SEKCVV51011 32.50KB

advertisement
SCHOOLEXAMENVRAGEN KCV TER VOORBEREIDING
V5
JE MOET VOOR HET SCHOOLEXAMEN 3 ONDERDELEN BESTUDEREN:
1. DE OPGEGEVEN OPDRACHTEN UIT “STERKE VROUWEN “
DEZE OPDRACHTEN UIT “STERKE VROUWEN “ ZIJN:
OPDRACHT: 5 + 6 + 7
2. ALLE GODEN / GODINNEN + FUNCTIE + ATTRIBUTEN / DIEREN
UIT JE ALFABETSCHRIFT
3. ONDERSTAANDE VRAGEN
SUCCES MET DE VOORBEREIDINGEN
Hoofdstuk 6,2 blz.125-132
1.Wat verstaan we onder ethiek?
2.Wat was belangrijk in de ethica in de Griekse samenleving, wat in de Romeinse
samenleving?
3.Omschrijf het aristocratische heldenideaal bij Homerus
4.Wat verstaan we onder een tragische held? Geef 1 voorbeeld
5.Wat waren sofisten en welke opvatting over de ethica hadden zij?
6.Noem 1 bekende sofist.
7.Bespreek de opvattingen van Socrates als reactie op die van de Sofisten
8.a)Door wie heeft Plato zich laten inspireren:door Socrates of de Sofisten?
b) Motiveer je keuze
9.Bespreek Plato’s leer van de deugden.
10.Laat zien dat deze leer van de deugden veel invloed had in de Middeleeuwen
11.Geef een voorbeeld van wat Aristoteles bedoelt met “het gulden midden”
12.Staat Aristoteles in de traditie van Socrates of van de Sofisten?
13.Welke opvattingen hadden de Epicureeërs over: a) het bereiken van geluk?
b) het ontstaan van deze wereld
c) de goden
d)de dood
14.Beantwoord vraag 13 ook voor de Stoa
15.De Griekse filosofie heeft veel invloed gehad op de Romeinen:
a)Van welke filosofische stroming werd Cicero een aanhanger?
b)En Lucretius ?
c)En Seneca?
d)En Marcus Aurelius ?
 L E E S V E R D E R
Hoofdstuk 6,3 blz. 133-140
1.Wat verstaan we onder: 1. polytheïsme 2. antropomorf?
1
2. Behalve de ons bekende goden vereerden de Grieken ook andersoortige goden.
Geef daarvan 4 voorbeelden.
3.Wat was oorspronkelijk het grote verschil tussen de Griekse en de Romeinse
goden?
4. .Bespreek in eigen woorden de houding van de Romeinen tegenover hun goden
en hoe dat in de praktijk gestalte kreeg.
5. Welke nieuwe godsdiensten deden in Rome in de loop der tijd hun intrede?
6. Waarin verschilden deze nieuwe religies van de Romeinse religie?
7. Welke verklaring wordt gegeven voor de vervolging van de Christenen?
8. Wie maakte daar een eind aan en wanneer ongeveer?
9. Waarom is het jaar 378 belangrijk?
10. Op de blz.135-139 worden de opvattingen van de verschillende filosofische
stromingen over de goden besproken: leg duidelijk de opvattingen uit van
a)Socrates
b) Plato
c) Aristoteles
Hoofdstuk 6,5 blz.144-151
1. In hoeverre was de Atheense democratie een echte democratie?
2. Noem 2 verschillen met onze moderne democratie
3.Lees de leestekst op blz.146-147
Welke voor- en nadelen worden telkens genoemd van een monarchie, een
oligarchie
en een democratie?
4.Hoe zag de ideale staat eruit voor Cicero?
5.Hoe zag de ideale staat eruit voor Plato?
Hoofdstuk 7,3 blz.170-173
1.Geef de jaartallen van de Klassieke Periode in Griekenland
2.De 5e eeuw werd beheerst door 2 grote oorlogen in Griekenland. Beantwoord voor
Elke oorlog de volgende vragen: a) Van wanneer tot wanneer duurde de oorlog
b) Onder welke naam staat hij bekend
c) wie vocht tegen wie?
d)Wie won?
3.Vertel wat je weet van:
a)Marathon
b)Lysander
c)Themistokles
d)Salamis
e)Leonidas
f)Pericles
g)Alcibiades
h)Darius
4.Tussen de twee bovengenoemde oorlogen in beheerste 1 stad de Griekse politiek.
a)Welke stad was dat?
b) Noem van deze stad telkens 1 succes
1e op militair gebied
2e op cultureel gebied
3e op politiek gebied
5. Hoe kwam er definitief een einde aan de vrijheid van de Griekse stadstaten en
wanneer?
2
Hoofdstuk 7,4 blz.173-174
1.Beschrijf in je eigen woorden de veroveringstocht van Alexander de Grote.
 Gebruik in ieder geval de volgende jaartallen: 334-331-325-324-323
2.Wat zijn diadochen? Geef 1 voorbeeld
3.a)Wat verstaan we onder de term “ Hellenisme ” ?
b) Geef 3 voorbeelden daarvan
E I N D E
3
Download
Random flashcards
Create flashcards