Tekst 2 : over rechten en vrijheden

advertisement
Tekst 1: over mensenrechten
1. Welke artikels uit dit verdrag zijn specifiek van toepassing op mensen met
een geestesziekte?








Art. 3.: (verbod van foltering) Niemand mag worden onderworpen aan
folteringen noch aan onmenselijke of vernederende behandelingen of
straffen.
 hier gaat het over elektroshocks, isolatie,…
Art. 5 e): Eenieder heeft recht op persoonlijke vrijheid en veiligheid.
Niemand mag van zijn vrijheid worden beroofd, behalve in de
navolgende gevallen en langs wettelijke weg:
in het geval van rechtmatige gevangenhouding van personen die een
besmettelijke ziekte zouden kunnen verspreiden, van geesteszieken, van
verslaafden aan alcohol of verdovende middelen of van landlopers.
Art. 5.3: Eenieder die gearresteerd is of gevangen wordt gehouden,
overeenkomstig lid e c) van dit artikel moet onmiddellijk voor een
rechter worden geleid of voor een andere autoriteit die door de wet
bevoegd verklaard is om rechtelijke macht uit te oefenen en heeft het
recht binnen een redelijke termijn berecht te worden of hangende het
proces in vrijheid te worden gesteld. De vrijheidstelling kan afhankelijk
worden gesteld van een waarborg voor de verschijning van de
betrokkene in rechte.
Art. 5.4: Eenieder die door arrestatie of gevangenhouding van zijn
vrijheid is beroofd heeft het recht voorziening te vragen bij de rechter
opdat deze op korte termijn beslist over de wettigheid van zijn
gevangenhouding en zijn invrijheidstelling beveelt, indien de
gevangenhouding onrechtmatig is.
Art. 5.5: Eenieder die het slachtoffer is geweest van een arrestatie of een
gevangenhouding in strijd met de bepalingen van dit artikel heeft recht
op schadeloosstelling.
Art. 8.2: Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan met
betrekking tot de uitoefening van dit recht dan voor zover bij de wet is
voorzien en in een democratische samenleving nodig is in het belang
van ’s lands veiligheid, de openbare veiligheid, of het economisch
welzijn van het land, de bescherming van de openbare orde en het
voorkomen van strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of
de goede zeden, of voor de bescherming van de rechten en vrijheden
van anderen.
Art. 9.2: De vrijheid van godsdienst of overtuiging te belijden kan aan
geen andere beperkingen zijn onderworpen dan die welke bij de wet
zijn voorzien, en die in een democratische samenleving nodig zijn voor
de openbare orde, gezondheid of zedelijkheid of de bescherming van
de rechten en vrijheden van anderen.
Art. 10.2: Daar de uitoefening van deze vrijheden plichten en
verantwoordelijkheden met zich brengt, kan zij worden onderworpen
aan bepaalde formaliteiten, voorwaarden, beperkingen of sancties,
welke bij de wet worden voorzien en die in een democratische
samenleving nodig zijn in het belang van ’s land veiligheid , de
bescherming van de openbare orde en het voorkomen van strafbare
feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, de
bescherming van de goede naam of de rechten van anderen om de
verspreiding van vertrouwelijke mededelingen te voorkomen of om het
gezag en de onpartijdigheid van de rechtelijke macht te waarborgen.
 Art 14: Het genot van rechten en vrijheden, welke in dit Verdrag zijn
vermeld, is verzekerd zonder enig onderscheid op welke grond ook,
zoals geslacht, ras , kleur, taal, godsdienst, politieke of ander
overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, het behoren tot
een nationale minderheid, vermogen, geboorte of andere status.
2. Ga na in de wetgeving waar en in welke mate de Belgische wetgever met
deze bepalingen heeft rekening gehouden.
In klas:
 Art. 4.: Wanneer de omstandigheden bepaald in artikel 2 zich
voordoen, kan opneming ter observatie in een psychiatrische dienst bij
rechterlijke beslissing worden gelast overeenkomstig de regels gesteld
in de volgende artikelen.
 Art. 5. 1: (met het oog op een opneming ter observatie kan iedere
belanghebbende een verzoekschrift indienen bij de vrederechter) Dit
verzoekschrift vermeldt, op straffe van nietigheid:
1. de dag, de maand en het jaar;
2. de naam, de voornaam, het beroep en de woonplaats van de
verzoeker, alsook de graad van verwantschap of de aard van
de betrekkingen die er bestaan tussen de verzoeker en de
persoon wiens plaatsing ter observatie wordt gevraagd;
3. het onderwerp van de vordering en in het kort de gronden
ervan;
4. de naam, de voornaam, de verblijf- of woonplaats van de zieke
of, bij gebreke daarvan, de plaats waar hij zich bevindt;
5. de aanwijzing van de rechter die ervan kennis moet nemen.
Het verzoekschrift moet, op straffe van nietigheid, worden ondertekend
door de verzoeker of zijn advocaat. Het verzoekschrift vermeldt
bovendien, en voor zover mogelijk, de plaats en datum van geboorte
van de zieke evenals, in voorkomend geval, de naam, de voornaam,
de woonplaats en de hoedanigheid van zijn wettelijke
vertegenwoordiger.
 Art. 5. 2: Op straffe van niet-ontvankelijkheid van de vordering moet
hieraan een omstandig geneeskundig verslag worden toegevoegd dat
op basis van een onderzoek dat ten hoogste vijftien dagen oud is, de
gezondheidstoestand van de persoon wiens opneming ter observatie
wordt gevraagd evenals de symptomen van de ziekte beschrijft en
vaststelt dat is voldaan aan de voorwaarden bepaald in artikel 2. Dit
verslag mag niet worden opgesteld door een geneesheer die een
bloed- of aanverwant van de zieke of van de verzoeker is of op
enigerlei wijze verbonden is aan de psychiatrische dienst waar de zieke
zich bevindt.
 Art. 5. 3: De kennisgevingen of betekeningen aan de zieke zoals
bepaald in deze wet die niet aan de persoon kunnen worden gedaan,
geschieden aan de verblijfplaats of bij gebreke daarvan aan de
woonplaats van de geadresseerde.
 Art. 10: De directeur van de instelling schrijft de zieke in een register in;
daarin worden vermeld zijn identiteit, elke opneming, elk verlof of
ontslag, de beslissingen betreffende de beschermingsmaatregelen die
te zijnen aanzien worden genomen en de personen die met toepassing
van artikel 7 zijn aangewezen of gekozen. De koning bepaalt de wijze
waarop het register bedoeld in het eerste lid moet worden
bijgehouden.
Zelf:




Rekening gehouden met Art. 5 e):
 Wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de
persoon van de geesteszieke (W.P.G.), Art. 1: Buiten de
beschermingsmaatregelen waarin deze wet voorziet, kunnen de
diagnose en de behandeling van psychische stoornissen geen
aanleiding geven tot enige vrijheidsbeperking, onverminderd de
toepassing van de wet van 1 juli 1964 tot bescherming van de
maatschappij tegen de abnormalen en gewoontemisdadigers.
Rekening gehouden met Art. 8.2:
 W.P.G, Art 32.  2: Verzoekschriften of klachten uitgaande van de
zieke en gericht tot de gerechtelijke of administratieve overheden
of brieven aan of van de zieke mogen niet worden ingehouden,
geopend of vernietigd. In iedere psychiatrische dienst kan de
zieke het bezoek ontvangen van zijn advocaat, van de door hem
gekozen geneesheer en, overeenkomstig het huishoudelijk
reglement, van een vertrouwenspersoon of , behoudens
geneeskundige contra-indicatie, van iedere andere persoon.
Rekening gehouden met Art. 9.2:
 W.P.G., Art.2: De beschermingsmaatregelen mogen, bij gebreke
van enige andere geschikte behandeling, alleen getroffen
worden ten aanzien van een geesteszieke indien zijn toestand
zulks vereist, hetzij omdat hij zijn gezondheid en zijn veiligheid
ernstig in gevaar brengt, hetzij omdat hij een ernstige bedreiging
vormt voor andermans leven of integriteit. De onaangepastheid
aan de zedelijke, maatschappelijke, religieuze, politieke of
andere waarden mag op zichzelf niet als een geestesziekte
worden beschouwd.
Rekening gehouden met Art 14:
 W.P.G., Art.32  1: iedere geesteszieke wordt behandeld met
eerbiediging van zijn vrijheid van mening, van zijn godsdienstige
en filosofische overtuiging en op zulke wijze dat zijn lichamelijke
en geestelijke gezondheid, zijn sociale en gezinscontacten
alsmede zijn culturele ontplooiing in de hand worden gewerkt.
Tekst 2 : over rechten en vrijheden
1. Welke van deze art. zijn van toepassing voor de bescherming van de
geesteszieken?
Art. 11: Het genot van de rechten en vrijheden aan de Belgen
toegekend moet zonder discriminatie verzekerd worden. Ten dien
einde waarborgen de wet en het decreet inzonderheid de rechten en
vrijheden van de ideologische en filosofische minderheden.
 Men mag niet discrimineren, alle mensen op een gelijke manier
behandelen.
 Art. 12: De vrijheid van de persoon is gewaarborgd. Niemand kan
worden vervolgd dan in de gevallen die de wet bepaald en in de vorm
die zij voorschrijft. Behalve bij ontdekking op heterdaad kan niemand
worden aangehouden dan krachtens een met redenen omkleed bevel
van de rechter, dat moet worden betekend bij de aanhouding of
uiterlijk binnen vierentwintig uren.
 Art. 22: Ieder heeft het recht op eerbiediging van zijn privé-leven en zijn
gezinsleven, behoudens inde gevallen en onder de voorwarden door
de wet bepaald. De wet, het decreet of de in artikel 134 bedoelde
regel waarborgen de bescherming van dat recht.
 ook geesteszieken hebben dus recht op eerbiediging van hun privéleven en hun gezinsleven.
 Art. 23: Ieder heeft het recht een menswaardig leven te leiden.
Daartoe waarborgen de wet, het decreet of de in artikel 134 bedoelde
regel, rekening houdend met de overeenkomstige plichten, de
economische, sociale en culturele rechten, waarvan ze de
voorwaarden voor de uitoefening bepalen. Die rechten omvatten
inzonderheid:
1. het recht op arbeid en op de vrije keuze van beroepsarbeid in
het raam van een algemeen werkgelegenheidsbeleid dat onder
meer gericht is op het waarborgen van een zo hoog en stabiele
mogelijk werkgelegenheidspeil, het recht op billijke
arbeidsvoorwaarden en een billijke beloning, alsmede het recht
op informatie, overleg en collectief onderhandelen;
2. het recht op sociale zekerheid, bescherming van de gezondheid
en sociale, geneeskundige en juridische bijstand;
3. het recht op een behoorlijke huisvesting;
4. het recht op de bescherming van een gezond leefmilieu;
5. het recht op culturele en maatschappelijke ontplooiing

 ook geesteszieken hebben het recht om een menswaardig leven te
leiden. Dit recht omvat o.a. recht op bescherming van de gezondheid
en sociale, geneeskundige en juridische bijstand, recht op behoorlijke
huisvestiging…
2. Ga na in de wetgeving waar en in welke mate de Belgische wetgever met
deze bepalingen heeft rekening gehouden.
De Belgische grondwet is enkel en alleen voor BELGEN (art.10). Vanwaar
halen de vreemdelingen dan hun rechten(zoals niet zomaar opgesloten
worden ea.) want zij kunnen geen beroep doen op de grondwet. Zij moeten
zich beroepen op het internationale recht.
Tekst 3: over bekwamen en onbekwamen
1. Omschrijf de verschillende beschermingsstatuten voorzien in de wet.
INLEIDENDE INFORMATIE:
In de psychiatrie wordt onderscheid gemaakt tussen:
 enerzijds de geesteszwakke wiens geestelijk onvermogen aangeboren of
kort na de geboorte ontstaan en ongeneeslijk is.
 anderzijds de geesteszieke van wie het verstandelijk vermogen zich eerst
normaal ontwikkeld heeft, doch achteraf verstoord is en die voor
behandeling in aanmerking komt.
In feite zijn deze personen door hun geestestoestand niet in staat juridische
handelingen te stellen. Toch is de geesteszieke juridisch gezien
handelingsbekwaam zolang de onbekwaamheid niet is uitgesproken.
De juridische handelingen van een geestesongezonde persoon zijn dus in
principe geldig en moeten (via een procedure) nietig verklaard worden.
De vraag tot nietigverklaring wegens het ontbreken van bewuste en vrije
wil (basisvereiste voor een geldige rechtshandeling) zal enkel kunnen
ingewilligd worden wanneer het bewijs wordt geleverd dat de
geestesstoornis bestond op het ogenblik van het stellen van de
rechtshandeling. Dit is echter niet steeds het geval daar bepaalde
geesteszieken ook heldere tussenpozen kunnen hebben.
Om deze moeilijkheden te vermijden, werden een aantal
beschermingsstatuten ingevoerd die langs gerechtelijke weg worden
aangevraagd en waarbij een zekere keuze van statuut gelaten wordt.
BESCHERMINGSSTATUTEN:
Er bestaan verschillende statuten namelijk:

