Bio-ingenieurswetenschappen

advertisement
Bio-ingenieurswetenschappen
bacheloropleiding 2011
Voorwoord3
Waarom aan de Universiteit Antwerpen studeren?
4
Studentgerichtheid4
Innoverende academische opleidingen
4
Infrastructuur4
Vorming5
Antwerpen5
De opleiding Bio-ingenieurswetenschappen
Wie voor Bio-ingenieur kiest, gaat voor een ruime,
en vooral, een zekere toekomst!
Bio-ingenieurswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen
Master in de Bio-ingenieurswetenschappen
Verder studeren na je universitair diploma
Onderzoek en onderwijs in samenwerking met de bedrijfswereld
6
6
6
9
9
9
Onderwijs en examens
12
Onderwijs12
Studiepunten12
Semestersysteem - examens
13
Leerkrediet15
Ombudspersoon15
Internationaal15
Waar kan je met je diploma aan de slag?
Onderzoek aan de Universiteit Antwerpen
17
17
Toelatingsvoorwaarden en voorkennis
19
Toelatingsvoorwaarden19
Voorkennis19
Gaten in je voorkennis?
19
Heb je keuzemoeilijkheden
20
Studiebegeleiding21
Overgang van het secundair onderwijs naar de universiteit
21
Overbruggingsonderwijs in de maand september
21
Studieadvies en studentenbegeleiding
21
Studietrajectbegeleider23
Vakspecifieke begeleiding
23
Taalbegeleiding: monitoraat op maat
23
2 | Inhoud
Bachelor Bio-ingenieurswetenschappen: studieprogramma
Bachelor eerste jaar
Bachelor tweede jaar
Bachelor derde jaar
24
24
25
26
Opleidingsonderdelen28
Bachelor eerste jaar
28
Bachelor tweede jaar
34
Bachelor derde jaar
41
Studie- en studentenvoorzieningen
64
Cursusdienst64
Sport64
Computerfaciliteiten64
Studentenrestaurants65
Studentenverenigingen66
Hoe bereik je makkelijk de campussen?
67
Plattegrond van campus Groenenborger
68
Plattegrond van campus Drie Eiken
69
Bijkomende informatie
70
Provinciale informatiedagen
70
Infomomenten voor toekomstige studenten
70
Brochures over andere opleidingen
71
Internet71
Studenten Informatie Punt (STIP)
71
Faculteit Wetenschappen Decanaat
71
Departement Bio-ingenieurswetenschappen
72
Onderzoeksgroep Duurzame energie en luchtzuivering (DuEL)
72
Onderzoeksgroep Plantenproductie en stresstolerantie (PeSTO)
72
Addendum: Bio-wetenschappen: door het bos de bomen zien
73
Biologie74
Biochemie en Biotechnologie
74
Bio-ingenieurswetenschappen75
Biomedische wetenschappen
75
Programma en voorkennis
76
Voorwoord||33
Welkom bij de Universiteit Antwerpen. Je hebt de weg naar onze
universiteit gevonden en je wilt meer informatie over onze instelling en
onze studierichtingen. Dit boekje helpt je al een hele stap vooruit in je
keuzeproces.
De Universiteit Antwerpen is een middelgrote universiteit met meer
dan 14 000 studenten. Binnen de Associatie Hogescholen & Universiteit
Antwerpen werken we nauw samen met de Plantijnhogeschool, de
Karel de Grote-Hogeschool, de Artesis Hogeschool Antwerpen en de
Hogere Zeevaartschool.
Studeren aan de universiteit is het begin van een nieuwe periode in je
leven. Belangrijk is dat je je goed voelt op de universiteit van je keuze
en dat je je binnen enkele jaren goed voelt met je behaalde diploma.
Daarom stelt de Universiteit Antwerpen alles in het werk om je studietijd aangenaam te maken en de kwaliteit van de opleiding op topniveau
te houden. Onze opleidingen worden geregeld bijgestuurd en aangepast
aan de maatschappelijke evolutie.
‘Leren is leven’ is de slogan van de Universiteit Antwerpen. Niet zomaar
een leuze, want wij maken werk van een goed evenwicht tussen leren
en leven. Met ‘kennen’ ben je niets zonder het ‘kunnen’. De link tussen
leren en leven is hier voelbaar aanwezig.
Als je naar een van onze informatiedagen komt, zal je merken dat het
prettig studeren is aan de Universiteit Antwerpen. Zowel onze medewerkers als onze studenten zullen je er graag over vertellen en kijken
alvast uit naar de kennismaking!
Universiteit Antwerpen
Prof. dr. Alain Verschoren
Rector
4 | Waarom aan de Universiteit Antwerpen studeren?
Studentgerichtheid
De Universiteit Antwerpen staat voor studentgerichtheid. Dit betekent onder
andere dat je zoveel mogelijk college volgt in kleine groepen, wat een vlotte
interactie mogelijk maakt. Dankzij de kleine afstand tussen studenten en
docenten kun je bij je profs terecht met allerlei vragen en problemen.
De vlotte communicatie tussen docenten, assistenten en studenten wordt
mee ondersteund door de digitale leeromgeving Blackboard. Dat biedt ook
nieuwe kansen voor een interactief onderwijssysteem.
Studenten worden ook uitgenodigd om actief deel te nemen aan het beleid:
in verschillende adviesorganen en raden zijn zij vertegenwoordigd. Tenslotte
is de Universiteit Antwerpen bekend voor haar goede studentenbegeleiding
en -ondersteuning, waarbij wordt ingespeeld op de individuele noden van alle
studenten.
Innoverende academische opleidingen
De Universiteit Antwerpen biedt innoverende academische opleidingen,
waarbij de opleidingen zowel oog hebben voor theorie als voor praktijk. De
opleidingen zijn stevig verankerd in sterk wetenschappelijk onderzoek, dat
ook internationale faam geniet.
De ‘ivoren’ academische toren werd reeds lang geleden gesloopt: academici
hechten veel belang aan een voortdurende uitwisseling met de steeds evoluerende samenleving. Bij je studie aan de Universiteit Antwerpen staat niet
zozeer het memoriseren van feitenkennis centraal: je verwerft relevante kennis en vaardigheden die je nodig hebt om beroepsrelevante opdrachten en
problemen op te lossen. De BaMa-structuur schept ruimte voor vernieuwing
en verbetering. Nieuwe opleidingen werden ingevoerd, keuzemogelijkheden
binnen bestaande opleidingen verruimd.
Infrastructuur
Voor haar onderwijs beschikt de Universiteit Antwerpen over de meest
moderne infrastructuur: goed uitgeruste les- en computerlokalen, laboratoria, bibliotheken en studielandschappen. In alle publieke ruimten zijn er
hotspots waar je draadloos kan surfen. De laatste jaren werd ook op grote
schaal geïnvesteerd in nieuwe gebouwen om het toenemend aantal studenten op te vangen en hen een aangename leeromgeving te bieden.
Waarom aan de Universiteit Antwerpen studeren? | 5
De Universiteit Antwerpen is een middelgrote universiteit met meer dan
14 000 studenten, verspreid over vier campussen en zeven faculteiten.
De campussen Middelheim, Groenenborger en Drie Eiken liggen aan de
stadsrand, in een groene omgeving. De campussen Middelheim en Groenenborger grenzen aan het openluchtmuseum Middelheim en aan het Nachtegalenpark. Studeer je op campus Drie Eiken dan kun je volop genieten van de
groene oase van Fort VI en de mooie vijvers rondom de campus. De
Stadscampus, met zijn kern van prachtig gerenoveerde 16de-eeuwse
gebouwen, ligt in hartje Antwerpen. De opleiding Bio-ingenieur is gesitueerd
op de campus Groenenborger.
Vorming
De Universiteit Antwerpen wil niet alleen opleidingen aanbieden, maar ook
een brede vorming. Jonge mensen laten opgroeien tot professionelen met
een kritische ingesteldheid, een tolerante en constructieve houding. De
Universiteit Antwerpen kiest resoluut voor pluralisme en verwelkomt diversiteit in haar curricula, personeel en studenten.
Antwerpen
Je kiest natuurlijk ook voor de stad Antwerpen. Studeren is meer dan met je
neus in de boeken zitten. Wie in Antwerpen komt studeren, kiest voor een
studentenstad. Antwerpen is niet alleen een universiteitsstad: het is een
bruisende metropool met een uniek cultuurhistorisch aanbod, een wereldhaven, een overvloed aan cafés en restaurants, clubs, gezellige pleintjes,
cultuur, architectuur, mode, sportinfrastructuur... Kort samengevat: een stad
waarin Antwerpenaars, bezoekers en studenten graag wegzinken.
Speciaal voor de lancering van de nieuwe
huisstijl van de Universiteit Antwerpen
schreef oud-student Pieter Embrechts het
lied “U Aan het woord”. In deze brochure
vertellen wij graag over onze universiteit,
daarna is het woord aan “A”!
6 | De opleiding Bio-ingenieurswetenschappen
Wil je je interesse in de wetenschappen graag combineren met een
stevige dosis techniek? Dan past een opleiding tot Bio-ingenieur zeker
bij jou!
Wie voor Bio-ingenieur kiest, gaat voor een ruime, en vooral, een zekere
toekomst!
Als bio-ingenieur gebruik je een brede wetenschappelijke kennis om wetenschappelijk technologische uitdagingen en managementproblemen op te
lossen.
Bio-ingenieurswetenschappen zijn in de eerste plaats ingenieursstudies. Je
steunt op een grondige kennis biologie, wiskunde, natuurkunde en scheikunde en leert wetenschappelijke technologie op ingenieursniveau te integreren
en toe te passen, rekening houdend met de sociaaleconomische context.
Je leert ook biologische en chemische systemen kennen, van het cellulaire
niveau tot het aardse milieu, met het doel deze systemen optimaal aan te
wenden. Dit kan variëren van cel- & gentechnologie, chemie, milieutechnologie tot land- en bosbeheer.
Vandaag de dag spelen bio-ingenieurs een cruciale rol in elke tak van het
bedrijfsleven, bij de overheid en in het wetenschappelijk onderzoek. Wie voor
bio-ingenieur kiest, gaat voor een ruime, en vooral, een zekere toekomst!
Bio-ingenieurswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen
Aan de Universiteit Antwerpen kun je de volledige bachelorcyclus
Bio-ingenieurswetenschappen volgen. Je behaalt dan je bachelordiploma in
de Bio-ingenieurswetenschappen. Dankzij de nauwe samenwerking met de
andere Vlaamse universiteiten sluit onze bacheloropleiding (3 jaren) naadloos aan op hun masteropleiding (2 jaren).
Tijdens de twee eerste bachelorjaren verdiep je je in de algemene basiswetenschappen, zoals lineaire algebra, differentiaalvergelijkingen, anorganische
en organische scheikunde, statistiek, natuurkunde, biochemie, economie en
ecologie. Zo verwerf je als student een stevig wetenschappelijk onderbouwde
kennis, die aansluit op de verschillende afstudeerrichtingen in het derde jaar.
Vanaf je derde bachelor krijg je de keuze tussen vier afstudeerrichtingen
waarin je de kennis verwerft die nodig is om je verder te specialiseren. In elk
van deze richtingen zijn de typische ingenieursaspecten uitgewerkt.
De opleiding Bio-ingenieurswetenschappen | 7
1. Cel & Genbiotechnologie: manipuleren van cellen, weefsels en moleculen
2. Chemie & voedingstechnologie: fotokatalyse, voeding, reactoren, duurzame
energie en vele andere chemische ingenieursaspecten
3. Land & bosbeheer: duurzaam gebruik van land, ruimte en onze bossen
4. Milieutechnologie: hoe bijdragen tot een schonere en duurzamere wereld?
Cel- en genbiotechnologie
Cel- en Genbiotechnologie reikt je een eigen manier aan om te kijken naar
de wereld rondom jou. Je leert denken volgens de regels en de wetten van de
cel en zijn organisatie. Je leert technieken aan die kunnen ingrijpen op het
meest fundamentele niveau van het leven, namelijk de flow van informatie
van de genen naar de eiwitten en verder naar het functioneren van de cel. Je
staat hiermee op een sleutelpositie tussen de wetenschappelijke basiskennis
over biochemie & fysiologie van cellen enerzijds, en de nood aan technische
bagage voor verder onderzoek anderzijds.
Chemie en voedingstechnologie
Chemie zit overal! Chemie vind je terug in onze voeding, in de lucht die we
inademen, het water dat we gebruiken, kleding die we dragen en noem
maar op. Zoals de naam van de richting het laat vermoeden komen hier
8 | De opleiding Bio-ingenieurswetenschappen
voedingsvakken en ingenieurstechnische aspecten aan bod die je overal kunt
gebruiken. Als je echt wil weten hoe je de problemen vanuit de kern, meer
bepaald vanuit de materiaal- en oppervlaktechemie wil aanpakken, dan kies
je voor chemie.
Met Chemie kun je alle kanten uit. Uiteraard naar de voedingssector en de
chemische industrie, maar ook bij de overheid en in academische wereld.
Chemici zijn gegeerde consultants en managers omdat ze in sterke mate
meedenken over de chemische aard, en dus de essentie van een realistisch
probleem. Via oppervlaktechemie en katalyse is de insteek naar nanotechnologie ideaal. In deze afstudeerrichting is je toekomst verzekerd!
Land- & bosbeheer
In de richting Land- en bosbeheer verdiept de toekomstige master in de
Bio-ingenieurswetenschappen zich in de grondige kennis van de verschillende componenten van onze planeet, de aarde, namelijk: bodem, water,
vegetatie (voornamelijk bossen) en lucht. Een grondige en geïntegreerde kennis van deze componenten, samen met enkele technieken om deze componenten te kunnen beschrijven, maken van de Bio-ingenieur Land- en
Bosbeheer een specialist in het duurzaam beheer van onze natuurlijke rijkdommen en kostbare ruimte. Bovendien heeft de Bio-ingenieur Land- en Bosbeheer een grondige kennis van de biotische en abiotische interacties tussen
alle verschillende componenten van onze aarde, waardoor hij een belangrijke
rol zal spelen in het bewaken, inventariseren en remediëren van allerhande
milieuproblemen zoals klimaatswijzigingen, water-, lucht- en bodemverontreiniging, en hun invloed op plant, mens en dier.
Milieutechnologie
Ozon, smog, zware metalen, slechte kwaliteit van water, lucht en bodem.
Dagdagelijks worden we geconfronteerd met deze effecten die zijn terug
te brengen tot de drie ‘sferen’ van ons milieu: atmosfeer (lucht), lithosfeer
(bodem) en hydrosfeer (water).
Milieutechnologie is een multidisciplinaire richting waarin aandacht wordt
besteed aan hoe preventie, remediëring en sanering een rol kunnen spelen in
de kwaliteitsverbetering van de verschillende milieucompartimenten: lucht,
bodem en water. Een goede wetenschappelijke basis waarin een fundamenteel belangrijke technologische aanpak verwerkt zit, is hierbij van cruciaal
belang.
De opleiding Bio-ingenieurswetenschappen | 9
Alle milieucompartimenten worden uitgebreid bestudeerd met aandacht
voor de (micro)biologische, fysische en chemische technieken die bijdragen
tot de verbetering van de kwaliteit van onze planeet.
Het programma van de bacheloropleiding, inclusief dat van deze
afstudeerrichtingen is zodanig opgesteld, dat je zonder problemen je opleiding kan afwerken in een andere Vlaamse universiteit.
Tot slot willen we dat onze studenten zich thuis voelen aan onze universiteit.
Oefeningen en toepassingen nemen we dan ook liever in kleine groepjes
door om het inzicht in de stof te verhogen en het contact tussen lesgevers en
studenten te bevorderen. Bovendien krijg je als student verschillende kansen
voor een eerste kennismaking met de industrie via stages en bedrijfsbezoeken. Dit alles onder begeleiding van lesgevers die met beide voeten in het
bedrijfsleven staan.
Master in de Bio-ingenieurswetenschappen
De master in de Bio-ingenieurswetenschappen wordt voorlopig niet aangeboden aan de Universiteit Antwerpen. De Bacheloropleiding garandeert een
maximale aansluiting op de masteropleidingen in de Bio-ingenieurswetenschappen aan de andere universiteiten.
Verder studeren na je universitair diploma
De verdere studie- en specialisatiemogelijkheden zijn:
- Specifieke lerarenopleiding
- Een andere masteropleiding
-Master-na-masteropleidingen
-Doctoraatsopleiding
- Postacademische vorming (postgraduaten en permanente vorming)
Brochures i.v.m. de verdere studie- en specialisatiemogelijkheden en de doctoraatsopleiding zijn verkrijgbaar bij de achteraan vermelde diensten.
Onderzoek en onderwijs in samenwerking met de bedrijfswereld
Onderzoekstopics en input vanuit het bedrijfsleven zijn zeer waardevol voor
projectwerk, thesissen of doctoraten. Op dit moment lopen er al verscheidene projecten waar onze onderzoekers en studenten naar een duurzame
oplossing zoeken voor concrete probleemstellingen vanuit grote bedrijven en
10 | De opleiding Bio-ingenieurswetenschappen
ook vanuit KMO’s. Voorbeelden hiervan situeren zich in de luchtzuivering en
de zuivering van specifieke procesgassen. Ook in het domein van duurzaam
transport gebeurt er onderzoek naar minder milieubelastend vervoer over
land en over zee.
Voor het onderzoek naar binnenhuisluchtzuivering heeft een team van
Bio-ingenieurs van de onderzoeksgroep DuEL een volledig uitgerust gaslabo
voor metingen van de luchtkwaliteit gebouwd.
Bedrijven kunnen contact opnemen met het departement Bio-ingenieurs­
wetenschappen. Uw vraag zal met de nodige aandacht en discretie behandeld worden.
