Onderwijs

advertisement
Onderwijsvisie
Schitteren in Zijn licht
1
Inleiding1
Inleiding
Deel 1: Onderwijsvisie
1.1 Visie op mens en wereld
Dit document beschrijft de onderwijsvisie van Greijdanus in drie delen. In
deel één staat onze visie op onderwijs centraal. Vertrekpunt is het christelijke
wereldbeeld op de schepping, op de wereld, op de mens en op zijn
levensopdracht. In het derde deel volgt de onderbouwing van de onderwijsvisie
vanuit recente, wetenschappelijke onderwijsliteratuur. De concretisering van de
onderwijsvisie komt in deel twee aan de orde. Hoe kunnen de verschillende
vestigingen en afdelingen de onderwijsvisie in praktijk brengen?
1.2
1.3
1.4
2.2
Concretisering van de speerpunten op vestigings- en afdelingsniveau.
Deel 3:Beknopte verantwoording van onderwijskundige keuzes
3.1 Identiteit op Greijdanus: een christelijke visie op onderwijs
3.2
3.3
3.4
3
5
7
8
Visie op leerling en docent
Visie op leren, leerproces en leerinhouden
Visie op de onderwijstoekomst van Greijdanus
Deel 2:Concretisering van de onderwijsvisie op Greijdanus
2.1 Speerpunten voor Greijdanus
3
Onderwijskwaliteit op Greijdanus: verhogen van leeropbrengsten met behulp van
kennis uit onderwijskundige leertheorieën Professionaliteit van docenten
Conclusie: visie van Greijdanus in één oneliner 11
11
14
15
15
16
20
22
Op Greijdanus kiezen we voor een onderwijsvisie die meer transformatief is dan
overdrachtelijk. Vanuit ons christelijke wereldbeeld vinden we het belangrijk
om in te steken op een brede persoonlijkheidsvorming van de leerling. Daarbij
stimuleren we dat de leerlingen zich de leerinhouden en de bijbehorende
vaardigheden eigen maken. Zo wordt het brein maximaal geactiveerd en
ingezet. Dat gebeurt altijd in samenwerking met medeleerlingen en docenten
(samen). Leerlingen en docenten nemen verantwoordelijkheid voor elkaar
(verantwoordelijk). Leerlingen en docenten zijn elkaar tot een hand en
een voet. Niet alleen in lastige en moeilijke situaties maar ook in reguliere
leersituaties (dienstbaar). Dat vraagt intensieve, hechte relaties waarin
veiligheid en zorg gewaarborgd zijn. Alleen zo kan directe feedback gegeven
en ontvangen worden zodat de gaven en talenten die de leerlingen hebben
ontvangen zich verder ontwikkelen (groei). Directe feedback is persoonsgericht.
Zo kan er maatwerk geleverd worden voor de individuele leerlingen (verschil).
De onderwijsvisie staat niet los van andere visiedocumenten die in de school
ontwikkeld zijn. Het ‘Strategisch Beleidsplan’ geeft richting aan het Greijdanus
en beschrijft de ambities voor de komende jaren in samenhang met onze
gereformeerde identiteit. Het beleidsdocument ‘Professie & Passie’ focust op
de kwaliteiten die de medewerkers moeten hebben om de beleidsvoornemens
om te zetten in concrete acties op de werkvloer. Aan het ‘Identiteitsdocument’
ontlenen we een zestal waarden die we gebruiken als richtinggevende begrippen
voor de schoolontwikkeling. Deze waarden: groeien, verschil, samen, dienstbaar,
verantwoordelijk en genieten zijn geldig voor alle geledingen binnen de
schoolorganisatie: leerlingen en medewerkers. Al deze waarden komen voor ons
ten diepste voort uit Gods Woord. Hij is een Licht op ons pad (Psalm 119, 105).
Hij roept ons op om Christus te volgen. In Zijn Licht willen wij staan. Zo willen we
iets weerkaatsen van Zijn grote Liefde voor ons. Zo willen we (gaan) schitteren in
Zijn Licht. In Hem vinden en ontdekken we onze identiteit.
De doelstelling van Greijdanus is tweeledig. Naast een hoge onderwijskwaliteit
willen we werken aan gereformeerde identiteitsvorming van onze leerlingen.
Kwaliteit en IDentiteit gaan samen op. Op deze manier willen we de KID’s,
die aan onze zorgen zijn toevertrouwd, in beeld hebben en ons onderwijs
zo goed mogelijk op hen toesnijden. Daarbij past ook dat we ons als
medewerkers voortdurend professionaliseren en dat we ons bewust zijn van ons
ambassadeurschap voor de school maar bovenal ook voor Gods koninkrijk.
Zo willen we op het Greijdanus vanuit een sterke levensovertuiging werken aan
de ontwikkeling van een volgende generatie leerlingen. Onderwijs op Greijdanus
is meer dan leren, we willen samen leren en onszelf ontwikkelen. We willen
schitteren in Zijn Licht.
Greijdanus, mei 2012
1
‘Christus volgen’, daar begint het mee. We willen leven met de God van de
Bijbel. Christus laat zien hoe God van ons houdt en dat we in geloof mogen
leven uit genade. In het volgen van Christus laten we onze liefde voor andere
mensen zien. De tien Woorden van Gods verbond geven richtlijnen voor het
liefhebben van God en onze naasten.
‘Groeien’ Iedereen en alles in Greijdanus groeit, leert en ontwikkelt voortdurend. Dat is een opdracht en een gevolg. We creëren omstandigheden,
voor onszelf en voor anderen waarin we op de beste manier kunnen leren en
ontwikkelen. (Geïnspireerd door: Matth. 25).
‘Verschil’ Ieder mens is uniek door God geschapen. Daarom heeft iedereen
waarde en verdient respect. Ieder mens maakt zijn eigen ontwikkeling door.
In ons werk sluiten we aan bij de unieke persoonlijkheid die zo ‘onderweg’ is.
Dat geldt voor mensen die moeten of willen ‘bijdragen’ en voor mensen die
moeten of willen ‘ontvangen’.(Geïnspireerd door: 1 Cor. 12/ Rom. 12).
‘Samen’ We creëren meerwaarde door ‘verschil’-lende mensen en
verbanden bij elkaar te brengen. Ze leren van elkaar. Ze dragen bij aan
gemeenschappelijke doelen vanuit hun eigen kracht.
(Geïnspireerd door: 1 Cor. 12/ Rom. 12).
‘Dienstbaar’ We zijn meer dan onze ‘juridische posities’ van werknemer,
leerling, werkgever. We zijn mensen die op iedere plek geroepen zijn vorm
te geven aan ‘liefde’, dienstbaarheid, delen van ‘Gods liefde’. Ook naar de
samenleving en de schepping. (Geïnspireerd door diverse teksten1).
‘Verantwoordelijk’ We willen leven vanuit een ‘Identiteit’ die God ons geeft.
Tegelijk staat het voor: we leven in een context van regels, normeringen,
afspraken en opdrachten waaraan we ons conformeren, die we realiseren,
waarop we aanspreekbaar zijn en waarover we ons verantwoorden. Dit vraagt
ook offers. (Geïnspireerd door: Matth. 5: 37).
‘Genieten’ En naast dit alles staat dat we (mogen en misschien wel moeten)
genieten. Omdat we zoveel gekregen hebben, omdat het ‘zonde’ is als we
met tegenzin de dingen doen en het voor iedereen zoveel plezieriger is als
we zonder voorwaarden vooraf genieten van en hoe we de dingen doen.
(Geïnspireerd door: Prediker 9).
2
1 “Heb uw naaste lief”, “Acht de ander uitnemender dan uzelf”, “En als jullie alleen je
broeders en zusters vriendelijk bejegenen, wat voor uitzonderlijks doe je dan? Doen de
heidenen niet net zo?”
Deel 1: Onderwijsvisie
In het ‘Identiteitsdocument’ is de identiteit van het Greijdanus kort en bondig
beschreven. In de onderwijsvisie werken we die beschrijving uit naar het
onderwijs zoals dat op de werkvloer plaatsvindt. Vanuit onze opvattingen en
overtuigingen maken we de beweging naar de werkvloer in de klaslokalen.
