Verslag bijeenkomst Platform Gezonde Voeding 0-‐4 jarigen

advertisement
 Verslag bijeenkomst Platform Gezonde Voeding 0-­‐4 jarigen Groentenconsumptie van jonge kinderen baart zorgen Jonge kinderen eten te weinig groenten, terwijl een adequate groentenconsumptie ziekten kan voorkomen. Op jonge leeftijd ontwikkelt de smaakvoorkeur zich al en wordt de basis gelegd voor de gezondheid en het voedingspatroon op latere leeftijd. Dit was de conclusie van ĚĞĞĞƌƐƚĞďŝũĞĞŶŬŽŵƐƚǀĂŶŚĞƚ͞WůĂƚĨŽƌŵ'ĞnjŽŶĚĞ
Voeding 0-­‐ϰũĂƌŝŐĞŶ͕͟Ěie op 22 november in Utrecht werd gehouden. In Nederland leven 500.000 zieke kinderen, die later mogelijk gezondheidsproblemen zullen ontwikkelen als er onvoldoende aandacht aan de voeding wordt besteed. Daarom dienen kinderartsen niet alleen curatief, maar ook preventief op te treden. Kinderartsen (werkzaam in 100 ziekenhuizen in Nederland) zouden meer gebruik moeten maken van hun autoriteit, aldus Koen Joosten, en samen met de jeugdgezondheidszorg moeten optrekken. Dit Platform heeft besloten om de voeding thematisch te behandelen, en heeft voor de start het onderwerp Groenten gekozen. Het is van belang aan te geven dat dit Platform zich richt op de voeding (de groenteninname) van kinderen van 0 tot 4 jaar. Voor schoolkinderen zijn er al vele initiatieven, de jongere groep heeft ook die aandacht nodig. De aanbevolen hoeveelheid groenten voor kinderen van 1 tot 4 jaar is 50-­‐100 gram per dag, ofwel 1 à 2 ͟ƐƚĞǀŝŐĞ͟
groentenlepels. Prof.dr.ir. Daan Kromhout, vicevoorzitter van de Gezondheidsraad legde in zijn presentatie uit hoe dit advies tot stand is gekomen. In de Richtlijnen Goede Voeding uit 2006 heeft de Gezondheidsraad de aanbeveling voor volwassenen gesteld op 150-­‐200 gram groenten en 200 gram fruit per dag vanwege het belang bij de preventie van chronische ziekten. <ƌŽŵŚŽƵƚ͚͗Uit onderzoek blijken deze hoeveelheden namelijk de kans op hart-­‐ en vaatziekten te verlagen. Dit is recent nog in twee meta-­‐analyses bevestigd. Indertijd leek er ook een bescherming tegen slokdarm-­‐ en maagkanker, maar deze associatie wordt in recenter onderzoek niet meer gevonden. De groentenaanbeveling voor volwassenen heeft het Voedingscentrum vervolgens vertaald naar andere leeftijdsgroepen, zoals jonge kinderen. Hierbij heeft het Voedingscentrum vooral gekeken welke hoeveelheden nodig zijn om de voorziening met micronutriënten te waarborgen.͛Momenteel worden de Richtlijnen Goede Voeding uit 2006 herzien, waarbij niet meer alleen naar nutriënten wordt gekeken, maar ook naar de relatie tussen specifieke voedingsmiddelen en chronische ziekten. De nieuwe richtlijnen worden eind 2014 verwacht. Kwetsbare periode ͚De eerste jaren na de geboorte zijn een kwetsbare periode, die van belang is voor de levenslange gezondheid͛, aldus dr. Dick van Waardenburg, kinderarts-­‐intensivist in het Academisch Ziekenhuis Maastricht. ͚Er is sprake van een snelle groei en ontwikkeling van organen, hersenen en botmassa, wat gepaard gaat met een verhoogde 1 behoefte aan voedingsstoffen.