Universiteit Antwerpen en de Vlaamse Instelling voor Technologisch
Onderzoek (VITO)
In 2005 sloot het Dept. Bio-ingenieurswetenschappen aan de Universiteit
Antwerpen een samenwerkingsovereenkomst met VITO, de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek.
Als grootste, multidisciplinair, energie-, materialen- en milieuonderzoekscentrum in Vlaanderen, met actueel meer dan 600 personeelsleden (waaronder
honderden ingenieurs en bio-ingenieurs), beschikt VITO niet enkel over een
schat aan ervaring, maar ook over een zeer uitgebreide, en continu vernieuwende onderzoeksinfrastructuur op het gebied van het milieuonderzoek.
Onderzoek dat VITO niet enkel voor overheden, maar ook in steeds toenemende mate voor bedrijven en KMO’s in binnen- en buitenland uitvoert en
valoriseert.
Dit biedt een brede waaier aan mogelijkheden tot samenwerking, zowel op
het onderwijsvlak als qua toegepast onderzoek en technologische ontwikkelingen.
VITO stelt elk jaar 5 doctoraatsbeurzen ter beschikking aan de Vlaamse
universiteiten, waaronder ook de Universiteit Antwerpen. Op dit ogenblik zijn
een viertal doctorandi van het departement Bio-ingenieurswetenschappen
aan de Universiteit Antwerpen actief met een dergelijke beurs.
VITO biedt ook de mogelijkheid om internationale onderzoekers voor 1 à 2
jaar met een postdoctorale beurs aan te trekken. In dit kader doet de Univer-
De opleiding Bio-ingenieurswetenschappen | 11
siteit Antwerpen veldonderzoek m.b.t. de luchtverontreiniging in Vlaanderen
door ultrafijn omgevingsstof (deeltjes kleiner dan 1 micrometer).
Heel wat VITO-onderzoekers zijn betrokken bij leeropdrachten maar ook bij
projectwerk en seminaries, .....
VITO is zeer actief op Europees niveau maar ook daarbuiten, zoals in China
en India. VITO werkte mee aan tientallen Europese O&O-projecten, hetzij
als partner, hetzij als projectcoördinator. Dit creëert tal van mogelijkheden bij
het indienen van, en het samenwerken met VITO in, Europese onderzoeks­
projecten.
De studenten 3de bachelor krijgen de mogelijkheid een stage te doen in één
van VITO’s vele onderzoeksgroepen m.b.t. milieuonderzoek. Niet enkel de
ontwikkeling en de toepassing van milieutechnologieën komen daarbij aan
bod, maar ook: remote sensing, modellering, monitoring en analysetechnieken, labo- en veldonderzoek, milieu en gezondheid, beleidsondersteunend
onderzoek en advies, duurzame ontwikkeling, en de vele milieuaspecten en
-impacten die inherent zijn aan energie en materialenontwikkeling, productie
en gebruik.
Universiteit Antwerpen en Aquafin NV
Het onderdeel waterzuivering in het vak milieutechnologie wordt gedoceerd
door een specialist ter zake van Aquafin NV. Dit onderdeel van de cursus is
sterk op de praktijk van industriële waterzuivering afgestemd en zowel de
basisprincipes als de technologische uitvoeringen komen aan bod.
Jaarlijks bezoeken onze studenten een waterzuiveringstation van Aquafin en
enkele practica vinden plaats in het bedrijfslaboratorium van Aquafin te Aalst
met de nieuwste technieken van microscopische determinatie.
Aquafin begeleidt projectwerken van studenten m.b.t. praktische industriële
waterzuiveringtoepassingen, financiert doctoraatsonderzoek over plantenzuivering i.s.m. de faculteit wetenschappen en begeleidt masterproeven voor
alumni die de link met de Universiteit Antwerpen wensen te behouden.
12 | Onderwijs en examens
Onderwijs
Voor de meeste vakken worden hoorcolleges georganiseerd. Je volgt in groep
een uiteenzetting van de docent, al dan niet ondersteund door audiovisueel
materiaal. Voor bepaalde vakken zijn er ook werkcolleges, waar de leerstof uit
de hoorcolleges in kleinere groepen wordt uitgediept en ingeoefend.
Als universiteitsstudent leer je zelfstandig, kritisch en probleemoplossend
denken. Je bepaalt zelf je studietempo en bereidt tussentijdse evaluatie­
momenten voor. Zo krijg je de nodige bagage en ontwikkel je de nodige
creativiteit om een grote diversiteit aan problemen te behandelen. Dit heeft
tot gevolg dat het bedrijfsleven voor de invulling van hogere functies de
voorkeur geeft aan universitairen.
De digitale leeromgeving Blackboard speelt in deze context een grote rol.
Opdrachten worden via dit medium doorgegeven en interactief verwerkt en je
kan docenten te allen tijde om feedback vragen.
Het contact met professoren en assistenten is niet altijd even intens als met
je leerkrachten in het secundair onderwijs, maar je wordt allerminst aan je lot
overgelaten. Wanneer je zelf het initiatief neemt om hulp te zoeken, zijn deze
mensen zeker bereid een antwoord of oplossing te formuleren voor je vragen
of problemen. Het uitgebreide gamma aan begeleidingsmogelijkheden wordt
verderop in deze brochure besproken.
Studiepunten
De studieomvang van elke opleiding wordt uitgedrukt in studiepunten. Een
voltijds academiejaar telt voor 60 studiepunten. Deze norm werd overgenomen van het Europees ECTS-project (European Community Course Credit
Transfer System). Deze studiepunten zijn een relatieve maatstaf voor de
studieomvang van de opleidingsonderdelen in het jaarprogramma.
De volledige bacheloropleiding Bio-ingenieurswetenschappen omvat
180 studiepunten. Elk studiepunt komt overeen met een studietijd van 25
tot 30 uren. Hierin zijn zowel het bijwonen van de colleges of practica, de
voorbereidingstijd en het studeren voor de examens vervat. De studietijd van
een voltijds academiejaar varieert van 1500 tot 1800 uren studie. Het aantal
studiepunten van een opleidingsonderdeel zegt dus veel meer over hoeveel
tijd je er uiteindelijk aan zal besteden, dan enkel het aantal uren dat je les
hebt. De normen zijn overal in Vlaanderen en in Europa gelijkaardig, dus
gemakkelijk vergelijkbaar.
Onderwijs en examens | 13
Semestersysteem - Examens
Het academiejaar is opgedeeld in zes opeenvolgende periodes: het eerste
semester, de semestervakantie, het tweede semester, de zomervakantie,
de tweede examenzittijd en een les- en examenvrije periode. Wat het eerste
semester betreft, leg je in januari examens af voor ongeveer de helft van het
jaarprogramma, in juni voor de overige vakken van de eerste examenzittijd.
Voor wie niet al zijn credits heeft verworven na de eerste examenzittijd, wordt
in september de tweede examenzittijd ingericht.
Door de flexibilisering in het hoger onderwijs bestaan er geen “studiejaren”
meer. Wel worden nog modeltrajecten vastgesteld. Als je voor een voltijds
modeltraject kiest, rond je een bacheloropleiding (180 sp.) af in drie jaar tijd:
60 studiepunten per jaar. Wanneer je geslaagd bent voor een opleidingsonderdeel en dus minstens 10 op 20 behaalt, verwerf je een creditbewijs dat
overeenkomt met het aantal studiepunten van dit opleidingsonderdeel.
Indien je niet alle creditbewijzen voor je studieprogramma behaalt, kan je
(soms) toch verder met je studie. De faculteit moet dan je programma - een
geïndividualiseerd traject of GT - goedkeuren. Omdat de studieprogramma’s
volgens een logische volgorde werden ingebouwd, zijn er voorwaarden
vastgelegd om welbepaalde vakken al te mogen volgen. Dit noemt men
volgtijdelijkheid.
Je slaagt voor een opleiding als je creditbewijzen haalt voor alle opleidingsonderdelen van de opleiding.
Dankzij de nieuwe bachelor- en masterstructuur en het flexibiliserings­
systeem heb je als student meer keuzemogelijkheden gekregen om je studieprogramma in te vullen. In elke faculteit adviseren studietrajectbegeleiders
over de samenstelling van je programma en over de aangeboden
keuzemogelijkheden.
Het is echter belangrijk voldoende vooruitgang te boeken in je studietraject
en in een redelijke tijd je diploma te behalen. Daarom heeft de Universiteit
Antwerpen een systeem van studievoortgangbewaking en -begeleiding
opgezet; de faculteit zal je studieprestaties volgen en kan je bindende
voorwaarden opleggen wanneer je niet de helft van de studiepunten van het
goedgekeurde studieprogramma van het academiejaar hebt behaald!
Het volledige onderwijs- en examenreglement vind je terug op
www.ua.ac.be/OER.
14 | Onderwijs en examens
Leerkrediet
Sinds het academiejaar 2008-2009 is het “leerkrediet” in voege getreden. De
overheid wil je zo stimuleren in het maken van een doordachte studiekeuze.
Hoe werkt het leerkrediet?
Het leerkrediet werkt eveneens met studiepunten. Elke student krijgt 140
studiepunten bij zijn eerste inschrijving in het Vlaams hoger onderwijs. Voor
elk opleidingsonderdeel waarvoor je inschrijft wordt het leerkrediet verminderd met de overeenkomstige studiepunten. Enkel wanneer je slaagt voor dat
opleidingsonderdeel, komen die studiepunten er terug bij.
Voor wie?
Het leerkrediet is van toepassing op alle studenten die zich inschrijvingen
met een diplomacontract voor een initiële opleiding (de bachelors en de
masters) en voor alle inschrijvingen met een creditcontract.
Verkeerde keuze gemaakt?
Indien je voor de eerste keer in het hoger onderwijs in Vlaanderen voor een
bacheloropleiding bent ingeschreven en je van opleiding wenst te veranderen, voorzien de overheid en de instelling maatregelen om het verlies van
leerkrediet te beperken. Deze zijn afhankelijk van de data van uit- en inschrijving. Informeer je tijdig bij je instelling.
Bonus van 60 studiepunten
De overgang van secundair naar hoger onderwijs loopt niet altijd even vlot.
De overheid wil hieraan tegemoet komen door de eerste 60 studiepunten die
je verwerft dubbel terug te geven.
Opleiding afgewerkt?
Na het behalen van je bachelordiploma, behoud je je leerkrediet. Als je een
masterdiploma behaalt, wordt het startkapitaal van 140 studiepunten van je
saldo afgetrokken. Als je studietraject perfect is verlopen, heb je dan nog 60
studiepunten over.
Onvoldoende leerkrediet
Als je geen of een negatief leerkrediet hebt, mag de instelling voor hoger
onderwijs je inschrijving weigeren.
Onderwijs en examens | 15
Als je onvoldoende studiepunten hebt voor de opleiding of het programma
waarvoor je wilt inschrijven, kan de instelling extra studiegeld vragen voor
de studiepunten die je tekort komt of je inschrijving beperken tot het aantal
studiepunten waarover je nog beschikt. Aan de Universiteit Antwerpen wordt
géén verhoogd inschrijvingsgeld gevraagd. Je hebt wel van de betrokken
faculteit de toelating tot inschrijven nodig en deze zal in de meeste gevallen
je studieprogramma beperken.
Het aantal studiepunten dat je opneemt door je inschrijving in opleidingsonderdelen en het aantal studiepunten waarvoor je credits behaalt via de
examens is dus belangrijk!
Het is een maatstaf voor studiesucces en studievoortgang en kan gevolgen
hebben voor jouw recht op verder studeren en jouw sociaal statuut als
student! Daarom is het belangrijk om doordacht te kiezen, je in te zetten voor
je studie en ook administratief tijdig met alles in orde te zijn!
Meer info: www.ua.ac.be/studiepunten.
Ombudspersoon
Wanneer je bv. een conflict hebt met je docent kan je een beroep doen op
een ombudspersoon die bemiddelt inzake onderwijs- en examenproblemen.
Zo kan je tijdens de examens met problemen (examenregeling, uitstel van
examen, onderbreking of definitief stopzetten van examens, …) terecht bij
de ombudspersoon van je opleiding. De ombudspersoon zorgt ervoor dat
het examenreglement correct wordt opgevolgd. De ombudspersoon is ook
aanwezig bij de deliberatie en kan, op basis van verzachtende omstandigheden zoals ziekte of ongeval, je “zaak” bepleiten. Je kan steeds de gegevens
van jouw ombudspersoon terugvinden op Blackboard van de Universiteit
Antwerpen. De volledige takenlijst van de ombudspersoon kan je nakijken in
het onderwijs- en examenreglement van de Universiteit Antwerpen.
Internationaal
De Universiteit Antwerpen neemt actief deel aan de Europese uitwisselingsprogramma’s zoals ERASMUS. Elk jaar studeert een aanzienlijk grote groep
studenten één semester aan een buitenlandse universiteit.
In het kader van het ERASMUS-programma heeft de Universiteit Antwerpen
samenwerkingsakkoorden gesloten met heel wat universiteiten in West- en
Centraal Europa. Maar de Universiteit Antwerpen kijkt verder dan Europa.
16 | Onderwijs en examens
Op bilaterale basis (buiten het kader van ERASMUS) werden wereldwijd
uitwisselingsprogramma’s uitgewerkt.
In het kader van Internationale Ontwikkelingssamenwerking kan je met een
beurs een aantal maanden in een ontwikkelingsland studeren. Je studieperiode aan één van de buitenlandse partneruniversiteiten wordt erkend als
onderdeel van je studie aan de Universiteit Antwerpen.
Meer info: www.ua.ac.be/dis (Dienst Internationale Samenwerking)
Waar kan je met je diploma aan de slag? | 17
De studierichting Bio-ingenieurswetenschappen biedt uitstekende toekomstperspectieven omwille van het flexibele karakter van de opleiding. Naargelang je gekozen specialisme kun je terecht in de diverse industriële sectoren
zoals de chemische en farmaceutische industrie, controlelaboratoria, productie, procesontwikkeling, kwaliteitscontrole, waterzuivering, afvalverwerking
maar ook onderzoeks- en ontwikkelingswerk .
Bovendien laat de methode en werkwijze, verworven door de studie van de
exacte wetenschappen, toe zich waar te maken in de domeinen buiten het
vakgebied, zoals bv. commerciële managements- en informaticagerichte
functies, adviseur, beleidsmedewerker, projectmanager. Dit zowel in de industrie, de overheid, het onderwijs, de dienstensector of de milieusector.
In de gezondheidssector, medische laboratoria en overheidsinstellingen,
zoals het Ministerie van Landbouw, het Ministerie van Volksgezondheid, het
Ministerie van Openbare werken of de stedelijke slachthuizen zijn evengoed
bio-ingenieurs werkzaam. Hun taak bestaat vaak uit inspectie van eetwaren,
milieubeheer, het uitvoeren van analyses, veiligheid, enzovoort.
De opleiding tot bio-ingenieur is - mede door de brede aanpak - geen gemakkelijke opleiding. De opleiding biedt een brede waaier van beroepsmogelijkheden.
Uit onderzoek is gebleken dat een gediplomeerd bio-ingenieur niet langer
dan drie maanden zoekt naar een eerste baan in de sector van de afstudeerrichting.
Meer hierover op www.ua.ac.be/bir -> toekomstperspectieven
Onderzoek aan de Universiteit Antwerpen
Het vormen van ingenieurs in de huidige technologische context vereist een
stevige ondersteuning door fundamenteel, basis- en toegepast onderzoek,
alsook een sterke interactie met industriële en academische partners. Bij het
departement Bio-ingenieurswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen
gebeurt de uitbouw van het wetenschappelijk onderzoek en het onderwijs in
nauwe samenwerking met:
-
de Vlaamse Instelling voor Technologisch onderzoek (VITO), een onafhankelijke onderzoeksinstelling die zich vnl. richt op technologisch onderzoek en
ontwikkeling in de domeinen energie, leefmilieu en materialen
18 | Waar kan je met de diploma aan de slag?
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Aquafin NV, gespecialiseerd in praktische industriële waterzuivering­
toepassingen
de Vlaamse Milieu Maatschappij (VMM), vervult een cruciale rol in het
integraal waterbeleid, bewaakt de luchtkwaliteit en neemt deel aan het
internationaal milieubeleid
de Katholieke Universiteit Leuven
Universiteit Gent
Universiteit Hasselt
Vrije Universiteit Brussel
Karel de Grote Hogeschool Antwerpen
Hogere Zeevaartschool (HZS)
Artesis Hogeschool Antwerpen
De Nayer Instituut Sint-Katelijne-Waver
Het onderzoek groepeert zich voornamelijk binnen twee grote
onderzoekslijnen:
1. Chemie en voedingstechnologie en Milieutechnologie zijn onderzoeksmatig
gegroepeerd in “Duurzame energie en luchtzuivering” (DuEL)
2. Cel- en genbiotechnologie en Land- en bosbeheer verdiepen zich in
“Plantenproductie en stresstolerantie” (PeSTO)
Meer informatie hierover op www.ua.ac.be/bir -> onderzoek
Toelatingsvoorwaarden en voorkennis | 19
Toelatingsvoorwaarden
Om toegelaten te worden tot een universitaire studierichting, moet je
beschikken over een diploma van het hoger secundair onderwijs. Een diploma
van het hoger onderwijs van één cyclus geeft eveneens toegang tot het
universitair onderwijs.
Buitenlandse studenten en studenten met een buitenlands diploma raadplegen best eerst de website van de centrale Studentenadministratie:
www.ua.ac.be/inschrijven > inschrijven > toelatingsvoorwaarden.
Voorkennis
Je genoot een vooropleiding in het secundair onderwijs waarbij wetenschappen en wiskunde centraal staan. Je hebt bovendien een grote interesse voor
wetenschappen en aanleg voor techniek. Je werkt doelmatig, nauwkeurig en
je beschikt over doorzettingsvermogen, wilskracht, regelmatige werklust en
een goed geheugen. Dan heb je alles in huis om de opleiding Bio-ingenieurswetenschappen aan te vatten.