1.1 Visie op mens en wereld
Schepping. God schiep de wereld en de mens met een bedoeling. Hij creëerde
een leefbare planeet waarop Hij mensen plaatste. De mens ontving van Hem
de opdracht tot bouwen, ontwikkelen en bewaren van de aarde. De mens kreeg
het rentmeesterschap. Nog steeds is ieder mens een door God geschapen mens.
Iedereen ontvangt van God gaven en talenten die een levenlang ontwikkeld
en gebruikt worden. Ieder mens heeft meerwaarde. Wij zijn Zijn geliefde
kinderen. Onze identiteit wordt gevuld door Gods liefde. God geeft ons het grote
liefdegebod: God liefhebben en de naaste als onszelf. Die liefde wordt zichtbaar
in hoe wij leven. Wij leven niet zomaar. Wij leven tot eer van onze Schepper en
Opdrachtgever. Zo mogen we – zoals Paulus dat formuleert - gaan ‘…schitteren
als sterren aan de hemel’ (Filippenzen 2, 15). Juist ook in een wereld die lang
niet altijd volmaakt is. Paulus noemt die wereld in hetzelfde Bijbelvers ‘ontaard
en verdorven’ (Filippenzen 2, 15).
Zondeval. De zondeval heeft de oorspronkelijke taken bouwen, bewaren en
ontwikkelen zwaarder en moeizamer gemaakt. De gebrokenheid is overal in de
schepping zichtbaar. Zonde en Satan hebben elk hun invloed op mensen, hun
werk en hun samenleven. Beperkingen en handicaps horen nu bij het leven. Het
leven is niet maakbaar. Leerlingen en docenten zijn niet perfect. Elke nieuwe en
mooie ontwikkeling, of het nu een technische of onderwijskundige ontwikkeling
is, wordt overschaduwd door gebrokenheid. De ongekende mogelijkheden van de
moderne media kennen ook hun negatieve kanten door zaken als cyberpesten.
Positieve groepswerkopdrachten kunnen voor individuele leerlingen zomaar
negatieve groepsdruk opleveren. De gevolgen van de zondeval zijn immens.
Gelukkig is er meer…
Verlossing. De macht van de zonde werd gebroken door Christus. Hij brak de
macht van Satan en bracht zo verlossing van zonden in de wereld. De weg naar
de herschepping ligt weer open. Vergeving van zonde en een nieuw leven zijn
realiteit geworden. Wij zien onszelf als verloste mensen ook al is de effectuering
van de verlossing in ons aardse leven nog niet volkomen. Wij zijn er vast van
overtuigd dat Gods Geest in Zijn geliefde kinderen werkt en dat we de gegeven
talenten en gaven ten volle mogen gaan benutten. Wij willen Jezus Christus
3
volgen als leerlingen. Hij koos voor ons. Wij kiezen voor Hem. Ondanks ons
vallen en opstaan weten we ons in dé vrijheid geplaatst. Die onvoorstelbaar
grote genade geeft ons ruimte voor ontspanning en genieten. Samen leven, met
elkaar, met God en voor God.
Vervulling. God bouwt aan Zijn Koninkrijk in deze wereld. Hij werkt door zijn
Woord en Heilige Geest in de lijn van geslachten. Lang niet altijd zijn Gods
wegen voor ons begrijpelijk. Maar we zijn ervan overtuigd dat Hij alles wil laten
meewerken ten goede. Zijn grote daden geven we van generatie op generatie
aan elkaar door. Zo zijn we op weg naar de herschepping. Als burgers van
Zijn Koninkrijk werken we mee door ons geloof over te dragen aan volgende
generaties en dragen we bij aan de ontplooiing van Gods werk in deze wereld.
Dit is de diepste drijfveer van ons onderwijs.
Deze visie op mens en wereld verdient verdere concretisering. Op Greijdanus
kozen we daarom voor de volgende kernwaarden:
1. Groeien. Onderwijs is gericht op ontwikkelen van gaven en talenten.
Ontplooiing van wat God in de mens heeft gelegd. Daarbij is streven naar
excellentie gericht op Gods eer en niet op autonome zelfontplooiing van de
mens zelf. Vakinhouden, leerprocessen en de dagelijkse lespraktijk dragen
hier aan bij. Talentontwikkeling is gekozen als een van de speerpunten van de
school vanaf 2011-12.
2. Verschil. Het onderwijs rekent met verschillen. Mensen zijn verschillend,
hebben verschillende mogelijkheden en beperkingen. Elkaar tot een hand
en een voet willen zijn betekent dat wederkerigheid over en weer in school
realiteit wordt. Wederkerigheid wil zeggen dat ieders inbreng serieus
genomen wordt. Voor het onderwijs betekent het dat leerlingen niet alleen
leren van docenten, maar dat docenten ook willen leren van leerlingen.
3. Samen. Wederkerigheid betekent ook dat we veel samen doen. Leren met
elkaar en van elkaar levert op alle terreinen van het leven veel op. Dat
geldt voor inter-persoonlijke relaties maar net zo goed voor het streven naar
samenhang tussen leerstofonderdelen of schoolvakken.
4. Dienstbaar. Het samenleven als schoolgemeenschap betekent ook
dienstbaarheid naar elkaar toe. Goede voorbeelden geven, werkelijk present
zijn en aandacht geven aan persoonlijke attitudevorming zijn karakteristiek
voor het Greijdanus.
5. Verantwoordelijk. Verantwoordelijkheid hebben, krijgen, leren nemen
en verantwoording afleggen heeft in alle geledingen van de school
een belangrijke plaats. Al deze vormen van feedback bevorderen de
leeropbrengsten en dragen bij aan de persoonlijke vorming van de leerling.
4
Vanuit de visie op mens en wereld is het leef- en werkklimaat op Greijdanus op
drie manier te typeren.
1.Het is een leef– en werkklimaat waarin de kernwaarden functioneren. Op
die momenten in de dagelijkse schoolpraktijk dat de kernwaarden zichtbaar
worden, is iets zichtbaar van hoe wij willen schitteren in Zijn Licht.
2.Het is een klimaat van christelijke vrijheid waarin ruimte is voor ontspanning
en genieten zoals Prediker dat beschrijft.
3.En het is een klimaat van genade waarin vergeving, gerechtigheid en
verzoening op school duurzame relaties mogelijk maken. Dat zie je in een
veilige leeromgeving die bijdraagt aan een hoge leeropbrengst en een
evenwichtige persoonlijkheidsvorming.
1.2 Visie op leerling en docent
Vanuit onze visie op de mens en de wereld is duidelijk dat elke leerling
getooid is met een geheel eigen set van gaven, talenten en kwaliteiten. We
snijden daarom het onderwijs op Greijdanus zo goed mogelijk toe op die
specifieke gaven en talenten van de individuele leerlingen. Dat betekent dat
we steeds een onderwijsvorm kiezen die het beste past bij de leerling. Dat
doen we aan het begin van de schoolloopbaan door de leerling in de meest
passende onderwijsstroom te plaatsen. Dat doen we tijdens het schooljaar door
werkvormen te kiezen die de leerlingen zo goed mogelijk helpen om de leerstof
te verwerken. Dat doen we door zoveel als mogelijk maatwerk te ontwikkelen
in de persoonlijke identiteitsontwikkeling van de leerling. Elke leerling krijgt
een persoonlijke mentor toegewezen als eerste aanspreekpunt en begeleider
bij o.a. (studie)keuzes. De mentor speelt een belangrijke rol in de persoonlijke
vorming van leerlingen. In een meerjarig traject bespreekt de mentor met de
leerling vragen als: ‘Wie ben ik?’, ‘Wat kan ik?’, ‘Wat wil ik?’. De leerling wordt
gestimuleerd tot zelfreflectie. Deze aanpak lijkt slechts ‘ik-gericht’ en daardoor
passend bij deze tijd. Op Greijdanus zien we deze vragen als een onderdeel van
een stuk levensoriëntatie. We willen dat de leerling leert om een verbinding te
leggen tussen zijn of haar eigen leven en ons christelijk geloof. We willen dat
de leerling leert ‘samenleven’. Om dat te bewerkstelligen organiseren we veel
ontmoetingen met andere mensen, visies en andere culturen.