͛ Van Waardenburg zette op basis van de literatuur de somatische gevolgen van een lage groentenconsumptie voor kinderen op een rij. Hoewel er meer onderzoek nodig is, concludeerde hij dat er kans is op aanzienlijke consequenties op korte en lange termijn. Denk aan deficiënties aan vitamines, mineralen en vezels, een hogere inname van calorierijke voedingsmiddelen en op latere leeftijd een hoger risico op chronische ziekten als hart-­‐ en vaatziekten. Van Waardenburg͚͗en lage groentenconsumptie gaat vooral ten koste van de inname van ijzer, foliumzuur en vezels.͛ Hij stipte de recent gepresenteerde IROSTAT studie aan, waaruit blijkt dat 19% van de Nederlandse kinderen tussen 6 maanden en 3 jaar een te lage ijzerstatus heeft. Bij 8% van de kinderen bestaat een ijzergebreksaneamie. Van Waardenburg: ͚Bij kinderen onder de 5 jaar kan een ijzerdeficiëntie leiden tot een irreversibele psychomotorische, cognitieve en sociaal-­‐economische ontwikkelingsachterstand. IJzer is belangrijk voor de hersenontwikkeling en een tekort heeft mogelijk neurologische gevolgen.͛ Foliumzuur en vezels zijn ook belangrijk voor jonge kinderen. sĂŶtĂĂƌĚĞŶďƵƌŐ͚͗&ŽůŝƵŵnjƵƵƌ speelt een rol bij de bloedaanmaak, de hersenontwikkeling, de DNA synthese, de celdeling en de afbraak van homocysteïne. Een lage vezelinname tenslotte kan leiden tot obstipatie, wat bij kinderen een prevalentie van 7-­‐30% heeft. Vezels spelen ook een rol bij de ontwikkeling en in stand houden van een gezonde darmflora͛͘Overigens is de sterke associatie tussen een lage vezelinname en een hoge calorie-­‐inname bij volwassenen bij kinderen minder hard. Wel is aangetoond dat obese kinderen meer gewicht verliezen bij een hogere consumptie van groenten en fruit. Liever starten met groenten dan met fruit Veel voedselvoorkeuren zijn aangeleerd en het eerste levensjaar speelt daarbij een belangrijke rol. Dit stelde dr. Gerry Jager, universitair docent van de vakgroep sensoriek en eetgedrag aan de Wageningen University. Jager: ͚Ğ
mens heeft een aangeboren voorkeur voor zoet, wat vaak een signaal is voor energie, en een aangeboren aversie voor bitter, wat een signaal kan zijn voor giftige stoffen. Groenten smaken wat bitter en leveren als één van de weinige voedingsmiddelen nauwelijks energie. Daarom is het lastig voor kinderen om groenten lekker te leren vinden.͛ Jager vindt het verstandiger om bij jonge kinderen eerst te starten met het introduceren van groenten en daarna pas met fruit. :ĂŐĞƌ͚͗Omdat fruit zoet is, hebben kinderen daarvoor al een aangeboren smaakvoorkeur en introductie van fruit kan die voorkeur mogelijk juist versterken.͛Het eerste levensjaar blijkt steeds belangrijker bij het leren eten van groenten. Kinderen staan dan nog heel open voor nieuwe smaken, iets waarvan volgens Jager nog veel te weinig gebruik wordt gemaakt. :ĂŐĞƌ͚͗Tussen 1,5 en 2 jaar ontwikkelen kinderen vaak ͞neofobie͟, een aversie tegen nieuwe smaken, wat mogelijk een biologisch beschermingsmechanisme is. Rond die tijd worden kinderen immers mobiel en neofobie voorkomt dat ze giftige dingen opeten. Een nieuwe groente leren eten zal op deze leeftijd niet gemakkelijk gaan. Op een leeftijd van 2 à 