Maatregelen die zich richten op de bescherming van de persoon
van de geesteszieke:
 De gedwongen opname ter behandeling in een ziekenhuis
(vroegere collocatie)
 De opname ter verpleging in een gezin (vroegere
sekwestratie)
 De internering

Maatregelen die zich richten op de bescherming van de
goederen van de geesteszieke:
 De gerechtelijke raadsman
 De voorlopige bewindvoerder

Maatregelen die zowel de persoon als de goederen beogen te
beschermen:
 De verlengde minderjarigheid
 De gerechtelijke onbekwaamverklaring
=> Volgens de definitie van de wet gaat het om “een staat van geestelijke
onvolwaardigheid, aangeboren of begonnen tijdens de vroege kinderjaren
en gekenmerkt door een uitgebleven ontwikkeling van de gezamenlijke
vermogens van verstand, gevoel en wil.”
- de gerechtelijke onbekwaamverklaring
=> Een meerderjarige die zich in een aanhoudende staat van onnozelheid of
krakzinnigheid bevindt, moet worden onbekwaam verklaar, zelfs wanneer in
die staat heldere tussenpozen voorkomen.”


Minderjarigen: Burgerlijk wetboek
Geestesgestoorden:
 hebben een beschermingsstatuut
 wet collocatie e.a. én burgerlijk wetboek:
onbekwaamverklaring.

Geïnterneerden: hebben beschermingsstatuut
 link kunnen leggen met de verschillende wetten !!
2. Hoe verloopt de procedure voor het verkrijgen van die
beschermingsstatuten?
Zelf:
1. de verlengd minderjarige
De verlengdminderjarigverklaring wordt bij verzoekschrift aangevraagd bij de
rechtbank van eerste aanleg van de woon- of verblijfplaats van de
zwakzinnige.
Is de zwakzinnige minderjarig dan gaat het verzoek uit van:
- zijn ouders of één van hen (of hun advocaat)
- zijn voogd (of zijn advocaat)
- de Procureur des Konings (indien de ouders of voogd geen initiatief nemen)
Gaat het om een meerderjarige zwakzinnige, dan kan het verzoek door
bovengenoemden en zelfs door gelijk welke bloedverwant worden gedaan;
de opheffing van de staat van verlengde minderjarigheid kan steeds door
dezelfde personen en door de verlengd minderjarige zelf worden
aangevraagd.
2. de gerechtelijke onbekwaamverklaring
Het verzoek wordt ingediend bij de rechtbank van eerste aanleg van de
woonplaats van de geesteszieke door de (zelfs van tafel en bed gescheiden)
echtgenoot, iedere bloedverwant tot en met de vierde graad in zijlijn of de
Procureur des Konings (indien de betrokkene geen echtgenoot en geen
gekende bloedverwanten heeft).
De procedure verloopt in twee fasen: de eerste is niet tegensprekelijk, terwijl
in de tweede fase diegene wiens onbekwaamverklaring gevraagd wordt de
mogelijkheid krijgt zich te verweren.
In deze fase kan de rechtbank een voorlopig bewindvoerder aanduiden die
nadien zijn taak zal overdragen aan de voogd (voor zover hijzelf niet de
voogd wordt).
De rechtbank speelt de onbekwaamverklaring uit, wijst ze af of voegt een
gerechtlijk raadsman toe.
3. Wat zijn de gevolgen van deze statuten voor de handelingsbekwaamheid
van de persoon in kwestie bij: huwelijk, echtscheiding, adoptie, erkenning,
ouderlijk gezag, bekwaamheid om te schenken, te ontvangen of een
testament op te maken, bekwaamheid om verbintenissen aan te gaan?
1. de verlengd minderjarige
De verlengd minderjarige wordt op juridisch vlak gelijkgesteld met een
minderjarige beneden de 15 jaar doch niet op alle gebieden.
Zo kan hij niet meer huwen, adopteren of toestemmen in zijn eigen adoptie,
een kind erkennen en de ouderlijke macht uitoefenen, voogd zijn, handel
drijven, schenkingen doen, geld afhalen van een spaarboekje, een geldige
handtekening plaatsen stemmen, zelf in rechte optreden of een testament
opmaken.
Hij kan wel nog geadopteerd worden, via zijn wettelijke vertegenwoordiger
de naturalisatie of nationaliteitskeuze doen, drager zijn van een
identiteitskaart, zijn sociale zekerheidsrechten laten gelden (bv.
Tegemoetkoming minder-validen en bestaansinimum)
2. de gerechtelijk onbekwaamverklaarde
Doordat een onbekwaamverklaarde gelijkgesteld wordt met een
minderjarige zullen alle rechtshandelingen gesteld na het vonnis van
onbekwaamverklaring automatisch (van rechtswege) nietig zijn.
Het vonnis schept immers het vermoeden dat de betrokkene zich in een
aanhoudende staat van krankzinnigheid bevindt en zelfs al zou hij heldere
tussenpozen hebben en op dat ogenblik een rechtshandeling stellen, dan
nog zou deze handeling nietig zijn.
In klas : 3. De minderjarige
Huwen: ja, maar met toestemming van de ouders via gerechtelijke
procedure
b) Echtscheiding: door huwelijk is de minderjarige ontvoogd, dus ja
c) Adopteren: idem vorige MAAR persoon moet aantal jaren ouder zijn
dan het te adopteren kind.
a)
d)
e)
f)
g)
h)
i)
Erkennen: ja want als ze oud genoeg zijn om kinderen te krijgen zijn ze
ook oud genoeg om kinderen te erkennen.
Ouderlijk gezag: idem vorige
Bekwaamheid om te schenken: is bekwaam om goederen te schenken
als hij ontvoogd is.
Opmaken testament: vanaf 16 jaar voor de helft van de goederen ook
als hij niet ontvoogd is.
Erfenis: bijstand nodig van de ouders of voogd
Verbintenissen: alleen eenvoudige dagdagelijkse dingen.
Verbintenissen met belangrijke gevolgen niet.
 Alles van minderjarigen is toepasbaar op onbekwamen
 Wanneer er sprake is van een gerechtelijke raadsman/ voorlopig
bewindvoerder dan heeft deze enkel invloed op de goederen, niet op
persoon!
4. Hoe wordt het bestaan van een beschermingsstatuut aan derden kenbaar
gemaakt?
De staat van verlengde minderjarigheid wordt vermeld op de
identiteitskaart.
 Komt in het Belgisch Staatsblad (meestal editie van februari of maart)
 In het rijksregister dit kan echter niet door iedereen worden opgevraagd
 Een lijst van de onbekwaamverklaarden wordt geafficheerd in de
notariële kantoren. (heeft geen wettelijke basis!!)