Kortom: als een leerling van Greijdanus vertrekt dan heeft hij of zij onderwijs
van hoge kwaliteit gehad, passend bij de gaven, talenten en kwaliteiten die de
leerling heeft ontvangen. Daarnaast heeft de leerling expliciet gewerkt aan zijn
of haar persoonlijke vorming door ‘ontmoetingen’ met zichzelf, met anderen, met
andere visies en culturen en met God. Op deze manier hopen we een bijdrage te
leveren aan de wijze waarop een volgende generatie mag gaan ‘schitteren in Zijn
Licht’.
5
Leerlingen maken tijdens hun Greijdanusperiode de puberteitsfase door.
Het brein ontwikkelt zich in deze periode volop. We houden rekening met
deze ontwikkelingen, spelen daar zoveel mogelijk op in en streven daarbij
ook naar excellentie. Verschillen tussen individuele leerlingen zijn niet persé
problematisch, ze kunnen ook grote kansen opleveren. We maken dat waar door
‘Passend Onderwijs’ aan te bieden voor uiteindelijk 98% van de leeftijdscategorie
van 12 tot en met 18 jaar. Zo krijgen zoveel mogelijk leerlingen in deze
leeftijdscategorie onderwijs in hetzelfde gebouw als hun leeftijdsgenoten. Om dit
te bereiken werken we op Greijdanus met docenten die werkelijk present zijn. Zij
hebben de leerlingen letterlijk en figuurlijk in beeld. Ze bespreken regelmatig de
ontwikkeling van leerlingen en maken afspraken over de aanpak van specifieke
problemen van leerlingen (handelingsgericht werken).
Leerlingen op Greijdanus worden volstrekt serieus genomen en zoveel mogelijk
als volwaardige partners betrokken in het onderwijsleerproces. Ze worden
betrokken bij de vormgeving en evaluatie van lessen en projecten. Leerlingen
krijgen – passend bij hun niveau en ontwikkeling – verantwoordelijkheid voor
elkaar en voor de school. Zij zijn de beste ambassadeurs van de school. Zo
creëren we een klimaat van wederkerigheid waarbij leerlingen leren van elkaar
en van docenten. Datzelfde geldt voor docenten. Zij leren van leerlingen en van
elkaar. Wederkerigheid betekent dus dat ieders inbreng 100% serieus genomen
wordt. In die zin zijn leerlingen, docenten en leidinggevenden gelijkwaardig.
Tegelijkertijd blijft er wel verschil in taken die horen bij de verschillende
verantwoordelijkheden van leerlingen, docenten en leidinggevenden en blijven
de gegeven gezagsrelaties bestaan.
Docenten op Greijdanus zijn lerende docenten. Van een Greijdanus-Professional
verwachten we dat deze:
•zich committeert aan de doelen van Greijdanus, waarvan een bijzonder
onderdeel is dat wij ‘Christus willen volgen’. Aan de Greijdanus-Professionals
is zichtbaar dat ze in Zijn Licht staan en dat zij dat Licht willen weerkaatsen;
• voldoet aan standaarden van de beroepsgroep;
•voortdurend blijft leren door bijscholing en reflectie (ook van anderen) op zijn
handelen en kennis heeft van de actuele stand van relevante publicaties;
• dit met anderen in de organisatie vormgeeft (samen);
•vanuit zijn persoonlijke kwaliteiten (verschil) een bijdrage levert aan de hele
organisatie (samen);
•er wil zijn voor leerlingen, collega’s, de school en de samenleving en
(dienstbaar);
•verantwoord handelt, zich hierover verantwoordt en hierop aanspreekbaar is
(verantwoordelijk).
Kortom: Greijdanus-Professionals reflecteren individueel en samen op hun eigen
gedrag en zoeken oorzaken voor gedrag en resultaten van leerlingen niet buiten
zichzelf1. Zij zijn vakinhoudelijk sterk, zijn in staat om de juiste vakinhoudelijke
ondersteuning te geven en bezitten sterke coachingsvaardigheden. Docenten
op Greijdanus formuleren heldere doelen en werken met uitdagende
opdrachten. Ze verbinden hun geloof met hun werk en zetten opvoeden en
persoonsvorming niet opzij als niet horend bij onderwijs. Zij maken deel uit van
één of meer docentontwikkelteams (DOT). In deze teams zijn docenten bezig
met professionaliseren door samen te leren en te reflecteren op hun eigen
onderwijspraktijk. Zo blijven ze vakinhoudelijk en vakdidactisch op de hoogte van
de nieuwste inzichten en blijven ze fris en actueel in hun lesgeven. Tegelijkertijd
beseffen we dat in een schoolsamenleving ook sprake is van gebrokenheid.
Er gaan zaken mis. Tijdens lessen, in de communicatie tussen docenten en
leerlingen, tussen leerlingen onderling en tussen docenten. Op Greijdanus laten
we dit niet passeren. Het 5e gebod blijft uitgangspunt. We spreken elkaar aan
op een vriendelijke en besliste manier (Kol. 4, 6). Daarbij maken we gebruik
van de principes van het herstelrecht. Kenmerkend voor het herstelrecht zijn:
rechtvaardigheid, vergelding en verzoening.
1.3 Visie op leren, leerproces en leerinhouden
Op Greijdanus kijken we allereerst vanuit onze gereformeerde identiteit naar
ons onderwijs. Leerinhoud doordenken we daarom allereerst vanuit de volgende
vragen:
Schepping. Wat is in dit onderwerp Gods bedoeling? (reflections)
Zondeval. Hoe heeft de zondeval (of mijn zondeval) dit leerstofonderdeel
verziekt? (distortions)
Verlossing. Wat zegt God er over in de Bijbel? (revelations)
Vervulling.
Hoe kan de les / het leren ondanks de zonde worden ingezet
voor de bevordering van Gods koninkrijk? (applications)
Op Greijdanus omarmen we niet één specifieke leertheorie als het gaat om
leren en leerprocessen. We laten ons inspireren door onderwijskundige literatuur
waarin wordt aangetoond wat wel werkt en wat niet werkt in de klas. Het boek
‘Visible Learning’ van John Hattie (2009) geeft daarvoor veel aanwijzingen.
Hattie onderzocht 50.000 artikelen en vond maar liefst 138 factoren die meer
of minder van invloed zijn op de leeropbrengsten. Deze factoren zijn afkomstig
uit het behaviorisme, cognitivisme, constructivisme en de cultuurhistorische
benadering van het onderwijs. Hattie laat zien dat onder andere uitdagende
en betekenisvolle opdrachten, koppelen van nieuwe kennis aan al aanwezige
voorkennis, transfer en wendbare kennis, samenwerken en directe feedback
1
6
Stevens is nog stelliger: ‘als de leerling niet presteert ligt het aan de leerkracht, of het ligt aan ... de leerkracht.’
7
een positieve invloed hebben op de leeropbrengsten. Al deze elementen passen
prima bij de vijf kernwaarden. Opvallend is verder dat de genoemde elementen
ook een grote rol spelen in het zogenaamde ‘breinvriendelijk leren’ dat
momenteel sterk in de belangstelling staat.
Greijdanus is ‘onderwijs en meer’. We willen een bijdrage leveren aan de brede
persoonlijkheidsvorming van de leerling. Daarvoor is het noodzakelijk dat de
leerinhouden betekenis krijgen in het leven van de leerling zodat hij of zij
uiteindelijk op een goede manier kan participeren in de samenleving.
In deel drie staat een verantwoording van de gemaakte keuzes.
1.4 Visie op de onderwijstoekomst van Greijdanus
Een levenlang leren is niet alleen het devies voor volwassenen en leerlingen
in school, maar ook voor de school als organisatie. Stilstand is achteruitgang.
Bovendien staat de school niet op een eiland in deze wereld. De hele wereld
heeft invloed op de school. Te denken valt aan de overheid met zijn regelgeving,
de samenleving met z’n trends en ontwikkelingen die op allerlei manieren
mensen beïnvloeden, de kerken en de gezinnen die invloed uitoefenen.
De school houdt in zijn onderwijs rekening met al die invloeden van buiten door
in te spelen op wat er speelt. Omdat het hele leven constant in beweging is,
houdt de school ontwikkelingen bij die haar identiteit en de vijf kernwaarden
raken. In het Strategisch Beleidsplan staan staat de ambitie geformuleerd als:
“Wij bieden gereformeerd onderwijs en gerelateerde dienstverlening aan voor
alle kinderen van 0-18 jaar en hun ouders. (…) Onze doelgroep bevindt zich
in Oost Nederland en is in eerste instantie de statutaire doelgroep, wij staan
open voor andere Bijbelgetrouwe christenen. Wij streven naar directe sturing
op onderwijs en op onderwijsgerelateerde processen. Wij ondersteunen dit met
een doelmatige bedrijfsvoering. Onze focus ligt op het kind en de groep, waarbij
gepassioneerde professionele medewerkers worden ingezet.”