3 jaar hebben kinderen al specifieke smaakvoorkeuren ontwikkeld, die zich doorvertalen naar de smaakvoorkeuren op latere leeftijd. Het eerste levensjaar is echt een ͞ǁŝŶĚŽǁŽĨŽƉƉŽƌƚƵŶŝƚLJ͟ voor het leren eten van groenten. Vanaf 4 maanden mogen kinderen, mits zij er aan toe zijn, starten met proeven. Belangrijk daarbij is het herhaald aanbieden. Pas vanaf 5 à 10 keer aanbieden neemt de voorkeur toe. Ook variatie is belangrijk: een grote variatie in groenten aanbieden zorgt voor een hogere consumptie van groenten. Een grote variatie in fruit zorgt overigens wel voor een hogere fruitconsumptie, maar niet voor een hogere groentenconsumptie.͛ Tenslotte zijn enkelvoudige smaken belangrijk, vooral bij de introductie van smaken. 2 Huidige voorlichting Karen van Drongelen van het Voedingscentrum, ir. Daphne Ketelaars van Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG) en dr. DŽŶŝƋƵĞů͛,Žŝƌ van TNO gaven een overzicht van de huidige voorlichtingscampagnes over het belang van groenten voor jonge kinderen. Zo heeft het Voedingscentrum basisfolders (De eerste hapjes en Gezond eten en bewegen met kinderen 1-­‐ϰũĂĂƌͿ͕ŚĞƚďŽĞŬ͞ůůĞƐŽǀĞƌŐĞnjŽŶĚĞƚĞŶĞŶďĞǁĞŐĞŶďĂďLJĞŶƉĞƵƚĞƌ͟ĞŶĞĞŶƐƉĞĐŝĂĂů
onderdeel op de website voor jonge ouders. Er is een facebook applicatie (mijn babyboek), ouderworkshops (Smakelijke eters en Eet-­‐ en beweegkriebels) ĞŶĚĞĐĂŵƉĂŐŶĞ͞,ĞƚŐĞnjŽŶĚĞǀŽŽƌďĞĞůĚ͟ŵĞƚŶĂ-­‐aapje in de hoofdrol. JOGG is een samenwerking tussen Voedingscentrum, ministerie van VWS en bedrijven (publieke en private partners), waarbij een lokale aanpak (inmiddels in 21 Nederlandse gemeenten) centraal staat. Hoofddoel is het percentage overgewicht bij 0-­‐19 jarigen laten dalen. Naast het hoofddoel heeft JOGG ook 5 subdoelen: beweging, water drinken, ontbijt, groenten & fruit en een gezond aanbod. JOGG werkt verder met een jaarlijks thema: nu is dat water drinken, volgend jaar bewegen en in 2014/2015 staan groenten en fruit centraal. Bij de advisering van de jeugdgezondheidszorg (JGZ) staan de zogenoemde BBOFT-­‐regels centraal. BBOFT staat daarbij voor: Borstvoeding, Buiten spelen, Ontbijten, het verminderen van gebruik van gezoete, Frisdranken en minder voor TV of computer zitten. Groenten staan hier niet bij. ƌ͘DŽŶŝƋƵĞů͛,ŽŝƌǀĂŶdEK͚͗deveel aandacht voor groenten werkt bij kinderen juist averechts en daarom is het beter om niet teveel te focussen op hoe gezond groenten njŝũŶ͛͘tĞůďĞůĂŶŐƌŝũŬǀŽůŐĞŶƐů͛,ŽŝƌŝƐ het goede voorbeeld geven, en kinderen zoveel als mogelijk te laten proeven. En ook gewoontevorming ƐƉĞĞůƚĞĞŶƌŽů͘>͛,oir: ͚'roenten en fruit zouden idealiter een vast onderdeel van de maaltijd moeten zijn. Groenten moet neutraal blijven͛ Ze pleitte tenslotte voor het betrekken van de huisartsen, aangezien zij een belangrijke rol kunnen vervullen in de voorlichting, met name richting allochtone ouders. Jong geleerd is oud gedaan Dr.ir. Katrien van Laere van de werkgroep baby-­‐ en kindervoeding van de VNFKD pleitte in haar presentatie voor een gezamenlijke aanpak en boodschap van partijen rondom een jong gezin: Voedingscentrum, overheid, medische professie, kinderdagverblijf en industrie. Een publiek-­‐private samenwerking is niet gemakkelijk, maar JOGG bewijst dat het wel kan. ŽĞůǀĂŶĚĞsE&<ŝƐĞĞŶŐĞnjŽŶĚĞǀŽĞĚŝŶŐǀŽŽƌŬŝŶĚĞƌĞŶ͘sĂŶ>ĂĞƌĞ͚͗:ŽŶŐĞ