5. Maak een evaluatie van de verschillende beschermingsstatuten.
Is dat nu echt beschermingsstatuut? Wat zijn de voor- en nadelen?
6. Wat zijn de rechten van een patiënt, die ondanks een psychische
aandoening geen beschermingsstatuut bezit?
a+b) bij opname in een ziekenhuis en sluiten van een overeenkomst?
De geesteszieken opgenomen in een ziekenhuis of in een gezin blijven in
principe handelingsbekwaam (Hij kan dus weigeren om een behandeling te
ondergaan!!). Toch kunnen de handelingen die iemand verricht heeft
gedurende de tijd dat hij in een psychiatrische instelling verbleef
aangevochten worden.
c) bij het plegen van een misdrijf?
Wanneer een persoon in zijn staat van krankzinnigheid, erge geestesstoornis
of zwakzinnigheid een strafbaar feit pleegt, geestesgestoord is op het
ogenblik van de gerechtelijke procedure en een gevaar voor zichzelf en/of
derden is kan hij door een beslissing van de strafrechtbank geïnterneerd
worden voor een bepaalde duur. Internering betekent dat de geesteszieke
wordt opgenomen in de psychiatrische afdeling van de gevangenis of in een
andere psychiatrische instelling.
d) bij het veroorzaken van schade?
De wetgever heeft de schaderegeling wegens onrechtmatige daad apart
geregeld als de dader mentaal niet over al zijn geestesvermogens beschikt.
De rechter dient rekening te houden met de “omstandigheden” en met de
“toestand van de partijen”.
Als hij op het ogenblik van de feiten geestesgestoord is: zie Art 13.86 bis:
Ingevoegd bij W 16-04-1935, art. 1> Wanneer aan een ander schade wordt
veroorzaakt door een persoon die zich in staat van krankzinnigheid bevindt,
of in een staat van ernstige geestesstoornis of zwakzinnigheid die hem voor
de controle van zijn daden ongeschikt maakt, kan de rechter hem
veroordelen tot de gehele vergoeding of tot een gedeelte van de
vergoeding waartoe hij zou zijn gehouden, indien hij de controle van zijn
daden had.
De rechter doet uitspraak naar billijkheid, rekening houdende met de
omstandigheden en met de toestand van de partijen.
Is hij niet geestesgestoord dan moet hij de schade betalen!!
7) Maak een vergelijking tussen de wet op de bescherming van de persoon
en de wet op de bescherming van de goederen.
Zie bladen
8) Maak een bespreking van de juridische aansprakelijkheid van de ouders
van een verlengde minderjarige.
Indien er schade is, auto-ongeval,…
 kijken naar het statuut van verlengde minderjarige, dus als er
schadevergoeding moet betaald worden zal dit voor de ouders zijn.
Ouders zijn aansprakelijk voor de beslissingen i.v.m. de goederen
Art. 1384.: Men is aansprakelijk niet alleen voor de schade welke men
veroorzaakt door zijn eigen daad maar ook voor die welke veroorzaakt wordt
door de daad van personen voor wie men moet instaan, of van zaken die
men onder zijn bewaring heeft.
(De vader en de moeder zijn aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door
hun minderjarige kinderen.) <W 06-07-1977, art. 1>
De meesters en zij die anderen aanstellen, voor de schade door hun
dienstboden en aangestelden veroorzaakt in de bediening waartoe zij hen
gebezigd hebben.
De onderwijzers en de ambachtslieden, voor de schade door hun leerlingen
en leerjongens veroorzaakt gedurende de tijd dat deze onder hun toezicht
staan.
De hierboven geregelde aansprakelijkheid houdt op, indien de ouders,
onderwijzers en ambachtslieden bewijzen dat zij de daad welke tot die
aansprakelijkheid aanleiding geeft, niet hebben kunnen beletten
Tekst 4: Over de rechten van de patiënt als zieke
1. Bestaat er bij opname van een psychiatrische patiënt een contractuele
relatie tussen de patiënt en instelling?
De relatie tussen de geesteszieke en de psychiater resp. het psychiatrische
ziekenhuis is niet van contractuele aard
2. Wie is aansprakelijk bij een foutieve (be)handeling in de instelling?
Wet betreffende de rechten van de patiënt, Hoofstuk VI, art. 17: …. Het
ziekenhuis is aansprakelijk voor de tekortkomingen, begaan door de er
werkzame beroepsbeoefenaars, in verband met de eerbiediging van de in
deze wet bepaalde rechten van de patiënt, met uitzondering van de
tekortkomingen begaan door beroepsbeoefenaars ten aanzien van wie in de
in het vorige lid bedoelde informatie uitdrukkelijk anders is bepaald.
3. Wie beheert de goederen van de patiënt tijdens de opname?
Er kan een voorlopig bewindvoerder aangesteld worden wanneer het gaat
om een meerderjarig persoon voor wie nog geen wettelijke
vertegenwoordiger werd aangewezen en die “niet in staat is zijn goederen te
beheren”. Ook met het oog op de bescherming van zijn vermogen kan een
voorlopig bewindvoerder worden aangeduid.
De voorlopige bewindvoerder heeft tot taak de goederen van de
beschermde persoon als een goed huisvader te beheren of de beschermde
persoon in dat beheer bij te staan.
De rechter bepaalt, met inachtneming van de aard en de samenstelling van
de te beheren goederen evenals met de gezondheidstoestand van de
beschermde persoon, de omvang van de bevoegdheden van de voorlopige
bewindvoerder.
De woning en de huisraad van de te beschermen persoon genieten een
bijzondere bescherming. Zolang een terugkeer van de betrokkenen naar zijn
vroegere woonomgeving mogelijk is, moeten deze goederen ter zijner
beschikking kunnen blijven. Op die wijze wil de wetgever voorkomen dat men
bv. door een verkoop van de woning de terugkeer zou kunnen verhinderen.
Binnen de maand na zijn aanstelling moet de voorlopig bewindvoerder een
verslag opmaken over de aard en de samenstelling van de te beheren
goederen. Hij zal jaarlijks verslag uitbrengen over zijn beheer aan de
Vrederechter en aan de betrokkene indien zijn gezondheidstoestand dit
toelaat.
4. Op welke instanties kan een patiënt beroep doen bij miskenning van zijn
rechten?
Art. 11,  1: De patiënt heeft het recht een klacht in verband met de
uitoefening van zijn rechten toegekend door deze wet neer te leggen bij de
bevoegde ombudsfunctie
Art. 16;  1: Bij het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu
wordt een Federale commissie “rechten van de patiënt” opgericht.
3: Bij de commissie wordt een ombudsdienst opgericht deze is bevoegd om
een klacht van een patiënt … door te verwijzen naar de bevoegde
ombudsfunctie of bij ontstentenis hiervan, deze zelf te behandelen, zoals
bedoeld in artikel 11,  2, 2°, en 3°.
5. Kan een patiënt een behandeling weigeren?
Gedwongen opname is mogelijk indien de toestand van de geesteszieke dat
vereist, hetzij omdat de betrokkene zijn/haar gezondheid en veiligheid ernstig
in gevaar brengt, hetzij omdat hij/zij een ernstige bedreiging vormt voor
andermans leven of integriteit. Indien dit het geval is voor de (oorspronkelijk
vrijwillig opgenomen) patiënt, kan een belanghebbende een verzoekschrift
samen met een recent geneeskundig verslag richten aan de
Vrederechter/Procureur des Konings. Als dit wordt goedgekeurd, dan wordt
de patiënt VERPLICHT max. 40 dagen in observatie geplaatst.
6. Heeft de patiënt recht op inzage van zijn dossier?
W.P.G, Art. 32,  2: …. De door de zieke gekozen geneesheer en de
advocaat van de zieke kunnen zich het register bedoeld in artikel 10,
doen voorleggen. Zij kunnen van een geneesheer van de dienst alle
inlichtingen verkrijgen die nuttig zijn voor de beoordeling van de
toestand van de zieke. Bovendien kan de door de zieke gekozen
geneesheer, in tegenwoordigheid van een geneesheer van de dienst,
het geneeskundig dossier inzien.
 Wet betreffende de rechten van de patiënt, Art 7  1,  3,  4 en Art. 9
2 en  3. en Art. 18. alinea 1 en 2.