Een toespitsing van die ambitie voor onderwijskundige ontwikkelingen betekent
dat de school elke vijf jaar een analyse maakt van ontwikkelingen op de volgende terreinen. Hieronder staan de terreinen aangevuld met een actuele toepassing.
1.Overheid. Welke ontwikkelingen doen zich voor op het vlak van verzwaring
van de exameneisen, minder profielen, kernvakken (Nederlands, wiskunde,
Engels), burgerschap, Passend Onderwijs, ICT?
2.Wetenschap. Welke onderwijskundige ontwikkelingen zijn voor het onderwijs
belangrijk? Kennis over effectieve leervormen, over het brein en over de
vakgebieden neemt toe.
8
3.Samenleving. Welke trends hebben invloed op het gedrag van mensen en op
de keus van ouders voor de school? Welke trends doen zich voor op het vlak
van de persoonlijke ontwikkeling richting identiteit, studie en beroep, leefstijl?
4.Kerk en geloof. Verscheidenheid en decentralisatie in de kerken lijken toe te
nemen. Hoe spelen we daar op in? Ontkerkelijking en secularisatie brengen
gelovigen in een nieuwe situatie van een kleine minderheidsgroep onder een
steeds grotere maatschappelijke druk.
5.Politieke ontwikkelingen. Het einde van de verzuiling, de ontzuiling van de
laatste zuil, de secularisering en het populisme geven Nederland een ander
aanzien. Hoe spelen we in op een veranderende visie op artikel 23, waarin de
vrijheid van onderwijs (irt eerbieding van godsdienst en levensovertuiging) is
opgenomen in de grondwet?
6.Economisch vlak. De wereld is een dorp geworden. Individualisme, netwerken
en digitalisering veranderen de wereld economisch sterk. Internationalisatie
vraagt om een gerichte aanpak van het onderwijs.
7.Sociaal vlak. Individualisme brengt eenzaamheid met zich mee. De vraag om
vrijwilligers wordt groter. De multiculturele, geseculariseerde samenleving
vraagt andere sociale vaardigheden van mensen die Christus willen volgen in
deze tijd.
8.Evaluatie. Wat vinden de leerlingen, ouders en externe vrienden van onze
onderwijskwaliteit? Hoe staat het met de veiligheid voor leerlingen? Voelen ze
zich thuis op school?
Na de analyse wordt onderzocht hoe de school op de gesignaleerde
ontwikkelingen kan inspelen. De volgende vragen worden gesteld:
1.Hoe ziet de ideale docent er uit in kundigheid en vaardigheden als een
bepaalde ontwikkeling doorzet?
2.Hoe ondergaat de leerling de nieuwe ontwikkeling, hoe wordt hij/zij daarin
geschoold om met een optimale bagage van school te gaan?
3.Hoe ziet de ideale les en schoolorganisatie er uit als deze ontwikkeling
doorzet?
4. Is er goede balans tussen kennis – vaardigheden – attituden?
Aan de hand van een plaatje zoals hiernaast kan vervolgens via het
meerjarenplan en de jaarlijkse activiteitenplannen beleid worden ontwikkeld
of bijgesteld. Functie van dit plaatje in de vorm van een piramide is dat
systematisch de vier lagen - identiteit, pedagogiek, didactiek en werkvloer worden bekeken en beoordeeld.
9
De analyse leidt eventueel tot bijstelling van de eisen die aan medewerkers
gesteld mogen worden (Professie & Passie) en een herformuleren van de
strategische doelen van de organisatie (Strategisch Beleidsplan).
De concrete acties naar aanleiding van de analyse worden verwoord in de
verschillende jaar- en activiteitenplannen.
Analyses, strategische doelen, en plannen hebben ten diepste tot doel om de
leerlingen verder te brengen in hun ontwikkeling. Het is onze wens dat ze een
bijdrage mogen leveren aan de manier waarop de volgende generatie ‘schittert
in Zijn Licht’.
Werkvloer
OBIT en Rubics
Didactiek
Activerende werkvormen
Pedagogiek
Identiteit
Breinleren en Reflectie
Talent-ontwikkeling
Deel 2:Concretisering van de onderwijsvisie op
Greijdanus
De formulering van de onderwijsvisie in deel één leidt samen met de
onderbouwing in deel drie tot een aantal speerpunten voor toekomstig beleid.
Deze speerpunten worden in dit deel beschreven en vervolgens per vestiging/
afdeling verder geconcretiseerd in zo concreet mogelijk waarneembaar gedrag.
Elke vestiging past de onderwijsvisie ook aan naar de lokale situatie. Zo wordt
het eigenaarschap bevorderd.
2.1 Speerpunten voor Greijdanus
2.1.1Vijf speerpunten voor het stimuleren van de onderwijskwaliteit en
het voortdurend leren van alle medewerkers
Feedback samen, verantwoordelijk, verschil, groeien, dienstbaar
Docenten op Greijdanus geven de leerlingen feedback op hun vakinhoudelijke
ontwikkeling en op de ontwikkeling van hun vaardigheden en attitude. Zo is
de hele persoonlijkheid van de leerling in beeld. In het schoolgebouw zie je
voortdurend docenten, mentoren en leerlingen in gesprek met leerlingen.
Alle collega’s volgen tenminste één keer per vijf jaar een training ‘feedback
geven en ontvangen’ volgens de principes van het didactisch coachen. Bij deze
training hoort een Video-Interactie-Begeleiding waarbij de docent reflecteert op
zijn handelen De wijze van feedback geven wordt regelmatig geëvalueerd door
intervisiegesprekken n.a.v. enquêtes die onder leerlingen gehouden zijn.
Talentontwikkeling verschil, groei, verantwoordelijk
Elke leerling heeft eigen unieke gaven en talenten ontvangen. Als school
proberen we daar zo goed mogelijk recht aan te doen. Dit wordt op de volgende
manieren zichtbaar:
a.Passend Onderwijs: we werken toe naar een situatie waarbij we 98 % van
de leerlingen in de leeftijdscategorie van 12 t/m 18 jaar kunnen bedienen.
Omdat we meer zorgleerlingen binnen de schoolmuren zullen krijgen trainen
we een groot aantal docenten in de vaardigheden die nodig zijn om deze
leerlingen te bedienen (o.a. master Special Education Needs (SEN)).
b.Alle leerlingen krijgen het aanbod om mee te draaien in
programma’s die bedoeld zijn om excellentie te bevorderen. In deze
talentontwikkelprogramma’s krijgen leerlingen (evt. buiten school) extra
uitdagingen aangeboden. Leerlingen leggen hun ontwikkeling vast in
portfolio’s.
10
11
Docententeams samen, groeien
Onderwijs geven is geen individuele bezigheid. Alle docenten maken
deel uit van tenminste twee soorten teams: vakinhoudelijke teams en
leerlingontwikkelingsteams. In deze kleine teams ontwikkelen docenten
lesmateriaal voor een bepaald leerjaar. Dit onderwijs wordt uitgevoerd en
bijgesteld. Ook is er in dit team ruimte voor intervisie op docent-handelen;
Human Dynamics, leerstijlen enz. Deze teams zijn verantwoordelijk voor de
leeropbrengsten van de leerlingen en de geboden onderwijskwaliteit.
In de leerlingontwikkelingsteams komt de ontwikkeling van de leerling
ter sprake. Het gaat dan om cognitieve, maar ook om sociaal-emotionele
ontwikkelingen en attitudevorming. Gemeenschappelijke afspraken over omgaan
met bepaald leerling-gedrag, vroegtijdig signaleren van problemen enz. komen
hier aan de orde.
Kortom: elke docent ontwikkelt zich voortdurend. Die ontwikkeling wordt
zichtbaar tijdens de vergaderingen. Op de Greijdanusbrede studiedagen – waar
‘samen leren’ centraal staat - vindt uitwisseling van het geleerde plaats in de
vorm van werkgroepen, verslagen, voorbeelden van succeservaringen enz.
