie van antwoord (in
tweevoud) tot de dag voor die terechtzitting bij de rechtbank, afdeling civiel recht, team kanton
FNV Bondgenoten – Betuwe Express/dagvaarding/Pagina 1 van 13
wordt ingediend (correspondentie richten aan: postbus 9030, 6800 EM Arnhem) of op die
terechtzitting aan de kantonrechter wordt overhandigd. De kantonrechter kan aan gedaagde op
verzoek uitstel verlenen om een conclusie van antwoord in te dienen.
De conclusie van antwoord vermeldt de bewijsmiddelen waarover gedaagde kan beschikken tot
staving van de gronden van het verweer, alsmede de getuigen die zij daartoe kan doen horen.
Tegelijk dient gedaagde een afschrift van het exploot van dagvaarding over te leggen.
Indien gedaagde niet mondeling of schriftelijk antwoordt, noch om uitstel verzoekt, zal de
kantonrechter de hierna omschreven vorderingen van de eisende partijen bij verstek toewijzen,
tenzij de rechter deze vordering onrechtmatig of ongegrond voorkomt, dan wel de
voorgeschreven termijnen en formaliteiten niet in acht zijn genomen.
Gedaagde is bij verschijning geen griffierecht verschuldigd.
OMSCHRIJVING EN MOTIVERING VAN DE VORDERING
1.
Partijen
1.1
Eiseres, ook te noemen ‘FNV Bondgenoten’, is een vereniging met volledige
rechtsbevoegdheid. Krachtens haar statuten stelt FNV Bondgenoten zich ten doel de
belangen te behartigen van werknemers, waaronder werknemers werkzaam bij
gedaagde, ook te noemen ‘Betuwe Express’. FNV Bondgenoten is bevoegd om tot dit
doel collectieve arbeidsovereenkomsten, alsmede alle andere van belang zijnde
regelingen tot stand te brengen met werkgevers of verenigingen van werkgevers. Zo is
FNV Bondgenoten partij bij de collectieve arbeidsovereenkomst voor het besloten
busvervoer, ook te noemen ‘(de) CAO’. FNV Bondgenoten kan daarnaast op grond van
artikel 3:305a BW rechtsvorderingen instellen die strekken tot bescherming van
gelijksoortige belangen van haar leden en werknemers, dan wel groepen van
werknemers in het algemeen, nu zij deze belangen ingevolge haar statuten behartigt.
1.2
1
Betuwe Express werd volgens haar website ruim 50 jaar geleden opgericht door de
familie Winnemuller en is uitgegroeid tot één van de grootste touringcarbedrijven in
Nederland. Betuwe Express beschikt over ruim 60 luxe touringcars vanaf 19 personen tot
maximaal 90 personen. Betuwe Express heeft ca. 140 medeweerkers in dienst. FNV
Bondgenoten verwijst naar een uittreksel uit het handelsregister van Betuwe Express
(productie 1).
1
http://www.betuwe-express.nl/text/over-ons/ d.d. 9 september 2014
FNV Bondgenoten – Betuwe Express/dagvaarding/Pagina 2 van 13
1.3
Betuwe Express is lid van werkgeversvereniging KNV Busvervoer, die partij is bij de
CAO. Op de arbeidsovereenkomsten van Betuwe Express met haar medewerkers is de
CAO van toepassing
2.
Het geschil
2.1
Betuwe Express weigert, ondanks herhaalde verzoeken van FNV Bondgenoten, om
artikel 35 van de CAO, zoals dit artikel gold in de periode van 1 juli 2008 t/m 31
december 2011 (productie 2), van 1 januari 2012 t/m 31 maart 2013 (productie 3) en
van 1 april 2013 t/m 31 december 2013 (productie 4), na te leven. FNV Bondgenoten
vordert daarom nu in rechte dat Betuwe Express wordt veroordeeld tot nakoming van
artikel 35 CAO gedurende de periode van 1 juli 2008 t/m 31 december 2013.
3.
