CBFA - nbb.be

advertisement
Bijlage Circulaire CBFA_2009_29-1 dd. 30 september 2009
Rapportering betreffende de effectenleningen en cessies-retrocessies van
effecten
Toepassingsveld:
Verzekeringsondernemingen onderworpen aan de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle
der verzekeringsondernemingen.
1.
Inleiding
In deze bijlage wordt uiteengezet hoe moet worden gerapporteerd over effectenleningen (Securities
Lending / SL) en cessies-retrocessies van effecten (Repo / R). De specifieke rapportering over die
verrichtingen is een onderdeel van de driemaandelijkse rapportering aan de CBFA over de
dekkingswaarden.
Wanneer, bij de rapportering over effectenleningen en cessies-retrocessies van effecten, vermeldingen
worden opgenomen in gedetailleerde lijsten die, volgens circulaire CBFA_2008_29 van
23 december 2008, niet driemaandelijks hoeven te worden overgelegd, dienen die lijsten, met het oog op
de beoordeling van de betrokken verrichtingen, toch om de drie maanden aan de CBFA te worden
bezorgd.
Alle kolommen in verband met de in de gedetailleerde lijsten vermelde waarden worden driemaandelijks
geactualiseerd conform de bepalingen van verordening nr. 12 tot vaststelling van de regels betreffende
de doorlopende inventaris van de dekkingswaarden.
2.
Cessies-retrocessies van effecten (Repo Sale : RS)
In dit geval verkoopt de onderneming effecten.
De verkochte effecten worden vermeld in de gedetailleerde lijsten, maar niet opgenomen in de
samenvattende opgave van de dekkingswaarden.
Voor elk verkocht effect wordt de vermelding "RSO" (Out) opgenomen in de kolom "SL/Repo" voor dat
type van verrichtingen.
De als tegenprestatie ontvangen contanten en/of elk met die contanten verworven effect worden in de
passende gedetailleerde lijst vermeld (gedetailleerde lijst van de rekeningen en/of gedetailleerde lijst van
de effecten) en voorzien van de vermelding "RSI" (In) in de kolom "SL/Repo" voor dat type van
verrichtingen.
In de samenvattende opgave van de dekkingswaarden worden de effecten (of contanten) "RSI"
opgenomen tegen affectatiewaarde, maar, als de totale affectatiewaarde van de verworven effecten
("RSI") (inclusief de gelopen, niet-vervallen interesten, indien van toepassing) hoger ligt dan de totale
affectatiewaarde van de verkochte effecten ("RSO"), wordt voor het verschil tussen "RSI" en "RSO" een
negatief bedrag ingeschreven op lijn 17 "SL/Repo - RS".
Congresstraat 12-14 | 1000 Brussel
t +32 2 220 53 42| f +32 2 220 54 93 | www.cbfa.be
CBFA_2009_29-1 dd. 30 september 2009
3.
2/3
Cessies-retrocessies van effecten (Repo Purchase : RP)
In dit geval verwerft de onderneming effecten.
De verworven effecten worden vermeld in de gedetailleerde lijsten en opgenomen in de samenvattende
opgave van de dekkingswaarden.
Voor elk verworven effect wordt de vermelding "RPI" opgenomen in de kolom "SL/Repo" voor dat type
van verrichtingen.
De betaalde contanten worden in de passende gedetailleerde lijst vermeld en voorzien van de vermelding
"RPO" in de kolom "SL/Repo" voor dat type van verrichtingen. Die contanten worden niet opgenomen in
de samenvattende opgave van de dekkingswaarden.
In de samenvattende opgave van de dekkingswaarden worden de verworven effecten ("RPI")
opgenomen tegen affectatiewaarde, maar, als de totale affectatiewaarde van de verworven effcten
("RPI") (inclusief de gelopen, niet-vervallen interesten, indien van toepassing) hoger ligt dan de totale
affectatiewaarde van de contanten ("RPO"), wordt voor het verschil tussen "RSI" en "RSO" een negatief
bedrag ingeschreven op lijn 17 "SL/Repo - RP".
4.
Effectenleningen (SL Lending: SLL)
In dit geval leent de onderneming effecten uit.
De uitgeleende effecten en de als waarborg ontvangen effecten zonder eigendomsoverdracht worden
vermeld in de gedetailleerde lijsten, maar niet opgenomen in de samenvattende opgave van de
dekkingswaarden.
4.1.