In de school zie je deze vergaderingen om de week plaatsvinden. In de ene
week vindt de vakinhoudelijke teamvergadering plaats, in de andere week de
leerlingontwikkelingsteamvergadering.
Leerling- en ouderparticipatie samen, groeien, verantwoordelijk, dienstbaar
Onderwijs geven staat nooit los van de leerlingen en hun ouders. Leerlingen
worden op Greijdanus betrokken bij de vormgeving en evaluatie van het
onderwijs. In de school zie je dat leerlingen actief meedenken en mee
ontwikkelen bij projecten. Het onderwijs wordt samen met hen geëvalueerd. Dit
is zichtbaar door evaluatiegesprekken en enquêtes. Ouders worden betrokken
bij de evaluatie van het onderwijs door gespreksavonden waarbij hen gevraagd
wordt om mee te denken over toekomstige ontwikkelingen. Op deze avonden
kunnen leerlingen het geleerde tonen. Daar waar mogelijk worden ouders
betrokken bij beroepenvoorlichtingen of bij het geven van gastlessen.
Puberbrein groeien
Binnen Greijdanus houden we rekening met recente onderzoeksgegevens
over puberteit en puberbrein. In de school is dat zichtbaar doordat lessen een
duidelijke en herkenbare structuur hebben (heldere doelstelling, activerende
werkvorm, terugblik op geleerde).
Leerlingen krijgen uitdagende opdrachten met aandacht voor verschillende
soorten vragen: ‘onthouden’, ‘begrijpen’, ‘integreren’ en ‘toepassen’.
12
2.1.2 Speerpunt voor het stimuleren van de persoonlijke vorming
Levensoriëntatie
De eerste versie van de Loopbaanoriëntatie-notitie (LOB) is gereed (april 2012).
Deze notitie bevat veel aanzetten om de persoonlijke vorming van leerlingen
met betrekking tot de eigen persoonlijke toekomst te bevorderen (‘Wie ben ik?’,
‘Wat kan ik?’, ‘Wat wil ik?’). In een volgende versie kan uitbreiding plaatsvinden
waarbij ook de geloofsontwikkeling een nadrukkelijke plek krijgt. Dat betekent
dat de leerling zich bewust wordt van zijn wereldbeeld en dat hij of zij dit
wereldbeeld ook confronteert met andere opvattingen en overtuigingen. Daarbij
hoort dat de leerlingen andere mensen (en culturen) ontmoet. Uiteindelijk zal
het zo zijn dat leerlingen op het Greijdanus een portfolio aanmaken waarbij niet
alleen LOB-activiteiten en geloofsvorming een plek ontvangen. Ook de MAS, de
werkweken, de projectdagen, cultuurdagen, ontmoetingen met andere scholen,
culturen en de burgerschapsvorming krijgen een overzichtelijke plek in het
digitale portfolio.
Bovenstaande speerpunten zijn vooral intern en op de werkvloer gericht.
Maar het kan niet anders dan dat de onderwijsvisie ook gevolgen krijgt voor
de onderwijsorganisatie. In het strategisch beleidsplan wordt gesproken over
onderwijs en over gerelateerde dienstverlening en ondersteuning van 8u-17u.
Vragen die op ons afkomen zijn:
1.Hoe kan Greijdanus meer het karakter van een leefgemeenschap krijgen?
Gaan vieringen, MAS en/of werkweken meer gebruik maken van heterogene
groepen? Net zoals bij de Grote Avonden?
2.Wat betekent de onderwijsvisie voor het aanbod van naschoolse activiteiten
voor leerlingen en ouders (Greijdanus Academy).
3. Wat betekent dit op de langere termijn voor de zorgstructuur binnen school?
4.Wat betekent dit voor het participeren van Greijdanus in allerlei regionale samenwerkingsverbanden, systematische contacten met het bedrijfsleven, enz?
5.Hoe zorgen we voor een interne schoolcultuur waarin aanspreken en
verantwoording afleggen logisch zijn? Een cultuur waarbij systematisch
evalueren een normaal onderdeel is?
Als bovenstaande visie omarmd wordt dan ontstaat er eigenaarschap. Als visie,
eigenaarschap en capaciteiten (die aanwezig zijn in de Greijdanusorganisatie!)
in balans zijn, dan ontstaat ‘intrinsieke motivatie’. Die motivatie is noodzakelijk
om de visie uiteindelijk te verwezenlijken. Het mooiste is als de teams zelf hun
onderwijs gaan beschrijven in termen van waarneembaar gedrag. Dat betekent
een aanpassing en aanvulling van de richting die hierboven geschetst is passend
bij de doelgroep van de betreffende afdeling. Deze beschrijving krijgt voor ieder
team zijn plek in §3.3.
13
2.2 Concretisering van de speerpunten op vestigings- en afdelingsniveau.
Leidraad bij de concretisering zijn de speerpunten die genoemd zijn in §3.2.1
en §3.2.2. Het is altijd mogelijk om per afdeling eigen punten in te brengen die
passen bij de eigenheid van de leerlingen in de betreffende afdeling. Deze eigen
punten moeten dan gekoppeld worden aan de vijf kernwaarden (groeien, samen,
verschil, verantwoordelijkheid en dienstbaar). Om het overzicht te houden
worden de kernwaarden bekeken op de niveaus van identiteit, de pedagogiek,
de didactiek en de dagelijkse lespraktijk. Een uitgebreide analyse, inclusief
voorbeelden, vind je in de PowerPoint op het personeelsportaal.
Deel 3:Beknopte verantwoording van onderwijskundige keuzes
Deel twee functioneert als een verdieping van de onderwijsvisie, deel één. In dit deel wordt een
beknopte verantwoording gegeven van gemaakte keuzes door een confrontatie met recente
onderwijskundige ontwikkelingen zoals die beschreven zijn in de onderwijskundige literatuur. Hierin
zijn vele leertheorieën beschreven en nog steeds gaat de ontwikkeling van leertheorieën door. Op
Greijdanus hangen we niet één specifieke leertheorie aan. Bruikbare elementen uit verschillende
leertheorieën nemen we samen en vormen we om tot een opvatting die past bij de christelijke
uitgangspunten van onze school.
Veel onderwijskundige theorieën zijn niet specifiek christelijk. De onderwijskundige inhoud wordt
gelouterd zoals ooit de Israëlieten de Egyptenaren beroofden van hun goud. Dat goud werd gelouterd
voor het gebruik in de tabernakel (Exodus 12: 36, 25:3). De vraag naar wat specifiek christelijk is aan
de onderwijsvisie is daarmee beantwoord.
§3.1 van dit document beschrijft op een beknopte wijze enkele christelijke visies op onderwijs. §3.2
gaat in op de vraag hoe leeropbrengsten van leerlingen volgens verschillende leertheorieën verhoogd
kunnen worden.
3.1
Identiteit op Greijdanus: een christelijke visie op onderwijs
In de christelijke onderwijsliteratuur zijn twee dominante opvattingen op ‘leren’ te onderscheiden: de
overdrachtsvisie en de transformatieve visie2.
3.1.1Overdrachtsvisie
In de overdrachtsvisie is het hoofddoel van het onderwijs dat leerlingen zich later in de samenleving
moeten kunnen handhaven. De leerling heeft daarvoor kennis en vaardigheden nodig. Het onderwijs
heeft als taak om deze kennis en vaardigheden over te dragen. De docent – die immers het
totaaloverzicht heeft – kiest de benodigde kennis en vaardigheden uit. De leerstof krijgt daarmee
ook een inkleuring vanuit het perspectief van de docent. De leerstof wordt daarmee traditioneel en
cultureel bepaald. In de overdrachtsvisie zijn leerlingen vooral gericht op het imiteren van de docent.
Opvallende kernwoorden bij deze visie: rede, intellect, cognitie, objectiviteit en reproduceerbaarheid.
Persoonsontwikkeling is in deze visie niet onbelangrijk maar valt buiten het bestek van de
leerstof. Opvoeden is geen taak van de school, maar van de ouders en van de kerkgemeenschap.
Door zijn accent op het imiteren van de docent heeft de overdrachtsvisie veel kenmerken van de
cognitivistische visie op leren.