De feiten
De CAO
3.1
Artikel 35 van de CAO zoals deze gold in de periode van 1 juli 2008 t/m 31 december
2011, van 1 januari 2012 t/m 31 maart 2013 en van 1 april 2013 t/m 31 december 2013
bepaalt:
“Voor alle opleidingen en cursussen die de werknemer op verzoek van de
werkgever volgt komen de kosten voor rekening van de werkgever. Onder de
werktijd welke voor betaling in aanmerking komt valt ook de reistijd van en naar de
cursuslocatie. De tijd welke gemoeid is met de cursus wordt 6/6 uitbetaald.
De reis- en verblijfskosten worden eveneens aan de werknemer vergoed. Indien
niet door het opleidingsinstituut is voorzien in een maaltijd gelden dezelfde
voorwaarden voor een maaltijdvergoeding zoals verwoord in artikel 34 lid 1.
Wanneer de werknemer met eigen vervoer reist zal de kilometervergoeding
worden vergoed volgens actuele fiscale normen.
Wanneer de werknemer binnen twee jaar na beëindiging van de cursus en/of
opleiding vrijwillig het bedrijf verlaat dient hij de kosten van de cursus en/of
opleiding van 1000 euro en meer, exclusief subsidie, terug te betalen. Per maand
dat de werknemer niet meer in dienst is moet hij 1/24 deel van de kosten
terugbetalen (exclusief subsidie).
De wettelijk verplichte opleidingen in het kader van 35 uur in vijf jaar, dient de
werkgever voor zijn rekening te nemen.”
3.2
Met de “wettelijke verplichte opleidingen in het kader van 35 uur in vijf jaar” in de laatste
zin van artikel 35 CAO wordt het volgende bedoeld. Op grond van de Europese Richtlijn
FNV Bondgenoten – Betuwe Express/dagvaarding/Pagina 3 van 13
2
Vakbekwaamheid dienen beroepschauffeurs in de Europese Unie per 5 jaar minimaal
35 uur nascholing te volgen. Het behalen van de benodigde vakbekwaamheid, alsook
het behouden van deze vakbekwaamheid door het volgen van voldoende nascholing,
wordt op het rijbewijs aangeduid als Code 95.
3.3
De laatste zin van artikel 35 CAO bepaalt dat de werkgever de wettelijk verplichte
opleidingen in het kader van 35 uur in vijf jaar voor zijn rekening dient te nemen. FNV
Bondgenoten is van oordeel dat de werkgever alle in de voorgaande zinnen van artikel
35 CAO genoemde kosten van de opleidingen in het kader van 35 uur in 5 jaar dient te
vergoeden, derhalve ook de tijd die is gemoeid met het volgen van deze opleidingen.
Voorgaande correspondentie
3.4
In een e-mail van 3 januari 2011 (productie 5) meldde de heer J. van Hienen, werkzaam
als chauffeur bij Betuwe Express, dat de tijd besteed aan het volgen van cursussen in
het kader van Code 95 niet mocht worden geregistreerd als een rustdag. Betuwe
Express reageerde met een e-mail van 4 januari 2011 (productie 6) als volgt:
“(…). Wij, als werkgever, zijn van mening dat een chauffeur zelf alles in het werk
moet stellen indien hij chauffeur wenst te blijven. Het is uiteindelijk zijn
beroepskeus. Dat wil niet zeggen, dat wij als werkgever de cursussen niet mogen
faciliteren en registreren.
Onze correspondentie richting onze werknemers/chauffeurs is ook dusdanig
ingericht
dat
de
uitnodigingen
op
vrijwillige
basis
zijn.
Uiteindelijke
verantwoordelijkheid voor deelname (dus het behoud van zijn rijbewijs op lange
termijn) ligt geheel bij de werknemer/chauffeur.
Wij zijn dus van mening dat wij de uren niet hoeven te vergoeden. (…).”
3.5
Vervolgens liet de heer Van Hienen in een e-mail van 10 januari 2011 (productie 7)
weten dat hij het hiermee niet eens was en dat hij FNV Bondgenoten zou verzoeken
deze kwestie op te pakken.
