Vermaak en ontspanning

advertisement
Vermaak en ontspanning
Colosseum
In het jaar 72 na Christus gaf keizer Vespasianus opdracht om het Colosseum te
bouwen, maar hijzelf heeft het nooit af gezien. Na zijn dood ging Titus, zijn zoon,
verder met de bouw. Toen het Colosseum (het heette toen nog Amphitheatrum
Flavium) klaar was, konden er ongeveer 55.000 tot 70.000 mensen in.
Het ontwerp was erg handig, het had 80 genummerde ingangen en trappen die
naar verschillende verdiepingen gingen. Hierdoor kon iedereen in 10 minuten op
zijn plaats zitten. De verdiepingen zijn ongeveer allemaal 12 meter hoog, met bogen van 6 à 7 meter hoog en 4
meter breed. De 1ste, 2de en 3de verdieping hebben Dorische, Ionische en Corinthische zuilen tussen de bogen. De
4e verdieping had helemaal geen bogen.
De 1ste verdieping was voor de 14 groepen ridders,
hoge edelen uit de Romeinse burgerij ( de equites). De
2de verdieping was voor de vrije burgers, kooplieden,
handelaren en de 3de verdieping voor gewone burgers.
De 4de verdieping was bestemd voor de vrouwen, zodat
zij niet zoveel bloed zouden zien. Volgens de Romeinse
mannen was dit niet goed voor hen.
Het Colosseum had ondergrondse kleedruimten, cellen waar gladiatoren (mensen die moesten vechten) werden
vastgehouden en dierenkooien. De vloer was van hout. Er waren verschillende luiken die via gangen naar de
ondergrondse cellen leidden. De vloer was bedekt met zand om de luiken te verbergen. Het zand zorgde er tevens
voor dat de vloer er als een veld uitzag en het nam gemakkelijk bloed op.
Het Colosseum kon ook gevuld worden met water om zeegevechten te spelen. De ondergrondse ruimten waren met
elkaar verbonden door gangen. Sommigen met metalen hekken, vanwege de wilde dieren, die anders gemakkelijk
zouden kunnen ontsnappen. Door de luiken leek het net alsof het dier of de gladiator uit het niets tevoorschijn was
gekomen. Afhankelijk van de voorstelling kwamen de gladiatoren of dieren op een speciale manier tevoorschijn.
Op het Colosseum stonden 240 palen die een enorm zeildoek moesten dragen om het publiek te beschermen tegen
regen en brandende zon. Het werd opgehangen door slaven en zeelieden uit Misenum. In het Coloseum werden
allerlei spelen gehouden waaronder dier tegen dier, mens tegen dier en mens tegen mens.
Er werden natuurlijk ook andere voorstellingen gegeven zoals fluitspelers en
acrobaten. Als een gladiator zwaar gewond was, kwam hij voor de keizer te
staan die besliste over zijn leven. De duim omhoog betekende dat hij mocht
blijven leven. De keizer besliste ook graag anders zoals een duim naar de borst:
de gladiator moet dood!
In 404 na Christus werden door keizer Honorius de bloedige gevechten verboden. Dit kwam door een monnik die in
de arena was gesprongen om de gevechten te stoppen. Hij werd door de toeschouwers verscheurd. In 523 n.C.
werden ook de dierengevechten verboden. De reden hiervoor was dat er al verschillende dieren waren uitgestorven
door deze gevechten.
Het Colosseum is tegenwoordig een belangrijk monument dat een mooi voorbeeld is van de hoogontwikkelde
cultuur en bouwkunst van het Romeinse Rijk. De regering heeft opdracht gegeven om het Colosseum te restaureren.
Toneel
Het voornaamste vermaak van de Romeinen was niet bloeddorstig: het toneel. In Rome werden bijna dagelijks
toneelstukken gespeeld in verschillende amfitheaters. In sommige amfitheaters konden wel 27.000 mensen zitten.
Iedereen mocht gratis het theater binnen. De meeste Romeinse steden hadden zulk amfitheater.
De toneelstukken werden vooral gemaakt om de mensen te laten lachen. Men speelde voornamelijk mime en
pantomime. Mime was een grappig gebarenspel over hele gewone onderwerpen als verliefdheid, seks, leugen en
bedrog, ruzie tussen man en vrouw.
De acteurs droegen maskers. De maskers gaven het karakter weer van de persoon die zij speelden.
Brood en spelen
Wagenrennen waren bijzonder populair in het Romeinse Rijk.
Wagenrennen werden georganiseerd ter ere van bijzondere
gebeurtenissen en tijdens religieuze feesten. Deze sport
hebben de Romeinen vermoedelijk overgenomen van de
Grieken die al meer dan duizend jaar paardenraces hielden.
De wagenrennen vonden plaats in een hippodroom, een
renbaan. In Rome waren verschillende renbanen maar de
grootste was Circus Maximus. Een enorme renbaan met hoge
tribunes. In Circus Maximus was plaats voor 150.000 mensen.
In Rome waren vier grote renstallen: de Groenen, de Blauwen, de Roden en de Witten. Elke renstal had zijn eigen
trouwe supporters. Die supporters gedroegen zich zoals de huidige voetbalsupporters: bij winst van hun stal was er
feest en juichten zij. Maar als hun renstal verloor dan werden zij verdrietig en boos. Dan gingen zij vechten met de
supporters van andere renstallen.
Op de dagen van een race was er een enorme opwinding. Duizenden mensen trokken naar het Circus. Vooral voor
de vrijplaatsen was het enorm dringen. Mensen stonden vaak de hele nacht voor de poorten van het Circus om een
plekje te veroveren. De dag begon met een optocht van de organisator. Vervolgens slachtten priesters een paar
stieren om de goden te vragen voor een mooi spektakel. Dan konden de wagenrennen beginnen.
Op de dag waren verschillende races. Met twee- , drie- en vierspannen. Dat wil zeggen met twee, drie en vier
paarden. De races met de vierspannen waren het spectaculairs en vormden het hoogtepunt van de dag.
De wagens stonden vlak voor de race in een speciale startbox. Na het startsignaal stormden de vier wagens uit de
startboxen en begon een geweldige race over zeven ronden. Het eerste stuk moest in een voorgeschreven rechte lijn
worden afgelegd. Maar na de eerste wending was alles geoorloofd. De renners sneden elkaar de weg af, botsten
met de wagens tegen elkaar aan en sloegen met hun zwepen tegen de paarden van de tegenstanders.
Een race was dan ook zeer gevaarlijk voor de menners. De wagens konden kantelen of de menners werden uit hun
wagens gesleurd. Omdat zij de teugels om hun middel hadden gebonden, moesten zij zich zo snel mogelijk los
snijden. Daarvoor droegen zij een dolk bij zich. Maar dat lukte niet altijd op tijd. Dan werd de menner door de
paarden meegesleurd. Het gebeurde regelmatig dat een menner tijdens de race stierf.
Voor de winnaar was er een ereronde en hij ontving een erepalm en een geldprijs.
Tussen de races door was allerlei ander vermaak als ruiteracrobatiek. Heel speciaal was de pedius ad quadrigam.
Dat leek op een normale race maar na de finish sprongen de menners uit hun wagens en renden nog één of meer
rondjes. Dan pas was de race ten einde.
Download