-
-
-
-
De nadruk ligt op de basiswetenschappen: wiskunde, natuurkunde,
scheikunde en biologie.
Besef dat je heel wat tijd in een laboratorium zult doorbrengen.
De leerstof biologie, scheikunde en natuurkunde uit het secundair onderwijs
wordt grotendeels herhaald, weliswaar vanuit een ander oogpunt.
Het begrijpen, opbouwen en toepassen van de stof is belangrijker dan het
“kennen”. Een goed geheugen blijft noodzakelijk voor de parate kennis van
formules en omwille van de encyclopedische inslag van de biologieleerstof.
Gaten in je voorkennis? Je kan er iets aan doen!
Vrees je een tekort in je voorkennis voor wiskunde, dan kan je in de maand
september speciale overbruggingslessen volgen. Hierover lees je verder meer.
Algemeen mag je stellen dat studenten die in hun vooropleiding in de laatste
twee jaren van het secundair onderwijs ten minste zes uren wiskunde per
week kregen, geen grote problemen ondervinden met deze studierichting.
20 | Toelatingsvoorwaarden en voorkennis
Heb je keuzemoeilijkheden?
Misschien heb je nog geen antwoord op al je vragen of twijfel je nog tussen
bepaalde richtingen. Wordt het bio-ingenieur, chemie, biologie of biomedische wetenschappen? Welke studierichting is theoretischer en welke biedt
meer toepassingen en is praktischer gericht?
Op de infodagen in de maanden maart en april kom je er meer over te weten.
Je kan ook steeds een afspraak maken via het Studenten Informatie Punt
(STIP) met een studieadviseur.
Wil je je keuze eens bespreken met een professor uit de Bio-ingenieurs‑
wetenschappen, neem dan contact op per email met Dr. Geert Potters
([email protected]) of Ir. Katrien Michiels ([email protected]).
Studiebegeleiding | 21
Overgang van het secundair onderwijs naar de universiteit
Aan de universiteit ben je meer dan ooit verantwoordelijk voor jezelf. De
manier waarop je studeert en het academiejaar indeelt moet je aanpassen
aan je persoonlijk studeervermogen. Deze vaardigheid onder de knie krijgen
is voor een “eerstejaarsstudent” niet altijd eenvoudig. Je wordt immers
tegelijkertijd geconfronteerd met een aanzienlijke hoeveelheid leerstof en
met een examensysteem waar je geen ervaring mee hebt. De medewerkers
van de dienst Studieloopbaanbegeleiding kunnen je helpen. Hier kan je het
hele academiejaar terecht voor algemene studiebegeleiding.
Overbruggingsonderwijs in de maand september
Gedurende twee weken voorafgaand aan het academiejaar (september)
worden overbruggingslessen wiskunde en studiemethodiek ingericht.
Het overbruggingsonderwijs steunt op drie pijlers: herhaling, remediëren en
kennismaking. In grote lijnen wordt de voorkennis herhaald die nodig is om
de gekozen studierichting goed voorbereid aan te vatten. Voor hen die vaststellen dat de voorkennis niet op peil is, worden remediëringslessen voorzien.
Tenslotte biedt het overbruggingsonderwijs de gelegenheid om in een
ontspannen sfeer kennis te maken met de nieuwe studieomgeving, lesgevers
en medestudenten.
De overbruggingslessen zijn gratis en niet verplicht. Het rooster is zo
opgesteld dat iedere student een eigen lessenpakket kan samenstellen.
Studieadvies en studentenbegeleiding
De Dienst voor Studieadvies en Studentenbegeleiding helpt je vanaf het
moment dat je voor het eerst inschrijft tot aan het moment waarop je je
diploma ontvangt. Voor volgende zaken kan je bij ons terecht:
Informatie en advies over studeren in het hoger onderwijs
Dit kan handelen over studierichtingen binnen en buiten de Universiteit
Antwerpen, maar ook over het leerkrediet, het onderwijs- en examen­
reglement, enz.
22 | Studiebegeleiding
Begeleiding bij het maken van je studiekeuze, twijfels over je studierichting
Weten wat je wilt, is soms makkelijker gezegd dan gedaan. Samen met een
studentenbegeleider kan je aan de hand van gesprekken en oefeningen meer
zicht krijgen op je persoonlijkheid, capaciteiten, interesses en de studierichtingen die daarbij passen, al dan niet in het kader van heroriëntering.
Begeleiding omtrent studievaardigheden, studieplanning en uitstelgedrag
Een studentenbegeleider kan je studievaardigheden helpen aanscherpen
(hoe verwerk je grote hoeveelheden leerstof, hoe maak je een schema, hoe
maak je goede nota’s) en je helpen bij het maken van realistische planningen
en oefeningen om je uitstelgedrag tegen te gaan.
Psychologische begeleiding en psychotherapie
Wanneer je geconfronteerd wordt met persoonlijke problemen die je studies
belemmeren (faalangst, rouwverwerking, relatieproblemen, …), kan je
terecht bij een studentenbegeleider die samen met jou nagaat welke hulp
je het best kan gebruiken. Dit kan gaan over een kortere begeleiding, het
volgen van een training, het volgen van een langdurige psychotherapie of een
gepaste doorverwijzing. Alles gebeurt steeds op vrijwillige basis.
Begeleiding van studenten met een functiebeperking, topsport of
kunstbeoefening
Als student met een functiebeperking (fysische handicap of chronische ziekte,
leerprobleem, concentratieprobleem, stoornis binnen het autismespectrum of psychisch probleem ...), sport- of kunstbeoefening kan je bijzondere
faciliteiten aanvragen voor onderwijs en/of examens. Hiervoor is een attest
vereist. Meer info op: www.ua.ac.be/bijzonderefaciliteiten of in de folder
‘Studeren met een functiebeperking, topsport- of kunstbeoefening’.
Afstudeerbegeleiding en beroepskeuze
Tot slot kan je bij ons terecht voor hulp bij je zoektocht naar jobs passend bij
je persoonlijkheid, capaciteiten en interesses, voor informatie over verdere
studies na het behalen van een diploma, sollicitatietips, enz.
Het aanbod aan individuele, groepsgerichte en digitale begeleiding wordt aan
het begin van elk semester bekend gemaakt in alle publicaties voor studenten. Kijk ook zeker op ww.ua.ac.be/studentenbegeleiding.
Studiebegeleiding | 23
Studietrajectbegeleider
Voor specifieke vragen over je individuele programma, vrijstellingen e.d.
kan je terecht bij de studietrajectbegeleider van je faculteit:
www.ua.ac.be/contactpersonen_slb of bij de facultaire website.
Vakspecifieke begeleiding
Met vragen of problemen over één van je cursussen kan je terecht bij de prof
die deze cursus doceert of bij zijn/haar assistent(e). Gewoon langslopen of
een e-mail sturen: je wordt zeker snel geholpen.
Voor bepaalde vakken worden extra groepssessies georganiseerd om de theorie uit de hoorcolleges cerder toe te lichten en in oefeningen toe te passen.
Je kan hulp vragen waar je vastloopt, knelpunten van de cursus bespreken en
nuttige tips over het verwerken van de leerstof vragen.
De masteropleiding biedt de mogelijkheid je voor te bereiden op een
werksector naar keuze.
Taalbegeleiding: monitoraat op maat - Academisch Nederlands
Op het ‘Monitoraat op maat’ kan je terecht voor gratis taalondersteuning
Academisch Nederlands.
Tijdens individuele sessies helpen taaldocenten je met je taalvragen. Voor
specifieke taalbehoeften worden er contactmomenten in kleine groep
georganiseerd. Eigen werkstukken en studiemateriaal kunnen dan besproken
worden. Meer info: www.ua.ac.be/monitoraatopmaat
24 | Studieprogramma
Bachelor eerste jaar
Zoek je een voorbeeld van een collegerooster? Surf dan naar
www.ua.ac.be/collegeroosters. Daar vind je een overzicht van de huidige
collegeroosters.
Th = aantal uren theorie
Pr = aantal uren practicum
Sp = studiepunten
De indeling in uren theorie (Th.) en praktijk (Pr.) is in werkelijkheid niet altijd even
scherp als hier weergegeven. Sommige vakken bieden een mengvorm van klassieke lessen, zelfstudie en praktisch werk. De studiepunten geven een goed beeld
van de relatieve tijdsbesteding die verwacht wordt voor elk opleidingsonderdeel.
Opleidingsonderdeel
Th.
Pr.
Sp.
Wiskunde - Informatica
Toegepaste wiskunde I
Toegepaste wiskunde II
Computervaardigheden
30
30
15
45
30
15
6
6
3
Wetenschappen
Fysica I
Chemie I: chemische binding en thermodynamica
Chemie II
Organische chemie I
50
30
30
15
48
30
30
15
9
6
6
3
Wetenschappen van de levende materie
Plantkunde
Dierkunde
Celbiologie
40
30
45
20
45
15
6
6
6
Beheerswetenschappen
Economie
30
totaal
345
3
293
60
Studieprogramma | 25
Bachelor tweede jaar
Opleidingsonderdeel
Th.
Pr.
Sp.
Wiskunde - Informatica
Kansrekening en statistiek
25
25
5
Toegepaste wiskunde III:
differentiaalvergelijkingen
30
30
5
Programmeervaardigheden
15
15
3
52
45
40
46
15
20
9
6
6
Wetenschappen
Fysica II
Organische chemie: structuur en reactiviteit
Aardwetenschappen en bodemkunde
Wetenschappen van de levende materie
Fysiologie
Biochemie
Geïntegreerd practicum Fysiologie - Biochemie
Ecologie
40
45
60
30
4
5
4
3
Ingenieurswetenschappen
Toegepaste thermodynamica
30
10
4
Beheerswetenschappen
Bedrijfseconomie en ondernemerschap
15
15
3
Algemene ontwikkeling
Bio-ethiek
30
totaal
397
3
236
60
26 | Studieprogramma
Bachelor derde jaar
Gemeenschappelijke stam
Th.
Pr.
Sp.
Microbiologie
Fysische en thermische transportverschijnselen
Toegepaste statistiek en data-verwerking
Modelleren en simuleren van bio-systemen
Chemische analysetechnieken
Moleculaire biologie
Levensbeschouwing
20
30
15
15
20
30
30
20
20
15
15
50
4
5
3
3
6
3
3
Afstudeerrichting chemie en voedingstechnologie
Th.
Pr.
Sp.
Voedingsleer
Biochemische ingenieurstechnieken
Katalyse
Levensmiddelenchemie
Fysische elektrochemie en colloïdchemie
Biokatalyse en enzymtechnologie
Project Chemie en voedingstechnologie
30
30
30
30
30
20
20
20
20
20
20
20
20
100
5
5
5
5
4
4
9
Afstudeerrichting milieutechnologie
Th.
Pr.
Sp.
Milieutechnologie
Ecological toxicology
Milieuchemie
Biochemische ingenieurstechnieken
Bodemprocessen
Geïntegreerd practicum milieutechnologie
Project Milieutechnologie
40
15
40
30
30
20
15
20
20
30
100
4
3
4
5
5
3
9
Studieprogramma | 27
Afstudeerrichting cel- en genbiotechnologie
Th.
Pr.
Sp.
Biochemische ingenieurstechnieken
Cel- en genbiotechnologie
Genetica m.i.v. populatiegenetica
Moleculaire celbiologie
Geïntegreerd practicum
Project Cel- en gentechnologie
30
40
40
30
20
20
100
100
5
4
5
3
7
9
Afstudeerrichting land- en bosbeheer
Th.
Pr.
Sp.
Bodemprocessen
Landinformatiesystemen
Hydrologie + klimatologie
Landschapsanalyse + landschapsecologie
Bosbouw
Project land- en bosbeheer
30
30
30
15
30
20
20
20
20
15
30
100
5
5
5
3
6
9
28 | Opleidingsonderdelen bachelor eerste jaar
In deze brochure vind je de inhoud van de opleidingsonderdelen van het
eerste, tweede en derde jaar bachelor Bio-ingenieurswetenschappen.
Op de website www.ua.ac.be/wetenschappen staat meer uitgebreide
informatie over de begin- en eindtermen, inhoud, werk- en evaluatievormen en het noodzakelijk en aanbevolen studiemateriaal.
Celbiologie
De cursus celbiologie concentreert zich op de basisprincipes van de celstructuur
en celfunctie. Na een kort historisch overzicht van de celbiologie wordt drie grote
onderdelen behandeld: (1) biomoleculen, (2) cellen en (3) bijzondere
celbiologische processen.
Tijdens de colleges ‘Biomoleculen’ worden de volgende moleculen behandeld:
- suikers, met als type moleculen structurele en energierijke koolhydraten
- vetten, met nadruk op membraanlipiden,- eiwitten, met als typemoleculen
de globulines en de bloedgroepsubstanties
- nucleïnezuren, met als typemoleculen viraal, bacterieel en eukaryoot RNA
en DNA
Bij de bespreking van de ‘cellen’ ligt de nadruk vooral op:
- de structuur en functie van de celorganellen: membranen; cytosol en cytoskelet; kern, endoplasmatisch reticulum, Golgi-apparaat, lysosomen, peroxisomen, mitochondria en chloroplasten
- dynamische processen in de cel : endocytose en fagocytose, membraamrecycling, celcommunicatie, celcyclus, celdeling en apoptose; energiehuishouding
in de cel- de vorming van gameten en het proces van meiose.
Bij de bespreking van de volgende celbiologische processen worden ook een
aantal biotechnologische technieken geintroduceerd:
- begrippen van immunologie en immuuntechnologie
- de spiercellen en cytotechieken
Opleidingsonderdelen bachelor eerste jaar | 29
Chemie I: Chemische binding en thermodynamica
De vakken Chemie I en Chemie II vormen samen een grondige inleiding tot de
Algemene scheikunde. In het gedeelte I komen twee topics aan bod, nl. de
Atoom- en Molecuulstructuur, en een eerste gedeelte van de Fysische scheikunde. Na een historisch overzicht van de ontwikkeling van de atoomtheorie,
worden in de topic Atoom- en Molecuulstructuur, de structuur van het waterstofatoom en de opbouw, en de relatie hiervan met de fysische eigenschappen,
van meerelektronatomen besproken. Deze begrippen worden aangewend om
de verschillende soorten chemische bindingen te bespreken. Tevens worden
enkele gevorderde begrippen, zoals hybridisatie en molecuulorbitaaltheorie,
beschreven. Deze topic wordt afgerond met de bespreking van de relatie tussen molecuulstructuur en de intermoleculaire interacties. In de topic Fysische
scheikunde worden vooreerst de toestandsvergelijkingen van gassen besproken.
In het volgende hoofdstuk worden deze gebruikt om de hoofdwetten van de
Thermodynamica te behandelen. De toepassingen van de thermodynamica in de
scheikunde, speciaal met betrekking tot het chemisch evenwicht, komen aan bod
in de Thermochemie.
Chemie II
Het vak Chemie II is het vervolg op het vak Chemie I. Dit tweede deel behandelt
een aantal hoofdstukken uit de Fysische scheikunde, en behandelt eveneens de
Beschrijvende scheikunde. In het gedeelte Fysische scheikunde worden vooreerst
de evenwichtsgedragingen van oplossingen, met o.m. ionisatie-evenwichten,
zuur-basegedrag, complexvorming en oplosbaarheid van zouten bestudeerd. In
een volgend hoofdstuk komen een aantal aspecten van de kinetiek van chemische reacties aan bod, en uiteindelijk worden in het hoofdstuk Elektrochemie, na
een studie van elektroden en elektrodepotentialen, toepassingen zoals batterijen
en brandstofcellen besproken, terwijl eveneens een aantal elektrochemische
kenmerken van corrosie beschreven worden. In de topic Beschrijvende scheikunde worden op systematische wijze de bereiding, de eigenschappen en het gebruik
van een aantal belangrijke anorganische chemicaliën beschreven.
Computervaardigheden
Aan de hand van de programmeertaal Python wordt de studenten aangeleerd
wat de basisstructuren van een hedendaagse hoog-niveau programmeertaal zijn,
en hoe deze kunnen gecombineerd worden om algoritmes te implementeren.
30 | Opleidingsonderdelen bachelor eerste jaar
Bovendien wordt aangeleerd hoe softwarebibliotheken kunnen aangesproken
worden om bepaalde standaardfunctionaliteit, zoals het plotten van functies, in
een eigen programma te integreren.
Tenslotte wordt aangetoond hoe, met de verworven kennis in Python, de overstap kan gemaakt worden naar een product met een meer specifieke focus, in
casu Matlab.
Dierkunde
Vooreerst doe je in de cursus Dierkunde basiskennis op van de basisprincipes van
evolutie en ecologie en het functioneren van een levensvorm als individu. Daarop
volgend wordt een overzicht van de diversiteit aan algemene bouwplannen in het
dierenrijk gegeven waarbij fylogenetische context als een rode draad doorheen de
cursus loopt. Bij de bespreking van de verschillende diergroepen wordt speciaal
aandacht besteed aan deze die een belangrijke rol spelen voor de mens. Aspecten
rond dierenwelzijn worden kort besproken.
Daarenboven wordt parallel aan de theoretische cursus, een aantal basis vaardigheden bijgebracht tijdens de practica. De student zal leren op zelfstandige
basis te werken met een microscoop en op die manier kennis aangaande de
morfologie van dieren vergaren en leren rapporteren. Tevens wordt het gebruik
van determinatietabellen aangeleerd.
Economie
Dit opleidingsonderdeel is bedoeld als inleiding tot de Algemene economie en
valt uiteen in 2 delen: de micro- en de macro-economie. In het eerste deel zal
nader worden ingegaan op de algemene beginselen van de micro-economie,
m.n. de prijsvorming via vraag en aanbod, de analyse van het gedrag van de
beslissingseenheden zelf (bedrijven en gezinnen) a.h.v. de produktietheorie en
het consumentengedrag. In een tweede deel wordt de macro-economische
samenhang tussen de nationale aggregaten bestudeerd. Na een overzicht van
de macro-economische grootheden zal het macro-economisch evenwicht zowel
op de goederen- als op de geldmarkt besproken worden, alsook de internationale
economische betrekkingen. Er wordt daarbij aandacht besteed aan de verschillende instrumenten en effecten van een economisch overheidsbeleid.
