boekbesprekingen uit attent vanaf 1995 t/m/ lente 2003

advertisement
BOEKBESPREKINGEN UIT ATTENT VANAF 1995 T/M/ LENTE 2003
Medische en psychosociale handboeken en informatie
Kinderboeken
Voorleesboeken_kinderboeken
Brusjes: broertjes en zusjes
Ervaringen
Onderwijs
Dood, sterven en stervensbegeleiding
Rouw en rouwverwerking
Psychologie
Informatiebrochures. Praktische aanwijzingen enz.
Uitgaven van de Vereniging ´Ouders, Kinderen en Kanker´
Medische en psychosociale en informatie
H. Behrendt
Kinderen en kanker
Boom, Meppel, 1987
ISBN 90 5352 031 7
Het in 1987 in de reeks ´rondom het kind` uitgekomen boek ´Kinderen en
kanker` is in 1992 herdrukt. Het is een boek in de eerste plaats geschreven voor
ouders, in de tweede plaats voor mensen die beroepshalve te maken hebben met
kinderen met kanker. De redactie ligt bij dr. H. Behrendt, kinderarts in het Emma
Kinderziekenhuis/ het kinder AMC en de diverse hoofdstukken zijn geschreven
door verschillende mensen, meest artsen, die allen lid zijn van de Werkgroep
Kindertumoren en betrokken zijn bij de behandeling van kinderen met kanker.
Het boek gaat dan ook duidelijk vooral over de medische kant van kanker. Een
aantal hoofdstukken over kanker in het algemeen, methoden om kanker te
ontdekken (diagnostiek) en te behandelen. Daarnaast een aantal hoofdstukken
over speciale, relatief bij kinderen veel voorkomende soorten van kanker. Hierin
wordt steeds een vast patroon van beschrijven gevolgd: van klachten, diagnosen
behandeling, naar bijwerkingen en toekomstverwachtingen. Aan het eind van het
boek wordt nog iets over de verpleegkundige kanten, het omgaan met de ziekte
en het Ronald McDonald huis verteld. Deze laatste hoofdstukken beslaan maar
weinig bladzijden en de inhoud hiervan is, evenals de rest, vrij technisch.
Het boek ´Kinderen en kanker` is een boek met veel degelijke medische en
verpleegkundige informatie. Goed om zaken die over de ziekte zelf en de
behandeling gaan in op te zoeken en na te lezen. Hier en daar nogal wat
medische termen en niet al te gemakkelijk, droog taalgebruik. Over gevoelens
wordt weinig geschreven. Ook worden ouders en kinderen zelf nergens aan het
woord gelaten. Voor deze aspecten zal men andere literatuur moeten
raadplegen.
=========
Over KANKER
Hetty Hagens, Golida Donner, Kitty van Leuven-Zwart, Anita Cats, Magda
Aartsen-Pernet, Nel Warnars-Kleverlaan en Ben van Balen
Uitgeverij Contact, Amsterdam 1997
ISBN 90 254 2324 8
`Over KANKER` is een initiatief van de RVU educatieve Omroep en kwam tot
stand in samenwerking met het Integraal Kankercentrum Amsterdam (IKA). Het
feitelijke werk werd verricht door zeven mensen die dagelijks - als patiënt,
partner, ouder of door hun werk - met kanker worden geconfronteerd. Het boek
gaat in op zowel medische als praktische vragen. Daarbij komen steeds de
mensen aan het woord om wie het gaat: de patiënten. Zij vertellen wat het voor
hen betekent om kanker te hebben (gehad).
`Over KANKER` gaat in op alle vragen die mensen hebben wanneer ze met
kanker te maken krijgen. Het boek geeft informatie over wat kanker is, welke
behandelingen er zijn en wat de ziekte in het leven van de patiënt en zijn
omgeving met zich mee kan brengen. Deze min of meer zakelijke informatie
wordt afgewisseld met persoonlijke getuigenissen: van patiënten zelf, die weten
wat het is om kanker te hebben, van partners en ouders, die voor grote
veranderingen in hun leven komen te staan, van familie en vrienden, die
vertellen over de goede en slechte momenten die ook zij meemaken.
Dit boek is niet in het bijzonder geschreven voor ouders van kinderen met
kanker, maar er wordt wel een apart hoofdstuk aan gewijd. Daarin wordt
ondermeer aandacht besteed aan het informeren van je kind, welke de beste
plek is voor behandeling, waar en hoe je als ouder steun kunt krijgen en de
positie van de broers en zusjes. De bijdragen van de patiënten maken duidelijk
dat er veel manieren zijn waarop je kunt omgaan met kanker en dat de ontstane
situatie nieuwe keuzes met zich meebrengt. Ook in het geval van kanker geldt:
zoveel hoofden, zoveel zinnen. De reacties van de patiënten zijn een impuls voor
de lezer. Het boek stimuleert de meningsvorming over de eigen situatie en zet
aan tot het stellen van vragen. Vragen waarvan de antwoorden kunnen leiden tot
meer `grip` op de omstandigheden die kanker met zich meebrengt. Meer
vastigheid voor de patiënt, maar niet minder voor zijn omgeving. Ook voor hen is
dit een uitermate informatief boek dat door de overzichtelijke indeling zeer vlot
leest.
=========
Redactie: Diety Gringhuis, Jo Moonen en Paula van Woudenberg
Kinderen die slecht zien:
Ontwikkeling, opvoeding, onderwijs en hulpverlening
Uitgeverij: Bohn, Stafleu, van Loghum
ISBN: 9 313 2111 7
Het boek is een bundeling van kennis en ervaring van auteurs die vrijwel
allemaal werkzaam zijn in de hulpverlening en het onderwijs aan slechtziende
kinderen. Uitgangspunt is het kind dat behalve een visuele beperking geen
andere ernstige handicaps kent. De diverse artikelen beschrijven kinderen in hun
ontwikkeling vanaf de geboorte tot aan hun volwassenheid, zeg maar het
moment dat een maatschappelijke positie is bereikt. Onderwerpen die aan bod
komen zijn de cognitieve, motorische en psychosociale ontwikkeling. De
hoofdstukken mogen dan wat theoretisch van aard zijn, vrijetijdsbesteding,
praktische zelfredzaamheid, opvoeding in het gezin en mobiliteit worden ook
uitgebreid besproken.
De redactie en auteurs stellen enerzijds dat nadrukkelijk aandacht nodig is voor
het specifieke in de opvoeding en ontwikkeling van slechtziende kinderen, maar
maken anderzijds duidelijk dat een slechtziend kind in de eerste plaats een kind
is. Een kind met vele eigenschappen, waarvan het slecht zien er één is. Uiteraard
is een uitgebreide adres- en literatuurlijst toegevoegd. De druk van het boek
verdient nog enige aandacht: het gebruikte papier is puur wit, de letters zijn zeer
zwart. Het grote contrast dat zo ontstaat, tezamen met het gebruikte lettertype
en de indeling van de bladzijden maken het boek, denk ik, ook goed leesbaar
voor de slechtziende zelf.
=======
Kinderboeken
(Voor)leesboeken kinderboeken
Paul de Moor
Hemelhoog op de regenboog (leeftijdsgroep: vanaf 5 jaar)
Leopold, Amsterdam, 1995
ISBN 90 258 4038 8
Kaar verloor zijn beste vriend, want zijn opa is dood. Hij gaat zijn opa zoeken,
overal: in bed, onder de lakens, in de kast, in de tuin en ook onder de sterren en
in de hemel. Zijn moeder heeft gezegd dat opa in de hemel is, en daarom tuurt
Kaar uren omhoog. Daardoor vergeet hij zijn voeten die overal neerkomen, zelfs
in een hondenhoop. Ook valt hij over van alles en nog wat. Iedereen vindt Kaar
raar, alleen opa vond hem niet raar.
Op zekere dag kleurt Kaar de zeven kleuren van de regenboog op een rond
karton. Hij laat het karton alsmaar draaien, steeds snellen. Weg zijn de zeven
kleuren. Wat blijft is wit. Kaar denkt: Sterven is als wit worden.
Wit als sneeuw worden.
Doorzichtig wit worden.
Sneeuwwitje wit worden.
En hij wuift naar de hemel: Opa! Ik zie je haast niet! Wat ben je wit!
Paul de Moor schrijft in korte, vaak rijmende zinnetjes, zodat het verhaal bijna
een gedicht wordt. Het is een dromerig boekje met zwart-wit tekeningen van
Han Janken, waardoor de verdrietige Kaar prachtig tot leven komt. Deze
duidelijke tekeningen maken ook ruimschoots goed dat de tekst zo af en toe wat
cryptisch is voor de leeftijdsgroep, waarvoor het boekje is bedoeld.
=========
Michiel Nales
Alles kan (leeftijdsgroep: vanaf 10 jaar)
Querido, Amsterdam, 1994
ISBN 902147411 5,CIP,NUGI 221
In dit boek wordt op een ontroerende manier uitgedrukt dat veel dingen die voor
iedereen gewoon zijn, bv. kunnen lopen, van de glijbaan in het zwembad gaan,
voor iemand in een rolstoel niet zo gewoon zijn. Maar er wordt nooit zielig over
gedaan. Met de nodige inventiviteit wordt het gebruik van een rolstoel juist tot
een avontuur gemaakt.
Het boek bevat 36 korte stukjes, waarvan een enkele in dichtvorm is. De titel
geeft al aan dat de hoofdpersoon, een invalide jongen van veertien jaar, zich niet
laat beperken door zijn handicap. In zijn denken kan hij alles, en in het dagelijks
leven bíjna alles. Zijn rolstoel, zijn traplift en zijn verstelbare wastafel zijn
inspiratie voor allerlei leuke activiteiten bv. Met zijn zesjarige neefje Robert.
Michiel Nales schrijft ook over dingen die een puber bezighouden: twee puisten
op zijn kin en HET meisje. Hij doet dat met veel taalgevoel. Andere onderwerpen
zijn oa. zijn poes, vakanties, de dood van zijn juffrouw, zijn ouders en zijn
verslaving aan chocolade.
Dit debuut van de vijftienjarige Michiel Nales, die zelf in een rolstoel zit, in 1995
bekroond door de Stichting Nederlandse Kinderjury. Het is een humoristisch en
tegelijkertijd diepzinnig boek, waarin tot uitdrukking wordt gebracht hoe
bijzonder alle gewone dingen om ons heen zijn.
=========
Maril Kaldhol en Wenche Ǿyen
Vaarwel Rune (leeftijdsgroep: vanaf 3 jaar)
Altamira, Hillegom, 1986
ISBN 90 6963 014 1
Rune en Elsa wonen bijna naast elkaar en zijn hele goede vrienden. Op een dag
spelen zij vadertje en moedertje bij het water. Rune gaat, net als Elsa´s vader,
vissen en kust Elsa vaarwel. "Vaarwel Rune", roept Elsa en zwaait naar hem.
Haar handschoen valt in het water en als ze hem gepakt heeft ziet ze nog wel de
boot van Rune, maar Rune zelf ziet ze niet meer. Ze holt naar het water en ziet
haar vriendje tussen de rotsen in het water liggen. Ze roept hem maar hij geeft
geen antwoord. Rune is dood, verdronken.
Elsa kan maar niet geloven dat zij haar lievelingskameraadje nooit meer zal zien.
Ze is bij de begrafenis en kan niet begrijpen dat Rune daar zomaar alleen in de
aarde achterblijft.
Het wordt winter. Op de begraafplaats ligt sneeuw en het is er heel stil. Maar als
het lente is gaan Elsa en haar moeder naar het graf van Rune. Naast het graf
staan witte anemonen. Elsa huilt. Ze wil dat Rune terugkomt om met haar te
spelen. Haar moeder troost haar en laat haar uithuilen. Dan plukt Elsa een bos
lentebloemen en zet ze op Runes graf.
Een ontroerend prentenboek met mooie sfeervolle tekeningen.
=========
Dick Bruna
Lieve oma Pluis
Mercis, Amsterdam, 1996
ISBN 905647 1716
"er kwam toen een kist voor oma
waarin oma lekker lag
´t zag er heel mooi uit van binnen
en het leek ook heerlijk zacht"
Het is de kracht van de eenvoud. Bijna heb ik de neiging een brief te schrijven.
Die zou dan als volgt gaan: Lieve Dick Bruna, wat weer een ontzettend warm en
goed Nijntjesboekje. Namens iedereen die met verlies en verdriet te maken
heeft, hartelijk bedankt.
=========
Francine Oomen
Max de Ziekenhuiskat (leeftijdsgroep: vanaf 3 jaar)
Van Holkema en Warendorf 1995
ISBN 90 269 9439 7
Max is een blauwe zwerfkat, een flodderkat, maar ook een knuffelkat. Op een
dag komt hij per ongeluk in het ziekenhuis terecht, en met zijn brutale streken
en vrolijke gedrag wordt hij al snel de beste maatjes met alle kinderen. Hij
vrolijkt ze op met zijn liedjes en verhaaltjes. Maar de directeur heeft het niet zo
op katten. Hoe dat afloopt…..
Het boekje Max de Ziekenhuiskat kwam tot stand in nauwe samenwerking met
het Wilhelmina Kinderziekenhuis te Utrecht. Een deel van de opbrengst is
bestemd voor de nieuwbouw van het WKZ.
=========
Jostein Gaarder
Door een spiegel, in raadselen
Houtekiet/Fontein 1996
ISBN 90 261 0957 1
Jostein Gaarder verwierf internationale bekendheid door zijn boek "De wereld
van Sofie".
`Door een spiegel, in raadselen` is Gaarders derde boek.
Het boek gaat over een jong meisje, Cecilie, dat ernstig ziek is en misschien niet
meer beter kan worden. Het is Kerstavond als de engel Ariël bij haar op bezoek
komt. Er ontspint zich een gesprek over mensen, engelen en de schepping.
Tijdens de volgende bezoeken van Ariël vertelt Cecilie hoe het is een mens te zijn
van vlees en bloed, die kan proeven, ruiken, zien, horen en voelen, maar binnen
de beperkingen van ruimte en tijd. De engel vertelt hoe het is een engel te zijn,
eeuwig, onsterfelijk, voor altijd kind. Samen overdenken ze het ongrijpbare
mysterie van de schepping en de hemel en Cecilie denkt na over haar bestaan in
de wereld. "We zien alles door een spiegel. Soms kunnen we door de spiegel
kijken en een glimp opvangen van de andere kant. Als we de spiegel helemaal
zouden schoonvegen, zouden we veel meer zien. Maar dan zouden we onszelf
niet langer kunnen zien…"
´Door een spiegel, in raadselen` is een prachtig en bijzonder boek waaruit veel
troost spreekt.
========
Els Rainson
Leukemie-kes, Een tiener in gevecht met kanker (leeftijdsgroep vanaf 16
jaar)
Uitgever: RPO vzw, 2001
ISBN: 90 6445 232 6
Eind 2001 verschijnt in België het dagboek van Els Rainson. Ze is 12 jaar oud als
bij haar Acute Lymfatische Leukemie wordt ontdekt. Haar hele middelbare
schooltijd wordt zij door de ziekte achtervolgd. Een beenmergtransplantatie in
1999 levert geen blijvende genezing op.
Als kort voor haar achttiende verjaardag de leukemie weer is teruggekomen,
wordt een therapie met stamcellen overwogen.
Els schrijft: "Realistisch en rustig blijven. Moeilijke en betere dagen. Soms kruipt
een wanhopig gevoel als een wurgslang om me heen". Bijna 18 jaar. Nog 8
dagen. Alsof 18 worden nog niet verwarrend genoeg is, word ik 18 tussen
biopsie, ruggenprik en een nieuwe therapie".
Ondanks haar vertwijfeling vindt Els steeds weer de moed om verder te gaan. Op
school slaagt ze voor haar examens. Els krijgt veel steun van lotgenoten. Zij
vormen samen een groepje dat zij de leukemiekes noemen, om te laten zien dat
ze niet alleen ziek zijn, maar ook nog leuk.
Nadine Keysers, verpleegkundige hematologie zegt over het boek van Els:" Want
dit dagboek verdient gelezen te worden, net zoals Els verdient gezond te zijn".
=======
Brigitte Minne
Als rozeblaadjes vallen (leeftijdsgroep vanaf 15 jaar)
Uitgever: Clavis, Hasselt, 1994
ISBN: 90 6822 260 0
Hoewel dit boek al in 1994 is verschenen, blijft het een aanbeveling, omdat het
thema, een ouder met kanker, actueel is en blijft.
Het verhaal gaat over de 18-jarige Guus en zijn moeder. Met veel liefde en
humor gaan zij met elkaar om. Als de Moeder, Roos, een hersentumor krijgt,
probeert zij dit zo lang mogelijk voor zich te houden. Natuurlijk merkt Guus dat
er iets mis is. Hij kent zijn moeder immers veel te goed.
Als na een aanvankelijk geslaagde behandeling de tumor weer terugkomt en
Roos niet meer te genezen is, grijpt Guus in.
Na de dood van zijn moeder wordt hij naar een instelling gebracht, waar hij moet
proberen zijn levensverhaal op te schrijven en zijn ervaringen te verwerken.
Brigitte Minne schreef een aangrijpend boek, waarin de roep om een zorgvuldiger
begeleiding van terminale patiënten en hun naasten hoorbaar is.
=======
Johanna Kruit
Meri, Minnen en de Ganzenmars (leeftijdsgroep vanaf 8 jaar)
Bakermat Uitgevers 1995
ISBN 905461 113 8
Meri vindt grote mensen vervelend. Maar haar vriend Minne is anders. Hij legt
alles uit tot je het begrepen hebt. En Meri heeft zoveel vragen. Nu is Meri boos,
want Minne gaat op reis. En Meri wil Minne niet kwijt. Vlak voor zijn vertrek
wordt Minne ernstig ziek en in allerijl naar het ziekenhuis gebracht. Al pratend
met haar moeder, ontdekt Meri waarom Minne op reis wou gaan.
De schrijfster heeft het verhaal van Meri weergegeven in goedlopende zinnen,
waardoor het verhaal lekker voorleest. De sfeer is rustig, zodat er alle
gelegenheid is het verhaal te onderbreken en te babbelen over Meri´s gevoelens.
=========
Nel Warnars-Kleverlaan
Een kop vol zaagsel (leeftijdsgroep vanaf 8 jaar)
Uitgeverij Clavis 1997
ISBN 90 6822 446 8
Timmie heeft kanker gehad en door de tumor is hij voor altijd het gevoel in zijn
benen kwijt. Nicodemus´hoofd kan het niet meer verwerken, de snippers in zijn
berenhoofd vliegen allemaal door elkaar: Timmie, zijn beste vriend, zijn
kameraad, kan nooit meerlopen! Maar hij besluit Timmie te steunen, door dik en
dun. Hij heeft er zelfs een duik in het zwembad voor over, en dat zegt wat voor
een beer. Ook oma Bak staat voor Timmie klaar. Ze regelt een flitsende rolstoel
en neemt Timmie en Nicodemus zelfs mee op vakantie, in een knalgele,
aangepaste camper. Voor Timmie valt het zeker niet mee. Hij stuit op
onbereikbare verdiepingen en overbezorgde ouders en piekert over zijn
hoofdpijn. Maar dankzij oma Bak en Nicodemus heeft hij een onvergetelijke
vakantie waarin hij met oma kan praten over zijn bange gevoelens, een
ontmoeting heeft met een gouden draak en een nieuwe vriend krijgt.
Nicodenus´zaagselkop kan eindelijk tot rust komen: Timmie redt het wel.
Nel Warners-Kleverlaan is moeder van een zoon die genezen is van kanker.
`Een kop vol zaagsel` is haar eerste kinderboek. Van haar hand verschenen
eerder `Mam, wordt het ooit nog eens als vroeger?` en `Mijn lichaam
binnenstebuiten`.