kinderen tussen 1 en 3 jaar hebben een verhoogde behoefte: in vergelijking met volwassenen is de behoefte aan ŝũnjĞƌϱŬĞĞƌnjŽŚŽŽŐ͕ĂĂŶĐĂůĐŝƵŵϰŬĞĞƌĞŶĂĂŶǀŝƚĂŵŝŶĞnjĞůĨƐϭϰŬĞĞƌ͛͘ĞŶŐĞnjŽŶĚĞǀŽĞĚŝŶŐŝƐĚƵƐďĞůĂŶŐƌŝũŬ
voor jonge kinderen. In de praktijk blijkt vooral de groentenconsumptie van jonge kinderen te laag. sĂŶ>ĂĞƌĞ͚͗ Groenten kunnen kinderen leren eten, waarbij smaakontwikkeling, gedrag en gewoonten een rol spelen. Baby-­‐ en peuterspecifieke producten kunnen bijdragen aan de groentenconsumptie.͛ Levendige discussie Na de presentaties volgde een levendige discussie onder leiding van Joosten. Vooral de stelling ͞ĞŚƵŝĚŝŐĞ
ĂĂŶďĞǀĞůŝŶŐǀŽŽƌŐƌŽĞŶƚĞŶǁŽƌĚƚŶŝĞƚŐĞŚĂĂůĚĚŽŽƌũŽŶŐĞŬŝŶĚĞƌĞŶ͕ǁĂĂƌĚŽŽƌĞƌŐĞnjŽŶĚŚĞŝĚƐƌŝƐŝĐŽ͛ƐŽŶƚƐƚĂĂŶ͟ gaf aanleiding tot veel discussie. Kromhout: ͚Groenten eten is een kwetsbaar punt in het voedingspatroon van jonge kinderen. De gemiddelde inname is ongeveer 50 gram per dag, aan de onderkant van de aanbeveling van 50-­‐100 3 gram. Ongeveer de helft van de kinderen krijgt dus minder dan 50 gram groenten per dag binnen. Toch zijn ŐĞnjŽŶĚŚĞŝĚƐƌŝƐŝĐŽ͛ƐŶŝĞƚŚĂƌĚƚĞŵĂŬĞŶ͘tĞůŬƵŶũĞƐƚĞůůĞŶĚĂƚƚĞǁĞŝŶŝŐŐƌŽĞŶƚĞŶůĞŝĚƚƚŽƚĞĞŶŽŶĞǀĞŶǁŝĐŚƚŝŐ
voedingspatroon met een lage inname van vitamines, mineralen en vezels. Een lage groenteninname is een marker voor een lage plantaardige inname͛ Eén deelnemer nam een afwijkend standpunt in en stelde dat groenten niet perse nodig zijn om gezond op te groeien; de voedingsstoffen kunnen ook uit andere voedingsmiddelen gehaald worden, zoals fruit en graanproducten. De meerderheid was het hier niet mee eens en volgens Kromhout gaat een lage groentenconsumptie in de praktijk vrijwel altijd gepaard met een ongebalanceerd voedingspatroon. Verschillende deelnemers benadrukten wel het belang van het totale voedingspatroon, waarbinnen het belangrijk is dat jonge kinderen minimaal 50 gram groenten per dag eten. Eén deelnemer opperde om in de aanbeveling vooral te focussen op de bovenkant, 100 gram, omdat mensen geneigd zijn naar de norm op te schuiven. In ieder geval heeft een positieve benadering de voorkeur. De mening over de stelling, dat een publiekscampagne nodig is om groenten beter onder de aandacht te brengen, waren verdeeld. Ketelaars is juist voorstander van een lokale benadering, zoals bij JOGG. Maar volgens Bemelmans van het Voedingscentrum werkt lokaal alleen als het onderwerp -­‐we moeten ons zorgen maken over de voeding van jonge kinderen-­‐ op de landelijke agenda staat. Bij overgewicht is dat al wel het geval, maar bij groenten nog niet. Zouden professionals standaard moeten vragen naar de groentenconsumptie? Velen zijn het met deze stelling eens. In de praktijk doen kinderartsen dat nu nog nauwelijks en de jeugdgezondheidszorg blijft vaak in algemene ǀƌĂŐĞŶŚĂŶŐĞŶ͕ĂůƐ͞ĞƚƵǁŬŝŶĚŐƌŽĞŶƚĞŶ͍͟. Dit zal ŝĞĚĞƌĞŽƵĚĞƌŵĞƚ͞:Ă͟ďĞĂŶƚǁŽŽƌĚĞŶ, maar meestal gaat het om kleine hoeveelheden. Sommige deelnemers vinden ook dat er meer aandacht moet komen voor de