wat-mijn-kind-leert-in-december

advertisement
Deze nieuwbrief is bedoeld om u op de hoogte te houden van de
werkzaamheden van uw kind deze maand.
Bij rekenen werkt groep 6 deze maand aan:
Verhoudingstabellen
Met pepernoten en snoepgoed van de Sint!
1 zakje snoep heeft 2 snoepjes en 4 pepernoten
1
2
4
2
4
8
3
6
12
4
8
16
5
10
20
Vermenigvuldigen
20 x 30 =
300 x 40=
Minsommen t/m 10.000
9600-2150=
Terugtellen vanaf 100.000 met stappen van 1, 10, 100, 1000
38.756 – 39.756 - ……………-………………
Breuken deel van een aantal
Een zesde deel van 36 spijkers
Bij Spelling werken we aan:
- De z die klinkt als s (voorbeeldwoord: langzaam)
- Woorden met voorvoegsel ont- (voorbeeldwoord: ontbijt)
- Woorden met achtervoegsel –ig (voorbeeldwoord: jarig)
- Woorden met achtervoegsel –lijk (voorbeeldwoord: vrolijk)
Bij Taal werken we aan:
- Verleden tijd: De kinderen kunnen de zinnen in de verleden tijd
herkennen
- Taalgebruik: De kinderen kiezen de geschikte situatie bij een
bepaald uitspraak
- Persoonsvorm: De kinderen kunnen de persoonsvorm in een zin
herkennen.
- Hoofdletters en uitspraken: De kinderen schrijven de Europese
landsnamen met hoofdletters op en bedenken passende vragen.
- Omschrijving: kinderen kunnen woorden uitleggen met een
duidelijke omschrijving bijv. restaurant.
Wereldzaken Zuid-Nederland
-In en op de grond (grondsoorten en landbouw/veeteelt)
-Waarom staat die fabriek daar? (grondstoffen, voedingsindustrie)
-De zee: vriend of vijand (watersnoodramp, deltawerken, toerisme,
mosselteelt)
- Topografie: Zeeland, Noord-Brabant, Limburg
Natuurzaken Thema Lucht
- Vogels: soorten vogels, functie van veren /snavel/slagpennen
etc.
- Vliegen: thermiek, vogels, luchtvoertuigen en werking ervan
- In weer en wind: radar, windkracht, barometer, soorten wolken
Engels Thema Just in time
- Dagen van de week
- Dagdelen en uren van de dag
- Tijdsaanduidingen
Begrijpend Lezen
- Je leert de betekenis van een moeilijk woord uit de tekst te
halen (sleutel 3)
- Je leert wat verwijswoorden in een tekst betekenen (sleutel 3)
- Je leert hoe je kunt controleren of je een tekst begrijpt
(sleutel 3 )
Technische Lezen
- Lezen met intonatie (emotie, leestekens, pauzes)
- Toepassen, onderhouden en uitbreiden leesvaardigheid
- Lezen van woorden met een trema
- Lezen van woorden met j (zj)
- Lezen van woorden met ou (oe)
- Lezen van woorden met ai
- Lezen op tempo
Verkeer
Veilig fietsen bij harde wind:
- Niet te dicht naast of achter elkaar
- Houd je stuur met 2 handen vast
- Neem niemand achterop
- Draag geen wapperende kleding
- Pas op voor rukwinden van opzij
- Wind mee? Rem tijdig af als je een zijstraat ziet
Veilig fietsen in de mist:
- Zorg dat je opvalt
- Doe je fietslicht aan
- Steek niet onverwachts over
Soorten borden
Thema ik vertrouw op mij
- Zelfvertrouwen
- Wensen en verlangens
- Leer elkaar en jezelf beter kennen
- Je denkt na over hoe je thuis mee kunt helpen
Muziek
- Hoog en laag
- Fruitrap en ritme
- Zang: je eigen muziekinstrument
Bedankt voor het lezen!
Groetjes Juf Jodie
Download
Random flashcards
Rekenen

3 Cards Patricia van Oirschot

Test

2 Cards oauth2_google_0682e24b-4e3a-44be-9bca-59ad7a2e66a4

Create flashcards