=========
Margaret Wild (tekst) en Ron Brooks (tekeningen)
Een lange dag (leeftijdsgroep: vanaf 4 jaar)
Uitgeverij Lemniscaat, Rotterdam 1995
ISBN 905637 003 0
Martje en haar oma wonen al heel lang bij elkaar. Alles doen ze samen, ook de
klusjes in huis. Totdat oma op een ochtend niet zoals altijd opstaat voor het
ontbijt. Ze is moe, heel moe. De volgende dag gaat oma op stap. Ze betaalt haar
rekeningen en brengt haar bibliotheekboeken terug. Dan neemt ze Martje mee
op een laatste lange wandeling. Ze luisteren en kijken, ruiken en proeven. Zo
beleven oma en Martje een heel bijzondere dag.
Vierjarigen en iets oudere kleuters zullen in de tekst en illustraties zeer veel
herkennen van hun eigen dagelijkse leventje waarin het afscheid dat Martje moet
nemen van haar oma een natuurlijke plaats inneemt.
=========
Gunilla Linn Persson
Allis & Ann
Uitgeversmaatschappij Holland, Haarlem 1995
ISBN 90 251 0735 4
Hoofdpersoon in dit boek is Alles, tien jaar oud. Sinds het auto-ongeluk waarbij
haar vriendin Ann om het leven kwam is Allis´gevoel voor de wereld om haar
heen bevroren. Ann is het middelpunt van haar gedachten en Ann bewaart
afstand tot alles en iedereen..
Gunilla Linn Persson (1956) is een Zweedse schrijfster. Ze schreef eerder romans
voor volwassenen en toneelstukken voor kinderen.
`Allis & Ann` is haar eerste jeugdboek en het is inmiddels verfilmd.
=========
Sofie Meleau
Anne (leeftijdsgroep vanaf 9 jaar)
Van Holkema & Warendorf, Houten 1996
ISBN 90 269 8786 2
Sofie Mileau is het pseudoniem van Carrie Slee. Als Carrie Slee wil de schrijfster
zoveel mogelijk kinderen een plezier doen met haar verhalen. Gezien haar grote
populariteit - denk bv aan `Hieperde piep`en `Spijt`- slaagt ze zeker in haar
opzet. Als Sofie Mileau schrijft Slee verhalen om zichzelf een plezier te doen. In
interviews heeft ze duidelijk gemaakt dat boeken die onder de naam Meleau
verschijnen dichter bij haar persoonlijke ervaringen liggen.
`Anne`is opgedragen aan haar zus. Het is het verhaal van een meisje dat zich al
heel jong verantwoordelijk voelt voor haar geesteszieke moeder. Anne weet haar
moeder te kalmeren door haar medicijnen te geven. Ook ziet ze er op toe dat
haar moeder niet te veel slaappillen inneemt. Anne´s eenzaamheid is
onheilspellend groot. Vader is druk, druk, druk; hij heeft nauwelijks tijd voor
Anne en ze zoekt troost bij haar pop Lappenlief. Lappenlief zorgt voor Anne,
zingt voor Anne en geeft Anne te drinken zoals zij haar moeder te drinken geeft.
In Anne´s fantasie spelen de juf van school en een buurvrouw ook een grote rol.
Groot is de teleurstelling als steeds maar weer blijkt dat juf en de buurvrouw niet
echt onderdeel zijn van deze droomwereld. Het verhaal van Anne is opgedeeld in
dertien hoofstukken. Waar nodig maakt Mileau in de laatste zinnen van een
hoofdstuk duidelijk hoe Anne´s fantasie aansluit op de werkelijkheid. Zo wordt
de mogelijkheid vergroot om je als (volwassen)lezer in te leven in dit
ontroerende kinderboek waarin een kind het zelf maar moet zien te rooien in een
gezin dat niet goed marcheert.
=========
Ulf Stark, Anna Hoglund
Mijn zusje is een engel (leeftijdsgroep vanaf 5 jaar)
Querido, Amsterdam 1996
ISBN 90 2148293 2
Ulf denkt na over zijn zusje dat al dood was voor zij geboren was. Hij verzint een
eigen leven met haar. Daardoor reageert Ulf anders dan ´men´verwacht. Ulfs
vraag aan de juf op school of er in de hemel chocolade-toffees en prik zijn, is
voor hem niet meer dan logisch, want hij zou het gewoon jammer vinden als zijn
zusje nooit echte aarde toffees zou kunnen proeven. Voor juf is deze vraag reden
genoeg om Ulf de klas uit te sturen.
Op een dag krijgt Ulf een pruik van goudglanzend nylon engelenhaar. Thuis zet
hij hem op, trekt er een jurk bij aan en ziet zijn zusje in de spiegel. Ze gaan op
pad. Ook gaan ze naar zijn vriend, Berra. Maar Berra wil niet meespelen en dat
geeft Ulf de gelegenheid zichzelf te hervinden en een laatste gesprek met zijn
zusje te voeren.
`Mijn zusje is een engel` is een heel lief en vooral humoristisch verhaal over een
kind dat op zijn manier vorm geeft aan het missen van zijn zusje.
=========
J. Staring
Dood gaan, Dag Boef! (doelgroep onderbouw basisschool)
Uitgever: Kwintessens, Hilversum, 2000
ISBN: 90 5788 061 x
Als Boef, de hond van Koen doodgaat, is Koen heel verdrietig. Het helpt hem om
er in de klas over te praten en de ervaringen van de andere kinderen te horen.
In de serie Kijk en Beleef, is deel 8 gewijd aan het onderwerp doodgaan. Het
verhaal van Boef bevat grote, kleurige illustraties en vragen die de leerkracht
aan de klas kan stellen om een gesprek op gang te brengen.
=========
Werner Storms
Zand
Uitgever: Clavis, Hasselt, 2000
ISBN: 90 6822 773 4
Zand, zee: de dichter wandelt zeven dagen langs het strand met iemand die hij
op de zevende dag los moet laten en moet laten gaan. De honden gaan met hen
mee.
'Hun staarten wuiven,
hun harten wapperen
hun oren vlaggen af
En daar ga je…
Een stapje, weer
Een stapje, wankel
Begin van wat een wereldreis kan worden'.
In de zee en het zand ontdekken de dichter en zijn metgezel een nieuwe
toekomst met nieuwe mogelijkheden.
De dichtbundel 'Zand' is bedoeld voor alle leeftijden, maar is voor kinderen niet
eenvoudig te begrijpen. Storms is kinderpsycholoog en begeleidt jonge kinderen
in hun rouwproces.
=======
Werner Storms
Weg van jou (leeftijdsgroep vanaf 10 jaar)
Uitgeverij Clavis, Hasselt 1996
ISBN 90 6822 428X
Werner Storms heeft een prachtig boek geschreven. Via gedichten en
prozateksten laat hij een jongen, het oompje, vertellen over de plotselinge dood
van zijn neefje.
Het boek heeft een opvallende indeling. Op de linkerpagina staat een gedichtje
dat op de rechter in verhalende vorm wordt weergegeven of dat, door nog
informatie toe te voegen, het gedichtje meer reliëf geeft.
Op de eerste pagina´s van het boek wordt duidelijk hoe boordevol plannen en
dromen de twee jongetjes zaten. Daarna volgt in een groot aantal gedichten en
verhaaltjes de realisering van oompje dat het óver´is, zijn ongeloof dat het
spelen voorbij is en het verdriet en de eenzaamheid die hiermee gepaard gaan.
De beschreven situaties zijn zeer herkenbaar. Wat vindt u van het volgende
paar:
links:
Mensen komen/(àls ze komen)vragen
(blz.18) hoe beter het al gaat
hoe over het al is
wel
er is aarde/er is hemel
met opgeheven hoofd rechte rug
leidt elk verdriet/zijn eigen weg
rechts:
De laatste tijd kwam ik wel eens mensen tegen
(blz.19) die vroegen hoe het nu ging
Het ging dan. Het ging dan goed.
Dank u wel. Wij zijn sterk! Wij zijn trots!
Natuurlijk gaat het goed. Domme vragen.
En ik vervolg mijn tocht.
Alleen. Ik ken de weg. In verdriet ben ik ervaren.
Maar het verhaal gaat verder. Achterin het boek zijn van alle gedichtjes de
eerste regels opgenomen en daarbij de vermelding van de datum waarop ze
geschreven zijn. Zo wordt het boek tot een dagboek dat één jaar beslaat.
Oompje is op de laatste pagina´s zo ver gekomen dat hij zijn neefje enigszins los
kan laten. De eerste regel van het laatste gedichtje luidt: Ìk zet je op de tram`.
Dat het verlangen naar de terugkeer van neef blijft bestaan blijkt in de laatste
regels:`Ik hou van jou/wanneer kom je terug?`(Een tram keert toch ook terug
op zijn vertrekpunt?). Op de rechter pagina lezen wij berusting in de definitieve
scheiding en de wil om zelf verder te gaan:
Doe je daar de groeten?
Zeg dat ik wat later kom!
Ik moet hier nog een potje huilen.
Ik wil hier nog een bakje troost.
Opvallend in het eenvoudige, heldere taalgebruik van Storms is de voortdurende
toepassing van dubbelzinnigheden. De titel van het boek ontkomt er niet aan:
`Weg van jou`, zowel letterlijk als figuurlijk - en evenmin de laatste regel:`Ik wil
hier nog een bakje troost`, waarin het bakje troost iets meer is dan een lekkere
bak koffie.
`Weg van jou`stond genomineerd op het lijstje van de Stichting Nederlandse
Kinderjury 1997. Geschikt voor kinderen dus, ook als het aankomt op het leren
lezen en waarderen van poëzie. Maar behalve geschikt voor de jeugd vanaf 10
jaar is hier ook sprake van een uitstekend kinderboek voor volwassenen.
=========
Jaak Dreesen
Marieke, Marieke (leeftijdsgroep vanaf 6 jaar)
Uitgeverij: Altiora, Averbode
ISBN: 90 317 1269 8
Het vriendje van Marieke heeft de tafel gedekt en hij verwacht dat ze komt eten.
Maar ze komt niet, waarop hij verstrikt raakt in gevoelens van boosheid, angst
en onzekerheid. Die onzekerheid betreft niet alleen hemzelf. Hij is ook bezorgd
om Marieke en vraagt zich af of ze het koud heeft, of ze honger heeft. Hij komt
er niet uit. Dan verschijnt de moeder van Marieke en zij ziet kans de verwarde
gevoelens en gedachten van het vriendje in banen te leiden en het besef te laten
doordringen dat Marieke niet zal komen.
Jaak Dreesen heeft het verhaal grotendeels op rijm gezet. Dat leest lekker voor.
De kleine luisteraar zal dan ook al snel kunnen 'meelezen'.
De boodschap van het boekje is duidelijk: Als het stil is geworden na een tijd van
drukte rondom ziekte en overlijden kan het nog behoorlijk spoken in de hoofden
van jonge vriendjes en vriendinnetjes. Een beetje aandacht of alertheid doet veel
goed.
=========
Nina Rauprich
Het jaar met Anne (leeftijdsgroep vanaf 12 jaar)
Uitgeverij: Clavis, 1998
ISBN: 90 6822 549 9
Sabine raakt snel bevriend met Anne, het nieuwe meisje in de klas. Anne heeft
leukemie. Als ze denkt de ziekte overwonnen te hebben, krijgt ze een terugval.
Anne sterft aan het eind van het schooljaar; Sabine voelt zich verloren. Op
aanraden van haar lerares schrijft ze haar herinneringen aan het jaar met Anne
op.
'Het jaar met Anne' is een realistisch en gevoelig verhaal. Duidelijk wordt dat we
te maken hebben met twee vriendinnen waarvan de ene leukemie heeft/had, dat
drukt een stempel op de vriendschap. Maar ook hebben we te maken met twee
levenslustige meiden met een eigen menig die spannende dingen doen, verliefd
worden en pret willen hebben.
Het verhaal is één lange flashback. Tussen de beschrijving van de
gebeurtenissen door geeft Sabine steeds aan hoe haar omgeving en zijzelf
reageren op het feit dat haar klasgenote zo ziek is (geweest). Aan de orde komt
de ongerustheid van ouders of het wel goed is om een kind met kanker lessen te
laten volgen samen met gezonde kinderen! De ouders zijn bang dat ze thuis
moeilijke vragen van hun kroost zullen moeten beantwoorden. Dat de
klasgenootjes zelf ook niet mals zijn, wordt duidelijk als ze Sabine
verantwoordelijk stellen voor Anne´s terugval: ze hadden immers ruzie!"
En ook Sabine is wel eens zat van Anne en kan niet ontkennen dat een
zorgelozer vriendschap haar erg prettig schijnt. Maar ja, Anne heeft de
prachtigste ideeën en is zeer ondernemend en dat maakt haar een leuke
vriendin.
Nina Rauprich is erin geslaagd een jeugdboek te schrijven dat jongeren in het
algemeen kan aanspreken. Kennis van of ervaring met leukemie hoeft geen
drijfveer te zijn voor het lezen van dit boek. Dat is een pluspunt omdat op deze
manier een veel groter publiek bereikt kan worden dat zich zodoende kan inleven
in omstandigheden waarin ziekte een rol speelt. In Duitsland werd haar boek
bekroond met 'De Zilveren Veer', die wordt toegekend door de Duitse
Artsenbond.
=========
Paul Verrept
Ik mis je (leeftijdsgroep vanaf 5 jaar)
Uitgeverij Clavis, 1998
ISBN: 90 6822 562 6
Het prentenboek 'Ik mis je' in andere woorden beschrijven dan die van het boek
zelf, is haast onmogelijk. Op een sobere en krachtige manier maakte Paul
Verrept een prentenboek over gemis: een vriendinnetje missen dat net verhuisd
is, oma missen die gestorven is. De vader, de moeder en de opa in dit verhaal
maken de hoofdpersoon, een kleuter van een jaar of vijf, duidelijk wat 'missen'
en 'dood' betekenen. Ze verplaatsen zich in de wereld van de kleine jongen. Het
opbeurende is dat het helemaal niet moeilijk blijkt te zijn om hem duidelijk te
maken wat die twee begrippen inhouden als je vijf bent.
Aan de hand van de prenten kan het verhaal naverteld worden, ook door de
kleuter die wordt voorgelezen zelf. Een voltreffer, dit boek, waarvan het verhaal
en illustraties niet versleten zullen raken.
=========
Wim Daniëls
Ruben (leeftijdsgroep vanaf 13 jaar)
Uitgeverij Van Holkema & Warendorf
ISBN: 90 269 9135 5
Soms zijn er situaties waarin opeens duidelijk wordt hoe mensen werkelijk zijn
en hoe ze tegenover elkaar staan. In deze roman is de begrafenis van Ruben
zo´n situatie. Ruben, zestien jaar oud, is dodelijk verongelukt. Drie meisjes uit
zijn klas, zijn broer, de leraar Engels, de rector…. Allemaal laten ze door deze
tragische situatie hun ware aard zien.
In de diverse hoofdstukken wordt duidelijk gemaakt hoe deze personen dezelfde
begrafenisdienst verschillend kunnen beleven en welke gedachten bij hen
bovenkomen.
Wim Daniëls heeft van al die hoofdstukken één geheel gemaakt door de
toedracht van het ongeluk langzaam duidelijk te laten worden: Ruben was altijd
een voorzichtige jongen, waarom reed hij juist die ochtend als een dolle door
rood licht? 'Ruben' is een spannend en bijzonder boek.
=========
Corine de Jong
Kindermandala´s (zelf maken, leeftijdsgroep vanaf 7 jaar)
Uitgeverij: Akasha
ISBN: 90 73798 37 X
'Kindermandala´s' is een handig klein knutsel- en tekenboek vol ideeën om zelf
uit te proberen. De samenstelster heeft zich laten inspireren door de vorm van
de cirkel. Mandala is een woord uit India dat 'cirkel' betekent. De materialen die
je nodig hebt om aan de slag te kunnen zijn: tekenpotlood, kleurpotloden,
viltstiften, schaar, (gekleurd) papier, vouwblaadjes. Kortom, allemaal spulletjes
die je onder handbereik kunt hebben, of je nu in een box ligt, op zaal, in de tent
tijdens je BMT en natuurlijk ook als je thuis bent. Oké, het gaat ook over
kwasten en plakkaatverf en kralen en veertjes, maar als dat lastig is om mee te
knutselen zijn er nog genoeg leuke ideetjes over. Sommige zijn ook heel geschikt
om samen met iemand anders uit te voeren. Ook zijn er voorbeelden om over te
trekken. En heb je geen zin meer, dan zijn de plaatjes sowieso mooi om naar te
kijken.
=========
Dirk Musschoot, auteur en Sabine Kraushaar, illustraties
Kunnen dokters ziek worden? (leeftijdsgroep van 8 jaar)
Uitgeverij: Clavis, Hasselt, België
ISBN: 90 6822 641 X
Dirk Musschoot trok naar scholen om te vragen wat kinderen wilden weten over
ziek zijn. Zo ontstond een lange vragenlijst. Eén van die vele vragen luidde:
kunnen dokters ziek worden? Nou, deze vraag kan iedereen nog wel goed
beantwoorden. Meer nadenken is vereist als er gevraagd wordt of
operatielampen speciale lampen zijn. Ja, dus, maar wat is er dan zo bijzonder
aan?
De kinderen waren openhartig in hun vragen en Dirk Musschoot is het
beantwoorden van de moeilijke onderwerpen dan ook niet uit de weg gegaan. In
het hoofdstuk over kanker wordt bijvoorbeeld uitgelegd op welke manieren de
dokter bij de kanker kan komen ook al zit die ergens diep in je lichaam. Hij
vertelt ook waarom sommige kinderen die kanker hebben achter een raam
zitten.
Het hoofdstuk begint zo:
Ik heb ze gezien op de kinderkankerafdeling: jongens en meisjes zo oud als jij,
maar zonder haar op hun hoofd. Niet één sprietje! Dat was even wennen. We
hebben elkaar grappen verteld en aan het eind mocht ik even over hun bolletje
aaien. Ik noem die jongens en meisjes nu de Vrolijke Kaalkopjes. Hoe ze mij
noemden, vertel ik liever niet.
Komt een kind in het ziekenhuis, als patiënt of als bezoeker, dan ziet het een
enorme hoeveelheid onalledaagse dingen, het ruikt er eigenaardig en je moet er
je gsm uitzetten. Dit boek, met z´n vrolijke tekeningen en de foto´s die veel
duidelijk maken, geeft antwoord op al die wonderlijke zaken waarvan je het hoe
en waarom wel eens wilt weten: Waarom zijn röntgenfoto´s nooit in kleur? Als je
eten krijgt via een infuus gaat je maag dan niet vreselijk knorren? Waarom
leggen ze sommige baby´s in een couveuse? Is het boek uit, dan ben je een stuk
wijzer geworden, en je vader of moeder ook!
Even glimlachen. Mooi zo! Klik, en je staat erop, geef toe, het is fantastisch. Je
voelt niets en toch maakt de dokter een foto van jouw binnenkant. Van je botten
of van je longen, van je maag of van je hersenen. Dwars door je buitenkant
heen! Dank u wel, meneer Röntgen!
=========
Benny Lindelauf, auteur en Karina Mucek, illustraties
Schuilen in een jas (leeftijdsgroep vanaf 9 jaar)
Uitgeverij: van Goor
ISBN: 90 00 03210 5
Pieter en Herman zijn de vaders van 'Ons kind' Johannes, de hoofdpersoon van
dit verhaal. Johannes kreeg chemokuren en ruggenprikken omdat hij leukemie
had.
Johannes heeft zo z´n eigen gedachten over dokters en het ziekenhuis. In plaats
van drie weken ligt hij er nu al zes! Dat maakt hem boos en die bozigheid gaat
niet direct over als hem verteld wordt dat hij over zeven dagen naar huis mag.