Fysica I
In deze cursus wordt de klassieke mechanica van Newton behandeld en de
toepassing hiervan op de beweging van starre lichamen, vloeistoffen en gassen.
Opleidingsonderdelen bachelor eerste jaar | 31
Daar waar mogelijk wordt het verband met de kwantummechanica gelegd. De
theorie wordt geïllustreerd aan de hand van voorbeelden en eenvoudige experimenten. De nodige wiskundige technieken worden geintroduceerd tijdens de
hoorcolleges. Tijdens de oefeningensessies kunnen de studenten de leerstof toepassen bij het oplossen van eenvoudige problemen. Tijdens de practica voeren de
studenten op zelfstandige wijze eenvoudige proeven uit en leren ze een correcte
nauwkeurigheidsanalyse uit te voeren op de gemeten grootheden.
Volgende onderwerpen komen aan bod :
- kinematica, dynamica en statica in 1, 2 en 3 dimensies. Wetten van Newton.
- arbeid, energie, wet van behoud van energie
- behoud van impuls, botsingen van deeltjes
- rotatiebeweging van starre lichamen, traagheidsmoment, behoud van
impulsmoment, rollen zonder glijden
- gravitatiewet van Newton
- hydrostatica en hydrodynamica: Wet van Pascal, Principe van Archimedes,
vergelijking van Bernoulli, oppervlaktespanning
- trillingen: harmonische trilling, gedempte trilling, gedwongen trilling,
resonantiefenomeen
- golven: golfvergelijking, harmonische golven, lopende en staande golven,
geluidsgolven, Dopplereffect
- warmteleer: definitie begrip temperatuur, ideale gaswet, kinetische gastheorie, Maxwell verdeling
Organische chemie I
Het grootste deel van de cursus handelt over de diverse structurele aspecten van
organische moleculen. Na een korte herhaling van de begrippen over che¬mische
binding die van toepassing zijn in de organische chemie (Chemie I, 1ste semester), wordt een overzicht gegeven van alle functionele groepen. Deze groepen
zijn kenmerkend voor elke klasse van producten en bepalend voor de reactiviteit
en het fysicochemisch gedrag in vaste, vloeibare en gasvormige toestand. Een
volledig hoofdstuk handelt over stereochemie, d.i. de kennis van de ruimtelijke
karakteristieken van een organische molecule. Deze zijn bijzonder belangrijk voor
de zogenaamde chirale moleculen, want zij liggen aan de basis van het gedrag in
biochemische processen. Ook zuur - base eigenschappen van moleculen worden
besproken wegens hun belang bij intermoleculaire interacties.
Vervolgens wordt een inleiding gegeven tot de naamgeving van organische
moleculen. In de oefeningen kunnen de studenten zich verder familiariseren met
32 | Opleidingsonderdelen bachelor eerste jaar
de nieuwe begrippen zodat die meteen kunnen worden aangewend in het vak
Organische chemie in het tweede bachelorjaar.
Plantkunde
De nadruk wordt gelegd op de anatomische bouwplannen door de natuur
gehanteerd voor de constructie van de plant. Voornamelijk de structuren bij de
planten met geleidingsweefsel worden in detail toegelicht, mede omwille van het
groot nut van deze organismen voor de mens o.m. in de voedselvoorziening. Ook
de grote diversiteit in vorm in het plantenrijk wordt beschreven in een gedeelte
morfologie. De systematische indeling van het plantenrijk vormt een tweede
belangrijk onderdeel. Met de evolutiegedachte als basis worden de diverse lijnen
van ontwikkeling belicht. Hierbij worden ook wieren, schimmels, bacteriën en
virussen besproken. Specifiek worden accenten gelegd op die aspecten waarbij
een interactie met de mens optreedt.
Het practicum omvat:
- het zelf maken van een aantal eenvoudige preparaten van plantenweefsels;
- microscopie van de verschillende weefsels en de studie van de anatomische
opbouw van de organen;
- microscopie van vertegenwoordigers van de voornaamste groepen van
schimmels en wieren.
Toegepaste wiskunde I
1. Complexe getallen: basisbewerkingen, machtsverheffen en worteltrekken,
poolvormen, complexe veeltermvergelijkingen
2. Matrixrekening: vectorruimten, ringbewerkingen van de matrix, determinanten, matrixinversie, oplossen van stelsels met de methodes van Gauss-Jordan
en Cramer
3. Ruimtemeetkunde: punten en vectoren in R2 en R3, onderlinge ligging van
rechten en vlakken, lineaire transformaties, eigenvectoren eigenwaarden en
eigenruimten, diagonalisatie van een matrix, orthogonaliteit, afstand, scalair
en vectorieel product
4. Limieten en continuïteit: functies, continuïteit, cyclometrische functies,
verschillende soorten limieten in R en rekenregels, exponentiële en logaritmische functies, hyperbolisch-goniometrische functies, het O-symbool van
Landau
5. Afgeleiden: rekenregels, hogere afgeleiden, extremaonderzoek, middelwaardestellingen, convexiteit, asymptoten, functieonderzoek, methode van
Newton-Raphson
Opleidingsonderdelen bachelor eerste jaar | 33
6. Primitieven: rekenregels, partiële integratie, substitutie, splitsen in
partieelbreuken, regel van Fuss, onbepaalde integralen van de tweede en
derde klasse, recursie
Toegepaste wiskunde II
7. Bepaalde integralen: boven- onder- en Riemann-sommen, oneigenlijke integratie, numerieke integratiemethoden, berekenen van oppervlakken volumes
booglengtes en complanaties
8. Differentiaalvergelijkingen: algemeenheden, singuliere oplossingen,
parameterfamilies oplossingen, scheiding van veranderlijken, homogene
differentiaalvergelijkingen, DV met lineaire coëfficiënten, exacte differentiaalvergelijkingen, integrerende factoren, lineaire differentiaalvergelijkingen
van de eerste orde, vergelijkingen van Bernouilli en Ricatti, homogene lineaire
differentiaalvergelijkingen van hogere orde, Eulervergelijingen, methode van
de onbepaalde coëfficienten en variatie van de parameters, ordereductie
9. Rijen en reeksen: rekenkundige en meetkundige rijen en hun sommatie,
convergentie, limsup en liminf, reeksen in R, convergentiecriteria, Taylor- en
Maclaurinreeksen, puntsgewijze en uniforme convergentie, fourierreeksen
10. Differentieerbaarheid in meer veranderlijken: continuïteit, limieten, partiële
afleidbaarheid, differentieerbaarheid, kettingregel, hogere afgeleiden, Taylor
en Newton-Raphson, krommen en oppervlakken, impliciete functiestelling, extrema van functies van meerdere veranderlijken, multiplicatoren van
Lagrange
34 | Opleidingsonderdelen bachelor tweede jaar
Aardwetenschappen en bodemkunde
Deel 1 Geologie (door prof. S. Temmerman) wordt begonnen met een korte
inleiding en overzicht van het ontstaan en de inwendige structuur van de aarde.
Vervolgens wordt uitvoerig ingegaan op de theorie van de platentektoniek, als
algemeen verklaringsmodel voor de geologische processen die tijdens deze
cursus aanbod zullen komen. Vervolgens wordt ingegaan op de verschillende
types mineralen en gesteenten die op aarde voorkomen. Hierbij aansluitend
worden praktische oefeningen gemaakt op het herkennen van een aantal belangrijke mineralen en gesteenten. Dan worden een aantal geologische processen
besproken, die geraleteerd zijn aan de vorming van gesteenten, zoals vulkanisme
en plutonisme, breuk- en plooitektoniek. Eenmaal we deze basisprocessen
kennen, wordt de evolutie van de aarde doorheen de geologische tijd bekeken:
we geven een overzicht van de grondslagen van de stratigrafie en geochronologie. Als casus, bestuderen we de geologische opbouw van België.
In deel 2 (door prof. I. Janssens) worden de basisprincipes van de Bodemkunde
behandeld. De vorming van bodems speelt zich af aan het oppervlak van de
aardkorst door de verwering van gesteenten. We bekijken eerst welke fysische,
chemische en biologische processen komen kijken bij deze verwering van
gesteenten en de vorming van bodems. Er wordt aandacht besteed aan de factoren die bepalend zijn voor de water- en nutriëntenhuishouding van
bodems, en dus de bodemgeschiktheid voor organismen zoals planten. We
bespreken processen die leiden tot de ontwikkeling van bodemhorizonten.
Tenslotte wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste bodemtypes die op
aarde voorkomen en zoeken we een verklaring voor hun globale verspreiding.
In deel 3 (door prof. S. Temmerman) worden kort de klimaatzones op aarde
besproken en wordt meer uitvoerig ingegaan op klimaatverandering. Oorzaken
en gevolgen worden besproken van zowel klimaatverandering in de loop van de
aardgeschiedenis, als de huidige klimaatverandering.
In deel 4 (door prof. S. Temmerman) worden geomorfologische en hydrologische
processen besproken die zich aan het aardoppervlak afspelen en die leiden tot
de vorming van landschappen, nl. (1) verwering, (2) massabewegingen, (3) erosie
en sedimentatie door water, wind, en ijs. Doorheen de cursus wordt bijzondere
aandacht besteed aan de interactie tussen landschappen en organismen en
ecosystemen. De theorie wordt tenslotte toegepast onder vorm van een excursie.
Opleidingsonderdelen bachelor tweede jaar | 35
Bedrijfseconomie en ondernemerschap
Eerst worden de principes van de algemene en industriële boekhouding behandeld, gevolgd door de analyse de financiële structuur en financiering van een
onderneming. Vervolgens wordt ingegaan op studie van de kostprijssystemen,
de budgettering en kasplanning. De cursus geeft verder inzicht in de financiële
en economische technieken van de investeringen. Daarbij aansluitend worden de
basistechnieken besproken die aangewend worden bij de opvolging en planning
van activiteiten in de uitvoering van een project.
Bio-ethiek
Deze cursus bestaat uit een reeks voordrachten. Elke voordracht belicht een
thema waarin wetenschappelijke inzichten een impact hebben op de maatschappij: evolutieleer, alternatieve geneeskunde, kernenergie, Kyoto-akkoorden, de
groei van de wereldbevolking, antibioticaresistentie, transgene organismen en
patentrecht, … het zijn slechts een handvol van de mogelijke thema’s. Zo wordt
je geconfronteerd met de grijswaarden van de samenleving: geen slogantaal,
maar complexe vraagstukken die ook met wetenschappelijke helderheid kunnen
worden benaderd.
Je dient een drietal van de aangeboden voordrachten samen te vatten en je eigen
visie op het onderwerp omstandig en, vooral, beargumenteerd, neer te zetten.
Voorafgaand houden we enkele algemene oefeningen in discussiëren, kritisch
denken, en het opbouwen van een argumentatie. We bespreken ook het begrip
‘wetenschap’, ‘experiment’, en de ethiek van de onderzoeker.
Biochemie
In deze cursus worden eerst kort de macromoleculaire structuren van de cel toegelicht, en wordt daarna uitvoerig ingegaan op de biochemische pathways in de
cel, waaronder de pathways van het energiemetabolisme, de afbraak van suikers,
vetzuren en eiwitten, en de fotosynthese en respiratorisch elektronentransport.
Er wordt nadruk gelegd op de regulatie van deze processen, op cellulair niveau
en op het niveau van de betrokken enzymen. Bovendien worden een aantal enzymatische werkingsmechanismen in detail uitgelegd. Een degelijke kennis van de
organische scheikunde is onontbeerlijk.
36 | Opleidingsonderdelen bachelor tweede jaar
Ecologie
De wederzijdse relaties tussen organismen en hun fysico-chemisch en biotisch
milieu worden benaderd vanuit een natuurfilosofische invalshoek door het aantonen van algemeen geldende wetmatigheden en verbanden, veeleer dan de klassieke natuurhistorische werkwijze gesteund op beschrijving en classificatie van
feiten. Na een algemene inleiding, komen het bereik en de indeling van de ecologie kort aan bod. Vervolgens worden het fysische en het abiotisch milieu (energie
en klimaat) behandeld. Kenmerken van populaties (groei, dynamiek, regulatie) en
gemeenschappen (competitie, predatie, structuur en processen) worden uitvoerig behandeld. De nodige aandacht wordt besteed aan energiedoorstroming in
en productiviteit van ecosystemen, nutrientencycli en biogeochemische cycli. Tot
slot wordt biodiversiteit behandeld. De cursus is dus gestructureerd in lijn met
de hiërarchische organisatieniveaus in de ecologie. Ecologie is de studie van al de
interacties van organismen met hun milieu en bevat meer verscheidenheid dan
elke andere wetenschap.
Fysica II
Deze cursus geeft een overzicht van de belangrijkste resultaten van het elektromagnetisme. De behandeling is klassiek i.e. niet kwantummechanisch. Daar waar
mogelijk wordt wel de link met de kwantummechanica gemaakt. Een belangrijk
deel van de cursus wordt besteed aan de eigenschappen van licht. Daarnaast komen ook enkele onderwerpen uit de “moderne fysica” aan bod zoals de speciale
relativiteitstheorie, de kernfysica en de kwantummechanica. De theorie wordt
steeds geïllustreerd aan de hand van voorbeelden en eenvoudige experimenten.
Tijdens de oefeningensessies kun je de leerstof toepassen bij het oplossen van
eenvoudige problemen. Tijdens de practica voer je op zelfstandige wijze eenvoudige proeven uit voorzien van een nauwkeurigheidsanalyse op de gemeten
grootheden.
De volgende onderwerpen komen aan bod:
• Speciale relativiteitstheorie: Lorentztransformatie, tijdsdilatatie, Lorentzcontractie, gelijktijdigheid, relativistische impuls, equivalentie van massa en
energie.
• Elektrisch veld, elektrische potentiaal, capaciteit van condensatoren, Wet van
Coulomb, Wet van Gauss.
• Gelijkstroom: wet van Ohm, analyse van eenvoudige weerstandsnetwerken.
• Magnetisme: bronnen van magnetisme, Lorentzkracht, Wet van Ampere, Wet
van Biot-Savart, para-, dia- en ferromagnetisme.
• Inductiewet van Faraday
Opleidingsonderdelen bachelor tweede jaar | 37
•
•
•
•
•
•
Maxwellvergelijkingen, Elektromagnetische golven
Wisselstromen: impedanties, versterkers, filters
Geometrische optica: lenzen, spiegels
Golfoptica: diffractie en interferentie, polarisatie
Radioactiviteit: radioactief verval, alfa-, beta- en gammastraling, kernfissie
en kernfusie
Begrippen uit de kwantummechanica: straling zwart lichaam, foto-elektrisch
effect, Schrödingervergelijking, tunneleffect, elektronenmicroscoop, LASER
Fysiologie
Het opleidingsonderdeel fysiologie bestaat uit twee delen, met name
dieren¬fysiologie (gedoceerd door Prof. R. Blust), en plantenfysiologie (gedoceerd
door Prof. H. Asard). In elk onderdeel worden de belangrijkste fysiologische processen uitgelegd, en het belang ervan voor de ontwikkeling en het functioneren
van het organisme. In de plantenfysiologie betreft dit bv. de waterhuishouding,
opname van mineralen, de werking van plantenhormonen, en een inleiding tot de
stressfysiologie bij planten. De praktische oefeningen die de theorie van dit opleidingsonderdeel begeleiden worden apart gegeven (zie Geïntegreerd Practicum).
Geïntegreerd practicum Fysiologie – Biochemie
Tijdens dit opleidingsonderdeel voer je verschillende experimenten uit, per twee
of per drie, rond aspecten van plantenfysiologie, dierenfysiologie en biochemie.
Je leert een aantal aspecten van biochemische analyse en enzymologie, je leert
laboproeven te doen met biologisch materiaal, en je leert hierover rapporteren.
Al doende leer je ook wat een goed experiment is en hoe je dit moet opzetten.
Voorbeelden van proeven zijn:
- plasmolyse bij cellen van de rode ui;
- vet- en koolhydraatbepaling in lever en spierweefsel;
- osmotische regulatie bij de mens;
- isolatie van plantenpigmenten;
- effect van mineralen op de plantenontwikkeling;
- enzymactiviteit bij zaadkieming;
- gelelektroforese van planteneiwitten.
38 | Opleidingsonderdelen bachelor tweede jaar
Kansrekening en statistiek
De algemene doelstelling is je vertrouwd te maken met de basisbeginselen
van de kanstheorie en met de statistische methoden die gebruikt worden om
wetenschappelijke onderzoeksvragen op te lossen. De cursus ‘Kansrekening
en statistiek’ draagt bij tot volgende competenties: basisinzichten verwerven
in relevante wetenschappelijke methoden en technieken, ontwikkelen van probleemoplossend vermogen, kunnen analyseren, synthetiseren en integreren van
verschillende inzichten, methoden kritisch leren toepassen en beoordelen. Meer
specifiek kan je statistische methoden en kansregels verantwoorden, verklaren,
en toepassen op concrete onderzoeksvragen, inzicht verwerven in statistische
methoden en kansregels, in concrete situaties kiezen tussen de verschillende
beschikbare methoden, en een correcte redenering opbouwen (van analyse van
het probleem tot oplossing en conclusie). De cursus maakt intensief gebruik van
het statistisch pakket R.