In onze samenleving komt de overdrachtsvisie op onderwijs tot uiting in de nadruk op kwantitatieve
gegevens zoals eindexamenscores en doorstroomcijfers. In veel kwaliteitszorgmetingen draait het
2
14
Miedema, S. Radix 35, 4 (2009) p 229-237.
15
onderwijs vooral om kennisoverdracht en veel minder om opvoeding en persoonsontwikkeling. De
ontwikkeling van een persoon is geen taak van de school, maar veel meer van het gezin of van een
geloofsgemeenschap.
3.1.2 Transformatieve visie
In de transformatieve visie op onderwijs staat de brede persoonlijkheidsvorming van de leerling
centraal. Kennis en vaardigheden zijn niet onbelangrijk - het examen doet er wel degelijk toe! maar zijn ingebed in de totale vorming van de leerling. Leerlingen worden opgeleid tot zelfstandige
participanten op maatschappelijk, cultureel en levensbeschouwelijk terrein. Leerlingen maken
zich de leerinhouden ‘eigen’ en leren op deze manier steeds beter deelnemen in de samenleving.
Leerinhouden zijn in deze visie geen doel op zichzelf maar uitgangspunt. Er is sprake van succesvol
leren als de leerling de leerinhouden transformeert tot zijn of haar persoonlijke kennis, vaardigheden
en/of attituden, waarden, normen en levensbeschouwing. De leerinhouden hebben dan betekenis
gekregen voor de leerling. Daarom worden de leerinhouden niet eenzijdig vanuit de docent
overgedragen. Er is sprake van een proces van wederkerigheid waarbij leerlingen leren van docenten
en van elkaar. Leren vindt plaats in sociale samenhang. Verder leren de docenten van leerlingen. Zij
transformeren zelf ook voortdurend. Omdat de leerling zich de leerinhouden eigen maakt beklijven
de leerinhouden ook beter. Kwaliteitszorg is in deze visie meer dan meten van doorstroomcijfers
en eindexamenresultaten. De centrale vraag tijdens evaluaties is of de leerling in staat is om zin
te geven aan de leerinhouden. Dat vraagt aanvullende feedbackinstrumenten zoals portfolio’s en
‘eindgesprekken’.
In de transformatieve visie zijn kenmerken van (sociaal) constructivisme en het cultuurhistorische
perspectief te onderscheiden. In het breinvriendelijke leren komen deze kenmerken terug.
De inhoud van §3.1 en §3.2 beschrijft de algemene Greijdanuslijn ten aanzien van de overdrachtsvisie
en transformatieve visie. Elke afdeling heeft z’n eigen karakteristieken als het gaat om leeftijden,
cognitieve mogelijkheden, enz. Deze eigenheid vraagt steeds om een afdelingsspecifieke invulling.
Deze invulling lees je in deel twee.
3.2Onderwijskwaliteit op Greijdanus: verhogen van leeropbrengsten met behulp van
kennis uit onderwijskundige leertheorieën
De belangrijkste onderwijskundige leertheorieën kunnen samengevat worden met:
1. Behaviorisme: leren = conditioneren. Een prikkel leidt tot gedrag.
2. Cognitivisme: leren = imiteren. Informatieverwerking (leerstijl).
3. Constructivisme: leren = construeren. Community of Learners.
4. Cultuurhistorischperspectief: leren = participeren.
In de meest recente onderwijskundige literatuur is er veel aandacht voor de neurologische kant
van leren. Er wordt veel onderzoek gedaan naar de hersenontwikkeling bij pubers en de manier
waarop nieuwe verbindingen in de hersenen gecreëerd worden. Langzamerhand wordt duidelijk
dat breinvriendelijk leren een positieve invloed heeft op de leeropbrengsten. Opvallend is ook dat
16
veel oudere theorieën, bijvoorbeeld over zelfstandig leren, samenwerkend leren en activerende
werkvormen een nieuwe en sterkere onderbouwing krijgen door de ontdekkingen over werking van
het (puber)brein. We willen daar bewust en weloverwogen gebruik van maken, haaks op het denken
van iemand als bijv. professor Swaab: “Wij zijn onze hersenen; het is een complexe automaat met
een bewustzijn. Er is geen aanleiding om zoiets als een geest te veronderstellen. Het is allemaal te
herleiden tot processen in onze hersenen.” Deze en vergelijkbare opvattingen zetten religie buiten
spel en vragen om weerwoord.
Uit de recente literatuur3 pakken we de volgende kenmerkende aspecten op om concreet mee aan
het werk te gaan:
1.Leerlingen moeten binnen 18 seconden (emotioneel) gemotiveerd moeten worden. Anders
is de aandacht weg. Die motivatie kan gestimuleerd worden door uitdagende opdrachten (=
behaviorisme). Uitdagende opdrachten werken alleen als er voldaan is aan de basisvoorwaarde
van veiligheid. Als zorg en veiligheid afwezig zijn en de situatie voor de leerling bedreigend is
door bijvoorbeeld negatieve feedback of pestgedrag, dan schakelen de hersenen het bewuste
denken uit. De leerling kiest dan (on)bewust voor een overlevingsstrategie.
2.Er komt enorm veel informatie op ons af. Het brein begint direct met betekenis toekennen en
selecteert zo welke informatie wel en niet worden opgeslagen. Het geheugen selecteert bij
binnenkomst van de informatie meteen of deze opgeslagen moet worden in het korte- of lange
termijn geheugen. Er worden nieuwe verbanden gelegd en patronen ontdekt. Bij het al of niet
onthouden speelt het emotionele gedeelte een belangrijke rol. In een onveilige, gespannen
situatie wordt helemaal niets opgeslagen. Overleven wordt dan prioriteit boven het leren.
Spannende, bijzondere en uitzonderlijke gebeurtenissen worden eerder aanvaard dan saaie
informatie. Emoties spelen bij leren dus een bijzonder belangrijke rol.
3.Informatie die gekoppeld is aan bestaande kennis wordt gerichter opgeslagen, beter onthouden
en kan wendbaarder worden ingezet. Dit wordt verder versterkt als de leerling die kennis samen
met anderen heeft geconstrueerd. We noemen dat (sociaal) constructivisme. De informatie
wordt door de verbanden minder gefragmenteerd opgeslagen. Er is een netwerk of er zijn
meerdere netwerken ontstaan. Dit pleit voor het aanbieden van leerstof vanuit zoveel mogelijk
verschillende hoeken. Dit kan bijvoorbeeld via meervoudige intelligenties en aandacht voor
verschillende leerstijlen (cognitivisme).
4.Pubers
•De nieuwe kennis over de ontwikkeling van het puberbrein laat zien dat de omgeving - dus
de leraar, de ouders en de samenleving - van wezenlijk belang zijn voor de inspiratie en
motivatie van de pubers. Zij hebben steun en sturing hard nodig. Het is een mythe dat de
leraar niet nodig is en niet meer hoeft te doen dan procesbewaker te spelen. (Jolles)
•Hersenen van jeugdigen maken een enorme groeispurt door. Deze hersenontwikkeling
verloopt in fasen. Bepaalde fasen zijn kritieke periodes in de hersenontwikkeling. In
het verlengde van de periode die heel gunstig is voor taalontwikkeling is de puberteit
vermoedelijk de fase met ideale omstandigheden om vaardigheden als plannen, vooruitzien,
3
Caine en Caine (1997); Susan Kovik ; Crone, 2009).
17
sociaal gedrag en controleren van emoties aan te leren. Er is blijkbaar voor alles een
bepaalde tijd, ook in het brein. Maar als het aanleren van een taal moeilijker is op latere
leeftijd, dan geldt dat waarschijnlijk ook voor deze vaardigheden. (Sitskoorn)
•In de puberteit vindt de overgang plaats van concreet naar abstract en symbolisch denken. Op
13 jarige leeftijd heeft 50% van de pubers deze stap gemaakt. 80% van de veertienjarigen
kan de abstracte concepten van wiskunde volgen. Docenten brengen dit in hun lesaanpak in
rekening.
•Pubers vertonen veel impulsief gedrag wat kan leiden tot risicogedrag. De school, docenten,
MT en OOP spelen hier op in, in de les en buiten de les.
•Pubers hebben moeite met het overzien van de consequenties van hun gedrag. In hun brein
richt het beloningsysteem zich nog heel sterk op directe behoeftebevrediging. Daar wordt in
het onderwijs rekening mee gehouden en waar mogelijk ingezet voor het leren.