Pieter laat Johannes blijken dat hij zijn verdriet begrijpt en hij voegt toe: "Wij
zijn ook verdrietig". Dan snauwt Johannes terug: "Ja, maar jullie zijn gezond!
Jullie hebben verdriet en verder hebben jullie niks!". Daar kan Pieter het mee
doen. Johannes maakt wel meer rake opmerkingen. Een gesprekje met Pieter
over wat die vroeger allemaal wilde worden eindigt met Johannes´ vraag: "Komt
later altijd?" Pieter wordt er stil van.
Benny Lindelauf weet op een vlotte manier duidelijk te maken waar het protest
en de angst van Johannes vandaan komen: hij schaamt zich voor zijn dikke kale
hoofd, voelt zich bedrogen als er bij een ruggenprik gezegd wordt dat het maar
'even' duurt. 'Even' duurt wel een miljoen jaar en niks korter, denkt Johannes
dan. Toch is dit geen mopperboek, integendeel. Johannes heeft lieve vaders en
vriendjes en een lieve nieuwe juf op school. En ook al zijn ze soms machteloos,
ze laten zich niet uit het veld slaan als Johannes in een dip zit. En dus geniet
Johannes, als hij na alle chemokuren samen met Pieter en Herman op vakantie
gaat. Keihard roepen ze tegen de wind in door de open autoraampjes:" Alle
treurigheid mislukt vandaag".
En alle haren wapperen in de wind, ook die van Johannes (een beetje)
'Schuilen in een jas' is ook een prima voorleesboek, de hoofdstukken zijn niet te
lang, de zinnen kort en de herkenbaarheid van de beschreven situaties is groot.
=========
Jacques Vriens
Achtste-groepers huilen niet (doelgroep: vanaf 9 jaar, onderwijzers)
Uitgeverij: Van Holkema & Warendorf
ISBN: 90 269 9227 0
Jacques Vriens die diverse boeken over 'school' heeft geschreven was in 1991
nog onderwijzer en in dat jaar overleed een meisje uit zijn groep aan leukemie.
Ze heette Anke. De schrijver heeft het boek geschreven met de gebeurtenissen
rond Anke in zijn achterhoofd. Het boek is aan haar opgedragen en aan alle
kinderen die de strijd tegen leukemie hebben verloren.
Er valt veel te lachen tijdens het lezen van dit boek, ook al weet je dat Akkie, de
hoofdpersoon, niet beter zal worden. Ina, de juf van Akkie, legt met
verbazingwekkend gemak ingewikkelde onderwerpen uit aan haar klas. Veel
meer dan een halve bladzijde heeft ze niet nodig voor uitleg over leukemie,
chemokuur, ruggenprik, doodgaan. De schrijver heeft ook oog voor de arts die
Akkie´s vertrouwen moet zien te winnen, de verslagenheid van de ouders die
Akkie niet durven vertellen hoe ziek ze misschien wel is, Akkie´s gelatenheid als
ze merkt dat er op de afdeling alleen over 'beter maken' wordt gesproken en er
toch een meisje overlijdt.
Allemaal geen geringe kost en toch een kinderboek dat zich ook nog eens goed
laat voorlezen, zowel thuis als in de klas.
=========
Anne Wijckmans
Infuus voor een sneeuwman (doelgroep: vanaf 16 jaar, ouders)
Uitgeverij: Clavis, 1999
ISBN: 90 6822 640 1
Sefanie´s zus is ziek. Ze voelt zich in de steek gelaten doordat alle aandacht
naar haar zusje gaat. In een onbewaakt ogenblik neemt ze minstens acht
slaappillen van haar moeder in. Dat doet ze als haar ouders weer een weekend in
het ziekenhuis zijn bij Carolien. Gelukkig wordt Stefanie op tijd gevonden door
Antoon, een jongen die bij haar op school zit.
Nadat Stefanie enigszins is hersteld, krijgt ze van Agnes, een psycholoog, de
opdracht foto´s op te zoeken van zichzelf en Carolien. Deze foto´s helpen
Stefanie inzicht te krijgen in de verwarring die zich van haar meester heeft
gemaakt sinds Carolien zo ziek is. Waarom heeft ze een hekel aan haar zieke
zus? Is ze soms jaloers op Carolien? Betekent ze nog iets voor haar ouders?
Waarom prijst ze zichzelf niet gelukkig, zo gezond als ze is?
Carolien weet dat ze niet zal genezen. Antoon vraagt wat hij voor haar kan doen.
Haar wens is een sneeuwman op haar ziekenhuiskamer! En daar zorgen ze voor:
papa, Antoon en Stefanie. Het geeft iedereen veel voldoening. Stefanie heeft
een handvat om verder te kunnen na het overlijden van haar zusje.
Anne Wijckmans slaagt erin om in korte, pittige zinnen de verwarring van
Stefanie te beschrijven, een meisje dat zo ontzettend veel van haar zusje houdt.
=========
Beatrice Masini
Schaduwbroer (leeftijdsgroep vanaf 9 jaar)
Uitgever: Lannoo, Tielt, Belgie, 1999
ISBN: 90 2093887 38
Guido, 10 jaar oud, had een broertje, Marco van vijf. Marco is doodgegaan. Toch
komt hij soms bij Guido op bezoek. Eerst is hij alleen maar aanwezig zonder iets
te zeggen en zit hij op de kast naar Guido te kijken. Later praten de broers ook
met elkaar.
Guido is niet echt verbaasd over het verschijnen van zijn broertje. Hij begrijpt en
accepteert dat in de wereld waar Marco nu deel van uitmaakt de dingen anders
zijn. Marco kan bijvoorbeeld over het plafond lopen en hij spreekt als een
volwassene.
Guido´s ouders kunnen niet met elkaar over Marco´s dood praten en ook tegen
Guido wordt gezwegen. Guido weet nog dat hij een week het huis uit moest toen
Marco was doodgegaan. Toen hij weer terug mocht komen was de begrafenis al
achter de rug.
Marco laat zich af en toe aan zijn ouders zien. Hij wil laten zien dat het goed met
hem gaat, omdat hij hoopt dat dit zijn ouders weer bij elkaar zal brengen. Hij
slaagt hierin ook. Aan het einde van het verhaal zijn de ouders in staat om de
draad van hun leven weer op te pakken en meer aandacht aan Guido te geven.
De verteltrant is sober en pakkend. Het is geschreven vanuit Guido, de
hoofdpersoon. Het is aan te bevelen om dit boek samen met je kinderen te
lezen. Voor kinderen die een broer of zus zijn kwijtgeraakt kan het boek een
aanleiding zijn om te praten over hun gevoelens. Guido herinnert zich zijn
broertje zoals hij was: met zijn goede en lastige eigenschappen.
Het boek maakt duidelijk hoe belangrijk het is om kinderen bij een sterfgeval te
betrekken.
=========
J. van Noort e.a.
"Er was eens …. een zee"
Uitgever: LUMC
Doelgroep: kinderen tot twaalf jaar die beenmergdonor zijn
Wat gebeurt er met je als je bloed ziek is en je beenmerg geen gezonde
bloedcellen meer kan aanmaken? Hoe leg je dat aan kinderen uit?
De auteurs van " Er was eens …. een zee" trachten het principe van de
beenmergtransplantatie duidelijk te maken door het 'zieke' bloed te vergelijken
met een 'vervuilde' zee. De planten, koralen en vissen staan model voor de
gezonde bloedcellen; de kankercellen vormen de vervuiling. Hiermee maken zij
het moeilijk voor zichzelf én voor de kinderen. Het moet voor de kinderen erg
lastig zijn om in het vergezochte en omslachtige verhaal over koning Neptunus
en zijn onderdanen hun eigen rol als donor terug te vinden.
Behalve het verhaal bevat het boekje vragen en opdrachten voor de donor en
suggesties voor het bespreekbaar maken van emoties en gevoelens.
Het laatste hoofdstuk bevat informatie voor de ouders en verzorgers.
Stapsgewijze wordt beschreven met welke zaken de donor te maken krijgt. Qua
informatie is dit boekje nuttig. Het verhaal over de zee zou ik echter niet aan het
kind hebben voorgelezen.
=======
Jacques Duquennoy
De operatie van spookje (leeftijdsgroep vanaf vier jaar)
Uitgever: Clavis 1999
ISBN: 90 6822 630 4
Als ik mijn kind zou voorbereiden op een operatie aan de hand van dit verhaal,
zouden we samen moeten lachen en griezelen om de primitieve wijze waarop
spookje Reginald wordt geopereerd aan een kapotte wekker in zijn buik. Zonder
veel omhaal wordt de schaar in zijn laken gezet en dokter Bobo steekt
moeiteloos zijn hele arm door het gat. "Zo gaat het bij jou straks dus niet", zou
ik zeggen en het verhaal met originele, sobere illustraties tegen een nachtzwarte
achtergrond, zou de aanleiding vormen tot een gesprek over de werkelijke gang
van zaken bij een operatie.
========
Paulette Bourgeois
Sam moet naar het ziekenhuis (leeftijdsgroep vanaf 3 jaar)
Uitgever: Clavis 1999
ISBN: 90 6822 687 8
In dit boek laat de schrijfster weinig aan de verbeelding over. Zeer gedetailleerd
beschrijft zij wat er allemaal vooraf gaan aan de operatie van schildpad Sam´s
gescheurde schild. Sam ontdekt dat röntgenfoto´s niet laten zien hoe je je van
binnen voelt en dat je dapper kunt zijn, ook als je bang bent.
Een functioneel verhaal, waaraan echter de nodige spanning en humor ontbreken
en waarin gebruik is gemaakt van de overbekende formule van de sloomkijkende
schildpad en een brave dokter Beer.
=======
Bobje Goudsmit
Afscheidsbrief (leeftijdsgroep vanaf 13 jaar)
Uitgever: Holland-Haarlem 1999
ISBN: 90 251 0828 8
Verwerken en loslaten zijn twee belangrijke begrippen in 'Afscheidsbrief'. Marit
heeft net haar diploma van de middelbare school gehaald en gaat studeren aan
de universiteit. Op een dag krijgt ze een uitnodiging om de verjaardag van haar
beste vriendin Anicke te komen vieren. Dit is minder gewoon dan het lijkt, want
Anicke is al meer dan een jaar terug overleden. Om de moeder van Anicke niet
teleur te stellen, gaf Marit vorig jaar aan de uitnodiging gehoor, maar nu komt zij
hiertegen heftig in opstand. Ze wil verder met haar leven en niet blijven steken
in het verleden.
Op aanraden van haar moeder, schrijft Marit een brief aan Hanna, de moeder
van Anicke. Het wordt echter een brief aan Anicke zelf, die de vriendinnen van de
brugklas tot en met vier VWO volgt, het jaar waarin Anicke een hersentumor
krijgt.
Marit en Anicke zijn twee gewone pubers met hun ups en downs, totdat Anicke
ziek wordt. Zij wordt geopereerd en gaat zelfs weer naar school, maar na enig
tijd komt de kanker terug. Anicke overlijdt aan het begin van het nieuwe
schooljaar. Aan het einde van haar brief beseft Marit dat zij de dood van haar
vriendin nog moet verwerken en dat zij hiervoor tijd en ruimte nodig heeft. Ze
weet zeker dat Anicke altijd een plaats in haar herinnering zal houden.
Bobje Goudsmit baseert haar boek op haar ervaringen als mentor op de
middelbare school. Dit heeft haar in staat gesteld om zich in de hoofdpersoon te
kunnen inleven en een beeld te schetsen van pubers die zeer direct met de dood
te maken krijgen. Tevens wordt de moeizame relatie tussen Marit en haar
moeder belicht. Duidelijk blijkt hieruit het belang van praten met en luisteren
naar je kinderen op de momenten dat zij daar behoefte aan hebben. Een
aanrader voor middelbare scholen.
=========
Paul Verrept
Klein verhaal van de nacht (leeftijdsgroep vanaf 5 jaar)
Uitgever: Clavis, Hasselt, 2000
ISBN: 90 6822 754 8
Speels en fantasierijk is dit boekje dat Paul Verrept schreef voor kinderen vanaf
5 jaar.
Het gaat over een meisje in een diep donker bos. In de verte ziet ze een lichtje.
Daar wordt ze opgewacht door een engel.
Verrept maakt het zijn jonge lezers niet gemakkelijk. De tekst roept veel vragen
op. Gaat het meisje dood of heeft ze alleen een droom? Gaat ze naar de hemel of
brengt de engel haar terug naar de aarde, waar ze gewoon weer naar school
gaat? Er is veel om over te praten.
Het boekje is vooral aantrekkelijk vanwege de kleurrijke, humoristische
illustraties.
=======
Patrik Somers
Sterrenkind (leeftijdsgroep vanaf 7 jaar)
Uitgever: Christofoor, Zeist
ISBN: 90 6238 664 4
Dit boek gaat over een meisje uit groep 3, wier broertje van twee jaar in de
zomervakantie is gestorven. In een kringgesprek op school mag zij hierover
vertellen. Alsof dit niet aangrijpend genoeg is, laat de schrijver hierna een
jongetje aan het woord over zijn gecremeerde tante. De juf doet hierop een
poging te verklaren wat 'moeder natuur' doet met een gestorven lichaam en
probeert in één adem vragen over de hemel te beantwoorden. Het is, kortom,
teveel van het goede. Teveel en een te omslachtige uitleg, ingebed in mierzoete,
droefgeestige illustraties. Zelfs de duinkonijnen zijn in rouw gedompeld.
=======
Tannia Sels
Nooit meer is voor altijd (leeftijdsgroep vanaf 6 jaar)
Uitgever: Clavis, Hasselt, 2000
ISBN: 90 6822 712 2
In dit verhaal beseft Lotte, een klein meisje van zes, gaandeweg dat ze haar
gestorven vader nooit meer terug zal zien. Op de momenten dat haar moeder
haar niet kan troosten, zoekt ze steun bij haar beer Phil.
De illustraties zijn eenvoudig, subtiel en in heldere kleuren. Op zich een
aantrekkelijk boek, ware het niet dat de schrijfster aan het eind van het verhaal
de plank behoorlijk misslaat. Lotte´s moeder raadt haar dochter aan een foto
van haar vader naast haar bed te zetten. Als zij verdrietig is en haar vader mist,
moet zij de foto een dikke zoen geven.
Ik citeer: 'Eerst zul je de foto vaak zoenen'; zegt mama. 'Net als ik. Maar we
zullen papa steeds minder missen. Dat is goed. En op een dag zal je merken dat
je helemaal vergeten bent om de foto te zoenen'.
De schrijfster suggereert hier dat Lotte moet leren haar vader niet meer te
missen en dat het goed is als zijn foto geen emoties meer oproept. De moeder
zet Lotte aan tot het wegcijferen van haar gevoelens en dat kan nooit de
bedoeling zijn.
=========Ben Slingenberg
Een e-mail van Lumie (leeftijdsgroep vanaf 10 jaar)
Uitgever: Callenbach, Kampen, 2001
ISBN: 90 26601080 7
Als je een Een e-mail van Lumie hebt gelezen en je kent Jaques Vriens Achtste
groepers huilen niet (zie attent 1999/04), ligt het voor de hand dat je beide
boeken gaat vergelijken. Hierbij enkele overeenkomsten en verschillen.
Beide boeken hebben als hoofdpersoon een meisje uit groep 8 dat kanker krijgt
en hieraan sterft. Akkie uit 'Achtste groepers' krijgt leukemie, Lumie uit 'Een email', heeft een tumor bij haar ribben.
Akkie´s juf geeft heldere, eenvoudige uitleg over leukemie. Lumie´s huisarts
blijft zeer vaag over wat Lumie nu eigenlijk heeft. Je komt weinig te weten over
haar ziekte.
Beide groepen 8 zijn in de ban van schoolkampen en eindfeesten. Er worden veel
grappen en grollen uitgehaald. Akkie en Lumie proberen er zoveel mogelijk bij
betrokken te blijven. Akkie, door zich overal mee te bemoeien, Lumie door vanuit
het ziekenhuis e-mails te versturen. Door middel van een speciale camera
verschijnt ze zelf op het scherm van de computer van haar klas.
Vriens beschikt over een soepele, humoristische schrijftrant. Slingenberg laat
zich een stuk moeizamer lezen. De taal die hij de kinderen van groep 8 in de
mond legt, is niet zelden kunstmatig en geforceerd grappig. Daarnaast heeft
Slingenberg duidelijk een boodschap aan zijn lezers. Deze boodschap brengt hij
weinig subtiel.
Als een kind dood gaat, ontkom je als volwassenen niet aan vragen over een
leven na de dood. Vriens gaat deze vragen niet uit de weg. Zijn ´juf Ina´ geeft
haar mening en laat iedereen de ruimte voor zijn eigen gevoelens en gedachten.
Slingenberg daarentegen, weet precies hoe het allemaal in elkaar zit. Zijn
´verpleger Jan´ heeft de Bijbel op het nachtkastje liggen en wordt niet moe
Lumie over Jezus te vertellen. Citaat: 'Volgens Jan houdt het leven na de dood
niet op. Als het leven voorbij is, kan alles weer goed zijn. Hier op aarde is het
leven vaak lelijk, slecht en rottig. In de hemel is alles mooi en fijn en is iedereen
gezond. Jan heeft een boekje over Jezus voor me meegenomen. 'In Zijn armen,
Lumie', zegt Jan vaak.
Beide boeken deden me na lezing de tranen in de ogen springen. Bij Vriens van
ontroering, bij Slingenberg van ergernis.
=======
Ik drink ook pilletjes
VU ziekenhuis, Amsterdam 1995
Dubbelcassette, giro 2845555 t.n.v. VU ziekenhuis, Amsterdam
o.v.v. kostenplaat 8200/Pluis
`Ik drink ook pilletjes` is een voorlichtingsprogramma door kinderen over
kanker. De productie dateert van 1995 maar is nog geheel actueel. Op de
cassettes beluisteren we de gang van zaken op de oncologische kinderafdeling
van het VU ziekenhuis. We horen bv. hoe een verpleegkundige bij een kind op de
box bloed komt afnemen, het gesprek tussen die twee. Al pratend wordt duidelijk
wat er gebeurt en hoe de sfeer is op de box. In een ander onderdeel ondergaat
een meisje een MRI-onderzoek. Er wordt uitleg gegeven en te horen valt het
lawaai dat dit apparaat maakt.
De interviews worden gehouden door kinderen die de afdeling kennen. De
meester van de ziekenhuisschool, de professor, de kinderchirurg en de
psycholoog, allemaal dragen ze hun steentje bij en geven een beeld van hetgeen
je kunt meemaken op de kinderoncologische afdeling.
Tussen de opname door valt mooie rustgevende muziek te beluisteren.
Voor wie is deze informatie eigenlijk bestemd?
Ik denk voor iedereen. De bandjes zouden het als radioprogramma goed doen.
Men zou een indruk krijgen van hoe je met elkaar omgaat op de kinderafdeling,
maar vooral hoe je praat over het hebben van kanker. Dat is naast de overdracht
van informatie de grote meerwaarde van deze bandjes: ze dragen er niet alleen
toe bij dat kanker bespreekbaarder wordt, maar er is ook te horen HOE je dat
doet.
=========
Rosemarie De Vos (tekst en illustratie)
Lies en Kleine Kater (leeftijdsgroep vanaf 4 jaar)
Uitgever: Clavis
ISBN: 90 6822 805 6
Dit prentenboek gaat over sterven en troosten.
Paarse Poes weet niet goed wat hij moet doen om zijn vriendinnetje Loes te
troosten. Haar beste vriendje Kleine Kater is doodgebeten door een hond. Lies
wil hem begraven en begint hierbij hard te huilen.
Paarse Poes doet wat hij denkt dat goed is. Hij slaat zijn pootjes om Lies heen en
zegt dat hij wel met haar wil spelen. Daar is Lies erg blij mee. Samen plukken ze
bloemen die ze op het graf van Kleine Kater leggen.
