Multi-View Active Appearance Models: Application to X-ray

advertisement
NHG-kaderopleiding Ouderengeneeskunde, kwaliteitsproject fase 2
Intensivering van de samenwerking met verpleeghuisarts
tbv patiënten in het verzorgingshuis
Caroline Groffen
Inleiding
Methode
Nav de handreiking “Kwaliteitsverbetering
medisch-farmaceutische zorg voor ouderen thuis
en in het verzorgingshuis” van de LHV blijkt dat
er in de praktijk nog veel mogelijkheden open
liggen de samenwerking tussen huisarts en
verpleeghuisarts te intensiveren.
Het doel is de aanvullende zorg/meerzorg als
volwaardige vorm van continue, systematische,
langdurige en multidisciplinaire zorg te
verwezenlijken, met behoud van mogelijke
zelfstandigheid van de patiënt. De uitdaging is
een werkbare situatie te creëren voor huisarts,
verpleeghuisarts en verzorgenden.
In Oegstgeest zijn het verpleeghuis en de 2 verzorgingshuizen in één stichting ondergebracht. Onze praktijk heeft in beide
verzorgingshuizen een groot aandeel patiënten. Dit maakt samenwerking in de praktijk goed uitvoerbaar. De activiteiten
hebben zich toegespitst op 1 verzorgingshuis, waar ik de zorg draag voor 26 patiënten uit onze praktijk.
Als eerste project ben ik gaan deelnemen aan het MDO. In het MDO worden patiënten uit het verzorgingshuis met een
indicatie voor aanvullende verpleeghuiszorg besproken. Bij het MDO zijn de teamleider, persoonlijk verzorgende,
verpleeghuisarts, psycholoog van het verpleeghuis en op indicatie consultatieteam GGZ aanwezig. Het zorgleefplan wordt
besproken, doelen en akties afgesproken en later met de bewoner en zijn contactpersoon doorgenomen. Bewoners
worden gem. 2x per jaar besproken.
Als tweede project heb ik samen met de verpleeghuisarts een verbeterplan tav omgaan met urineweginfecties in het
verzorgingshuis uitgevoerd. De richtlijnen van de NHG en NVVA zijn vergeleken. Aandachtspunten voor de populatie in
het verzorgingshuis zijn vastgesteld: vaker atypische presentatie, indicaties voor diagnostiek, aandacht voor nierfunctie bij
behandeling, onderscheid relapse en herinfectie, afwijkende richtlijnen betreffende onderhoudsbehandeling bij
recidiverende urineweginfecties.
Resultaten
INTERVENTIES NAV MDO
- bij 2 patiënten met insuline afh diabetes mellitus maandelijks dagcurve afgesproken, controleafspraken diabetes ook
voor andere patiënten aangepast
- bij 1 patiënt ivm toenemende geheugenstoornis MMSE afgenomen,
herindicatie van zorg aangevraagd
- bij 1 patiënt afbouwen antidepressiva, depressie was in remissie
VERBETERPLAN TAV OMGAAN MET URINEWEGINFECTIES IN HET VERZORGINGSHUIS
- in maart 2009 heb ik een klinische les gegeven aan verzorgenden (25 belangstellenden). Het klinisch beeld,
diagnostiek en behandeling zijn besproken. Voornaamste leerpunten waren dat er bij negatieve uitslag en aspecifieke
symptomen een arts gewaarschuwd moet worden voor nadere diagnostiek en dat urine die stinkt, troebel is of uit een
CAD komt in principe niet gestickt hoeft te worden.
mei
- getallen uit de praktijk: in de populatie van 26 patiënten in het verzorgingshuis was er in de maanden maart-aprilzowel in 2008 als in 2009 5 x sprake van een urineweginfectie die met antibiotica behandeld is. Meestal werd er
direct goed gereageerd op nitrofurantoïne. In 2008 is er 2x een kweek gedaan, 1x mengflora, 1x E.Coli (goed
gevoelig). In 2008 was er 1x urine uit CAD afgenomen, er zijn toen blaasspoelingen afgesproken. In de
journaalverslagen zijn er verder geen verschillen in 2008 of 2009 te vinden.
-in juni is er een FTO wat ik samen met de verpleeghuisarts en de apotheker voorbereid.
Aandachtspunten zijn onderscheid tussen relapse en herinfectie, belang van de nierfunctie bij behandeling met
nitrofurantoïne en verschil in richtlijnen tav onderhoudstherapie bij recidiverende urineweginfecties.
We hebben voor de verschillende huisartsenpraktijken de kweken opgevraagd. Het verpleeghuis maakt gebruik van
een ander laboratorium, zodoende kunnen we verwekkers en hun resistentiepatronen vergelijken. Van de 9
huisartspraktijken zijn er in de maanden jan-feb-mrt 27 positieve kweken ontvangen en 7 maal een mengflora. Dit
betrof 11 x een positieve kweek van een oudere van > 70 jaar.
TOEGEVOEGDE INITIATIEVEN
- verpleeghuisartsen nemen vanaf maart structureel deel aan het FTO
- intensieve samenwerking met verpleeghuisarts in een ander (particulier) verzorgingshuis, waar veel patiënten met
complexe zorg wonen. Paramedici vanuit het verpleeghuis in het verzorgingshuis; goed uitgangspunt voor
incidenteel en structureel overleg.
CONCLUSIE
INTENSIVEREN VAN DE SAMENWERKING IS ZEKER GELUKT. SAMEN IN MDO EN FTO. ER ZIJN MEER CONTACTEN EN
IEDER IS BETER OP DE HOOGTE VAN ELKAARS WERKWIJZE.
IN DE TOEKOMST HOOP IK DAT DE PARAMEDICI VAN HET VERPLEEGHUIS OOK MEER IN DE VERZORGINGSHUIZEN
KUNNEN GAAN BETEKENEN.
IMPLEMENTATIE VAN HET VERBETERPLAN IN HET VERZORGINGSHUIS BLEEK MOEILIJK TE METEN. BESPREKEN VAN
OMGAAN MET URINEWEGINFECTIES MET VERZORGENDEN, ASSISTENTES EN COLLEGA’S IS WEL NUTTIG
GEBLEKEN. IEDERS WAAKZAAMHEID IS VERGROOT.
Download