Groenten- en fruitverwerkende industrie - vpl-regeling 29-01-15

advertisement
Overeenkomst strekkende tot overdracht van de uitvoering van de
VPL rege.ling
Partijen bij deze overeenkomst:
Stichting Bedrijfspensioenfonds voor de Landbouw, gevestigd te Woerden en ingeschreven in de registers van de Kamer
van Koophandel onder nummer 41149285 (verder: "BPL"), hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door G.P.M.J. Roest
(werknemersvoorzitter) en R. Ie Clercq (werkgeversvoorzitter);
en
Il
Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Groente- en Fruitverwerkende Industrie, gevestigd te De Meern en
ingeschreven in de registers van de Kamer van Koophandel onder nummer 41199586 (verder: "GFI"), hierbij rechtsgeldig
vertegenwoordigd door W.P.C. van den Nieuwenhof (secretaris) en H.J. van der Meer (voorzitter);
en
111
De Vereniging van de Nederlandse Groente- en FruitverWerkende Industrie (VIGEF), hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd
door K.J. Wieringa;
FNV, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door M. Dubbelaar;
CNV Vakmensen, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door A.E.M. Peper;
De Unie, vakbond voor industrie en dienstverlening, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door G.C.H. van der Lit;
Verder gezamenlijk te duiden als CAO Partijen en bovendien uitsluitend gezamenlijk te beschouwen als Partij bij deze
overeenkomst.
In aanmerking nemende dat:
a)
GFI en BPL zijn overeengekomen dat de waarde van de pensioenverplichtingen van GFI in verband met het besluit tot
liquidatie van GFI door middel van een collectieve waardeoverdracht zal worden overgedragen aan BPL;
b)
Het proces aangaande de collectieve waardeoverdracht van de pensioenverplichtingen door Partijen bij het sluiten van
deze overeenkomst reeds in gang is gezet;
c)
CAO Partijen BPL opdracht wensen te geven om de uitvoering van de overgangsregeling met voor waardelijke
aanspraken in het kader van de Wet afschaffing VUT en prepensioen en invoering levensloopregeling (verder: "VPL
regeling") over te nemf:!n van GFI.
d)
1
Komen als volgt overeen:
Artikel 1
Afkortingen en definities
NBA
VPL regeling
Nederlandse Beroepsorganisatie voor Accountants
De overgangsregeling betreffende voorwaardelijke aanspraken op pensioen die in de bedrijfstak voor de
Groenten- en Fruitverwerkende Industrie is overeengekomen
Artikel 2
Doel en reikwijdte van deze overeerikomst
1.
2.
3.
4.
Deze overeenkomst strekt ertoe d.e uitvoering van de VPL regeling op soepele wijze over te dragen van GFI naar BPL.
Onderdeel van deze overeenkomst is de overdracht van de bestemmingsreserve die bij GFI is gevormd ten behoeve van
de inkoop van de voorwaardelijke pensioenaanspraken.
De. bij deze overeenkomst opgenomen bijlagen zijn onderdeel van deze overeenkomst.
Wijzigingen in deze overeenkomst kunnen slechts schriftelijk en door alle Partijen ondertekend worden
overeengekomen, met dien verstande dat voor wijzigingen in de overeenkomst die uitsluitend zien op de uitvoering van
de VPL regeling vanaf 1 januari 2015 kan worden volstaan met ondertekening door BPL en CAO Partijen. De wijzigingen
zullen dan als bijlage bij deze overeenkomst worden gevoegd.
CAO Partijen worden in het kader van deze overeenkomst uitsluitend gezamenlijk beschouwd als Partij bij deze
overeenkomst.
Artikel.3
1.
2.
3.
Wijziging uitvoerder VPL Regeling
GFI aanvaardt dat per 1 januari 2015 de uitvoering van de VPL regeling zoals die door CAO Partijen aan GFI was
opgedragen voor haar zal eindigen.
BPL aanvaardt met ingang van 1 januari 2015 de opdracht van CAO Partijen tot uitvoering van de VPL regeling volgens
de voorwaarden zoals in deze overeenkomst vastgelegd.