Rosemarie De Vos schreeft een aandoenlijk, speels verhaal over doodgaan. De
illustraties, ook van haar hand, zijn eenvoudig en in warme, heldere kleuren. En
geslaagd debuut.
=======
Stefan Boonen
Wacht op mij (leeftijdsgroep vanaf 8 jaar
Uitgever: Clavis 2001
ISBN: 90 6822 876 5
De opa van Jacob is gestorven. Oma moet nu alleen verder. Zij doet dit op haar
eigen manier. Iedere dag neemt zij Jacob mee uit wandelen. Het doel van de
wandeling is de begraafplaats. Jacob maakt zich zorgen om zijn oma. Is het wel
normaal wat zij doet? Na 25 keer met oma te zijn meegegaan, kijkt Jacob
stiekem over de muur met een verrekijker. Oma zit op het graf van opa en het
lijkt of ze praat of zingt. Jacob begrijpt het niet helemaal, maar nu weet hij dat
het goed is.
Stefan Boonen(1966) volgde de opleiding Bijzondere Jeugdzorg en werkt met
kinderen. In korte, heldere zinnen voert hij zijn lezers mee in de belevingswereld
van Jacob, die probeert te begrijpen wat het betekent als iemand voor altijd
verdwenen is.
=========
Guido van Genechten
Het grote slaapboek (leeftijdsgroep vanaf 3 jaar)
Uitgever: Clavis, Amsterdam-Hasselt, 2001
ISBN: 90 6822 825 0
"Het grote slaapboek bevat een schat aan slapers: buikslapers, rugslapers,
onderstebovenslapers, eenzame slapers en nog veel meer….."
Kleine Jos wil niet gaan slapen. Hij wil liever nog wat spelen. Maar aan het eind
van het verhaal ligt ook Jos onder de wol…met zijn knuffels.
Guido van Genechten schreef en illustreerde een origineel en humoristisch
verhaal voor kleintjes die moeite hebben om de slaap te vatten.
=======
Miriam Monnier
Ik ben ik (leeftijdsgroep vanaf 3 jaar)
Uitgever: De Vier Windstreken 2001
ISBN: 90 5579 561 5
Ben ik nu groot, of ben ik juist klein? Mama vindt dat ik een grote meid ben en
dat ik best alleen de trap op kan lopen. Maar als ik kauwgom wil eten, ben ik
ineens weer te klein. En ook onze buurjongen wil niet spelen met kleine meisjes
zoals ik.
Het meisje uit dit verhaal weet het niet meer. Wat moet ze doen om er echt bij
te horen? Huilend kruipt ze in bed en dan komt mama binnen. Mama zegt: 'Ik
hou van je zoals je nu bent. Je bent de liefste van de hele wereld, of je nu groot
of klein, schoon of vies, boos of vrolijk bent'. Met deze wetenschap kan het
meisje de wereld weer aan, want ze is goed zoals ze is, wat er ook gebeurt!
=========
Reina ten Bruggenkate
Kwaad bloed (leeftijdsgroep vanaf 11 jaar)
Uitgever: De Fontein, Baarn, 2000
ISBN: 90 2611 612 8
Het boek Kwaad bloed heeft niets te maken met een bloedziekte, maar alles met
overbezorgde ouders.
Alex´ oudere broer Gilles is op een ongebruikelijke manier gestorven. Zijn dood
veroorzaakte niet alleen veel verdriet, maar riep tegelijk ook veel vragen op, Met
zijn ouders kan Alex niet over zijn broer praten. Zijn moeder is bovendien bang,
dat hem ook iets zal overkomen. Ze houdt Alex scherp in de gaten. Natuurlijk
verzet Alex zich hiertegen, hij wil zijn eigen leven leiden.
Eenmaal op de middelbare school ontmoet Alex Yara. Yara lijkt meer te weten
over Gilles en over zijn dood. Samen proberen zij achter de waarheid te komen.
Dit leidt tot spannende verwikkelingen en conflicten. Na de ontknoping kunnen
Alex en zijn ouders de draad van hun leven weer oppakken.
=========
Dansen op dun ijs (leeftijdsgroep vanaf 16 jaar)
Uitgever: Clavis, Hasselt, 2000
ISBN: 90 6822 772 6
'Dansen op dun ijs' is in 1995 in Zweden uitgegeven. In 2000 is het door
uitgeverij Clavis in het Nederlands vertaald. De oorspronkelijke titel van het boek
is 'Robson'.
Toen Pernilla Glaser dit boek schreef, was zij 23 jaar oud. Het is een
autobiografisch verhaal, dat de periode beschrijft waarin zij haar man Robson
leert kenen. Glaser is theaterregisseur. Als Robson auditie komt doen, ontstaat
tussen hen meteen een onstuimige liefdesrelatie. Robson vertelt dat hij een
hersentumor heeft gehad. Hij is hieraan geopereerd en gaat ervanuit dat dit
probleem verleden tijd is. Dit is niet het geval. Nog geen twee maanden nadat
Pernilla en Robson elkaar hebben leren kennen, keert de kanker terug met
diverse uitzaaiingen. Robson moet bestraald worden. Ondanks de intensieve
behandelingen sterft hij anderhalf jaar later. Glaser schrijft: 'Ik ben twee. Ik ben
ervoor en erna. Ik ben 22 jaar oud en mijn man is drie maanden geleden
gestorven. Keer op keer vertel ik het mezelf. Maar ik geloof me niet.' Glaser's
stijl is helder, direct en subtiel; een genot om te lezen.
=======
Star Livingstone
Eduard (leeftijdsgroep vanaf 4 jaar)
Uitgever: Uitgeverij Westeinde, 2001
ISBN: 90 5019 014 6
Eduard is een lama, maar wel anders dan de andere lama´s. Hij wil geen lastdier
zijn. Hij verzet zich ertegen en spuugt zijn baas in het gezicht. Dan komt er een
herderin die iemand nodig heeft om haar kudde schapen tegen de prairiewolven
te beschermen. Zou Eduard een goede waaklama zijn?
Het verhaal van Eduard laat zien, dat het niet erg is om anders te zijn dan de
anderen. Als je jezelf blijft en doet waar je goed in bent, dan kom je er wel!
Eduard is vlot geschreven en prachtig geïllustreerd, Het is leuk om te weten dat
Eduard en zijn kudde echt bestaan en leven in Amerika. De echte naam van
Eduard is Harley.
=======
Diverse auteurs
Een dikke pil (leeftijdsgroep vanaf 8 jaar)
Uitgever: Gottmer, Haarlem, 1999
ISBN: 90 2573 150 3
In de bundel 'Een dikke pil' vind je verhalen over astma, eczeem, kanker, reuma
en nog veel meer ziektes. Aan het begin van elk verhaal lees je iets over de
ziekte waar het om draait. Je leert er iets van en wie weet knap je er ook nog
van op.
=======
Diverse auteurs
Lees je beter (leeftijdsgroep vanaf 8 jaar)
Uitgever: Leopold, Amsterdam 2001
ISBN: 90 2583 466 3
'Lees je beter' is een prentenboek vol verhalen en gedichten. Ze hebben allemaal
iets met ziekzijn te maken. Als je je wel eens hebt afgevraagd waarom dokters
een witte jas dragen, moet je zeker het verhaal van Toon Tellegen lezen.
=======
Ernst Jandl
Vijfde zijn (leeftijdsgroep vanaf 2 jaar)
Uitgever: Ploegsma, Amsterdam, 1999
ISBN: 90 2161 951 2
De speelgoedfiguren in dit prentenboek moeten allemaal naar de dokter en dat
hoeft zeker niet eng te zijn. Leuk om samen te lezen als je in de wachtkamer op
je beurt moet wachten.
=========
Véronique Hariga (tekst en illustratie)
Mijn lieve oma (leeftijdsgroep vanaf 4 jaar)
ISBN: 90 6822 950 8
Het is fijn om bij oma te logeren. ´s Nachts slaap je in het grote logeerbed. Maar
op een dag wordt oma´s huis leeggemaakt. Oma zelf is weg.
Harige is beter in tekenen dan in schrijven. De tekeningen zijn aantrekkelijk en
gekleurd in warme herfsttinten. De tekst daarentegen is ééntonig en het verhaal
afgeraffeld. Van het ene moment op het andere is oma verdwenen. Is zij ziek,
dood, of naar een bejaardenhuis?. 'Zo zit het leven in elkaar', zegt mama. Een
onbevredigend antwoord.
=========
Pernilla Stalfelt
Het boek van de dood (Leeftijdsgroep vanaf 8 jaar)
Uitgever: Hoogland en van Klaveren 1999 (2e druk 2001)
ISBN: 90 7634 706 9
Wat is doodgaan precies? Gaan we allemaal dood en wat gebeurt er dan?
Dat is moeilijk te begrijpen als je klein bent, maar ook grote mensen weten er
lang niet alles vanaf. Pernilla Stalfelt geeft uitleg met grappige tekeningen en
korte teksten. Ze laat zien dat niet alleen oude mensen doodgaan en vertelt over
begraven en cremeren in onze eigen cultuur en in andere culturen. Daarbij laat
ze je ook nog lachen.
Een veelzijdige, kleurige kijk op doodgaan.
=======
Gail Donovan (vertaling Ineke Ris, illustraties Marcus Pfister)
Bangerik (Leeftijdsgroep vanaf 4 jaar)
ISBN: 90 5065 037 6
In dit prentenboek zwemt een schoolklasje vissen rond. Omdat zij nog klein zijn,
mogen zijn niet naar de 'Grote Diepte'. Alle kleine vissen zijn er bang voor,
behalve Stekel.
Stekel zegt nergens bang voor te zijn en plaagt vriendjes met hun angst.
Regenboog wil zijn angst overwinnen en hij gaat in zijn eentje op zoek naar de
grens van zijn veilige koraalrif. Bang zijn is soms nodig. Het is geen teken van
lafheid, maar eerder van gezond verstand!
Probeer je angsten onder ogen te zien, maar laat je hierbij niet door anderen
opjutten.
Auteur Gail Donovan heeft deze wijze les verpakt in een saai verhaaltje met een
flauwe ontknoping. De 'held' Stekel blijkt zelf bang te zijn voor een miezerig
zeewormpje.
De vissen van illustrator Marcus Pfister zwemmen braaf en argeloos rond in een
honingzoete zee van pasteltinten. In de 'Grote Diepte' schuilt geen gemene haai,
maar de goedige walvis Waldo. Wat een teleurstelling!
=======
Claire vanden Abbeele
Mijn herinneringsboek
Uitgever: Lannoo, Tielt, 2002
ISBN: 90 2094 762 1
Rouwen om het verlies van een dierbare is zwaar werk. Ook voor kinderen. Actief
bezig zijn met rouwen, helpt bij het verwerken van je verdriet.
Hulpverlener en kunstenares Claire vanden Abbeele heeft een herinneringsboek
gemaakt, waarin kinderen hun herinneringen aan een geliefd persoon levend
kunnen houden. In dit boek kan je lezen, schrijven, tekenen en plakken.
=========
Steven Kroll (vertaling Mariëtte Aerts, illustraties Christine Davenier)
Dan word ik BOOS! (leeftijdsgroep vanaf 4 jaar)
Uitgever: Westeinde
ISBN: 90 5019 028 6
Als haar ouders niet doen wat ze beloven, of als ze wordt behandeld als een klein
kind, wordt Nina boos. En niet zo´n klein beetje ook. De boze bui drijft daarna
snel weer over.
Dit pittige humoristische prentenboek is zeer geschikt voor kleine driftkikkers,
die serieus genomen willen worden.
=======
Mijn lichaam binnenstebuiten
Alles wat kinderen van 5 tot 9 jaar
over het menselijk lichaam moeten weten
Aartselaar, Belgie, 1995
Deltas, Belgie-Nederland
ISBN 90 243 5792 6
Dit boek, waarvan de tekst werd verzorgd door Nel Warnars-Kleverlaan, maakt
kinderen duidelijk hoe hun lichaam werkt en hoe het in elkaar zit. Het bevat veel
tekeningen over de binnen- en buitenkant van het lichaam. Daarnaast kunnen
kinderen aan de hand van kleine spelletjes zelf ervaren hoe het een en ander
werkt. Tenslotte zijn er een aantal tips opgenomen die kinderen aansporen op
een gezonde manier met hun lichaam om te gaan.
=======
Brusjes: broertjes en zusjes
Garret Freyman-Weyr
Toen ik ouder was (Leeftijdsgroep vanaf 13 jaar)
Uitgever: Clavis
ISBN: 90 6822 938 9
Erhart, de achtjarige zoon uit het gezin Merdinger, overlijdt aan leukemie. Zijn
ouders en zussen Sophie en Freddie proberen dit te verwerken. Doordat zij
moeilijk met elkaar kunnen praten, lopen hun wegen steeds meer uiteen. Vader
begint de ene verhouding na de andere. Moeder leert twee jaar na de dood van
haar zoon een andere man kennen.
Deze man, Nick, is weduwnaar en heeft een zoon, Francis. De vijftienjarige
Sophie kan goed met Francis opschieten. Ze wil graag een vriend om mee te
praten en niet één om mee uit te gaan. Ze heeft een hekel aan oppervlakkige
meiden die alleen maar met jongens bezig zijn. Sophie heeft ook een hekel aan
de tijd. De tijd verstrijkt en verandert alles. De tijd laat je herinneringen
vervagen en brengt ongevraagd veranderingen bij je teweeg. Sophie constateert
dat zij steeds verder weggroeit van haar broer, terwijl hij altijd acht zal blijven.
Over deze dingen kan zij goed praten met Francis. Francis heeft toen hij acht
was zijn moeder verloren en heeft geleerd hoe hij hiermee om moet gaan. Hij
krijgt Sophie zover dat zij naar het graf van Erhart durft te gaan.
Dit boek, debuut van de Amerikaanse schrijfster Garret Freyman gaat over
volwassen worden in een periode van rouw. De hoofdpersoon worstelt, behalve
met haar puberteit, met de dood van haar jongere broer.
Freyman maakt het haar jonge lezers niet gemakkelijk zich in te leven in de
personen uit haar verhaal. Over Erhart´s ziekte en het verloop ervan komen zij
niets te weten. Over de leukemie wordt geen enkele zinnige mededeling gedaan,
alleen dat er af en toe een infuus aan te pas komt.
'Leukemie heeft zijn interne logica, die een aanvalsplan uitdoktert'. Van deze
opmerking word je als lezer niet veel wijzer. Freyman laat Sophie de betekenis in
het woordenboek opzoeken en laat haar zeggen:' Ik wist al heel snel dat acute
leukemie betekende dat mijn broer zou sterven'. Een zeer onterechte opmerking,
omdat dit van tevoren bepaald niet vaststaat. Je gaat je afvragen of Freyman wel
weet wat leukemie is.
Ook wordt niet verteld waaraan de moeder van Francis is overleden.
Niettemin moet dit boek goed te lezen zijn voor jongeren, die Sophie willen
volgen op haar moeizame weg naar volwassenheid.
=======
Ervaringen
Gepke Petersen-Koning
Een smalle weg tussen waarom en daarom.
Een gevecht tegen leukemie
Kok Voorhoeve, Kampen, 1995
ISBN 90 297 1262 7
"Gij hebt ons gemaakt voor U en onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in U".
Vanwege deze uitspraak van Augustinus (die ook vermeld stond op het
geboortekaartje van Kaj) besloot Gepke Petersen het verhaal over de
ziektegeschiedenis van haar zoon Kaj openbaar te maken- Ze wil alle mensen
(en met name ouders van kinderen met kanker) die te maken krijgen met de
vraag "waarom" tot God brengen, zodat ze daar kracht uit kunnen putten. Ze
stelt in het boek een aantal zaken aan de orde: het functioneren van het
ziekenhuis t.a.v. het kind en ouders, de taak van de kerkelijke gemeente en
gebedskring, het doel en heil van de ziekenzalving, het pastoraat vanuit
gemeente èn ziekenhuis. Daarnaast zoekt ze vanuit haar geloofsovertuiging naar
een antwoord op de vraag naar de zin het lijden.
De ziektegeschiedenis van Kaj (toen zes jaar) begint in 1982. Er werk leukemie
geconstateerd. Zijn ouders, en Kaj zelf, vinden in deze moeilijke situatie veel
steun in hun geloof. Maar soms moet er ook een zware strijd geleverd worden.
Met een zo positief mogelijke instelling gaan ze die strijd aan. Ze doen dit niet
alleen op geestelijk gebied, maar ook in praktische zin. Ze bedenken creatieve
oplossingen zodat Kaj de behandeling goed kan doorkomen. Er gebeuren ook
leuke dingen. Een tekening van Kaj wordt uitgekozen voor de opening van het
eerste Ronald McDonaldhuis. Hij mag met zijn familie bij de opening aanwezig
zijn. Hij is dan klaar met de behandeling en heeft al weer een flinke bos haar.
Er volgt een periode van betrekkelijke rust. Kaj maakt een normale, gezonde
ontwikkeling door. Zijn ouders ervaren hun geloofsverdieping door zijn ziekte als
winst. Als Kaj veertien jaar is, komt de leukemie terug. Zijn ouders zijn bang en
woedend en vinden het moeilijk om te bidden. De gebedskring in hun gemeente,
waar ze in de eerste ziekteperiode veel steun door ondervonden, wordt weer
opgestart. Doordat Kaj nu meer weet over zijn ziekte is hij bang. Ook is hij boos
op God. In een gesprek hierover vertelt zijn moeder hem dat ziekte niet van God
komt. Ze kunnen God wel vragen om vrede en rust. Kaj vergelijkt zijn situatie
met die van Job uit de bijbel. Dit is voor zijn moeder aanl3eiding om na zijn door
het boek Job te bestuderen. Van de inzichten die dit oplevert, doet ze verslag in
dit boek.
Na een aantal zware behandelingen, waaronder een autologe
beenmergtransplantatie, overlijdt Kaj op vijftienjarige leeftijd. Na zijn dood is er
leegte, onrust en chaos. Die chaos moest geordend worden, vooral de pijnlijke
beelden van zijn laatste week. Na de worsteling hiermee kon zijn moeder voelen
dat ze hem teruggegeven had aan God en daar vrede mee hebben. Het smalle
pad tussen waarom en daarom was gelopen en uiteindelijk heeft ze rust
gevonden in God.
Naast het verhaal van het ziekteproces en de ontwikkeling in haar
geloofsovertuiging beschrijft Gepke Petersen een aantal situaties die veel
mensen in een soortgelijke situatie zullen herkennen: de eenzaamheid, het
gevoel in een "andere wereld" te leven dan de mensen om haar heen, de soms
gebrekkige communicatie waardoor onnodige problemen ontstaan. Ze kijkt
kritisch naar de begeleiding van ouders en kind in het ziekenhuis en betreurt de
afwezigheid van een kinderpastoor. Maar ook de positieve ervaringen vergeet ze
niet: de liefdevolle inzet van artsen en verpleging, de steun van de kerkelijke
gemeente en de dominee en de warmte van de goede vrienden die toch blijven
komen ondanks de moeilijke situatie.
Niet iedereen zal zich kunnen verenigen met de geloofsovertuiging in dit boek en
door de vele citaten uit o.a. de bijbel is het niet altijd even makkelijk leesbaar.
Maar bijna iedereen die met kanker bij een kind wordt geconfronteerd zal zich
herkennen in het zoeken naar een antwoord op de vraag "waarom."
=========
Marie José de Koog
Leven als je kind moet sterven.
Peter, een blijvende herinnering
Kok, Kampen, 1989
ISBN 90 242 4735 7
De zoon van de auteur is twintig jaar als bij hem een hersentumor wordt
geconstateerd. Hij is het tweede kind in het gezin, heeft een oudere zus van
eenentwintig en een broer van zestien. Ieder gezinslid reageert verschillend op
deze tijding. Ieder strijdt de strijd op zijn of haar eigen manier. Na een jaar
overlijdt Peter. In dat jaar houdt zijn moeder aantekeningen bij, die bestemd zijn
voor haar zoon. Deze notities verwerkt zij later tot een dagboek. Tijdens het
schrijven ervan beleeft zij alle emoties opnieuw en zo worden het lezen,
schrijven en herlezen een belangrijk onderdeel van het verwerkingsproces.