3.6
De heer Van Hienen kaartte deze kwestie aan bij FNV Bondgenoten. FNV Bondgenoten
heeft daarop bij brief van 25 januari 2011 (productie 8) Betuwe Express er op gewezen
dat ze cursussen voortvloeiende uit Code 95 dient te vergoeden, alsook de reiskosten en
de tijd die de werknemers aan de cursus hebben besteed.
3.7
Tijdens een bijeenkomst van CAO-partijen op 15 februari 2011 (productie 9: verslag, p.
2) kaartte FNV Bondgenoten aan dat Betuwe Express weigerde de opleidingstijd nodig
voor het halen van Code 95 voor haar rekening te nemen.
2
RICHTLIJN 2003/59/EG;
FNV Bondgenoten – Betuwe Express/dagvaarding/Pagina 4 van 13
3.8
FNV Bondgenoten meende dat Betuwe Express haar handelswijze had veranderd. Dat
bleek echter niet het geval. Bij e-mail van 16 november 2011 (productie 10) meldde
vakbondsbestuurder Brigitta Paas van FNV Bondgenoten:
“(…). Wederom moet ik constateren dat jullie weigeren de cursusdag te betalen.
(…).”
3.9
Betuwe Express stelde in een e-mail van 16 november 2011 (productie 11):
“(…). Levensreddend handelen kan een code 95 opleiding zijn, maar ik meen dat
er toch duidelijk staat dat deze cursus die wij op basis van vrijwillige deelname
aanbieden, hier niet voor in aanmerking komt.”
3.10
FNV Bondgenoten heeft daarop de Stichting voor informatie en ordening (STO) verzocht
deze kwestie op te pakken. Volgens artikel 69 lid 2 CAO dient de STO er op toe te zien
dat de bepalingen van de CAO volledig worden nageleefd.
3.11
Tijdens een bijeenkomst van CAO-partijen op 22 juni 2012 (productie 12: verslag, p. 3)
merkte vakbondsbestuurder mevrouw B. Paas van FNV Bondgenoten op dat de STO
opdracht moest krijgen om te controleren of bedrijven de tijd betalen bij werknemers die
opleidingen volgen in het kader van Code 95.
3.12
De STO heeft nadien deze kwestie ten opzichte van Betuwe Express opgepakt. In een
brief van 18 januari 2013 (productie 13) aan de STO stelde Betuwe Express:
“(…).
Betuwe Express is van mening dat wij als werkgever de uren van opleidingen,
welke op vrijwillige basis worden gevolg, voor code 95 niet hoeven te vergoeden.
(…).”
3.13
De STO reageerde in een brief van 4 maart 2013 (productie 14) als volgt:
“(…).
Zoals eerder aangegeven zijn CAO-partijen van mening dat artikel 35 duidelijk de
verplichting voor de werkgever aangeeft. Er staat letterlijk “De wettelijk verplichte
opleidingen in het kader van de 35 uur in 5 jaar, dient de werkgever voor zijn
rekening te nemen.” In de rest van het artikel is duidelijk aangegeven welke kosten
voor rekening van de werkgever komen: reistijd, cursusuren en reis- en
verblijfkosten.
FNV Bondgenoten – Betuwe Express/dagvaarding/Pagina 5 van 13
(…).”
3.14
FNV Bondgenoten beschikt niet over het volledige dossier van de STO. Het is FNV
Bondgenoten niet duidelijk wat de STO na haar voornoemde brief heeft gedaan.
3.15
Uiteindelijk heeft FNV Bondgenoten besloten de kwestie weer zélf op te pakken. Als
partij bij de CAO kan ze immers ook zélf nakoming van de CAO eisen. Bij brief d.d. 4
maart 2014 (productie 15) drong FNV Bondgenoten er bij Betuwe Express op aan dat
ze alsnog alle tijd besteed aan opleidingen in het kader van Code 95 aan haar
medewerkers zou vergoeden
3.16
Betuwe Express stelde in een brief van 12 maart 2014 (productie 16) aan FNV
Bondgenoten:
“Naar aanleiding van uw correspondentie dd 4 maart 2014 omtrent de
opleidingsdagen berichten wij u het volgende.