7. Kan een psychiatrische patiënt vrij corresponderen?
W.P.G, Art 32.  2: Verzoekschriften of klachten uitgaande van de zieke en
gericht tot de gerechtelijke of administratieve overheden of brieven aan of
van de zieke mogen niet worden ingehouden, geopend of vernietigd. In
iedere psychiatrische dienst kan de zieke het bezoek ontvangen van zijn
advocaat, van de door hem gekozen geneesheer en, overeenkomstig het
huishoudelijk reglement, van een vertrouwenspersoon of , behoudens
geneeskundige contra-indicatie, van iedere andere persoon.
8. Kan een minderjarige geplaatst worden in een psychiatrische inrichting:
bespreek.
Ja.
Art. 43, 1ste Wjb. Stelt duidelijk dat voortaan in het kader van de
jeugdbescherming de vrederechter de exclusieve bevoegdheid bezit om
een minderjarige ter observatie te plaatsen in een psychiatrische instelling of
ter verpleging in een gezin. Van zodra een minderjarige geacht wordt
geestesziek te zijn en er wordt gevreesd dat hij zijn eigen veiligheid of die van
derden in gevaar brengt, iedere belanghebbende zich met een verzoek tot
opneming ter observatie kan en moet richten tot de vrederechter.
Belanghebbenden kunnen zijn de familie, de instelling waarin de minderjarige
voorkomend verblijft, voorover hun belang niet louter financieel blijkt te zijn.
Tekst 5: over collocatie
1. Lijkt het je mogelijk dat iemand vrijwillig wordt opgenomen in een
psychiatrische instelling, maar deze instelling niet meer mag verlaten?
Controleer je antwoord in de wetgeving.
ONZE OPINIE
Gedwongen opname is mogelijk indien de toestand van de geesteszieke dat
vereist, hetzij omdat de betrokkene zijn/haar gezondheid en veiligheid ernstig
in gevaar brengt, hetzij omdat hij/zij een ernstige bedreiging vormt voor
andermans leven of integriteit. Indien dit het geval is voor de (oorspronkelijk
vrijwillig opgenomen) patiënt, kan een belanghebbende een verzoekschrift
samen met een recent geneeskundig verslag richten aan de
Vrederechter/Procureur des Konings. Indien dit verslag wordt goedgekeurd, is
verplichte opname of observatie NADIEN volgens ons mogelijk. Maw de
patiënt mag dus de instelling verlaten, maar het is mogelijk dat hij/zij nadien
verplicht terug wordt opgenomen.
WET
De wet regelt enkel de gedwongen opname en niet de situatie van diegene
die zich vrijwillig voor verzorging aanmeldt. (Recht voor maatschappelijk
assistenten, p. 349)
Wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de
geesteszieke (W.P.G.), Art. 3: Degene die zich vrij laat opnemen in een
psychiatrische dienst, kan deze te allen tijde verlaten.
2. vergelijk de collocatie zoals ze gebeurde in 1989 met de procedure uit de
huidige wetgeving. Wat is veranderd? Evalueer deze wijzigingen.
Huidige wetgeving:
De Wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de
geesteszieke heeft de oude “Krankzinnigenwet” van 18 juni 1850 afgeschaft
en heeft de termen collocatie en sekwestratie afgeschaft.
VERPLICHTE OPNAME IN EEN ZIEKENHUIS (VROEGERE COLLOCATIE)
1. Gewone opname
Opname ter observatie in een psychiatrische dienst kan enkel via een
voorafgaandelijke rechterlijke beslissing.
Iedere belanghebbende kan daartoe bij de Vrederechter een verzoekschrift
indienen, vergezeld van een omstandig geneeskundig verslag dat ten
hoogste 15 dagen oud mag zijn.
De Vrederechter zorgt ervoor dat aan de geesteszieke een advocaat
toegewezen wordt. Hij zal de zieke persoonlijk bezoeken.
De zieke kan steeds om aanstelling van een andere advocaat, een
geneesheer-psychiater en een vertrouwenspersoon vragen.
Binnen 10 dagen na indiening van het verzoekschrift velt de vrederechter zijn
vonnis. Bij inwilliging van het verzoek wijst hij de psychiatrische dienst aan
waar de zieke voor maximum 40 dagen in observatie zal blijven.
2. Dringende opname
Op schriftelijk verzoek van een belanghebbende of ambtshalve kan de
Procureur des Konings in spoedeisende gevallen beslissen om een zieke ter
observatie op te nemen.
Binnen de 24 uur na zijn beslissing verwittigt de Procureur de Vrederechter en
dient een verzoekschrift in waarna de procedure zijn verder gewoon verloop
kent.
3. Verder verloop
De vervroegde vrijlating (voor het einde van de 40 dagen), de beslissing tot
verder verblijf (max. 2 jaar), het verlengd verder verblijf (opnieuw max. 2 jaar),
de nazorg buiten de instelling (max. 1 jaar), de overbrenging naar een
andere dienst en het eindigen van het verblijf zijn eveneens wettelijk
geregeld.
Tekst 6: over internering
1. Situeer deze uitspraak door de wettelijke basis waarop ze steunt te
onderzoeken.
In het arrest staat vermeld dat de wettelijke basis de wet van 09-04-1930, art
18 is. Opzoekingwerk op internet toont ons dat die wet inderdaad over de
internering gaat. We kunnen de inhoud van deze wet niet lezen, wel de
vernieuwing ervan die dezelfde is als de artikels in de cursus.
Het Hof van Cassatie heeft de vraag tot invrijheidsstelling afgewezen.
Gebaseerd op Art. 18 kunnen we dus besluiten dat de geestestoestand
onvoldoende verbeterd is of de voorwaarden voor zijn reclassering nog niet
vervuld zijn.
Een hernieuwing van deze aanvraag is enkel mogelijk na een termijn van zes
maanden na de afwijzing.
 Rechter baseert zich ALTIJD op de wet!!
2. Onderzoek of de wetgever oplossingen heeft voorzien voor de
aangehaalde “problemen” enerzijds en of de voorstellen die worden gedaan
in het opinieartikel haalbaar zijn.
Problemen:
a) Alleen geïnterneerden die aan de beterhand zijn, maken kans op vrijlating,
maar het ontbreken van een adequate behandeling of van beschikbare
plaatsen maakt kansen op verbetering zeldzaam.
=> Plaatsgebrek voor internering.
‘Oplossing:’
Art. 14: Is de verdachte op het ogenblik dat de internering gelast is, in
hechtenis of in strafinrichting, dan heeft de internering VOORLOPIG plaats in
de psychiatrische afdeling van die inrichting, of bij gebreke daarvan in een
afdeling aangewezen door het gerecht dat de internering gelast.
=> In afwachting van een vrije plaats worden geïnterneerden opgesloten in
de psychiatrische afdelingen van gevangenissen.
Maar volgens de rapporteurs van het IOG is dit ongeoorloofd!
Verklaringen?
1. De bedoeling van internatie is namelijk om hen uit het gevangenisregime
weg te houden.
2. De omstandigheden waarin de betrokkenen op de psychiatrische
afdelingen verzorgd worden allerminst afgesteld op hun specifieke noden.
Verwering van de wet rond punt 1:
Art. 15: Om hen uit het gevangenisregime weg te houden biedt de wet een
zeer minieme oplossing namelijk “de commissie kan voor de geïnterneerde
een stelsel van beperkte vrijheid toestaan, waarvan de Minister van Justitie de
voorwaarden en de modaliteiten bepaalt.”
b) In de instellingen zelf is de toestand kritiek. De gebouwen verkeren in een
bouwvallige staat en er is een nijpend tekort aan geschoold personeel.
‘Oplossing:’
- Er zijn wetswijzigingen op komst voor de specifieke kwestie van de
internering die het concept hertekenen.
- Tegelijk worden er middelen uitgetrokken om tegemoet te komen aan het
plaatsgebrek.
Aangebrachte suggesties:
De wetgeving moet zodanig gewijzigd worden:
a) dat het volstrekt onmogelijk gemaakt wordt, dat geïnterneerden
levenslang en tot op hoge leeftijd in het gevangenissysteem opgesloten
blijven (de Commissie tot Bescherming van de Maatschappij zal m.a.w.
moeten bevelen dat ze op een bepaald ogenblik buiten de gevangenis
geplaatst worden)
BESPREKING:
Wij achten dit haalbaar als er in rusthuizen speciale afdelingen komen waar
oudere geesteszieken terechtkunnen. Daar krijgen ze waarschijnlijk een
betere behandeling omdat het personeel er bekwaam is om met oudere
mensen om te gaan en rekening te houden met de specifieke noden van
deze patiënten.
Anderzijds kunnen we ons afvragen of geesteszieken die al gedurende lange
periode in het gevangenissysteem opgenomen zijn, nog wel de nood voelen
en baadt hebben bij deze overplaatsing.
b) dat het eveneens onmogelijk wordt, dat geïnterneerden langer in het
gevangenissysteem opgesloten blijven dan de termijn die ze als
veroordeelden zouden hebben moeten uitzitten (ook hier zal desnoods de
Commissie moeten bevelen dat de geïnterneerde buiten de
gevangenismuren geplaatst wordt)
BESPREKING:
We gaan hiermee akkoord maar de vraag blijft natuurlijk waar ze dan
naartoe moeten?
De kern van het probleem ligt uiteindelijk bij een tekort aan instellingen. Als er
meer geld kan worden uitgetrokken voor de bouw of uitbreiding van deze
instellingen is deze oplossing haalbaar.
De vraag is ook: komen ze vrij? In dit geval is het niet verantwoord want wie
zegt dat ze genezen zijn? Het positieve echter is dat ze wel weten voor
hoelang ze er moeten verblijven.
c) dat de geïnterneerden, naargelang van de categorie waartoe ze, gelet
op hun psychische toestand, het begane misdrijf, en eventuele andere
relevante factoren, behoren, in een aan hun categorie aangepast
hospitalisatiesysteem geplaatst worden (dit in tegenstelling tot het
repressieve, sterk vrijheidsbeperkend en vrijheidsberovend
gevangenisregime), en dit alleszins vanaf het ogenblik dat een substantieel
gedeelte van de termijn die ze als veroordeelden zouden moeten uitzitten,
verstreken is.
Zo’n hospitalisatiesysteem impliceert o.a.:
1°) dat er maatregelen genomen worden om het bezoek van familie,
vrienden en kennissen aan te moedigen:
2°) dat de toegang tot de geïnterneerden zodanig versoepeld wordt dat,
voor bezoekers van deze categorie, de bezoekonvriendelijke en
bezoekremmende formaliteiten, die met het gevangenisregime
samenhangen, geannuleerd worden;
3°) dat er actief gezorgd wordt dat de geïnterneerden, zolang ze tot zo’n
hospitalisatiecategorie behoren, de instelling, waarin ze wonen, regelmatig
kunnen verlaten – dat ze m.a.w. op bezoek kunnen gaan buiten de inrichting,
dat er uitstappen georganiseerd worden, enzovoort – zodat ze niet, op de
huidige inhumane wijze, volledig van de buitenwereld afgesloten blijven.
BESPREKING:
Als de geïnterneerden na een bepaalde tijd in het gevangenissysteem toch
niet naar een andere plaats kunnen overgebracht worden, vinden we dat
het bij wet moet geregeld worden dat de psychiatrische afdelingen van de
gevangenissen minder gesloten en streng zijn. We pleiten dus voor een
sterkere scheiding tussen de ‘gewone’ geïnterneerden en de psychische
geïnterneerden. De aangebrachte voorbeelden lijken ons haalbaar.
Tekst 7: over de aansprakelijkheid
1. Wat zijn de gevolgen voor de partijen bij de slechte uitvoering van een
overeenkomst?
Klas:
Art. 1382.: Elke daad van de mens, waardoor aan een ander schade wordt
veroorzaakt, verplicht degene door wiens schuld de schade is ontstaan, deze
te vergoeden.
Zelf:
Algemeen?
Art. 1134: Alle overeenkomsten die wettig zijn aangegaan, strekken degenen
die deze hebben aangegaan, tot wet. Zij kunnen niet herroepen worden dan
met hun wederzijdse toestemming of op de gronden door de wet erkend. Zijn
moeten te goeder trouw worden ten uitvoer gebracht.
Art. 1135: Overeenkomsten verbinden niet alleen tot hetgeen daarin
uitdrukkelijk bepaald is, maar ook tot alle gevolgen die door de billijkheid, het
gebruik of de wet aan de verbintenis, volgens de aard ervan, worden
toegekend.
Wat bij slechte uitvoering van de overeenkomst?
1. SCHADEVERGOEDING WEGENS NIET-NAKOMING VAN DE VERBINTENIS
Art. 1146: Schadevergoeding is dan eerst verschuldigd wanneer de
schuldenaar in gebreke is zijn verbintenis na te komen, behalve indien
hetgeen de schuldenaar zich verbonden heeft te geven of te doen, niet kon
gegeven of gedaan worden dan binnen een bepaalde tijd, die hij heeft
laten voorbijgaan.
Art. 1147: De schuldenaar wordt, indien daartoe grond bestaan, veroordeeld
tot het betalen van schadevergoeding, hetzij wegens niet uitvoering van de
verbintenis, hetzij wegens vertraging in de uitvoering, wanneer hij niet bewijst
dat het niet nakomen het gevolgd is van een vreemde oorzaak die hem niet
kan worden toegerekend, en hoewel er zijnerzijds geen kwade trouw is.
Art. 1148: Geen schadevergoeding is verschuldigd, wanneer de schuldenaar
door overmacht of toeval verhinderd is geworden datgene te geven of te
doen waartoe hij verbonden was, of datgene gedaan heeft wat hem
verboden was.
Art. 1149: De aan de schuldeiser verschuldigde schadevergoeding bestaan,
in het algemeen, in het verlies dat hij heeft geleden en in de winst die hij
heeft moeten derven, behoudens de hierna gestelde uitzonderingen en
beperkingen.
Art. 1150: De schuldenaar is slechts gehouden tot vergoeding van de schade
die was voorzien of die men heeft kunnen voorzien ten tijde van het aangaan
van het contract, wanneer het niet uitvoeren van de verbintenis niet door zijn
opzet is veroorzaakt.
Art. 1151: Zelfs ingeval het niet uitvoeren van de overeenkomst is veroorzaakt
door opzet van de schuldenaar, moet de schadevergoeding,w at betreft het
verlies dat de schuldeiser heeft geleden en de winst die hij heet moeten
derven, alleen omvatten hetgeen een onmiddellijke en rechtstreeks gevolg is
van het niet uitvoeren van de overeenkomst.
Art. 1153: Inzake verbintenissen die alleen betrekking hebben op het betalen
van een bepaalde geldsom, bestaat de schadevergoeding wegens
vertraging in de uitvoering nooit in iets anders dan in de wettelijke interest,
behoudens de bij de wet gestelde uitzonderingen. Die schadevergoeding is
verschuldigd zonder dat de schuldeiser enig verlies hoeft te bewijzen. Zij is
verschuldigd te rekenen van de dag der aanmaning tot betaling, behalve
ingeval de wet ze van rechtswege doet lopen. Indien er opzet van de
schuldenaar is, kan de schadevergoeding de wettelijke interest te boven te
gaan.
Art. 1154: Vervallen interesten van kapitalen kunnen interest opbrengen,
ofwel ten gevolge van een gerechtelijke (aanmaning) ofwel ten gevolge van
een bijzondere overeenkomst, mits de (aanmaning) of de overeenkomst
betrekking heeft op interesten die ten minste voor een geheel jaar
verschuldigd zijn.
Art. 1155: Vervallen inkomsten echter, zoals pachtgelden, huurgelden,
termijnen van altijddurende renten of van lijfrenten, brengen interest of van
de dag der (aanmaning) of der overeenkomst. Dezelfde regel is toepasslijk