Door de ziekte van Peter kreeg geloven een andere betekenis in het gezin. De zin
van het bestaan verdiepte zich, het geloof werd verrijkt. Daarom kan de moeder
aan het eind ook zeggen:"…al waren we verliezers, dit jaar deed ons meer mens
worden."
=========
Henk J. Busscher
Omdat Remko maar 10 jaar mocht worden
In eigen beheer uitgegeven 1997
ISBN 90 9010284 1
`Omdat Remko maar 10 jaar mocht worden` is het persoonlijk relaas van Henk
Busscher, wiens zoontje Remko in oktober 1994 zeer plotseling overleed.
Henk Busscher vertelt over zijn gezin, over Remko, over het verlies van zijn
moeder die na een jarenlange ziekte overleed toen hij achttien was en waardoor
zijn ouderlijk huis uiteen viel. Bij alles wat Henk vertelt, vertelt hij over zichzelf.
Remko was een gezonde, blijmoedige Hollandse jongen. En uit het verhaal komt
een apetrotse vader naar voren die van zijn zoon geniet en zich over hem
verwondert. Heerlijk.
Tegenwoordig worden overlijden en crematie of begrafenis niet meer
weggemoffeld. Er wordt veel meer aandacht besteed aan het persoonlijk aspect
rondom een uitvaart. Henk, zijn vrouw Reina, dochter Nienke en het hele dorp
Thesine zetten zich in voor Remko, leven mee en geven vorm aan de crematie
van Remko. Maar dan komt, onvermijdelijk, het dagelijks leven weer op gang.
Dan blijkt voor Henk dat het vormgeven aan een uitvaart een peuleschil is
vergeleken bij het vinden van de vorm voor het leven van alledag.
=========
De pen als lotgenoot
Ervaringen over leven met een ziekte
Uitgeverij SWP, Utrecht 1997
ISBN 90 66665 240 3
In Attent 97/2 deed Nel Warnars-Kleverlaan verslag van de ervaringen van Freek
tijdens de periode dat zijn zusje Isis ziek was en die na haar overlijden. De
tekeningen die Freek maakte naar aanleiding van dit overlijden werden
geplaatst in de bundel `De pen als lotgenoot`. Freek won een eerste prijs met
zijn tekeningen.
`De pen als lotgenoot` is de uitkomst van een studie die op verzoek van de
Nationale Commissie Chronisch Zieken (NCCZ) is verricht naar de waarde van
egodocumenten. De conclusie was dat die waarde wordt bepaald door drie
perspectieven, te weten:
1. het perspectief van de schrijven, waarin egodocumenten waarde hebben als
een manier om de wereld opnieuw vorm te geven;
2. het lotgenotenperspectief, waarin het lezen van egodocumenten troost biedt,
gedachten kan ordenen en inzicht geeft in de wereld van het leven met een
chronische ziekte;
3. het perspectief van buitenstaanders, zoals naasten, wetenschappers en
werkers in de gezondheidszorg, voor wie het lezen van egodocumenten vaak
een sleutel is om inzicht te krijgen in het leven van iemand met een
chronische ziekte.
Op basis van deze studie wil het Fonds voor Chronisch Zieken meer mensen
stimuleren om hun ervaringen aan het papier toe te vertrouwen en anderen
stimuleren deze egodocumenten te lezen. Dit heeft geleid tot het instellen van de
stimuleringsprijs `De pen als lotgenoot` en de oprichting van een
documentatiecentrum voor egodocumenten.
De bijdragen aan de bundel zijn divers. Ze variëren in lengte tussen de drie- en
vijftig pagina´s; als vorm wordt gebruik gemaakt van tekening, gedicht, dagboek
en briefwisseling. De aandoeningen waarover wordt geschreven zijn zowel
lichamelijk als psychisch van aard. Er zijn onder meer het verhaal van een vrouw
van 37 jaar met multiple sclerose, een 33-jarige vrouw die manisch depressief is
en ook de bijdrage van Mieke, de moeder van Freek, die schrijft over Isis.
Alle bijdragen zijn heel invoelbaar en laten een diepe indruk achter. De bundel is
zo informatief met betrekking tot ziektebeleving en feitelijke ervaringen dat hij
de aandacht verdient van een groot publiek.
Vroeg of laat komt iedereen, direct of indirect, met chronisch zieken in
aanraking. De gezondheidszorg is zo ver gevorderd dat de groep mensen die
`ermee moet leren leven` steeds omvangrijker wordt. Door die hoge kwaliteit
van de zorg en de steeds uitbreidende hoeveelheid kennis zullen chronisch
zieken en hun omgeving ook steeds langer met de ziekte om moeten kunnen
gaan.
Een bundel als deze draagt bij tot minder onwetendheid, maakt ziekte
bespreekbaar en is onderdeel van de verbetering van de positie van de chronisch
zieke.
Bij chronisch zieken denken we meestal niet aan kanker. Maar tegen de
achtergrond van de langdurige perioden die kanker in beslag kan nemen, de
restverschijnselen na herstel, de invloed op beroepskeuze en werk, de
emotionele littekens die de ziekte kan achterlaten in het leven van iedereen die
ermee te maken heeft gehad, is `De pen als lotgenoot` een goede plaats om
verslag te doen van ervaringen met deze ziekte.
Het adres van het Fonds voor Chronisch Zieken is: Postbus 6050, 2702 AB
Zoetermeer, telnr. 079-3687333.
Voor meer informatie en het aanvragen van een inschrijfformulier om mee te
doen aan de stimuleringsprijs kunt u zich wenden tot: Secretariaat `De pen als
lotgenoot`, Postbus 78, 1420 AB Uithoorn, telnr. 0297-540225.
=========
Jenny Palm
Portemonnee in de diepvries
Uitgever Kosmos-Z&K, 1998
ISBN: 90 215 3425 8
'Portemonnee in de diepvries' bevat de ervaringen van mensen die hebben
meegemaakt hoe hersenletsel hun eigen leven of dat van hun kind veranderde.
De prettig leesbare verhalen leveren herkenning en erkenning van de
problematiek rond niet-aangeboren hersenletsel ofwel NAH. Eén van de verhalen
gaat over Sofie bij wie op achtjarige leeftijd een hersentumor wordt vastgesteld.
Een tweede betreft de gebeurtenissen rondom een zeventienjarig meisje dat op
de brommer wordt geschept door een auto. De andere verhalen zijn die van
volwassenen. Deze geven ook veel inzicht in de mogelijke gevolgen van NAH en
wat dat voor de betrokkenen en zijn omgeving betekent.
In haar nawoord plaatst de schrijfster de gevolgen van NAH in een breder kader
en geeft ze tips die in veel gevallen van pas komen als je te maken hebt met
NAH. Uiteraard is het boek voorzien van adres- en literatuurlijst.
Jenny Palm is orthopedagoge en behandelcoördinator op de afdeling voor nietaangeboren hersenletsel van de H.C. Rümkegroep in de regio Utrecht.
=========
Els Cats
De benen nemen, leven met een beenprothese
Uitgever: Kosmos-Z&K, Utrecht/Antwerpen
ISBN: 90 21587 963
"Dit boek wil een steun zijn en informatie geven aan hen die een amputatie
moeten ondergaan en herkenning en daardoor erkenning geven aan hen die
reeds geamputeerd zijn"
Dit schreef Els Cats, die op 13-jarige leeftijd ten gevolge van een busongeluk
haar linker onderbeen kwijtraakte. Sinds vijf jaar is zijn coördinator
lotgenotencontact van mensen met een beenamputatie. In haar boek wil zij
behalve de medische kanten, vooral ook de emotionele en sociale aspecten naar
voren laten komen.
=========
Kris Gelaude
Teder asiel
Uitgever; Lannoo, Tielt, 2000
ISBN: 90 2093 979 3
"Soms heeft verdriet geen naam
Je legt het niet meer af.
Het is er, zelfs onmerkbaar,
zoals de scheuren
In de voering van je jas.
Maar telkens als ik kijk,
voel ik die pijn
Om een geschonden gaafheid.
Het valt niet glad te strijken.
Er blijft een zere plooi
In mijn gedachten."
Een heel boek, geschreven in deze stijl. Proza in de vorm gegoten van een
gedicht. Daar moet je als lezer wel even aan wennen. Om de draad van het
verhaal niet kwijt te raken, moet iedere zin worden gelezen. De schrijfster dwingt
je haar gedachteloop te volgen en beloont je inspanning ruimschoots.
Kris Gelaude schrijft over haar oudste dochter, die zij in het boek Silke noemt.
Op 22-jarige leeftijd krijgt Silke de ziekte van Hodgkin. Zij wordt behandeld met
chemotherapie, later gevolgd door een autologe beenmergtransplantatie.
Silke´s weg naar genezing is een lang en moeizaam proces, dat zijn weerslag
heeft op het hele gezin. 'Mijn armen zijn te kort om alles en allen te omringen',
zegt de schrijfster. Zij laat zien hoe moeilijk het is om als moeder je aandacht te
verdelen tussen je zieke kind, de andere gezinsleden en de goedbedoelende,
maar vaak botte buitenwereld. Zij schrijft hierover zo herkenbaar, dat je soms je
eigen gedachten door haar verwoord ziet. Een voorbeeld: 'Soms kan ik alleen
maar schuilen voor te veel blikken, vragen of haastige belangstelling.'
Of: 'Wat moet ik met een boodschap
van iemand die bang is om
oog in oog te staan,
bang voor het onvermogen,
bang voor de stilte
waarin verdriet gehuld gaat?'
Manu Keirse noemt het boek 'een uitnodiging tot dieper leven'. Ik hoop dat velen
zich hierdoor voelen aangesproken.
=========
Iris Stekelenburg-van Halem
Met engelengeduld
Uitgever: FOVIG Utrecht, 1999
ISBN: 90 8030 343 7
'Met engelengeduld' is een uitgave van de FOVIG: Federatie van Ouders van
Visueel Gehandicapten. Het is bedoeld voor ouders, verzorgers en hulpverleners.
Maar ook voor andere belangstellenden betekent het lezen van deze verhalen
een verruiming van de blik.
Iris Stekelenburg, zelf slechtziend, nam de interviews af en schreef bij ieder
verhaal een persoonlijk gedicht.
"Het enige dat je niet kunt als je blind bent, is zien". Dit is een uitspraak van
Roxana, 13 jaar oud. Geboren met 26 weken, is zij blind geworden door het
toedienen van te veel of te weinig zuurstof. Haar blindheid is voor haar echter
geen reden om thuis te blijven zitten. Ze doet aan sport en gaat ook naar de
bioscoop en het theater. Haar ouders en zus stimuleren haar zoveel mogelijk.
Met 'engelengeduld', want een blind of slechtziend kind heeft veel begeleiding
nodig. Dat weten ook de ouders van Emma van drie, die staar heeft en de ouders
van Kim, 10 jaar, met nystagmus, een afwijking waarbij de ogen onwillekeurig
heen en weer bewegen. Ook andere ouders komen aan het woord om te
vertellen over achromatopsie (totale kleurenblindheid) aniridie (het ontbreken
van de iris) en microphtalmie, waarbij de oogbol te klein is.
De verhalen zijn boeiend om te lezen vanwege de nuchtere toon van de ouders
en hun streven om samen met hun kind iets van het leven te maken, ondanks de
problemen die zij dagelijks tegenkomen.
========
Onderwijs
Anneke Vriens en Carla Versteeg
Illustraties Aleid Landeweerd
Vandaag neem ik een snipperdag
Uitg. CPS, 1997, tel. 033-4534344
ISBN 90 6508 391 X
`Vandaag neem ik een snipperdag` draait om Peter, een kind met kanker op de
basisschool.
Vanaf het allereerste begin werd de klas geïnformeerd over de gebeurtenissen
rond Peter. Aanvankelijk werd gedacht aan epilepsie. De leerkrachten waar Peter
te maken had, werd verteld hoe te handelen als hij een aanval had. Bij Peter leek
het dan of hij even wegdroomde en na een paar minuten was dat weer over. Zijn
medicijnen kregen een vaste plek en iedereen wist hoe te handelen. Peter, 8 jaar
oud, kon zijn mogelijkheden en beperkingen goed aangeven: bij gymnastiek
alleen de oefeningen vlak bij de grond, geen schoolzwemmen. Tegelijkertijd was
de school er alert op dat medeleerlingen hem niet in een uitzonderingspositie
zouden plaatsen. De aanvallen werden frequenter en na vijf maanden werd een
tweede diagnose gesteld. Peter had een hersentumor. Het ziekteproces van Peter
heeft bijna twee jaar geduurd en in die periode is het Anneke Vriens, zijn moeder
en Carla Versteeg, directeur van de openbare basisschool Roald Dahl te
Sliedrecht, gelukt Peters situatie onder ogen te zien en hem in zijn rol van kind,
leerling en medeleerling recht te doen. Samen waren ze in staat alle reacties en
emoties rondom de vragen en verwarring die een kind met een
levensbedreigende ziekte oproept bij leerkrachten, ouders van leerlingen en
klasgenoten in banen te leiden.
De eerste zeven hoofdstukken vormen een inspirerend verslag van de
gebeurtenissen op de school van Carla Versteeg. In haar nawoord beschrijft ze in
het kort de aspecten waar een school aandacht aan moet besteden om adequaat
te kunnen reageren bij ziekte en rouw. Ze noemt onder meer de contactpersoon,
de informatie-uitwisseling (wie moet wát weten), de benadering van broertjes en
zusjes, het verzamelen van ondersteunende materialen bij de beantwoording op
school van vragen over leven, dood en leven na de dood.
`Vandaag neem ik een snipperdag` geeft een handvat om over te gaan tot actie:
Als leerkrachten op de school van uw kinderen `van toeten nog blazen weten`
zou dit boekje wel eens een eye-opener kunnen zijn.
========
Onderwijsproject 'Kinderen en Kanker', Academisch Ziekenhuis Nijmegen, St.
Radboud, o.l.v. Claire Assman-Hulsmans
Kinderkanker-kansen in het onderwijs
ISBN: 90 3773 0413 3
Aanleiding voor de samenstelling van deze bundel was de overweldigende
belangstelling van de zijde van leerkrachten voor het onderwerp 'Kinderen,
Kanker en Onderwijs'. Het Radboud ziekenhuis te Nijmegen en het Sophia
Kinderziekenhuis te Rotterdam hadden eind 1997 over dit onderwerp
informatiemiddagen georganiseerd. Er was dringend behoefte om de verkregen
informatie na te kunnen lezen.
Leerkrachten blijken dus grote belangstelling te hebben voor een adequate
begeleiding van kinderen die te maken hebben (gehad) met kanker.(Eerlijk
gezegd ligt de nadruk in dit boek op kinderen met een hersentumor). Veel
informatie is echter ook van toepassing in geval van een ander type kanker. De
handicap die de kinderen van hun ziekte hebben overgehouden is vaak
onzichtbaar- denk bv. eens aan vermoeidheid- en de leerkracht vraagt zich dan
af hoe hij hier meer om zal gaan.
Het bovenstaande maakt duidelijk dat de onderwijzer een goed contact met het
gezin van de leerling moet hebben om zoveel mogelijk juiste informatie te
kunnen verzamelen. Daaruit volgt dat de communicatie tussen thuis en
ziekenhuis ook goed dient te lopen. Nadrukkelijk wordt gewezen op het belang
van goed samenspel tussen de drie werelden waarin het kind verkeert: thuis,
school, ziekenhuis.
Het belang van dit boek voor ouders schuilt in de ervaringsverhalen van een
Vwo-leerling, Ard-Jan, en de reactie van school op zijn nieuwe functioneren. Na
verwijdering van een hersentumor en behandeling met chemo- en radiotherapie
bleek bij terugkeer op school dat het leren veel moeizamer verliep dan voorheen
het geval was. Door inzet van alle leerkrachten en ondersteuning van de directie
werd in samenwerking met de onderwijsinspectie besloten dat Ard-Jan zijn
eindexamen in twee jaar mag doen, vier vakken in het eerste jaar en dan nog
drie in het tweede.
Het verhaal van deze jongen maakt duidelijk dat er met inzet van school, thuis
en ziekenhuis, ondermeer de orthopedagoog, een creatieve oplossing gevonden
kan worden voor leerproblemen. In dit geval was een gesplitst eindexamen de
oplossing. Voor elk kind zal een eigen benadering gevonden moeten worden en
soms kan het daarvoor nodig zijn van de regels af te wijken. Het overgrote deel
van het boek is lastig te lezen. Er is sprake van overlappen, dubbelafgedrukte
teksten en een rommelige lay-out. Dat is jammer, want de hoofdstukken over
begeleiding van leerkrachten in het reguliere onderwijs door medewerkers van
gespecialiseerde scholen zijn behalve voor leerkrachten ook voor ouders de
moeite waard.
Ouders van een kind met kanker kunnen het boek gratis bestellen bij:
Onderwijsproject 'Kinderen en Kanker', AZ Nijmegen, St. Radboud, Postbus
9101, 6500 HB Nijmegen.
Ook voor de school van het kind is een exemplaar kosteloos verkrijgbaar.
=========
Tanja van Roosmalen
'Een leerling met kanker…..wat nu?'
Uitgeverij: Orthopedagogisch Centrum 'Op De Bres', Nijmegen, 2000
ISBN: 90 9013 757 2
Doelgroep: onderwijsgevenden in alle soorten onderwijs, hulpverleners, ouders,
PABO-studenten
Op de omslag van het boekje zie je een kind, hangend aan een touw. Onder
hem, kinderen en volwassenen die klaar staan om hem op te vangen, als hij valt.
School is belangrijk: ook voor een ernstig ziek kind. De school kan houvast
bieden in een onzekere tijd. De school kan het kind de garantie geven dat hij er
nog steeds bij hoort en dat niet alles in zijn leven onherkenbaar is veranderd.
Maar hoe doe je dit als school? Hoe vang je een ziek kind het beste op?
Tanja van Roosmalen beschrijft in haar boekje hoe een kind met kanker het
beste begeleid kan worden. Behalve de nodige achtergrondinformatie biedt zij
een zeer concreet en uitgewerkt plan van aanpak, waarmee een leerkracht direct
aan de slag kan gaan. Wie wordt contactpersoon vanuit de school? Wat vertellen
we de klas over het zieke kind?
Om een zieke leerling in staat te stellen onderwijs in het ziekenhuis te blijven
volgen, is een gedegen werkplan nodig. Bij het opstellen hiervan, moet je niet
alleen rekening houden met de didactische, maar ook met de emotionele
aspecten. De kunst is een ziek kind niet te overschatten, maar ook zeker niet te
onderschatten.
Weer een ander draaiboek is nodig op het moment dat het kind weer naar school
kan gaan, maar nog steeds behoefte heeft aan extra aandacht en steun.
=========
B.W. Duijzer-van Dijk, 1998
Tussen betrokkenheid en afstand
zie verenigingsuitgaven)
Voor het onderzoek dat aan deze scriptie vooraf ging, deed Bea Duijzer eind
1997 een oproep in Attent om in contact te komen met ouders van een kind of
jongere waarbij minimaal vijf jaar tevoren de diagnose hersentumor was
gesteld en die haar zouden willen vertellen hoe het hun bij terugkeer naar school
was vergaan.
In de eerste plaats blijkt dat die terugkeer en de omgang met het kind dat
kanker heeft (gehad) makkelijker verlopen als de klas tijdens de afwezigheid van
de leerling op de hoogte is gehouden van hetgeen hun klasgenoot heeft
meegemaakt. Er ontstaat dan meer begrip voor veranderingen in uiterlijk of
gedrag, maar ook voor de maatregelen die ten behoeve van de medeleerling
worden genomen zodat die weer zo goed mogelijk kan meekomen.