Partijen komen overeen dat BPL per 1 januari 2015 middel� contractovername van GF! de rechtsverhouding overneemt
jegens CAO Partijen met betrekking tot de tussen CAO Partijen en GFI op 18 november 2013 gesloten "Overeenkomst
tot uitvoering overgangsregeling voorwaardelijke extra aanspraken op ouderdoms- en partnerpensioen", welke als
bijlage A aan deze overeenkomst is gehecht, en Partijen verlenen aan deze contractovername uitdrukkelijk alle
daarvoor vereiste medewerking, met dien verstande dat:
a. BPL nimmer aansprakelijk gehouden kan worden voor schade door foutieve of ongerechtvaardigde
onttrekkingen aan de tot 1 januari 2015 door GFI beheerde bestemmingsreserve en CAO Partijen hiervoor
vrijwaring verlenen aan BPL; ..
b. BPL voor de uitv�ering van de betreffende overeenkomst mag uitgaan van het overzicht van voorwaardelijke
aanspraken zoals bedoeld in het vijfde lid en dus niet zelf behoeft vast te stellen wat de omvang van de
voorwaardelijke aanspraken is;
C.
Voor omzetting van voorwaardelijke aanspraken naar pensioenaanspraken jegens BPL, de geldende
groodSageo, tarieveo eo opslageo vao BPL zulleo wordeo geh aoteerd;
2
d.
e.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
10.
De "Bestemmingsreserve Overgangsregeling voorwaardelijke extra aanspraken op ouderdoms- en
partnerpensioen" op de balans van BPL zal worden opgenomen als "Bestemmingsreserve GFI
overgangsregeling voorwaardelijke extra aanspraken op ouderdoms- en partnerpensioen."
In aanvulling op artikel 4 van bijlage A (Overeenkomst uitvoering voorwaardelijke extra aanspraken op
ouderdoms- en partnerpensioen) wordt bepaald dat, indien CAO Partijen niet tot overeenstemming komen
over aanpassing van de VPL regeling en voortzetting van de premiebetaling, BPL de "Overeenkomst uitvoering
voorwaardelijke extra aanspraken op ouderdoms- en partnerpensioen" met onmiddellijke ingang kan
beëindigen. Partijen zullen dan in overleg treden over de wijze waarop met de middelen uit de
Bestemmingsreserve GFI overgangsregeling voorwaardelijke extra aanspraken op ouderdoms- en
partnerpensioen zal worden omgegaan. BPL is in dat geval gerechtigd alle redelijke kosten in verband met de
beëindiging van de overeenkomst te onttrekken aan de Bestemmingsreserve GFI overgangsregeling
voorwaardelijke extra aanspraken op ouderdoms- en partnerpensioen.
GFI zal in de periode in de voorbereiding van de overdracht van de uitvoering van de VPL regeling naar BPL tot zes
maanden na deze overdracht, alle medewerking verlenen die redelijkerwijs van haar verwacht kan worden met het doel
de continuïteit van de uitvoering van de VPL regeling te garanderen en de overdracht van de uitvoering naar BPL soepel te
laten verlopen.
GFI verstrekt uiterlijk 1 maart 2015 aan BPL �en overzicht van alle personen met een voorwaardelijke aanspraak op
pensioen uit hoofde van de VPL regeling zoals die door GFI werd uitgevoerd, Dit overzicht bevat mede een opgave van
aard en hoogte van de voor deze personen van toepassing zijnde voorwaardelijke pensioenaanspraken welke herrekend
zijn naar de pensioenrichtleeftijd zoals die op 1 januari 2015 geldt in de pensioenregeling van BPL (Bijlage B). Dit
overzicht is opgesteld naar de stand van 31 december 2014. Voorts bevat het overzicht de voor de betreffende personen
geldende data waarop de voorwaardelijke aanspraak dient te worden omgezet in pensioenaanspraken jegens BPL.
GFI verstrekt uiterlijk 1maart 2015 een overzicht van alle eventueel nog openstaande premievorderingen betreffende de
VPL regeling per 31 december 2014 (Bijlage C). Dit overzicht bevat de periode waarover de premie verschuldigd is, de
omvang van de verschuldigde premie, alsmede de naam en het adres van de werkgever. Al deze vorderingen worden per
31 december 2014 door middel van een akte van cessie door GFI aan BPL overgedragen, onder schriftelijke mededeling
van deze overdracht aan de betreffende debiteuren.
GFI informeert BPL uiterlijk 1 maart 2015 schriftelijk over eventuele betalingsregelingen die zij heeft getroffen met
werkgevers en zal geen nieuwe betalingsregelingen overeenkomen met werkgevers ter vol�oening van de premies ten
behoeve van de VPL regeling, zonder daarover overeenstemming te hebben bereikt met het bestuur van BPL of met de
door het bestuur van BPL daarvoor aangewezen personen. BPL informeert de betreffende werkgevers uiterlijk 1 april
2015 of de betalingsregeling kan worden voortgezet.