Wij hebben met onze ondernemingsraad in een vroeg stadium overleg gehad over
deze materie. In de ondernemingsraad vergadering van 13 februari 2012 is hier
uitvoerig over gesproken, waarin na beraad van de leden de OR heeft ingestemd
op de wijze zoals wij als werkgever de uitnodigingen hebben gedaan naar de
werknemers.
(…). ”
3.17
Hierop sommeerde FNV Bondgenoten bij brief van 18 maart 2014 (productie 17)
Betuwe Express tot nakoming van artikel 35 CAO.
3.18
Vervolgens stelde Betuwe Express in een bij brief van 18 juni 2014 (productie 18):
“(…).
Het aanbieden van deze cursussen wordt gedaan door een schriftelijke
uitnodiging, waarin wij iedereen in de gelegenheid stellen een of meerdere
cursussen bij te wonen.
Onze correspondentie richting onze werknemers/chauffeurs is ook dusdanig
ingericht dat de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor deelname (dus het behoud
van het rijbewijs op lange termijn) geheel bij de werknemers/chauffeur ligt.
Dit is anders dan in artikel 35> waarin vermeld staat op verzoek van de
werkgever!
FNV Bondgenoten – Betuwe Express/dagvaarding/Pagina 6 van 13
(…).”
3.19
Omdat FNV Bondgenoten er niet in slaagde om Betuwe Express in der minne te
overtuigen van haar gelijk heeft ze Betuwe Express bij brief van 26 juni 2014 (productie
19) nogmaals gesommeerd tot nakoming van artikel 35 CAO.
3.20
Namens Betuwe Express stelde zich advocaat mr. T. Hendriks. Een minnelijke regeling
bleek desalniettemin wederom niet mogelijk. FNV Bondgenoten heeft nu recht en belang
bij onderhavige rechtsmaatregelen. Omdat partijen kennelijk van mening verschillen over
de uitleg van artikel 35 CAO, zal FNV Bondgenoten eerst de uitlegregels van CAO’s
behandelen en hierna in gaan op het standpunt van Betuwe Express.
4.
De uitlegregels van CAO’s
4.1
De Hoge Raad heeft in zijn uitspraken van 1993 bepaald dat CAO-bepalingen op een
3
andere wijze dienen te worden uitgelegd dan overige bepalingen. CAO-bepalingen
dienen volgens de Hoge Raad te worden uitgelegd conform de CAO-norm: voor die
uitleg zijn de bewoordingen van de desbetreffende bepaling, gelezen in het licht van de
gehele tekst van die overeenkomst, in beginsel van doorslaggevende betekenis, waarbij
onder meer acht kan worden geslagen op de elders in de CAO gebruikte formuleringen
en op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden, op zichzelf
4
mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden. De bewoordingen van de eventueel bij de
CAO behorende schriftelijke toelichting kan bij de uitleg van de CAO worden betrokken.
Deze CAO-norm geldt ook voor de uitleg van een sociaal plan.
4.2
5
In een latere uitspraak oordeelde de Hoge Raad dat, indien de bedoeling van de partijen
bij de CAO naar objectieve maatstaven volgt uit de CAO-bepalingen en de eventueel
daarbij behorende schriftelijke toelichting - en dus voor de individuele werknemers en
werkgevers die niet bij de totstandkoming van de overeenkomst betrokken zijn geweest
kenbaar is - ook daaraan bij de uitleg betekenis kan worden toegekend.