Uit de gesprekken die Bea met leerkrachten voerde werd duidelijk dat die het
soms moeilijk vinden met ouders te spreken over verandering van schooltype. Bij
de voor te stellen verandering wordt er veelal vanuit gegaan dat de ouders en
het kind deze veranderingen als de zoveelste teleurstelling zullen ervaren.
Ongemerkt wil men ouder en kind die besparen. Dat is niet in het belang van het
betrokken kind. Ouders moeten dus zelf aan de bel trekken als ze denken dat het
niet goed gaat met hun kind op school of als ze meer duidelijkheid van de
leerkracht willen hebben.
Krijgen leerlingen in het basisonderwijs nog zo nu en dan remedial teaching, in
het voortgezet onderwijs is hiervan nauwelijks sprake. Problemen worden wel
onderkend maar ook bij oudere kinderen wordt gedacht:"hij/zij heeft het al zo
zwaar", en vervolgens wordt van specifieke hulp afgezien. Ook in het middelbaar
onderwijs is het dus noodzakelijk dat ouders zelf het initiatief nemen als het gaat
om een zo goed mogelijke begeleiding van hun kind. Hierbij moet wel worden
aangetekend dat in geval van geheugen- en concentratiestoornissen de school
zelf de kennis vaak niet in huis heeft om ermee aan de slag te gaan en dat men
ook niet weet waar die kennis dan wel te halen is. Bea Duijzer geeft aan dat op
dit terrein de informatieverspreiding verbeterd kan en moet worden. Scholen
nemen wel organisatorische maatregelen om een kind dat ziek was mee te
kunnen laten draaien. Een leerling krijgt bijvoorbeeld meer tijd voor een dictee,
hoeft minder opgaven te maken of mag zijn eindexamen verdelen over een
periode van twee jaar. Om een beter idee te krijgen van de best mogelijke
behandeling van late effecten doet Bea Duijzer de aanbeveling de groep kinderen
genezen van een hersentumor te blijven volgen tot er sprake is van een 15jarige overleving. Dan zijn de kinderen volwassen geworden en kan de
verzamelde informatie bijdragen tot een beter herstel dat uiteindelijk moet leiden
tot een zo goed mogelijk functioneren in de maatschappij.
=========
Ine Spee, Dorinda Roos, Riet Fiddelaers-Jaspers
Veelkleurig verdriet, afscheid nemen in verschillende culturen
Uitgever: KPC Groep, ´s Hertogenbosch 2000
ISBN: 90 6755 126 0
Doelgroep: Volwassenen die op professionele wijze te maken hebben met
kinderen, met name in het primair onderwijs.
'Idi is een hindoestaanse leerling uit Afrika. Hij heeft gespijbeld en dat is niets
voor hem. Bij navraag blijkt dat hij de tijd heeft doorgebracht in de
stadsbibliotheek. Tijdens het gesprek met Idi ziet de leerkracht dat Idi voor het
eerst een pet draagt. Hij vraagt ernaar en Idi barst in huilen uit. Hij draagt een
pet omdat hij kaalgeschoren is. Zijn oma is namelijk in die week gestorven en in
zijn cultuur is het gebruikelijk dat de naaste, mannelijke familieleden hun hoofd
kaalscheren. Maar hoe kan hij daar nu mee naar school gaan: hij wordt beslist
uitgelachen…..' (pag.64)
Idi behoort tot de Sanaatan Dharm-hindoes. Het overlijden van een familielid is
in zijn cultuur omgeven door strenge gedragsregels en uitvoerige rituelen.
Omdat Idi in Nederland woont, is het voor hem moeilijk zich aan alle regels te
houden en het inzicht en begrip van zijn leerkracht betekenen op dit moment
veel voor hem. Op de Nederlandse basisscholen zitten veel kinderen met een
andere culturele achtergrond. Voor deze kinderen en hun ouders is het van groot
belang als de leerkracht de culturele verschillen begrijpt en respecteert.
In het eerste deel van het boek wordt met veel oog voor detail en nuance
ingegaan op de uitvaart- en rouwrituelen van Rooms-katholieken, Protestanten,
Joden, Moslims, Chinezen, Surinaamse Creolen en Surinaamse Hindoestanen.
In het tweede deel wordt het verhaal van Chalid verteld.
Dorinda Roos, één van de schrijfsters van dit boek, geeft in 1994 les aan groep 4
van de basisschool. Bij haar in de klas zit de Marokkaanse jongen Chalid. Tijdens
dit schooljaar krijgt hij kanker en 4 jaar later overlijdt hij.
Niet gehinderd door culturele en religieuze verschillen krijgt Dorinda een zeer
nauwe band met Chalid en zijn familie. Deze band blijft ook bestaan na het
sterven van Chalid en helpt zijn familie en klasgenoten bij de rouwverwerking.
Omdat Chalid wordt begraven in Marokko, creëren zijn klasgenoten zelf een plek
om hem te herdenken. Zij uiten hun verdriet door het schrijven van brieven en
gedichten en het maken van tekeningen. Ook komen zij regelmatig bij elkaar om
te praten over hun herinneringen en gevoelens. Tot in groep 8 blijft Chalid zijn
plaats in de klas behouden en bij de slotmusical zijn ook zijn ouders aanwezig.
'Veelkleurig verdriet': een boek voor leerkrachten, maar zeker ook voor ieder
ander die is geïnteresseerd in de medemens, anders dan hijzelf.
=======
Michiel Krop en Robin Groenenveld
Krukken geen bezwaar (doelgroep: leerkrachten)
Leerlingen met motorische beperkingen in het regulier bewegingsonderwijs
Uitgever: Luk Tut Producties v.o.f. 2000
ISBN: 90 8053 161 8
Als uw kind een lichamelijke of motorische beperking heeft en onder de
gymlessen altijd aan de kant zit, dan is het een goede zaak om zijn leerkracht te
wijzen op dit boek.
Er staan oefeningen in zoals 'draaikonten', 'driedubbel doorrollen' en 'klimmen op
de schuine schuiver'. Deze en nog vele andere oefeningen zijn geschikt voor
rolstoelgebruikers, lopers-met-beperkingen en voor kruipers en/of schuivers. Zij
kunnen in een normaal ingericht gymlokaal worden uitgevoerd. Dit is niet alleen
goed voor de lichamelijke ontwikkeling van de kinderen, maar ook voor hun
zelfvertrouwen en het gevoel erbij te horen.
De auteurs Michiel Krop en Robin Groenenveld hebben jarenlang gewerkt als
groepsleerkracht op een mytylschool. Nu werken zij als ambulant begeleider voor
mytylschool De Brug in Rotterdam en geven ondersteuning aan lichamelijk
gehandicapte kinderen in het basis- en voortgezet onderwijs. Zij weten door hun
ruime ervaring waar de gangbare gymnastiekmethodes tekort schieten en met
welke knelpunten de leerkrachten te maken krijgen. Nu sinds de jaren 90
kinderen van het gewone en speciale onderwijs daadwerkelijk "Weer Samen Naar
School" gaan, blijkt een specifieke benadering voor veel leerlingen noodzakelijk.
Je kunt hierbij onder andere denken aan spastische kinderen, kinderen met
jeugdreuma of kinderen met kanker, die na een operatie met beperkingen
moeten leven. Aan hun behoefte om te bewegen, moet op een gerichte manier
tegemoet gekomen worden.
De auteurs helpen hierbij, maar stellen wel de veiligheid voorop. Het is namelijk
van groot belang dat de leerkracht kan inschatten wat zijn leerling aankan op het
gebied van balans, coördinatie, kracht en uithoudingsvermogen. Hij kan hierbij
terugvallen op de nodige adviezen en aanwijzingen uit dit boek. De oefeningen
gaan vergezeld van illustraties, die duidelijk laten zien wat de bedoeling is.
=======
Harm Tilstra
Over kinderen en ingrijpende situaties heeft Harm Tilstra de volgende boeken
geschreven voor leerkrachten van de basisschool.
Over levensbedreigende ziekte in de naaste omgeving
ISBN: 90 5788 063 6
Over dood, rouwen en troosten
ISBN: 90 5788 074 1
Uitgever: Kwint'essens 2001
Over de schrijver staat op de achterkant van zijn boeken het volgende:
'Harm Tilstra was als leerkracht verbonden aan de ziekenhuisschool Amsterdam.
Op de afdeling Kinderoncologie werkte hij jarenlang met kankerpatiënten van 8
tot 12 jaar. Hij gaf niet alleen les. Hij stimuleerde de kinderen met verhalen en
gedichten, vertel- en tekenopdrachten om hun vragen, fantasieën, gedachten en
gevoelens tot uiting te brengen. Tegenwoordig schrijft hij boeken voor kinderen
en volwassenen. Hij begeleidt schoolteams en individuele leerkrachten in het
omgaan met ernstige ziekte, dood en rouw in de klas'.
Tilstra is een man van de praktijk. De ervaring die hij heeft opgedaan, wil hij
vooral graag delen met leerkrachten van de basisschool. Omdat iedere
leeftijdsgroep zijn eigen aanpak nodig heeft, komt hij met voorbeelden en
werkvormen die geschikt zijn voor achtereenvolgens de onder-, midden- en
bovenbouw.
Als een school direct of indirect te maken krijgt met ernstige ziekte of dood, dan
is de omgang hiermee volgens Tilstra de verantwoordelijkheid van het hele team
en niet alleen van de leerkracht die er in zijn groep mee te maken krijgt.
Emotionele steun is van wezenlijk belang. Praktische steun kan worden geven
door de collega werk uit handen te nemen als dit nodig is en door zijn groep op
te vangen als de situatie daarom vraagt. Van vrijblijvendheid is dus geen sprake.
Tilstra gaat ervan uit dat ziekte en dood horen bij het leven. Iedereen krijgt er
vroeg of laat mee te maken. Ook al komt het vaak onverwacht, je kunt je er toch
op voorbereiden. Een goed voorbeeld hiervan is het werken met het 'Groeiboek
van de dood'. Zo´n boek gaat de gehele schoolperiode met een groep mee. Er
kunnen vragen en gedachten in voorkomen, maar ook tekeningen, foto´s,
rouwkaarten en gedroogde bloemen. Alle ervaringen die een groep heeft
opgedaan met de dood zijn erin terug te vinden. Het kan een belangrijk houvast
bieden als de dood in een groep plotseling toeslaat.
In deze twee boeken heeft Tilstra ervoor gekozen zijn ervaringen weer te geven
in de vorm van een verhaal. 'Een verhaal', zo zegt hij, 'biedt de ideale combinatie
van afstand en betrokkenheid'. De kinderen en leerkrachten die in zijn boeken
voorkomen, zijn dan ook denkbeeldige figuren. De personages bedienen zich op
hún beurt van verhalen en gedichten die voor het grootste deel door Tilstra zelf
zijn bedacht en zo valt de lezer van het ene verhaal in het andere.
Deze aanpak komt de leesbaarheid niet ten goede. Het schrijven van verhalen is
niet zijn sterkste kant; de verteltrant is kunstmatig en teveel bedacht. De
gedichten zijn overduidelijk niet afkomstig van basisschoolleerlingen en voor
zover dit wel het geval mocht zijn, wordt het nergens vermeld.
Als Tilstra de praktijk rechtstreeks had laten spreken, had dit niet alleen betere
verhalen opgeleverd, maar ook de lezer de kans gegeven zich écht betrokken te
voelen.
Afgezien hiervan hebben zijn boeken in praktische zin genoeg te bieden. Hij
aarzelt niet om gevoelige onderwerpen bespreekbaar te maken en met
oplossingen te komen.
=======
Dood, sterven en stervensbegeleiding
Ton Honig
'Achterstevoren'
Een doe-boek over de dood
Uitgeverij Boekencentrum, 1997
ISBN 90 211 3682-1
'Achterstevoren' bevat zeven verhalen voor kinderen rond het thema ´dood`.
Op ontroerende wijze en met een vlotte pen geschreven, vertelt Ton Honig over
kinderen en grote mensen die in aanraking komen met de dood. De schrijver
geeft bij elk van zijn verhalen aan welke thema´s hij ziet en doet suggesties voor
verwerking in de inhoud bv. voor de jongsten is er het uit-het-leven-gegrepen
verhaal van Martijn, die dol is op zijn knuffelbeer. Zijn moeder heeft echter een
heel ander idee over de beer, ze vindt hem vies en versleten en gooit hem in de
vuilnisbak. Martijn, in alle staten, vindt troost bij buurman Koos. Ome Koos
vertelt hoe hij afscheid heeft genomen van tante Nel en in aalsluiting daarop
bedenkt hij samen met Martijn een manier om beer een waardige laatste plek te
geven.
Thema´s die in dit verhaal worden aangesneden zijn (1) de betekenis van het
afscheidsritueel, (2) problemen binnen het gezin door verschil in beleving, (3) de
betekenis van een huisdier of knuffel, (4) verbondenheid met lotgenoten.
Suggesties die Ton Honig doet zijn het meenemen naar school van knuffels, het
luisteren naar liedjes (liedjes uit 'kinderen voor kinderen' blijken meer dan eens
geschikt), een kringgesprek over de betekenis van je knuffel of huisdier, hoe je
die begraaft en wat je dan zou willen doen of zeggen.
Voor de oudere kinderen is er een verhaal over het bereiken van onsterfelijkheid
door middel van een toverdrank. Het verhaal probeert kinderen bewust te maken
van de onvermijdelijke relatie tussen leven en dood.
Het is een sterk punt van dit boek dat het niet pas toepasbaar en nuttig is als het
zover is. Net zo goed als de thema´s ´pesten`of ´milieu`niet weg te denken zijn
uit het hedendaagse kinderleven, zo hoort 'Achterstevoren' in de geestelijke
bagage van elk kind in de basisschoolleeftijd te zitten.
Voor begeleiders die met de verhalen aan de slag gaan is er een overzicht van
rouw bij kinderen tussen 0 en 12 jaar, een uitgebreide literatuurlijst, een korte
bespreking van een vijftiental kinderboeken over de dood en een lijst van
verenigingen en instanties die steun kunnen bieden bij rouw en rouwverwerking.
=======
Annemie Struyf en Lut Celie
Het kleine sterven
Uitgeverij: V.O.F. Uitgeverij Jan Mets, Amsterdam
ISBN: 90 5617 100 3
'Het kleine sterven' speelt in op de leemte die ontstaat wanneer een
kinderoncoloog moet stellen dat een kind niet meer te genezen is en dat thuis de
beste plek is om te overlijden. Dan ontstaat een situatie waarin sprake is van
een leemte in de zorg voor het ernstig zieke kind.
'Het kleine sterven' is de neerslag van de jarenlange ervaring en het intensieve
contact van Lut Celie met zieke en stervende kinderen thuis. Lut is coördinatorverpleegkundige van het Koesterproject, verbonden aan het vzw
Kinderkankerfonds in België. In het kader van dit project zoekt Lut de kinderen
wekelijks op. Ouders en kinderen kunnen bij haar terecht met hun vragen, of dit
nu op medisch, psychisch of sociaal terrein is. Ook is ze voortdurend telefonisch
bereikbaar.
Annemie Struyf, pedagoge en publiciste, heeft een aantal van de ervaringen van
Lut Celie te boek gesteld. Het ziekte- en overlijdensproces van een tiental
kinderen in evenzoveel gezinssituaties wordt beschreven. Centraal staat het
leven met een doodziek kind, de noodzaak om een kind los te laten. Doodsangst
komt aan bod, maar ook doodsverlangen, afscheid nemen en zelf het moment
van sterven kiezen. Het gaat over kinderen die 'terugkomen' na hun dood en
over puinruimen na een overlijden.
Het Koesterproject geeft die laatste weken of maanden thuis een menselijk
gezicht; ouders en kind, broertjes en zusjes worden niet aan hun lot overgelaten.
=========
Marjet de Jong
Prinses op reis (leeftijdsgroep vanaf 7 jaar)
Uitgever: Em. Querido´s Uitgeverij 1999, Amsterdam/Antwerpen
ISBN: 90 214 6890 5
'Prinses Adieu zou op reis gaan. Niet dat zij daarom gevraagd had, maar zo stond
de wind nu eenmaal'.
Met deze zin begint Marjet de Jong haar poëtisch en lichtvoetig verhaal over een
prinses die gaat sterven. Maar eerst heeft zij nog het nodige te doen. Zij zet haar
kroon af en verdeelt haar bezittingen. Ze gaat naar buiten en luistert naar wat de
roos en de vogels haar over haar reis te vertellen hebben. Ze neemt de tijd om
zich te verwonderen over kleine dingen.
Op een dag gaat zij in bed liggen en vraagt haar bedienden haar verhalen te
vertellen voor onderweg. Zo kijkt Adieu terug op haar leven. Ze wil niet
vertrekken voordat ze mooie dansmuziek heeft gehoord, waar ieder die dat wil,
op mag dansen. Het wordt bijna een feest. Dan is het tijd om te gaan. 'Goede
reis', fluistert iedereen en ze houden elkaar stevig vast.
Dit verhaal is zeer geschikt om te lezen met kinderen vanaf 7 jaar, als
voorbereiding op of na het sterven van een kind, maar ook als aanleiding om
over doodgaan te praten.
De illustraties van Els van Egeraat zijn volkomen in harmonie met de sfeer in dit
boek.
=======
Pernilla Glaser
=======
Werner Storm
Dood zijn, hoe lang duurt dat? (leeftijdsgroep vanaf 8 jaar)
Uitgever: Clavis, Hasselt, 2000
ISBN: 90 6822 728 9
Werner Storms, geboren in 1966, studeerde kinderpsychologie. Op scholen helpt
hij leerlingen met sociale en emotionele problemen. Ook begeleidt hij jonge
kinderen, die een rouwproces doormaken. Toen zijn neefje overleed, is hij
gedichten gaan schrijven, die werden uitgegeven onder de titel 'Weg van jou'.
In het boek 'Dood zijn, hoe lang duurt dat?' beantwoordt hij vragen, die kinderen
over de dood stellen. 'Dood zijn, wat is dat? Doet het pijn om dood te zijn?'.
In het eerste hoofdstuk probeert de schrijver antwoord te geven op deze vragen.
De antwoorden lijken erg voor de hand te liggen, maar als je aan een kind wilt
uitleggen wat dood zijn precies inhoudt, blijkt je voorstellingsvermogen
hieromtrent toch beperkt te zijn. Storms benadert het thema 'dood zijn' vanuit
vele invalshoeken. Hij geeft concrete antwoorden, maar denkt ook na over een
eventueel leven na de dood. Vragen over zelfdoding en euthanasie gaat hij niet
uit de weg en verdriet om een gestorven huisdier wordt niet vreemd gevonden.
Alle gevoelens zijn bespreekbaar en dat is belangrijk bij het verwerken van
verdriet.
Het boek is ruimschoots voorzien van foto´s en kleurige illustraties. Het kan
uitstekend dienen als aanleiding voor een openhartig gesprek met je kinderen,
over alles wat met de dood te maken heeft.
=========
Rouw en rouwverwerking
Manu Keirse (klinisch psycholoog)
Helpen bij verlies en verdriet
Lannoo Tielt 1996
ISBN 90 209 2693 4
"Mijn man en ik functioneerden heel goed als echtpaar. Maar plots
geconfronteerd met de dood van je kind, sta je met gevoelens tegenover elkaar
die je nooit eerder hebt gehanteerd. Mijn man had moeite met mijn emotionele
gedrag, ik met zijn geslotenheid. Ons verdriet had een ander ritme." (pag. 86)
Helpen bij verlies en verdriet is niet alleen geschikt voor hulpverleners, familie en
vrienden, het is vooral ook geschreven voor mensen die zelf met een verlies
geconfronteerd worden. Verlies in de brede zin des woord, het verlies van een
kind, een partner, een ouder, een broer of zus, maar ook het verlies van
gezondheid, werk, van perspectief.