op de teruggave van vruchten en op de interest die door een derde aan de
schuldeiser tot ontlasting van de schuldenaar betaald is.
2. VERBINTENIS OM IETS TE DOEN OF NIET TE DOEN.
Art. 1142: Iedere verbintenis om iets te doen of niet te doen wordt opgelost in
schadevergoeding, ingeval de schuldenaar de verbintenis niet nakomt.
Art. 1143: Niettemin heeft de schuldeiser het recht om de vernietiging te
vorderen van hetgeen in strijd met de verbintenis verricht is: en hij kan zich
doen machtigen om het te vernietigen op kosten van de schuldenaar,
onverminderd schadevergoeding, indien daartoe grond bestaat.
Art. 1144: De schuldeiser kan ook, ingeval de verbintenis niet ten uitvoer
wordt gebracht, gemachtigd worden om zelf de verbintenis te doen
uitvoeren op kosten van de schuldenaar.
Art. 1145: Indien de verbintenis bestaat in iets niet te doen, is hij die daartegen
handelt, uit hoofde van de enkele overtreding schadevergoeding
verschuldigd.
2. Wat zijn de gevolgen bij schade veroorzaakt door geesteszieken
klas:
Art. 1386bis.: <Ingevoegd bij W 16-04-1935, art. 1> Wanneer aan een ander
schade wordt veroorzaakt door een persoon die zich in staat van
krankzinnigheid bevindt, of in een staat van ernstige geestesstoornis of
zwakzinnigheid die hem voor de controle van zijn daden ongeschikt maakt,
kan de rechter hem veroordelen tot de gehele vergoeding of tot een
gedeelte van de vergoeding waartoe hij zou zijn gehouden, indien hij de
controle van zijn daden had.
De rechter doet uitspraak naar billijkheid, rekening houdende met de
omstandigheden en met de toestand van de partijen.
Zelf:
a) op het burgerrechterlijk vlak
Als een geesteszieke schade aan de persoon of de goederen van een
andere aanricht, kan deze schade worden verhaald op het vermogen van
de geesteszieke zoals voorzien in art. 1386 B.W. naar billijkheid volledig,
gedeeltelijk of niet.
Indien er ook een fout is van een andere, bv. Van een toerekeningsvatbare
mededader of een fout in het toezicht door ouders of het personeel van de
instelling zal hiermee rekening worden gehouden. In dit geval kan zowel de
geesteszieke als de derde betrokkenen worden aangesproken.
b) op het strafrechterlijk vlak
De dader van een misdrijf die zich op het ogenblik van de feiten en nadien
bevond in een ernstige staat van geestesstoornis of van zwakzinnigheid die
hem ongeschikt maakt tot het controleren van zijn daden wordt als
schuldonbekwaam of niet-toerekeningsvatbaar beschouwd.
De strafrechtbank kan dan als beveiligingsmaatregel een vrijheidsbeneming
opleggen, d.i. de internering op grond van de wet van 1 juli 1964 inzake het
sociaal verweer.
Het slachtoffer van een misdrijf kan zich voor de strafrechter of de
onderzoeksrechter burgerlijke partij stellen om de vergoeding van zijn schade
te bekomen.
Dit burgerlijk aspect van de strafzaak wordt door de strafrechter inhoudelijk
behandeld volgens de principes van de aansprakelijkheid van het burgerlijk
recht. De procedure verloopt evenwel volgens de regels van het
strafprocesrecht (wetboek van strafvordering)
3. In welke mate kunnen derden aansprakelijk zijn voor de daden van een
geesteszieke?
Klas:
Art. 1384. : Men is aansprakelijk niet alleen voor de schade welke men
veroorzaakt door zijn eigen daad maar ook voor die welke veroorzaakt wordt
door de daad van personen voor wie men moet instaan, of van zaken die
men onder zijn bewaring heeft.
(De vader en de moeder zijn aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door
hun minderjarige kinderen.) <W 06-07-1977, art. 1>
De meesters en zij die anderen aanstellen, voor de schade door hun
dienstboden en aangestelden veroorzaakt in de bediening waartoe zij hen
gebezigd hebben.
De onderwijzers en de ambachtslieden, voor de schade door hun leerlingen
en leerjongens veroorzaakt gedurende de tijd dat deze onder hun toezicht
staan.
De hierboven geregelde aansprakelijkheid houdt op, indien de ouders,
onderwijzers en ambachtslieden bewijzen dat zij de daad welke tot die
aansprakelijkheid aanleiding geeft, niet hebben kunnen beletten.
Zelf:
a) Eigen aansprakelijkheid van bewakers en toezichthouders:
De grondslag van de aansprakelijkheid van de toezichthouder is de
noodzaak om derden en de psychisch zieke zelf te beschermen tegen het
bijzonder gevaar of risico dat inherent is aan de ziekte. Het toezicht heeft tot
doel te vermijden dat dit bijzondere risico zich voordoet en schade wordt
veroorzaakt.
Art. 1382 en 1383 B.W. zijn toepasselijk en de schadevergoeding mag door de
rechter niet gematigd worden.
Bij schade wordt enkel de vraag gesteld of de toezichtshouder heeft
gehandeld als een normaal voorzichtige en redelijke toezichtshouder in
dezelfde omstandigheden (culpa levis in abstracto) De norm wordt eerder
streng geïnterpreteerd.
Bovendien moet er ook een noodzakelijk oorzakelijk verband zijn tussen de
fout van de bewaker en de schade die de geesteszieke aanricht.
b) Aansprakelijkheid van de instelling
Het ziekenhuis moet zorgen voor een constante bewaking en verzorging van
de psychisch zieke, volgens de normale gebruiken en conform de
voorschriften van de arts.
c) aansprakelijkheid van de artsen
De aansprakelijkheid van psychiaters verschilt in essentie niet van de
aansprakelijkheid van andere geneesheren.
De psychiater is op grond van het medisch contract gehouden tot een
inspanningsverbintenis om aan de patiënt de best mogelijke zorgen toe te
dienen, in functie van o.m. de stand van de wetenschap.
4. Hoe is de aansprakelijkheid van een geesteszieke geregeld wegens daden
van personen voor wie hij instaat?
De aansprakelijkheid is afhankelijk van het feit of de geesteszieke bekwaam
of onbekwaam is. Er moet aangetoond kunnen worden dat er een fout
gemaakt is!
5. Wie is aansprakelijk voor de zelfmoord van een psychiatrische patiënt?
Fout, schade en het causaal verband kunnen aantonen.
Voor wat het onderzoek van de aansprakelijkheid bij zelfmoord in en rond
een instelling betreft wordt steeds nagegaan of de instelling heeft voldaan
aan het naleven van haar inspanningsverbintenis tot het bewaken van de
zieke, en bij samenhang of de arts specifieke toezichtmaatregelen heeft of
moest hebben voorgeschreven.
Degene die de aansprakelijkheid van het ziekenhuis inroept, moet concreet
de fout of tekortkoming van het ziekenhuis bewijzen en het oorzakelijk
verband met het feit zelf. Zelfmoord na ontvluchting uit de instelling vormt
geen automatisch bewijs van een fout.
Bij zelfmoord buiten de instelling zal worden nagegaan hoe de patiënt de
inrichting heeft verlaten, of hij helemaal niet buiten mocht, dan wel slechts
onder speciale begeleiding, welke gewone en eventueel bijzondere
veiligheidsmaatregelen werden genomen…
Er zal ook worden nagegaan of de patiënt kort voor de feiten zijn
zelfmoordintenties op één of andere wijze zou kenbaar hebben gemaakt.
Indien dit het geval zou zijn, worden specifieke veiligheidsmaatregelen en
een strenger toezicht verwacht.
Na het analyseren van alle gegevens zal worden bepaald of de instelling
aansprakelijk is of niet. De instelling is slechts aansprakelijk wanneer een fout
wordt bewezen bij het uitoefenen van de bewakingsplicht. De
aansprakelijkheid van de arts komt in de rechtspraak over zelfmoord niet aan
bod. Zijn eventuele fout wordt onderzocht op de gebruikelijke wijze.
Tekst 8: beroepsgeheim
1) Wat is het toepassingsgebied van het beroepsgeheim?
Art. 458.: Geneesheren, heelkundigen, officieren van gezondheid,
apothekers, vroedvrouwen en alle andere personen die uit hoofde van hun
staat of beroep kennis dragen van geheimen die hun zijn toevertrouwd, en
deze bekendmaken buiten het geval dat zij geroepen worden om in rechte
(of voor een parlementaire onderzoekscommissie) getuigenis af te leggen en
buiten het geval dat de wet hen verplicht die geheimen bekend te maken,
worden gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en
met geldboete van honderd frank tot vijfhonderd frank. <W 1996-06-30/34,
art. 10, 017; Inwerkingtreding : 26-07-1996>
Het moet gaan om een GEHEIM dat je TOEVERTROUWD is!!
2) Hoever strekt de plicht tot geheimhouding zich uit wat betreft de
“toevertrouwde” gegevens?
Idem Art. 458
Er zijn twee uitzonderingen nl.:
 Bij rechte getuigen
 Wettelijke verplichting
3. Wanneer is de bekendmaking van deze gegevens een misdrijf? Welk soort
misdrijf is het dan en hoe wordt het gesanctioneerd?
Het gaat om een wanbedrijf waarbij boetes gelden van 100 tot 500 euro. En
gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden.
Opmerking: Vroeger was het bedrag van de boete X 200, nu met de euro
vermenigvuldigt men slechts met 5. Dus de bedragen uit het wetboek blijven
hetzelfde.
4. De wet voorziet twee uitzonderingen op het beroepsgeheim, namelijk het in
rechte getuigen (spreekrecht, zwijgrecht) en bij wettelijke verplichting. Zoek
een aantal voorbeelden
Art. 459. :Met dezelfde straffen worden gestraft de bedienden of agenten
van de berg van barmhartigheid die aan anderen dan aan de officieren van
politie of aan de rechterlijke overheid de naam bekendmaken van hen die in
deze instelling zaken hebben gezet of hebben doen zetten.
Art. 458bis. :<Ingevoegd bij W 2000-11-28/35, art. 33, 029; Inwerkingtreding :
27-03-2001> Eenieder, die uit hoofde van zijn staat of beroep houder is van
geheimen en die hierdoor kennis heeft van een misdrijf zoals omschreven in
de artikelen 372 tot 377, 392 tot 394, 396 tot 405ter, 409, 423, 425 en 426,
gepleegd op een minderjarige kan, onverminderd de verplichtingen hem
opgelegd door artikel 422bis, het misdrijf ter kennis brengen van de procureur
des Konings, op voorwaarde dat hij het slachtoffer heeft onderzocht of door
het slachtoffer in vertrouwen werd genomen, er een ernstig en dreigend
gevaar bestaat voor de psychische of fysieke integriteit van de betrokkene
en hij deze integriteit zelf of met hulp van anderen niet kan beschermen.
Dit laatste artikel bestaat nog maar twee jaar
Voorbeelden:
 Vrouw schiet op haar man. De man vertelt aan de verpleegster die
hem verzorgt wie het gedaan heeft. Verpleegster vertelt het aan politie
waarop deze de vrouw verhoort die tenslotte bekend. MAAR
bekentenis is op onrechtmatige wijze verkregen EN verpleegster wordt
veroordeeld voor schending van het beroepsgeheim (voor Art. 458bis)
 Rechter roept dokter op die wist dat er kindermishandeling was. Op
een bepaald moment wordt het kind dood teruggevonden in een kast.
De dokter kon niets zeggen door zijn beroepsgeheim MAAR hij heeft
nagelaten om hulp te bieden.
 Wurger van Boston: seriemoordenaar die de dertiende verpleegster
niet dood kreeg. Verpleegster geeft aanwijzingen voor het opstellen
van een robotfoto. Dader had bij gevecht met verpleegster
verwondingen opgelopen waarvoor hij naar dokter moest. Deze laatste
herkent hem en verwittigd politie. Dokter werd veroordeeld voor
schending van het beroepsgeheim en kreeg dus strafblad.
=> altijd beroepen om noodtoestand als je het beroepsgeheim schaad!!
5. Bestaat de geheimhoudingsplicht bij collocatie?
Ja, er is namelijk geen verschil tussen een gecolloceerde en iemand die
buiten de instelling als patiënt komt.
6. Bestaat de geheimhouding bij internering?
Ja, idem vorige. In instelling krijg je te maken met een geneesheer,
verpleegster,… die allen gebonden zijn door het beroepsgeheim.
(zie Art. 458)
7. Bestaat de geheimhoudingsplicht bij verlengde minderjarigheid?
ja
Tekst 9: over de bescherming van de goederen.
1. Vallen volgende personen onder het toepassingsgebied van deze wet?
a. meerderjarig lichamelijke gehandicapten
Ze mogen kiezen voor een raadsman.
Een beschermingsmaatregel nemen over een persoon met fysieke handicap
is niet aanvaardbaar, zonder de toestemming van deze persoon. Indien deze
persoon de beschermingswet vraagt, kan deze genomen worden op
uitdrukkelijk verzoek van de persoon. De bescherming zou moeten kunnen
worden gegeven, maar niet opgelegd.
b. meerderjarig geestelijk gehandicapten die onbekwaam zijn
verklaard
ja, want statuut van onbekwamen
De geestelijk gehandicapte werd onbekwaam verklaard. Hij/zij wordt
vertegenwoordigd door een voogd en dus niet door een voorlopig
bewindvoerder, waarover de beschreven wet gaat.
c. minderjarigen
Nee, minderjarigen worden wel beschermd, maar niet door een voorlopig
bewindvoerder. Hij/zij worden vertegenwoordigd door de ouders of voogd.
d. verlengd minderjarigen
ja, want statuut van onbekwamen
Verlengd minderjarigen worden wel beschermd, maar niet door een
voorlopig bewindvoerder. Ze worden vertegenwoordigd door de ouders of
voogd.
e. geïnterneerden
ja, want statuut van onbekwamen
De geïnterneerde geesteszieke wordt vertegenwoordigd door een voorlopig
bewindvoerder. De wet voor bescherming van de goederen is hierop dus van
toepassing.
f. dementerende bejaarden
Kunnen kiezen voor een raadsman. De aanstelling van een voorlopig
bewindvoerder kan gevraagd worden voor een geesteszieke maar ook voor
een geestesgezonde persoon die door de verzwakking van zijn
lichaamsgesteldheid niet meer tot beheer in staat is.
2. Wie kan dit beschermingsstatuut voor de goederen aanvragen?
Art.2 § 3.: De vader en/of de moeder de echtgenoot, de wettelijk
samenwonende, de persoon met wie de beschermde persoon een feitelijk
gezin vormt, de vertrouwenspersoon of een lid van de naaste familie die als
voorlopige bewindvoerder werd aangesteld, kan ten overstaan van de
vrederechter een verklaring afleggen waarin de voorkeur te kennen wordt
gegeven over de aan te wijzen voorlopige bewindvoerder indien het
mandaat door hem of haar niet zelf verder kan worden uitgeoefend. Van
deze verklaring wordt een proces-verbaal opgesteld, dat onmiddellijk bij het
dossier bedoeld in artikel 488bis, c), § 4 wordt gevoegd.
Telkens wanneer de vrederechter een voorlopige bewindvoerder aanstelt
ter vervanging of opvolging van de voorlopige bewindvoerder bedoeld in
het voorgaande lid, moet hij vooraf nagaan of in het dossier een verklaring
werd opgenomen. De vrederechter kan om een ernstige reden, bij
gemotiveerde beschikking afwijken van de in het eerste lid bedoelde