GFI verstrekt een volledig overzicht (bijlage D) van werkgevers die op 31 december 2014 verplicht zijn aan GFI premies
af te dragen in het kader van de VPL regeling. Partijen komen overeen dat vanaf 1 januari 2015 de verplichting tot
bijdragen aan de VPL regeling wordt beperkt tot de werkgevers die ook reeds op 31 december 2014 verplicht waren om.
bij te dragen aan de VPL regeling.
GFI zal uiterlijk 1 maart 2015· alle werkgevers die diènen bij te dragen aan de VPL regeling schriftelijk informeren over
de beëindiging van de uitvoèring van de VPL regeling door GFI en de overname van de uitvoering daarvan.door BPL.
Vanaf 1 januari 2015 zal BPL de inning van de premies voor de VPL regeling op zich nemen en conform het bepaalde in
bijlage A toevoegen aan de te ,orrnen Bestemmingsreser,e GFl voorwaardelijke extra aanspraken op ouderdoms- en
3
partnerpensioen. GFI informeert BPL onverwijld over betalingen die na 1 januari 2015 door GFI worden ontvangen en
maakt deze betalingen onverwijld over op [bankrekening]
Artikel 4
1.
2.
3.
4.
5.
Overdracht van de middelen
GFI draagt per 31 december 2014 alle middelen (waaruit de bij GFI aangehouden bestemmingsreserve
Voorwaardelijke extra aanspraken op ouderdoms- en partnerpensioen is samengesteld), inclusief bij geschreven en bij
te schrijven rendementen, over aan BPL. Contanten zullen door GFI worden overgemaakt naar een daartoe door BPL
aangewezen bankrekening. Voorzover de middelen niet uit contanten bestaan zal GFI ervoor zorgdragen dat tijdig aan
de juridische leveringsvereisten voor de betreffende goederen zal worden voldaan.
De juistheid van de omvang van de over te dragen bestemmïngsreserve wordt in opdracht en voor rekening van GFI
uiterlijk op 1 mei 2015 vastgesteld door een onafhankelijk accountant die is aangesloten bij de NBA, zijn verklaring
wordt als Bijlage E bij deze overeenkomst gevoegd. De kosten van deze verklaring worden ten laste gelegd van de VPL­
reserve.
BPL zal de overgedragen middelen aanwenden voor de vorming van een "Bestemmingsreserve GFI overgangsregeling
voorwaardelijke extra aanspraken op ouderdoms- en partnerpensioen". Deze reserve zal nimmer negatief kunnen zijn
en de reserve vormt geen onderdeel van het vermogen dat wordt aangehouden ter dekking van de technische
· voorzieningen en het (minimaal) vereist eigen vermogen van pensioen in de zin van de Pensioenwet.
Tot de door BPL aan te houden bestemmingsreserve GFI voorwaardelijke extra aanspraken op ouderdoms- en
prepensioen worden alleen gerekend de door GFI daadwerkelijk overgedragen contanten en beleggingen. Voor zover en
zo tang GFI nog niet heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 4, lid 1, zullen de nog niet overgedragen middelen geen
onderdeel zijn van de bestemmingsreserve GFI voorwaardelijke extra aanspraken op ouderdoms- en partnerpensioen.
Indien GFI volledig heeft voldaan aan de verplichting als bedoeld in het eerste lid en nadat de controle als bedoeld in
het tweede lid heeft plaatsgevonden, zullen BPL en CAO Partijen hiervoor binnen veertien dagen aan GFI gezamenlijk
schriftelijk kwijting verlenen.
6.
BPL en GFI komen overeen dat BPL door contractovername met ingang van 1 januari 2015 de rechtsverhouding van GFI
overneemt jegens de wederpartijen, te weten AEGON en KAS Bank.
7.
Voorzover overeenkomsten als bedoeld in het vorige lid niet door BPL van GFI kunnen worden overgenomen wegens het
ontbreken van n:,edewerking van de wederPartij, zal BPL zelf overeenkomsten aangaan voor het vermogensbeheer en/ of
voor het bewaren van beleggingsstukken. Deze overeenkomsten zullen uitsluitend zien op het beheren van de middelen
die onderdeel zijn van de "Bestemmingsreserve GFI voorwaardelijke extra aanspraken op ouderdoms- en prepensioen",
met inachtneming van het bepaalde in artikel 4, vierde lid.
GFI zal daarbij zorgdragen voor de voor de contractovername vereiste medewerking van wederPartijen en doet daarvan
uiterlijk 1 maart 2015 verslag. De medewerking van wederPartijen dient schriftelijk door de wederPartijen te worden
vastgelegd en als bijlage F bij deze overeenkomst te worden gevoegd.
Artikel 5
1.