Het is een goed en tactvol geschreven boek, het biedt inzicht in verdriet en
verlies en is rijk geïllustreerd met voorbeelden uit het dagelijks leven, waardoor
het heel herkenbaar is. Het is heerlijk om te lezen dat heel veel vormen van
verdriet ´normaal´ zijn, dat verdriet niet zomaar overgaat, dat je er iets mee
mag en kunt doen. Een aanrader voor een ieder die met verlies en verdriet te
maken heeft (gehad)!
=========--
Riet Fiddelaers-Jaspers(samenstelling)
Als je woorden zoekt
Uitgeverij KPC, ´s Hertogenbosch 1997
ISBN 90 6755 112 0
`Als je woorden zoekt` is een bundel met gedichten en citaten voor mensen die
in aanraking komen met de dood. Een aantal teksten zijn van bekende auteurs,
maar in veel gevallen zijn de gedichtjes en citaten afkomstig van onbekende
personen die in enkele regels hun verlies en verdriet kenbaar hebben gemaakt.
Het boek is bedoeld als inspiratiebron. Omdat allerlei zaken met betrekking tot
de uitvaart binnen een paar dagen geregeld moeten zijn, is er juist dan niet veel
tijd om te zoeken naar een passende tekst, vooral niet wanneer een overlijden
onverwacht komt. De gedichten en citaten die Riet Fiddelaers-Jaspers heeft
verzameld, kunnen dan uitkomst bieden. Om de lezer een handreiking te geven,
is het boek ingedeeld in thema´s.
Enkele hiervan zijn:
- Uit het leven weggerukt
- Als kinderen sterven
- Een zinvol leven
- Liefde overwint de dood
- De natuur geeft ons woorden
- Im Paradisum
De literatuurverwijzing achter in het boek geeft nog mogelijkheden om een
toepasselijke tekst te vinden.
=========
Riet Fiddelaers-Jaspers
Ik zal je nooit vergeten en Als iemand doodgaat
`Ik zal je nooit vergeten` is een werkboekje voor kinderen tussen de zes en
twaalf jaar. Het biedt ze de mogelijkheid hun herinneringen aan degene die is
overleden concreet te maken. Er is ruimte om foto´s, plaatjes of het
overlijdensbericht in te plakken. Ze kunnen beschrijven wat ze zo leuk vonden
om te doen met hun overleden vriendje/familielid. Ze worden gevraagd om in
een tekening aan te geven waar in hun lichaam ze verdriet voelen. Ze kunnen
weergeven hoe ze het liefst getroost zouden willen worden. Het boek is geschikt
voor thuis en school, om alleen in te schrijven en kleuren of samen met iemand
anders. Al doende wordt het rouwgevoel van kinderen - dat onbekende gevoel
waar je misschien geen weg mee weet - verhelderd. Het boek is ook erg geschikt
om te gebruiken en te bekijken als alle drukte rond overlijden en begrafenis
voorbij zijn, als alles weer z´n gangetje lijkt te gaan, maar je o zo graag even
stil wilt blijven staan bij wat er toen toch allemaal is gebeurd.
`Als iemand doodgaat` geeft feitelijk informatie over dood zijn, het
uitvaartcentrum, de afscheidsdienst en de begrafenis of crematie. Riet
Fiddelaers-Jaspers hanteert hierbij drie stelregels:
 Informeer een kind zo goed en eerlijk mogelijk. Als kinderen informatie
wordt onthouden, gaat hun fantasie in werking en die is meestal erger dan de
werkelijkheid.


Betrek kinderen zoveel als mogelijk bij de gebeurtenissen. Door hen een rol
te geven voelen ze zich erkend en betrokken.
Houd rekening met de behoeften van kinderen waarbij onderscheid gemaakt
moet worden tussen wat het kind graag wil en wat de behoeften, angsten of
remmingen van volwassenen zijn.
Beide boekjes zijn te bestellen bij Stichting 'In de wolken' te Heeze, bankrek.
1203.52.818.
=========---Drs. L.C. Klein-Vuijst
Rouwen om een kind
Uitgeverij: Groen, Heerenveen
Uitgave in de serie: Praktisch & Pastoraal
ISBN: 90 5030 781 7
De basis van dit boek wordt gevormd door de ervaringen van tien ouderparen
met een christelijke achtergrond. Ze vertellen openhartig over het sterven van
hun kind en hoe het met hun gezin daarna is verdergegaan.
Onderwerpen als geloofstwijfel, steun vanuit de gemeente waartoe men behoort
en citaten uit de bijbel komen aan bod naast beknopte beschrijvingen van
algemene aard.
Onder meer wordt aandacht besteed aan de betekenis van het verlies van een
broertje of zusje afhankelijk van de leeftijd van de kinderen die achterblijven,
maar ook aan bijzondere dagen binnen het gezin: de verjaardag van het
overleden kind en Kerst bijvoorbeeld. Ook wordt een hoofdstuk gewijd aan een
eventuele nieuwe zwangerschap.
'Rouwen om een kind' is vooral bedoeld voor ouders die een kind op jonge
leeftijd, tot 16 jaar, hebben verloren. Het boek is ook bedoeld voor personen om
het gezin heen: familie, vrienden, gemeenteleden en leerkrachten. Door te
luisteren naar het rouwende gezin vervullen deze 'omstanders' een onmisbare
rol.
Drs. L.C. Klein-Vuijst is orthopedagoge. Ze studeerde in 1996 af op het
onderwerp rouw bij het overlijden van een kind aan de Vrije Universiteit te
Amsterdam.
-------------------------------------------------Riet Fiddelaers-Jaspers
Jong Verlies (doelgroep: ouders, onderwijzers, hulpverleners)
Uitgeverij: Kok Lyra
ISBN: 90 242 9434 7
'Jong verlies' is een handreiking voor het omgaan met rouwende kinderen. De
schrijfster heeft veel praktische informatie b.v. het kan volwassenen soms een
doorn in het oog zijn als een kind of puber niet lijkt te rouwen. Ze luisteren veel
naar muziek, zijn fanatiek aan het sporten of storten zich vooral in veel
feestgewoel. In feite rouwt de jongere op dezelfde manier als de volwassene die
zich op zijn werk stort. Deze wetenschap zal zeker een steun in de rug zijn voor
begeleiders. Hiermee is nog geen rouwproces in gang gezet maar wordt wel
ruimte gemaakt voor begrip en geduld.
Als kinderen juist heel erg actief in de rouw zijn, kunnen ze ouders en
begeleiders vragen stellen waar deze geen antwoord op hebben. Wat te doen?
Het kan zijn dat het een kind niet uitmaakt dat jij het antwoord niet weet. Als je
daar eerlijk in bent weet het kind dat het niet alleen is in het niet-weten. Het
samen lezen en bekijken van een (prenten)boek kan de gangmaker van
hernieuwd contact zijn. Ook kan het gebeuren dat een kind of jongere door het
stellen van een vraag in feite op de proppen wil komen met een eigen antwoord.
Het enige waar dan om gevraagd wordt, is tijd om te luisteren.
Het mag duidelijk zijn dit boek erg waardevol is. Het bevat veel tips, is helder
geschreven en de hoofdstukken zijn kort. De toegevoegde literatuurlijst is
onderverdeeld in leeftijdsgroepen.
-----------------------------------------------------Manu Keirse
Helpen bij verlies en verdriet;
Een gids voor het gezin en de hulpverlener
Uitgever: Lannoo, Tielt, Belgie, 1998
ISBN: 90 209 269 34
"Ik kan ze niet meer tellen, de zinnen met 'woorden schieten te kort'. Niemand
weet wat je moet zeggen in zulke gevallen en als ik eerlijk ben, zou ik het zelf
ook niet weten. Mensen voelen zich schuldig en gaan zo onervaren met de dood
om als een tiener met zijn verliefdheid. Ze stotteren hun briefjes, ze haperen bij
elk woord en doen een poging mee te lijden. Je neemt ze niets kwalijk, je bent
dankbaar voor elk woord en je zoekt oprecht tussen al die woorden naar een
nieuwe gedachte, een beetje troost, een moment dat je niet meer zou hoeven
huilen", schrijft de moeder van Bas van Meeteren in haar boek 'er is geen
waarom'. Bas overleed op zesjarige leeftijd aan een Wilms'tumor.
Voor mensen die het goed bedoelen, maar niet weten hoe ze het moeten laten
blijken, heeft Manu Keirse een gids geschreven. Manu Keirse is klinisch
psycholoog en doctor in de medische wetenschappen. Hij is algemeen directeurbeheerder van het Regionaal Ziekenhuis H. Hart te Leuven en werkt al meer dan
vijfentwintig jaar in de gezondheidssector. Voor een deel van zijn werk ontving
hij de Glaxo-prijs voor wetenschappelijke publicaties.
De omvangrijke doelgroep geeft al aan dat het hier om een boek gaat dat door
iedereen zou moeten worden gelezen.
Op de achterkant van het boek staat te lezen: "Deze gids hoort thuis in elke
huiskamer en op elke werktafel. Het is een geschikt geschenkboek voor mensen
die zelf verdriet hebben of die anderen willen helpen. Het biedt doorheen het
verdriet perspectieven om opnieuw te leren houden van het leven".
Een niet geringe opgave om een mens die een groot verlies heeft geleden, weer
van het leven te leren houden. Keirse rekent af met het cliché dat de tijd alle
wonden heelt. Immers, een wond die niet wordt behandeld, geneest niet en
veroorzaakt complicaties.
Keirse ziet rouwen als een actieve bezigheid, waarbij je mensen uit je naaste
omgeving hard nodig hebt. Hij onderscheidt vier rouwtaken, die uitvoerig worden
besproken.


Aanvaarden van de werkelijkheid van het verlies.
Ervaren van de pijn van het verlies


Aanpassen aan de omgeving zonder de overledene.
Een nieuwe plaats geven aan de overledene en opnieuw leren houden van het
leven.
De auteur schrijft met veel begrip over emoties en reacties die mensen na een
sterfgeval kunnen overspoelen. Hij geeft aan dat mannen, vrouwen en kinderen
ieder op hun eigen wijze rouwen: 'Geen twee mensen rouwen op dezelfde
manier'.
Keirse is er een voorstander van om onder vrijwel alle omstandigheden de
overledene op te baren, ook als het niet mogelijk is om veel van hem of haar te
laten zien. Dit voorkomt onjuiste voorstellingen en fantasieën. Met een
zorgvuldige voorbereiding en begeleiding kunnen ook (jonge) kinderen de
overledene 'groeten' en betrokken worden bij de uitvaart.
Verlies van een kind, partner of oudere ouders; vele vormen van verlies worden
in dit boek besproken. Ieder hoofdstuk met daarin veel voorbeelden uit de
praktijk wordt voorafgegaan door een toepasselijk gedicht of citaat.
"Daar de menen geen geneesmiddel wisten
tegen de dood, de ellende en de onwetendheid,
en toch gelukkig wilden zijn,
hebben zij bedacht er maar niet aan de denken"
Blaise Pascal
'Viviane verloor haar oudste zoon Bart zeventien jaar geleden bij een brand in
de school. Drieëntwintig jongeren kwamen hier in totaal om. Ze had nog drie
zonen op dezelfde school. Ze is tientallen keren naar oudervergaderingen
gegaan. Geen enkele leerkracht heeft haar nog ooit over Bart gesproken'.
Keirse beschrijft hoe dit anders en beter kan.
De moeder van Bas van Meeteren geeft aan hoe belangrijk oprechte blijken van
medeleven zijn.
Het psychologisch inzicht van de schrijver, gecombineerd met zijn voortreffelijk
taalgebruik, maken het lezen van dit boek tot een waar genoegen.
=========-------Yvonne van Emmerik
Als vlinders spreken konden (leeftijdsgroep: vanaf 7 jaar)
Uitgever: Dabar-Luyten, Aalsmeer, 1999 2e en 3e druk
ISBN: 90 6416 324 3
Dit boek is geschreven voor kinderen die rouwen. Omdat het vaak moeilijk is om
over je gevoelens rond een sterfgeval te praten, heeft de schrijfster teksten
geschreven met woorden die bij kinderen van verschillende leeftijdsgroepen
passen. Tevens geeft zij suggesties voor symbolische handelingen en kleine
rituelen, zoals het aansteken van kaarsen en het oplaten van ballonnen. Ze is er
een voorstandster van om kinderen, ook hele jonge, te betrekken bij een
sterfgeval om zo onnodige angsten weg te nemen. Zij wil het verdriet
bespreekbaar maken en gaat daartoe 'naast het kind staan'. Hoewel het streven
sympathiek is, is de uitwerking minder geslaagd. In plaats van zich te beperken
tot suggesties, stimulerende ideeën en voorbeelden, verliest de schrijfster zich in
breedsprakige teksten die doortrokken zijn van hemel, engelen en dansende
vlinders. Met wat meer moeite moet het mogelijk zijn om woorden te vinden die
beter bij jezelf passen en ongetwijfeld meer voldoening geven.
Dat Yvonne van Emmerik ook het cliché niet schuwt, mag blijken uit het vers
'Bloemen voor oma', waarin een passieve oma met lieve ogen en een zachte lach
ten tonele wordt gevoerd, onder het rondstrooien van koekjes en bezoekjes.
Mensen helpen hun eigen stijl te vinden, is zinvoller dan hen woorden in de mond
leggen.
---------------------------------------------Herman Van den Maegdenbergh en Mieke van Look
Nele, voor ons sterf je nooit (leeftijdsgroep vanaf 11 jaar)
Uitgever: Clavis, Hasselt, 2001
ISBN: 90 6822 821 8
Nele, een levenslustig, sportief meisje van 11 jaar, krijgt in het najaar van 1999
een tumor op de hersenstam. Het verwijderen van deze tumor is uiterst moeilijk
en riskant. Het lukt dan ook niet om hem in zijn geheel weg te halen en Nele
overlijdt een paar dagen voor de millenniumwisseling.
In een poging zijn verdriet van zich af te schrijven en mensen in soortgelijke
situaties steun te bieden, schrijft Nele's vader een boek over de ziekte van zijn
dochter. Hij maakt hierbij onder meer gebruik van de dagboek-aantekeningen
van zijn vrouw.
Het is een schokkend en aangrijpend relaas. Schokkend, niet alleen vanwege de
tragische afloop, maar ook omdat het tot november 1999 duurde voor de juiste
diagnose werd gesteld.
Omdat Nele vanaf de zomer veel moest braken en nauwelijks kon eten, werd
verondersteld dat zij anorexia nervosa zou hebben. Als Nele op een dag
moeizaam en wankelend gaat lopen, gaat men ervan uit dat zij wel zal
simuleren. In plaats van een oncoloog, wordt een psychiater ingeschakeld. Nele
liet al deze misverstanden gelaten over zich komen. Zij begreep immers ook niet
wat er met haar aan de hand was.
Toen in november bij Nele kanker werd geconstateerd, was er weinig tijd meer.
Zij werd tot twee keer toe geopereerd, maar overleed zeven weken na het
stellen van de diagnose.
De vraag of een sneller ingrijpen haar had kunnen redden, zal nooit worden
beantwoord. Dat is bijzonder wrang. Nele's ouders maken de artsen in Leuven
geen verwijten. Zij hebben veel waardering voor de wijze waarop zij zijn
begeleid. Over de afdeling van het ziekenhuis waar Nele werd behandeld, zeggen
zij: 'Heren politici, hier mogen jullie niet op bezuinigen, hier werken de engelen
en heiligen uit onze moderne samenleving!' (blz.86)
De ouders van Nele stellen de opbrengst van hun boek beschikbaar aan het
onderzoek naar hersentumoren van kinderoncoloog Stefaan van Gool van het
U.Z. Gasthuisberg-Leuven.
Ook zonder dit gebaar verdient dit geïnspireerd geschreven boek het absoluut
om gelezen te worden.
---------------------------------------------------Stem: Jessie de Caluwe, muziek P. de Chaffoy
Alleen witte bloemen
Uitgever: Lannoo, Tielt, 2000
ISBN: 90 209 4197 6
'Alleen witte bloemen' is de titel van een CD-boek met 27 gedichten over
afscheid, verlies en troost, geschreven door Hugo Claus, Toon Tellegen, Johann
Wolfgang von Goethe, Rutger Kopland en vele anderen.
Jessie De Caluwe selecteerde de gedichten en leest ze zelf voor, hierbij begeleidt
door de muziek van Philippe de Chaffoy. Voor iedereen die 'zich zachtjes wil laten
meevoeren op de tonen van dit tedere en droeve wiegelied'.
=========----Riet Fiddelaers-Jaspers
Waar ben je nu, zie je me nog? (teksten bij een afscheid geschreven
voor en door kinderen)
Uitgever: In de wolken, Heeze, 2000
ISBN: 90 8047734 6
Dat het zeer belangrijk is om kinderen te betrekken bij het afscheid van een
dierbaar iemand, vormt het uitgangspunt van het boek van Riet Fiddelaers. Zij
biedt de lezer een ruime keuze uit teksten, verhalen en gedichten, die een rol
kunnen spelen bij de uitvaart en kunnen helpen bij het rouwproces.
Het eerste hoofdstuk bevat verhalen over de dood door o.a. Godfried Bomans,
Jaques Vriens en Toon Tellegen. Ze zijn pakkend en goed geschreven. In het
tweede hoofdstuk schrijven kinderen gedichten met en zonder hulp. Dit gedeelte
biedt veel bruikbare suggesties. De laatste twee hoofdstukken bevatten
gedichten en verhalen voor kinderen en werden geschreven door Fiddelaers en
andere niet-professionele schrijvers. Zij schreven hun tekst voor een speciale
gelegenheid. Met name deze laatste verhalen zijn sterk wisselend van kwaliteit.
Het ene ontroert en inspireert, het andere is vergezocht en zonder spanning of
clou.
Een gedicht, geschreven door Sebastiaan (12 jaar)
Mijn moeder is dood.
Daar ligt ze in de kist,
Ik wou dat ze zich hadden vergist.
Waarom moest zij het nou zijn?
En al was ik soms naar,
Ik hield zo van haar!
=========--------Marinus van den Berg
Door je verdriet heen groeien (ISBN 90 2426 846)
Je kind verliezen
(ISBN 902429 267 0)
Dagen die je niet vergeet, Een andere kalender (ISBN 90 24277817 1)
Uitgever: Kok Kampen
De drie bovengenoemde boekjes zijn stuk voor stuk boekjes die ouders van een
overleden kind tot grote steun kunnen zijn.
---------------------------------------------------Judith R. Bernstein
Als verdriet blijft
Uitgever: Omega Publishers b.v., Diemen-A'dam, 2000
ISBN: 90 6057 6071
Steven, de zoon van Judith Bernstein, sterft in 1987 aan kanker, na 16 maanden
ziek te zijn geweest. Deskundigen vertellen haar dat het zes maanden tot twee
jaar zal duren voordat haar leven weer ´normaal´ gaat worden.
Gedreven door deze ingrijpende gebeurtenis en het onbegrip dat ze ontmoet,
start Bernstein, psycholoog van beroep, een uitvoerig onderzoek naar de
ervaringen van ouders die, net zoals zij, een kind hebben verloren. Zij interviewt
55 moeders en vaders. De doodsoorzaken van hun kinderen zijn zeer
verschillend. De gevolgen zijn zonder uitzondering rampzalig en ontwrichtend.
Toch vinden de meeste ouders na verloop van tijd weer een manier om door te
gaan en verder te leven met hun verlies. Dit gaat echter niet zonder
kleerscheuren en laat diepe sporen na, ook in de kring van familie en vrienden. '
Ik erger me niet aan mensen die domme dingen zeiden. Ik erger me aan
vrienden en familieleden die het laten afweten'.