smaakontwikkeling. Ouders zijn vooral bezorgd over de hoeveelheid voedsel, die hun kind binnenkrijgt. Dat de eerste hapjes juist belangrijk zijn voor de smaakontwikkeling, leeft bij hen nog helemaal niet. Jager pleitte er verder voor om groenten niet meer in één adem te noemen met fruit en bij voorkeur te starten met groenten als eerste hapje, in plaats van met het gebruikelijke fruithapje. Tenslotte werd geopperd de doelgroep zelf niet te vergeten, maar ze er bij te betrekken (kinderen en ouders). :ŽŽƐƚĞŶĐŽŶĐůƵĚĞĞƌĚĞ͚͗tĞǁĞƚĞŶĚĂƚŐƌŽĞŶƚĞŶŐŽĞĚzijn voor jonge kinderen, maar hebben nog geen hard bewijs van de gezondheidsvoordelen. Wel vinden wij dat er iets moet veranderen, want we maken ons zorgen. Dikke kinderen worden dikke volwassenen, en het risico op chronische ziekten is verhoogd bij overgewicht͛. Joosten gaf aan dat de NVK overweegt om een standpunt over de groentenconsumptie van jonge kinderen naar buiten te brengen. Ook opperde hij om groenten (en smaakontwikkeling) als thema te nemen bij het implementeren van de nieuwe JGZ-­‐ en NVK-­‐richtlijn ͚Voedingsgedrag en eetstoornissen 0-­‐19 jarigen͛ in 2013. Leerpunten: 1.
Een gezonde voedingsinname op jonge leeftijd verbetert de gezondheid later. 2.
Groenten eten heeft een beschermende werking op HVZ. 3.
Groenten eten leidt tot een lagere calorie inname, en een hogere micronutriënten inname. 4.
De eerste 12 maanden zijn de Window of Opportuniy om jonge kinderen groenten te leren eten. 4 5.
Groenten kunnen niet worden ingewisseld voor fruit. 6.
Geef het goede voorbeeld! 7.
Adviseer ook zwangere vrouwen over het belang van groenten eten (smaakoverdracht in 3e trimester). 8.
Doe navraag naar de groenten inname (en de inname van fruit en granen) van het kind. Dit is een marker voor de overall voedingsinname. 9.
Benadruk waar we naar toe willen (100 g groenten voor kinderen) en benadruk niet het negatieve. 10. Bundel de krachten: thema groenten (en smaakontwikkeling) gebruiken bij implementeren van de nieuwe JGZ-­‐ en NVK-­‐richtlijn ͚Voedingsgedrag en eetstoornissen 0-­‐ϭϵũĂƌŝŐĞŶ͛͘ Platform Gezonde Voeding 0-­‐4 jarigen Het Platform Gezonde Voeding 0-­‐4 jarigen is opgericht door de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) samen met de Vereniging van Nederlandse Fabrikanten van Kinder-­‐ en Dieetvoedingsmiddelen (VNFKD), het Voedingscentrum en TNO. Aanleiding voor de oprichting was een TaskForce bijeenkomst in november 2011. Het Platform gaat zich richten op het delen van kennis en het bundelen van implementatiestrategieën. Doel is een bijdrage leveren aan een gezonder eetpatroon voor 0-­‐4 jarigen. Voorzitter van het platform is dr. Koen Joosten, kinderarts-­‐intensivist in het Erasmus MC locatie Sophia Kinderziekenhuis te Rotterdam, tevens voorzitter commissie voeding van de NVK. Onder de circa 35 deelnemers aan de bijeenkomst waren naast de oprichters ook vertegenwoordigers aanwezig van diverse andere partijen, zoals Gezondheidsraad, Wageningen Universiteit, Nederlandse Vereniging van Diëtisten (NVD), Artsen Jeugdgezondheidszorg en het Convenant Gezond Gewicht. 5 
Download