Correcties
Indien blijkt dat in de periode gelegen vóór 1 januari 2015 ten onrechte voorwaardelijke aanspraken niet zijn omgezet
in onvoorwaardelijke aanspraken, zal BPL na goedkeuring van CAO Partijen deze fout met terugwerkende kracht
herstelleo en de daarvoor beood;gde kosteodekkeode prem;e ,olgens de groodslagen, tar;eveo eo opslageo 'an BPL en
4
2.
3.
met in achtnell)ing van het bepaalde in de Pensioenwet in mindering kunnen brengen op de bestemmingsreserve.
Indien de bestemmingsreserve niet toereikend is, zal het in het vorige lid bedoelde herstel worden beperkt tot het
beloop dat uit de bestemmingsreserve kan worden gefinancierd, tenzij en tot zover CAO Partijen aanvullende middelen
ter beschikking stellen.
Wanneer CAO partijen geen beslissing hebben genomen over het herstel van de in het eerste lid bedoelde fouten; zal
BPL de fout herstellen indien zij daartoe door een rechterlijke uitspraak wordt verplicht. Het tweede lid is daarbij van
overeenkomstige toepassing, tenzij de betreffende uitspraak een beroep op het tweede lid niet toestaat. In dat geval is
BPL bevoegd om bij de werkgevers die premieplichtig zijn voor de VPL regeling een aanvullende bijdrage te vorderen die
gelijktijdig met de eerstvolgende premie zal worden geïncasseerd. Deze aanvullende bijdrage zal niet meer bedragen
dan nodig is om het herstel te financieren.
Artikel 6
1.
2.
Aanwijzingen toezichthouders
Indien enig toezichthouder uit hoofde van zijn wettelijke taak (onderdelen van) deze overeenkomst verbiedt of nadere
aanwijzingen geeft ter uitvoering van deze overeenkomst, zullen Partijen onverwijld in overleg treden om tot een
oplossing te komen in de geest van deze overeenkomst.
Indien het bepaalde in het vorige lid zich voordoet en GFI is opgehouden te bestaan, zullen als Partijen bij deze
overeenkomst worden beschouwd de CAO Partijen en BPL.
Artikel 7
1.
2.
Aansprakelijkheid
Partijen zijn jegens elkaar aansprakelijk voor de schade die het gevolg is van een toerekenbare tekortkoming in de
nakoming van deze overeenkomst, onverminderd de verplichting van elk van de Partijen om de schade zoveel mogelijk
te beperken.
Indien één van de Partijen redelijkerwijs kan voorzien dat hij niet, niet volledig of niet tijdig kan voldoen aan één van de
verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst, dient hij de andere Partijen daarvan onverwijld schriftelijk op de
hoogte te stellen. Partijen zullen zo spoedig mogelijk daarna in overleg treden om tot een passende oplossing te komen.
Artikel 8
Onvoorziene gevallen
Indien na ondertekening van deze overeenkomst zich omstandigheden voordoen waarin deze overeenkomst niet voorziet, zullen
partijen daarover overleg voeren en tot een oplossing komen die recht doet aan de belangen van alle partijen. Elke tussentijdse
wijziging kan alleen dan van kracht worden, indien partijen na gezamenlijk overleg tot de betreffende wijziging besluiten.
Bijlagen bij deze overeenkomst
A
Overèenkomst tot uitvoering overgangsregeling voorwaardelijke extra aanspraken op ouderdoms- en partnerpensioen,
gesloten op 18 november 2013 tussen CAO Partijen en GFI.
B
Door sociale partners gecontroleerd overzicht van voorwaardelijke aanspraken
C
Overzicht van per 31 december 2014 bij GFI openstaande premievorderingen met betrekking tot de VPL regeling;
Overzicht per 31 december 2014 van werkgevers met VPL premieverplichting
D
E
Accountantsverklaring omtrent juistheid van de omvang van de VPL bestemmingsreserve
F
Bevestigingen wederpartijen van medewerking aan contractovername.