Lening waarbij geen toereikende waarborg wordt verstrekt
De vordering (op de ontlener) tot teruggave van de uitgeleende effecten mag niet in aanmerking worden
genomen als dekkingswaarde.
Voor elk uitgeleend effect wordt de vermelding "SLLO1" opgenomen in de kolom "SL/Repo" voor dat type
van verrichtingen.
4.2.
Lening waarbij collateral wordt verstrekt die gepaard gaat met de overdracht van de
eigendom van de als waarborg verstrekte activa
Voor elk uitgeleend effect wordt de vermelding "SLLO2" opgenomen in de kolom "SL/Repo" voor dat type
van verrichtingen.
Voor elk als waarborg ontvangen en in volle eigendom gehouden effect wordt de vermelding "SLLI2"
opgenomen in de kolom "SL/Repo" voor dat type van verrichtingen.
In de samenvattende opgave van de dekkingswaarden worden de als waarborg ontvangen effecten
("SLLI2") opgenomen tegen affectatiewaarde, maar, als de totale affectatiewaarde van de als waarborg
ontvangen effecten ("SLLI2") (inclusief de gelopen, niet-vervallen interesten, indien van toepassing)
hoger ligt dan de totale affectatiewaarde van de uitgeleende effecten ("SLLO2"), wordt voor het verschil
tussen "SLLI2" en "SLLO2" een negatief bedrag ingeschreven op lijn 17 "SL/Repo - SLL2".
4.3.
Lening waarbij collateral wordt verstrekt zonder eigendomsoversdracht
Voor elk uitgeleend effect wordt de vermelding "SLLO3" opgenomen in de kolom "SL/Repo" voor dat type
van verrichtingen.
De vordering op effecten wordt vermeld in de gedetailleerde lijst van vorderingen en voorzien van de
vermelding "SLLI3" in de kolom "SL/Repo" voor dat type van verrichtingen.
Voor elk als waarborg ontvangen effect wordt de vermelding "SLLIC3" opgenomen in de kolom "SL/Repo"
voor dat type van verrichtingen.
CBFA
Congresstraat 12-14 | 1000 Brussel
t +32 2 220 53 42| f +32 2 220 54 93 | www.cbfa.be
CBFA_2009_29-1 dd. 30 september 2009
3/3
In de samenvattende opgave van de dekkingswaarden wordt de vordering "SLLI3" opgenomen tegen
affectatiewaarde, maar, als de affectatiewaarde van de vordering "SLLI3" hoger ligt dan de laagste
affectatiewaarde van, enerzijds, de als waarborg ontvangen effecten "SLLIC3" (inclusief de gelopen, nietvervallen interesten, indien van toepassing) en, anderzijds, de uitgeleende effecten "SLLO3", wordt voor
het verschil tussen de vordering "SLLI3" en de laagste affectatiewaarde van, enerzijds, de uitgeleende
effecten "SLLO3" en, anderzijds, de als waarborg ontvangen effecten, een negatief bedrag ingeschreven
op lijn 17 "SL/Repo - SLL3".
5.
Effectenleningen (SLBorrowing : SLB)
In dit geval ontleent de onderneming effecten.
De ontleende effecten worden vermeld in de gedetailleerde lijsten en opgenomen in de samenvattende
opgave van de dekkingswaarden.
De als waarborg verstrekte effecten worden vermeld in de gedetailleerde lijsten, maar niet opgenomen in
de samenvattende opgave van de dekkingswaarden.
Voor elk ontleend effect wordt de vermelding "SLBI" opgenomen in de kolom "SL/Repo" voor dat type van
verrichtingen.
Voor elk als waarborg verstrekt effect wordt de vermelding "SLBO" opgenomen in de kolom "SL/Repo"
voor dat type van verrichtingen.
In de samenvattende opgave van de dekkingswaarden worden de ontleende effecten ("SLBI")
opgenomen tegen affectatiewaarde, maar, als de totale affectatiewaarde van de ontleende effecten
("SLBI") (inclusief de gelopen, niet-vervallen interesten, indien van toepassing) hoger ligt dan de totale
affectatiewaarde van de als waarborg verstrekte effecten ("SLBO"), wordt voor het verschil tussen "SLBI"
en "SLBO" een negatief bedrag ingeschreven op lijn 17 "SL/Repo - SLB".
CBFA
Congresstraat 12-14 | 1000 Brussel
t +32 2 220 53 42| f +32 2 220 54 93 | www.cbfa.be
Download