Volgende onderwerpen komen aan bod in de cursus:
• Algemene inleiding: doel van de statistiek
• Beschrijvende statistiek: grafische en numerische voorstellingen om gegevens samen te vatten
• Kanstheorie
• Univariate kansvariabelen: discrete en continue kansvariabelen, kansverdelingen en kansdichtheden, kengetallen
• Multivariate kansvariabelen: gezamenlijke kansverdeling, marginale en voorwaardelijke kansverdeling, covariantie, correlatie en variantie
• Het schatten van populatieparameters: steekproefgemiddelde, steekproefproportie, steekproefvariantie
• Intervalschatters: opstellen van betrouwbaarheidsintervallen
• Het toetsen van hypothesen: na een algemene inleiding over toetsen worden
de belangrijkste toetsen voor ligging, spreiding en verdeling behandeld, voor
verschillende meetschalen en voor één, twee en meer dan twee populaties
• Lineaire regressie
De opbouw van de cursus gebeurt aan de hand van wetenschappelijke en technologische toepassingen.
Opleidingsonderdelen bachelor tweede jaar | 39
Organische chemie II: structuur en reactiviteit
In het begin van de cursus wordt bekeken hoe enkele in het eerste jaar bachelor
verworven algemene begrippen (Organische chemie I) zoals covalente binding,
chemische reactiviteit en reactiekinetiek, stereochemie, zuur-base eigenschappen enz. verder kunnen toegepast worden op de verschillende productenklassen
uit de organische chemie. Van elke klasse worden vervolgens zowel fysische als
chemische eigenschappen, voorkomen, bereidingen en toepassingen behandeld.
Ook de verschillende klassen van natuurproducten worden kort besproken. De
verschillende scheidings- en zuiveringstechnieken worden summier besproken
in de theorielessen en vervolgens toegepast tijdens de laboratoriumsessies. Dit
is ook het geval voor de moderne spectroscopische methoden voor structuuridentificatie zoals Infra Rood- en Massaspectroscopie en Nucleaire Magnetische
Resonantie.
Tijdens de theoretische oefeningen worden de verschillende reacties en reactietypes verder toegelicht aan de hand van oefeningen.
Programmeervaardigheden
- Praktijkervaring met programmeren (programmeertaal Java) door middel van
uitbreidingen aan bestaande software.
- Toepassen van enkele veelgebruikte software engineering technieken
(use-cases, tijdsbladen, versie-controle).
Toegepaste thermodynamica
Thermodynamica gaat over energie, energie die essentieel is voor elke vorm
van leven en overal in het dagelijkse leven opduikt. Thermodynamica vormt
een essentieel onderdeel van elke ingenieursstudie. De basisprincipes van de
thermodynamica komen aan bod en van daaruit worden een aantal belangrijke
thermodynamische cycli bestudeerd. Steeds worden er voorbeelden uit de dagelijkse praktijk aangehaald om het intuïtief begrijpen van de thermodynamische
principes te onderbouwen. Toepassingen uit het huishouden, uit de industrie,
energiecentrales, auto- en vliegtuigmotoren... zijn maar enkele van de voorbeelden die een andere betekenis krijgen na het volgen van deze cursus.
40 | Opleidingsonderdelen bachelor tweede jaar
Toegepaste wiskunde III: differentiaalvergelijkingen
11. Integraalrekening in meerdere veranderlijken: dubbel- en driedubbelintegralen, de stellingen van Fubini, coördinaattransformaties
12. Integraalstellingen: lijnintegralen en potentialen, stelling van Green,
Jordanoppervlakken en oriëntatie van een oppervlak, flux, rotor, divergentie,
stellingen van Stokes en Gauss-Orstrogradski
13. Machtreeksen: reële machtreeksen, differentiaalvergelijkingen oplossen met
de methode van Frobenius-Fuchs, vergelijkingen van Bessel en
Legendre
14. Vectoriële differentiaalvergelijkingen: lineaire stelsels differentiaal­
vergelijkingen, veralgemeende eigenwaardeproblemen, stabiliteit
15. Partiële differentiaalvergelijkingen: differentiaaloperatoren, scheiding van
veranderlijken, randvoorwaardeproblemen, testfuncties en distributies,
fouriertransformaties, Laplace-transformaties, bewegingsvergelijkingen van
Lagrange
16. Differentievergelijkingen: lineaire en homogene vergelijkingen, vergelijkingen
van eerste orde, differentiecalculus, niet-homogene vergelijkingen, transformeerbare vergelijkingen, de Z-transformatie, inleiding op complexe analyse
Opleidingsonderdelen bachelor derde jaar | 41
Gemeenschappelijke opleidingsonderdelen voor alle
afstudeerrichtingen
Chemische analysetechnieken
Eerst komen de analytische kernvaardigheden aan bod. Deze omvatten zowel
de experimentele basis, als de analytische ‘unit operations’ (instrumentele
calibratie, foutenanalyse,..). Vervolgens wordt ingegaan op de basis van het
chemisch evenwicht en het analytisch gebruik ervan voor o.a. pH-berekeningen,
neerslagreacties, scheidingsmethoden en complexvorming. De fundamenten van
de spectrofotometrie en in het bijzonder ingegaan de moleculaire UV-VIS absorptiespectrofotometrie en fluorimetrie worden behandeld. Dan wordt inge¬gaan op
de basis van de chromatografische technieken en de twee belangrijke methoden
voor verdelingschromatografie nl. HPLC en GC. Vervolgens komen er de meer
gevorderde analyseprocedures, methoden en vaardigheden. Deze omvatten
volumetrie en in het bijzonder de aanpassing van een recept aan een gegeven
probleem, scheidingstechnieken zoals AFC, IC, SEC, CE en TLC, spectrometrie
voor element-analyse en electrochemische methoden.
Fysische en thermische transportverschijnselen
In deze cursus worden de grondbeginselen van stromingsmechanica en warmte(massa-) overdracht toegelicht.
In het gedeelte over stromingsleer behandelen we volgende onderwerpen:
- inleiding met algemene basisbegrippen, gebruikt bij de analyse van de
fluïdumstroming
- krachten die door fluïda in rust (fluïdumstatica) worden uitgeoefend
- fluïdumkinematica of de beweging van vloeistoffen
- de Bernoulli- en de energievergelijking
- controlevolume-impulsanalyse voor fluïdumstromingsproblemen
- interne stroming, ingeval van een volledig gevulde buis met een fluïdum en
fluïdumstroming, voornamelijk gedreven door een drukverschil
- externe stroming: stroming over lichamen die worden ondergedompeld in
een fluïdum, met de nadruk op de daaruit voortvloeiende lift- en weerstandskrachten.
In het gedeelte over warmteoverdracht wordt aandacht besteed aan:
- de fundamentele mechanismen (geleiding, convectie en straling), thermische
geleidbaarheid, simultane warmteoverdracht worden ingeleid
42 | Opleidingsonderdelen bachelor derde jaar
-
-
-
-
-
een grondige bespreking van stationaire warmtegeleiding, met inbegrip van
de warmteoverdracht met behulp van vinnen
transiënte warmtegeleiding voor systemen die via de “lumping”-methode
kunnen berekend worden, 1-dimensionale warmtegeleidingsproblemen, en
de productmethode voor multidimensionale systemen
gedwongen en natuurlijke convectie waar fluïdumstroming en warmteoverdracht gecombineerd voorkomen
analysemethoden om warmtewisselaars te berekenen
verband tussen warmte- en massaoverdracht.
Levensbeschouwing
Levensbeschouwelijke diversiteit is in de hedendaagse samenleving een feit en
dit weerspiegelt zich ook aan de universiteit. Om met deze diversiteit om te gaan
kiest de Universiteit Antwerpen voor actief pluralisme. Actief pluralisme wil recht
doen aan het belang van levensbeschouwelijke ideeën en aan de plaats die ze
in de openbare ruimte kunnen innemen. Levensbeschouwelijke ideeën blijven
immers een belangrijke rol spelen in het morele bewustzijn en in het dagelijks
oordelen en handelen van mensen, organisaties en samenlevingen.
Actief pluralisme is zelf geen levensbeschouwing, maar een houding ten
aanzien van (de eigen en andere) levensbeschouwingen. Het insisteert op een
inhoude¬lijke dialoog binnen en tussen levensbeschouwingen en op een concreet
enga¬gement dat levensbeschouwingen als fenomeen, als overtuiging én als
praktijk, ernstig wil nemen.
In dat verband richt het Centrum Pieter Gillis een levensbeschouwelijke cursus (30 uur - 3 studiepunten) in voor alle studenten van het 3e bachelorjaar.
Doelstelling is levensbeschouwelijke zaken bespreekbaar te maken en erover
na te denken. Omgaan met levensbeschouwelijke verschillen en conflicten is
echter vaak niet vanzelfsprekend. Veelal ontbreekt het aan een elementaire
levensbe¬schouwelijke geletterdheid. Het vak heeft dan ook niet de bedoeling
mensen tot een of andere levensbeschouwing te bekeren, maar is vormend van
opzet.
Om de cursus zo boeiend mogelijk te maken voor een zeer breed spectrum, qua
opleiding en belangstelling van alle studenten werd geopteerd voor een breed
aanbod met keuzemogelijkheden. De cursus bestaat uit drie onderdelen: een
inleidende A module, een verdiepende B module waarin men kan kiezen tussen
lessenreeksen over verschillende levensbeschouwingen, en een verbredende C
Opleidingsonderdelen bachelor derde jaar | 43
module waarin de relatie wetenschap-levensbeschouwing, recht/
maatschappij-levensbeschouwing aan bod komen.
Meer info: www.ua.ac.be/pietergillis
Microbiologie
Dit opleidingsonderdeel voorziet een grondige basis in de algemene microbio­
logie door:
- inzicht te verschaffen in de diversiteit van bacteriën, op het vlak van cellulaire
opbouw, morfologie, groeivereisten, metabolisme en taxonomie;
- inzicht te verschaffen in de plaats van micro-organismen in ecosystemen en
in de rol die ze in de biosfeer kunnen spelen in diverse natuurlijke processen
(biogeochemische cycli, aquatische systemen en plant-bacterie-interacties)
en bij menselijke activiteiten; metabolisme en metabolische diversiteit (o.a.
fototrofie, fermentatie, stikstoffixatie, ontbinding, mineralisatie) te behandelen;
- inzicht te verschaffen in de diversiteit van virussen, op het vlak van
morfologie, replicatie, genetica en taxonomie; technieken te bespreken in
verband met het kweken en verdelgen van micro-organismen;
·- kennis te verschaffen van het proces van afvalwaterzuivering
(Prof. Dr. ir. Van de Steene).
- inzicht te verschaffen in de kinetiek van microbiologische reacties
(Prof. Dr. ir. Van de Steene)
Het practicum behandelt:
- standaardtechnieken uit de bacteriologie (aseptisch werken, kleuringen,
celkweek);
- manieren om bacteriën te tellen en te identificeren;
- experimenten om bacteriële activiteit in bodem- en waterstalen te
bestuderen;
- microscopische analyse van slib en waterkwaliteitsbepalingen
(Prof. Dr. ir. Van de Steene).
Tevens wordt een bezoek gebracht aan een waterzuiveringstation
(Prof. Dr. ir. Van de Steene).
44 | Opleidingsonderdelen bachelor derde jaar
Modelleren en simuleren van biosystemen
De cursus bestaat uit drie grote delen.
Deel 1: Lineaire systemen in het Laplacedomein
-Laplacetransformatie
- Transferfunctie, polen en nulpunten
- Input-output stabiliteit
- Multivariabele systemen
- Procesdynamica: 0e, 1ste en 2de orde systemen; hogere orde systemen
-Toepassingen
Deel 2: Lineaire systemen in het tijdsdomein
- Begrip toestand
-Toestandsruimtemodel
- Inwendige stabiliteit
- Waarneembaarheid en stuurbaarheid
- Realisatie van systemen
-Toepassingen
Deel 3: Niet-lineaire systemen
- Niet-lineaire systemen in het fasevlak
- Bijna-lineaire systemen
- Evenwichtspunten
- Lokale stabiliteit
- Toepassingen
Moleculaire biologie
Een Nederlandstalige syllabus staat ter beschikking: de inhoud ervan is gebaseerd op diverse boeken en publicaties. Hoewel er diverse zeer goede (weliswaar
Engelstalige) handboeken in de handel beschikbaar zijn, wordt er voorkeur gegeven aan een eigen samengestelde cursus die beter aangepast is aan de noden
en interesses van de studenten Toegepaste Biologische Wetenschappen. In de
meeste gevallen biedt een leerboek ‘teveel’ en tevens ‘teweinig’ aan en zijn de
voorbeelden soms te eenzijdig (bv. te medisch, te weinig aanschouwelijk,..). De
cursus poogt aan dit euvel te verhelpen, al is er een uitgebreide bronvermelding.
Gezien het snel evoluerend karakter van deze discipline moet de cursus jaarlijks
herzien worden.
Opleidingsonderdelen bachelor derde jaar | 45
Voorziene onderdelen en hoofdstukken
- Inleiding tot de Moleculaire Biologie
- Nucleïnezuren (bouwstenen, nucleosiden, nucleotiden, polynucleotiden)
- Structuur van DNA
- Denaturatie en renaturatie van DNA
- DNA replicatie
- Mutaties in DNA, recombinatie en herstel
- RNA: samenstelling, structuur en voorkomen
- Synthese van RNA: transcriptie
-tRNA
- rRNA en ribosomen
-mRNA
-Eiwitsynthese
- De genetische code
- Regulatie van genexpressie
-Recombinant-DNA-technologie
- Polymerase chain reaction
-DNA-sequentieanalyse
- Moderne studie van de genexpressie
Toegepaste statistiek en dataverwerking
Deze cursus behandelt de basisprincipes van data analyse. Er wordt een overzicht
gegeven van grafische technieken van boxplots tot scatter plot matrices. Lineaire
(meervoudige regressie, multiway ANOVA inclusief random effects, ANCOVA) en
veralgemeende lineaire modellen (logit en log-lineair) worden behandeld vertrekkend van voorbeelden. Basisprincipes van experimenteel design worden in het
kader van de ANOVA modellen aangebracht.
Aan het einde van deze cursus kunnen studenten de keuze van een model in
relatie tot de verzameling gegevens motiveren en een adequate beschrijving
geven van de a priori hypothesen. Zij kunnen zelfstandig een volledige analyse
maken met omschrijving van de onderzoeksvraag, de onderzoeksmethode en de
gevolgtrekkingen uitgaan van een grote gegevensverzameling.
46 | Opleidingsonderdelen bachelor derde jaar
Afstudeerrichting: Chemie en Voedingstechnologie
Biochemische ingenieurstechnieken
De cursus is opgedeeld in vier hoofdstukken. In het inleidende hoofdstuk wordt
het vakgebied “biochemische ingenieurstechnieken” toegelicht. Stoichiometrie
en kinetiek van bioprocessen wordt in het tweede hoofdstuk behandeld. De
nadruk ligt op het opstellen van stoichiometrische vergelijkingen voor microbiële
reacties, en homogene en heterogene reactiekinetiek voor zowel enzymen als
cellen. In hoofdstuk drie komt “bioreactor engineering” aan bod. De verschillende
bioreactorconfiguraties en hun design worden besproken. Vervolgens wordt de
werking van de ideale bioreactor (i.h.b. de batch- en fedbatch-roerketel, de continue roerketel en de propstromingsreactor) behandeld. In het laatste hoofdstuk
wordt aandacht besteed aan fysische en thermische transportvergelijkingen in
bioreactoren. Het opstellen van energiebalansen voor cellulaire bioprocessen in
bioreactoren wordt besproken. Vervolgens wordt de massaoverdracht in
bioreactoren behandeld en tenslotte het opschalen van reactoren.
De specifieke topics die aan bod komen zijn:
1 Inleiding: biotechnologie en biochemische ingenieurstechnieken
1.1 Biotechnologie
1.2 Biochemische ingenieurstechnieken
1.3 Bioprocessen versus chemische processen
1.4 Boeken en tijdschriften
2 Stoichiometrie en kinetiek van bioprocessen
2.1 Stoichiometrie van microbiële reacties
2.2 Homogene reactiekinetiek voor enzymen en cellen
2.3 Heterogene reactiekinetiek voor enzymen en cellen
3 Bioreactor engineering
3.1 Bioreactorconfiguraties en -design
3.2 De werking van de ideale bioreactor
4 Fysische en thermische transportverschijnselen in bioreactoren
4.1 Energiebalansen voor cellulaire bioprocessen in bioreactoren
4.2 Massaoverdracht in bioreactoren
4.3 Het opschalen van bioprocessen
Opleidingsonderdelen bachelor derde jaar | 47
Biokatalyse en enzymtechnologie
In deze cursus worden de toepassingen van enzymen in verschillende industriële
sectoren (chemie, voeding, farma, textiel...) uiteengezet. De explosieve groei van
dit onderzoeksdomein is te danken aan de uitzonderlijke selectiviteit van biokatalytische processen en aan hun milieuvriendelijk karakter (“groene chemie”). De
optimalisatie van enzymen door middel van protein engineering wordt behandeld, en de ontwikkeling van biokatalytische processen wordt geïllustreerd aan
de hand van een aantal industriële case-studies.
De cursus bestaat uit volgende hoofdstukken:
1. Inleiding: historisch overzicht, voordelen en vooroordelen,
toepassingsdomeinen
2. Karakterisering: classificatie, mechanisme, kinetiek
3. Ontwikkeling: enzyme engineering, medium engineering, reactor engineering
4. Productie: fermentatie, down-stream processing, formulatie, immobilisatie
5. Biokatalytische reacties: oxidoreductasen, transferasen, hydrolasen, lyasen,
isomerasen
6. Case studies: high-fructose corn syrup, tweede generatie bio-ethanol,
semi-synthetische antibiotica, acrylamide en nicotinamide, aspartaam en
aspartaat, isomaltulose en andere suikersubstituten, cacaoboter en gemodificeerde vetten, optisch zuivere alcoholen en aminozuren, chloropropaanzuur
en epoxiden.