4.3
6
In 2004 oordeelde de Hoge Raad dat de CAO-norm ook moet worden toegepast bij de
uitleg van een pensioenreglement. Tussen de Haviltex-norm en de CAO-norm bestaat
volgens de Hoge Raad geen tegenstelling, maar een vloeiende overgang. De
argumenten voor een uitleg van een geschrift naar objectieve maatstaven winnen aan
gewicht in de mate waarin de daarin belichaamde overeenkomst naar haar aard meer is
3
zie HR 17 september 1993, NJ 1993, 173; HR 24 september 1993, NJ 1993, 174
4
HR 31 mei 2002, nr. C00/186, NJ 2003, 110
5
HR 28 juni 2002, nr. C01/012, NJ 2003, 111
6
HR 20 februari 2004, nr X02/219HR
FNV Bondgenoten – Betuwe Express/dagvaarding/Pagina 7 van 13
bestemd de rechtspositie te beïnvloeden van derden - die de bedoeling van de
contracterende partijen uit dat geschrift en een eventueel daarbij behorende toelichting
niet kunnen kennen - en het voor de opstellers voorzienbare aantal van die derden groter
is, terwijl het geschrift ertoe strekt hun rechtspositie op uniforme wijze te regelen.
4.4
Bij de uitleg van een schriftelijk contract zijn telkens van beslissende betekenis alle
omstandigheden van het concrete geval, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van
redelijkheid en billijkheid meebrengen. Aan zowel de CAO-norm als aan de Haviltexnorm ligt de gedachte ten grondslag dat de uitleg van een schriftelijk contract niet dient
plaats te vinden op grond van alleen maar de taalkundige betekenis van de
bewoordingen waarin het is gesteld. Ook dient acht te worden geslagen op de ratio van
de regeling, de redelijkheid van (de uitkomst van) de uitleg en de mate waarin die uitleg
past binnen het systeem. In praktisch opzicht is de taalkundige betekenis die deze
bewoordingen, gelezen in de context van dat geschrift als geheel, in (de desbetreffende
kring van) het maatschappelijk verkeer normaal gesproken hebben, bij de uitleg van dat
geschrift volgens de Hoge Raad vaak wél van groot belang.
5.
Het standpunt van Betuwe Express
5.1
Uit de onder punt 3.4 e.v. hiervoor behandelde correspondentie blijkt het volgende
standpunt van Betuwe Express. Het volgen van cursussen is de verantwoordelijkheid
van de werknemers/chauffeurs zelf. Betuwe Express faciliteert enkel. Deelname aan de
cursussen is op vrijwillige basis en niet op verzoek van de werkgever. De
ondernemingsraad en andere touringcarbedrijven delen het standpunt van Betuwe
Express.
Reactie
5.2
Bij de uitleg van artikel 35 CAO dient de CAO-norm zoals weergegeven onder punt 4.1
e.v. hiervoor te worden toegepast. De eerste zin van artikel 35 CAO bepaalt dat voor alle
opleidingen en cursussen die de werknemer op verzoek van de werkgever volgt de
kosten voor rekening van de werkgever komen. Vervolgens wordt opgesomd om welke
kosten het dan precies gaat. De laatste zin van artikel 35 CAO bepaalt dat de werkgever
de wettelijk verplichte opleidingen in het kader van 35 uur in 5 jaar voor zijn rekening
dient te nemen.
5.3
Die laatste zin maakt duidelijk dat voor de wettelijk verplichte opleidingen in het kader
van 35 uur in 5 jaar een verzoek van de werkgever zoals in de eerste zin van artikel 35
CAO niet nodig is. Die opleidingen komen sowieso voor rekening van de werkgever. Uit
de context van de laatste zin is volstrekt helder dat bij de wettelijk verplichte opleidingen
in het kader van 35 uur in 5 jaar álle in artikel 35 CAO genoemde kosten voor rekening
van de werkgever komen. Een andere uitleg zou tot het onaannemelijke rechtsgevolg
leiden dat, énkel vanwege het feit dat de werkgever de werknemers niet verzoekt om
FNV Bondgenoten – Betuwe Express/dagvaarding/Pagina 8 van 13
deze opleidingen te volgen, de kosten niet door de werkgever hoeven te worden betaald,
dit terwijl de werknemers, anders dan Betuwe Express stelt, deze opleidingen niet
vrijwillig volgen, maar daartoe verplicht zijn omdat ze anders hun vakbekwaamheid
verliezen. De uitleg van FNV Bondgenoten leidt ook tot het meest redelijk resultaat, dat is
dat de kosten van deze verplichte opleidingen, zoals artikel 35 CAO bepaald, worden
betaald door de werkgever.
