monitor-juni _Part27

advertisement
Tekst Gert-Jan van den Bemd
Zoeken naar
alternatieven
Een van de wetenschappers die het centrum recent hebben versterkt, is
dr. Pim Pijnappel. Hij heeft in het centrumbestuur plaatsgenomen en leidt de, bij de
afdeling Klinische Genetica gestationeerde basale onderzoeksgroep. Deze richt zich
op ziektemechanismen en op alternatieve behandelingen voor de ziekte van Pompe
en andere stofwisselingsziekten. Pijnappel is de opvolger van dr. Arnold Reuser, die
vanuit de Klinische Genetica het huidige medicijn voor de ziekte van Pompe mede
heeft ontwikkeld en die onlangs werd geridderd wegens zijn grote bijdragen aan het
wetenschappelijk onderzoek naar deze ziekte.
Is de enzymtherapie niet afdoende?
Pijnappel: “Bij de enzymtherapie krijgen de patiënten
elke twee weken enzym toegediend. Dat is tijdrovend,
ingrijpend en bijzonder kostbaar. Maar er is nog een
reden om naar een alternatief te zoeken: het enzym
wordt met een infuus in de bloedbaan gebracht. Van
daaruit moet het nog in het spierweefsel doordringen
om zijn werking te kunnen doen. Dat is niet eenvoudig. Bovendien werkt het enzym niet bij alle patiënten
even goed. Bij sommigen wordt het enzym herkend als
lichaamsvreemde stof. Zij gaan antistoffen vormen,
waardoor het enzym minder effectief gaat werken.”
dat de focus volledig op de behandeling van kinderen
ligt. Van der Ploeg pleit voor een afdelingsoverstijgende aanpak, waarbij het ziekteverloop van baby
tot volwassene in ogenschouw wordt genomen: “Een
baby weegt bij de geboorte drie kilogram en heeft
15% spiermassa, een volwassen man weegt rond de
70 kilogram met 40% spieren. Er gebeurt tijdens de
ontwikkeling enorm veel. Daarom is het bij dit soort
ziekten van belang dat je niet alleen weet hoe de
ziekte verloopt bij een baby of bij een kind, maar dat
je ook kijkt naar het volwassen stadium, want ook dat
maakt onderdeel uit van het spectrum. Er is dan ook
intensieve samenwerking met artsen van de centrumlocatie van het Erasmus MC waar volwassen patiënten
worden behandeld. We bespreken in teamverband de
patiënten, kijken gezamenlijk naar de onderzoeksresultaten en bepalen de therapie. Alle gegevens, van
kinderen én volwassenen, worden door epidemiologen in één database opgeslagen, zodat ze kunnen
worden geanalyseerd. Er zijn werkbesprekingen waar
artsen, klinisch onderzoekers en basiswetenschappers
elkaar op de hoogte houden van de laatste ontwikkelingen. Er is een voortdurende kruisbestuiving.”
“Gentherapie zou één van de alternatieven kunnen
zijn. Daarbij wordt geprobeerd om de productie van
het enzym weer te herstellen. Dat zou bijvoorbeeld
kunnen door virussen toe te dienen die stukjes DNA bij
zich dragen met een foutloos, goed functionerend zure
alpha-glucosidase gen. Het virus moet zich vervolgens
in de spiercellen nestelen en daar de productie van het
enzym gaan verzorgen. Dat klinkt misschien betrekkelijk eenvoudig, maar dat is het niet.”
Zijn er meer opties?
“Een andere mogelijkheid is de behandeling met stamcellen. Dat zijn de vroegste cellen van het menselijk
lichaam die kunnen uitgroeien tot alle denkbare cellen:
vetcellen, zenuwcellen, botcellen, bloedcellen en ook
spiercellen. Maar hoe kom je aan stamcellen? Lange
tijd werd verondersteld dat eenmaal gespecialiseerde
cellen niet meer terug kunnen naar dat vroege stamcel
stadium, maar Nobelprijswinnaar Shinya Yamanaka
heeft laten zien dat het wel kan. Het doorbreken van
dat dogma biedt geweldige mogelijkheden. Huidcellen,
Van der Ploeg is tevreden over wat er tot nu toe is
bereikt, maar er zijn nog volop uitdagingen: “We zijn
aangekomen bij een mijlpaal. We hebben een therapie
waarbij indrukwekkende resultaten worden geboekt,
maar met de kennis die we nu hebben moeten we
verder. Daarom investeren we ook vanuit ons centrum
in nieuw wetenschappelijk onderzoek.”
52
Monitor • juni 2013
Monitor • juni 2013
bijvoorbeeld verkregen uit een biopt van een patiënt
met de ziekte van Pompe, kunnen gebruikt worden om
stamcellen te maken. Die stamcellen kunnen vervolgens zo worden gestimuleerd dat ze zich tot spiercellen
ontwikkelen. De spiercellen zullen dezelfde afwijkingen
vertonen als de spiercellen in het lichaam van de
patiënt en zijn dus heel geschikt om onderzoek te doen
en nieuwe therapieën te testen.”
Wat heeft de patiënt eraan?
Pijnappel deed ervaring op bij de Universiteit Utrecht.
De technieken en denkwijze die hij zich daar heeft eigen
gemaakt, komen in Rotterdam goed van pas en leidden
recent tot een publicatie in toptijdschrift Nature. Pijnappel:
“In Utrecht deed ik meer basaal onderzoek naar stamcellen, in Rotterdam is het meer patiënt-gerelateerd. Dat
voegt een extra dimensie toe. Het is doelgericht en er is
veel interactie met artsen uit de kliniek. Bij basaal onderzoek ben je voornamelijk bezig om kennis te vergaren.
Soms is het niet altijd duidelijk wat je met die kennis kunt
doen. Hier word je gedwongen om na te denken of de
patiënt baat heeft bij het onderzoek.”
Inmiddels is het al gelukt om stamcellen uit huidcellen te
kweken. Pijnappel: “Op lange termijn willen we uitzoeken
of het mogelijk is om het DNA van de stamcellen te repareren en de cellen vervolgens terug te geven aan de
patiënt. Uit de gerepareerde stamcellen zouden dan
gezonde spiercellen moeten groeien. Bij muizen is al aangetoond dat zoiets mogelijk is, maar het moet nog blijken
of het bij de mens ook werkt.”
53
Download