Fysische elektrochemie en colloïdchemie
In deze cursus trachten we kwantitatieve verbanden te leggen tussen macroscopische eigenschappen van de materie enerzijds, en microscopische eigenschappen van de moleculen/atomen anderzijds. Dit doen we aan de hand van een
aantal modellen die verschillend zijn naargelang het systeem.
In het deel “fysische elektrochemie” starten we met de belangrijkste macroscopische aspecten van elektrochemie en lichten we enkele toepassingen toe
(batterijen, corrosie, elektrolyse). Vervolgens kijken we naar de microscopische
aspecten van elektrochemie, meerbepaald van ionaire oplossingen. We bekijken o.a. ion-solvent en ion-ion interactie, en we leggen het verband tussen het
gedrag van opgeloste ionen en de activiteitscoëfficiënt van een oplossing, via het
Debije-Hückel model. We bespreken ook het transport van ionen in oplossing
(diffusie en migratie). Tenslotte bekijken we het gedrag van elektroden (metallische oppervlakken) in een oplossing, met name de vorming van een elektrische
dubbellaag, die de kern is van elektrochemie.
48 | Opleidingsonderdelen bachelor derde jaar
Aansluitend hierbij beschrijven we in het tweede deel (“colloïdchemie”) het gedrag van colloïdale systemen: nl. (analoge) opbouw van een elektrische dubbellaag, die de stabiliteit van colloïdale systemen bepaalt, aantrekking en afstoting,
coagulatie, zeta-potentiaal, elektrokinetische verschijnselen,... Tenslotte gaan
we dieper in op de vele toepassingen van colloïdale systemen, o.a. in de voeding,
geneesmiddelen, detergenten en cosmetica, papier, verf en inkt, fotografie,...
Naast de theoretische basis wordt ook de nodige aandacht besteed aan het
kunnen toepassen van de theorie, via numerieke voorbeelden. Je bereidt ook een
schriftelijk werkstuk en een mondelinge presentatie voor, over een toepassing
van colloïdchemie of elektrochemie in één van de vele toepassingsgebieden.
Katalyse
Oppervlakte chemie en katalyse zijn een sterk opkomend onderzoeksdomein in
de fysico-chemie omwille van hun cruciale rol in nanotechnologie. In deze cursus
komen de basisprincipes van oppervlaktechemie aan bod, maar niet enkel de
chemie, ook hoe je een oppervlak kan onderzoeken en de dynamica van oppervlaktereacties kan begrijpen. Eerst wordt het belang van heterogene reacties in
de verf gezet door een aantal grote voorbeelden uit de industrie en de dagelijkse
praktijk. Dan worden de grondslagen voor het begrijpen van chemische reacties
Opleidingsonderdelen bachelor derde jaar | 49
belicht door een gedetailleerde behandeling van oppervlakte elektronische en
geometrische structuren. Reactiviteit aan en met oppervlakken wordt toegelicht.
Fundamentele principes zoals adsorptie, desorptie en reacties tussen adsorbaten
worden bestudeerd. Een aantal reacties uit het onofficiële “Industrial Chemistry
Hall of Fame” komen aan bod: Fischer-Tropsch, Haber-Bosch, driewegkatalysator. Deze reacties zijn ideaal om een variëteit aan belangrijke chemische
concepten te demonstreren en spelen zowel historisch, economisch als politiek
een grote rol. Nieuwe ontwikkelingen zoals het groeien van epitaxiale lagen,
Langmuir-Blodgett filmen, self-assembled monolagen en etsen van oppervlakken
worden behandeld.
Levensmiddelenchemie
De levensmiddelenchemie is de wetenschap waarin de samenstelling van
levensmiddelen en hun grondstoffen en scheikundige veranderingen die tijdens
de bereiding en de stockage ervan optreden, bestudeerd worden. Naast de
hoofdconstituenten (daaronder worden klassiek water, lipiden, koolhydraten en
proteïnen gerekend) komen een aantal minorconstituenten voor zoals mineralen,
vitaminen, fenolische verbindingen en pigmenten. Tijdens de omzettingen van
grondstof tot levensmiddel en tijdens de bewaring van zowel grondstoffen, intermediaire produkten als wel levensmiddelen zelf kunnen een aantal scheikundige
en fysische veranderingen optreden.
In verband met de majorconstituenten en een aantal minorconstituenten worden
in dit college de structuren en een aantal analytische concepten aangereikt en
worden aspecten van transformaties (bijvoorbeeld lipidenoxidatie), koolhydraten- en proteinenfunctionaliteit behandeld.
Minorconstituenten worden als capita selecta behandeld. Typisch behandelde
minorconstituenten zijn mineralen, vitaminen, fenolische verbindingen, aromas,
en pigmenten.
Je kent de identiteit, het belang, de eigenschappen en de reacties van major- en
minorconstituenten van levensmiddelen. Je kent bijgevolg de eigenschappen van
water, en hebt inzicht in de structurele en functionele diversiteit van koolhydraten, proteïnen en lipiden in levensmiddelensystemen.
Je hebt inzicht in scheikundige veranderingen tijdens de omzettingen van
grondstoffen tot levensmiddel en tijdens de bewaring. Je kent bijgevolg belangrijke reacties zoals de Maillard-reactie en de autoxidatiereacties van lipiden en
50 | Opleidingsonderdelen bachelor derde jaar
beheerst de wijzen waarop de fysische eigenschappen van lipidenpopulaties
kunnen gemanipuleerd worden.
Project Chemie- en voedingstechnologie
In een eerste fase krijg je achtergrondkennis rond het opzetten en organiseren
van een project, evenals het uitwerken van de budgettering en de financiering.
Tevens krijg je inzicht in de mogelijkheden om academische literatuur en patenten op te zoeken.
Concreet worden er lessen voorzien rond:
1.Projectidentificatie
2. Project design
3.Presentatietechnieken
4. Gebruik van databanken van wetenschappelijke literatuur
5. Octrooien: principes, gebruik, databanken
Tegelijk loopt er, gedurende het hele jaar, een praktische opdracht, uit te werken
in een groepje van 2-3 studenten waarbij je zelf een project op poten zet, de
vraagstelling uitwerkt via literatuuronderzoek, en dit mogelijk via een praktische
benadering (contacten met bedrijven, eigen experimenten, …) verder uitwerkt.
Hierbij dien je het gekozen thema in de diepte uit te werken, en wel op vier vlakken: (i) wetenschappelijk, (ii) ingenieurtechnisch, (iii) economisch en (iv) ethisch
vlak. Je bakent hierbij zelf je onderzoeksvragen af en bepaalt zelf de te onderzoeken hypothesen en deelvragen. De resultaten van dit onderzoek stel je finaal
voor in een tekstbundel (richtgetal 30 pagina’s exclusief literatuurreferenties), en
in een presentatie (20 minuten), en dit in de twaalfde of dertiende week van het
tweede semester.
Voedingsleer
1. Situering en definities
2. Voedsel, voeding en gezondheid
3.Spijsvertering
4.Stofwisseling
5.Voedingsbalansen
6. Anorganische nutriënten
7.Vitamines
Opleidingsonderdelen bachelor derde jaar | 51
Afstudeerrichting: Cel- en Genbiotechnologie
Cel- en genbiotechnologie
Partim Gentechnologie
- De fundamentele DNA manipulatie technieken met aandacht voor kloneringsvectoren en kloneringsstrategiën in verschillende modelorganismen;
gen kloneringsmethoden; aanmaken en gebruiken van genomische en cDNA
banken; mutagenese en proteïne engineering; recente technologische ontwikkelingen op gebied van sequentie analyse en bioinformatica
- Genetische manipulatie technieken in bacteriën, gisten, planten en dieren
met inbegrip van gen transfer technieken
- Genomische analyse technieken met aandacht voor genoomsequencing
technieken, vergelijkende genomica; transcriptoom en proteoom analyse.
- Biotechnologische toepassingen met voorbeelden uit de geneeskunde en
landbouw.
Partim Celtechnologie
- In vitro kweek van cellen en weefsels van planten en dieren
- Experimentele strategieën in de cel- en gentechnologie
- Methoden om de celontwikkeling op te volgen.
Genetica m.i.v. populatiegenetica
De cursus wordt in het Nederlands gegeven en biedt een breed, inleidend
overzicht van de basisprincipes van Mendeliaanse overerving in het licht van
de evolutietheorie. Daarbij staat een interdisciplinaire benadering centraal, i.e.
de student wordt aangespoord om verbanden te leggen met andere cursussen. Kortom, de cursus wil genetica aanbrengen vanuit een holistische visie en
dus niet vanuit een visie van ‘genetica om de genetica’. Daarom wordt er ook
regelmatig (kort) ingegaan op maatschappelijke en filosofische implicaties en
problemen die verband houden met genetica (bv. eugenetica, rassenproblematiek, GMOs, resistentieproblematiek, ‘intelligent design’, enz.). Inhoudelijk
behandelt de cursus o.a. de wetten van Mendel en de (schijnbare) afwijkingen
daarvan zoals interacties tussen allelen op een locus, pleiotropie, epistasie, extranucleaire erfelijkheid, maternale effecten, ‘genomic imprinting’, epigenetische
fenomenen en kwantitatief genetische kenmerken. Binnen deze topics worden
telkens biologisch relevante onderwerpen behandeld, zoals ontwikkelingsgenen,
cytoplasmatische prokaryoten (Wolbachia), mitochondriaal en chloroplast DNA,
en concepten zoals heritabiliteit, fenotypische plasticiteit, reactienormen en
fluctuerende asymmetrie. Vervolgens wordt aandacht geschonken aan chromo-
52 | Opleidingsonderdelen bachelor derde jaar
somen, geslachtsgebonden erfelijkheid en koppeling. Op populatieniveau worden
thema’s zoals Hardy-Weinberg evenwicht, koppelingsevenwicht, voortplanting,
drift, migratie, mutatie, selectie en kwantitatieve genetica behandeld. De cursus
wordt ondersteund met een syllabus, powerpoint presentaties, videos en tal van
referentiewerken of achtergrondartikels die via het Blackboard worden
aangeboden.
Moleculaire celbiologie
Taal waarin de cursus gedoceerd wordt: Nederlands (met Engelstalige nota’s en
figuren)
De cursus omvat 6 hoofdstukken gevolgd door voorbeelden uit recent onderzoek:
Celcyclus en celcycluscontrole in de eukaryote cel: biochemische en genetische technieken, zoals recombinant DNA technologie, heeft toegelaten om de
celcyclus te bestuderen in verschillende modelorganismen. Een vrij universeel
mechanisme wordt gebruikt: cel replicatie wordt gereguleerd door de juiste
timing van nucleaire DNA replicatie en celdeling. Proteïne kinasen reguleren
eiwitten betrokken in DNA replicatie en celdeling door fosforylatie op verschillende regulatorische plaatsen (activatie of inhibitie). We bespreken de algemene
regulatie en controle (checkpoints) van de eukaryotische celcyclus aan de hand
van concrete voorbeelden bij gist, plant en dier.
Moleculaire mechanismen voor vesiculair transport, secretie en endocytose:
Kleine membraangebonden vesicles transporteren pyroteïnes van het ene organel naar het andere en zijn belangrijk voor secretoire en endocytotische
“pathways”. We bespreken de moleculaire mechanismen voor vesiculaire
“budding”, “docking” en “fusion”. Genetische en biochemische technieken
worden gebruikt om deze vesiculaire transportsystemen te bestuderen, zoals
receptor-gemedieerde endocytose en synaptische vesicles.
Signaaltransductie: de communicatie in een cel en tussen cellen verloopt via
signaalmoleculen en receptoren. Deze communicatie wordt toegelicht aan de
hand van de volgende stappen: synthese en vrijzetting van signaalmoleculen
door de cel; transport van signalen naar de doelwitcel; binding van signalen aan
een specifieke receptorproteïne en zijn activatie als gevolg; initiatie van één of
meerdere intracellulaire signaaltransductie “pathways” door de geactiveerde
receptor; specifieke veranderingen in cellulaire functie, metabolisme of ontwikkeling; en ten slotte verwijdering van het signaal resulterend in het beëindigen van
de cellulaire respons. Een aantal voorbeelden worden besproken zoals: controle
van genactivatie, invloed van secondaire boodschappers, GTPase switch proteï-
Opleidingsonderdelen bachelor derde jaar | 53
nes, proteïnekinasen en -fosfatasen, G-proteïne gekoppelde receptoren,
en receptor-ligand complexen.
Celdifferentiatie en -ontwikkeling: verschillen tussen cellen ontstaan wanneer twee identieke dochtercellen divergeren door het ontvangen van ontwikkelings- of omgevingssignalen. Twee dochtercellen kunnen ook verschillen vanaf
hun oorsprong indien ze verschillende genetische kenmerken ontvangen van de
parentale cel. We bespreken hoe verschillende celtypes worden gevormd, met de
vorming van complexe cellijnen. We bespreken hoe stamcellen kunnen leiden tot
gediffentieerde cellen en celtypes. Hierbij worden concrete voorbeelden gebruikt
vanuit de kennis in Saccaromyces, C. elegans, Drosophila, Arabidopsis en zoogdieren (neurogenese en myogenese).
Celdood en regulatie van celdood: Cellulaire interacties reguleren celdood
volgens twee principes: 1) in multicellulaire organismen zijn signalen tussen
cellen noodzakelijk om in leven te blijven. Bij afwezigheid van deze overlevingssignalen (trofische factoren) activeren cellen een “zelfdoding” programma, en 2)
het immuun systeem zorgt voor het induceren van een “moord” progamma dat
cellen doodt.Onderzoek heeft aangetoond dat celdood wordt gemedieerd door
een gemeenschappelijk moleculair mechanisme. Volgende aspecten komen aan
bod: geprogrammeerde celdood door apoptose; overleving van neuronen door
neurotropines; intracellulaire mechanismen resulterend in apoptose of trofische
factoren die belangrijk zijn voor celoverleving; en hypersensitieve respons van
plantencellen.
Moleculaire biologie van tumoren: Kanker ontstaat door het falen van het
normale cellulair gedrag en beïnvloedt verschillende aspecten van de moleculaire
biologie van de cel. Meestal ontstaan kankercellen uit stamcellen en andere
prolifererende cellen. We bespreken een aantal mechanismen betrokken in het
ontstaan van tumoren, zoals: invloed van genetische mutaties; oncogene
receptoren en activatie van signaaltransductie proteïnes; invloed van transcriptiefactoren op het induceren van transformatie; verlies aan groei-inhibitie en
celcyclus controle; de rol van carcinogenen en DNA herstel.
54 | Opleidingsonderdelen bachelor derde jaar
Biochemische ingenieurstechnieken
Zie ook p. 46 , afstudeerrichting Chemie en Voedingstechnologie
Geïntegreerd practicum cel- en genbiotechnologie
Het is de bedoeling dat een aantal grotere experimenten worden uitgevoerd,
die verschillende aspecten van de cursussen Moleculaire Genetica, Moleculaire
Celbiologie en Cel- en Genbiotechnologie illustreren. Hiertoe dienen volgende
experimenten:
- Handvaardigheidstraining (dissectie van plantenweefsels en -cellen)
- Plantenweefselkweek: steriele planten kweken, callusculturen initiëren,
meristeemkweek, organogenese
- Kweek van dierlijke cellen
- Expressieklonering van een gegeven gen
-RFLP-PCR
-Segregatie-analyse
- Actine : detectie via SDS-PAGE en Western blot
- Natieve gelelektroforese op serum
Het practicum omvat verder het inoefenen van standaardtechnieken uit de
bio-informatica (van de kant van de gebruiker): databases, Blast, multiple alignments, fylogenetische stambomen opstellen. Dit deel sluit af met een inleiding
tot experimental design en analyse van microarray-experimenten.
Project Cel- en genbiotechnologie
In een eerste fase krijgt de student achtergrondkennis rond het opzetten en
organiseren van een project, evenals het uitwerken van de budgettering en de
financiering. Tevens krijgt de student inzicht in de mogelijkheden om academische literatuur en patenten op te zoeken.
Concreet worden er lessen voorzien rond:
1.Projectidentificatie
2. Project design
3.Presentatietechnieken
4. Gebruik van databanken van wetenschappelijke literatuur
5. Octrooien: principes, gebruik, databanken
Tegelijk loopt er, gedurende het hele jaar, een praktische opdracht, uit te werken
in een groepje van 2-3 studenten waarbij de studenten zelf een project op poten
zetten, de vraagstelling uitwerken via literatuuronderzoek, en dit mogelijk via een
Opleidingsonderdelen bachelor derde jaar | 55
praktische benadering (contacten met bedrijven, eigen experimenten, …) verder
uitwerken. Hierbij moeten ze het gekozen thema in de diepte uitwerken, en wel
op vier vlakken: (i) wetenschappelijk, (ii) ingenieur-technisch, (iii) economisch en
(iv) ethisch vlak. Ze bakenen hierbij zelf hun onderzoeksvragen af en bepalen zelf
de te onderzoeken hypothesen en deelvragen. De resultaten van dit onderzoek stellen ze finaal voor in een tekstbundel (richtgetal 30 pagina’s exclusief
literatuurreferenties), en in een presentatie (20 minuten), en dit in de twaalfde of
dertiende week van het tweede semester.
56 | Opleidingsonderdelen bachelor derde jaar
Afstudeerrichting: Land- en Bosbeheer
Bodemprocessen
Sleutelwoorden: bodem, bodemverontreiniging, bodemsanering, bodembeleid,
chemische reacties, waterstroming, stoftransport
Bodems, de bovenste meters van de aardkorst, vormen het raakvlak tussen de
verschillende onderdelen van het ecosysteem aarde: geosfeer, biosfeer, hydrosfeer en atmosfeer. Een goed begrip van het bodemsysteem is noodzakelijk om
enerzijds effecten van milieuverontreiniging (risico’s) en anderzijds de mogelijkheden van bodemherstel (bodemsanering) te kunnen inschatten. In deze
cursus wordt ingegaan op de technologische aspecten van de bodemkunde.