verklaring.
=> Op verzoek van de persoon zelf, van elke belanghebbende of van de
Procureur des Konings kan aan de te beschermen persoon een voorlopig
bewindvoerder worden toegevoegd door de vrederechter van zijn
verblijfplaats, of bij gebreke daarvan, van zijn woonplaats.
3. Kan een personeelslid van de instelling waar de zieke verblijft voorlopig
bewindvoerder zijn?
Nee:
De voorlopig bewindvoerder met niet worden gekozen onder de bestuurs- of
personeelsleden van de instelling waarin de te beschermen persoon zich
bevindt .
Art. 488 bis c, § 1: Bij gemotiveerde beschikking wijst de vrederechter een
voorlopige bewindvoerder aan met inachtneming van de aard en de
samenstelling van de te beheren goederen, de gezondheidstoestand van de
te beschermen persoon en zijn gezinstoestand.
Onverminderd de artikelen 488bis, b), §§ 2 en 3, kiest de vrederechter bij
voorkeur als voorlopige bewindvoerder desgevallend zijn vader en/of zijn
moeder, de echtgenoot, de wettelijk samenwonende, de persoon met wie
de te beschermen persoon een feitelijk gezin vormt, een lid van de naaste
familie of in voorkomend geval, de vertrouwenspersoon van de te
beschermen persoon. In voorkomend geval, houdt hij hierbij rekening met de
suggesties die in het verzoekschrift worden vermeld.
De voorlopige bewindvoerder mag niet gekozen worden onder de bestuursof personeelsleden van de instelling waarin de te beschermen persoon zich
bevindt.
De Koning kan de uitoefening van de functie van voorlopige bewindvoerder
afhankelijk maken van bepaalde voorwaarden onder meer om het aantal
personen te beperken waarvoor een voorlopige bewindvoerder de
goederen dient te beheren.
De aanwijzing geschiedt bij afzonderlijke beschikking wanneer bij de
vrederechter een verzoekschrift ingediend is, bepaald in artikel 5, § 1, van de
wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de
geesteszieke of wanneer bij hem een omstandig verslag wordt ingediend, als
bedoeld in de artikelen 13 en 25, § 1, van dezelfde wet.
Binnen drie dagen na de uitspraak geeft de griffier bij gerechtsbrief kennis
van de beschikking aan de aangestelde voorlopige bewindvoerder. De
voorlopige bewindvoerder laat binnen acht dagen na zijn aanwijzing
schriftelijk weten of hij die aanvaardt. Dit stuk wordt gevoegd bij het dossier.
Wordt de aanwijzing, bedoeld in het vorige lid, niet aanvaard, dan stelt de
vrederechter ambtshalve een andere voorlopige bewindvoerder aan.
Na de aanvaarding door de voorlopige bewindvoerder wordt een afschrift
van de beschikking van aanwijzing van de voorlopige bewindvoerder
medegedeeld aan de procureur des Konings.
Binnen drie dagen na de ontvangst van de aanvaarding geeft de griffier bij
gerechtsbrief kennis van de beschikking aan de verzoeker, aan de
tussenkomende partijen, aan de te beschermen persoon en desgevallend
aan de vertrouwenspersoon. Een niet ondertekend afschrift wordt, in
voorkomend geval, bij gewone brief aan hun advocaten gezonden.
Een uitgifte van de beslissing kan onderaan op een exemplaar van het
verzoekschrift worden gesteld.
4. Hoelang blijft deze beschermingsmaatregel van toepassing?
De opdracht van de voorlopige bewindvoerder eindigt van rechtswege
zodra de wettelijke vertegenwoordiger, benoemd in geval van
onbekwaamverklaring of verklaring van verlengde minderjarigheid van de
beschermde persoon, zijn taak aanvat, ingeval van aanstelling van een
voorlopige bewindvoerder krachtens artikel 1246 van het Gerechtelijk
Wetboek en in geval van overlijden van de beschermde persoon.
Door een aan de vrederechter en aan de voorlopige bewindvoerder
gerichte gewone brief kan de beschermde persoon op elk ogenblik afzien
van de bijstand van de door hem aangewezen vertrouwenspersoon of een
andere vertrouwenspersoon aanwijzen.
De vrederechter kan, in het belang van de te beschermen persoon te allen
tijde, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de voorlopige bewindvoerder
of de procureur des Konings, bij een gemotiveerde beschikking beslissen dat
de vertrouwenspersoon zijn functie niet meer kan uitoefenen.
Art. 4.: Artikel 488bis, d), van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van
18 juli 1991, wordt vervangen als volgt :
" Art. 488bis, d). De vrederechter kan te allen tijde, hetzij ambtshalve, hetzij
op verzoek van de beschermde persoon of van elke belanghebbende
evenals van de procureur des Konings of de voorlopige bewindvoerder, bij
een gemotiveerde beschikking, een einde maken aan de opdracht van
deze laatste, de bevoegdheden wijzigen die hem werden opgedragen of
hem vervangen.
De vorderingen vermeld in het voorgaande lid worden bij eenzijdig
verzoekschrift ingediend en worden door de verzoeker of zijn advocaat
ondertekend. De vrederechter kan verder eenieder horen die hij geschikt
acht om hem in te lichten. De voorlopige bewindvoerder behoort in alle
gevallen te worden gehoord of opgeroepen.
De opdracht van de voorlopige bewindvoerder eindigt van rechtswege
zodra de wettelijke vertegenwoordiger, benoemd in geval van
onbekwaamverklaring of verklaring van verlengde minderjarigheid van de
beschermde persoon, zijn taak aanvat, ingeval van aanstelling van een
voorlopige bewindvoerder krachtens artikel 1246 van het Gerechtelijk
Wetboek en in geval van overlijden van de beschermde persoon.
Door een aan de vrederechter en aan de voorlopige bewindvoerder
gerichte gewone brief kan de beschermde persoon op elk ogenblik afzien
van de bijstand van de door hem aangewezen vertrouwenspersoon of een
andere vertrouwenspersoon aanwijzen. Er bestaat tevens de mogelijkheid dit
mondeling te doen, waarvan akte wordt opgesteld door de rechter met
bijstand van de griffier, waarvan afschrift gezonden wordt aan de voorlopige
bewindvoerder. Deze melding wordt opgenomen in het dossier.
De vrederechter kan, in het belang van de te beschermen persoon te allen
tijde, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de voorlopige bewindvoerder
of de procureur des Konings, bij een gemotiveerde beschikking beslissen dat
de vertrouwenspersoon zijn functie niet meer kan uitoefenen. "
5. Ga na hoe een verzoekschrift eruit ziet.
Art. 2 § 5.: Het verzoek tot aanwijzing van een voorlopige bewindvoerder
vermeldt, op straffe van nietigheid :
1. de dag, maand en het jaar;
2. de naam, de voornaam, het beroep en de woonplaats van de verzoeker,
alsook de graad van verwantschap of de aard van de betrekkingen die er
bestaan tussen de verzoeker en de te beschermen persoon;
3. het voorwerp van de vordering en in het kort de gronden ervan;
4. de naam, voornaam, de verblijf- of woonplaats van de te beschermen
persoon en in voorkomend geval van zijn vader en/of zijn moeder, de
echtgenoot, de wettelijk samenwonende of de persoon met wie de te
beschermen persoon een feitelijk gezin vormt;
5. de aanwijzing van de rechter die ervan kennis moet nemen.
Het verzoekschrift moet worden ondertekend door de verzoeker of zijn
advocaat en vergezeld zijn van een attest van verblijfplaats, of, bij
ontstentenis, van woonplaats van de te beschermen persoon dat ten
hoogste vijftien dagen oud is.
Het verzoekschrift vermeldt bovendien en voor zover mogelijk :
1. de plaats en datum van geboorte van de te beschermen persoon;
2. de aard en de samenstelling van de te beheren goederen;
3. de naam, de voornaam en de woonplaats van de meerderjarige
familieleden in de dichtste graad, doch niet verder dan de tweede graad.
Als het verzoekschrift onvolledig is, vraagt de vrederechter de verzoeker om
het binnen acht dagen aan te vullen.
Het verzoekschrift kan tevens suggesties vermelden betreffende de keuze
van de aan te stellen voorlopige bewindvoerder, alsook betreffende de aard
en de omvang van diens bevoegdheden.
De artikelen 1034bis en volgende van het Gerechtelijk Wetboek zijn van
overeenkomstige toepassing.
Art. 3 § 3. :De voorlopige bewindvoerder geeft jaarlijks en binnen dertig
dagen na het einde van zijn mandaat rekenschap aan de personen vermeld
in § 2. In dit schriftelijk verslag worden minstens de volgende gegevens
vermeld :
1. de naam, de voornaam en de woon- of verblijfplaats van de voorlopige
bewindvoerder;
2. de naam, de voornaam en de woon- of verblijfplaats van de beschermde
persoon en, in voorkomend geval, van zijn vertrouwenspersoon;
3. een overzicht van de inkomsten en uitgaven tijdens de voorbije periode
en een overzicht van de stand van het beheerde vermogen bij de aanvang
en op het einde van deze periode;
4. de data waarop de voorlopige bewindvoerder in de loop van het jaar
persoonlijk contact heeft gehad met de beschermde persoon of diens
vertrouwenspersoon;
5. de materiële levensvoorwaarden en de leefsituatie van de beschermde
persoon alsmede de wijze waarop de voorlopige bewindvoerder daarop
heeft ingespeeld.
In geval van overlijden van de beschermde persoon tijdens de duur van het
voorlopig bewind legt de voorlopige bewindvoerder binnen dertig dagen zijn
eindverslag neer ter griffie. Hiervan kan ter griffie kennis genomen worden
door de erfgenamen van de beschermde persoon en de notaris die belast
wordt met de aangifte en de verdeling van de nalatenschap. Dit geldt
onverminderd de toepassing van artikel 1358 en volgende van het
Gerechtelijk Wetboek.
Indien hij zulks nodig acht, kan de vrederechter van de voorlopige
bewindvoerder waarborgen eisen, hetzij bij zijn aanwijzing, het zij gedurende
de uitoefening van zijn opdracht.
De voorlopige bewindvoerder brengt de beschermde persoon op de
hoogte van de handelingen die hij verricht. In bijzondere omstandigheden
kan de vrederechter hem vrijstellen van deze verplichting. In dit geval brengt
de voorlopige bewindvoerder de vertrouwenspersoon van de beschermde
persoon op de hoogste. Bij ontstentenis van een vertrouwenspersoon, kan de
vrederechter een andere persoon of instelling aanwijzen die door de
voorlopige bewindvoerder op de hoogte moet worden gebracht.
Tekst 10: over privacy
Als we gegevens verzamelen moeten onze cliënten dit willen vrijgeven en
zekerheid krijgen over het zwijgen van de hulpverlener.
1. Hieronder vind je het personeel en materieel toepassingsgebied van de
“privacywet”. Zoek in de wet naar de verklaring van deze begrippen.
natuurlijke personen
Een persoon die direcht/indirect kan worden geïdentificeerd, met name aan
de hand van een identificatienummer of van één of meer specifieke
elementen die kenmerkend zijn voor zijn/haar fysieke, fysiologische,
psychische, economische, culturele of sociale identiteit. Het gaat om elke
levende mens, elk individu die gegevens verzamelt.
Rechtspersoon
= groepering van personen met een statuut.
Een rechtspersoon is een instelling, stichting of vereniging die een vermogen
heeft, overeenkomsten kan sluiten, rechten en plichten heft en eveneens
geïdentificeerd wordt door o.m. naam, woonplaats en nationaliteit. De
rechtspersoon beschikt uiteraard enkel over vermogensrechten en kan geen
familierechten uitoefenen.
De rechtspersoon die door het privaat initiatief is ontstaan, wordt
gespecificeerd als privaatrechtelijke rechtspersoon.
De rechtspersoon die de overheid zelf vertegenwoordigt of door haar
initiatief is ontstaan, heet publiekrechtelijke rechtspersoon.
De rechtspersoon zal in het recht slechts kunnen optreden via fysieke
personen die bevoegd zijn om deze rechtspersoon te vertegenwoordigen.
Bijvoorbeeld: school, bedrijf, organisatie,…
Als ik solliciteer in een bedrijf, mag die persoon dan gelijk welke gegevens
verzamelen?
NEE, dit valt ook onder de wet van de privacy
Feitelijke personen
= groepering van personen zonder statuut
bijvoorbeeld: vakbond, jeugdbeweging, hobbyclub (ook zij mogen ook niet
alles zomaar vragen!)
De rechtspersoon mag niet verward worden met de feitelijke vereniging die
geen rechtspersoonlijkheid heeft en dus juridisch slechts de som is van enkele
individuen.
persoonsgegevens
= alle gegevens waardoor je een individu kan identificeren/ waardoor een
individu identificeerbaar wordt.
Onder persoonsgegevens wordt iedere informatie betreffende een
geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon verstaan. Als
identificeerbaar wordt beschouwd een persoon die direct of indirect kan
worden geïdentificeerd, met name aan de hand van een
identificatienummer of van één of meer specifieke elementen die
kernmerkend zijn voor zijn of haar fysieke, fysiologische, psychische,
economische, culturele of sociale identiteit.
verwerking
Onder verwerking wordt verstaan elke bewerking of elk geheel van
bewerkingen met betrekking tot persoonsgegevens, al dan niet uitgevoerd
met behulp van geautomatiseerde procédés, zoals het verzamelen,
vastleggen, ordenen, bewaren, bijwerken, wijzigen, opvragen, raadplegen,
gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiden of op
enigerlei andere wijze ter beschikking stellen, samenbrengen, met elkaar in
verband brengen, alsmede het afschermen, uitwissen of vernietigen van
persoonsgegevens.
uitsluitingen
= uitzondering, hierop is de privacywet niet van toepassing
Voorbeelden
 Onder verwerker wordt de natuurlijke persoon, de rechtspersoon, de
feitelijke vereniging of het openbaar bestuur verstaan die ten behoeve
van de voor de verwering verantwoordelijke persoonsgegevens verwerkt,
met UITSLUITING van de personen die door of krachtens de wet, het
decreet of de ordonnantie als de voor de verwerking verantwoordelijke
wordt aangewezen.
 Adressen van vrienden (persoonlijke doeleinden)
 Lijstje van uitgave (huishoudelijke doeleinden)
2. De wet legt een aantal verplichtingen en beperkingen op aan de
verzamelaar van persoonsgegeven: onderzoek volgende dwingende
maatregelen.
Legaliteit (wanneer is het verzamelen van gegevens toegelaten,
legaal): De gegevens die worden verzameld moeten eerlijk en
rechtvaardig verkregen zijn.
 Finaliteit (met welk doel verzamel ik de gegevens): Het moet voor een
gerechtvaardig doeleinde zijn.
 Proportionaliteit: de gegevens die niet ter zake zijn mogen niet worden
verzameld.
vb.: bij sollicitatie voor bv. boekhoudster mogen ze niet vragen of je
zwanger bent.
!! gegevens mogen wel verzameld worden (zie art. 5)