5.4
Het is volstrekt helder dat Betuwe Express zich in deze kwestie niet opstelt zoals een
goed werkgever betaamt. FNV Bondgenoten zal nu haar vorderingen formuleren.
6.
De vorderingen
6.1
FNV Bondgenoten verzoekt u om Betuwe Express te veroordelen tot nakoming van
artikel 35 CAO, zoals deze gold in de periode van 1 juli 2008 t/m 31 december 2011, van
1 januari 2012 t/m 31 maart 2013 en van 1 april 2013 t/m 31 december 2013, in de zin
dat:
A.
Betuwe Express aan haar werknemers en ex-werknemers, die in de periode van 1
juli 2008 tot en met 31 december 2013 opleidingen in het kader van 35 uur in 5 jaar
hebben gevolgd, betaald:
(1) de tijd gemoeid met deze opleidingen;
(2) de reistijd van en naar de cursuslocatie;
(3) de reis- en verblijfskosten op de wijze zoals aangegeven in artikel 35 CAO;
(4) ad 1 en 2 hiervoor vermeerderd met de wettelijke verhoging ex art. 7:625
BW gesteld op 50% hiervan;
(5) ad 1 t/m 4 hiervoor vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vervaldata tot
aan de datum der voldoening.
B.
Betuwe Express aan elke betrokken (ex-)werknemer binnen 1 maand na
betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis verstrekt:
(1) een correct overzicht van de in de periode van 1 juli 2008 tot en met 31
december 2013 gevolgde cursussen, de cursustijd, de reistijd en de reis- en
verblijfskosten;
(2) correcte berekeningen van de op grond van het onder 1. hiervoor genoemde
overzicht verschuldigde betalingen;
(3) een bruto/netto-specificatie van de bruto loonbedragen en de wettelijke
verhoging;
(4) een specificatie van de verschuldigde wettelijke rente,
het gestelde onder sub A. en sub B. hiervoor onder verbeurte van een dwangsom
van € 500,-- per werknemer voor elke dag dat Betuwe Express na het verstrijken
FNV Bondgenoten – Betuwe Express/dagvaarding/Pagina 9 van 13
van voornoemde termijn jegens enige werknemer in gebreke blijft om aan deze
veroordeling gehoor te geven, waarbij de te verbeuren dwangsommen worden
gemaximeerd op € 250.000,--.
6.2
Voor de goede orde merkt FNV Bondgenoten op dat aan een veroordeling tot betaling
7
van een geldsom aan een derde dwangsommen kunnen worden verbonden. Nu FNV
Bondgenoten betalling vordert van de betreffende arbeidsvoorwaarden aan de
betreffende medewerkers van Betuwe Express, dienen deze medewerkers ten opzichte
van FNV Bondgenoten te worden aangemerkt als derden en kunnen aan de veroordeling
tot betaling van de bedragen aan hen dwangsommen worden verbonden.
6.3
FNV Bondgenoten zal prudent van dit dwangmiddel gebruik maken. Zij wenst van
Betuwe Express geen dwangsommen te ontvangen. Zij wenst énkel voldoende zekerheid
dat Betuwe Express gehoor zal geven aan een rechterlijke veroordeling. Wanneer
Betuwe Express aantoont dat zij wegens overmacht niet in staat is om (tijdig) aan een
veroordeling
te
voldoen,
zal
FNV
Bondgenoten
geen
aanspraak
maken
op
dwangsommen.
6.4
De werknemers zijn door de te late betaling van de cursus- en reistijd benadeeld.
Derhalve wordt aanspraak gemaakt op de wettelijke verhoging, gesteld op 50% hiervan.
Voor wat betreft de wettelijke verhoging geldt dat de rechter deze verhoging kan
beperken tot een zodanig bedrag als hem met het oog op de omstandigheden billijk zal
voorkomen.