Daarbij wordt aandacht besteed aan de interactie tussen biologische, fysische
en chemische bodemprocessen die het gedrag van (verontreinigende) stoffen
in de bodem bepalen. In Deel 1 van de cursus wordt bij wijze van inleiding kort
aandacht besteed aan bodemvorming en bodemclassificatie omwille van hun
belang bij cartografische toepassingen, en hun toepassing in regionaal en Europees bodembeleid. De meeste aandacht in Deel 1 gaat uit naar het beschrijven en
begrijpen van chemische reacties die stoffen met de bodem ondergaan: sorptie/
desorptie, neerslag/oplossingsreacties, complexvorming, speciatie in bodemoplossing. De inhoud wordt bijgebracht aan de hand van praktische oefeningen
ondersteund door een computercode voor geochemische speciatieberekeningen.
Deel 2 gaat dieper in op de fysische aspecten van de bodemkunde: waterstroming en transport van opgeloste stoffen. De uiteindelijk vergaarde kennis wordt
samengebracht in een praktische computeroefening waarbij de verspreiding van
een verontreiniging in de bodem wordt gesimuleerd.
Landinformatiesystemen
In dit opleidingsonderdeel worden de basisprincipes behandeld waarop de
geogecodeerde en computergestuurde informatiesystemen zijn gebaseerd.
Verder wordt een overzicht gebracht van de belangrijkste systeemfuncties die ten
behoeve van het landbeheer kunnen aangewend worden. Tijdens de oefeningen
worden de studenten vertrouwd gemaakt met de diverse mogelijkheden van
ruimtelijke analyse van LIS binnen een PC-omgeving.
Vooreerst wordt een overzicht gegeven van de gegevensbronnen binnen de
LIS-Ecosysteem context. Het STDS principe wordt getoetst aan de praktijk.
In het theoretisch gedeelte worden gevalstudies besproken, waarbij LIS een
sleutelfunctie kan hebben bij het beslissingsproces in o.m. landschapsbeheer,
strategisch natuurbeheer en preventie van bosbranden. De oefeningen hebben
Opleidingsonderdelen bachelor derde jaar | 57
betrekking op toepassingen in vegetatiebeheer. Er wordt een initiatie in het digitaliseren van vectordata voorzien. Tevens wordt kennis gemaakt met aspecten
van landscape metrics. Zo mogelijk wordt een gastspreker uit de beroepspraktijk
uitgenodigd voor een voordracht.
Hydrologie + klimatologie
Het vak verschaft een eerste kennismaking met de meteorologische en de
hydrologische processen die aan de basis liggen van de weers- en klimaatsvorming en van de hydrologische cyclus. In het eerste deel wordt de nadruk gelegd
op de fysische opbouw van de atmosfeer en wolkenvorming, alsook op de windsystemen en zeestromingen en hun invloed op het klimaat op aarde. In het deel
“Hydrologie” wordt het concept van energiebalans op micro- en macroschaal
uitgelegd samen met zijn invloed op de verdamping. De verschillende definities
en berekenigsmethodes voor het bepalen van de verdamping worden aangeleerd.
Vervolgens wordt de neerslagvorming besproken. De meting van grondwater en
de bepaling van grondwaterstroming en -kwaliteit komen in een volgend deel
aan bod, gevolgd door een analyse van de afvoerterm. Voor al deze onderwerpen
zullen de nodige oefeningen de theorie ondersteunen.
Partim Klimatologie
1. Atmosferische verschijnselen
- Langgolvige en kortgolvige stralingsbalans
- Luchtdruk, luchtvochtigheid, luchtstabiliteit
- Thermische stratificatie van de atmosfeer
2.
-
-
-
-
Wolkenvorming en neerslag
Principes van psychrometrie
Condensatiekernen en wolkenvorming
Kenmerken van wolkenfamilies en wolkentypen
Mist-, regen- en sneeuwvorming
3.Weersvorming
- Luchtmassa’s en brongebieden
- Gekoppelde convectiesystemen
- Fronten en geassocieerde wolkentypen
- Dynamiek van frontale depressie’s
-Zeestromingen
58 | Opleidingsonderdelen bachelor derde jaar
Partim Hydrologie
1. De energie- en waterbalans
- Termen van de energiebalans
- Termen van de waterbalans
2. Neerslag
-Neerslagvorming
- Meting van de neerslag
- Analyse van neerslaggegevens
- Intensiteit-duur-frequentie (IDF) relaties
3.Evapotranspiratie
- Potentiële, actuele en referentie-evapotranspiratie
- Penman-Monteith concept
- Meting van evapo-transpiratie
4.Grondwater
- Inleiding tot grondwaterstroming
- Inleiding tot grondwaterkwaliteit
- Meting van grondwater
- Maatschappelijke en ecologische functies van grondwater
5.Afvoer
- Vormen van afvoer
- Meting van afvoer, inclusief hydrogram-analyse
- Effectieve neerslag en run-off
- Reistijden in een stroomgebied
- Hoogwaterafvoer in België
Landschapsanalyse + landschapsecologie
De cursus bestaat uit 2 delen.
Het eerste deel heeft als doel een algemeen inzicht in de opbouw van het landschap en de voornaamste landschapsvormende factoren bij te brengen alsook de
basisprincipes van de landschapsecologie.
In het tweede deel voeren de studenten in groep een landschapsstudie uit in
een streek in de omgeving van het Antwerpse. Aan de hand van verschillende
thematische kaarten en geografische literatuur wordt een landschapssynthese
gemaakt.
Opleidingsonderdelen bachelor derde jaar | 59
Tijdens daaropvolgende veldbezoeken wordt het resultaat aan het reële landschap getoetst en verder verfijnd. In een eindrapport wordt de relatie van de
grote landschapseenheden (natuurlijk en antropogeen) met elkaar en met het
abiotische milieu besproken.
Bosbouw
Het vak ‘Bosbouw’ is een basisvak ter kennismaking met de bos-houtkolom. De
nadruk ligt hierbij op eigenschappen, processen en begrippen in relatie tot twee
hoofdobjectieven. De eerste doelstelling is om de algemene boom- en houtkenmerken van de belangrijkste boomsoorten van de gematigde streken, in het
bijzonder van de inheemse boomsoorten, te leren kennen. De tweede doelstelling
is inzicht te verwerven in het bos als ecosysteem, in de bosdynamiek en in de
basisbeginselen van de bosbouw.
De oefeningen bestaan uit bosopnamen en uit thematische excursies naar de
voornaamste bosgebieden in Vlaanderen. Verder wordt aandacht besteed aan de
herkenning van de verschillende boom- en houtsoorten in relatie tot de functionaliteit in het bos.
Project: Land- en bosbeheer
In een eerste fase krijgt de student achtergrondkennis rond het opzetten en
organiseren van een project, evenals het utwerken van de budgettering en de
financiering. Tevens krijgt de student inzicht in de mogelijkheden om academische literatuur en patenten op te zoeken.
Concreet worden er lessen voorzien rond:
1.Projectidentificatie
2. Project design
3.Presentatietechnieken
4. Gebruik van databanken van wetenschappelijke literatuur
5. Octrooien: principes, gebruik, databanken
Tegelijk loopt er, gedurende het hele jaar, een praktische opdracht, uit te werken
in een groepje van 2-3 studenten waarbij de studenten zelf een project op poten
zetten, de vraagstelling uitwerken via literatuuronderzoek, en dit mogelijk via een
praktische benadering (contacten met bedrijven, eigen experimenten, …) verder
uitwerken. Hierbij moeten ze het gekozen thema in de diepte uitwerken, en wel
op vier vlakken: (i) wetenschappelijk, (ii) ingenieur-technisch, (iii) economisch en
(iv) ethisch vlak. Ze bakenen hierbij zelf hun onderzoeksvragen af en bepalen zelf
60 | Opleidingsonderdelen bachelor derde jaar
de te onderzoeken hypothesen en deelvragen. De resultaten van dit onderzoek stellen ze finaal voor in een tekstbundel (richtgetal 30 pagina’s exclusief
literatuurreferenties), en in een presentatie (20 minuten), en dit in de twaalfde of
dertiende week van het tweede semester.
Opleidingsonderdelen bachelor derde jaar | 61
Afstudeerrichting Milieutechnologie
Milieutechnologie
- de kinetiek van afvalwaterzuivering
- de slibproblematiek: behandelingstechnologie en afzetroutes
- het meten en sturen van de afvalwaterzuivering
- membraantechnologie in waterbehandeling
De cursus geeft een overzicht van en toelichting bij installaties en technieken
voor preventie, recyclage en verwerking van afvalstoffen van huishoudelijke
oorsprong.
In het onderdeel “Luchtverontreiniging” van de cursus “Milieutechnologie”
wordt eerst en vooral het globale systeem luchtverontreiniging –met zijn diverse
subsystemen, componenten en onderlinge verbanden- op basis van praktische
voorbeelden afgeleid, nauwkeurig omschreven en geanalyseerd. De daarop
volgende hoofdstukken behandelen de volgende subsystemen: emissies in Vlaanderen, transport-transformatie-dispersie van de polluenten in de troposfeer, hoe
de graad van luchtverontreiniging (immissies/deposities) meten?, immissies in
Vlaanderen, modelleren van luchtverontreiniging, luchtkwaliteitrichtlijnen en
–normen, emissiereductietechnieken, en de Vlaamse wetgeving in haar Europese
context.
Ecological Toxicologie
Het theoretisch deel van de cursus geeft een overzicht van de belangrijkste
onderdelen van de ecotoxicologie waaronder een bespreking van de verschillende
vormen van milieuverontreiniging, de verspreiding van de contaminanten,
biobeschikbaarheid en accumulatie, acute en chronische effecten, risicoevaluatie
en normstelling. Na het theoretisch deel volgt een practicum waarbij de studenten zelf een acute toxiciteitstest uitvoeren met enerzijds een goed gedocumenteerde stof en anderzijds een onbekend effluent en hun bevindingen rapporteren
zoals internationaal voorgeschreven. Daarnaast wordt ook een risicoevaluatie
gemaakt van een probleem waarbij gebruik wordt gemaakt van enkele veel gebruikte modellen om tot een analyse van de situatie en een voorstel tot oplossing
te komen.
62 | Opleidingsonderdelen bachelor derde jaar
Milieuchemie
De milieuchemie bestudeert de chemische aspecten van wat er door menselijk
toedoen ontstaat in de atmosfeer, het water en de bodem.
Hier leer je eindelijk de ware aard van de ozonlaag, smogvorming, zure regen, fijn
stof, binnenhuis luchtverontreiniging en het broeikaseffect in een ruime context
kennen. Daarbovenop komen hernieuwbare energie, alternatieve brandstoffen,
waterstof als brandstof van de toekomst en nog vele andere interessante topics
aan bod.
Door de basischemie te bestuderen die aan de grond ligt van de menselijke
impact op het milieu kan de bio-ingenieur op een gefundeerde wijze milieuproblemen aanpakken. De situatie in Vlaanderen wordt telkens als concrete case
bestudeerd. Naast het begrijpen van de milieuproblemen wordt er ook aandacht
besteedt aan oplossingen en aan nieuwe technologieën. Het onderzoek rond
fotokatalyse en luchtzuivering zoals ze aan bod komen in het departement worden toegelicht. Het concept van groene chemie wordt gedurende de hele cursus
meegenomen en geïllustreerd aan de hand van sprekende voorbeelden.
Biochemische ingenieurstechnieken
Zie ook p. 46, afstudeerrichting Chemie en Voedingstechnologie
Bodemprocessen
Zie ook p. 56, afstudeerrichting Land- en Bosbeheer
Project Milieutechnologie
In een eerste fase krijgt de student achtergrondkennis rond het opzetten en
organiseren van een project, evenals het utwerken van de budgettering en de financiering. Tevens krijgt de student inzicht in de mogelijkheden om academische
literatuur en patenten op te zoeken.
Concreet worden er lessen voorzien rond:
1.Projectidentificatie
2. Project design
3.Presentatietechnieken
4. Gebruik van databanken van wetenschappelijke literatuur
5. Octrooien: principes, gebruik, databanken
Opleidingsonderdelen bachelor derde jaar | 63
Tegelijk loopt er, gedurende het ganse jaar, een praktische opdracht, uit te werken
in een groepje van 2-3 studenten waarbij de studenten zelf een project op poten
zetten, de vraagstelling uitwerken via literatuuronderzoek, en dit mogelijk via een
praktische benadering (contacten met bedrijven, eigen experimenten, …) verder
uitwerken. Hierbij moeten ze het gekozen thema in de diepte uitwerken, en wel
op vier vlakken: (i) wetenschappelijk, (ii) ingenieurtechnisch, (iii) economisch en
(iv) ethisch vlak. Ze bakenen hierbij zelf hun onderzoeksvragen af en bepalen zelf
de te onderzoeken hypothesen en deelvragen. De resultaten van dit onderzoek stellen ze finaal voor in een tekstbundel (richtgetal 30 pagina’s exclusief
literatuurreferenties), en in een presentatie (20 minuten), en dit in de twaalfde of
dertiende week van het tweede semester.
Geïntegreerd practicum Milieutechnologie
Tijdens het geïntegreerd practicum milieutechnologie geraak je vertrouwd met
de fysische, chemische en biologische processen, betrokken bij het meten,
modelleren en remediëren van verontreinigingen. Tijdens diverse experimenten
en oefeningen komen verontreiniging in lucht, water en bodem afzonderlijk aan
bod.
Enkele voorbeelden van deze experimenten zijn:
- waterverontreiniging: BOD, COD, meting van stikstofconcentraties, bouwen
van een kleine waterzuiveringsinstallatie
- luchtverontreiniging: modelleren van verspreiding van polluenten, metingen
in de gasfase met behulp van FTIR-spectroscopie
- bodemverontreiniging: biodegradatie van plastics met behulp van microorganismen, fytoremediering (metingen op ‘n lopend experiment – site
Merksplas/Rijkevorsel), compost en bodemvruchtbaarheid, eventueel
bedrijfsbezoek
- afvalverwerking en recyclage: case-studies rond o.a. recyclage van
autowrakken, cradle to cradle projecten, …
64 | Studie- en studentenvoorzieningen
Cursusdienst
Eerstejaars kunnen voor de aankoop van cursussen terecht bij de Cursusdienst (Campus Groenenborger, naast de cafetaria, tegenover lokaal U024 en
U025). De officiële cursussen, uitgegeven door de professoren en assistenten
onder de vorm van losse kopies en eventueel CD’s met illustratiemateriaal,
worden er tegen minimale prijzen verkocht. Veel van dit materiaal is ook
beschikbaar via het electronische leerplatform Blackboard.
Aan de balie van de cursusdienst vind je een lijst van de cursussen met
betrekking tot jouw studierichting. De cursusdienst verkoopt ook labora­
toriummateriaal zoals labojassen, veiligheidsbrillen, dissectiesets, enz.
Sport
Je kan zowel individueel als in groep een grote verscheidenheid aan sporttakken beoefenen (+/- 30 sporten). Daarnaast besteden we aandacht aan
representatiesport en interfacultaire competities en worden er allerhande
tornooien georganiseerd evenals sportinitiaties, skistages, de 24-urenloop,
Hossa-sportorganisaties...
Campus Middelheim beschikt over een mooie sporthal (Sportopolis). Je kan
er naar hartelust fitnessen, dansen, vechtsporten beoefenen, squashen, badminton spelen, tafeltennissen enz. Daarnaast beschikt het sportcomplex over
een polyvalente zaal die ruimte biedt voor sporten zoals volleybal, handbal,
basket- en korfbal, zaalvoetbal...,. Er is ook een denksportruimte (schaken,
bridge,...), een ontspanningsruimte met biljart en een cafetaria voorzien.
Meer info: www.sportua.be
Computerfaciliteiten
Op alle campussen van de Universiteit Antwerpen kan je gebruik maken
van volwaardige computerfaciliteiten en van het elektronisch leerplatform
“Blackboard”. Je vindt zowel computers in de bibliotheekruimten als in
speciaal daartoe voorziene lokalen. Bovendien kan je in de bibliotheken en
cafetaria’s ook draadloos surfen met je eigen laptop.
Studie- en studentenvoorzieningen | 65
Studentenrestaurants
De Universiteit Antwerpen beschikt over goede studentenrestaurants waar je
terecht kan voor warme en vegetarische maaltijden aan een zeer democratische prijs. De studenten kunnen terecht in het studentenrestaurant
“Het Atrium” (Campus Middelheim). Een andere mogelijkheid biedt
“De Passage” (Campus Groenenborger) met weliswaar een beperkter aanbod
aan warme maaltijden maar met een ruime keuze aan broodjes, gebak,
salades, versnaperingen en soep. De laatste jaren werd het aanbod aanzienlijk uitgebreid. Campus Drie Eiken beschikt naast een restaurant met
een uitgebreide keuze aan gerechten over een uitstekende en drukbezochte
cafetaria met een prachtig zonneterras.
66 | Studentenverenigingen
Het studentenleven aan de Universiteit Antwerpen
De boog kan niet altijd gespannen staan. Zoek je wat verstrooiing en wil je
het studentenleven wat aangenamer maken dan kan je je aansluiten of
kennismaken met enkele studentenverenigingen van de Universiteit
Antwerpen.
DEMETRIS
Als student in de Bio-ingenieurswetenschappen kom je in de eerste plaats in
contact met DEMETRIS, de studentenvereniging voor studenten bioingenieur. Het is een erg actieve vereniging met een clubblad en diverse activiteiten zoals TD’s en traditionele cantussen, maar ook regelmatig uitstappen en weekends. De sfeer tussen de bio-ingenieursstudenten is erg goed in
Antwerpen en ook afgestudeerden (zelfs assistenten en professoren) nemen
soms nog deel aan de activiteiten.