•Voor pubers zijn leeftijdgenoten erg belangrijk. De peer-group speelt een veel grotere rol in
hun leven dan volwassenen. Vormen van samenwerking worden veelvuldig ingezet.
Kenmerkend voor breinvriendelijk leren zijn: de (emotionele) betrokkenheid van de leerling op
de leerstof; leren doe je samen met medeleerlingen en docenten; aandacht voor de eigen unieke
hersenorganisatie (leerstijl). Kortom de leerling participeert, is eigenaar van zijn eigen leren
(cultuurhistorisch perspectief).
Breinvriendelijk leren bestaat dus uit een groot aantal verschillende ingrediënten afkomstig uit oudere
leertheorieën. John Hattie, een onderwijskundige uit Nieuw-Zeeland, onderzocht de effectiviteit van
een groot aantal onderwijskundige interventies. Hij onderzocht in een periode van vijftien jaar 800
meta-analyses en 50000 publicaties (Hattie, 2009). Hij vond maar liefst 138 (!) verschillende factoren
die de leeropbrengsten in meer of mindere mate beïnvloeden. Zijn bevindingen zijn samen te vatten
met: “de docent maakt het verschil”. Als belangrijkste succesfactoren onderscheidt hij: uitdagende
opdrachten, het stellen van haalbare doelen en het geven van gerichte feedback aan leerlingen. Als
docenten goede feedback geven op de manier van leren en als ze dit aanvullen met uitgewerkte
voorbeelden dan nemen de leeropbrengst enorm toe (Teunis, 2009). De bevindingen van Hattie
zijn in lijn met een review van Black en Wiliam. Zij bestudeerden 580 artikelen in 160 verschillende
tijdschriften en concluderen dat directe feedback tijdens lessituaties een positief effect heeft op de
leeropbrengsten (Black & Wiliam, 1998).
In de onderwijsvisie van Greijdanus komen de belangrijkste beïnvloeders van een hoge leeropbrengst
terug (zie §1.2 en §1.3). Daarbij horen onder andere: uitdagende opdrachten en gerichte feedback
aangevuld met ‘uitgewerkte voorbeelden’.
3.2.1 Cognitieve ontwikkeling bij leerlingen in de praktijk
Uitdagende opdrachten komen steeds meer beschikbaar. Langzamerhand wordt de Wikiwijs-site
gevuld met opdrachten die zich al bewezen hebben in het onderwijs. Een andere belangrijke trend
is dat docenten steeds vaker uitgenodigd worden om mee te draaien in zogenaamde ‘docent-
18
ontwikkelteams’. Docenten van verschillende scholen ontwikkelen onder leiding van medewerkers
van hogescholen en/of universiteiten nieuwe lesmaterialen. Deze materialen bevatten nieuwe
onderwerpen en uitdagende didactische werkvormen.
Inmiddels participeren een aantal van de docenten op Greijdanus in dergelijke teams. Met de
mogelijkheden van de lerarenbeurs is het zeer de moeite waard om hier intensief op in te steken.
Voor het geven van gerichte feedback kan gedacht worden aan de aanpak die gepropageerd
wordt onder de titel ‘didactische coachen’. In dit model worden leerlingen aangesproken in hun
kernkwaliteiten en krijgen ze feedback op hun functioneren, op de kwaliteit van hun antwoorden en
krijgen ze te horen op welke wijze ze in de toekomst nog betere resultaten kunnen boeken.
Uitgewerkte voorbeelden kunnen uitstekend ingebracht worden in de ELO. Zo kunnen leerlingen
precies die ondersteuning kunnen krijgen die zij nodig hebben op een moment dat hen dat schikt.
Dit soort ondersteuningsprocessen heten ‘scaffolding’. Scaffolding wil zeggen dat op het juiste
moment de juiste ondersteuning wordt aangeboden en deze ondersteuning wordt lopende het
onderwijsleerproces ook afgebouwd. Deze term is afkomstig van o.a. van Merrienboer & Kirschner in
“Ten Steps of Complex Learning”.
3.2.2Persoonsvorming van de leerling in de praktijk
Op het Greijdanus willen we niet alleen aandacht geven aan kennisoverdracht. De brede persoonlijke
ontwikkeling staat tijdens de schoolloopbaan centraal. Hoe draag je bij aan persoonsvorming of
attitudeontwikkeling? Binnen Greijdanus is een aantal lijnen te onderscheiden:
1.Docenten die leerlingen feedback geven tijdens lessituaties en die feedback van leerlingen
vragen en verwerken in hun lessen, dragen bij aan de persoonsvorming van leerlingen. Zij voelen
zich serieus genomen. Ook de manier waarop docenten omgaan met leerinhouden en hoe zij die
leerinhouden verbinden met hun persoonlijk geloof zijn vormend voor leerlingen.
2.Docenten geven leerlingen (wellicht niet systematisch) feedback op hun handelen. Het zou
kunnen zijn dat deze feedback vaak gegeven wordt als er sprake is van een verstoring of
overtreding. Als het goed is dan wordt de feedback gegeven volgens de principes van het
herstelrecht.
3.Mentoren spreken met leerlingen over schoolvorderingen, studiekeuze en over de uitkomsten
van bijv. VSV-lijsten. Ook zullen gesprekken over geloofsontwikkelingen/geloofsproblemen
voorkomen. Deze gesprekken kunnen bijdragen aan de persoonsvorming. Voor de mentorlessen
worden momenteel nieuwe, aanvullende programma’s ontwikkeld die ingaan op vragen als: ‘Wie
ben ik?’, ‘Wat kan ik?’, ‘Wat wil ik?’, ‘Waarvoor ben ik op aarde?’ enz
4.Bij persoonsvorming moet nauwkeurig gelet worden op de ontwikkelingsfase van het kind.
In de bovenbouw hv werken enkele vakken (m&r, anw) met ontwikkelingsportfolio’s waarin
leerlingen hun persoonlijke (geloofs)ontwikkeling bij een bepaald vak of rond een bepaald thema
weergeven. Inmiddels is de taakgroep portfolio van start gegaan.
5.Vanuit het lectoraat ‘Morele Vorming’ is aandacht gevraagd voor het 2500 jaar oude concept van
de ‘Deugdethiek’. Deze deugdethiek heeft in het christendom en in de christelijke pedagogiek
19
altijd een grote rol gespeeld. In de deugdethiek streeft men naar het ontwikkelen van goede
karaktertrekken of houdingen. Binnen school zijn er teams bezig geweest om het onderwijs
vanuit dit concept te doordenken.
6.Werkweken, projectdagen, (Maatschappelijke) stages, burgerschapsvorming en
internationaliseringprojecten hebben een zeer sterk vormingsaspect.
Binnen school is nog geen literatuuronderzoek gedaan naar de activiteiten die veel invloed hebben
op de persoonlijke vorming van leerlingen. We denken dat ‘feedback’, ‘reflecteren’ en elementen uit
de ‘controversy conflicttheory’ een belangrijke bijdrage kunnen leveren. Bij de controversy conflict
theory krijgen groepjes van vier leerlingen in tweetallen tegengestelde opvattingen gepresenteerd.
Eerst werken ze in tweetallen een aantal argumenten voor hun opvatting uit. Uiteindelijk mondt
de oefening uit in een vaststellen van een gezamenlijk standpunt. Er zijn positieve effecten
gerapporteerd door Johnson & Johnson (2007). Tegelijkertijd kan deze theorie nooit het enige zijn
waarmee Greijdanus zich op het punt van persoonlijke vorming van leerlingen profileert. Wel is
duidelijk dat alle leerlingen op Greijdanus bewust bezig geweest moeten zijn met persoonsvorming.
Daarbij hoort ook verslaglegging in de vorm van digitale portfolio’s.
3.3Professionaliteit van docenten
Intelligentie en sociale achtergrond zijn erg belangrijk voor de prestaties van leerlingen. Maar uit
het onderzoek van Hattie (2009) wordt duidelijk dat de docent ook een enorme invloed heeft op de
leeropbrengsten van leerlingen. In zijn oratie geef van der Grift aan dat leraren ongeveer 20% van de
verschillen in de prestaties van leerlingen kunnen beïnvloeden (van der Grift, 2010). Deze 20 % is de
beroepsruimte van de docent. Lang niet altijd wordt deze beroepsruimte volledig benut. Van der Grift
stelt: “Er zijn leraren die bij hun leerlingen nog niet de helft van de gemiddelde leerwinst bereiken en
er zijn leraren die bij hun leerlingen het dubbele van de gemiddelde leerwinst weten te bereiken.”