In
een
doorwrocht
artikel
concludeerde
Smits
8
over
deze
matigingsbevoegdheid:
“(…). Aangezien uit de wetsgeschiedenis blijkt dat art. 6:2 lid 2,art. 6:109 en 6:248
lid 2 BW in de plaats zijn gekomen van verschillende afzonderlijke bepalingen met
gedelegeerde billijkheid, moet worden geconcludeerd dat de bevoegdheid tot
matiging daarin dus in overeenkomstige zin is begrensd. Daarmee geldt voor art.
7:625 BW dus evenzeer dat slechts kan worden gematigd ‘indien onverminderde
betaling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn’
(art. 6:2 lid 2 en art. 6:248 lid 2 8W), of tot ‘kennelijk onaanvaardbare gevolgen zou
leiden’ (art. 6:109 BW). (…).”
en
“(…). De rechter kan deze boete in uitzonderlijke gevallen beperken, namelijk
wanneer onverminderde betaling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid
onaanvaardbaar zou zijn of tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen zou leiden.
Hem komt daarbij geen bevoegdheid toe om het percentage van deze wettelijke
7
8
zie HR 9 april 1949, NJ 1950, 595 (Houtappel/Hoofdgroep) en BenGH 9 juli 1981, NJ 1982, 190
mr. G.P. Smit, ‘Matiging van de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 lid 1 BW’, TRA 2013, 57
FNV Bondgenoten – Betuwe Express/dagvaarding/Pagina 10 van 13
verhoging naar eigen goeddunken te verlagen. Het uitgangspunt dat ‘de maximale
verhoging slechts gerechtvaardigd is indien de werkgever een ernstig verwijt valt te
maken’ vindt geen steun in het recht. Uit het arrest De Kock/Van Heijst kan worden
afgeleid dat het ontbreken van verwijtbaarheid aan de zijde van de werkgever geen
grond tot matiging oplevert. Dat past ook bij het karakter van de wettelijke
verhoging als preventieve boete. (…).”
6.5
Kortom, de rechter kan de wettelijke verhoging énkel in uitzonderlijke gevallen beperken,
namelijk wanneer onverminderde betaling naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid
onaanvaardbaar zou zijn of tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen zou leiden. Wanneer
in deze zaak komt vast te staan dat Betuwe Express de vergoedingen aan haar
werknemers ten onrechte niet heeft betaald, is toewijzing van de volledige wettelijke
verhoging beslist niet onaanvaardbaar.
6.6
FNV Bondgenoten is al geruime tijd tevergeefs doende om Betuwe Express te bewegen
om de CAO na te komen. Zij zijn hier tot op heden niet in geslaagd. De bonden hebben
als gevolg van de toerekenbare tekortkoming van Betuwe Express schade geleden. De
schade bestaat onder meer uit verlies aan vertrouwen en verlies van prestige bij haar
leden,
ondermijning
van
haar
gezag
als
vakorganisaties,
werfkracht-
en
geloofwaardigheid- en imagoschade nu zij ondanks haar inspanningen vooralsnog niet
heeft kunnen bewerkstelligen dat Betuwe Express haar verplichtingen jegens de
betreffende medewerkers nakomt. Door en namens de bonden is Betuwe Express één
en andermaal mondeling en schriftelijk er op gewezen dat zij haar verplichtingen dient na
te komen. Werknemers van FNV Bondgenoten hebben al vele uren moeten besteden
aan dit dossier, dit met alle kosten van dien. Onder de leden is onrust ontstaan. Ook
heeft FNV Bondgenoten uren en dus geld in deze zaak moeten steken om die onrust
weg te nemen. In deze procedure vordert FNV Bondgenoten
10.000,00
een bedrag van €
als schadevergoeding in de zin van artikel art 15 en 16 wet CAO, te
vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding.