verzamelen van gevoelige gegevens
De verwerking van persoonsgegevens waaruit de raciale of etnische
afkomst, de politieke opvattingen, de godsdienstige of
levensbeschouwelijke overtuiging of het lidmaatschap van een
vakvereniging blijken, alsook de verwerking van persoonsgegevens die het
seksuele leven betreffen, is verboden.
Hierop zijn uitzonderingen mogelijk. (zie art. 6 § 2)
verzamelen van medische gegevens
De verwerking van persoonsgegevens die de gezondheid betreffen, is
verboden.
Hierop zijn uitzonderingen mogelijk. (zie art. 7 § 2):
 Schriftelijk toegestemd
 Persoon die behoort tot de groep van gezondheidswerker (bf.
Artsen…)
Een voorbeeld:
Verzamelen van medische gegevens is niet verboden wanneer de
verwerking noodzakelijk is voor doeleinden van preventieve geneeskunde
of medische diagnose, het verstrekken van zorg of behandelingen aan de
betrokkene of een verwant, of het beheer van de gezondheidsdiensten
handelend in het belang van de betrokkene en de gegevens worden
verwerkt onder het toezicht van een beroepsbeoefenaar in de
gezondheidszorg.
Persoonsgegevens betreffende de gezondheid moeten worden
ingezameld bij de betrokkene.
Zij kunnen slechts via andere bronnen worden ingezameld op voorwaarde
dat dit in overeenstemming is met de paragrafen 3 en 4 van artikel 7 en
dat dit noodzakelijk is voor de doeleinden van de verwerking of de
betrokkene niet in staat is om de gegevens te bezorgen.
verzamelen van gerechtelijke gegevens
De verwerking van persoonsgegevens inzake geschillen voorgelegd aan
hoven en rechtbanken alsook aan administratieve gerechten, inzake
verdenkingen, vervolgingen of veroordelingen met betrekking tot
misdrijven, of inzake administratieve sancties of veiligheidsmaatregelen is
verboden.
Hierop zijn uitzonderingen mogelijk. (zie artikel 7 § 2)
Vb: Als docent vraag aan de leerling om bewijs van goedzedelijk gedrag?
NEE
Aangifteplicht
Art. 17.:(§ 1. Voordat wordt overgegaan tot één of meer volledig of
gedeeltelijk geautomatiseerde verwerkingen van gegevens die voor de
verwezenlijking van een doeleinde of van verscheidene samenhangende
doeleinden bestemd zijn, doet de verantwoordelijke voor de verwerking of, in
voorkomend geval, diens vertegenwoordiger, daarvan aangifte bij de
Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
Het vorige lid is niet van toepassing op verwerkingen die alleen tot doel
hebben een register bij te houden dat door of krachtens een wet, een
decreet of een ordonnantie bedoeld is om het publiek voor te lichten en
door eenieder dan wel door ieder persoon die zich op een gerechtvaardigd
belang kan beroepen, kan worden geraadpleegd.) <W 1998-12-11/54, art. 24,
004; Inwerkingtreding : 01-09-2001>
§ 2. De Commissie doet binnen drie werkdagen een ontvangbewijs van de
aangifte geworden.
Indien de aangifte onvolledig is, moet de Commissie de aangever daarvan
op de hoogte brengen.
§ 3. Deze aangifte moet vermelden :
1° de datum van de aangifte en in voorkomend geval, de wet, het decreet
of de ordonnantie of de reglementaire akte waarbij de geautomatiseerde
verwerking wordt ingesteld;
2° de naam, de voornamen en het volledig adres of de benaming en de
zetel van de (verantwoordelijke voor de verwerking) en in voorkomend geval
van zijn vertegenwoordiger in België; <W 1998-12-11/54, art. 24, 004;
Inwerkingtreding : 01-09-2001>
3° (opgeheven) <W 1998-12-11/54, art. 24, 004; Inwerkingtreding : 01-092001>
4° de benaming van de geautomatiseerde verwerking;
(5° het doel of het geheel van samenhangende doeleinden van de
geautomatiseerde verwerking;) <W 1998-12-11/54, art. 24, 004;
Inwerkingtreding : 01-09-2001>
6° de categorieën van de verwerkte persoonsgegevens met een bijzondere
beschrijving van de gegevens bedoeld in de artikelen 6 tot 8;
(7° de categorieën van ontvangers aan wie de gegevens kunnen worden
verstrekt;
8° de waarborgen die aan de mededeling van gegevens aan derden
verbonden moeten zijn.) <W 1998-12-11/54, art. 24, 004; Inwerkingtreding : 0109-2001>
9° de wijze waarop de personen op wie de gegevens betrekking hebben
daarvan in kennis worden gesteld, de dienst waarbij het recht op toegang
kan worden uitgeoefend en de maatregelen genomen om de uitoefening
van dat recht te vergemakkelijken;
10° de termijn waarna, in voorkomend geval, de gegevens niet meer
mogen bewaard, gebruikt of verspreid worden.
(11° een algemene beschrijving om op voorhand te kunnen beoordelen of
de veiligheidsmaatregelen die in toepassing van artikel 16 van deze wet
genomen zijn, afdoende zijn;
12° de redenen waarop de verantwoordelijke voor de verwerking in
voorkomend geval de toepassing van artikel 3, § 3, van deze wet steunt.) <W
1998-12-11/54, art. 24, 004; Inwerkingtreding : 01-09-2001>
§ 4. In het kader van haar controle- en onderzoeksbevoegdheid bedoeld in
artikel 31 en 32 is de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke
levenssfeer gemachtigd tot het opeisen van andere gegevens, met name de
oorsprong van de persoonsgegevens, de gekozen automatiseringstechniek
en de voorziene beveiligingsmaatregelen.
(§ 5. Voor elk doeleinde of geheel van samenhangende doeleinden
waarvoor tot een of meer volledig of gedeeltelijk geautomatiseerde
verwerkingen wordt overgegaan, is een aangifte vereist.
De Commissie stelt de aard en de structuur van de aangifte vast.) <W 199821-11/54, art. 24, 004; Inwerkingtreding : 01-09-2001>
§ 6. Wanneer de verwerkte gegevens, zelfs occasioneel, bestemd zijn om
naar het buitenland te worden doorgezonden, moet, ongeacht de gebruikte
gegevensdrager, daarenboven in de aangifte worden vermeld :
1° de categorieën van gegevens die worden doorgezonden;
2° voor elke categorie van gegevens, het land van bestemming.
(lid 2 opgeheven) <W 1998-12-11/54, art. 24, 004; Inwerkingtreding : 01-092001>
(§ 7. Ingeval aan een geautomatiseerde verwerking een einde wordt
gemaakt of enige informatie vermeld in de § 3 wijzigt, moet daarvan
eveneens aangifte worden gedaan.) <W 1998-12-11/54, art. 24, 004;
Inwerkingtreding : 01-09-2001>
(§ 8. De Koning kan na advies van de Commissie voor de bescherming van
de persoonlijke levenssfeer bepaalde categorieën vrijstellen van de in dit
artikel bedoelde aangifte wanneer, rekening houdend met de verwerkte
gegevens, er kennelijk geen gevaar is voor inbreuken op de rechten en
vrijheden van de betrokkenen, en de doeleinden van de verwerking, de
categorieën van verwerkte gegevens, de categorieën betrokkenen, de
categorieën ontvangers en de periode gedurende welke de gegevens
worden bewaard, gepreciseerd worden.
Indien voor geautomatiseerde verwerkingen in toepassing van het vorige lid
een vrijstelling van de aanmeldingsplicht wordt verleend, moeten de
inlichtingen vermeld in de §§ 3 en 6 door de verantwoordelijke voor de
verwerking meegedeeld worden aan iedereen die daarom verzoekt.) <W
1998-12-11/54, art. 24, 004; Inwerkingtreding : 01-09-2001>
§ 9. De (verantwoordelijke voor de verwerking) is gehouden op het ogenblik
van de verrichting van de aangifte, een bijdrage te storten aan de
rekenplichtige aangesteld bij de Commissie voor de bescherming van de
persoonlijke levenssfeer, overeenkomstig de bepalingen van de wetten op
de Rijkscomptabiliteit. De Koning stelt het bedrag van deze bijdrage, die
tienduizend frank niet mag overschrijden, vast (...). Hij regelt tevens de
modaliteiten voor de betaling ervan. <W 1998-12-11/54, art. 24, 004;
Inwerkingtreding : 01-09-2001>
Art. 17bis (ingevoegd bij <W 1998-12-11/54, art. 25, Inwerkingtreding : 01-092001>) De Koning stelt, na advies van de Commissie voor de bescherming
van de persoonlijke levenssfeer de categorieën van verwerkingen vast die
specifieke risico's inhouden voor de persoonlijke rechten en vrijheden van de
betrokkenen en stelt voor deze verwerkingen, eveneens op voorstel van de
Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, bijzondere
voorwaarden vast om de rechten en de vrijheden van de betrokkenen te
waarborgen. In het bijzonder kan Hij bepalen dat de verantwoordelijke voor
de verwerking, alleen of samen met andere verantwoordelijken, een
aangestelde voor de gegevensbescherming aanwijst die op onafhankelijke
wijze zorgt voor de toepassing van deze wet en van haar
uitvoeringsmaatregelen.
De Koning bepaalt bij een in Ministerraad overlegd besluit, na advies van de
Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, het statuut
van de aangestelde voor de gegevensbescherming.
=> Alleen aangifte verplicht voor geautomatiseerde gegevens verwerking,
niet voor manuele.
Verplichtingen van de houder