Bernstein merkt treffend op: 'De diepbedroefde ouder is niet dezelfde persoon als
voor het verlies. Ze is door een wringer gehaald en daar ietwat anders uit
tevoorschijn gekomen. Er gaapt voorgoed een wond in haar ziel die geïnfecteerd
raakt op vakanties, verjaardagen en om andere redenen die niet duidelijk zijn'.
Dit boek kan een steun in de rug zijn voor ouders die menen met hun verdriet
alleen te staan en voor hun naasten die geen houding of woorden weten te
vinden.
-----------------------------------------------------John Fosté
'Verdriet om de dood van een kind'
Uitgever: Lanoo nv., Tielt, 2001
ISBN: 90 209 4598
Kinderen, die jong sterven, zijn op aarde gekomen om anderen iets te leren,
zoals begrip, medeleven en onvoorwaardelijke liefde. Zij brengen anderen in
aanraking met de zin van het leven. Als zij in hun opdracht zijn geslaagd, mogen
zij weer terug naar het leven van het Licht.
Menig ouder van een gestorven kind zal zijn maag voelen omdraaien bij het
lezen van deze opvatting, afkomstig van Elizabeth Kübler-Ross. Voor John Fosté
echter, zijn haar ideeën een bron van troost. Hij komt met haar boeken in
aanraking als hij op zoek gaat naar het 'waarom' van de dood van zijn
negenjarige zoon Arnor, die verdrinkt tijdens waterskiën.
Tijdens zijn zoektocht verdiept Fosté zich ondermeer in het Boeddhisme,
Sjamanisme, reïncarnatie en karma.
=========
Psychologie
Caryle Hirshberg en Marc Ian Barasch
Spontane genezing
Kosmos-Z&K, Utrecht, 1995
ISBN 90215 2682 4
Caryle Hirshberg is een biochemisch onderzoeker en Marc Ian Barasch is
redacteur van het Amerikaanse tijdschrift "Psychology Today". Ze werden
gefascineerd door gevallen van spontane genezing en gingen op zoek naar de
achtergronden hiervan. Ze ontdekten dat er in de medische literatuur niet veel
over geschreven is, omdat deze gevallen over het algemeen beschouwd worden
als toevallige uitzondering. Ze hadden gesprekken met patiënten van wie de
ziektegeschiedenis goed gedocumenteerd was en ondervroegen deze mensen
over een groot aantal aspecten van hun leven.
De auteurs vervangen de term spontane genezing´, omdat ze ervan overtuigd
zijn dat deze genezingen niet zo maar vanzelf optreden, maar veroorzaakt
worden door een nog niet in kaart gebracht zelfgenezend mechanisme in de
mens. Dit wordt door hen het ´geneessysteem´genoemd. Ze zochten naar
overeenkomsten tussen mensen die van een (veelal) dodelijke ziekte genazen of
die opmerkelijk langer en kwalitatief beter bleven leven dan de prognose
voorspelde. Zo trachtten ze antwoord te krijgen op de vraag waarom de ene
mens geneest en de ander niet.
Een andere vraag die ze stellen is: wat houdt dit ´geneessysteem´in? Ze komen
tot de conclusie dat het een zeer complex systeem moet zijn dat aspecten
behelst die het gebied van lichaam, geest en ziel bestrijken.
Verder inventariseerden de auteurs factoren die het geneessysteem zouden
activeren. Ze gingen daarbij af op wat de (ex)patiënten, en soms ook hun artsen
en therapeuten, aangaven als factoren die mogelijk een rol gespeeld hadden bij
de genezing of stabilisering van de ziekte. Zo kwamen ze tot het volgende lijstje:
liefde en sociale ondersteuning ondervinden, humor, geloof (in een persoon, arts,
behandeling of in een - al dan niet religieus - systeem), het gevoel een uniek
individu te zijn, flexibiliteit en de wil tot leven.
Er was bij de ondervraagde patiënten een grote diversiteit in de behandeling die
ze ondergaan hadden. Sommigen hadden totaal afgezien van behandeling,
anderen ondergingen alleen de conventionele behandeling met medicijnen, weer
anderen kozen voor een combinatie van conventionele en alternatieve
benadering of voor alleen het alternatieve circuit. Hun genezing was dus niet toe
te schrijven aan een bepaald soort behandeling en moest dus op andere
gebieden liggen. De auteurs vonden bij al deze mensen wel een individuele en
intuïtieve kijk op hun ziekte. Hun conclusie luidt dan ook dat er een nieuwe
geneeskunde moet komen dat gestructureerd onderzoek doet naar
´opmerkelijke genezingen´. waarin rekening wordt gehouden met de totale
mensen, dus niet alleen met het biologische, maar ook met de geest en de ziel.
Ze hopen dat dit leidt tot een behandeling van ernstige ziektes die gebaseerd is
op de unieke individualiteit van iedere patiënt, waarbij de voor die persoon
geschikte combinatie van therapieën kan worden vastgesteld.
Het is een goed leesbaar boek, ook door de vele voorbeelden die aangehaald
worden. De auteurs proberen de link te leggen tussen biologische en geestelijke
aspecten. Ze doen dit zonder schuldgevoelens te veroorzaken, zoals dit wel
gebeurt bij aanhangers van het idee dat elke ziekte (en dus ook elke genezing)
alleen door de geest veroorzaakt wordt. Het goede aan het boek is dat het een
bijdrage kan leveren aan een mondiger en onafhankelijker houding van een
patiënt ten aanzien van zijn of haar behandeling. Er worden meer keuzes
geboden dan alleen de standaardbehandeling. Het nadeel hiervan kan echter wel
zijn dat er een grotere twijfel ontstaat.
=========
Informatiebrochures. Praktische aanwijzingen enz.
Frans van der Pas
Tijd voor ouders
NIZW, Utrecht, 1997 (bestelnr. E 322 62)
ISBN 90 5050 511 2
`Tijd voor ouders` is een boekje over respijthulp. Onder respijthulp worden alle
soorten hulp verstaan die ouders van chronisch zieke kinderen meer tijd geven
voor zichzelf. Het boekje komt uit de koker van het NIZW, het Nederlands
Instituut voor Zorg en Welzijn dat een project heeft lopen met als doel de
verbetering van de begeleiding van ouders van chronisch zieke kinderen. `Tijd
voor de ouders` is in de eerste plaats geschreven voor de hulpverleners, maar is
ook voor ouders interessant. Het geeft inzicht in de situatie waarin ouders van
langdurig zieke kinderen zich bevinden en maakt duidelijk waarom deze ouders
zo weinig tijd voor zichzelf hebben. Te denken valt aan het steeds kortere verblijf
in het ziekenhuis, de zorg die 24 uur per dag duurt, dus ook ´s nachts, de druk
op vrouwen om ook op de arbeidsmarkt actief te zijn, het aan huis gebonden
zijn.
Respijthulp is er in allerlei soorten: voor thuis, zodat de ouder er even uit kan,
(deskundige) naschoolse opvang, maar ook op het vakantieadres.
`Tijd voor ouders` biedt de hulpverlener handreikingen om ouders attent te
maken op mogelijkheden voor respijthulp die goed bij hun situatie en behoeften
passen.
Enkele adressen waar u meer te weten kunt komen over respijthulp zijn:
 Mappa Mondo, een gezinsvervangend en gezinsondersteunend tehuis,
Stationsweg 103-105, 8091 AL Wezen, tel. 038-3769761.
 Uit & Thuis bungalows, Postbus 247, 3850 AV Ermelo, tel. 0341-552243. Dit
betreft een vakantiecentrum voor gezinnen die een extra hulp- of zorgvraag
hebben.
 Stichting vakantiezorg Texel, Postweg 197, 1795 JE De Cocksdorp, tel. 0222316867. Bestemd voor mensen die thuis gebruik maken van wijkverpleging
voor hun kind. In goed overleg met de stichting wordt nagedacht over de
mogelijkheid van een vakantie op Texel.
=========
Zoeklicht op de zorg thuis
Gids voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel en direct betrokkenen.
Niet-aangeboren hersenletsel (NAH) kan het gevolg zijn van bv. een ongeval,
zuurstofgebrek van de hersens of een hersentumor. De meeste volwassenen en
kinderen die met NAH te maken krijgen wonen thuis en zijn niet altijd even
zichtbaar voor zorg- en hulpverleners. De gevolgen van NAH uiten zich lang niet
altijd in direct lichamelijke beperkingen. Frequent heeft men te maken met
minder opvallende opmerkingen als traagheid en concentratiestoornissen.
De gids 'Zoeklicht op de zorg thuis' geeft een beschrijving van de problemen
waar NAH patiënten, hun familieleden en hulpverleners op stuiten. Op deze wijze
wordt de zorgvraag zichtbaar gemaakt. Tegelijkertijd is de gids bedoeld als
wegwijzer in de doolhof van reeds bestaande zorg- en hulpverlening.
Om volledig te zijn: de gids dateert van 1995, maar is inhoudelijk up-to-date en
daarom de moeite waard. Wel kunnen zich wijzigingen hebben voorgedaan in de
lijst met adressen achter in het boekje.
Het boekje is de bestellen bij: SHON, Stichting Hersenletselorganisaties
Nederland, telefonisch bereikbaar op nummer 033-4654525 op vrijdag tussen
11.30 en 13.00.
=======
Landelijk Coördinatiepunt NAH
Op het terrein van niet-aangeboren hersenletsel zijn nog diverse andere
verenigingen en instanties werkzaam. Elk van die patiëntenondersteunende
organisaties verstrekt u graag informatie. Bij het Landelijk Coördinatiepunt NAH,
Postbus 9696, 3506 GR Utrecht, tel. 030-2739298, kunt u terecht voor de
Publicatielijst Niet-aangeboren Hersenletsel.
Naast publicaties en cursussen die bestemd zijn voor hulpverleners worden ook
folders en boeken voor de leek genoemd, bv. Hersenletsel in het gezin; hoe nu
verder? en De weg na niet-aangeboren hersenletsel. Deze brochure concentreert
zich op traumatisch hersenletsel en hersentumoren.
Alle in de lijst genoemde boeken, brochures en wegwijzers zijn bij
bovengenoemd adres te bestellen.
=======
Werkenrode
Scholing en woontraining voor jongeren met niet-aangeboren hersenletsel.
Werkenrode is een instituut voor mensen met een handicap, waarbij
maatschappelijke integratie en de zorg voor een zo groot mogelijke
zelfredzaamheid van de jongeren centraal staan. Werkenrode ligt in Groesbeek
en bestaat uit een school voor Voortgezet Speciaal Onderwijs(VSO) en een
woonvoorziening voor jongeren van ca. 13 tot 20 jaar. De aard en de mate van
de aandoeningen die de jongeren hebben, lopen zeer uiteen. Een grote groep
heeft te maken met aangeboren hersenletsel, daarnaast heeft Werkenrode zich
de laatste jaren met name gespecialiseerd in jongeren met niet-aangeboren
hersenletsel. Momenteel wonen er twintig jongeren met NAH op Werkenrode,
verdeeld over twee leefgroepen.
School en woongroep staan in nauw contact met elkaar. Op school heeft elke
leerling een vaste klassedocent die goed op de hoogte is van de mogelijke
gevolgen van NAH. Deze docent staat in nauw contact met de mentor die het
kind begeleidt binnen de woongroep.
Samen met de ouders en de jongere zelf wordt vastgesteld welke doelstellingen
worden nagestreefd. Dat kan gaan over scholings- en vakdoelstellingen, bv. het
halen van een mavo-deelcertificaat en een opleiding tot baliemedewerker, maar
ook over sociaal-emotionele doelstellingen, zoals het vergroten van weerbaarheid
en zelfvertrouwen.
Werkenrode heeft nu acht jaar ervaring met leefgroepen, speciaal jongeren met
NAH en dit leidt tot goede resultaten. Door het scheppen van een vertrouwde
omgeving krijgen de jongeren het gevoel dat ze niet alleen staan. Ze kunnen
ervaringen uitwisselen met anderen die ook te maken hebben met een breuk in
hun leven: de tijd van vóór het ongeluk of de tumor en de tijd erna. Het is
daarbij de groepsleiding die deze uitwisseling van ervaringen omzet in een
proces waarbij de jongeren van elkaar leren en waarbij de nadruk ligt op het
uitbuiten van de mogelijkheden die ieder heeft.
De opgedane ervaring en de werkwijze in de leefgroepen zijn gebundeld in de
nota 'Kopzorgen'. Deze nota geeft een zeer compleet beeld van het dagelijks
leven op Werkenrode. Ook is er een uitgebreide beschrijving van de mogelijk
gevolgen van NAH en het doorwerken daarvan in het persoonlijk leven van de
jongere.
Voor algemene informatie over Werkenrode kunt u contact opnemen met de heer
Lucassen, tel. 024-3997185,
Voor de nota 'Kopzorgen' kunt u terecht bij mevrouw A. Blom, tel. 0243997111.
=======
Marga Schiet
Gewoon een bijzonder kind
Uitgave: NIZW, 1998 tel. 030-2306607
ISBN: 90 5050 646 1
'Gewoon een bijzonder kind' geeft praktische informatie over het opvoeden van
chronisch zieke kinderen. In het geval van kanker denk je niet aan een
chronische ziekte. Als gevolg van zware behandelingen kan een kind wel te
maken krijgen met restverschijnselen of langdurige bijverschijnselen die van
invloed zijn op de ontwikkeling en opvoeding. In zo´n geval is wel sprake van
een chronische klacht.
De auteur, Marga Schiet, gaat in op vragen als:
- Welke invloed heeft het ziek-zijn op mijn kind?
- Wat kan ik wel en niet van mijn kind vragen?
- Hoe praat ik met mijn kind over zijn ziekte?
Nu is een kind van veertien niet vergelijkbaar met een peuter van twee. De
basisschoolleeftijd heeft ook weer zijn eigen kenmerken. De suggesties die de
schrijfster doet voor de oplossing van een probleem zijn dan ook ingedeeld naar
leeftijd. Tegelijkertijd is de schrijfster zich ervan bewust dat pasklare antwoorden
nauwelijks te geven zijn- ieders situatie is weer anders en elke ouder kent zijn
kind het beste - maar zij heeft toch kans gezien een grote hoeveelheid tips
bijeen te brengen. De antwoorden die zij geeft, zijn voor een belangrijk deel
gebaseerd op de concrete ervaringen van ouders en hulpverleners.
Met de titel benadrukt de auteur dat een kind met een chronische klacht, net als
elk ander kind, een positief zelfbeeld moet ontwikkelen en zelfstandig moet
worden. We hebben te maken met een gewoon kind. Het bijzondere is dat zich
bijna onvermijdelijk in de loop van de opvoeding onderwerpen zullen aandienen
als angst voor pijn, voor de toekomst. Ook heeft het kind op jonge leeftijd al een
aantal ervaringen opgedaan die bijzonder te noemen zijn. Aan beide aspecten
wordt aandacht besteed.
In het laatste hoofdstuk komt de vraag aan de orde hoe ouders omgaan met de
veranderingen die de chronische aandoening in hun leven teweegbrengt.
In dit helder geschreven boek geeft Marga Schiet er blijk van weet te hebben van
de vele extra taken waar ouders van een chronisch ziek kind zich voor geplaatst
zien en biedt ze een handreiking om tot goede oplossingen te komen.
=========
Meis Thewissen en Marianne Meulepas
In gesprek
Uitgave: NIZW tel. 030-2306607
ISBN: 90 5050 645 3
De ondertitel van In gesprek luidt: Communicatie tussen arts, een chronisch ziek
kind en de ouders. Uitgangspunt van het boek is dat een (langdurige) medische
behandeling de beste kans van slagen heeft als er sprake is van een
samenwerkingsrelatie tussen de diverse partijen, de arts, het kind en de
ouder(s).
In gesprek biedt artsen een handreiking om de communicatie te
vergemakkelijken. Aan de hand van het verhaal van Judith, een meisje van acht
waarbij de diagnose reuma zal worden gesteld, wordt duidelijk gemaakt hoe een
samenwerkingsrelatie kan worden opgebouwd en welke factoren die
samenwerking kunnen belemmeren.
Uiteraard hoeft u niet op de hoogte te zijn van de inhoud van de
communicatietraining die voor de arts bestemd is. Daarvoor hoeft u het boek niet
te lezen. Wat het boek aardig maakt voor de leek, de bezoeker van de arts, is
het verhaal van Judith en haar ouders. Er wordt een beschrijving gegeven van de
achtergrond waartegen de gesprekken plaatshebben: Judith die thuis al duidelijk
heeft aangegeven dat ze geen trek heeft in dit bezoek. Haar ouders die het niet
met elkaar eens zijn, de arts die er met zijn hoofd niet bij is, semafoons die
afgaan, telefoons die rinkelen. Het is allemaal heel verklaarbaar en begrijpelijk,
maar het kan de loop van een gesprek ongunstig beïnvloeden.
Eén handigheidje wil ik hier melden om uw voordeel mee te doen: vraag uw arts
of hij een briefje kan maken met de belangrijkste zaken die besproken of
besloten zijn en voor u lastig zijn om te onthouden. Dat is in het voordeel van de
arts. Zijn boodschap komt beter over en het bespaart u en uw kind de nodige
vragen zodra u de deur van de spreekkamer achter u dichttrekt.
Kortom, er zijn ook heel praktische manieren om de relatie met de arts van uw
kind soepel te houden.
=========
'Verlies en Rouw Wereldwijd' is een adressen- en informatiegids die wordt
uitgegeven door het COS, het Centrum voor internationale samenwerking
Gelderland. Deze gids, die samen met het verslag van de Conferentie verlies
en rouw wereldwijd kan worden toegestuurd, besteedt aandacht aan de
rituelen rondom verlies en rouw in verschillende culturen. Verschillende
godsdiensten en levensovertuigingen hebben hun eigen rituelen als sprake is van
verlies en rouw. Het karakter van de rituelen hangt helemaal samen met de
levensopvatting van de overledene en de gemeenschap waartoe hij behoorde. De
informatiegids geeft o.a. korte beschrijvingen van Chinezen, Joden, Moslims,
Christenen (Orthodox, Rooms-katholiek en Protestant) en Humanisten.
Beide brochures zijn te bestellen bij het COS, Tel: 024-3233018.
=========
Lies de Vries-Geervliet
'Helen en genezen'
Uitgever: H. Nelissen, Baarn, 2000
ISBN: 90 2441 471 7
De Vries bespreekt in vogelvlucht een aantal alternatieve therapieën, waaronder
natuurgeneeswijzen, lichaamsgerichte therapieën, zoals acupunctuur en diverse
vormen van psychotherapie. Het boek richt zich op zowel hulpverleners als leken,
maar is voor de werkelijk geïnteresseerde niet meer dan een eerste
kennismaking.
=======
Marjon Klaassen
Tijd voor de dood (handreiking voor een persoonlijke uitvaart)
Uitgever; Elsevier gezondheidszorg, Maarssen 2001
ISBN: 90 3522 427 2
De dood is taboe in onze samenleving. Zelfs lézen over de dood is taboe.
Zo kan het gebeuren, dat mensen, door de dood van een dierbare overvallen,
totaal niet weten wat ze moeten doen. Ze zijn geheel afhankelijk van de
initiatieven van de uitvaartondernemer die zij ingeschakeld hebben.
Marjon Klaassen, zelf uitvaartverzorger in Zwolle, vindt dit een slechte zaak. Zij
ziet in een goed en persoonlijk afscheid het begin van de verwerking van het
verlies. Zij wil mensen stimuleren om na te denken over hun eigen wensen en ze
een actieve rol laten spelen in de uitvaart. In haar boek draagt ze hiertoe veel
praktijkvoorbeelden aan.
In heldere taal roept zij de lezer op om de dood weer te durven zien als een
natuurlijk verschijnsel waarmee wij allen te maken krijgen.
=======
Download