6.7
Tevens maakt FNV Bondgenoten aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke
incassokosten ex artikel 6:96 lid 2 sub b en c BW. De buitengerechtelijke incassokosten
worden gesteld op € 2.500,-- verhoogd met de wettelijke rente vanaf de dag van
betekening van de dagvaarding. Dit bedrag is vastgesteld conform het Besluit
vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. De bonden hebben buitengerechtelijke
incassokosten gemaakt, anders dan ter voorbereiding van de procedure en de instructie
van de zaak. Ze verwijzen naar punt 3.4 e.v. hiervoor.
7.
Bewijs
FNV Bondgenoten meent dat op haar geen bewijslast rust. Voor zover u kantonrechter
oordeelt dat op haar nog enige bewijslast rust is zij, zonder daarmee onverplicht enige
bewijslast op zich te nemen, bereid bewijs te bieden via alle middelen rechtens.
FNV Bondgenoten – Betuwe Express/dagvaarding/Pagina 11 van 13
8.
Bevoegdheid
Deze zaak is betrekkelijk tot de arbeidsovereenkomst. Betuwe Express is gevestigd te
Herveld. De kantonrechter van de rechtbank Gelderland, locatie Nijmegen is bevoegd
van deze vorderingen kennis te nemen.
DE EIS
FNV Bondgenoten verzoekt u edelachtbare heer/vrouwe kantonrechter om Betuwe
Express bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot:
A. nakoming van artikel 35 CAO, zoals dit artikel gold in de periode van 1 juli 2008 t/m
31 december 2011, van 1 januari 2012 t/m 31 maart 2013 en van 1 april 2013 t/m
31 december 2013, in de zin dat:
I. Betuwe Express aan haar werknemers en ex-werknemers, die in de periode
van 1 juli 2008 tot en met 31 december 2013 opleidingen in het kader van 35
uur in 5 jaar hebben gevolgd, betaald:
(1) de tijd gemoeid met deze opleidingen,
(2) de reistijd van en naar de cursuslocatie en
(3) de reis- en verblijfskosten op de wijze zoals aangegeven in artikel
35 CAO,
(4) ad 1 en 2 hiervoor vermeerderd met de wettelijke verhoging ex art.
7:625 BW gesteld op 50% hiervan;
(5) ad 1 t/m 4 hiervoor vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de
vervaldata tot aan de datum der voldoening.
II. Betuwe Express aan elke betrokken (ex-)werknemer binnen 1 maand na
betekening van het in deze zaak te wijzen vonnis verstrekt:
(1) een correct overzicht van de in de periode van 1 juli 2008 tot en
met 31 december 2013 gevolgde cursussen, de cursustijd, de
reistijd en de reis- en verblijfskosten;
(2) correcte berekeningen van de op grond van het onder 1. hiervoor
genoemde overzicht verschuldigde betalingen;
(3) een bruto/netto-specificatie van de bruto loonbedragen en de
wettelijke verhoging;
(4) een specificatie van de verschuldigde wettelijke rente,
FNV Bondgenoten – Betuwe Express/dagvaarding/Pagina 12 van 13
het gestelde onder sub A.I en A.II hiervoor onder verbeurte van een dwangsom
van € 500,-- per werknemer voor elke dag dat Betuwe Express na het verstrijken
van voornoemde termijn jegens enige werknemer in gebreke blijft om aan deze
veroordeling gehoor te geven, waarbij de te verbeuren dwangsommen worden
gemaximeerd op € 250.000,--.
alsmede, om Betuwe Express te veroordelen, eveneens uitvoerbaar bij voorraad, tot
betaling aan FNV Bondgenoten van:
B. een bedrag van € 10.000,-- als schadevergoeding in de zin van artikel art 15 en 16
wet CAO, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding;
C. een bedrag van € 2.500,-- als de buitengerechtelijke incassokosten, verhoogd met
de wettelijke rente vanaf de dag van betekening van de dagvaarding;
D.
betaling aan hen van de proceskosten, waaronder het salaris van de gemachtigde
van eiseres.
De kosten van deze dagvaarding zijn voor mij, deurwaarder, €
FNV Bondgenoten – Betuwe Express/dagvaarding/Pagina 13 van 13
Download