VUAS
Naast de eigen studentenvereniging is er ook VUAS (Verenigde Universiteit
Antwerpen Studenten). Deze organisatie is een overkoepeling van ASKStuwer en UNIFAC (resp. de studentenverenigingen van de buitencampussen
en van de Stadscampus).
-
-
-
De praeses (voorzitter) en het praesidium engageren zich voor de studenten
op vlak van ontspanning, begeleiding en bescherming. Zij stellen drie doelen
voorop:
de opmaak van de wekelijkse Snelkrant die gratis wordt verspreid en infor­
matie biedt over de activiteiten van studentenverenigingen, beschikbare jobs
bij de jobdienst, e.a.;
studentenvertegenwoordiging en behartiging van studentenbelangen;
instaan voor ontspanning en culturele activiteiten (bv. wekelijkse film­
vertoning, jaarlijkse filmweek, go-cartrace, cocktailparty, galabal,...).
VUAS vormt tevens de tussenschakel tussen andere studentenkringen,
de studenten en de academische overheid van de Universiteit Antwerpen.
Voor meer informatie kan je ook terecht op: www.vuas.be
Er zijn ook nog studentenclubs die niet aan opleidingen gebonden zijn maar
die studenten bijeenbrengen met bijvoorbeeld gelijkaardige politieke interesses. Ook CAMPINARIA, de vereniging van kot- en homestudenten, is een
naam die je ongetwijfeld zal horen vallen.
Hoe bereik je makkelijk de campussen? | 67
Wegbeschrijving naar de vier campussen
Op www.ua.ac.be/route kan je de wegbeschrijving naar de verschillende
campussen terugvinden. De vier campussen zijn campus Drie Eiken,
Stadscampus, campus Groenenborger en campus Middelheim.
Met de fiets
De campussen zijn gemakkelijk te bereiken met de fiets! Meer en meer
studenten kiezen voor dit transportmiddel. Je kan je op deze manier immers
snel verplaatsen. Op elke campus staan verschillende fietsparkings ter
beschikking van de studenten.
Met de bus of de tram
De Lijn info: 070 220 200
Voor alle informatie over reiswegen, dienstregelingen, verloren voorwerpen
en algemene inlichtingen: op weekdagen van 7 tot 19 uur, za-, zo- en
feest­dagen van 10 tot 18uur.
Je kan ook terecht in één van de Lijnwinkels om dienstregelingsboekjes te
kopen. Die bieden een overzicht van alle bus- en/of tramlijnen in een streek.
Op veel bussen en trams vind je een folder met de dienstregeling van de lijn
waarop je rijdt. Natuurlijk kan je ook steeds één van de chauffeurs aan­
spreken of surfen naar de website: www.delijn.be.
De website van De Lijn beschikt ook over een routeplanner die voor jou de
reis van deur tot deur met bus, tram en/of trein uitstippelt.
Dienst Abonnementen van De Lijn Antwerpen
Grotehondstraat 58, 2018 Antwerpen, T +32 3 218 14 11
op weekdagen van 8.30 tot 16uur, [email protected]
Met de trein
Voor alle informatie over reiswegen, dienstregelingen, vertrek- en aankomsttijden kan je terecht op de website van de NMBS: www.b-rail.be.
Met de auto
Alle campussen beschikken over ruime parkings, behalve de Stadscampus.
Wens je toch in de buurt van de Stadscampus te parkeren, volg dan best de
blauwe parkeerroute “Meir Universiteit”. Parkeren in Antwerpen is echter
niet gratis! Meer info kan je terugvinden op www.parkereninantwerpen.be
68 | Plattegrond van campus Groenenborger
Hoofdadres campus Groenenborger
Groenenborgerlaan 171, 2020 Wilrijk (Antwerpen)
Plattegrond van campus Drie Eiken | 69
Hoofdadres campus Drie Eiken
Universiteitsplein 1, 2610 Wilrijk (Antwerpen)
70 | Bijkomende informatie
Provinciale informatiedagen
De studentenbegeleiders en medewerkers van de Universiteit Antwerpen
nemen jaarlijks deel aan de netoverschrijdende studie-infobeurzen (Sidin’s).
Deze worden per provincie georganiseerd op initiatief van het Ministerie van
Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap en de Centra voor
Leerlingen­begeleiding.
Infomomenten voor toekomstige studenten
Open lesdagen
Tijdens de Krokusvakantie van het secundair onderwijs organiseert de
Universiteit Antwerpen open lesdagen. Bij de open lesdagen kan je twee
soorten van lessen volgen, namelijk de meelooplessen en de proeflessen. Bij
de meelooplessen kan je samen met de studenten van de bachelor eerste jaar
één of meerdere colleges volgen. Sommige faculteiten organiseren ook proeflessen. De proefles is een ‘voorproefje’ van hoe een les kan zijn. Meer info en
inschrijven via www.ua.ac.be/openlesdagen.
Infodagen
Elk jaar organiseert de Universiteit Antwerpen informatiedagen voor leerlingen van het secundair onderwijs. Deze hebben plaats in maart en april.
Naast een algemene en een specifiek studiegerichte infosessie kan je aan de
infostanden cursussen inkijken en een aantal brochures verkrijgen. Je krijgt
de gelegenheid tot vragen stellen en desgewenst tot een persoonlijk gesprek.
Vooraf inschrijven is niet nodig. De data en meer info vind je op
www.ua.ac.be/infodagen.
Infomarkt
Twijfel je nog over je studiekeuze? Wil je nog graag een bevestiging van je
keuze? Dan kan je terecht op de infomarkt in september. Bachelor-, schakel,
master- en master na masterprogramma’s komen aan bod, alsook “flexibel
studeren en avondonderwijs”. Aan de infostanden kan je cursussen inkijken,
brochures verkrijgen en bijkomende vragen stellen aan de medewerkers van
de opleidingen en studentenbegeleiders . Vooraf inschrijven is niet nodig.
Meer info vind je op www.ua.ac.be/infodagen.
Bijkomende informatie | 71
Bochures over andere opleidingen
Andere publicaties in deze reeks (alfabetisch gerangschikt):
Biochemie en Biotechnologie, Biologie, Biomedische Wetenschappen,
Chemie, Communicatiewetenschappen, Diergeneeskunde, Farmaceutische
Wetenschappen, Fysica, Geneeskunde, Geschiedenis, Handelsingenieur,
Handelsingenieur in de Beleidsinformatica, Informatica, Politieke
Wetenschappen, Rechten, Sociologie, Sociaaleconomische Wetenschappen,
Taal- en Letterkunde, TEW: Bedrijfskunde, TEW: Economisch Beleid,
Wijsbegeerte, Wiskunde.
Wil je meer informatie dan kan je een brochure van één van deze opleidingen
aanvragen via www.ua.ac.be/brochures of bij het Studenten Informatie
Punt (STIP).
Internet
Surf gerust eens naar de website voor toekomstige studenten:
www.ua.ac.be/studiekiezer. Je vindt er uitgebreide informatie over alles
wat je als student moet weten: studieaanbod, internationale programma’s,
studie­begeleiding, voorbereidende cursussen, sociale voorzieningen,
studenten­leven, bibliotheken, examenreglement, enz.
Studenten Informatie Punt (STIP)
Stadscampus
Grote Kauwenberg 2, Gebouw E (Agora)
2000 Antwerpen
T +32 3 265 48 72, [email protected]
Faculteit Wetenschappen - Decanaat
Campus Groenenborger
Groenenborgerlaan 171, Gebouw T
2020 Antwerpen
T +32 3 265 33 07, [email protected]
72 | Bijkomende informatie
Departement Bio-ingenieurswetenschappen
Campus Groenenborger
Groenenborgerlaan 171, Gebouw V
2020 Wilrijk (Antwerpen)
T +32 3 265 32 35
F +32 3 265 32 25
[email protected]
www.ua.ac.be/bir
Onderzoekgroep Duurzame energie en luchtzuivering (DuEL)
Prof. dr. Silvia Lenaerts, T +32 3 265 36 84
Onderzoeksgroep Plantenproductie en stresstolerantie (PeSTO)
Prof. dr. ir. Roeland Samson, T +32 3 265 34 37
Dr. Geert Potters, T +32 3 265 36 75
Addendum | 73
BIO-WETENSCHAPPEN: door het bos de bomen zien?
Biowetenschappen blijven groeien in de 21ste eeuw… Het is dan ook niet verwonderlijk
dat de laatste jaren, naast biologie, nieuwe specialisaties en zelfs nieuwe opleidingen
in de bio-wetenschappen zijn ontstaan.
Dat maakt het er niet makkelijker op voor jou om die universitaire opleiding te kiezen
die het best bij jouw belangstelling en vooropleiding past, als je interesse hebt voor de
biologische wetenschappen.
In dit addendum vergelijken we de vier bio-wetenschappelijke opleidingen aan de
Universiteit Antwerpen. Uiteraard zijn er heel wat raakvlakken en grensgebieden
tussen de opleidingen, maar toch hebben ze elk hun eigen karakter.
Biologie
Als bioloog bestudeer je het leven in al zijn facetten, gaande van het
moleculaire niveau binnenin de cel tot het niveau van het hele ecosysteem
en de aarde als levende planeet. Op welk niveau je ook werkt, je houdt steeds
het levende organisme in het oog. Hoe zit het in elkaar? Hoe functioneert het
zowel van binnen als naar buiten toe in contacten met de omgeving? Hoe is
de enorme biologische diversiteit ontstaan in vorm, gedrag, levensprocessen, ecologie van planten, dieren en andere levende wezens? De biologische
evolutie is het denkkader dat je kritisch gebruikt om op zoek te gaan naar
verklaringen. Maar ook: wat zijn de bedreigingen voor natuur en milieu en
hoe kan je een ecosysteem het best beheren?
Als je gedreven bent door fundamentele nieuwsgierigheid naar de levende
natuur, van cel tot ecosysteem, dan is biologie de richting voor jou.
Biologie heeft heel wat raakvlakken met de samenleving, en de tewerkstelling van biologen is dan ook erg divers. Een belangrijk segment is het
fundamenteel en toegepast wetenschappelijk onderzoek in universiteiten
of onderzoeksinstellingen, via het maken van een doctoraat. In de privésector zijn er heel wat mogelijkheden in navorsings- en ontwikkelingswerk
en in marketing, o.a. in de medische en farmaceutische sector en in indu­
striële laboratoria. Er is ook veel vraag naar biologen bij de overheid, in studiecentra en adviesbureaus, in het bijzonder in de milieusector. Ongeveer
één vierde van de biologen vindt werk in het secundair en hoger onderwijs.
74 | Addendum
Biochemie en Biotechnologie
De basis van het leven ligt in de chemische processen die zich afspelen in een
cel. De omzetting van genetische informatie naar de waargenomen
eigenschappen van een organisme, de communicatie tussen cellen en de
energiehuishouding die nodig is voor deze processen zijn fundamentele
systemen waarover nog veel nieuws te ontdekken valt. Als er iets niet naar
behoren functioneert op dit niveau, veroorzaakt dat meestal ernstige
problemen voor het individu, zoals aangeboren afwijkingen. Anderzijds kan
je misschien ingrijpen in deze celprocessen en zo die problemen vermijden, of
de moleculaire processen op een geschikte manier exploiteren.
Ben je gefascineerd door wat zich afspeelt binnen een cel, en hoe je die
processen kan beïnvloeden, dan zit je goed bij Biochemie en Biotechnologie.
Afgestudeerden kunnen aan de slag in het fundamenteel en toegepast
wetenschappelijk onderzoek, in de biotechnologische- en farmaceutische
industrie en in diagnostische laboratoria (klinische, milieu, agrarische,
enz.). Andere mogelijkheden zijn tewerkstelling in de commerciële,
technische en informaticasector, in management of leidinggevende functies
en in het onderwijs.
Bio-ingenieurswetenschappen
Als bio-ingenieur gebruik je een brede natuurwetenschappelijke kennis om
technologische en management-problemen op te lossen die zich stellen in
verband met het gebruik en beheer van levend materiaal. Je leert biologische
systemen kennen, van het cellulaire niveau tot het aardse milieu, vooral
met de bedoeling om deze systemen op een optimale manier te kunnen
gebruiken. Dat kan dan variëren van gentechnologie, over betere productie­
methodes in landbouw en voedingsnijverheid, tot milieutechnologie en
land- en bosbeheer. Je leert ook hoe je de ontwikkelde technologie dan in de
praktijk kan toepassen, in de industrie of bij de overheid.
Bio-ingenieurswetenschappen zijn in de eerste plaats ingenieurstudies. Je
steunt op een grondige kennis van biologie, maar ook van wiskunde, natuurkunde en scheikunde, en je leert om die natuurwetenschappelijke kennis te
integreren en toe te passen op ingenieursniveau.
Wil je je interesse voor biologie graag combineren met een stevige dosis
techniek, dan past een opleiding tot bio-ingenieur zeker bij jou.
Addendum | 75
Omwille van de brede wetenschappelijke en technische vorming hebben
bio-ingenieurs een brede afzetmarkt. Naargelang hun specialisatie
komen ze terecht in verschillende industriële sectoren (bv. scheikundige en
farmaceutische industrie, voedingsnijverheid, waterzuivering,
afval­verwerking, kwaliteitscontrole), medische laboratoria, overheids­
instellingen, landbouwkundig onderzoek.
Biomedische wetenschappen
Als biomedicus bestudeer je het functioneren van de mens, in ziekte en
gezondheid, tot op het moleculaire niveau. Je verwerft fundamenteel
wetenschappelijke kennis en raakt vertrouwd met allerlei laboratoriumvaardigheden. De opleiding bereidt je voor op wetenschappelijk of technologisch
onderzoek in een klinische context. Je werkt dan ook nauw samen met andere
wetenschappers, artsen en apothekers. Tijdens je studies krijg je inzicht
in het onderzoek naar microbiële infecties, neurologische aandoeningen,
genetische afwijkingen, de invloed van milieufactoren op de mens, … Ook het
belang van proefdiermodellen en hiermee gepast omgaan is essentieel in de
opleiding. De moleculaire, genetische en proteoom wetenschappen komen
uitgebreid aan bod, met het functioneren van de orgaansystemen bij de mens
als uitgangspunt.
Als je biowetenschappelijk onderzoek wilt doen waarbij de gezonde en zieke
mens centraal staat en dat dicht aanleunt bij de geneeskunde, dan is
Biomedische Wetenschappen de richting die je moet kiezen.
Afgestudeerden gaan aan de slag als onderzoeker aan de universiteit, in de
biomedisch georiënteerde industrie of het klinisch onderzoek naargelang
de gekozen specialisatie. Vaak werken biomedici verder aan een doctoraal
proefschrift, wat van belang kan zijn voor een verdere academische carrière
of een carrière als senior onderzoeker of onderzoeksmanager in biotechnologische of farmaceutische bedrijven. Een belangrijke groep biomedici vindt
ook een baan als “clinical research professional” in klinisch- of geneesmiddelenonderzoek. Verschillende biomedici vinden hun weg naar het middelbaar onderwijs waar zij als leerkracht wetenschappen aan de slag kunnen.
76 | Addendum
Programma en voorkennis
De vier bio-wetenschappelijke opleidingen nemen elk 5 jaar in beslag (telkens
3 jaar Bachelor + 2 jaar Master). Na je bachelorjaren kan je voor de masteropleiding verder studeren aan de Universiteit Antwerpen of overstappen naar
een andere universiteit, naargelang de specialisaties die je het best liggen.
Alle programma’s zijn zo samengesteld dat een eventuele overstap naar een
andere Vlaamse universiteit vlot mogelijk is. Er zijn ook beperkte overstapmogelijkheden tussen bepaalde bio-richtingen na de bachelor.
Het zijn alle vier natuurwetenschappelijke opleidingen en een vooropleiding
met voldoende wiskunde en een basis in wetenschappelijke vakken is dan
ook een goede startpositie, al is het geen absolute voorwaarde.
De Universiteit Antwerpen biedt overbruggingsonderwijs aan om eventuele
tekorten in de voorkennis bij te schaven. Zoals bij alle academische op­
leidingen zijn een sterke motivatie en doorzettingsvermogen noodzakelijk om
te kunnen slagen.
In de programma’s van het eerste jaar vind je voor een deel gelijkaardige
vakken terug, maar toch zitten er al belangrijke verschillen in de omvang (en
de inhoud) van de vakken. In het tweede jaar komt de eigen discipline
uitdrukkelijker op de voorgrond en vanaf het derde jaar liggen zowat alle
vakken in de eigen discipline.
De onderstaande tabel geeft een overzicht hoe de verschillende vakgebieden
aan bod komen in de eerste drie jaren van elke opleiding (weergegeven in
studiepunten, een maat voor de hoeveelheid les die je krijgt en de hoeveelheid tijd die je zal besteden aan het studeren). Hieruit kan je ook al afleiden
welk programma het best aansluit bij je vooropleiding en interesse.
Addendum | 77
Voor gedetailleerde informatie over studie-opbouw en vakinhouden,
kijk je best in de specifieke brochures van elke opleiding.
Vakgebied
Biologie
Biochemie
Bioingenieur
Biomedische
Wiskunde, Informatica, Statistiek
15
16
34
5
Fysica
12
14
18
15
Chemie
15
31
21
14
Celbiologie, Biochemie, Genetica
28
88
13
46
Plant- en Dierkunde
51
10
18
5
Microbiologie
3
4
4
4
Ecologie, Aardwetenschappen
27
-
9
-
Structuur en functie van de mens
-
-
-
40
Ziekte en gezondheid
-
-
-
25
Economie
-
-
9
-
Specialisatie en ingenieursvakken
-
-
42¹
-
Keuzevakken
17
-
-
-
Stage, project etc.
6
12
6
9
Andere
6
5
6
17
180
180
180
180
Totaal
¹ waarvan 30 per afstudeerrichting
(chemie en voedingstechnologie, cel- en genbiotechnologie, milieutechnologie, land- en bosbeheer)
78 | Notities
Notities | 79
80 | Notities
Download