5
Ondertekening
Aldus in zesvoud opgemaakt en ondertekend op 29 januari 2015, te Woerden
Namens Bedrijfspensioenfonds voor de Landbouw
G.P.M.J. Roest
R. Le Clercq
· Namens Bedrijfstakpensioenfonds voor de Groenten- en Fruitverwerkende Industrie
W.P.C. van den Nieuwenhof
H.J. van der Meer
Namens CAO Partijen
K.J. Wieringa, namens VIGEF
M. Dubbelaar, namens FNV Bondgenoten
A.E. M. Peper, namens CNV Vakmensen
G.C.H. van der Lit, namens De Unie, vakbond voor industrie en dienstverlening
6
BijlageA
Overeenkomst tot uitvoering overgangsregeling voorwaardelijke extra
aanspraken op ouderdoms- en partnerpensioen, gesloten op 18 november 2013
tussen CAO Partijen en GFI
7
8
OVEREENKOMST TOT UITVOERING OVERGANGSREGELING
VOORWAARDELIJKE EXTRA AANSPRAKEN OP OUDERDOMS- EN
PARTNERPENSIOEN
TUSSEN
CAO-PARTIJEN
EN
STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE GROENTEN- EN FRUITVERWERKENDE
INDUSTRIE
9
Ondergetekende
1. Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Groenten- en Fruitverwer1<ende Industrie, gevestigd te
Amsterdam, hierna te noemen: de Stichting, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door de
de heren H.J. van der Meer en W.P.C. van den Nieuwenhof;
en
2. De Vereniging van de Neder1andse Groente- en Fruitverwer1<ende Industrie (VIGEF) ten deze
rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer KJ. Wieringa;
FNV_ Bondgenoten, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door mevrouw M. Dubbelaar;
CNV Vakmensen, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer A.E.M. Peper;
De Unie, vakbond voor industrie en dienstverlening, ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door
de heer G. van der Lit;
Hierna te noemen: cao-partijen
Overwegende dat:
A.
Cao-partijen in 2005 een arbeidsvoorwaardelijke toezegging over extra pensioenopbouw over verstreken
dienstjaren tot 31 december 2005 (hierna: arbeidsvoorwa_ardelijke toezegging) zijn overeengekomen.
8.
De arbeidsvoorwaardelijke toezegging een voorwaardelijke toezegging betreft in de zin van-het
Uitvoeringsbesluit pensioenaspecten Sociaal Akkoord 2004 en derhalve geen pensioen of
pensioenregeling in de zin van de Pensioenwet.
C.
Partijen overeengekomen zijn dat de arbeidsvoorwaardelijke toezegging wordt uitgevoerd door de
stichting.
D.
De Stichting de gelden int en beheert, die benodigd zijn voor de financiering van de
arbeidsvoorwaardelijke toe.zegging voor cao-partijen en gebruikt de gelden voor de inkoop van extra
pensioen in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 over verstreken dienstjaren zodra voldaan wordt
aan de door cao-partijen overeengekomen voorwaarden.
E.
De arbeidsvoorwaardelijke toezegging neergelegd is in hoofdstuk 12 "Overgangsregeling voorwaardelijke
extra aanspraken op ouderdoms- en partnerpensioen" van Pensioenreglement 55-minners van de
Stichting.
·f.
Partijen, in aanvulling op hetgeen bepaald is in hoofdstuk 12 van Pensioenreglement 55-min·ners van de
Stichting, nadere afs.praken wensen te maken over de uitvoering van de arbeidsvoorwaardelijké ·- · ··--· toezegging.
10
komen als volgt overeen:
Artikel 1
Wijze van vaststelling en betaling van de verschuldigde premie
1.
De premie die door de werkgevers in de bedrijfstak verschuldigd is ter financiering van. de
arbeidsvoorwaardelijke toezegging! wordt door cao-partijen vastgesteld.
2.
De door de werkgever aan het fonds verschuldigde premie voor de (voorwaardelijke)
overgangsregeling zoals vastgelegd in hoofdstuk 12 van Pensioenreglement 55-minners is
vastgesteld op 6,25% van het pensioengevend loon. De premie die door de werkgever verschuldigd
is, is door cao-partijen overeengekomen.
3.
Een eventuele wijziging van de premie wordt doorgevoerd met Ingang van de eerste januari van een
kalenderjaar. Deze wijziging moet voor 1 december voorafgaand aan het premiejaar worden
doorgegeven. Indien de premie die benodigd is ter financiering van de arbeidsvoorwaardelijke
toezegging,· gehoord de adviserend actuaris, hc1ger dreigt te worden dan de geldende vastgestelde
premie, informeert de Stichting cao-partijen hierover tijdig.
4.
De werkgever betaalt de verschuldigde premie in vier kwartaaltermijnen aan het fonds. De
werkgever is verplicht de voor hem verschuldigde premie aan liet fonds af te dragen binnen tien
dagen na afloop van het kalenderkwartaal waarover de premie verschuldigd is. De werkgever
ontvangt tijdig een nota van het fonds. Het fonds is bevoegd van de werkgever te vorderen dat deze
op door het fonds te bepalen tijdstippen en door het fonds te bepalen voorschotten op de
verschuldigde premie aan het fonds zal betalen.
5.
Voor veranderingen in het werknemersbestand gedurende het jaar wordt de werkgever additioneel
gedebiteerd of gecrediteerd.
6.
Binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar vindt de definitieve afrekening over het
afgelopen kalenderjaar plaats.
7.
Bij niet tijdige betaling van de verschuldigde premie of het van hem te vorderen voorschot is de
aangesloten werkgever·door het enkele verloop van de termijn in verzuim. Het fonds is dan bevoegd
te vorderen:
de verschuldigde premie zoals bij de werkgever in rekening is gebracht; alsmede
rente over de verschuldigde premie vanaf de dag volgende op de dag dat de premie betaald
had moeten zijn waarbij de rente wordt berekend naar het percentage van de wettelijke rente
als bedoeld in de artikelen 6:119 en 6:120, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, dat geldt
op de datum waarop de rente door het fonds wordt gevorderd; alsmede
vergoeding van de buitengerechtelijke invorderingskosten zoals bedoeld in artikel 6:96, lid 2
sub c van het Burgerlijk Wetboek, onverminderd de overige kosten van vervolging
verschuldigd volgens de wet, waarbij de buitengerechtelijke invorderingskosten worden
gesteld op 15% van het verschu!digde bedrag met een minimum van € 50; alsmede
vergoeding van de kosten van het vergaren en verstrekken van de door het fonds benodigde
gegevens voor de vaststelling van de in te vorderen bijdrage of het gevorderde voorschot.
11
Artikel 2
Bestemmingsreserve
De premie als bedoeld in artikel 1 wordt door de Stichting geïnd en na aftrek van de direct toewijsbare
uitvoerings-, advies.. en/of vermogensbeheerkosten toegevoegd aan de bestemmingsreserve
"Overgangsregeling voorwaardelijke extra aanspraken op ouderdoms- en partnerpensioen• die op de
balans van de Stichting tot uitdrukking wordt gebracht.
De bestemmingsreserve is geen onderdeel van het vermogen dat wordt aangehouden ter dekking van
technische voorzieningen en het (minimaal) vereist eigen vermogen van pensioen in de zin van de
Pensioenwet
Artikel 3
Beleggingsbeleid
1.
De Stichting belegt de geînde premies in beginsel conform een door de Stichting vastgesteld
beleggingsbeleid. De beleggingen worden afgestemd op de verwachte duur van de verplichtingen,
rekening houdend met uittredingen.
2.
Indien en voor zover cao-partijen de geînde premies��nders wensen te beleggen dan omschreven in
lid 1, treden cao-partijen hierover in overleg met de Stichting.
3.
Negatieve beleggingsrendementen kunnen op geen enkele wijze op de Stichting worden verhaald.
Artikel 4
Bevoegdheid tot wijziging van de arbeidsvoorwaardelijke toezegging
Indien cao-partijen kenbaar maken dat overeengekomen is dat de werkgevers in de bedrijfstak, om welke
reden dan ook, op enig moment de vastgestelde verschuldigde premie voor de arbeidsvoorwaardelijke
toezegging als bedoeld in artikel 1.1 niet langer zullen voldoen, dienen cao-partijen de
arbeidsvoorwaardelijke toezegging zodanig te wijzigen dat de werkgevers in de bedrijfstak na deze
wijziging wel bereid zijn de verschuldigde premie ter financiering van de arbeidsvoorwaardelijke
toezegging te voldoen. Cao-partijen infonneren het bestuur van de Stichting hierover voor 1 december
voorafgaand a_an het premiejaar.
Artikel 5
Mandaat
1.
De Stichting is bevoegd tot het onvoorwaardelijk toekennen van extra pensioen in de zin van de
Pensioenwet over verstreken dienstjaren uit hoofde van de arbeidsvoorwaardelijke toezegging
·overgangsregeling voorwaardelijke extra aanspraken op ouderdoms� en partnerpensioen• als
neergelegd in hoofdstuk 12 van Pensioenreglement 55-minners van de Stichting indien en voor
zover een deelnemer voldoet aan alle in dat hoofdstuk opgenomen voorwaarden.
2.
Indien en voor zover de Stichting gebruik maakt van haar bevoegdheid als bedoeld in lid 1, is zij
gemachtigd om op basis van actua�eel kostendekkende premie, inclusief excasso-opslag en opslag
voor solvabiliteit op basis van het vereist eigen vermogen en op basis van de door De
Nederlandsche Bank gepubliceerde rentetermijnstructuur op het moment van de verwerving van de
voorwaardelijke extra aanspraken qp ouderdoms- en partnerpensioen de hiervoor benodigde gelden
te onttrekken aan de bestemmingsreserve "Overgangsregeling voorwaardelijke extra aanspraken op
ouderdoms- en partnerpensioen· zoals omschreven in de actuariële en bedrijfstechnische nota van
de Stichting.