Van leraren wordt een actieve rol gevraagd in:
• het aanleren van strategieën
• het motiveren van leerlingen
• het geven van gerichte en directe feedback
• het geven van betekenisvolle leerervaringen
• het formuleren van heldere doelen
Daarvoor is het nodig dat de docent vier verschillende aspecten van het docentschap beheerst:
1. vakdeskundige of leermeester: weet inhoudelijk waar hij/zij het over heeft.
2. leerpsycholoog: weet hoe pubers leren
3. pedagoog en vertrouwenspersoon: kan met pubers omgaan en wil ze begrijpen
4.didacticus: heeft de beschikking over een grote gereedschapskist met werkvormen.
Op Greijdanus voegen we er een 5e aspect aan toe:
Docenten die bovenstaande aspecten beheersen en inzetten maken het verschil. Zij hebben een
grote impact op het welbevinden van de leerling en op de leeropbrengsten die de leerling behaalt.
Op Greijdanus investeren we dan ook in het onderwijzend personeel. De school stimuleert het volgen
van studies op vakinhoudelijk maar ook op onderwijskundig, pedagogisch en didactisch terrein.
Zoveel mogelijk docenten maken deel uit van één of meer docentontwikkelteams of Communities
of Learners. Liefst buiten school in netwerken met docenten van andere scholen, hogescholen en/
of universiteiten. Zo blijft de docent zich ontwikkelen. Dit komt het leerproces van de leerlingen, de
schoolorganisatie en de docent zelf ten goede.
Intern maken docenten deel uit van
Omgeving Wat kom je tegen? Waar heb je mee te maken?
verschillende teams zoals secties,
Gedrag Wat doe je?
mentoren- en afdelingsteams. Elke
Competenties Wat kun je?
Overtuigingen Waar geloof je in?
docent maakt ook deel uit van een
Identiteit Hoe zie je jezelf? Hoe zie jij je professionele rol?
professionele leergemeenschap (PLG).
Betrokkenheid Waar doe je het allemaal voor?
Op welk groter geheel voel jij je betrokken?
In groepjes van drie zijn docenten bezig
met docentprofessionalisering. De
leervraag mag zelf gekozen worden.
Voorwaarde is wel dat de leervraag
in lijn is met de vijf speerpunten
die in de onderwijsvisie zijn verwoord (zie deel twee van de onderwijsvisie). Deze professionele
leergroepjes zijn niet vrijblijvend. Er vindt terugkoppeling naar de afdelingsteams plaats. PLG’s
kunnen ervoor kiezen om de zelfevaluatie in deze groepjes vorm te geven. Nieuwe docenten krijgen
zo spoedig mogelijk een plek in een PLG. Zo kan het leren met en van elkaar makkelijk, veilig en
op een heel concreet niveau plaatsvinden (bijvoorbeeld in de vorm van intervisie m.b.v. videointeractiebegeleiding).
De docent op Greijdanus kent zichzelf en kan goed reflecteren op zijn eigen handelen. Hij kan zijn
geloof verbinden aan zijn handelen. Docenten leren van de feedback die ze ontvangen van hun
leerlingen. Toetsen geven niet alleen inzicht in hoe de leerlingen zich ontwikkeld hebben. Ze geven
vooral ook inzicht in de manier waarop de docent en de leerstof overgekomen zijn bij de leerlingen.
Docenten op Greijdanus zoeken oorzaken voor gedrag en resultaten van leerlingen niet buiten
zichzelf.
5.rolmodel en identificatiefiguur: de docent verwijst in zijn manier van leven naar Christus.
20
21
Samenvattend, docenten op Greijdanus:
1.verbinden geloof met hun werk; committeren zich aan de doelen van Greijdanus waarvan een
bijzonder onderdeel is dat zij ‘Christus willen volgen’
2. hebben hart voor kinderen; zijn werkelijk present
3. hebben inzicht in de ontwikkelingsfase van de kinderen
4. denken pedagogisch
5. zijn vakinhoudelijk sterk en voldoen aan de standaarden van de beroepsgroep
6. zien leren als meer dan alleen kennisoverdracht
7. zetten opvoeden en persoonsvorming niet weg als niet horen bij het onderwijs
8. coachen hun leerlingen; geven directe feedback
9. zijn instaat om zelf feedback te ontvangen
10.leren zelf (van mededocenten, van leerlingen en zijn op de hoogte van de nieuwste inzichten) en
brengen het geleerde in tijdens hun lessen en delen hun expertise met aankomende docenten.
(leren)
11.kunnen goed samenwerken met collegae en leveren vanuit hun persoonlijke kwaliteiten
(verschil) een bijdrage aan de hele organisatie
12. zijn er voor leerlingen, collega’s, de school en de samenleving (dienstbaar)
13. handelen verantwoord, verantwoorden zich en zijn aanspreekbaar (verantwoordelijk)
14.zijn zich bewust van hun wereldbeeld en hoe dat van invloed is op het handelen voor de klas.
Voor het vormgeven van ons onderwijs putten we uit verschillende leertheorieën. Op Greijdanus
omarmen we dus niet één theorie maar kiezen we voor die elementen van de verschillende
leertheorieën die goed passen bij ons christelijke wereldbeeld, bij de door de school gekozen
kernwaarden en bij de aanwijzingen die afkomstig zijn uit het zgn. breinvriendelijke leren.
Het onderwijs op Greijdanus is ten diepste gericht op het volgen van Christus. Onderwijs op Greijdanus
gaat om leerinhouden èn persoonsvorming. Zo kan iets zichtbaar worden van Paulus’ woorden aan de
Filippenzen
“Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven
gaat,opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de
aarde,en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader.Geliefde broeders
en zusters, u bent altijd gehoorzaam geweest toen ik bij u was. Wees het des te meer nu ik niet bij
u ben. Blijf u inspannen voor uw redding, en doe dat in diep ontzag voor God,want het is God die
zowel het willen als het handelen bij u teweegbrengt, omdat het hem behaagt.Doe alles zonder
morren en tegenspreken,opdat u zuiver en smetteloos bent, onberispelijke kinderen van God te
midden van een verdorven en ontaarde generatie, waartussen u schittert als sterren aan de hemel”.
(Filippenzen 2, 9-15).
3.4Conclusie: visie van Greijdanus in één oneliner
Op Greijdanus kiezen we voor een onderwijsvisie die meer transformatief is dan overdrachtelijk.
Vanuit ons christelijke wereldbeeld vinden we het belangrijk om in te steken op een brede
persoonlijkheidsvorming van de leerling. Daarbij stimuleren we dat de leerlingen zich de leerinhouden
en de bijbehorende vaardigheden eigen maken. Zo wordt het brein maximaal geactiveerd en
ingezet. Dat gebeurt altijd in samenwerking met medeleerlingen en docenten (samen). Leerlingen
en docenten nemen verantwoordelijkheid voor elkaar (verantwoordelijk). Leerlingen en docenten
zijn elkaar tot een hand en een voet. Niet alleen in lastige en moeilijke situaties maar ook in
reguliere leersituaties (dienstbaar). Dat vraagt intensieve, hechte relaties waarin veiligheid en zorg
gewaarborgd zijn. Alleen zo kan directe feedback gegeven en ontvangen worden zodat de gaven en
talenten die de leerlingen hebben ontvangen zich verder ontwikkelen (groei). Directe feedback is
persoonsgericht. Zo kan er maatwerk geleverd worden voor de individuele leerlingen (verschil).
Op Greijdanus zijn kennis en vaardigheden ingebed in de totale vorming van de leerling. We spelen
kennis, vaardigheden en persoonlijke vorming niet uit elkaar. Om recht te doen aan de verschillen
tussen leerlingen creëren we daar waar mogelijk keuzemogelijkheden (werkvormen, leerstijl, Human
Dynamics enz)
22
23
Notities
24
25
Zwolle
Enschede
038 - 4 698 698
[email protected]
038 - 4 698 530
[email protected]
Hardenberg
Meppel
038 - 4 698 500
[email protected]
038 - 4 698 550
[email protected]
www.greijdanus.nl
26
Download