Finaliteitbeginsel
Gevoelige gegevens
Medische gegevens
Gerechtelijke gegevens
Beveiliging van gegevens tgo derden, niet doorgeven
Aangifteplicht
Infoplicht (moet aan de betrokkene meedelen dat hij gegevens
verzamelt, waarom, hoe,…
Rechten van de geregistreerde


Info
Kennisname van de gegevens (niet echt inzagerecht, je mag
inkijken)




Verbetering
Uitwissing/gebruiksverbod
Toezichtorgaan (commissie)
Klachtprocedure en sancties
Vb. mag je je punten weten die voor A B C D staan? JA, info/kennisname
Notities les 30/04/04


Minderjarig: vertegenwoordigd door ouders of een voogd
Onbekwaamheid:
 Verlengde minderjarigheid: zowel beslissingen op vlak van
persoon als goederen
 Gedeeltelijk onbekwaamheid: bijstand van een rechtspersoon die
hem adviseert i.v.m. goederen. Voor persoonlijke zaken zijn ze zelf
verantwoordelijk.
Gedwongen opname
Kan enkel in volgende gevallen:
 Beginsel van subsidiariteit: je kunt alleen iemand gedwongen opnemen
in psychiatrische instelling als er geen enkele andere mogelijkheid is
 Geesteszieke: enkel hij kan opgenomen worden bij beslissing van een
geneesheer.
!! Drugs- en alcoholverslaafde zijn geen geesteszieken !!
 Ernstig gevaar voor zichzelf (zelfmoord) en/of anderen. Heeft nog niets
gedaan, het is preventief ingrijpen
Internering
!! Niet preventief, heeft al een mof gepleegd !!
Voor internering moet aan volgende drie voorwaarden voldaan zijn:
 Geestesgestoord op het ogenblik van de feiten
 Geestesgestoord op het ogenblik van de gerechtelijke procedure
 Gevaar voor zichzelf en/of derden
Geesteszieken
Geesteszieken
Beschermingsstatuut
de geïnterneerde

geesteszieke en de
geesteszieke opgenomen in
een ziekenhuis of in een gezin
 worden vertegenwoordigd
door een voorlopig
bewindvoerder
 blijven in principe
handelingsbekwaam
tenware ten aanzien van
hen reeds eerder om een
bescherm. stat. Was
gevraagd vb. de
gerechtelijke
onbekwaamverklaring.
 Toch kunnen de
handelingen die iemand
verricht heeft gedurende
de tijd dat hij in een
Opgenomen
psychiatrische instelling
verbleef aangevochten
worden. De geesteszieke
wordt verondersteld zich in
staat van krankzinnigheid
te bevinden, hetgeen zijn
vrije en bewuste wil uitsluit
en de gestelde juridische
handeling vernietigbaar
maakt. Degene die de
geldigheid van de
handeling voorhoudt,
moet het bewijs leveren
dat ze in een heldere
tussenpoos werd verricht.
Persoon opgenomen in open
dienst
 Juridische bekwaamheid is
niet wettelijk geregeld. Het
vermoeden van
Geen beschermingsstatuut
bij opname in een
ziekenhuis en sluiten van
een overeenkomst.
De geesteszieken
opgenomen in een
ziekenhuis of in een gezin
blijven in principe
handelingsbekwaam. Toch
kunnen de handelingen
die iemand verricht heeft
gedurende de tijd dat hij in
een psychiatrische instelling
verbleef aangevochten
worden.

Geesteszieken
Beschermingsstatuut

Niet
opgenomen
krankzinnigheid geldt hier
niet.
Het aanstellen van een
voorlopig bewindvoerder is
mogelijk
moeten ofwel door
anderen
vertegenwoordigd
worden, ofwel door
anderen worden
bijgestaan. Deze
beperkingen van
handelingsbekwaamheid
hebben de bescherming
van de betrokkenen en in
geval van de gehuwden
de bescherming van de
huwelijkspartner tot doel
Geen beschermingsstatuut

minderjarige
kan zijn
rechtsbekwaamheid niet
zelf omzetten in
handelingsbekwaamheid,
hij zal vertegenwoordigd
worden door zijn ouders,
voogd en/of familieraad.
geesteszieke
De juridische handelingen
van een
geestesongezonde
persoon zijn in principe
geldig en moeten (via een
De verlengd minderjarige
procedure) nietig verklaard
 wordt vertegenwoordigd
worden.
door zijn ouders of voogd.  De wetgever heeft de
De ouders hebben de
schaderegeling wegens
plicht om hun kind
onrechtmatige daad apart
levensonderhoud en
geregeld als de dader
opvoeding te verschaffen
mentaal niet over al zijn
en genieten anderzijds van
geestesvermogens
het wettelijk vruchtgenot.
beschikt. De rechter dient
!! kan geen bewindvoerder
rekening te houden met de
krijgen !!
“omstandigheden” en met
 wordt op juridisch vlak
de “toestand van de
gelijkgesteld met een
partijen”.
minderjarige beneden de
15 jaar doch niet op alle
Als hij op het ogenblik van
gebieden.
de feiten geestesgestoord
Zo kan hij niet meer huwen,
is: zie Art 13.86 bis:
adopteren of toestemmen
Ingevoegd bij W 16-04-1935,
in zijn eigen adoptie, een
art. 1> Wanneer aan een
kind erkennen en de
ander schade wordt
ouderlijke macht
veroorzaakt door een

uitoefenen, voogd zijn,
handel drijven,
schenkingen doen, geld
afhalen van een
spaarboekje, een geldige
handtekening plaatsen
stemmen, zelf in rechte
optreden of een testament
opmaken.
Hij kan wel nog
geadopteerd worden, via
zijn wettelijke
vertegenwoordiger de
naturalisatie of
nationaliteitskeuze doen,
drager zijn van een
identiteitskaart, zijn sociale
zekerheidsrechten laten
gelden (vb.
Tegemoetkoming
mindervalide en
bestaansminimum)



de gerechtelijk
onbekwaamverklaarde
wordt vertegenwoordigd
door een voogd
!! kan geen bewindvoerder
krijgen !!
is gelijkgesteld met een
niet-ontvoogde
minderjarige wat zijn
persoon en zijn goederen
betreft en komt hij onder
voogdij.
alle rechtshandelingen
gesteld na het vonnis van
onbekwaamverklaring zijn
automatisch nietig.
De onder gerechtelijk
raadsman gestelde persoon*
 is bekwaam wat zijn
persoon betreft (kan bv
huwen)
 I.v.m. zijn goederen kan
persoon die zich in staat
van krankzinnigheid
bevindt, of in een staat van
ernstige geestesstoornis of
zwakzinnigheid die hem
voor de controle van zijn
daden ongeschikt maakt,
kan de rechter hem
veroordelen tot de gehele
vergoeding of tot een
gedeelte van de
vergoeding waartoe hij zou
zijn gehouden, indien hij de
controle van zijn daden
had.
De rechter doet uitspraak
naar billijkheid, rekening
houdende met de
omstandigheden en met
de toestand van de
partijen.
hem de verplichting
opgelegd worden om
bijstand van de
gerechtelijk raadsman te
vragen voor bepaalde
handelingen te kunnen
stellen (lenen…)
* dit statuut richt zich tot:
 de zwakzinnige wiens geestesvermogen weliswaar is aangetast (bv.
Door drankmisbruik of hoogbejaardheid) maar niet zodanig dat hij
onbekwaam zou kunnen worden verklaard;
 de verkwister die met een hardnekkige standvastigheid zijn
inkomsten én zijn kapitaal op onredelijke wijze verspilt
Download