12
3.
De Stichting infonneert cao-partijen jaarlijks achteraf omtrent het aantal toekenningen als bedoeld in
lid 1 en over de gelden ·die aan de bestemmingsreserve "Overgangsregeling voorwaardelijke extra
aanspraken op ouderdoms- en partnerpensioenn zijn onttrokken.
4.
De Stichting toetst jaarlijks op toereikendheid van de bestemmingsreserve voor alle toekomstige
voorwaardelijke extra aanspraken op ouderdoms- en partnerpensioen rekening houdend met
toekomstige premies. Als de bestemmingsreserve niet toereikend is, informeert de Stichting cao­
partijen. De cao-partijen kunnen besluiten de premie te verhogen of de voorwaardelijke extra
aanspraken op ouderdoms- en partnerpensioen zoals omschreven in hoofdstuk 12 van
Pensioenreglement 55-minners van de Stichting te verlagen. In geval cao-partijen niet tot een
oplossing kunnen komen, heeft het bestuur van de Stichting de bevoegdheid om de voorwaardelijke
extra aanspraken op ouderdoms- en partnerpensioen zoals omschreven in hoofdstuk 12 van
Pensioenreglement 55:..minners van de Stichting te verlagen.
Artikel 6
Informatieverplichtingen
1.
De Stichting verstrekt jaarlijks een opgave aan de deelnemers die in aanmerking kunnen komen voor
de arbeidsvoorwaardelijke toezegging, van de hoogte per 31 december van het voorafgaande jaar
van de "Overgangsregeling voorwaardelijke extra aanspraken op ouderdoms- en partnerpensioen"
als neergelegd in hoofdstuk 12 van Pensioenreglement 55-minners van de Stichting. Deze opgave
maakt deel uit van het Unifonn Pensioenoverzicht en de daarbij horende wettelijke disclaimer.
2.
Indien cao-partijen besluiten om de arbeidsvoorwaardelijke toezegging te wijzigen, informeren zij de
deelnemers die in aanmerking kunnen komen voor de arbeidsvoorwaardelijke toezegging over deze
wijziging.
Artikel 7
Oneigenlijke overdracht gelden
De door de werkgever aan het fonds verschuldigde premie voor de (voorwaardelijke)
overgangsregeling zoals vastgelegd in hoofdstuk 12 van Pensioenreglement 55-minners is vastgesteld
op 6,25% van het pensioengevend loon. De voor de ondertekening van deze overeenkomst geldende
premie die door_ de werkgever verschuldigd is, is in rekening gebracht door de Stichting. Met deze premie
is de bestemmingsreserve, na onttrekking van de benodigde gelden voor de reeds toegekende extra
pensioenen, gevormd. Voor de ondertekening van deze overeenkomst is derhalve geen vermogen van de
Stichting gebruikt ter financiering van het onvoorwaardelijk toekennen van extra pensioen in de zin van de
Pensioenwet over verstreken dienstjaren uit hoofde van de arbeidsvoorwaardelijke toezegging
"Overgangsregeling voorwaardelijke extra aanspraken op ouderdoms- en partnerpensioen• en is er
sprake van een vaststellingsovereenkomst
Artikel 8
Onvoorziene gevallen
1.
Mochten cao-partijen, om welke reden dan ook, geen overeenstemming bereiken over een eventueel
door te voeren wijziging als bedoeld in artikel 4 dan is de Stichting bevoegd om de uitvoering van de
arbeidsvoorwaardelijke toezegging terug te geven aan cao-partijen. Partijen maken dan nadere
afspraken over de tot dat moment gevormde bestemmingsreserve als bedoeld in artikel 2.
2.
Indien na ondertekening van deze overeenkomst ziéh omstandigheden voordoen waarin deze
overeenkomst niet voorziet, zullen partijen daarover overleg voeren en komen tot eenoplo.ssing die
·recht doet aan de belangen van partijen. Elke tussentijdse wijziging kan alleen dan van kracht
worden, indien partijen na gezamenlijk overleg tot de betreffende wijziging besluiten.
13
Artikel 9
Overschot
Indien en voor zover er nog gelden op de bestemmingsreserve "Overgangsregeling voorwaardelijke extra
aanspraken op ouderdoms- en partnerpensioen• resteren, nadat voldaan is aan alle verplichtingen uit
hoofde van de arbeidsvoorwaardelijke toezegging zoals neergelegd in hoofdstuk 12 van
Pensioenreglement 55-minners van de Stichting, worden de resterende gelden toegevoegd aan het
vemiogen van de Stichting.
Artikel 10
Algemene bepalingen
1.
Deze overeenkomst wordt aangegaan voor de periode tot en met 31 december 2020.
2.
Op deze overeenkomst is Nederlands recht van toepassing.
Aldus overeengekomen en in drievoud opgemaakt, welke gelijkluidend zijn en ondertekend:
Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Groenten- en Fruitvetwerkende Industrie
Datum ondertekening
Naam ondertekenaar
8 November 2013
H.J. van der Meer
Datum ondertekening
Naam ondertekenaar
8 November 2013
W.P.C. van den Nieuwenhof
De Vereniging van de Nederlandse Groente- en Fruitverwerkende Industrie (VIGEF)
Datum ondertekening
Naam ondertekenaar
15 November 2013
K.J. Wierings
FNV Bondgenoten
Datum ondertekening
Naam ondertekenaar
5 November 2013
M. Dubbelaar
CNV Vakmensen
Datum ondertekening
Naam ondertekenaar
15 November 2013
A.E.M. Peper
De Unie, va�bond voor industrie en dienstverlening
Datum ondertekening
Naam ondertekenaar
18 November 2013
G. van der Lit
14
Bijlage B
Door sociale partners-verstrekt overzicht van voorwaardelijke aanspraken
Toevoegen uiterlijk 1 maart 2015
15
16
Bijlage C
Overzicht van per 31 december 2014 bij GFI openstaande premievorderingen
met betrekking tot de VPL regeling
Toevoegen uiterlijk 1 maart 2015
17
18
Bijlage D
Overzicht per 31 december 2014 van werkgevers met VPL premieverplichting
19
20
Loonheffingsnummer
001097246L01
001212874L01
001331103L01
Naam werkgever
BJ\LTUSSEN KONSERVENFABRlEK BV
SENSIENT DEHYDRATED FLAVORS BV
SVZ INTERNATIONAL BV
001488776L01
MATIHEEUSSENSWIDO BV
001724174L01
HART CO BV
001723339L01
VEZET BV
001732481L01
FRUMARCO BV
003680253L01
CSM BENELUX B.V.
003378299L01
PRODIMEX BV
004047631L01
OERLEMANS FOODS NEDERLAND BV
005168119L01
COROOS CONSERVEN BV
004901071L01
005500102L03
005534896L01
005693846L01
005852225L01
005892247L01
006564355L01
STEENSMA BV
ARDO FOOD INGREDIENTS B.V.
DE MARNES FABRIEKEN BV
DIKAFABRIEKEN BV
. LUTECE BV
HOLDING CANISIUS BV
HERO NEDERLAND BV
007072971L01
CONSERVENFABRIEK VOLWATER EN ZN
008704697L01
COROOS PRODUCTIE B.V.
009525476L01
AL HOOGESTEGER FRESH SPECIALIST BV
007280063L01
009184764L01
034140852L88
078251527L01
G KRAMER EN ZONEN BV
FARM PACK BV
Kale
H.O.D.N. GROENINGS HOFKE
800771217L01
NETRA AGRO BV
802286331L01
802590330L01
H VAN RUITEN ZN BV
MARQUE CHAMPIGNONS BV
804883749L02
CROP ALLIANCE BV
800954919L01
803899269L01
805654537L01
808026562L01
F F EUROPE BV
WILD JUICE BV
OERLEMANS FOODS WAALWIJK BV
AARTS CONSERVEN BV
ARDO B.V.
809102857L01
!310033501L01
DIEKEMA HOLDING
813275210L01
RANFRU BV
810479710L01
814473106L01
LION FOODS BV
VAN DER KROON FOOD PRODUCTS BV
815119161L01
FREEZITI B.V.
817582861L01
COMÉ B.V.
819640141L01
MACHANDEL B.V.
820108625L01
PROCHAMP BV
815916310L01
819397714L01
820091698L01
Schulp Vruchtensappen B.V.
TOP TASTE BV
HAK BV
820243462L01
FRONIONS B.V.
851748211L01
Scelta Essenza· B.V.
820871278L01
852645260L01
852728979L01
852829644L01
853556519L01
FRUIT INDUSTRY PRODUCTION B.V.
Nedspice Dehydrated lngredîents B.V.
ONION SPECIALTIES INT�RNATIONAL B.V.
MUGRO B.V.
Coöperatie De Auw Stoof Confits U.A.
21
22
Bijlage E
Accountantsverklaring omtrentjuistheid van de omvang van de VPL
bestemmingsreserve
Volgt uiterlijk 1 mei 2015
23
24
Bijlage F
Bevestigingen wederpartijen van medewerking aan contractovername.
Volgt uiterlijk 1 maart 2015.
25
26
Download